Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757256
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757256/1
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de oriëntatie, carrousel en raadsvergadering van de gemeente Zwijndrecht
Geldend van 19-02-2026 t/m heden
Intitulé
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de oriëntatie, carrousel en raadsvergadering van de gemeente ZwijndrechtDe raad van de gemeente Zwijndrecht;
Gelet op de artikelen 16, 82, 83 en 84 van de Gemeentewet;
B E S L U I T:
het volgende reglement vast te stellen:
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de oriëntatie, carrousel en raadsvergadering van de gemeente Zwijndrecht
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
- •
Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;
- •
Carrousel: commissievergadering die tot doel heeft opiniërend te spreken over de voorstellen ter voorbereiding op de besluitvorming in de raadsvergadering;
- •
Griffier: griffier van de raad;
- •
Jaarrooster: in het jaarrooster staan de vergadermomenten van de raad en commissies voor een kalenderjaar opgenomen;
- •
Motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
- •
Oriëntatie; commissievergadering die tot doel heeft beeldvormend te spreken over voorstellen of onderwerpen ter voorbereiding op de besluitvorming in de raad of door het college;
- •
Politieke markt: Een carrousel met aansluitend een raadsvergadering;
- •
Raadscommissielid: een vertegenwoordiger van een fractie in de oriëntatie en carrousel, niet zijnde een raadslid, die als zodanig door de raad als lid van de desbetreffende oriëntatie en/of carrousel is benoemd;
- •
Raadsvoorzitter: voorzitter van de raad;
- •
Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;
- •
Termijnagenda: in de termijnagenda staat de voorlopige planning van onderwerpen die in oriëntaties, carrousels en raadsvergaderingen worden behandeld. Ook staan hier de werkbezoeken en vergadermomenten van commissies opgenomen;
- •
Voorzitter: de voorzitter van de vergaderingen van de oriëntatie en carrousel.
Artikel 2 Voorzitters
- 1.
Het voorzitterschap van een oriëntatie of carrousel berust bij een raadslid of raadscommissielid.
- 2.
De voorzitters van oriëntaties en carrousels worden benoemd door de raad.
- 3.
De raadsvoorzitter en de voorzitters van de oriëntaties en carrousels zijn belast met:
- a.
De leiding van de raadsvergaderingen c.q. de vergaderingen van de oriëntatie en/of carrousel;
- b.
De handhaving van de orde;
- c.
De naleving van dit reglement en de appendix ‘handhaving van de orde en gespreksregels’ behorende bij dit regelement.
- a.
Artikel 3 De griffier en de plaatsvervangend-griffier
- 1.
De griffier is aanwezig bij de oriëntaties, carrousels en raadsvergaderingen.
- 2.
Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen.
- 3.
De griffier kan op uitnodiging van de (raads)voorzitter aan beraadslagingen in de oriëntaties, carrousels en raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 4 Het presidium
- 1.
Er is een presidium dat bestaat uit de raadsvoorzitter en de fractievoorzitters.
- 2.
De griffier is aanwezig bij vergaderingen van het presidium.
- 3.
Het presidium bepaalt bij de start van de vergadering de openbaarheid of beslotenheid.
- 4.
Elke fractievoorzitter wijst een raadslid aan die hem of haar bij afwezigheid in het presidium vervangt.
- 5.
Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.
- 6.
Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.
- 7.
Het presidium stelt het jaarrooster vast.
- 8.
De termijnagenda wordt ter kennisname gedeeld met het presidium, het presidium doet waar nodig suggesties over de termijnagenda aan de agendacommissie.
- 9.
Er wordt een besluitenlijst van het presidium gemaakt die in de volgende vergadering van het presidium wordt vastgesteld.
Artikel 5 De agendacommissie
- 1.
Er is een agendacommissie die bestaat uit tenminste drie raadsleden, die bij voorkeur ook benoemd zijn als voorzitter van de oriëntatie en carrousel en bij voorkeur uit verschillende fracties.
- 2.
De griffier is aanwezig bij vergaderingen van de agendacommissie.
- 3.
De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de agendacommissie worden gekozen door de leden van de agendacommissie.
- 4.
De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar.
- 5.
De agendacommissieleden wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in de agendacommissie vervangt.
- 6.
De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.
- 7.
De agendacommissie kan wanneer nodig wijzigingen aanbrengen in het door het presidium vastgestelde jaarrooster.
- 8.
De agendacommissie stelt de termijnagenda vast.
- 9.
De agendacommissie stelt de conceptagenda’s op voor de oriëntaties, carrousels en raadsvergaderingen, op basis van de ingekomen stukken en de termijnagenda, met uitzondering van de agenda van de Kadernota en Begroting.
- 10.
De agendacommissie bepaalt per vergadering wie als voorzitter fungeert en zorgt dat anderen voor de vergadering worden uitgenodigd.
- 11.
Leden van de raad kunnen via de agendacommissie een onderwerp of ingekomen stuk op de agenda van de oriëntatie, carrousel of raadsvergadering plaatsen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
- a.
Het onderwerp of ingekomen stuk moet door ten minste 40% van de fracties worden ondersteund óf door een meerderheid van raadsleden.
- b.
Het onderwerp of ingekomen stuk bevat een oplegger met een duidelijke omschrijving van het onderwerp, de beoogde doelstellingen en informatiebehoefte, wanneer van toepassing, relevante achtergrondinformatie en/of documentatie.
- c.
Als het om een oriëntatie gaat wordt ook een voorstel gedaan voor de vorm van de oriëntatie.
- d.
Als het onderwerp of ingekomen stuk met urgentie op de agenda van de oriëntatie, carrousel of raadsvergadering geplaatst moet worden wordt dit onderbouwd door de indieners.
- a.
- 12.
De agendacommissie bepaalt de vorm van een oriëntatie, met uitzondering van een onderwerp of ingekomen stuk dat door de raad wordt geagendeerd.
- 13.
De agendacommissie bepaalt op basis van de vorm van de oriëntatie welke ruimte er voor inspraak beschikbaar is. De agendacommissie betrekt hierbij de afweging dat er voldoende ruimte over blijft om het onderwerp te kunnen behandelen.
- 14.
De agendacommissie is bevoegd, als een raadsvoorstel naar het oordeel van de agendacommissie niet rijp is voor behandeling of als de carrousel een negatief behandeladvies heeft gegeven over het raadsvoorstel, een raadsvoorstel terug te sturen naar het college met het verzoek een aangepast raadsvoorstel naar de raad te brengen.
- 15.
De agendacommissie kan op basis van een aantal criteria een onderwerp op de concept agenda van de raad agenderen, zonder dat hierover vooraf een debat plaatsvindt in de carrousel:
- a.
Dit kan op advies van het presidium, de werkgeverscommissie, de auditcommissie en de vertrouwenscommissie.
- b.
Dit kan indien de inschatting is dat er geen debat gewenst is over het betreffende raadsvoorstel, bijvoorbeeld bij benoemingen.
- c.
Dit kan indien er wettelijk gezien, bijvoorbeeld in het geval van zienswijze procedures, voor een bepaalde termijn een besluit van de raad nodig is.
- a.
- 16.
Er wordt een besluitenlijst van de agendacommissie gemaakt die in de volgende vergadering van de agendacommissie wordt vastgesteld.
Artikel 6 Toelating en benoeming raadsleden
- 1.
Ten behoeve van de benoeming van (nieuwe) raadsleden stelt de raad een commissie geloofsbrieven in van tenminste drie leden uit de raad.
- 2.
Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw te benoemen raadsleden en brengt daar vervolgens advies over uit aan de raad. Wanneer van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
- 3.
Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.
- 4.
De commissie geloofsbrieven verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering en doet verslag van de uitkomsten in de betreffende raadsvergadering.
Artikel 7 Benoeming wethouders
- 1.
Voor de benoeming van (nieuwe) wethouders stelt de raad een commissie benoembaarheid wethouders in van tenminste drie leden uit de raad.
- 2.
De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen (door een daartoe aan te wijzen onafhankelijke organisatie.)
- 3.
De kandidaat-wethouder(s) is/zijn gehouden medewerking te verlenen aan de bedoelde risicoanalyse.
- 4.
De inhoud van de gehouden risicoanalyse wordt niet actief openbaar gemaakt vanwege de bescherming van persoonsgegevens van alle betrokkenen. Geheel of gedeeltelijke openbaarheid is alleen mogelijk voor zover de Woo zich hiertegen niet verzet.
- 5.
Na de uitgevoerde risicoanalyse integriteit vindt er onder verantwoordelijkheid van de burgemeester een integriteitsgesprek plaats.
- 6.
De burgemeester brengt over het eindresultaat van het in lid 5 benoemde integriteitsgesprek verslag uit aan de commissie benoembaarheid wethouders.
- 7.
De commissie benoembaarheid wethouders onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid van de Gemeentewet.
- 8.
De commissie benoembaarheid wethouders brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.
Artikel 8 Fracties
- 1.
Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.
- 2.
Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de raadsvoorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
- 3.
De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de raadsvoorzitter.
- 4.
Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de raadsvoorzitter.
- 5.
Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Artikel 9 Raadscommissieleden
- 1.
Elke fractie als bedoeld in artikel 8, heeft recht op de inzet van maximaal drie raadscommissieleden.
- 2.
Fracties met tien of meer zetels hebben recht op maximaal twee raadscommissieleden.
- 3.
Een raadscommissielid wordt door de raad, op voordracht van zijn fractie, als lid van de desbetreffende raadscommissie benoemd en/of ontslagen.
- 4.
Een raadscommissielid wordt benoemd als lid van de oriëntatie en de carrousel.
- 5.
De voorgedragen persoon dient te voldoen aan de in artikel 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet gestelde eisen voor het bekleden van het raadslidmaatschap.
- 6.
Raadscommissieleden leggen voorafgaand aan de benoeming, ten overstaan van de raadsvoorzitter, de eed of belofte af conform artikel 14 Gemeentewet.
- 7.
Het benoemen van raadscommissieleden kan tot en met uiterlijk oktober voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen.
Hoofdstuk 2. Vergaderingen van de raad
Paragraaf 1 Vormgeving Oriëntaties en carrousels
Artikel 10 Oriëntatie
- 1.
Ter ondersteuning van de werkzaamheden van de raad worden oriëntaties gehouden.
- 2.
Alle raadsleden zijn in ieder geval tot lid van de oriëntatie benoemd.
- 3.
Deze bijeenkomsten hebben tot doel beeldvormend te spreken over voorstellen of onderwerpen ter voorbereiding op de besluitvorming in de raad of door het college.
- 4.
Er zijn verschillende vormen van oriëntaties.
- 5.
De oriëntatie kent geen woordvoerders namens de fracties, alle aanwezigen raads(commissie)leden kunnen het woord voeren.
- 6.
De aanwezigen raads(commissie)leden kunnen besluiten in beslotenheid te vergaderen.
Artikel 11 De carrousel
- 1.
Ter voorbereiding op de besluitvorming in de raadsvergadering wordt de carrousel gehouden.
- 2.
Alle raadsleden zijn in ieder geval tot lid van de carrousel benoemd.
- 3.
Per fractie voert één persoon het woord, hetgeen bij aanvang van het onderwerp door de voorzitter per fractie wordt vastgesteld.
- 4.
De carrousel heeft tot doel:
- a.
Het debatteren over en/of het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat in de raadvergadering wordt behandeld;
- b.
Het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;
- c.
Het voeren van overleg met het college of de burgemeester.
- a.
- 5.
Wanneer het onderwerp in de carrousel voldoende is besproken, sluit de voorzitter het debat en verwijst het onderwerp zo nodig ter besluitvorming naar de raadsvergadering. Hierbij vat de voorzitter het behandeladvies van de commissie samen, dit advies bevat of het onderwerp als debatstuk of hamerstuk in de raadsvergadering wordt geagendeerd en indien het een debatstuk betreft de reden waarom, hierbij worden eventuele motie(s) en amendement(en) met hun onderwerp vermeld.
- 6.
De aanwezige raads(commissie)leden kunnen besluiten in beslotenheid te vergaderen.
Paragraaf 2 Voorbereiding vergaderingen
Artikel 12 oproep en agenda's
- 1.
Uiterlijk 10 dagen vóór een oriëntatie of een politieke markt wordt namens de (raads)voorzitter een oproep onder vermelding van dag, aanvangsuur en plaats van de te houden vergaderingen digitaal beschikbaar gesteld voor raadsleden en raadscommissieleden.
- 2.
De (voorlopige) agenda’s voor de oriëntatie, carrousel en raadsvergadering en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid en artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijk met de oproep aan de raadsleden en raadscommissieleden digitaal beschikbaar gesteld.
- 3.
Als een aanvullende (voorlopige) agenda wordt opgesteld, wordt deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad digitaal gezonden.
- 4.
Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een raadslid of de raadsvoorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen, afvoeren en/of de volgorde wijzigen van de te behandelen onderwerpen.
- 5.
Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voorbereid acht voor een debat of voor besluitvorming, kan hij het onderwerp verwijzen naar de carrousel, of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.
Artikel 13 Openbare kennisgeving
- 1.
De oriëntatie en politieke markt worden tenminste door aankondiging in het huis-aan-huisblad en door plaatsing op de gemeentelijke website bekendgemaakt.
- 2.
In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Paragraaf 3 Ter vergadering
Artikel 14 Presentielijst vergaderingen
- 1.
De griffier draagt zorg voor de beschikbaarheid van presentielijsten bij de oriëntaties, de carrousels en raadsvergaderingen.
- 2.
Bij oriëntaties en carrousels tekenen raadscommissieleden de presentielijst.
- 3.
Bij besloten oriëntaties en carrousels tekenen alle aanwezigen de presentielijst.
- 4.
Bij raadsvergaderingen tekenen raadsleden bij binnenkomst in de raadszaal de presentielijst.
- 5.
De raadsleden en raadscommissieleden zijn zelf verantwoordelijk voor het plaatsen van hun handtekening op de presentielijsten.
- 6.
Aan het einde van de oriëntatie, carrousel of raadsvergadering wordt de presentielijst door de (raads)voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 15 Zitplaatsen in de raad
De raadsvoorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats tijdens de raadsvergaderingen, aangewezen door de raadsvoorzitter bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad.
Artikel 16 Opening raadsvergadering; quorum
- 1.
De raadsvoorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde tijdstip, als het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad zoals blijkt uit de presentielijst aanwezig is.
- 2.
Wanneer een half uur na het vastgestelde tijdstip het vereiste aantal leden niet aanwezig is, bepaalt de raadsvoorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en tijdstip van de volgende raadsvergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.
Artikel 17 Aantal spreektermijnen
- 1.
De beraadslaging in een carrousel of een raadsvergadering over een onderwerp of een voorstel geschiedt in twee termijnen, tenzij door de raad of de meerderheid van de in de vergadering aanwezige woordvoerders anders wordt beslist.
- 2.
Elke spreektermijn wordt door de (raads)voorzitter van de vergadering afgesloten. In het besluitvormende gedeelte van de raadsvergadering komen slechts de stemverklaringen aan de orde.
Artikel 18 Deelname aan de beraadslaging door anderen
Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 19 Toehoorders en pers
- 1.
Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen van oriëntaties carrousels en raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
- 2.
Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
Artikel 20 Geluid- en beeldregistraties
Degenen die van openbare oriëntaties, carrousels en raadsvergaderingen geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de raadsvoorzitter of griffier en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Artikel 21 handhaving van de orde; schorsing
- 1.
Wanneer de orde wordt verstoord (zoals bedoeld in artikel 6 lid 3 van de bijlage van dit Reglement van Orde), wordt de persoon/personen in kwestie door de (raads)voorzitter van de vergadering tot de orde geroepen. Als de betreffende persoon/personen, hieraan geen gevolg geeft/geven, kan de (raads)voorzitter de persoon/personen het woord ontzeggen dan wel de persoon/personen uit de vergadering laten verwijderen.
- 2.
De (raads) voorzitter van de vergadering kan, ter handhaving van de orde, de vergadering schorsen en – als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
Artikel 22 Voorstellen van orde
Raadsleden en/of de raadsvoorzitter kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
Paragraaf 4 Stemmingen
Artikel 23 Stemverklaring
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten. De stemverklaring betreft geen uitgebreide woordvoering. Tijdens een stemverklaring worden interrupties niet toegestaan.
Artikel 24 Onthouden van beraadslaging en stemming
- 1.
Raadsleden die zich beroepen op artikel 28 van de Gemeentewet kondigen dit aan bij het vaststellen van de agenda.
- 2.
De raadsvoorzitter doet bij het starten van het agendapunt mededeling van het onthouden van beraadslaging en stemming door het betreffende raadslid.
- 3.
Het onthouden van beraadslaging en stemming door een raadslid wordt opgenomen in de besluitenlijst van de vergadering.
Artikel 25 Beslissing
- 1.
De raadsvoorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.
- 2.
Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de raadsvoorzitter het dictum voor de te nemen beslissing.
Artikel 26 Stemming; procedure hoofdelijke stemming
- 1.
De raadsvoorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de raadsvoorzitter vast dat het voorstel zonder (hoofdelijke) stemming is aangenomen.
- 2.
Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen.
- 3.
Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de raadsvoorzitter daarvan mededeling aan de raad. Wanneer stemming wordt verlangd, vindt de stemming elektronisch plaats of door handopsteking, tenzij een lid hoofdelijke stemming verlangt.
- 4.
Wanneer de raad over gaat tot hoofdelijke stemming wordt bij lot bepaald bij welk lid stemming begint en vervolgens in alfabetisch volgorde van achternaam.
- 5.
Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.
- 6.
Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de raadsvoorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
- 7.
De raadsvoorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen.
Artikel 27 Volgorde stemming over amendementen en moties
- 1.
Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.
- 2.
Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.
- 3.
Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.
- 4.
Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.
- 5.
Als de stemmen staken bij een (sub)amendement in een niet voltallige vergadering wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering. Hiermee wordt ook de beslissing over het aanhangig voorstel en motie(s) behorende bij dit voorstel uitgesteld tot een volgende vergadering.
Artikel 28 Stemming over personen
- 1.
Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de raadsvoorzitter drie raadsleden tot stembureau.
- 2.
Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen.
- 3.
Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde schriftelijke stemmingen worden samengevat op één briefje.
- 4.
Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
- a.
Een blanco ingeleverd stembriefje;
- b.
Een ondertekend stembriefje;
- c.
Een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming meerdere vacatures betreft;
- d.
Een stembriefje waarbij, als het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon is gestemd die niet is voorgedragen;
- e.
Een stembriefje waarbij op een andere persoon is gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
- a.
- 5.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
- 6.
Onder zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 29 Herstemming over personen bij beperkte keuze
- 1.
Wanneer bij een stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt in dezelfde vergadering tot een tweede stemming overgegaan volgens artikel 31 lid 2 van de Gemeentewet.
- 2.
Wanneer ook bij deze tweede stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen en de stemmen staken, dan beslist terstond het lot conform artikel 31 lid 3 van de Gemeentewet.
Artikel 30 Beslissing door het lot
- 1.
Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de griffier op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.
- 2.
Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
- 3.
Vervolgens neemt de raadsvoorzitter zoveel briefjes uit de stembokaal als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
Artikel 31 Spreekrecht inwoners van Zwijndrecht en belanghebbenden
- 1.
Inwoners van Zwijndrecht en belanghebbenden kunnen tijdens een oriëntatie eenmalig per twee jaar het woord voeren over hetzelfde onderwerp dat op de agenda staat. Indien een eerder genomen besluit opnieuw geagendeerd wordt in de oriëntatie is de twee jaar niet van toepassing. De voorzitter beoordeelt of hieraan wordt voldaan en de voorzitter kan hiervan afwijken mits de orde van de vergadering niet in het geding komt.
- 2.
Tijdens een rondetafelgesprek kunnen inwoners van Zwijndrecht en belanghebbende in gesprek met raads(commissie)leden. De voorzitter bewaakt dat iedereen voldoende aan het woord komt.
- 3.
Inwoners van Zwijndrecht en belanghebbenden kunnen eenmalig per twee jaar het woord voeren over hetzelfde onderwerp tijdens een carrousel of over hetzelfde raadsvoorstel tijdens een carrousel dat op de agenda staat. Indien een eerder genomen besluit opnieuw geagendeerd wordt in de carrousel is de twee jaar niet van toepassing. De voorzitter beoordeelt of hieraan wordt voldaan en de voorzitter kan hiervan afwijken mits de orde van de vergadering niet in het geding komt.
- 4.
Wanneer de bespreking van een onderwerp of raadsvoorstel niet is afgerond in de carrousel en in een volgende carrousel verdergaat is inspraak niet meer mogelijk.
- 5.
Inwoners van Zwijndrecht en belanghebbenden kunnen eenmalig per twee jaar het woord voeren over een betreffend raadsvoorstel dat op de agenda staat tijdens een raadsvergadering, mits de inwoner of belanghebbende nog niet heeft ingesproken over het betreffende voorstel tijdens de carrousel. Of eenmalig per twee jaar tijdens een raadsvergadering over onderwerpen die vallen binnen de gemeentelijke taken en bevoegdheden. Indien een eerder genomen besluit opnieuw geagendeerd wordt in de raadsvergadering is de twee jaar niet van toepassing. De raadsvoorzitter beoordeelt of hieraan wordt voldaan en de raadsvoorzitter kan hiervan afwijken mits de orde van de vergadering niet in het geding komt.
- 6.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 3 uur voorafgaand aan de vergadering aan de griffier. De inspreker vermeldt daarbij zijn naam, contactgegevens en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.
- 7.
De griffie bevestigt de aanmelding en deelt aan degene die gebruik wil maken van het spreekrecht mee welke spelregels er aan het inspreken verbonden zijn. Daarbij wordt aan de inspreker gemeld dat de vergadering openbaar is, er live registratie plaatsvindt van beeld en geluid en dat de uitzending blijvend beschikbaar wordt gesteld via het raadsinformatiesysteem.
- 8.
De spreektijd in de oriëntatie, met uitzondering van een rondetafelgesprek, carrousel en raadsvergadering bedraagt maximaal 5 minuten. Staat de duur van de vergadering dit niet toe dan bekort de (raads)voorzitter de spreektijd, zodat er voldoende tijd resteert om het onderwerp te kunnen behandelen.
- 9.
Het woord kan niet gevoerd worden:
- a.
Over een genomen besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan;
- b.
Over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.
- a.
Paragraaf 5 Verslaglegging; ingekomen stukken
Artikel 32 Besluitenlijst van de vergaderingen
- 1.
Van de oriëntatie en carrousel wordt een verslag gemaakt en van raadsvergaderingen wordt een besluitenlijst gemaakt.
- 2.
Van een oriëntatie, carrousel of raadsvergadering wordt wanneer mogelijk een digitale geluidsopname en/of video-opname gemaakt. Als dit niet mogelijk is wordt een verslag gemaakt.
- 3.
Een digitale geluids- en/of video-opname wordt zo spoedig mogelijk na de laatstgehouden vergadering op de website gepubliceerd.
- 4.
Het verslag of de besluitenlijst wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier en wordt zo snel mogelijk digitaal ter beschikking gesteld aan de raadsleden, raadscommissieleden, het college en op de website gepubliceerd, voor zover de aard en inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet.
- 5.
Uit het verslag van een oriëntatie blijkt in ieder geval:
- a.
De namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden en de raadscommissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
- b.
Eventuele toezeggingen van de portefeuillehouder en de deadline voor afhandeling van de toezegging.
- a.
- 6.
Uit het verslag van de carrousel blijkt in ieder geval:
- a.
De namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden en raadscommissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede de overige personen die het woord gevoerd hebben;
- b.
Het door de voorzitter samengevatte behandeladvies aan de raad. Dit advies bevat of het onderwerp als debatstuk of hamerstuk in de raadsvergadering wordt geagendeerd en indien het een debatstuk betreft met de reden waarom, hierbij worden eventuele motie(s) en amendement(en) met hun onderwerp vermeld.
- c.
Eventuele toezeggingen van de portefeuillehouder en de deadline voor afhandeling van de toezegging.
- a.
- 7.
Uit de besluitenlijst van een raadsvergadering blijkt in ieder geval:
- a.
De namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
- b.
Een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;
- c.
Een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
- d.
Een vermelding van de genomen besluiten;
- e.
Een overzicht van het verloop van elke stemming, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
- f.
De tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen, en
- g.
Bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 13 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
- a.
- 8.
De concept-besluitenlijst van de raadsvergadering wordt in de eerstvolgende raadsvergadering vastgesteld.
- 9.
Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier.
Artikel 33 Ingekomen stukken en Toezeggingen-Moties-Schriftelijke vragen lijst
- 1.
Bij de raad ingekomen stukken (inclusief informatie van het college) worden via het digitale vergadersysteem aan de raad beschikbaar gesteld.
- 2.
Op de Toezeggingen-Moties-Schriftelijke vragen lijst worden de toezeggingen, moties en schriftelijke vragen genoteerd en wordt een stand van zaken bijgehouden.
- 3.
Bij ieder ingekomen stuk wordt een advies over de afhandeling gegeven. Dit advies kan (o.a.) zijn:
- a.
Voor kennisgeving aannemen;
- b.
Ter afhandeling in handen van college stellen waarbij een afschrift van de afhandeling naar de raad wordt verzonden;
- c.
Te betrekken bij een onderwerp op de agenda;
- d.
Voor advies naar college
- a.
- 4.
De stukkenlijst inclusief het behandeladvies en de TMS-lijst worden in de raadsvergadering vastgesteld.
Paragraaf 6 Besloten raadsvergaderingen
Artikel 34 Toepassing reglement op besloten vergaderingen
Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 35 Besluitenlijst en verslag niet openbare vergadering
- 1.
Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten oriëntaties, carrousels en raadsvergaderingen worden op een daarvoor gepaste wijze aan de raad beschikbaar gesteld.
Artikel 36 Geheimhoudingsregister en opheffing geheimhouding
- 1.
De griffier houdt een register bij van alle geheime documenten die door het college of de burgemeester aan de commissie of de raad zijn aangeboden en van alle documenten waar de commissie of raad zelf geheimhouding op heeft gelegd.
- 2.
De griffier houdt een register bij van alle raads- en commissievergaderingen of delen van raads- en commissievergaderingen die in beslotenheid zijn gehouden waardoor op het verhandelde van rechtswege geheimhouding rust.
- 3.
De registers genoemd in lid 1 en 2 bevatten de datum van de vergadering, de datum van oplegging van geheimhouding, de grondslag voor de geheimhouding en de horizonbepaling dan wel de datum waarop of voorwaarde waaronder de geheimhouding kan worden opgeheven.
- 4.
De registers genoemd in lid 1 en 2 van dit artikel zijn openbaar.
- 5.
Eén keer per jaar bespreekt de gemeenteraad het geheimhoudingsregister.
Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden
Artikel 37 Amendementen en subamendementen
- 1.
Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de raadsvoorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de raadsvoorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
- 2.
De mede indienende fracties worden vermeld op het amendement of subamendement.
- 3.
Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die aanwezig zijn in de raadsvergadering.
- 4.
Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk tot het einde van de beraadslagingen.
Artikel 38 Moties
- 1.
Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de raadsvoorzitter.
- 2.
De mede indienende fracties worden vermeld op de motie.
- 3.
Er wordt alleen beraadslaagd over moties die ingediend zijn door raadsleden die aanwezig zijn in de raadsvergadering.
- 4.
De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.
- 5.
De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.
- 6.
Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk tot het einde van de beraadslagingen.
Artikel 39 Initiatiefvoorstel
- 1.
Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen tijdens een raadsvergadering schriftelijk in bij de raadsvoorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college.
- 2.
Het college kan binnen 30 kalenderdagen nadat het initiatiefvoorstel ter kennis is gesteld van het college, schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
- 3.
Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel door de agendacommissie op de agenda van de eerstvolgende carrousel geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende carrousel geplaatst.
- 4.
Wanneer de indienende fracties wensen af te wijken van bovengenoemde procedure kunnen de fracties hiervoor een gemotiveerd verzoek indienen bij de agendacommissie. De agendacommissie neemt bij haar uiteindelijke besluit in overweging of er voor de raad voldoende voorbereidingstijd is richting de behandeling van het initiatiefvoorstel en of er voor het college voldoende tijd is om wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
Artikel 40 Geagendeerde onderwerpen en stukken
- 1.
Een geagendeerd onderwerp of stuk dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de oriëntatie of carrousel, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de oriëntatie of carrousel.
- 2.
Een geagendeerd onderwerp of stuk dat op verzoek van fracties vermeld staat op de voorlopige agenda van de oriëntatie of carrousel, kan alleen door de betreffende fracties van de agenda worden gehaald.
- 3.
Een onderwerp of stuk dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raad, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.
- 4.
De carrousel geeft een behandeladvies aan de raad over het onderwerp of stuk.
Artikel 41 Interpellatie
- 1.
Het verzoek van een raadslid tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in - naar het oordeel van de voorzitter - spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp, waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.
- 2.
De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. Het interpellatieverzoek wordt de volgende raadsvergadering na indiening van het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk moment tijdens deze raadsvergadering de interpellatie zal worden gehouden.
- 3.
De interpellatie vindt plaats tijdens het debatgedeelte van de raadsvergadering, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 42 Schriftelijke vragen
- 1.
Raadsleden en raadscommissieleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Wanneer er een voorkeur is voor mondelinge beantwoording kan dit worden aangegeven.
- 2.
De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
- 3.
Schriftelijke beantwoording vindt plaats binnen dertig kalenderdagen nadat de vragen zijn ingediend middels een brief aan de raad.
- 4.
Als de vragen ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, vindt mondelinge beantwoording plaats in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is dan wordt lid 3 van toepassing.
- 5.
Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan alle raadsleden en raadscommissieleden ter beschikking gesteld/verstrekt.
- 6.
De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 43 Inlichtingen
- 1.
Wanneer een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een schriftelijk verzoek daartoe ingediend bij de griffie. Deze draagt er zorg voor dat het verzoek zo spoedig mogelijk naar de gemeentesecretaris wordt doorgezonden ter verdere afhandeling.
- 2.
De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daaropvolgende vergadering gegeven.
- 3.
De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering waarin de antwoorden zullen worden gegeven.
Artikel 44 Vragenhalfuur
- 1.
Op de agenda van de raadsvergadering is zo nodig een half uur beschikbaar voor het stellen van vragen.
- 2.
Elke fractie kan vragen stellen aan het college of de burgemeester.
- 3.
Per fractie worden maximaal twee vragen gesteld.
- 4.
De vragen worden uiterlijk de dag voorafgaand aan de vergadering bij de griffie ingediend. Vragen die na deze termijn worden ingediend kunnen worden gesteld maar kunnen op een later moment beantwoord worden door het college.
- 5.
Het college of de burgemeester beantwoordt de vragen.
- 6.
Andere leden van de raad kunnen, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college, vragen stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenhalfuur worden geen moties ingediend en wordt geen debat gevoerd.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 45 Uitleg reglement
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, of bij twijfel omtrent de toepassingen van dit reglement, beslist de raad op voorstel van de raadsvoorzitter, of beslissen de woordvoerders op voorstel van de voorzitter.
Artikel 46 Intrekken oude reglement
Het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de carrousel van de gemeente Zwijndrecht, vastgesteld bij besluit van de raad van de gemeente Zwijndrecht op 30 juni 2020 en alle daarin aangebrachte wijzigingen wordt ingetrokken.
Artikel 47 Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Dit reglement treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.
- 2.
Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de oriëntatie, carrousel en raadsvergadering van de gemeente Zwijndrecht.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 januari 2026.
De griffer, De voorzitter,
I.M. Odinot, L.C.A. Anink
Bijlage: handhaving van de orde en gespreksregels
Aanvulling op Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de oriëntatie, carrousel en raadsvergadering van de gemeente Zwijndrecht
In deze bijlage zijn een aantal aanvullingen op de artikelen zoals opgenomen in het Reglement van orde opgenomen. Deze aanvullingen dienen als houvast voor het handhaven van de orde door de (raads)voorzitter tijdens vergaderingen. Ook zijn er gespreksregels opgenomen ten behoeve van het debat tijdens de vergaderingen van de gemeenteraad van Zwijndrecht.
Artikel 1. Spreekplaats
- 1.
Ieder raads(commissie)lid spreekt van zijn zitplaats in de vergaderzaal, tenzij de raadsvoorzitter anders toestaat. Dit geldt niet voor oriëntaties.
Artikel 2. Voeren van het woord
- 1.
Niemand voert het woord zonder het aan de (raads)voorzitter gevraagd en van de (raads)voorzitter gekregen te hebben.
- 2.
De (raads)voorzitter geeft het woord in de volgorde waarin het is gevraagd. Echter, bij een verzoek tot het houden van een interpellatie, een verzoek om debat, een initiatiefvoorstel, een voorstel van orde, een motie, een amendement of een subamendement mag eerst de voorsteller of verzoeker het woord voeren om toelichting te geven.
- 3.
Niemand, met uitzondering van de voorzitter, voert in één termijn meer dan eenmaal het woord.
- 4.
Wanneer een vertegenwoordiger van een burgerinitiatief tot de vergadering is toegelaten, geeft de voorzitter deze als eerste het woord voorafgaand aan de beraadslagingen over het initiatief.
- 5.
Een interruptie, het stellen van een feitelijke vraag over een in behandeling zijnde onderwerp, het spreken over een persoonlijk feit of over een voorstel van orde wordt niet meegerekend bij het bepalen van het aantal keren dat een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd.
Artikel 3. Interrupties
- 1.
Met uitzondering van interrupties mag een spreker niet tijdens het spreken worden gestoord.
- 2.
Interrupties hebben tot doel de spreker een verheldering van het betoog te vragen dan wel feiten vast te stellen. De voorzitter kan echter bepalen dat een spreker het betoog zonder verdere interrupties zal afronden.
- 3.
Interrupties zijn niet toegestaan aan het begin van de eerste termijn van een raadslid.
Artikel 4. Gebruik mobiele telefoons
In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.
Artikel 5. Verbreken orde van beraadslaging
- 1.
De orde kan worden verbroken wanneer een raads(commissie)lid het woord vraagt over een persoonlijk feit, of om een voorstel van orde in te dien.
- 2.
Een persoonlijk feit moet betrekking hebben op een bejegening van een raads(commissie)lid tijdens de vergadering, welke door het raads(commissie)lid als kwetsend of onheus wordt ervaren.
Artikel 6. Handhaving van de orde; spreekregels
- 1.
Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:
- a.
De (raads)voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
- b.
Een raads(commissie)lid hem interrumpeert.
- a.
- 2.
De (raads)voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog kan afronden.
- 3.
Onder het verstoren van de orde wordt verstaan: een spreker of aanwezige laat zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uit, een spreker of aanwezige wijkt af van het in behandeling zijnde onderwerp, een spreker of aanwezige interrumpeert een andere spreker herhaaldelijk, een spreker of aanwezige oefent een (stil) protest uit, een spreker of aanwezige verstoort de orde anderszins.
- 4.
De voorzitter is bevoegd om in beeld- en geluidsregistratie, notulen en/of schriftelijk verslagen geen weergave op te nemen van door een spreker gebezigde beledigende of ongepaste uitdrukkingen waarvoor die spreker tijdens de vergadering tot de orde geroepen is.
Artikel 7. Handhaving van de orde; gedragingen raadslid
- 1.
De (raads)voorzitter kan aan de raad voorstellen een aan de vergadering deelnemend raads(commissie)lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, verdere deelname aan de vergadering te ontzeggen.
- 2.
Over het voorstel om deelname aan de vergadering te ontzeggen aan een raads(commissie)lid dat door zijn gedragingen geregeld de gang van zaken belemmert, wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het raadslid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de (raads)voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het raads(commissie)lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl