Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Baarn 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Baarn 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn,

gelet op artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht

besluit:

vast te stellen de Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Baarn 2026

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

  • In deze beleidsregels wordt verstaan onder: 

  • aanvraag: verzoek om, of het accepteren van, een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet;

  • begeleidingsplan: het plan, bedoeld in artikel 12, waarin staat hoe de begeleiding aan de inwoner vorm krijgt aan de hand van de begeleidingsproducten uit het plan van aanpak en op welke leefgebieden dit zich richt;

  • begeleidingsproducten: hulp en begeleiding die geboden wordt om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te vergroten, door financiële begeleiding die bestaat uit het verbeteren van de financiële situatie van de inwoner, budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind en zo nodig begeleiding door flankerende hulp;

  • BKR: Bureau Kredietregistratie;

  • CKI: Centraal Krediet Informatiesysteem;

  • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn

  • crisissituatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen opzegging of ontbinding van de zorgverzekering of andere bedreigende situaties als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet;

  • inwoner: ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • leefgebieden: thema’s die bij het bieden van schuldhulpverlening centraal staan: werk, inkomen, opleiding, spaargeld, schulden, wonen, gezin, gezondheid en sociaal netwerk;

  • meetinstrument: middel dat een objectieve inschatting van de huidige situatie, kennis, vaardigheden en competenties van een inwoner geeft op de leefgebieden;]

  • niet vrij toegankelijke voorziening: voorziening waarvoor een besluit van het college nodig is;

  • plan van aanpak: het plan, bedoeld in artikel 9 en als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, van de wet dat zich specifiek op de inwoner richt, waarin de hulpvraag staat zoals die aan de hand van de systematische intake is vastgesteld en dat het aanbod voor de schuldhulpverlening bevat;

  • problematische schulden: een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een natuurlijk persoon zijn schulden niet zal kunnen blijven betalen of is gestopt met betalen. Daaronder wordt verstaan een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden, en dus een schuldregeling wordt gestart;

  • schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • systematische intake: gestructureerde werkwijze voor het voeren van één of meer gesprekken na een aanvraag om een integraal beeld te krijgen van de situatie van de inwoner en om de hulpvraag van de inwoner vast te stellen;

  • vroegsignalering: het in beeld brengen van inwoners met betalingsachterstanden op basis van ontvangen meldingen van schuldeisers, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b van de Wet, en hen vervolgens een aanbod doen voor een eerste gesprek, zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, eerste zin van de Wet.

  • wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

HOOFDSTUK 2. DOELGROEP EN AANVRAAG

Artikel 2. Doelgroep

  • 1. Inwoners van de gemeente Baarn met financiële zorgen of schulden kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening.

Artikel 3. Aanvraag

  • Een aanvraag is vormvrij en kan zowel schriftelijk, digitaal, telefonisch of fysiek worden ingediend.

Artikel 4. Systematische intake

  • 1. Na de aanvraag volgt een systematische intake waarin het college in overleg met de inwoner de hulpvraag vaststelt en het college de inwoner informeert over het proces.

  • 2. De systematische intake start met een eerste gesprek. Dit gesprek vindt, overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, plaats binnen vier weken na de aanvraag of binnen drie werkdagen als sprake is van een crisissituatie.

  • 3. Tijdens de systematische intake informeert het college de inwoner in elk geval over:

    • a.

      de wijze waarop het college de inwoner ontzorgt en ondersteunt bij financiële problemen en indien mogelijk schuldenvrij en financieel zelfredzaam maakt;

    • b.

      de persoonsgegevens die het college verwerkt om:

      • 1.

        de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening af te geven;

      • 2.

        het plan van aanpak op te stellen; en

      • 3.

        de beschikking in het geval van problematische schulden in het CKI van het BKR te registreren;

    • c.

      de te verwachten doorlooptijd tussen:

      • 1.

        het eerste gesprek en de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening;

      • 2.

        de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening en het bereiken van het resultaat

    • d.

      het proces over:

      • 1.

        het verder aanvullen van het Plan van aanpak

      • 2.

        de periode van nazorg.

  • 4. Als blijkt dat de inwoner een hulpvraag heeft waarvoor andere ondersteuning nodig is en de inwoner deze ondersteuning wenst, wordt de inwoner begeleid naar de netwerkpartners binnen de gemeente die deze ondersteuning kan bieden.

HOOFDSTUK 3. BESLISSING OP DE AANVRAAG

Artikel 5. Beschikking

  • Het college geeft, overeenkomstig de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening Baarn, binnen 8 weken na de dag van het eerste gesprek een beschikking af over de toegang tot schuldhulpverlening.

Artikel 6. Toegang

  • 1. Het college geeft toegang tot schuldhulpverlening als:

    • a.

      de inwoner is opgehouden met het betalen van schulden;

    • b.

      de inwoner niet door kan gaan met het betalen van schulden; of

    • c.

      de inwoner financiële zorgen heeft en een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is.

  • 2. Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, meldt het de inwoner aan bij de vewijsindex schuldhulpverlening.

  • 3. Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, vindt gegevensuitwisseling plaats via het schuldenknooppunt.

HOOFDSTUK 4. PLAN VAN AANPAK

Artikel 7. Inhoud plan van aanpak

  • 1. Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, maakt het na overleg met de inwoner een plan van aanpak als onderdeel van de toegangsbeschikking.

  • 2. Het plan van aanpak bevat in ieder geval:

    • a.

      het doel van de schuldhulpverlening;

    • b.

      het aanbod voor de schuldhulpverlening dat bestaat uit het oplossen van de schulden en de begeleidingsproducten;

    • c.

      de verplichtingen waar de inwoner zich aan moet houden;

    • d.

      een overzicht van de momenten die voor de schuldhulpverlening belangrijk zijn;

    • e.

      de nazorg die geboden wordt;

    • f.

      de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 4a, vijfde lid, van de wet; en

    • g.

      de afloscapaciteit, op basis van het vrij te laten bedrag.

  • 3. Het plan van aanpak wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Bij de evaluatie wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument.

Artikel 8. Aanbod schuldhulpverlening

  • 1. Het aanbod voor de schuldhulpverlening bestaat uit een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit en één of meer begeleidingsproducten.

  • 2. Bij het bepalen van het aanbod voor de schuldhulpverlening houdt het college in ieder geval rekening met:

    • a.

      of er sprake is van een crisissituatie;

    • b.

      de aard en de omvang van de schulden van de inwoner;

    • c.

      de actuele situatie van de inwoner op de leefgebieden;

    • d.

      de vaardigheden, kennis en competenties van de inwoner;

    • e.

      of de inwoner tot een specifieke doelgroep behoort; en

    • f.

      eerder gebruik maakte van schuldhulpverlening, minnelijke schuldsanering natuurlijke personen of wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.

  • 3. Het college houdt bij het bepalen van het aanbod voor schuldhulpverlening in het bijzonder rekening met huishoudens waarin minderjarige kinderen wonen.

Artikel 9. Verplichtingen

  • 1. De inlichtingenplicht uit artikel 6 van de wet en de medewerkingsplicht uit artikel 7 van de wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening.

  • 2. Het college houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdige aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie.

  • 3. Het college verstaat onder de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening in elk geval:

    • a.

      het nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen;

    • b.

      het afzien van het aangaan van nieuwe schulden die het aflossen van bestaande schulden moeilijker maken;

    • c.

      het bewust meewerken aan de begeleiding;

    • d.

      het zorgen voor zoveel mogelijk afloscapaciteit en die ook gebruiken om schulden af te lossen; en

    • e.

      het volledig benutten van de arbeidscapaciteit om inkomsten te verweven, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van de inwoner gevraagd kan worden.

  • 4. Het college geeft de inwoner in het gesprek en in de beschikking uitleg over de verplichtingen die voor de inwoner gelden.

HOOFDSTUK 5. UITVOERING VAN HET BEGELEIDINGSPLAN

Artikel 10. Begeleidingsplan

  • 1. Het college stelt naast het plan van aanpak een begeleidingsplan op.

  • 2. Het begeleidingsplan bevat:

    • 1.

      een omschrijving van de beginsituatie van de inwoner;

    • 2.

      een inschatting van de mogelijkheid tot uitstromen met een onderbouwing;

    • 3.

      einddoel van begeleiding;

    • 4.

      de aanwezige andere hulpverleners;

    • 5.

      de taakverdeling tussen de hulpverleners;

    • 6.

      de inzet die van de inwoner wordt gevraagd;

    • 7.

      een inschatting van de duur van de begeleiding;

    • 8.

      een overzicht van de doelen voor de komende periode;

    • 9.

      de momenten van evaluatie van het begeleidingsplan

  • 3. Het begeleidingsplan wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast.

HOOFDSTUK 6. NAZORG

Artikel 11. Periode van nazorg

  • Als uit de evaluatie blijkt dat alle doelen uit het begeleidingsplan behaald zijn, gaat de periode waarin de inwoner ondersteund wordt over in een periode van nazorg.

Artikel 12. Nazorg

  • Het college onderzoekt met de inwoner welke vorm van nazorg gewenst is. Het college legt de vorm van nazorg na overleg met de inwoner vast.

HOOFDSTUK 7. BEËINDIGING SCHULDHULPVERLENING

Artikel 13. Beëindiging schuldhulpverlening

  • 1. Nadat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, beëindigt het college na overleg met de inwoner de schuldhulpverlening en geeft het college een beëindigingsbeschikking af.

  • 2. Als er in een periode van zes maanden na de beëindigingsbeschikking een vroegsignaal binnenkomt, dan neemt het college contact met de inwoner op en wordt op basis van dat contact onderzocht welke hulp geboden wordt. Voor een niet vrij toegankelijke voorziening zal het college een beschikking afgeven.

Artikel 14. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening

  • 1. Het college kan besluiten de schuldhulpverlening eerder te beëindigen als

    • 1.

      de inwoner een verplichting niet of onvoldoende nakomt en:

    • 2.

      dit aan de inwoner te verwijten is;

    • 3.

      er een termijn is gegeven om de verplichting alsnog na te komen; en

    • 4.

      daarvan geen gebruik is gemaakt of de verplichting alsnog niet of onvoldoende is nagekomen; of

    • 5.

      de inwoner zelf om beëindiging van de schuldhulpverlening verzoekt;

    • 6.

      de inwoner zich misdraagt tegenover personen die de schuldhulpverlening geven.

  • 2. De schuldhulpverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner.

HOOFDSTUK 8. BKR-REGISTRATIE

Artikel 15. BKR-registratie problematische schulden

  • 1. Het college registreert bij het BKR dat een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, zodat deze registratie zichtbaar is in het CKI

  • 2. De registratie bij BKR die verband houdt met de schuldhulpverlening wordt door het college beëindigd binnen zes (6) maanden na succesvolle afronding van de schuldhulpverlening.

  • 3. Indien de schuldhulpverlening niet is afgerond, wordt de registratie niet eerder beëindigd dan op het moment waarop deze afronding alsnog heeft plaatsgevonden.

HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN

Artikel 16. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

  • 1. Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling indien toepassing voor de cliënt onevenredige gevolgen zou hebben zoals bedoeld in artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht.

  • 2. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

Artikel 17. Inwerkingtreding

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking 1 dag na bekendmaking en werken terug tot 1 januari 2026.

  • 2. Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels worden de Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Baarn 2014 ingetrokken.

Artikel 18. Citeertitel

  • Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Baarn 2026.

Ondertekening

Baarn, 3 februari 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn

A. van Wijk M.A. Röell

waarnemend gemeentesecretaris burgemeester

Toelichting

Inhoud en basis beleidsregels

Schuldhulpverlening is laagdrempelig en breed toegankelijk zodat zoveel mogelijk inwoners daarvan gebruik maken. De beleidsregels zijn gebaseerd op:

  • de wetgeving, in het bijzonder de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • de elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening;

  • de VNG-handreiking ‘Begeleiding’;

  • het inwonersperspectief, uit het basisproces van de routekaart Financiële Zorgen.

Over de elementen basisdienstverlening schuldhulpverlening

De elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening komen voort uit de bestuurlijke afspraken basisdienstverlening schuldhulpverlening die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Divosa, de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op 21 maart 2024 zijn ondertekend om de schuldhulpverlening verder te versterken en de verschillen in dienstverlening tussen gemeenten te verkleinen. Op 5 juni 2025 is het plan opnieuw bekrachtigd door de bestuurders van de vier partijen. 

De basisdienstverlening omvat twintig elementen die samen de basis vormen van de schuldhulpverlening waar de inwoner in elke gemeente een beroep op moet kunnen doen. Op deze wijze wordt er gewerkt aan het gelijktrekken en het vergroten van het bereik van schuldhulpverlening in Nederland.

Over het begeleiden van inwoners

De VNG-handreiking ‘Begeleiding’ is gemaakt in samenwerking met de NVVK, een aantal gemeenten en de Stadsbank Oost-Nederland. De handreiking biedt ondersteuning aan gemeenten bij de implementatie van tien van de twintig elementen van de basisdienstverlening. In de handreiking ligt daarbij de nadruk op de manier waarop gemeenten alle aspecten van begeleiding kunnen vormgeven en implementeren, waaronder de systematische intake en het financieel begeleiden van inwoners. De overige elementen hebben per element een factsheet met een nadere uitleg die te vinden is op de website van de VNG.

Over de routekaart

De routekaart Financiële Zorgen beschrijft het ideale schuldhulpverleningsproces voor verschillende inwoners. De routekaart stelt het perspectief van inwoners voorop, met als doel om de ondersteuning van de inwoner te verbeteren en de schuldhulpverlening effectiever te maken. In de routekaart wordt aan de hand van mijlpalen per fase uit het schuldhulpverleningsproces, uitgewerkt hoe vanuit verschillende rollen binnen een gemeente de ideale reis voor de inwoner mogelijk kan worden gemaakt.

Toelichting per artikel

Artikel 1. Definities

In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in deze beleidsregels. In de definities is aangesloten bij de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de VNG-handreiking ‘Het begeleiden van inwoners vanuit de elementen basisdienstverlening’.

Begeleidingsproducten en financiële begeleiding

Bij schuldhulpverlening gaat het niet alleen om het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner trots en financieel fit wordt en met vertrouwen de toekomst tegemoet gaat. Omdat inwoners met schulden vaak ook te maken hebben met achterliggende problemen op verschillende leefgebieden, richt de schuldhulpverlening zich ook op die problemen.

Begeleiding binnen de schuldhulpverlening kan bestaan uit financiële begeleiding zoals budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind. Tegelijkertijd kan als onderdeel van de begeleiding flankerende hulp worden ingezet. Flankerende hulp is anders dan financiële begeleiding en wordt geboden als dit nodig is om de situatie van de inwoner te verbeteren en het bijdraagt aan duurzame uitstroom. Flankerende hulp bestaat uit alle vormen van hulp- en dienstverlening die de inwoners ondersteunen, zoals maatschappelijk werk, verslavingszorg en ambulante begeleiding. Om dit deel van de schuldhulpverlening te kunnen omschrijven is in de beleidsregels het begrip ‘begeleidingsproducten’ opgenomen. Deze begeleidingsproducten worden ingezet om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te verbeteren. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet. Hoe de begeleiding wordt uitgevoerd wordt omschreven in het begeleidingsplan.

Problematische schulden

Er is een definitie van problematische schulden opgenomen, omdat in die gevallen de beschikking die toegang geeft tot de schuldhulpverlening op grond van artikel 17 in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van Bureau Kredietregistratie (BKR) wordt geregistreerd. Duidelijk moet dus zijn wanneer dit aan de orde is. Objectieve criteria zoals beslag, afsluiting van energie of registratie bij het CAK kunnen hier ook een rol bij spelen. In situaties waarin sprake is van schulden welke in een periode van 36 maanden wel oplosbaar zijn, wordt in eerste instantie ingezet op een 100% betalingsvoorstel

Artikel 2. Doelgroep

Op grond van de Wgs moet schuldhulpverlening breed toegankelijk zijn en mogen er geen groepen op voorhand worden uitgesloten. Dit artikel verduidelijkt daarom dat schuldhulpverlening is bedoeld voor iedere inwoner met financiële zorgen of schulden.

Artikel 3. Aanvraag

Om te voorkomen dat inwoners met financiële zorgen of schulden – ongeacht de omvang daarvan - een drempel ervaren om schuldhulpverlening aan te vragen, is in dit artikel geregeld dat een aanvraag vormvrij kan worden gedaan. Het kenbaar maken via de website, email, de telefoon of fysiek dat er behoefte is aan schuldhulpverlening is voldoende. Als een inwoner een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de wet (via vroegsignalering van schulden) accepteert, dan wordt dat ook gezien als een aanvraag. Het aanmeldproces dat hierop volgt, is ook zoveel mogelijk laagdrempelig en gericht op het voorkomen van stress. Er wordt bijvoorbeeld geïnvesteerd in het contact en het opbouwen van vertrouwen, inwoners worden niet direct om papieren gevraagd en zij worden zo veel mogelijk ontzorgd. Dit voorkomt dat inwoners schuldhulpverlening niet willen of kunnen aanvragen of gaandeweg de aanvraag uitvallen.

Artikel 4. Systematische intake

Na het aanmeldproces volgt een systematische intake, waar het eerste gesprek een onderdeel van is. Die intake kan ook bestaan uit meerdere gesprekken. In het artikel is geregeld dat het eerste gesprek binnen vier weken plaatsvindt. In crisissituaties is geregeld dat dit binnen drie dagen is om verergering van de situatie te voorkomen.

In de beleidsregels wordt gesproken van een systematische intake, omdat er voor het voeren van de gesprekken een gestructureerde werkwijze is. Deze werkwijze levert een grote bijdrage aan de effectiviteit van de intake en zorgt er tegelijkertijd voor dat maatwerk mogelijk blijft en de schuldhulpverlening echt kan worden afgestemd op de inwoner. Het startpunt van deze gestructureerde werkwijze is een systematische intake waarin gestructureerd wordt bepaald wat de inwoner nodig heeft door steeds dezelfde thema’s aan bod te laten komen.

Het doel is om middels de systematische intake een integraal beeld te krijgen van de situatie van de inwoner, de thema’s die spelen en de thema’s waaraan de inwoner wil werken. Verder wordt ook geïnventariseerd welke competenties een inwoner al heeft, welke nog moeten worden ontwikkeld, wat de inwoner zelf kan doen en waarbij hulp nodig is en van wie. Dit leidt tot het formuleren van de hulpvraag, om zo duidelijk te krijgen welke vorm van (financiële) ondersteuning de inwoner nodig heeft.

In de bepaling is ook vastgelegd dat het college de inwoner tijdens het eerste gesprek informeert over het verloop van het proces. Dit betreft de inspanningen die het college doet om relevante informatie te verzamelen en te ordenen zodat het de inwoner kan ontzorgen en ondersteunen bij het krijgen van inzicht in de financiële situatie. Daarnaast informeert het college de inwoner over de persoonsgegevens die in verband met de schuldhulpverlening verwerkt worden en hoe de schuldhulpverlening er ongeveer uit zal zien. Het gaat dan onder andere om de doelen, de mogelijkheden en de duur van de schuldhulpverlening inclusief nazorg.

Artikel 5. Beschikking

Nadat tijdens de systematische intake één of meerdere gesprekken hebben plaatsgevonden wordt een beschikking afgegeven. De beschikking is het besluit of de inwoner toegang krijgt tot schuldhulpverlening. De inwoner krijgt een toegangsbeschikking of een afwijzingsbeschikking. De inwoner krijgt in elk geval een toegangsbeschikking als er een niet vrij toegankelijke voorziening nodig is. Een plan van aanpak is onderdeel van de toegangsbeschikking. Inwoners die het niet eens zijn met de beslissing kunnen bezwaar maken en in beroep gaan.

Artikel 6. Toegang

Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met schulden of financiële zorgen. Dit artikel verankert dat uitgangspunt. Het betekent dat inwoners, ongeacht de aard en omvang van hun schulden of financiële zorgen, ondersteuning kunnen krijgen en dat inwoners die om schuldhulpverlening vragen deze zoveel mogelijk krijgen.

Inwoners die worden toegelaten tot de schuldhulpverlening, worden aangemeld bij de verwijsindex schuldhulpverlening (VISH). Dit is een instrument waarmee het college aan deurwaarders doorgeeft dat het aan een inwoner schuldhulpverlening geeft. Zij informeren hun klant (de schuldeiser) dat er schuldhulpverlening is aangevraagd en adviseren om af te zien van verdere stappen. Dit draagt bij aan schuldenrust voor de inwoner.

Voor inwoners die worden toegelaten tot schuldhulpverlening wordt gebruik gemaakt van het Schuldenknooppunt. Met dit digitale platform kunnen schuldhulpverleners en schuldeisers rechtstreeks contact houden.

Artikel 7. Inhoud plan van aanpak

Als een inwoner toegang tot schuldhulpverlening krijgt, wordt een plan van aanpak opgesteld. In het eerste lid is geregeld dat het plan van aanpak na overleg met de inwoner wordt opgesteld.

Het plan van aanpak is een onderdeel van een toegangsbeschikking en bevat alle producten en processen die worden ingezet om de inwoner schuldenvrij en financieel fit te maken. Dit betekent dat het plan zoveel mogelijk moet zijn toegespitst op de inwoner en een zo volledig mogelijk overzicht moet bieden van de schuldhulpverlening die het college gaat geven. Daarom is in het tweede lid opgesomd wat er in elk geval in het plan van aanpak moet staan. Daarbij worden onder andere de momenten genoemd die voor de schuldhulpverlening belangrijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld over de momenten waarop de begeleidingsproducten worden ingezet en de momenten waarop er contact en evaluatie plaatsvindt. Verder moet de beslagvrije voet in acht genomen worden. Bij het vaststellen van die afloscapaciteit wordt uitgegaan van het Vtlb volgens de Recofa-Methode2.

In het derde lid is vastgelegd dat het plan van aanpak wordt geëvalueerd om de voortgang van de schuldhulpverlening te meten. Bij de evaluatie wordt een meetinstrument gebruikt. De intensiteit en de frequentie waarmee wordt geëvalueerd is afhankelijk van de behoefte van de inwoner en diens situatie. Aanvullingen op- of aanpassingen in het plan van aanpak die gevolgen hebben voor het aanbod voor de schuldhulpverlening aan de inwoner, worden in een wijzigingsbeschikking opgenomen en zijn besluiten waartegen de inwoner in bezwaar en beroep kan gaan.

Overigens kan het plan van aanpak ook eerst op hoofdlijnen worden opgesteld en later worden aangevuld. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet. Hoe de begeleiding wordt uitgevoerd wordt omschreven in het begeleidingsplan.

Artikel 8. Aanbod schuldhulpverlening

Het aanbod voor de schuldhulpverlening is erop gericht om de inwoner schuldenvrij en financieel fit te maken. Onderdeel daarvan is dat een oplossing wordt geboden voor de schulden. In het eerste lid worden een aantal varianten daarvoor genoemd. Het gaat om een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit.

Met een betalingsregeling wordt met schuldeisers afgesproken dat de gehele schuld in termijnen wordt afgelost. Bij een herfinanciering betaalt een kredietverstrekker in één keer alle schulden van de inwoner af, waarna de inwoner het totale bedrag in termijnen terugbetaalt aan de kredietverstrekker. Bij een saneringskrediet doet een kredietverstrekker een betalingsaanbod aan schuldeisers, waarmee de schulden in één keer voor een deel worden afgelost en het overige deel wordt kwijtgescholden (tenzij wettelijk anders geregeld). Daartoe sluit de inwoner een saneringskrediet af bij de kredietverstrekker, de inwoners lost het betaalde bedrag vervolgens binnen 18 maanden af bij deze kredietverstrekker. Bij schuldbemiddeling wordt maandelijks voor de aflossing van schulden gespaard. Periodiek wordt een zo groot mogelijk deel van de schulden afgelost. Na de overeengekomen periode (van 18 maanden) volgt kwijtschelding van de schuldeisers, als aan de voorwaarden is voldaan. Een schuldenregeling zonder afloscapaciteit kan worden aangeboden als het inkomen van de inwoner lager is dan het berekende vrij te laten bedrag.

Schuldhulpverlening gaat echter verder dan het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner financieel fit wordt en er sprake is van financieel gezond gedrag. Daarom is in het eerste lid ook opgenomen dat de schuldhulpverlening uit één of meer begeleidingsproducten bestaat. Het gaat dan in de eerste plaats om financiële begeleiding, zoals het op orde brengen van het inkomen, waaronder ook het aanvragen van inkomen verhogende voorzieningen. Het verbeteren van de financiële kennis en vaardigheden (budgetbegeleiding), het verbeteren van het financieel gedrag (budgetcoaching) en het beheren van de financiën, zoals het doorbetalen van de vaste lasten, het bieden van een vorm van budgetbeheer of het bieden beschermingsbewind kan ook onderdeel zijn van die financiële begeleiding.

Daarnaast kan het college ook doorgeleiden naar flankerende hulp. Uit de systematische intake kan naar voren komen dat er aandacht moet zijn voor andere leefgebieden en dat de inwoner ondersteuning nodig heeft met andere vormen van hulp- en dienstverlening. Denk aan maatschappelijk werk, verslavingszorg of ambulante begeleiding of begeleiding naar werk/school.

In het tweede lid is geregeld welke factoren een rol spelen bij het bepalen van het precieze aanbod voor de schuldhulpverlening. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de specifieke situatie of kenmerken van de inwoner, waaronder de specifieke doelgroep waartoe de inwoner behoort. Denk aan doelgroepen zoals jongeren, ondernemers, huisbezitters of mensen met verschillende culturele achtergronden. Bij niet wettelijke crisissituaties kan het aanbieden van schuldhulpverlening versneld ingezet worden. Hier wordt maatwerk toegepast en een doelgroepgerichte aanpak ingezet worden.

Het derde lid verduidelijkt dat bij het bepalen van het aanbod voor schuldhulpverlening extra aandacht wordt besteed aan huishoudens met minderjarige kinderen. Kinderen hebben geen invloed op de financiële situatie van hun ouders, maar kunnen wel de gevolgen van schulden ervaren. Door dit expliciet mee te wegen kan het college het aanbod beter afstemmen op de situatie van het huishouden en bijdragen aan de stabiliteit en het welzijn van kinderen.

Dit sluit aan bij het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, waarin is vastgelegd dat bij alle maatregelen die kinderen raken het belang van het kind een eerste overweging vormt.

Artikel 9. Verplichtingen

Op grond van de wet is de inwoner aan wie het college schuldhulpverlening geeft verplicht om bepaalde inlichtingen te verstrekken en bepaalde medewerking te verlenen. In het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt dat deze verplichtingen gelden vanaf het moment dat de inwoner zich voor schuldhulpverlening tot het college heeft gewend of, bij vroegsignalering, een aanbod voor schuldhulpverlening heeft geaccepteerd. De inwoner moet zich aan de verplichtingen houden tot het moment dat de schuldhulpverlening eindigt.

Artikel 10. Begeleidingsplan

In dit artikel is geregeld dat het college, nadat het plan van aanpak is opgesteld, voor de financiële begeleiding, een begeleidingsplan opstelt. In het plan van aanpak wordt op hoofdlijnen beschreven welke producten worden ingezet. Het begeleidingsplan beschrijft de uitvoering van de begeleiding. Wanneer daarin wijzigingen plaatvinden, hoeft niet opnieuw beschikt te worden. Wanneer er aanpassingen plaatsvinden in niet-vrij toegankelijke voorzieningen of producten die de inwoner ontvangt, wordt het plan van aanpak aangepast en wordt er dus opnieuw beschikt.

In het tweede lid staat wat er in het begeleidingsplan wordt opgenomen. Zo wordt in het begeleidingsplan geschetst wat de beginsituatie van de inwoner is en op welke gebieden deze kan worden verbeterd. Daarbij wordt gemotiveerd of de inwoner op korte termijn, lange termijn of waarschijnlijk niet kan uitstromen en dus financieel fit kan worden. In overleg met de inwoner worden in het begeleidingsplan ook de doelen van de begeleiding bepaald en wordt aan de hand van die doelen kenbaar gemaakt welke doelen op korte termijn kunnen worden behaald. Als er flankerende hulp wordt geboden door een daarbij betrokken organisatie, dan wordt dit eveneens opgenomen in het begeleidingsplan. Daarbij wordt melding gemaakt van de verschillende hulpverleners en vrijwilligers die daarbij betrokken zijn en wordt vastgelegd wat de taakverdeling tussen hen is, zodat de begeleiding integraal en in samenhang wordt geboden. Verder worden afspraken gemaakt over wat de rol van de inwoner is en wordt in het begeleidingsplan een inschatting gemaakt van de duur van de begeleiding. Tot slot wordt ook bepaald wanneer het begeleidingstraject wordt geëvalueerd.

Evalueren is een essentieel onderdeel van de begeleiding. Daarom is in het derde lid beschreven dat de begeleiding steeds wordt geëvalueerd en zo nodig wordt aangepast. Inzet is dat na elk onderdeel van de begeleiding middels een evaluatie wordt bepaald wat het resultaat hiervan is geweest, welke kennis, vaardigheden en competenties zijn opgedaan en waar nog aan gewerkt moet worden. Aan de hand daarvan kan dan worden bepaald of het begeleidingsplan moet worden aangepast. Het aantal keren dat er wordt geëvalueerd en de intensiteit waarmee dit wordt gedaan, is afhankelijk van de behoefte van de inwoner en diens situatie. Bij de evaluatie wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument.

Artikel 11. Periode nazorg

Dit artikel maakt duidelijk dat de schuldhulpverlening niet eindigt als de inwoner de doelen uit het begeleidingsplan heeft behaald en zelfstandig verder kan. De ondersteuning van de inwoner wordt dan voortgezet door een periode van nazorg. Nazorg is een wettelijke verplichting op grond van de Wgs.

Artikel. 12 Nazorg

Dit artikel regelt dat het college met de inwoner onderzoekt welke vorm van nazorg gewenst is en dit na overleg met de inwoner vastlegt. Overigens komt de nazorg al bij het opstellen van het plan van aanpak aan de orde. Daarbij geldt dat het voorkomen van een terugval ook bij nazorg voorop staat. Als er in de periode van nazorg een terugval is, wordt dan ook samen met de inwoner onderzocht hoe financieel gezond gedrag weer kan worden bereikt en hoe de hulpverlening zo kan worden vormgegeven dat een nieuwe terugval wordt voorkomen. De nazorg kan uitgevoerd worden door of in samenwerking met verschillende netwerkpartners, hierin wordt gekeken wat het beste past bij de situatie en de behoefte van de inwoner. Na afronding van de nazorg verstuurt de gemeente een beëindigingsbeschikking schulphulpverlening, tenzij andere niet vrij toegankelijke producten nog doorlopen. In dat geval stuurt de gemeente een wijzigingsbeschikking met een aangepast plan van aanpak met alleen de producten die nog doorlopen.

Artikel. 13. Beëindiging schuldhulpverlening

Op het moment dat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, wordt een beëindigingsbeschikking gestuurd. Tegen de beëindigingsbeschikking kan de inwoner in bezwaar en beroep gaan.

Op grond van het tweede lid kan het college, als er een vroegsignaal binnenkomt binnen zes maanden na de beëindigingsbeschikking, contact opnemen met de inwoner. Dit wordt bij voorkeur door de laatst bekende professional gedaan.

Op basis van het contact wordt onderzocht welke hulp geboden wordt. Als er een niet vrij toegankelijke voorziening wordt aangeboden aan de inwoner, zal daarvoor wel weer een beschikking inclusief plan van aanpak (op hoofdlijnen) worden afgegeven.

Er is gekozen voor een periode van zes maanden omdat vaste lasten partners aangeven dat zij de meeste terugval zien in deze periode. Als een vroegsignaal wordt ontvangen voor een inwoner waarvan het traject zes maanden of korter is afgesloten, wordt de inwoner uitgenodigd voor een gesprek. Bij voorkeur bij de professional die de inwoner als laatste heeft begeleid. Dit is namelijk voor de inwoner een bekend gezicht, mogelijk in tegenstelling tot een nieuw gezicht van een professional vroegsignalering. Door vroegsignalen nog zes maanden te koppelen aan een afgesloten traject krijgt een gemeente ook informatie over het succes van begeleiding.

Artikel 14. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening

Het college kan in uitzonderlijke gevallen de schuldhulpverlening voortijdig beëindigen. In dit artikel is verduidelijkt wanneer daar sprake van is. Daarbij geldt dat de schuldhulpverlening niet kan worden beëindigd wegens een schending van de inlichtingenplicht of medewerkingsplicht, voordat de inwoner een hersteltermijn heeft gekregen. Het is afhankelijk van de concrete verplichting, welke termijn daarbij als redelijk wordt gezien.

Verder kan de schuldhulpverlening voortijdig worden beëindigd als de inwoner zich misdraagt door bijvoorbeeld een persoon die schuldhulpverlening geeft te beledigen of te intimideren.

De voortijdige beëindiging vindt plaats met een beëindigingsbeschikking waartegen bezwaar en beroep open staat.

Artikel 15. BKR-registratie

Wanneer een inwoner wordt toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject vanwege problematische schulden, registreert het college dit bij Bureau Kredietregistratie (BKR), zodat dit zichtbaar is in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI). Deze registratie voorkomt dat tijdens het traject nieuwe kredieten worden aangegaan en draagt bij aan financiële stabiliteit.

Na afronding van de schuldhulpverlening wordt de registratie uiterlijk binnen zes maanden beëindigd. Hiermee wordt aangesloten bij de landelijke beweging waarin gemeenten de registratieduur verkorten, zodat inwoners die het traject succesvol hebben afgerond niet langer dan nodig worden beperkt in hun financiële mogelijkheden.

Wanneer de schuldhulpverlening niet is afgerond, wordt de registratie niet beëindigd totdat de afronding alsnog heeft plaatsgevonden. Hiermee blijft de registratie in lijn met het doel ervan: het voorkomen van nieuwe financiële risico’s zolang er nog geen duurzame oplossing is bereikt.