Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757319
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757319/1
Verordening van de raad van de gemeente Hengelo houdende bepalingen over fractieondersteuning 2026
Geldend van 21-02-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening van de raad van de gemeente Hengelo houdende bepalingen over fractieondersteuning 2026De raad van de gemeente Hengelo;
Gelezen het voorstel van het presidium van 26 januari 2026;
Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;
Besluit de volgende verordening vast te stellen:
Verordening van de raad van de gemeente Hengelo houdende bepalingen over fractieondersteuning 2026
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- •
fractie: de leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij aanvang van de zitting van de raad als één fractie beschouwd. Is onder een lijst nummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als afzonderlijke fractie beschouwd.
- •
lid: een afgesplitst raadslid dat alleen verder gaat nadat hij daarvan schriftelijk mededeling heeft gedaan aan de voorzitter van de raad, wordt vanaf de eerstvolgende politieke markt of raadsvergadering aangeduid met ‘lid… gevolgd door de achternaam’
- •
groep: meerdere afgesplitste raadsleden die samen verder gaan nadat zij daarvan schriftelijk mededeling hebben gedaan aan de voorzitter van de raad, worden vanaf de eerstvolgende politieke markt of raadsvergadering aangeduid met ‘groep… gevolgd door de achternaam van één van de raadsleden’.
- •
wet: Gemeentewet
Paragraaf 2 Fractieondersteuning
Artikel 2 Recht op financiële bijdrage
-
1 De raad verstrekt een fractie jaarlijks een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie.
-
2 De financiële bijdrage bestaat uit een basisbedrag en een variabel deel per raadszetel die tot elkaar in verhouding staan als 3 staat tot 1.
-
3 In afwijking van het eerste lid verstrekt de raad in een jaar waarin raadsleden aftreden op grond van artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet aan een fractie een financiële bijdrage tot en met de maand maart en een financiële bijdrage voor de periode omvattende de resterende maanden. Deze financiële bijdragen bestaan uit 1/12e deel van de bedragen, bedoeld in het tweede lid, vermenigvuldigd met het aantal maanden dat de periode omvat.
Artikel 3 Besteding financiële bijdrage
-
1 Een fractie besteedt de financiële bijdrage uitsluitend om de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de fractie te versterken.
-
2 De financiële bijdrage mag in ieder geval niet gebruikt worden ter bekostiging van:
- a
uitgaven die in strijd zijn met enige wettelijke bepaling;
- b
betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst;
- c
giften, leningen, beleggingen en voorschotten;
- d
uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege;
- e
uitgaven in verband met verkiezingsactiviteiten;
- f
de kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raads- of commissielid, voor zover deze door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd.
- a
Artikel 4 Voorschot financiële bijdrage
-
1. Een fractie wordt jaarlijks vóór 31 januari een voorschot verleend ter hoogte van de financiële bijdrage voor het betreffende kalenderjaar.
-
2. Jaarlijks vóór 31 januari worden door de griffier de formats voor de Eindafrekening van het afgelopen kalenderjaar aan de fractievoorzitters toegestuurd.
Artikel 5 Tijdstip verlenen voorschot na aftreden wegens verkiezingen
In een jaar waarin de raadsleden aftreden na reguliere raadsverkiezingen of op grond van artikel 56d of 56e van de wet Algemene regels herindeling wordt, in afwijking van artikel 4, een fractie voorschot verleend voor de periode tot en met de maand maart en een voorschot voor de periode omvattende de resterende maanden. Het eerste voorschot wordt vóór 31 januari van dat jaar verstrekt; het tweede voorschot vóór het eind van de maand april.
Artikel 6 Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie
-
1 Als één raadslid van een fractie als zelfstandig lid gaat optreden, of als meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige groep gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt uitsluitend het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage toebedeeld aan het zelfstandig lid in de raad, dan wel aan de zelfstandige groep in de raad of aan de fractie waarbij aangesloten wordt.
-
2 Als zich een situatie als bedoeld in het eerste lid voordoet worden de verleende voorschotten onverwijld bijgesteld overeenkomstig de uit het eerste lid voortvloeiende verdeling.
-
3 Als een fractie, lid of groep tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage met ingang van de maand volgend op de maand waarin de fractie, lid of groep hiervan kennisgeving heeft gedaan.
-
4 Als een fractie als gevolg van verkiezingen ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage met ingang van de datum dat de raad in de nieuwe samenstelling aantreedt.
Artikel 7 Reserve
-
1 De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de financiële bijdrage toekomend aan een fractie voor het kunnen verlenen van een aanvullende financiële bijdrage aan die fractie in volgende jaren.
-
2 Een reserve is niet groter dan 25% van de financiële bijdrage die de fractie, lid of groep in het voorgaande kalenderjaar toekwam op grond van artikel 4.
-
3 Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve komt tot uitdrukking in de afrekening over dat jaar.
-
4 Een reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.
-
5 Indien als gevolg van het niet volledig uitgeven van de verleende bijdrage(n) sprake is van een hogere reserve als bedoeld in lid 2 is de fractie, lid of groep verplicht het meerdere terug te storten in de gemeentekas.
Artikel 8 Administratieve verplichtingen
-
1 Een fractie, lid of groep voert een financiële administratie op basis van het kasstelsel. Deze administratie wordt op een zodanige wijze gevoerd dat deze steeds een volledig en juist inzicht geeft in alle bezittingen en schulden, verplichtingen, reserves, baten en lasten, alsmede overige gegevens die voor de financiële verantwoording van belang zijn.
-
2 Andere inkomensbronnen dan de financiële bijdrage worden afzonderlijk geadministreerd.
-
3 De administratie wordt zodanig ingericht dat op eerste aanvraag van de raad nadere informatie kan worden gegeven en bescheiden of bewijsstukken met betrekking tot de uitgaven kunnen worden overgelegd.
-
4 Bij uitgaven worden de onderliggende bescheiden door ten minste twee personen geautoriseerd.
Artikel 9 Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage
-
1 Een fractie, lid of groep legt uiterlijk drie maanden na het einde van een kalenderjaar aan de raad verantwoording af over de besteding van de financiële bijdrage gedurende het vorige kalenderjaar, onder overlegging van een aanbiedingsbrief en met gebruikmaking van de formats als bedoeld in artikel 4, lid 4. De verantwoordingen en de aanbiedingsbrief liggen vanaf het moment van indiening voor alle leden van de raad ter inzage bij de griffier.
-
2 De raad stelt na controle van de ingediende stukken de hoogte vast van:
- a
de financiële bijdrage;
- b
het te verrekenen verschil tussen de vastgestelde financiële bijdrage en het ontvangen voorschot;
- c
de wijziging van de reserve, en
- d
de resterende reserve.
- a
-
3. De griffier en de leden van de werkgroep accountancy toetsen of de ingediende verantwoordingen voldoen aan het bepaalde in deze regeling. Eventuele opmerkingen brengen zij in eerste instantie ter kennis van de betreffende fractie, lid of groep die de gelegenheid krijgt hierop te reageren.
-
4. De in lid 3 bedoelde werkgroep accountancy rapporteert over zijn bevindingen aan de gemeenteraad. Vanaf dat moment zijn de ingediende verantwoordingen en de verslagen openbaar.
-
5. Wanneer niet uiterlijk drie maanden na het einde van het kalenderjaar verantwoording is ingediend doet de voorzitter daarvan mededeling aan de gemeenteraad.
-
6. De fracties die niet binnen drie maanden na het einde van het kalenderjaar hun verantwoording hebben ingediend, zijn verplicht om het basisbedrag van het in januari verstrekte voorschot als bedoeld in artikel 4, eerste lid, terug te storten naar de gemeente. Zij ontvangen daartoe een factuur.
Paragraaf 3 Slotbepalingen
Artikel 10 Intrekking oude verordening en overgangsrecht
-
1 De verordening fractieondersteuning 2019 wordt ingetrokken.
-
2 De verordening fractieondersteuning 2019 blijft van toepassing ten aanzien van de op basis van die verordening verleende financiële bijdragen en de verantwoording, controle, vaststelling en afrekening van die financiële bijdragen.
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
-
2 Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fractieondersteuning gemeente Hengelo.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 februari 2026,
De griffier,
De voorzitter,
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Begripsbepalingen.
De begrippen ‘fractie’, ‘lid’ en ‘groep’ zijn met name nader gedefinieerd en overgenomen uit het ‘Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en van de Politieke markt van de gemeente Hengelo’, raadsbesluit 4 april 2017, nr. 2093670. Dit in verband met de gevolgen die de raad ook in financieel opzicht wil verbinden aan het afsplitsen van raadsleden van fracties. Zie in het bijzonder artikel 6 van deze verordening.
Artikel 2. Recht op financiële bijdrage
- •
Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte van het totale budget voor fractieondersteuning wordt door de raad in de gemeentebegroting opgenomen.
- •
De fractieondersteuning bestaat uit een basisbedrag per fractie en een variabel deel per raadszetel (tweede lid). Het basisbedrag garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op een gelijkwaardig basisniveau te laten ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben is het logisch dat zij via het variabele deel een hogere financiële bijdrage krijgen.
- •
De bijdrage wordt in de meeste jaren voor dat kalenderjaar verstrekt (eerste lid). Ook na een gemeentelijke herindeling waarbij de nieuwe raad vanaf 1 januari aantreedt, zal de bijdrage voor een kalenderjaar verstrekt worden (op basis van een door de nieuwe raad vastgestelde verordening). De herindelingsverkiezingen zijn dan in november van het jaar daarvóór geweest.
- •
Het derde lid geeft een afwijkende regeling voor de jaren dat de oude raad na reguliere verkiezingen aftreedt. Dat is altijd met ingang van de donderdag tussen 23 en 29 maart (artikel C 4 van de Kieswet). Op die dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de wet). Ook na herindelingsverkiezingen wordt de zittingsduur van de raad in bepaalde gevallen zodanig aangepast dat de leden gelijktijdig aftreden met raden van andere gemeenten die na reguliere verkiezingen aangetreden zijn (zie artikelen 56d en 56e van de Wet algemene regels herindeling).
- •
De financiële bijdrage voor fractieondersteuning voldoet aan de definitie van subsidie van artikel 4:21 van de Awb. Het verdient aanbeveling om de Algemene subsidieverordening (indien van kracht) in de gemeente uitdrukkelijk niet van toepassing te verklaren op de bijdrage voor fractieondersteuning. Het verantwoordingsregime in de Algemene subsidieverordening is namelijk wezenlijk anders dan het regime voor het vaststellen en verantwoorden van de bijdrage voor fractieondersteuning.
Artikel 3. Besteding financiële bijdrage
- •
Voor wat betreft de inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning worden de fracties grotendeels vrijgelaten. Minimumvoorwaarde is wel dat ze de financiële bijdrage besteden om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol te versterken. Daarnaast is in het tweede lid een aantal doelen genoemd waarvoor de financiële bijdrage voor fractieondersteuning in ieder geval niet gebruikt mag worden. Deze opsomming is niet limitatief.
- •
In het bijzonder wordt benadrukt dat voor de financiering van verkiezingscampagnes van overheidswege een afzonderlijke regeling bestaat: de Wet financiering politieke partijen voor wat betreft de landelijke politieke partijen. Daarnaast hebben sommige gemeenten voor de lokale partijen een subsidieregeling. Het is dan ook niet toegestaan om met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning verkiezingscampagnes te financieren, zie het tweede lid onder e. Verder is het niet de bedoeling dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk aanvullen met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning en dat ook contributies aan politieke partijen of met politieke partijen gelieerde organisaties, zoals een bestuurdersvereniging, via de fractieondersteuning kunnen worden gefinancierd (onder b). Een lidmaatschap van een dergelijk orgaan is immers een individuele aangelegenheid van een raadslid en niet van de betreffende gemeenteraadsfractie.
- •
Bij (andere) uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege (onder d) kan onder andere gedacht worden aan bepaalde reis- en verblijfkosten, kosten voor een (buitenlandse) excursie of reis, kosten voor scholing en de kosten voor een computer. Deze komen voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 3.3.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale ambtsdragers het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet.
- •
De kosten voor het lidmaatschap van een beroepsvereniging kunnen ook via deze verordening fractieondersteuning worden gedeclareerd. Een beroepsvereniging is een voor iedere ambtsdrager van die beroepsgroep toegankelijke, landelijk georganiseerde beroepsvereniging, die blijkens haar statuten de deskundigheidsbevordering en/of belangenbehartiging van de functie van die beroepsgroep ten doel heeft of mede ten doel heeft.
- •
Lid f: Algemene opleidingen die aan alle raadsleden en fractievertegenwoordigers worden aangeboden en die in de regel worden georganiseerd door de griffie, worden bekostigd uit de gemeentelijke bedrijfsvoering (artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale ambtsdragers d.d. 15 oktober 2018 en de verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019). Deze cursussen worden veelal verzorgd door politiek neutrale instituten. Als raadsleden er voor zouden kiezen om een zelfde opleiding als aangeboden vanuit de griffie elders te volgen, dan mag die niet bekostigd worden uit de financiële bijdrage voor fractieondersteuning.
Alle andere niet- partijpolitieke scholing waarvan de fractie kan motiveren dat het scholing is dat bijdraagt aan een goede vervulling van de functie van raadslid of fractievertegenwoordiger, kan uit het budget fractieondersteuning worden bekostigd. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld cursussen die door de gemeente Hengelo worden aangeboden via het instituut Twentse Kracht: deze vallen niet onder algemene opleidingen die door de griffie worden georganiseerd en deze vallen qua bekostiging dan ook niet onder de gemeentelijke bedrijfsvoering. Raadsleden die een cursus willen volgen van de Twentse Kracht dienen dit ook te bekostigen uit het budget fractievergoeding. Maar ook cursussen met een niet- partij politieke inhoud, die wel via de politieke partij worden aangeboden, kunnen via het budget fractieondersteuning worden bekostigd. Partijpolitieke scholing echter dient het raadslid of fractievertegenwoordiger ‘uit eigen zak’ te betalen.
- •
Relatie tussen de bestedingen o.g.v. deze verordening en besteding van de maandelijkse onkostenvergoeding van Raadsleden als opgenomen in het Rechtsbesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Raadsleden maken kosten voor het raadswerk. Vanaf de dag van beëdiging ontvangen zij een vaste maandelijkse netto onkostenvergoeding. Een raadslid kan de onkostenvergoeding niet weigeren. De maandelijkse onkostenvergoeding is door de invoering van de werkkostenregeling een maandelijks netto vergoeding geworden. De gemeente is verplicht de onkostenvergoeding over te maken op het bankrekeningnummer van het raadslid. Het raadslid mag zelf mag (een deel) van de onkostenvergoeding afdragen aan de politieke partij. De hoogte van de vergoeding is onafhankelijk van de grootte van de gemeente. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt jaarlijks per 1 januari de onkostenvergoeding. Elk jaar wordt de onkostenvergoeding en wordt deze aangepast aan de consumentenprijsindex (CPI). Gemeenten worden hierover medio december per circulaire geïnformeerd.
In het per 1 januari 2019 in werking getreden rechtspositiebesluit Decentrale Politieke ambtsdragers is het volgende opgenomen:
Raadsleden ontvangen een maandelijkse onkostenvergoeding voor voorzieningen die niet zuiver functioneel zijn, noch zuiver privé. Het raadslid kan deze kosten betalen uit de onkostenvergoeding op grond van artikel 3.1.6. (red: van het rechtspositiebesluit). Deze onkostenvergoeding betreft een vast bedrag per maand. Wanneer de uitgaven uitstijgen boven de vaste onkostenvergoeding kunnen deze niet alsnog worden gedeclareerd.
De vaste onkostenvergoeding is bedoeld voor in ieder geval de volgende kosten:
- •
Representatie;
- •
Vakliteratuur;
- •
Excursies (waarbij het niet gaat om excursies die voor de gehele gemeenteraad worden georganiseerd, maar om externe ‘buiten de gemeente’ excursies en werkbezoeken);
- •
Bureaukosten;
- •
Contributies, lidmaatschappen, zoals contributies van verenigingen en regionale beroepsverbanden (anders dan een algemeen toegankelijke landelijke beroepsvereniging voor raadsleden: daarvoor geldt dat deze wel vergoed kunnen worden via deze verordening fractieondersteuning);
- •
Ontvangsten thuis;
- •
Zakelijke giften.
- •
Artikel 4. Voorschot financiële bijdrage en 5. Tijdstip verlenen voorschot in verkiezingsjaar
- •
Deze artikelen regelen de ambtshalve verlening van voorschotten aan fracties ter hoogte van de overeenkomstig artikel 2 berekende voorwaardelijke aanspraak op de financiële bijdrage. In een jaar waarin de raadsleden naar aanleiding van verkiezingen tegelijkertijd aftreden wordt het voorschot in twee gedeelten gesplitst.
- •
Artikel 6. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie
- •
Als er mutaties plaatsvinden in zittende fracties is het wenselijk dat de financiële bijdrage aangepast wordt aan veranderde verhoudingen in de raad. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het vaste basisbedrag dat iedere fractie krijgt en het variabel deel per raadszetel. Het vaste deel is ook daadwerkelijk “vast”: de fractie behoudt dit deel van het budget ook al vindt er tussentijds een splitsing of afscheiding plaats. Uitsluitend het variabele deel van de fractievergoeding wordt overgeheveld naar een raadslid dat zelfstandig verder gaat als lid, of naar de groep als er meerdere raadsleden besluiten om samen zelfstandig verder te gaan, of als de afgesplitste raadsleden zich aansluiten bij een bestaande fractie. Dit geldt voor de gehele raadsperiode waarin deze omstandigheid zich voordoet.
- •
Met deze aanpassingen wordt voldaan aan de wens van de raad om de bepalingen van deze verordening op het punt van de gevolgen van het afsplitsen van raadsleden van fracties aan te laten sluiten op de bepalingen die we in het ‘Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en van de politieke markt van de gemeenten Hengelo’, raadsbesluit van 4 april 2017, nr. 2093670. hebben geformuleerd. Herberekening van de verleende voorschotten voor alle fracties is met deze regeling niet meer nodig, immers het vaste basisbedrag behoeft niet meer te worden aangepast. Alleen het variabele bedrag van de fracties waarvan wordt afgesplitst behoeft te worden her berekend, zie het tweede lid.
- •
Bij afsplitsing van een fractie zal het al eerder verleende voorschot voor wat betreft het variabele deel direct bijgesteld moeten worden (tweede lid). Als dat niet zou gebeuren zou de oorspronkelijke fractie over een te groot variabel voorschot beschikken. Na het kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is handiger dit direct recht te trekken.
- •
Het gestelde in lid 4 is alleen van toepassing op fracties, want een afscheiden lid danwel een groep houdt automatisch als gevolg van verkiezingen op te bestaan. En daarmee vervalt de aanspraak op een bijdrage ook.
- •
Artikel 7. Reserve
- •
Het deel van de financiële bijdrage waarop een fractie, lid of groep voorwaardelijk aanspraak maakt en dat niet wordt gebruikt, wordt door de raad gereserveerd voor gebruik door die fractie, lid of groep in de volgende jaren (eerste lid). Als er in die jaren verkiezingen plaatsvinden, dan wordt de reserve na verkiezingen beschikbaar gesteld aan de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel aan de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan of van een lid of groep kan worden beschouwd (vierde lid). Omdat het niet wenselijk is dat een reserve eindeloos groeit is hier wel een maximum aan verbonden (tweede lid).
- •
Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met mutaties in zittende fracties, lid of groep. De regeling van het vijfde lid voorziet in verdeling over de betrokken fracties, lid of groep naar evenredigheid van de resulterende zetelaantallen.
Artikel 8. Administratieve verplichtingen
- •
Om te zorgen dat aan het verslag waarmee een fractie, lid of groep de besteding van de financiële bijdrage verantwoordt (zie artikel 9) een deugdelijke administratie ten grondslag ligt worden aan het voeren van deze administratie enkele eisen gesteld in artikel 8.
Artikel 9. Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage
- •
Na controle van het door de fractie, lid of groep opgestelde verslag waarmee de besteding van de financiële bijdrage wordt verantwoord, stelt de raad de hoogte van de financiële bijdrage voor de betreffende fractie, lid of groep vast. Een verslag houdt in dat het lid, groep of fractie inhoudelijk beschrijft wat de gedane uitgave behelst en motiveert dat de uitgaven passen binnen de rollen die zijn geformuleerd in artikel3. Daarmee ontstaat een onvoorwaardelijke aanspraak op het vastgestelde bedrag. Omdat dit bedrag af kan wijken van het verstrekte voorschot – en er dus mogelijk een verrekening dient plaats te vinden – wordt tevens de hoogte van het te verrekenen verschil tussen de vastgestelde financiële bijdrage en het ontvangen voorschot vastgesteld. Als het verleende voorschot lager is dan de vastgestelde financiële bijdrage, dan wordt het resterende bedrag alsnog uitbetaald. Als het verleende voorschot hoger is dan de vastgestelde financiële bijdrage, dan kan het onverschuldigde bedrag in overeenstemming met artikel 4:57, eerste lid, van de Awb teruggevorderd worden. De beslissing tot terugvordering is – evenals het besluit waarmee de financiële bijdrage wordt vastgesteld – een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit.
- •
In artikel 9 is gekozen voor de controle van de bestedingen op basis van deze verordening door de raad zelf, te weten door de werkgroep accountancy , met ondersteuning van de griffier. Voorheen werd een accountant ingeschakeld: de kosten van deze controlewerkzaamheden staan echter niet in een goede verhouding tot het totale bedrag waarover de werkzaamheden zich uitstrekken. Goede ervaring is opgedaan met de werkwijze zoals in deze verordening is opgenomen. De benodigde transparantie in de verantwoording van deze bestedingen is ook met deze controle gewaarborgd.
- •
Voorts wordt vastgesteld de hoogte van de wijziging van de reserve en van de resterende reserve (deze kan voor één of beide uiteraard ook nul bedragen). Daarnaast wordt, indien van toepassing, de hoogte van de terugvordering van de ontvangen voorschotten vastgesteld.
- •
Gebleken is dat diverse fracties zich niet houden aan de termijn van het indienen van het verslag over het jaar, zoals is opgenomen in artikel 9 van de verordening. Daardoor ontstaat er vertraging in de afwikkeling van de Eindafrekening over dat betreffende jaar en dat doet geen recht aan de voorbeeldfunctie die de raad heeft als het gaat om de naleving van democratisch vastgestelde regels. Om die reden is in lid 6 bepaald dat fracties die niet binnen drie maanden hun Eindafrekening indienen, in dat zelfde jaar gekort worden doordat zij het basisbedrag moeten terugbetalen van het in januari verstrekte voorschot. Namens de raad toets de werkgroep accountancy of deze maatregel moet worden toegepast.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl