Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757281
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757281/1
Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2026 gemeente Nuenen
Geldend van 19-02-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2026 gemeente NuenenDe raad van de gemeente Nuenen;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 2025 d.d 16 december 2025
gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, [ 2.1.5, eerste lid, 2.1.7,] 2.1.6, [2.3.6, vierde lid,] en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 3.8 tweede lid en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo
besluit vast te stellen de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2026 gemeente Nuenen c.a..
Artikel 1. Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen;
- b.
andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- c.
bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 eerste lid van de wet;
- d.
Centrum voor Maatschappelijke Deelname (CMD): een multidisciplinaire uitvoeringsorganisatie van de gemeente Nuenen c.a. waar ondersteuningsvragen kunnen worden gesteld. Professionals en vrijwilligers werken volgens de methodiek één gezin, één plan, één casusverantwoordelijke;
- e.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen;
- f.
cliënt: een inwoner van de gemeente Nuenen c.a die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening is verstrekt of zijn ondersteuningsbehoefte heeft kenbaar gemaakt bij het CMD;
- g.
clientondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning. Deze draagt bij aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
- h.
gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;
- i.
pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;
- j.
Uitvoeringsbesluit Wmo 2015: Besluit houdende regels ter uitvoering van de Wmo, waaronder de regels betreffende de eigen bijdrage.
- k.
Verslag: een door het college vastgestelde schriftelijke weergave van het onderzoek naar aanleiding van de melding.
- l.
voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning wordt voorzien;
- m.
wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Artikel 2. Aanbod algemene en maatwerkvoorzieningen
-
1. De gemeente Nuenen kent geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen.
-
2. De volgende maatwerkvoorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar:
- a.
dagbesteding;
- b.
begeleiding;
- c.
logeren Wmo;
- d.
vervoer bij begeleiding en dagbesteding in het kader van de Wmo;
- e.
huishoudelijke hulp;
- f.
Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV);
- g.
woningaanpassingen: roerende en onroerende;
- h.
rolstoelvoorziening;
- i.
sportrolstoel;
- j.
vervoersvoorzieningen: driewielfiets, duofiets, scootmobiel, autoaanpassingen, financieel maatwerk vervoer;
- k.
Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Is een maatwerkvoorziening waarbij tijdelijk 24 uur toezicht nodig is. Deze ondersteuning kan zowel geïnstitutionaliseerd als ambulant gegeven worden. Hieraan wordt verder uitvoering gegeven door de gemeente Eindhoven.
- a.
Artikel 3. Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning
-
1. Een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. Dit kan schriftelijk, elektronisch, telefonisch of mondeling. Als de cliënt daarom verzoekt, zorgt het college voor ondersteuning bij het verhelderen van de ondersteuningsbehoefte.
-
2. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en wijst de cliënt op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning en op de mogelijkheid om gedurende zeven dagen na de melding een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2. tweede lid van de wet te overhandigen. Als de cliënt daarom verzoekt, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van een persoonlijk plan.
-
3. In spoedeisende gevallen, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet, treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
Artikel 4.Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
-
1. Het college onderzoekt in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan, zo mogelijk met de mantelzorger(s), zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding:
- a.
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt;
- b.
het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
- c.
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemene gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
- d.
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
- e.
de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
- f.
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening, of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
- g.
de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
- h.
de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken;
- i.
welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet verschuldigd zal zijn, en
- j.
de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.
- a.
-
2. Als de cliënt een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek.
-
3. Het college informeert de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.
Artikel 5. Verslag
-
1. Binnen zes weken na het onderzoek verstrekt het college aan de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag). Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag toegevoegd.
-
2. Van het verstrekken van het verslag aan de client kan worden afgeweken als de client gemotiveerd afziet van het ontvangen van het verslag. Het college stelt hiervoor een formulier beschikbaar. Er wordt ten alle tijden een verslag opgesteld.
Artikel 6. Aanvraag
-
1. Een cliënt, zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van:
- a.
een door de cliënt ondertekend verslag als bedoeld in artikel 5, of
- b.
een schriftelijk verzoek om een maatwerkvoorziening.
- a.
-
2. Heeft de client voorafgaande aan de aanvraag geen melding gedaan dan wordt de aanvraag tevens als een melding beschouwd.
-
3. Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 7. Criteria voor een maatwerkvoorziening
-
1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.
-
2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 4 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
-
3. Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en een cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 4 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
-
4. Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening voor zover:
- a.
hiermee naar het oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en of zo langmogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en
- b.
het betreft een van de volgende voorzieningen:
- 1.
de kosten voor verhuizen;
- 2.
de kosten voor woningaanpassingen;
- 3.
autoaanpassingen;
- 4.
de kosten voor een vervoerskostenvergoeding daar waar het collectief vervoer geen passende oplossing biedt;
- 5.
sportrolstoelen;
- 6.
een voorziening waarvoor niet tijdig een passende voorziening in natura beschikbaar is.
- 1.
- a.
-
5. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en zelf had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening tot zelfredzaamheid of participatie.
-
6. Ook wordt geen maatwerkvoorziening toegekend als cliënt zijn verblijf heeft in een WLZ instelling en minder dan 14 dagen per maand thuis is.
-
7. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij
- a.
de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
- b.
de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten;
- c.
de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt.
- a.
-
8. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening.
-
9. De voorzieningen opvang en beschermd wonen worden volgens het daartoe vastgesteld beleid van de gemeente Eindhoven verstrekt. De geldende verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde nadere regels en of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze centrumgemeente zijn van toepassing.
Artikel 8. Aanvullend criterium voor woonvoorzieningen
-
1. Het college beoordeelt, in aanvulling op artikel 7 lid 1, eerst of de cliënt kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning en die verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat. Deze beoordeling zal alleen plaatsvinden indien de aanpassing van de woning een bedrag zoals genoemd in de Beleidsregels Wmo gemeente Nuenen te boven gaat.
-
2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel.
Artikel 9. Doorbraakmaatregel
-
1. Naast het maatwerk genoemd in deze Verordening en de Wmo 2015, waartoe ook behoort de algemene en voorliggende voorzieningen, is maatwerk mogelijk in de vorm van een doorbraakmaatregel. Dit is maatwerk welke niet past binnen het reguliere maatwerk op basis van de Wmo, Jeugdwet of Participatiewet en andere wettelijke regelingen, maar welke een doorbraak kan forceren waardoor naar de mening van het college een adequate en/of goedkopere oplossing van de hulpvraag kan worden gevonden.
-
2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel.
Artikel 10. Advisering
Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.
Artikel 11. Inhoud beschikking
-
1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze voorziening als voorziening in natura, als pgb of als financiële tegemoetkoming wordt verstrekt en hoe bezwaar tegen het besluit kan worden gemaakt.
-
2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
- a.
wat de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan is;
- b.
wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is(. Indien de duur van de verstrekking voor onbepaalde tijd is wordt dit ook in de beschikking aangegeven.
- c.
hoe de voorziening wordt verstrekt,
- d.
als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd,
- e.
indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
- a.
-
3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
- a.
voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend;
- b.
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
- c.
wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
- d.
welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn;
- e.
wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en
- f.
de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
- g.
als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.
- a.
-
4. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
- a.
De hoogte van de financiële tegemoetkoming;
- b.
Voor welk resultaat de tegemoetkoming kan worden aangewend;
- c.
Wat de ingangsdatum en eventuele duur is van de verstrekking;
- d.
De wijze van de verantwoording van de besteding;
- e.
De rechten en plichten die aan het ontvangen van de financiële tegemoetkoming zijn verbonden;
- f.
Op welk moment de voorziening en het te behalen resultaat wordt geëvalueerd.
- g.
als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.
- a.
Artikel 12. Regels voor pgb
-
1. Het college verstrekt in overeenstemming met Artikel 2.3.6 van de wet een pgb wanneer:
- a.
De cliënt op eigen kracht, of met behulp van zijn sociale netwerk of vertegenwoordiger, voldoende in staat is tot een redelijke waardering van de belangen ter zake. De cliënt is in staat de taken die verbonden zijn aan het pgb op verantwoorde wijze uit te voeren.
- b.
Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.
- a.
-
2. Een pgb wordt geweigerd wanneer:
- a.
De cliënt, of één van zijn ouders of voogden wanneer hij jonger is dan achttien jaar, uitstel van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard;
- b.
De cliënt, of één van zijn ouders of voogden wanneer hij jonger is dan achttien jaar, in de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen terecht is gekomen. Dit geldt ook wanneer er een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
- c.
De cliënt het beheren van het pgb laat uitvoeren door een persoon die de ondersteuning levert;
- a.
-
3. Een pgb voor een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de cliënt wordt alleen verstrekt wanneer het pgb aantoonbaar leidt tot betere, effectievere en doelmatigere ondersteuning.
-
4. Het pgb mag niet worden besteed aan:
- a.
Kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers.
- b.
Kosten voor het voeren van een pgb-administratie.
- c.
Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb.
- a.
-
5. Het college kan nadere regels stellen inzake de procedure voor het aanvragen van een pgb en het format dat cliënt of diens vertegenwoordiger dient te gebruiken.
Artikel 13. De hoogte van het pgb
-
1. Het college stelt de hoogte van het pgb vast op basis van het door de cliënt ingediende budgetplan voor de benodigde ondersteuning, voor zover dit blijft binnen de grenzen van de maximale pgb-tarieven, zoals genoemd in dit artikel en het daarbij behorende onderscheid in de soort van dienstverlener zoals is opgenomen in lid 2 van onderhavig artikel en in het plan in ieder geval is uiteengezet welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk;
-
2. Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb voor diensten wordt onderscheid gemaakt tussen:
- a.
Professionals, tot deze groep behoren:
- 1.
Professionals werkzaam zijn bij en voor een geregistreerde zorgorganisatie/instelling die ingeschreven staat in het Handelsregister (conform Artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Deze professionals beschikken over de relevante diploma’s en mogen de taken en werkzaamheden uit het pgb uitvoeren.
- 2.
Professionals die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en beschikken over een beschikking geen loonheffingen (BGL). Daarnaast moeten ze ingeschreven staan in het Handelsregister (conform Artikel 5 Handelsregisterwet 2007) om de taken en werkzaamheden uit het pgb te mogen uitvoeren. Ook moeten ze over diploma’s beschikken die relevant zijn voor de uitoefening van deze taken.
- 1.
- b.
Zorgverleners die behoren tot het sociaal netwerk van cliënt en die niet voldoen aan de onder a genoemde punten.
- c.
Zorgverleners niet behorende tot lid 2 onder a en b genoemde professional en niet behorende tot het sociale netwerk van de cliënt zoals genoemd onder lid 2 sub b.
- a.
-
3. Voor zover de cliënt door de verstrekking van een pgb kosten bespaart voor een in zijn situatie algemeen gebruikelijk te achten product, kan het college besluiten die kosten in mindering te brengen op het pgb.
-
4. Voor de vaststelling van de hoogte van het pgb worden de volgende tarieven gehanteerd:
- a.
Voor professionals zoals bedoeld in lid 2 sub a nr 1 van deze verordening wordt een tarief van 90% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura die tevens toereikend is.
- b.
Voor professionals zoals bedoeld in lid 2 sub a nr 2 van dit artikel wordt een tarief van 75% van de kostprijs van de voorziening in nature gecompenseerd
- c.
Voor zorgverleners als bedoeld in lid 2 sub b van dit artikel wordt maximaal het Wettelijk Minimumloontarief vergoed. Indien van toepassing worden hier de werkgeverslasten aan toegevoegd.
- d.
Voor zorgverleners als bedoeld in lid 2 sub c van dit artikel geldt hetzelfde tarief als bij sub b van dit lid.
- e.
Vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij zorg in natura bij de gecontracteerde zorgaanbieders;
- f.
De hoogte van de vergoeding van een hulpmiddel op basis van het PGB is maximaal 70% van een vergelijkbare en goedkoopste voorziening in natura. Dit is inclusief verzekering en reparatie. Na de afschrijftermijn kan bij blijvende geschiktheid de cliënt in aanmerking komen voor een vergoeding van een WA verzekering en kosten van reparatie indien deze kosten de waarde van de voorziening niet overtreffen.
- a.
-
5. Het college stelt het pgb voor overige immateriële en materiële maatwerkvoorzieningen vast op maximaal de kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura, waarbij het college er zorg voor draagt dat de cliënt met het pgb in staat is kwalitatief goede ondersteuning in te kopen.
-
6. Het college kan het pgb in ieder geval lager vaststellen dan de kostprijs van een materiele maatwerkvoorziening in natura, als in de kostprijs salariskosten zijn begrepen en de cliënt gebruik maakt van ondersteuning in het informele circuit.
-
7. Mocht er bij de vaststelling van de hoogte van de PGB er twee tarieven van toepassing zijn, doordat er sprake is van een professional die een familieband deelt met cliënt, dan geldt het primaat van het tarief dat geldt voor zorgverleners die geen professional zijn zoals bedoeld in lid 4 sub c van onderhavig artikel.
-
8. Mocht er sprake zijn van een tweede handsvoorziening dan wordt het maximale pgb tarief berekend op basis van de resterende levensduur van de voorziening.
-
9. Het college stelt nadere criteria op om te bepalen of er sprake is van professionele ondersteuning door een organisatie of zelfstandige zonder personeel, informele zorg en sociaal netwerk/naaste familie. Hierbij sluit het college waar mogelijk aan bij de kwaliteitscriteria die worden gesteld aan aanbieders.
Artikel 14. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen
-
1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
-
2. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor:
- a.
de maatwerkvoorzieningen Rolstoelen;
- b.
Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV). In geval van het CVV betaalt de cliënt wel een opstaptarief en een tarief per afgelegde kilometer aan de vervoerder.
- a.
-
3. De bijdrage bedoeld in artikel 3.1, tweede lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs met als maximum door de overheid vastgestelde bedrag per maand voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de wet geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.,
-
4. De kostprijs van een:
- a.
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
- b.
pgb is gerelateerd aan de zorg in natura zoals is vastgesteld in artikel 13 van deze verordening.
- a.
-
5. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4. zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het Centraal Administratiekantoor CAK vastgesteld en geïnd.
-
6. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige cliënt.
Artikel 15. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
-
1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen en eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten, door:
- a.
het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt;
- b.
het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning;
- c.
erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard;
- d.
voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken;
- a.
-
2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.
-
3. Het college stelt nadere regels op met kwaliteitseisen welke gelden voor zorgaanbieders die zorg verlenen op basis van deze verordening.
Artikel 16. Meldingsregeling calamiteiten en geweld
-
1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de verstrekking of uitvoering van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar dan wel derde aan.
-
2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking of uitvoering van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar dan wel derde.
-
3. De toezichthoudend ambtenaar dan wel een derde, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.
Artikel 17. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet
-
1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en de plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
-
2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet.
-
3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
- a.
de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
- b.
de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen;
- c.
de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;
- d.
de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden;
- e.
de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt, of
- f.
de cliënt langer dan 4 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet
- a.
-
4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
-
5. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb.
-
6. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
-
7. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.
Artikel 18. Opschorting betaling uit het pgb
-
1. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10 eerste lid onder a, d of e van de wet.
-
2. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 15 derde lid onder f.
-
3. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 19. Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s
Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.
Artikel 20. Jaarlijkse waardering mantelzorgers
-
1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een melding bij het college een jaarlijkse blijk van waardering ontvangen.
-
2. De hoogte van de waardering wordt door het college jaarlijks vastgesteld.
-
3. Het college kan bij nadere regeling bepalen op welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente.
Artikel 21. Tegemoetkoming eigen risico zorgverzekeringswet
-
1. Het college kan in overeenstemming met de uitvoeringsregeling Compensatie Verplicht Eigen Risico Zorgverzekeringswet gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten inwoners die een inkomen hebben lager dan een door het college vastgesteld percentage van het wettelijk minimumloon, een tegemoetkoming verstrekken ter dekking van het eigen risico.
-
2. Het college kan bij nadere regeling bepalen in welke gevallen en in welke mate een tegemoetkoming kan worden verstrekt.
Artikel 22. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
-
1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast:
- a.
een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met een derde; of
- b.
een reële prijs die geldt als ondergrens voor:
- 1.
een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en
- 2.
de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a.
- 1.
- a.
-
2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast:
- a.
overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en
- b.
rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners.
- a.
-
3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen:
- a.
de kosten van de beroepskracht;
- b.
redelijke overheadkosten;
- c.
kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg;
- d.
reis- en opleidingskosten;
- e.
indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst;
- f.
overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
- a.
-
4. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad.
-
5. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat.
Artikel 23. Klachtregeling
-
1. Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening.
-
2. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen.
-
3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
Artikel 24. Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
-
1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen.
-
2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
Artikel 25. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
-
1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, zoals bedoeld in artikel 2.1.3 lid 3 Wmo 2015, in overeenstemming met de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.
-
2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het lid 1.
-
3. Het college werkt hierbij volgens het participatiebeleid ‘Via beginspraak naar inspraak’ en de participatieverordening gemeente Nuenen 2025.
Artikel 26. Evaluatie
Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt jaarlijks geëvalueerd door middel van de Monitor Sociaal Domein. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft worden het beleid en/of de verordening aangepast. De onderstaande groepen worden in ieder geval in de gelegenheid gesteld om het beleid te evalueren;
- A.
Wmo consulenten;
- B.
Professionals uit de eerste lijn;
- C.
Cliëntondersteuners
- D.
En andere door het college aangemerkte relevante partijen.
Artikel 27. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen in deze verordening, wanneer toepassing van deze verordening of de hieruit voortvloeiende nadere regels, leidt tot onbillijkheden van overwegende aard waarmee bij het vaststellen van deze verordening geen rekening is gehouden.
Artikel 28. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
-
1. De verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2021 wordt ingetrokken.
-
2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2021, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.
-
3. Aanvragen die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.
-
4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2021, zoals deze luidde voor inwerkingtreding van deze verordening, wordt beslist met inachtneming van de verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2021 zoals die luidde voor inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking één dag na de bekendmaking.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 gemeente Nuenen c.a. Verkort wordt de verordening aangehaald als Wmo 2026 Nuenen c.a.
Ondertekening
Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 5 februari 2026
DE RAAD VOORNOEMD,
de griffier,
J. Oostdijk
de voorzitter,
F.G.F van Geneugten
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl