Regeling vervalt per 01-09-2026

Mandaatbesluit Omgevingsdienst Rivierenland – gemeente Buren

Geldend van 19-02-2026 t/m 31-08-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2024

Intitulé

Mandaatbesluit Omgevingsdienst Rivierenland – gemeente Buren

Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Buren, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

gelet op de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

overwegende,

dat per 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden;

dat in deze mandaatregeling de publiekrechtelijke bevoegdheden aan de directeur van de Omgevingsdienst Rivierenland worden toegekend om hem in staat te stellen deze taken rechtmatig uit te voeren;

besluiten:

met terugwerkende kracht per 1 januari 2024 vast te stellen het Mandaatbesluit Omgevingsdienst Rivierenland – gemeente Buren.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders en of de burgemeester van de gemeente Buren;

  • b.

    Directeur: de directeur van de omgevingsdienst, bedoeld in artikel 25 van de gemeenschappelijke regeling;

  • c.

    Gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke regeling omgevingsdienst Rivierenland;

  • d.

    Lijst van bevoegdheden: het als bijlage bij dit mandaatbesluit behorende overzicht, waarop het bestuursorgaan heeft aangekruist welke (categorieën van) bevoegdheden zijn gemandateerd. Deze lijst met bevoegdheden wordt met dit mandaatbesluit als bijlage vastgesteld;

  • e.

    Machtiging: de bevoegdheid om namens het bevoegde gezag feitelijke handelingen te verrichten die niet vallen onder de definitie van mandaat als bedoeld in sub f van dit artikel of volmacht als bedoeld in sub j van dit artikel;

  • f.

    Mandaat: de bevoegdheid om namens het bevoegde gezag besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb te nemen, alsmede de noodzakelijke feitelijke handelingen in het kader van de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering daarvan te verrichten;

  • g.

    Omgevingsdienst: omgevingsdienst Rivierenland;

  • h.

    Ondermandaat: de figuur dat de gemandateerde op zijn beurt mandaat verleent aan een ander;

  • i.

    Plaatsvervangend directeur: degene die op grond van Vervangingsregeling voor directeur, adjunct-directeuren en coördinatoren 2023 is aangewezen om de directeur te vervangen bij diens verhindering of ontstentenis;

  • j.

    Volmacht: de bevoegdheid om namens het bevoegde gezag privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, alsmede de noodzakelijke feitelijke handelingen in het kader van de voorbereiding en uitvoering daarvan te verrichten.

Artikel 2 Schakelbepaling

  • 1.

    Hetgeen in dit besluit is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op volmacht en machtiging, tenzij de aard van de desbetreffende bevoegdheid zich hiertegen verzet.

  • 2.

    Op bij afzonderlijk besluit door het bevoegde bestuursorgaan aan de directeur verleende mandaten, volmachten en machtigingen is het bepaalde in dit besluit van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3 Gemandateerde bevoegdheden

  • 1.

    Het bestuursorgaan verleent, voor zover het bevoegd is, mandaat aan de directeur tot het uitoefenen van de (categorieën van) bevoegdheden in de lijst van bevoegdheden. Deze lijst van bevoegdheden wordt, als bijlage, met dit mandaatbesluit vastgesteld.

  • 2.

    In het kader van de uitoefening van een gemandateerde bevoegdheid als bedoeld in lid 1, is de directeur tevens bevoegd tot het verrichten van de daartoe noodzakelijke feitelijke handelingen.

  • 3.

    De directeur stemt in met de gemandateerde bevoegdheden. Instemming geschiedt schriftelijk.

Artikel 4 Ondermandaat en vervanging

  • 1.

    De directeur kan ter uitoefening van een aan hem gemandateerde bevoegdheid ondermandaat verlenen aan degenen die werkzaam zijn onder zijn verantwoordelijkheid of, indien door het bestuursorgaan toegestaan, aan derden. In dat laatste geval dient degene aan wie ondermandaat is verleend, alsmede degene onder wiens verantwoordelijkheid hij werkzaam is, schriftelijk met de verlening van het ondermandaat in te stemmen.

  • 2.

    Op het ondermandaat zijn de bepalingen van dit besluit, met uitzondering van het vorige lid, van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    In de gevallen waarin de plaatsvervangend directeur de directeur vervangt wegens verhindering of ontstentenis, beschikt deze krachtens dit besluit over dezelfde bevoegdheden als de directeur.

Artikel 5 Voorschriften, instructies en begrenzing

  • 1.

    De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van de ter zake voor het bestuursorgaan geldende wettelijke regelingen en beleidsregels.

  • 2.

    Het bestuursorgaan kan de directeur algemene instructies en instructies per geval geven omtrent de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. Indien sprake is van ondermandatering, is de directeur gehouden deze instructies onverwijld aan de betreffende ondergemandateerden door te geven, onverminderd de bevoegdheid van het bestuursorgaan dit zelf te doen.

  • 3.

    Voorzover de algemene instructies niet in dit besluit zijn opgenomen, worden deze op schrift gesteld in een afzonderlijke mandaatinstructie.

  • 4.

    Indien instructies per geval worden gegeven, geschiedt dit schriftelijk en op een zodanig tijdstip dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.

  • 5.

    De volgende algemene instructies gelden voor de directeur:

    • a.

      De directeur mag geen gebruik maken van het mandaat als te verwachten is dat het bestuursorgaan of de portefeuillehouder door de raad of door raadsleden op zijn verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit zal worden aangesproken. Om dit te bepalen, dient tijdig overleg plaats te vinden tussen het bestuursorgaan en de directeur;

    • b.

      De directeur mag enkel van het mandaat gebruik maken, indien het bestuursorgaan de gemandateerde bevoegdheid als af te nemen product in de dienstverleningsovereenkomst, werkprogramma en/of maat- en meerwerkopdracht heeft opgenomen;

    • c.

      Indien een besluit op bezwaar betreft, is geen mandaat verleend aan de functie die het primaire besluit heeft genomen.

  • 6.

    De omvang van de door het bestuursorgaan aan de directeur verleende mandaten kan ook anderszins begrensd worden dan bepaald in het vorige lid. Dit geschiedt door vermelding in het betreffende mandaat in de kolom aangeduid met ‘begrenzing’.

  • 7.

    Bij politiek gevoelige zaken dient eerst contact opgenomen te worden met de portefeuillehouder.

Artikel 6 Informatieverstrekking

  • 1.

    De directeur draagt ervoor zorg dat het bestuursorgaan tijdig in kennis wordt gesteld van krachtens mandaat te nemen besluiten, waarvan moet worden aangenomen dat kennisneming door het bestuursorgaan gewenst is. Hier is in ieder geval sprake van indien:

    • a.

      de maatschappelijke, beleidsmatige, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven;

    • b.

      advies nodig is van anderen dan de omgevingsdienst of onder hem ressorterende medewerkers, en het advies niet aansluit op het eigen standpunt van de omgevingsdienst dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt.

      In dat geval lichten partijen elkaar over en weer op een zodanig tijdstip in dat de inachtneming of tijdige verdaging van beslistermijnen gewaarborgd wordt.

  • 2.

    Het niet-voldoen aan de in het vorige lid genoemde verplichting doet niet af aan de rechtsgeldigheid van een krachtens mandaat genomen besluit.

  • 3.

    Inlichtingen kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden gegeven.

Artikel 7 Ondertekening

  • 1.

    Bij de uitoefening van een mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: “Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren, [naam directeur], directeur omgevingsdienst Rivierenland ”.

  • 2.

    Ingeval van uitoefening van ondermandaat worden uitgaande stukken overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ondertekend, met dien verstande dat de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de ondergemandateerde in de plaats van de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de directeur worden geplaatst.

Artikel 8 Inwerkingtreding en uitwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en met terugwerkende kracht tot 1 januari 2024.

  • 2.

    Met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit worden alle eerder genomen besluiten waarin algemeen mandaat is verleend aan de directeur ingetrokken.

  • 3.

    Dit besluit geldt tot 1 september 2026, waarna een herziening plaatsvindt.

Artikel 9 Overdracht 

Met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit worden alle eerder genomen besluiten waarin algemeen mandaat wordt verleend aan de directeur ingetrokken. Met dien verstande dat besluiten door de directeur namens het college van Burgermeester en Wethouders en/of de Burgermeester van de gemeente Buren genomen besluiten op basis van eerdere mandaatbesluiten van kracht blijven.

Artikel 10 Citeerwijze

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit ODR 2024.

Ondertekening

Aldus besloten op 2 september 2025 te Maurik

Burgemeester en wethouders van gemeente Buren,

de secretaris, H. Verhoef

de burgemeester, H.M. Ostendorp

Burgemeester van Buren,

De burgemeester, H.M. Ostendorp

Bijlage 1 Lijst van bevoegdheden - Algemene wet bestuursrecht, Omgevingswet en overige bijzondere wetten

Artikel 1 Besluitbevoegdheden

In onderstaand overzicht is met een ‘X’ in de kolom ‘Mandaat’ aangegeven welke bevoegdheden het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren heeft gemandateerd aan de directeur van de Omgevingsdienst Rivierenland, waarbij een ‘X’ betekent dat de betreffende bevoegdheid is gemandateerd. In de kolom ‘begrenzing’ is, indien van toepassing, vermeld tot welke omvang de gemandateerde bevoegdheid is begrensd.

Nr.

Algemene omschrijving te mandateren bevoegdheid

Nadere toelichting

Grondslag

Mandaat

Begrenzing

  • 1.

Beslissen op aanvragen omgevingsvergunning, het opleggen van maatwerkvoorschriften, het opleggen van gedoogplichten, het nemen van een beschikking gelijkwaardige maatregel, het geven van advies met instemming, het nemen van een besluit bijzondere omstandigheden, en het reageren op een melding. Het aangaan van de overeenkomst ten aanzien van de nadeelcompensatie.

Ook is gemandateerd de bevoegdheid tot het doen/nemen van eventueel benodigde procedurele handelingen en besluiten, zoals het maken van een passende beoordeling.

Hieronder moet ook onder meer het intrekken, wijzigen, reviseren of actualiseren van de betreffende besluiten worden verstaan.

Onder een besluit bijzondere omstandigheden wordt verstaan: besluiten op grond van hoofdstuk 2 en 19 van de Ow.

Hoofdstuk 2, 4, 5, 10, 16, 17 en 19 Ow

X

Met uitzondering van het publiceren ervan

  • 2.

Het nemen van besluiten of het verrichten van handelingen op grond van of krachtens de Algemene wet bestuursrecht, voor zover die nodig zijn voor het uitoefenen van een bevoegdheid op grond van elders in dit mandaatbesluit gemandateerde bevoegdheden.

 
 

X

 
  • 3.

Beslissen op het aangaan van een overeenkomst bij een omgevingsvergunning die afwijkt van het omgevingsplan, tenzij het gaat om beslissen op een verzoek om nadeelcompensatie.

 

Titel 4.5 Awb en afd. 15.1 Ow

X

 
  • 4.

Bestuursrechtelijke handhavingstaak: a. het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Ow, met inbegrip van het verzamelen en registreren van gegevens die hiervoor van belang zijn. Hieronder valt ook de bevoegdheid tot het aanwijzen van toezichthouders. b. het behandelen van klachten over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Ow, en c. het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie en/of herstelmaatregelen vanwege enig handelen of nalaten in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Ow alsmede het invorderen van een verbeurde dwangsom.

Ook is gemandateerd de bevoegdheid tot het doen/nemen van eventueel benodigde procedurele handelingen en besluiten, zoals het onderzoeken van een veiligheidsrapport.

Dit betreft zowel het toezicht op vergunningvoorschriften als toezicht op informatie- en meldingsplichten en algemene regels.

Art. 125 Gemeentewet jo art. 18.1 Ow (en overige artikelen in afd. 18.1 Ow) en Awb (o.a. art, 5:20 lid 3, 5.7a en 5.33a Awb)

X

 
  • 5.

Besluiten tot het namens de gemeente of het gemeentebestuur voeren van een bezwaarprocedure, een rechtsgeding of een administratief beroepsprocedure, of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten. Met uitzondering van het besluiten op bezwaar, beroep en hoger beroep en eventuele voorlopige voorzieningszaken inzake aanvragen als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming.

 

Art. 160 lid 1 onder e en f Gemeentewet en art. 5.1 lid 1 onder a Ow.

X

 
  • 6.

Het nemen van besluiten op grond van of krachtens de Wet milieubeheer.

 
 

X

 
  • 7.

Het nemen van besluiten op grond van of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

 
 

X

 
  • 8.

Het nemen van besluiten en het uitvoeren van het eigen onderzoek op grond van of krachtens de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

 
 

X

 
  • 9.

Het nemen van besluiten op grond van of krachtens de Wet open overheid.

 
 

X

 
  • 10.

Het nemen van besluiten op grond van of krachtens de Wet BAG.

 
 

X

 
  • 11.

Het nemen van besluiten op grond van of krachtens de Huisvestingswet.

 
 
 
 
  • 12.

Het nemen van besluiten op grond van of krachtens de Leegstandswet.

 
 

X

 
  • 13.

het besluiten op bezwaar, beroep en hoger beroep en eventuele voorlopige voorzieningszaken inzake aanvragen als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Het afdoen van verzoeken van rechten van betrokkene.

Art. 15 t/m 21 Algemene verordening gegevensbescherming.

X