Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2026 Wijk bij Duurstede

Geldend van 21-02-2026 t/m heden

Intitulé

Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2026 Wijk bij Duurstede

Het college van de gemeente Wijk bij Duurstede,

overwegende dat het in het belang van een doelmatige verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen wenselijk is nadere regels te stellen over de dagen, tijden, plaatsen en wijze waarop afvalstoffen kunnen worden overgedragen of ter inzameling aangeboden aan de bij dit besluit aan te wijzen inzameldienst en andere inzamelaars, als bedoeld in de Afvalstoffenverordening 2022 Wijk bij Duurstede;

gelet op artikel 3 eerste en het derde lid, artikel 4 eerste lid, artikel 5, artikel 7 eerste en derde lid, artikel 8 tweede lid, artikel 9, artikel 10 eerste en derde lid, artikel 11, artikel 13 en artikel 14 eerste lid van de Afvalstoffenverordening 2022 Wijk bij Duurstede en, gelet op het circulair materialen plan (CMP);

B E S L U I T:

Vast te stellen het volgende Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2026 Wijk bij Duurstede.

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Begrippen

In dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan dan wel mede verstaan:

  • a.

    verordening: Afvalstoffenverordening 2022 Wijk bij Duurstede;

  • b.

    milieupark: brenglocatie ingericht voor de gescheiden inzameling van grof huishoudelijk afval en kca van particuliere huishoudens;

  • c.

    circulair materialenplan (CMP): Het landelijk bindend kader waarin regels en uitgangspunten zijn vastgelegd voor het gebruik van grondstoffen, het beheer van afvalstoffen en de vergunningsverlening ter bevordering van de circulaire economie;

  • d.

    bedrijfsbus: een motorvoertuig, daaronder begrepen een bestelauto of bestelbus, dat naar aard, inrichting of gebruik hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten;

  • e.

    bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.

§ 2. Huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 2. Aanwijzing inzamelende instanties

  • 1. Als inzameldienst op grond van artikel 3, eerste lid, van de verordening wordt, tot en met 31 december 2026, PreZero Recycling Services Noord BV gevestigd te Arnhem aangewezen. Vanaf 1 januari 2027 wordt Afval Combinatie de Vallei (ACV), gevestigd te Ede aangewezen.

  • 2. Als inzamelaar op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de verordening wordt tot en met 31 december 2026 Afvalverwijdering Utrecht (AVU) te Utrecht of door haar aangewezen derde, voor de inzameling van glas (via collectieve glascontainers), voor de inzameling van huishoudelijk oud papier en karton en de inzameling van luiers (via collectieve luiercontainers) aangewezen. Vanaf 1 januari 2027 wordt Afval Combinatie de Vallei (ACV), gevestigd te Ede aangewezen.

  • 3. Vrijgesteld zijn op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de verordening organisaties:

    • a.

      non-profitorganisaties voor de inzameling van huishoudelijk oud papier en karton, waarmee de gemeente schriftelijke afspraken heeft vastgelegd;

    • b.

      organisaties, die voor de huis-aan-huis inzameling van textiel of voor het hebben van een inzamelvoorziening op een inzamellocatie een inzamelcontract hebben afgesloten met de gemeente;

    • c.

      kringloopbedrijven, waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten voor de inzameling van de herbruikbare fractie uit het grof huishoudelijk afval.

Artikel 3. Aanwijzing van inzamelplaats

Als plaats voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen wordt op grond van artikel 5

van de verordening aangewezen: het gemeentelijke milieupark gevestigd aan de Vogelpoelweg 20 te Wijk bij Duurstede.

Artikel 4. Afvalscheiding

De volgende omschrijvingen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen worden op grond van artikel 7, eerste lid, van de verordening vastgesteld:

Aan huis:

  • a.

    bioafval (groente-, fruit-, tuinafval en etensresten): dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld;

  • b.

    oud papier en karton: droog en schoon huishoudelijk oud papier en karton;

  • c.

    PMD: verpakkingen van Plastic, Metaal (blikjes) en Drankenkartons zoals bedoeld in de Ketenovereenkomst verpakkingen;

  • d.

    huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in andere deelstromen genoemd in artikel 7 lid 2 van de verordening;

Op het milieupark:

  • e.

    elektr(on)ische apparatuur: de producten zoals genoemd in de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;

  • f.

    asbest, asbesthoudend en asbestgelijkend materiaal: (tegen betaling) afval waarin zich asbest bevindt, verpakt in scheurvrij plastic tot maximaal 35m2 of 500kg;

  • g.

    verduurzaamd hout (C-hout): (tegen betaling) hout dat is geïmpregneerd, te herkennen aan groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout;

  • h.

    drukhouders: gasflessen, brandblussers en overige drukhouders;

  • i.

    grond/zand: (tegen betaling) grond die niet vermengd is met resten puin, kool, glas, hout, ijzer of asbest en niet verontreinigd is op basis van het historisch gebruik van de locatie van herkomst en/of op basis van uitgevoerd milieukundig onderzoek (conform NEN 5740 of AP04). Onder deze categorie worden ook graszoden (afkomstig uit particuliere tuinen) verstaan;

  • j.

    hout (A-hout): (tegen betaling) massief hout dat geen oppervlaktebehandeling heeft ondergaan;

  • k.

    hout (B-hout): (tegen betaling) hout dat is gelakt, gelijmd of gelamineerd en vrij is van metaal wat groter dan 10mm dik en 200mm lang is en geen verontreinigingen heeft;

  • l.

    banden: schone banden van motoren en personenauto’s, zonder velgen;

  • m.

    dakafval: (tegen betaling) bitumen, dakleer en shingles afkomstig van huishoudens;

  • n.

    EPS (piepschuim): gebruikt EPS afkomstig uit huishoudens;

  • o.

    bouw- en sloopafval: (tegen betaling) gemengde harde steenachtige materialen, zoals puin, gasbeton, dakpannen en isolatiematerialen;

  • p.

    gips: (tegen betaling) gipsblokken, -platen;

  • q.

    grof tuinafval: plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder bioafval en vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval en snoeihout;

  • r.

    harde kunststoffen: producten die volledig uit hard plastic bestaan en niet tot de plastic verpakkingen (PMD) behoren;

  • s.

    matrassen: lichaam ondersteunend onderdeel van een bed, afkomstig van huishoudens gemaakt van polyetherschuim, traagschuim, koudschuim of latex;

  • t.

    metalen/oud ijzer: ferro en non ferro metalen;

  • u.

    oud papier en karton: droog en schoon huishoudelijk oud papier en karton;

  • v.

    textiel: kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen;

  • w.

    vlakglas: venster-, dubbel-, draad, gekleurd en gefigureerd glas;

  • x.

    klein chemisch afval: huishoudelijke afvalstoffen waar chemische stoffen in zitten die schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu zoals vermeld op de KCA-lijst van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;

  • y.

    herbruikbaar huisraad: bruikbaar huisraad en meubilair;

  • z.

    PMD: verpakkingen van Plastic, Metaal (blikjes) en Drankenkartons zoals bedoeld in de Ketenovereenkomst verpakkingen;

  • aa.

    grof huishoudelijk afval: volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden;

  • bb.

    verpakkingsglas: op kleur gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, kunststofflessen;

  • cc.

    medicijnen en injectienaalden: de inzameling van medicijnen en injectienaalden afkomstig uit huishoudens.

In de wijken:

  • dd.

    verpakkingsglas: op kleur gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, kunststof flessen;

  • ee.

    textiel: kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen;

  • ff.

    luiers: niet herbruikbare kinderluiers en billendoekjes, alleen voor ouders met kinderen tot en met 3 jaar.

Artikel 5. Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen

  • 1. Op grond van artikel 10, eerste lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:

    • a.

      voor inzameling van huishoudelijk restafval een daartoe bestemde minicontainer (meestal van 140 of 240 liter) of een (ondergrondse) verzamelcontainer die met een elektronische containerpas toegankelijk is;

    • b.

      voor inzameling van bioafval een daartoe bestemde minicontainer (meestal 140 of 240 liter)

    • c.

      voor inzameling van PMD verpakkingen een daartoe bestemde minicontainer (meestal 240 liter) of bij de hoogbouw, in de binnenstad en op het milieupark in doorzichtige PMD-inzamelzakken;

    • d.

      voor oud papier en karton: indien door de gemeente ter beschikking gesteld, een daartoe bestemde minicontainer (meestal 240 liter). Tevens de verzamelcontainers op het milieupark en verzamelcontainers bij scholen en verenigingen die daarvoor door het college zijn aangewezen;

    • e.

      voor glas de boven- of ondergrondse glasbakken in de wijk en op het milieupark;

    • f.

      voor textiel de textielbakken in de wijk en op het milieupark ;

    • g.

      voor de inzameling van gescheiden en ongescheiden grofvuil de containers op het milieupark;

    • h.

      voor oude medicijnen en gebruikte injectienaalden de (naalden)containers bij apotheken en apotheekservicepunten die met de gemeente afspraken hebben gemaakt voor de inzameling;

    • i.

      luiers: de daartoe bestemde (ondergrondse) verzamelcontainers in de wijk.

  • 2. Op grond van artikel 10, eerste lid, van de verordening gelden de volgende regels voor het gebruik van de van gemeentewege verstrekte inzamelmiddelen:

    • a.

      het beheer van de inzamelmiddelen die in bruikleen zijn verstrekt door of namens de gemeente, berust bij de gemeente. Tot en met 31 december 2026 heeft de gemeente heeft dit contractueel uitbesteed aan een extern containerregistratiebedrijf, vanaf 1 januari 2027 draagt ACV zorg voor het beheer van de inzamelmiddelen;

    • b.

      het containerregistratiebedrijf of ACV is bevoegd de inzamelmiddelen te voorzien van een registratiechip en -sticker waarop staat vermeld: een barcode, de afvalstroom waarvoor de container is bestemd, het containervolume, de postcode, de plaatsnaam, de straatnaam en het huisnummer;

    • c.

      de door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen horen bij de woning;

    • d.

      de gebruiker van een perceel dient zich tot en met 31 december 2026 tot het containerregistratiebedrijf te wenden, en vanaf 1 januari 2027 tot ACV, indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel wordt aangetroffen, bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een door of namens de gemeente te verstrekken inzamelmiddel;

    • e.

      de inzamelmiddelen blijven eigendom van de gemeente of ACV en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden;

    • f.

      de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom;

    • g.

      voor beschadiging of verdwijning van een door of namens de gemeente verstrekt inzamelmiddel is de gebruiker aansprakelijk, tenzij de gebruiker via een aangifte bij de politie kan aantonen dat dit buiten zijn schuld is gebeurd;

    • h.

      de gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt;

    • i.

      de verstrekte inzamelmiddelen voor rest-, bioafval, PMD en eventueel papier mogen alleen worden gereinigd met water;

Artikel 6. aanwijzing inzamelmiddel per perceel

Op grond van artikel 10, eerste lid, van de verordening zijn de volgende inzamelmiddelen aangewezen:

  • 1.

    Bij laagbouwwoningen wordt gebruik gemaakt van minicontainers: één voor restafval, één voor bioafval en één voor PMD;

  • 2.

    Voor de inzameling van papier in het buitengebied wordt gebruik gemaakt van minicontainers;

  • 3.

    Voor de inzameling van papier in het binnengebied wordt voor zover door de gemeente ter beschikking gesteld gebruik gemaakt van minicontainers.

  • 4.

    Bij hoogbouwwoningen, de gestapelde bouw en een deel van de binnenstad wordt gebruik gemaakt van doorzichtige zakken voor PMD en van minicontainers voor gezamenlijk gebruik voor bioafval;

  • 5.

    Voor een besluit over een (ondergrondse) verzamelcontainer wordt de “richtlijn locatiekeuze ondergrondse containers” (zie bijlage) gehanteerd en wordt de afdeling 3:4 uniforme openbare voorbereidingsbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd;

Artikel 7. inzamelfrequentie

  • 1. Op grond van artikel 7, eerste lid van de verordening wordt de frequentie van inzameling vastgesteld van de volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen bij of nabij elk perceel:

    • a.

      huishoudelijk restafval bij percelen waar minicontainers als inzamelmiddel is aangewezen: 1x per 4 weken;

    • b.

      huishoudelijk bioafval bij percelen waar minicontainers als inzamelmiddel is aangewezen: 1x per 2 weken, met uitzondering van december, januari en februari, dan wordt bioafval 1x per 4 weken ingezameld;

    • c.

      PMD bij percelen waar minicontainers als inzamelmiddel zijn aangewezen: 1x per 4 weken en bij percelen waar zakken als inzamelmiddel zijn aangewezen: 1x per week;

    • d.

      oud papier en karton bij elk perceel: 1x per twee weken in de kern Wijk bij Duurstede zolang er geen gebruik gemaakt wordt van een minicontainer, 1x per 4 weken wanneer de gemeente kiest om een minicontainer ter beschikking te stellen, 1x per maand in de kern Langbroek, 1x per vier weken in de kern Cothen en het buitengebied;

    • e.

      grof huishoudelijk afval: op afroep via de in artikel 2 van de verordening aangewezen inzamelaar;

    • f.

      snoeihout: ten minste 3x per jaar, inclusief kerstbomen;

  • 2. De inzamelfrequentie van verzamelcontainers (voor restafval, textiel, glas en luiers) is dusdanig dat deze worden geleegd voordat ze vol raken;

  • 3. De inzameldagen worden gecommuniceerd via de gemeentelijke website en via een afval-app.

Artikel 8. Gebruik afvalpassen voor ondergrondse containers en milieupark

  • 1. Op grond van artikel 10, eerste lid, van de verordening is voor het gebruik van een ondergrondse container en om toegang te krijgen tot het milieupark een afvalpas nodig. Hiervoor gelden de volgende regels:

    • a.

      de afvalpassen voor ondergrondse containers en het milieustation worden door het containerregistratiebedrijf/ACV in opdracht van de gemeente in bruikleen verstrekt;

    • b.

      de gebruiker is verantwoordelijk voor de in bruikleen ontvangen afvalpas;

    • c.

      de afvalpas behoort bij het perceel waarvoor deze is verstrekt en moet bij verhuizing van de gebruiker van dat perceel in de originele staat op het perceel worden achtergelaten;

    • d.

      voor het beschadigen of verdwijnen van de afvalpas is de gebruiker aansprakelijk;

    • e.

      beschadiging of verdwijnen van de afvalpas dient te worden gemeld bij het containerregistratiebedrijf/ACV;

    • f.

      bij beschadiging of verdwijning kan tegen betaling een nieuwe afvalpas bij het containerregistratiebedrijf/ACV worden aangevraagd.

Artikel 9. Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

  • 1.

    Op grond van artikel 10, eerste lid, van de verordening gelden de volgende regels over de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden:

    • a.

      het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in containers dient ordelijk te geschieden door plaatsing van de container op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of, bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, dan wel op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat voetgangers en het overige verkeer niet worden gehinderd of in de doorgang worden belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd;

    • b.

      inzamelmiddelen dienen goed gesloten te zijn en inzamelingvoorzieningen moeten na gebruik goed gesloten worden;

    • c.

      uit de inzamelmiddelen en de inzamelvoorzieningen mag geen afval steken;

    • d.

      afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de container zijn achtergebleven, dienen door de aanbieder uit de container te worden verwijderd;

    • e.

      het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 80 kilogram;

    • f.

      oud papier en karton dient, voor zolang er geen minicontainer door de gemeente ter beschikking is gesteld, in samengebonden bundels of dozen te worden aangeboden; de bundels mogen niet zwaarder zijn dan 15 kg;

    • g.

      het is verboden glas, papier, textiel of kunststof verpakking bij de (verzamel)containers achter te laten, indien in de daarvoor bestemde container(s) geen ruimte is of niet functioneren;

    • h.

      textiel dient in gesloten zakken te worden aangeboden;

    • i.

      PMD dient in minicontainers of in doorzichtige PMD-zakken te worden aangeboden;

    • j.

      medisch afval (zoals incontinentiemateriaal) dient als restafval te worden aangeboden;

    • k.

      kinderluiers kunnen worden aangeboden in speciale (ondergrondse) luiercontainers. Op verzoek kunnen alleen ouders met kinderen in de luiers tot 3 jaar een speciale luierpas aanvragen die toegang verschaft tot deze luiercontainers.

Grof afval

  • l.

    de inzameling van grof huishoudelijk afval en grof tuinafval vindt op afroep plaats. De aanbieder dient dan voor deze inzameling op afroep een afspraak te maken met de inzameldienst;

  • m.

    het grof afval dient op de afgesproken dag en tijd op een voor het inzamelvoertuig goed bereikbare plaats bij de woning klaar te staan;

  • n.

    grof huishoudelijk afval of grof tuinafval moet zoveel mogelijk in één of meer bundels samengedrukt en –gebonden worden overgedragen of aangeboden met maximale afmetingen van 50 x 50 x 200 cm en een maximaal gewicht van 15 kg;

  • o.

    per aanmelding mag op de inzameldag maximaal 1 kubieke meter grof huishoudelijk afval of grof tuinafval worden aangeboden.

Milieupark

  • p.

    klein chemisch afval mag om veiligheidsredenen niet aan de openbare weg worden aangeboden, maar moet persoonlijk worden overhandigd op de speciale plaats op het milieupark;

  • q.

    de openingstijden, welke afvalstromen gratis of betaald zijn en het aantal keren dat er gratis gebruik gemaakt kan worden van het milieupark zijn aangegeven bij de ingang van het milieupark, in de afval-app en op de gemeentelijke website;

  • r.

    bij de afgifte van afvalstoffen op het milieupark zijn de tarieven zoals genoemd in de verordening reinigingsheffingen van gemeente Wijk bij Duurstede van toepassing;

  • s.

    op het milieupark worden alleen personenauto’s, eventueel voorzien van een aanhanger toegelaten. Bedrijfsbussen, tractoren en vrachtwagens worden niet toegelaten tot het milieupark.

  • t.

    de aanbieder van afvalstoffen heeft alleen toegang tot het milieupark met een elektronische milieuparkpas. Daarnaast moet de aanbieder zich (kunnen) legitimeren;

  • u.

    de huishoudelijke afvalstoffen dienen zoveel mogelijk op categorie gescheiden te worden aangeboden in de daarvoor bestemde afvalcontainers of daarvoor bestemde plaatsen;

  • v.

    alle aanwijzingen van de op het milieupark dienstdoende medewerkers dienen stipt te worden opgevolgd;

  • w.

    het vervoeren en storten van afvalstoffen dient op zodanige wijze plaats te vinden dat geen verontreiniging van de toegangswegen, het milieupark of de omgeving daarvan ontstaat;

  • x.

    nadat de afvalstoffen zoveel mogelijk gescheiden zijn achtergelaten moet de aanbieder met zijn voertuig onmiddellijk het milieupark verlaten;

  • y.

    het is een ieder verboden op het milieupark afvalstoffen te sorteren voor eigen gebruik of verkoop aan derden, of mee te nemen;

  • z.

    Het is niet toegestaan dat kinderen jonger dan twaalf jaar op het milieupark rondlopen, ook niet onder toezicht;

  • aa.

    Tot het moment van acceptatie van de afvalstoffen blijft de Aanbieder verantwoordelijk voor het gedrag van zijn afval en voor het naleven van de op het milieupark geldende veiligheids- en gedragsregels. Indien de wijze van aanbieden of het gebruikte transportmiddel een gevaar oplevert voor personen, infrastructuur of materieel op het milieupark, kan toegang worden gewegerd of kunnen aanvullende maatregelen worden opgelegd.

  • bb.

    De uitoefening van de in dit regelement genoemde bevoegdheden geschiedt uitsluitend ter uitvoering van de publieke taak van de gemeente.

  • cc.

    Tot het moment van formele acceptatie blijven de afvalstoffen onder verantwoordelijkheid van de aanbieder. Indien de wijze van aanbieden of het gebruik te vervoermiddel risico’s oplevert voor de veiligheid, orde of de bedrijfsvoering op het milieupark, kan de gemeente passende maatregelen treffen, waaronder het weigeren van toegang of het opschorten van de acceptatie.

  • dd.

    niet toegelaten en geweigerde afvalstoffen moeten worden teruggenomen door de aanbieder. Eventuele (verwijderings-)kosten zijn voor rekening van de aanbieder.

Artikel 10. Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden

Op grond van artikel 9 van de verordening gelden de volgende regels:

  • a.

    inzamelmiddelen en categorieën van huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden op de voor deze afvalstoffen vastgestelde inzameldagen en tijden zoals door de gemeente bekendgemaakt via de afvalwijzerapp, de gemeentelijke pagina in de plaatselijke krant en/of de gemeentelijke website;

  • b.

    inzamelmiddelen en categorieën van huishoudelijke afvalstoffen mogen op de avond voorafgaand aan de vastgestelde inzameldag vanaf 20.00 uur worden aangeboden maar moeten uiterlijk op de vastgestelde inzameldag om 7.30 uur worden aangeboden;

  • c.

    de inzamelmiddelen moeten zo spoedig mogelijk na lediging door de inzameldienst, doch uiterlijk aan het einde van de vastgestelde inzameldag, van de weg zijn verwijderd;

  • d.

    grof huishoudelijk afval, grof tuinafval en grote elektrische en elektronische apparatuur worden op afroep ingezameld, deze categorieën mogen slechts worden aangeboden op het tijdstip dat is afgesproken;

  • e.

    in verband met geluidhinder mogen glasbakken alleen tussen 7.00 en 20.00 uur worden gebruikt.

  • f.

    Het milieupark is geopend van maandag t/m zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur. Op Koningsdag, Hemelvaartsdag, 2e Pinksterdag, 2e Paasdag, 1e en 2e Kerstdag, Goede vrijdag, Bevrijdingsdag en nieuwjaarsdag is het milieupark gesloten. Burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede kunnen bepalen dat het milieupark ook op andere dagen gesloten is.

Artikel 11. Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

Als het voor de inzameldienst door werkzaamheden niet mogelijk is om de normale inzamelplaatsen te bereiken, kunnen door de inzameldienst of de gemeente voor de duur van de werkzaamheden tijdelijke inzamelplaatsen worden aangewezen, welke aan de gebruikers bekend worden gemaakt.

§ 3. Bedrijfsafvalstoffen

Artikel 12. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst

Op grond van artikel 13 van de verordening kan de inzameldienst ook bedrijfsafval uit de kantoor-, winkel- en dienstensector inzamelen.

Artikel 13. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst

Bedrijven die krachtens artikel 13 van de verordening bedrijfsafvalstoffen aanbieden, dienen deze aan te bieden overeenkomstig de in de verordening en dit uitvoeringsbesluit gestelde regels.

Artikel 14. Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst

Op grond van artikel 13, tweede lid, van de verordening gelden de volgende regels:

  • a.

    in de binnenstad (gebied begrensd door de Singel, Dijkstraat en Walplantsoen) mag het bedrijfsafval op werkdagen alleen worden ingezameld tussen 9.00 en 12.00 uur;

  • b.

    in de binnenstad mag het bedrijfsafval niet worden ingezameld op openingstijden van de (week)markten en tijdens evenementen. In afwijking van onderdeel a is inzameling toegestaan tot 2 uur na afloop van de markt of het evenement;

  • c.

    inzamelmiddelen mogen niet op of aan de openbare weg geplaatst worden anders dan voor onmiddellijke lediging door de inzamelaar;

  • d.

    de gebruikte inzamelmiddelen dienen na lediging onmiddellijk, doch uiterlijk om 12.00 uur te worden teruggeplaatst in of op het perceel van de gebruiker overeenkomstig de daarvoor geldende regels.

§ 4. Handhaving en toezicht

Artikel 15

  • a. De aangewezen ambtenaren werkzaam als toezichthouder bij de gemeente zoals bedoeld in artikel 21 van de verordening.

  • b. De buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in domein 1 voor de gemeente worden aangewezen als toezichthouder zoals bedoeld in artikel 21 van de verordening.

  • c. De buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in domein 2 voor de regionale uitvoeringsdienst Utrecht worden aangewezen als toezichthouder zoals bedoeld in artikel 21 van de verordening.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 16. Intrekken oude uitvoeringsbesluiten

Het uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening 2022, het milieustraat Wijk bij Duurstede – regelement (uit 2013) en de Milieustraat Wijk bij Duurstede Acceptatievoorwaarden 2013 worden ingetrokken.

Artikel 17. Inwerkingtreding

Dit uitvoeringsbesluit treedt in werking op de dag na die van bekendmaking via het gemeenteblad (art. 3:42 Awb).

Artikel 18. Citeerbepaling

Dit uitvoeringsbesluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2026 Wijk bij Duurstede.

Ondertekening

10 februari 2026

Bijlage 1: richtlijn en procedure locatiekeuze (ondergrondse) verzamelcontainers

De gemeente plaatst (ondergrondse) verzamelcontainers voor het inzamelen van restafval en grondstoffen. Het plaatsen van een ondergrondse container kan invloed hebben op de leefomgeving van de direct omwonenden. Een locatie dient dan ook met de juiste zorg te worden gekozen. Naast een duidelijke procedure waarin ook inwoners betrokken worden, zijn er ook richtlijnen nodig om een locatie te kunnen bepalen. Deze richtlijnen staan hieronder vermeld.

procedure locatiekeuze (ondergrondse) verzamelcontainer voor restafval

Conform artikel 6, vijfde lid, van het uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening Wijk bij Duurstede 2026 wordt de afdeling 3:4 uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Dit bestaat uit een ontwerp-collegebesluit, 6 weken ter inzage leggen met de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze en vervolgens een definitief collegebesluit.

Voorafgaand aan dit formele traject wordt als volgt gezocht naar de meest geschikte locatie:

  • onderzoek naar mogelijke locaties (is er ondergronds en bovengronds ruimte?);

  • overleg met betrokkenen (omwonenden en gebruikers van de verzamelcontainers);

  • afweging van de meest geschikte locaties aan de hand van de richtlijnen voor de locatiekeuze en de inbreng van betrokkenen.

richtlijnen voor de locatiekeuze ondergrondse containers

  • 1.

    De locaties voor ondergrondse containers dienen zoveel mogelijk overlast te voorkomen voor aangrenzende percelen. Het risico op schade tijdens het laden en lossen aan overige eigendommen (zoals openbare verlichting, dakgevels e.d.) moet zoveel mogelijk beperkt worden. De ondergrondse container dient voor de gebruikers veilig bereikbaar te zijn.

  • 2.

    De ondergrondse restafvalcontainers moeten vanaf de aangesloten percelen goed te bereiken zijn. Gestreefd wordt naar een maximale loopafstand van 250 meter vanaf de erfgrens. Hier kan van worden afgeweken wanneer er te weinig percelen op de ondergrondse container kunnen worden aangesloten of als de ondergrondse container elders in de loop- en rijrichting kan worden geplaatst.

  • 3.

    De afstand van de ondergrondse container tot de gevel van een woning bedraagt minimaal 3.00 meter. Bij een blinde muur kan hiervan worden afgeweken, in dit geval is de afstand bij voorkeur 2.00 meter. De afstand tot de erfgrens bedraagt minimaal 2.00 meter. De horizontale afstand van de ondergrondse container tot een balkon of galerij bedraagt bij voorkeur ten minste 3.00 meter. Afstanden worden gemeten vanaf de rand van de vloerplaat.

  • 4.

    De ondergrondse containers moeten vanuit de aangewezen woningen goed bereikbaar zijn. Dat betekent dat op de toe leidende paden geen obstakels mogen staan die de veiligheid in gevaar brengen. De ondergrondse container (bruto oppervlak) zelf mag een looppad bij voorkeur niet smaller maken dan 1.50 meter met een minimum van 1.20 meter. Er dient rekening te worden gehouden met minder validen, rolstoel- en rollatorgebruikers. Bij het aanbrengen van een oprit bij het trottoir dient de minimale breedte 1.50 meter te bedragen.

  • 5.

    Om schade aan de ondergrondse container te voorkomen en de veiligheid te verbeteren kunnen paaltjes of kattenruggen worden aangebracht.

  • 6.

    De ondergrondse container dient bij voorkeur op gemeentegrond te worden geplaatst. Voor het plaatsen op niet-gemeentegrond is een recht van opstal nodig. Dat is een zakelijk recht waarvoor een overeenkomst, notariële akte en inschrijving in het kadaster nodig is.

  • 7.

    Om de ondergrondse container te kunnen legen, mag de afstand vanaf de zijkant van het inzamelvoertuig tot het hart van de container niet meer dan 5.00 meter bedragen. De opstelplaats voor het inzamelvoertuig, met een maximaal gewicht van 36 ton, dient veilig en verkeerstechnisch verantwoord te zijn. Boven de ondergrondse container dient er een vrije ruimte te zijn van minimaal 8.00 meter.

  • 8.

    Er mag zich tussen de ondergrondse container en het inzamelvoertuig geen rijwielpad bevinden. De locatie moet zodanig zijn gesitueerd dat het inzamelvoertuig de afvalcontainer niet over geparkeerde auto’s takelt.

  • 9.

    Bij het bepalen van de locatie van ondergrondse containers bij bomen wordt rekening gehouden met de uiteindelijke grootte van de bomen, de te verwachten kroonprojectie en de benodigde ondergrondse groeiruimte die de boom nodig heeft om gezond uit te groeien.

  • 10.

    De ondergrondse verzamelcontainers moeten bij voorkeur aan een openbare weg grenzen zodat de containers vanaf de openbare weg kunnen worden opgepakt en geleegd.

  • 11.

    De ondergrondse containers worden zodanig geplaatst dat er geen belemmering voor de verkeersveiligheid zal ontstaan en dat er op ledigingsmomenten minimale verkeershinder en –oponthoud ontstaat. In nauwe straten zou dat kunnen betekenen dat bestuurders achter het ledigingsvoertuig even moeten wachten.

  • 12.

    Achteruit rijden door het inzamelvoertuig moet zoveel mogelijk worden vermeden. Dit in het kader van de bereikbaarheid en veiligheid voor het voertuig en de omgeving.

  • 13.

    In verband met het leegmaken van de ondergrondse container(s) mag ter plaatse niet worden geparkeerd. Dat betekent dat op locatie waar dat noodzakelijk is een verkeersbesluit wordt genomen / parkeerverbod wordt ingesteld. Het inzamelvoertuig is ca. 10.00 meter lang en 2.50 meter breed.

  • 14.

    De afstand tot de riolering (zijkant buis en/of put) bedraagt minimaal 1.00 meter. De afstand tot overige kabels en leidingen bedraagt minimaal 2.00 meter. Bij een kortere afstand tussen 0.50 meter (vanuit de mal gemeten) en 2.00 meter moet er altijd overleg zijn tussen de grondroerder en/of gemeente en de netbeheerder. Het verleggen van kabels en leidingen dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. Indien er geen alternatieve locatie voorhanden is dan wordt overgegaan tot aanpassen van de ondergrondse infra.

  • 15.

    Rondom de vloerplaat moet minimaal een hele stoeptegel geplaatst kunnen worden. De container steekt voldoende uit boven het maaiveld om inwateren van de ondergrondse container te voorkomen.

  • 16.

    De ondergrondse container is zodanig gesitueerd dat er voldoende sociale controle en toezicht op het gebruik van de container mogelijk is.

  • 17.

    Gestreefd wordt naar een optimale verdeling van de ondergrondse containers, zodat een dekkend netwerk ontstaat met een minimaal aantal ondergrondse containers in de gemeente.