Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757380
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757380/1
Beleidsregel Wet Bibob Nunspeet 2026
Geldend van 20-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel Wet Bibob Nunspeet 20261. Voorwoord
Wat is de Wet Bibob?
In Nunspeet werken we aan een betrouwbare overheid die ondermijning geen kans geeft. De Wet Bibob helpt ons daarbij: een instrument om de integriteit van onze besluiten te beschermen en samen te bouwen aan een weerbare samenleving."
1.1 Doel
Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend vermogen mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken.
Wanneer kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen?
De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:
- •
activiteiten waar een vergunning/ontheffing voor nodig is
- •
activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd
- •
opdrachten voor de overheid (overheidsopdrachten)
- •
vastgoedtransacties, zoals onder andere het kopen of verkopen van gebouwen of grond van de gemeente.
In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen.
Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek?
De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing, subsidie of overheidsopdracht te geven, of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen.
Meer informatie
Meer informatie vindt u in de toelichting achter in dit beleid: Hoe past de gemeente Nunspeet de Wet Bibob toe?
Hierbij voert de gemeente Nunspeet deze beleidsregel voor de Wet Bibob in.
2. Algemeen
In deze beleidsregel staan verschillende begrippen. In artikel 1 van de Wet Bibob leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen. Daarnaast staan in deze beleidsregel nog enkele andere begrippen. Hieronder leest u wat die begrippen betekenen.
2.1 Uitleg begrippen
-
a. Gemeente: in deze beleidsregel verwijst gemeente naar een bestuursorgaan van de gemeente (de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Nunspeet) of naar de rechtspersoon met een overheidstaak. Het hangt van de situatie af wie volgens de wet het recht heeft om iets te doen.
-
b. Eigen onderzoek: het Bibob-onderzoek dat de gemeente Nunspeet uitvoert, zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob.
-
c. Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeente aanwezig is, bijvoorbeeld in documenten of digitaal. Of informatie die de gemeente in open of gesloten bronnen mag bekijken of aanvragen. De gemeente mag deze informatie gebruiken voor het eigen onderzoek.
-
d. Bibob-vragenformulier: het formulier dat iemand in moet vullen bij de start van een Bibob-onderzoek (zie artikel 7a, lid 5 van de Wet Bibob).
-
e. Rechtspersoon met een overheidstaak: In deze beleidsregel de gemeente Nunspeet;
-
f. RIEC: het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum zoals bedoeld in artikel 28, lid 2 onder d van de Wet Bibob. Dit samenwerkingsverband gaat georganiseerde criminaliteit tegen.
-
g. Landelijk Bureau Bibob: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de wet Bibob. De gemeente kan dit bureau vragen om een Bibob-advies te geven.
2.2 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregel
In deze beleidsregel heeft de gemeente Nunspeet omschreven in welke gevallen het een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob en andere wetten houdt.
3. Beschikkingen
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij aanvragen voor beschikkingen, zoals bijvoorbeeld vergunningen en subsidies.
3.1 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe als iemand een vergunning aanvraagt?
-
1. De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als het een aanvraag voor één van de volgende vergunningen ontvangt:
- a.
Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor horecabedrijven, behalve paracommerciële rechtspersonen. Bij paracommerciële rechtspersonen die niet in eigen beheer worden geëxploiteerd zal wel een Bibob-onderzoek uitgevoerd worden.
- b.
Flexibele brancheringsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.82 en 2.83 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Nunspeet;
- c.
Vergunningen voor verhuur van reguliere woonruimten in een aangewezen gebied of verhuur van verblijfsruimten aan arbeidsmigranten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet goed verhuurderschap, onderdeel a of b.
- a.
-
2. De gemeente kan een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als het een aanvraag ontvangt voor één van de onderstaande vergunningen. De gemeente zal dit Bibob-onderzoek uitvoeren als ook één of meerdere van de situaties onder lid 3 van dit artikel voorkomen.
- •
Een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor:
- •
een bouwactiviteit;
- •
een omgevingsplanactiviteit;
- •
een milieubelastende activiteit.
- •
- •
Een aanvraag om een omgevingsplan te wijzigen zoals bedoeld in en volgens de voorwaarden van artikel 4.19b van de Omgevingswet;
- •
Evenementenvergunning zoals bedoeld in 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Nunspeet;
- •
Omzettingsvergunning of splitsingsvergunning zoals bedoeld in artikel 21 en 22 van de Huisvestingswet.
- •
-
3. De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren voor de vergunningaanvragen uit lid 2 als:
- a.
De vergunning is aangevraagd voor één of meerdere activiteiten en/of projecten die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) én de aanvraag betrekking heeft op een bouwsom van minimaal €500.000,- (excl. btw)
- a.
-
of
- b.
De locatie waarvoor de vergunning is aangevraagd een risicogebied is (zie bijlage 2).
- b.
-
4. De gemeente kan een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als het een aanvraag ontvangt voor één van de onderstaande vergunningen.
- a.
Alcoholwetvergunning voor slijterijbedrijven zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet;
- b.
Bijschrijving (dag)leidinggevende op Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 30a en 30b van de Alcoholwet;
- c.
Aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat zoals bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen;
- d.
Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor paracommerciële rechtspersonen zoals bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
- e.
Overige vergunningaanvragen waarbij de gemeente de Wet Bibob mag uitvoeren, maar die niet in deze beleidsregel of bijlage 1 (risicoactiviteiten) of bijlage 2 (risicogebieden) staan.
- a.
-
5. De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren voor de vergunningaanvragen uit lid 4 als:
- a.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie of informatie die de gemeente kreeg van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- b.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
- c.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- a.
-
6. De gemeente voert een eigen Bibob-onderzoek uit voor aanvragen van overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties of woning(bouw)corporaties die onder de Woningwet vallen, als de aanvraag voldoen aan één van de situaties uit lid 3 of lid 5 van dit artikel.
-
7. De gemeente voert een eigen Bibob-onderzoek uit indien er sprake is van een overname van een organisatie of een overname van aandelen van een organisatie die onder de toepassing van dit Bibob-beleid valt.
3.2 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe als iemand al een vergunning heeft (verleende vergunning)?
-
1. De gemeente start een eigen onderzoek bij verleende vergunningen als beide situaties hieronder voorkomen:
- a.
De gemeente krijgt een melding dat de persoon die de vergunning heeft gekregen de vergunning op naam van iemand anders wil zetten (wijziging aanvrager of vergunninghouder zoals bedoeld in artikel 5.37 van de Omgevingswet) én één of meerdere activiteiten waarvoor de vergunning geldt een risicoactiviteit is (zie bijlage 1) en/of in een risicogebied gebeuren (zie bijlage 2). Bij omgevingsvergunningen kan dit alleen als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 5.40 van de Omgevingswet (bevoegdheid tot wijziging voorschriften omgevingsvergunning en intrekking omgevingsvergunning).
- b.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.
- c.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.
- d.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- a.
-
2. De gemeente kan een eigen onderzoek starten bij een verleende vergunning als:
- a.
de gemeente de activiteit of het gebied waarvoor de vergunning geldt na het verlenen van de vergunning heeft toegevoegd aan de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) of risicogebieden (zie bijlage 2).
- b.
de leidinggevende(n) en/of zeggenschaphebbende(n) van de persoon die de vergunning heeft gekregen is/zijn veranderd.
- a.
3.3 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe bij subsidies?
-
1. De gemeente start een eigen Bibob-onderzoek bij een aanvraag voor een subsidie of een (deels) goedgekeurde subsidie zoals bedoeld in de algemene subsidieverordening als:
- a.
De activiteit waarvoor de subsidie geldt onder één of meer van de risicoactiviteiten valt (zie bijlage 1) én betrekking heeft op een bedrag van minimaal €50.000,- en/of de activiteit in een van de risicogebieden gebeurt (zie bijlage 2).
- b.
De gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.
- c.
De gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.
- d.
De gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- a.
3.4 Wat gebeurt er als iemand weigert de Bibob-vragenformulieren volledig in te vullen?
-
1. Gaat het om een aanvraag voor een vergunning of subsidie? Dan kan de gemeente beslissen de aanvraag niet te behandelen. Dit staat in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
-
2. Gaat het om een verleende vergunning, ontheffing of subsidie? Dan kan de gemeente de vergunning, ontheffing of subsidie intrekken. Het weigeren om vragenformulieren volledig in te vullen wordt door de gemeente namelijk gezien als ernstig gevaar zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
4. Privaatrechtelijke transacties
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij privaatrechtelijke transacties, zoals het kopen of verkopen van gebouwen of grond, of bij overheidsopdrachten.
4.1 Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij vastgoedtransacties?
De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen bij een eigen vastgoedtransactie, zoals het kopen of verkopen van een gebouw of een stuk grond. De gemeente moet de betrokkene laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of zij het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente kan deze informatie bijvoorbeeld in de verkoopleidraad zetten en/of dit vertellen bij de start van de onderhandelingen.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract voor de vastgoedtransactie. Hierin staat dat de gemeente onder het contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de andere partij niet integer is.
-
1. De gemeente start een eigen Bibob-onderzoek als:
- a.
het vastgoedobject, zoals bijvoorbeeld een gebouw of een stuk grond, gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) én de aanvraag betrekking heeft op een som van minimaal €500.000,- (excl. btw) en/of gebeurt in één van de risicogebieden (zie bijlage 2).
- b.
het gebouw belangrijk is voor hoe de omgeving eruitziet (beeldbepalend is).
- c.
de gemeente het risico loopt veel geld te verliezen met de transactie.
- d.
er naast het sluiten van de vastgoedtransactie door betrokkene een aanvraag voor een vergunning of subsidie is of wordt gedaan die samenhangt met die vastgoedtransactie (zie hoofdstuk 3 van deze beleidsregel).
- e.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- f.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
- g.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- a.
4.2 Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij overheidsopdrachten?
De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en bij zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
De gemeente moet de partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst willen sluiten met de gemeente, laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie in (aanbestedings)documenten.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract. Daarin zet de gemeente dat het contract ontbonden wordt als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de uitvoerder van de opdracht niet integer is, zoals bedoeld in artikel 9, lid 2 van de Wet Bibob.
-
1. De gemeente start vóór het aangaan van het contract een eigen Bibob-onderzoek als:
- a.
één of meerdere activiteiten van de overheidsopdracht onder de risicoactiviteiten vallen (zie bijlage 1) én de aanvraag betrekking heeft op een som van minimaal €100.000,- (excl. btw) of wanneer die activiteiten gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage 2).
- b.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van een van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.
- c.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.
- d.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, of een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- e.
de gemeente-informatie of een tip (zie onderdeel b tot en met d) heeft ontvangen over een onderaannemer.
- a.
-
2. Als één of meer van de situaties onder 1 a t/m e voorkomen tijdens het uitvoeren van het contract kan de gemeente ook een eigen Bibob-onderzoek starten.
4.3 Wat gebeurt er als iemand weigert mee te werken aan het Bibob-onderzoek?
Als iemand weigert om de Bibob-vragenformulieren volledig in te vullen, dan kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten met die persoon. Hetzelfde geldt als iemand weigert om informatie te geven aan het Landelijk Bureau Bibob.
De gemeente moet informatie hierover in documenten voor de vastgoedtransactie of de overheidsopdracht zetten, bijvoorbeeld in de Verkoopleidraad of aanbestedingsdocumenten.
5. Slotbepalingen
5.1 De oude beleidsregel wordt ingetrokken
Het Bibob beleid van 6 augustus 2014 geldt niet meer.
5.2 Startdatum nieuwe beleidsregel
Deze beleidsregel is goedgekeurd door de gemeente Nunspeet op 20 januari 2026.
Deze gemeente werkt vanaf één dag na publicatie met deze beleidsregel.
Deze beleidsregel heet: “Beleidsregel Wet Bibob Nunspeet 2026”.
Ondertekening
Zo hebben besloten op 20 januari 2026,
Burgemeester,
C.W.J. Blom
Burgemeester en wethouders voornoemd,
Gemeentesecretaris Burgemeester
mr. A. Heijkamp C.W.J. Blom
Bijlage 1: Risicoactiviteiten
In deze bijlage staan activiteiten waar de gemeente Nunspeet – als dat kan – een Bibob-onderzoek voor wil doen. Voor deze activiteiten bestaat een verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel verdiend geld.
Lijst van risicoactiviteiten
In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Nunspeet. Ze zijn verdeeld over categorieën.
Horeca-activiteiten
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Alcoholwet of de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente, zoals de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen.
1. Horecabedrijven
2. Hotel/pensions, of andere locaties om te overnachten
3. Coffeeshops
4. Shishalounges
5. Zaalverhuur
De rechter heeft in verschillende uitspraken over horecabedrijven1 geoordeeld dat algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob2.
Recreatie en vrije tijd
Voor deze activiteiten kan een vergunning nodig zijn vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Ook kan er een combinatie zijn met andere activiteiten, bijvoorbeeld wanneer er ook horeca op een recreatiepark aanwezig is. Dan is er sowieso een vergunning nodig.
1. Recreatieparken
2. Jachthavens
3. Evenementen, zoals
o Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen)
o Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen)
4. Speelautomatenhallen/gamecenters/casino’s
5. Fitnessbedrijven/sportscholen
6. Sporthallen/-complexen
7. Commerciële sportactiviteiten
8. Hippische sector
Prostitutie
Voor deze activiteit is een vergunning nodig vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Voor deze activiteit geldt ook vaak een maximum aantal per gebied. Soms is ook een wijziging van het omgevingsplan nodig om deze activiteit op een locatie mogelijk te maken.
1. Prostitutie- en seksbedrijven
2. Escortbedrijven
3. Seksbioscopen
4. Erotische massagesalons
De rechter heeft in verschillende uitspraken over prostitutiebedrijven3 geoordeeld dat het algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob4.
Detailhandel en dienstverlening
Voor deze activiteiten is meestal geen vergunning nodig, behalve als de gemeente een vergunning verplicht heeft gemaakt. Soms staat in het Omgevingsplan dat voor deze activiteiten een omgevingsplanactiviteit moet worden aangevraagd.
1. Smartshops/headshops/giftshops
2. Wellnesscentra/zonnestudio’s
3. Kappers/barbershops/nagelstudio’s/tattooshops
4. Belwinkels
5. Goudinkoopbedrijven
6. Pandjeshuizen
7. Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen)
8. Darkstores
Wonen
Voor deze activiteiten is meestal een omgevingswetvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit. Ook kunnen er vergunningen nodig zijn vanuit de Huisvestingswet, de Wet goed verhuurderschap of regels van de gemeente.
- 1.
Kamerverhuurbedrijven (inclusief omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden met 6 of meer kamers)
- 2.
Omzetten/splitsen van woningen/panden naar 6 of meer kamers voor kamerverhuur of 6 of meer woningen
- 3.
Opvang vluchtelingen
- 4.
Huisvesting van arbeidsmigranten
Opslag
Als voor deze activiteiten gebouwd moet worden, is er vaak een omgevingsvergunning nodig. Ook moet het omgevingsplan misschien veranderd worden.
1. Garageboxen/opslagruimtes
2. Bedrijfsverzamelgebouwen
Milieubelastende activiteiten
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Omgevingswet (vergunning voor een milieubelastende activiteit en/of omgevingsplanactiviteit):
1. (Gevaarlijke) Afvalbewerking en -verwerking
2. Afvalrecycling
3. Mestverwerking
4. Sloop- en/ of asbestverwijdering
5. Autodemontage
6. Vuurwerkopslag/ transport
7. Datacenters
Zorg, welzijn en opleiden
Deze activiteiten gebeuren soms via een overheidsopdracht en soms kan er een subsidie voor worden aangevraagd. Ook is er soms een vergunning voor nodig vanuit de Omgevingswet.
1. Het aanbieden van zorg (inclusief aanbieden van zorgwoningen)
2. Re-integratie-activiteiten
3. Het aanbieden van particuliere schoolactiviteiten
4. Religieuze instellingen
Duurzaamheid en transitie
Voor deze activiteiten is soms een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Ook kan er soms een subsidie voor worden aangevraagd.
1. Energieproductie (inclusief (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, enzovoort)
2. Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (in verband met onder andere stikstof)
Hoe zijn de risicoactiviteiten bepaald?
In de lijst met risicoactiviteiten staan de volgende activiteiten:
- •
Activiteiten die onder de Wet Bibob vallen, zoals activiteiten waar een alcoholwetvergunning voor nodig is of sommige milieu- of bouwactiviteiten. Sinds 2013 vallen ook vastgoedtransacties onder de Wet Bibob, en sinds 2022 ook (zorg)aanbestedingen. Deze activiteiten vallen onder de Wet Bibob omdat bij deze activiteiten volgens de overheid een verhoogd risico is op criminaliteit. De overheid maakt hiervoor gebruik van een onderzoek van criminoloog/emeritus hoogleraar Cyrille Fijnaut (hierna: Fijnaut) (zie ook ‘Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob’).
- •
Activiteiten waarvoor in de gemeente Nunspeet een vergunning nodig is. Gemeenten mogen ervoor kiezen om voor sommige activiteiten een vergunning verplicht te maken (vergunningplicht voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning). De gemeente heeft besloten dat er een vergunning nodig is voor die activiteiten om problemen zoals overlast of onveilige situaties aan te pakken.
- •
Activiteiten waar de gemeente negatieve ervaringen mee heeft. Denk bijvoorbeeld aan problemen met sommige zorgbureaus (zorgfraude), uitzendbureaus of duurzaamheidsprojecten. De gemeente kan ook activiteiten die heel veel voorkomen in een gebied toevoegen aan de lijst.
De overheid heeft er bewust voor gekozen om geen definitieve lijst met risicoactiviteiten te maken, maar gemeenten de vrijheid te geven om zelf activiteiten toe te voegen. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen als uit onderzoek blijkt dat ook andere branches in hun gemeente een verhoogd risico hebben op criminaliteit. Met een definitieve lijst zou ook het risico bestaan dat criminelen overstappen naar andere branches die buiten de Wet Bibob vallen.
Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob
Voor het bepalen van de risicoactiviteiten heeft de overheid het onderzoek van Fijnaut gebruikt5. Fijnaut heeft vier criteria omschreven waarmee je kunt bepalen of een branche een verhoogd risico heeft op criminaliteit:
1. Zijn criminelen goed bekend met de branche?
2. Is het makkelijk om als bedrijf onderdeel te worden van de branche?
3. Is er veel concurrentie tussen kleine bedrijven waarin veel contant geld aanwezig is?
4. Heeft de branche vage, ingewikkelde en soms tegenstrijdige regels?
Op basis van deze criteria heeft de overheid eerst alleen de volgende branches onder de Wet Bibob laten vallen: horeca, bouwsector, autobranche, textielindustrie, de afvalverwerkingsbranche, de transportsector, prostitutie- en seksbedrijven en de goksector. Later heeft de overheid daar de volgende branches aan toegevoegd: coffeeshops, bedrijven die drugs of andere stoffen die onder de Opiumwet vallen produceren of verhandelen en de ICT-sector6.
In 2010 voegde de overheid daar nog de volgende branches aan toe: uitzendbranche, evenementenbranche, belwinkels, headshops, kansspelautomatenbranche en de vastgoedsector. De reden hiervoor was het onderzoek voor de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob in 2010. Later voegde de overheid nog de vuurwerksector en kamerverhuur toe7. Ook voegde het sommige niet-vergunningplichtige sectoren als belwinkels, massagesalons en avondkappers toe8. Deze sectoren hebben het risico gebruikt te worden voor het witwassen van geld, ontduiken van belasting en andere soorten van criminaliteit. Dit komt deels doordat er veel contant geld aanwezig is en het makkelijk is om onderdeel te worden van de branche (Fijnaut-criteria 2 en 3).
Uit onderzoek blijkt verder dat criminele organisaties in Nederland aanwezig zijn in de horecabranche, groothandel en detailhandel (zoals de import en export van fruit), de vastgoedsector, de prostitutie, de transportsector en de verhuur van motorvoertuigen9. Daarom zijn ook die branches opgenomen in de lijst met risicoactiviteiten.
Wanneer voert de gemeente een Bibob-onderzoek uit bij deze risicoactiviteiten?
De gemeente kan alleen een Bibob-onderzoek doen bij publiekrechtelijke beschikkingen (zoals vergunningen of subsidies) of privaatrechtelijke transacties (zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties).
Voor onderstaande activiteiten is niet altijd een vergunning nodig. Als er geen vergunning nodig is voor een activiteit, kan de gemeente de Wet Bibob niet direct uitvoeren. Wel kan het zijn dat de gemeente nog andere beslissingen moet nemen om die activiteit mogelijk te maken, zoals een omgevingsvergunning geven of een vastgoedtransactie sluiten. Als dat zo is, kan de gemeente de Wet Bibob toch nog uitvoeren.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. Anders kan het lastig zijn om een beslissing terug te draaien, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Ook geeft dit de betrokkene die de activiteit wil uitvoeren snel duidelijkheid.
De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo klein mogelijk te houden. Toch moet de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek doen bij een betrokkene.
Voorbeelden hoe de gemeente de Wet Bibob uitvoert bij risicoactiviteiten
Voorbeeld 1:
Bij de gemeente komt een ondernemer die een nagelstudio wil beginnen. Nagelstudio’s vallen onder de risicoactiviteiten, dus de gemeente wil hier een Bibob-onderzoek voor doen. Maar omdat er geen vergunning nodig is voor een nagelstudio, kan de gemeente het Bibob-onderzoek nu niet doen.
De ondernemer zegt dat hij voor de nagelstudio een gebouw van de gemeente wil huren. Dit is een vastgoedtransactie, dus daarvoor kan de gemeente wel een Bibob-onderzoek doen. Zo kan de gemeente het Bibob-onderzoek dus indirect toch uitvoeren voor de nagelstudio.
Als de ondernemer de nagelstudio wilde starten in een gebouw dat niet van de gemeente is, kan de gemeente geen Bibob-onderzoek doen. Huurcontracten met particulieren vallen namelijk niet onder de Wet Bibob.
Voorbeeld 2:
Een ondernemer meldt zich bij de gemeente met een plan om een zorgboerderij te starten. Het gebouw dat de ondernemer hiervoor wil gebruiken is van de gemeente. Dit gebouw is nu nog niet geschikt en heeft een andere functie in het omgevingsplan. De ondernemer wil het gebouw duurzaam verbouwen. Zij vraagt daarvoor duurzaamheidssubsidie aan bij de gemeente.
Het aanbieden van zorg is een risicoactiviteit. Daarom wil de gemeente hiervoor een Bibob-onderzoek uitvoeren. De gemeente heeft daar verschillende mogelijkheden voor, want voor alle activiteiten hieronder kan de gemeente een Bibob-onderzoek starten:
- De ondernemer vraagt een vergunning aan voor een omgevingsplanactiviteit.
- Er komt een vastgoedtransactie want de ondernemer huurt het gebouw van de gemeente.
- De ondernemer vraagt om een wijziging van het omgevingsplan.
- De ondernemer vraag duurzaamheidssubsidie aan.
- Voor de zorgactiviteiten koopt de gemeente zorg in bij deze aanbieder.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. De eerste stap is waarschijnlijk het sluiten van een huurcontract (vastgoedtransactie), of het veranderen van het omgevingsplan. De gemeente kan het beste al meteen bij die eerste stap het Bibob-onderzoek doen. Zo voorkomt de gemeente dat in een latere stap blijkt dat de ondernemer niet integer is en dan al van alles is geregeld voor de zorgboerderij.
Bijlage 2: Risicogebieden
In deze bijlage vindt u de gebieden die volgens de gemeente Nunspeet een risicogebied zijn. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwe bedrijventerreinen, gebieden die opgeknapt worden en gebieden waarvan de gemeente vermoedt dat er criminele activiteiten gebeuren. De gemeente vindt het nodig om een Bibob-onderzoek te doen voor activiteiten binnen die gebieden.
De gemeente mag niet voor alle activiteiten binnen deze gebieden een Bibob-onderzoek doen. De gemeente mag zo’n onderzoek alleen doen als de activiteit onder de Wet Bibob valt. Dat is als er een vergunning nodig is voor de activiteit, als het om een vastgoedtransactie gaat of een overheidsopdracht.
Aangewezen risicogebieden:
Op dit moment is er door de gemeente geen specifiek gebied aangewezen als risicogebied. Indien nodig, kan dit in de toekomst gewijzigd worden.
Noot
8Zie: consultatieversie van de memorie van toelichting bij de wetswijziging Evaluatie- en Uitbreidingswet (januari 2010)
Noot
9Zie de studies van Ferwerda en Unger (2015) en Kruisbergen, Kleemans en Kouwenberg (2015), Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit 2014. Zij onderzochten in welke branches veel crimineel geld wordt geïnvesteerd door te kijken naar Nederlandse strafzaken. Zie ook: Essen en Maan (2022), Criminele inmenging in het mkb: casusonderzoek naar de faciliterende rol van bonafide ondernemingen in het criminele bedrijfsproces.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl