Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757239
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757239/1
Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van BWB
Geldend van 19-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van BWBHet bestuur van BWB besluit,
gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en Hoofdstuk V van de gemeenschappelijke regeling BWB,
vast te stellen de verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van BWB.
- 1.
De financiële verordening BWB 2025 vast te stellen, geldend vanaf boekjaar 2025;
- 2.
De financiële verordening BWB 2024 in te trekken;
Leeswijzer
Deze financiële verordening regelt de uitgangspunten voor het financieel beleid, het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie van de Bedrijfsvoeringsorganisatie West-Betuwe (BWB). De verordening is opgesteld op basis van de relevante wet- en regelgeving, waaronder de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), en sluit aan op de Gemeenschappelijke Regeling BWB.
De verordening is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken, die elk een specifiek onderdeel van het financieel beleid en beheer behandelen. In de algemene bepalingen worden de belangrijkste definities en het toepassingsbereik toegelicht. Vervolgens komen de planning- en controlcyclus, de begroting, de rapportage en verantwoording, het risicomanagement, het beheer van reserves en voorzieningen, het inkoopbeleid, het afschrijvingsbeleid en de interne controle aan bod.
Elk artikel beschrijft de taken, verantwoordelijkheden en procedures voor het bestuur en de directie van BWB. Waar nodig zijn drempelbedragen en tolerantiepercentages opgenomen, zodat duidelijk is wanneer het bestuur expliciet moet worden geïnformeerd of besluiten moet nemen.
Deze verordening is bedoeld als leidraad voor het dagelijks financieel beheer en als toetsingskader voor de jaarrekening en de rechtmatigheidsverantwoording. De verordening wordt periodiek geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd, zodat deze blijft aansluiten bij de actuele wet- en regelgeving en de praktijk binnen BWB.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Doelstelling en reikwijdte
-
1. Deze verordening regelt de uitgangspunten voor:
- a.
het financieel beleid;
- b.
het financieel beheer;
- c.
de inrichting van de financiële organisatie van BWB.
- a.
-
2. De bepalingen zijn aanvullend op de Gemeentewet, het BBV en de Gemeenschappelijke Regeling BWB.
Artikel 2. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- •
BWB: Bedrijfsvoeringsorganisatie West-Betuwe, de organisatie waarop deze verordening van toepassing is.
- •
Bestuur: Het bestuursorgaan van BWB dat verantwoordelijk is voor het vaststellen van beleid en het nemen van besluiten.
- •
Directie: De dagelijkse leiding van BWB, belast met de uitvoering van het beleid en het beheer.
- •
Deelnemers: De gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke Regeling BWB.
- •
Begroting: Het door het bestuur vastgestelde overzicht van alle verwachte inkomsten (baten) en uitgaven (lasten) voor een bepaald jaar.
- •
Jaarrekening: Het geheel van financiële stukken waarin het bestuur verantwoording aflegt over het gevoerde beleid en beheer in het afgelopen jaar.
- •
Reserves: Vermogensbestanddelen die door het bestuur zijn bestemd voor een specifiek doel, bijvoorbeeld voor toekomstige investeringen of risico’s.
- •
Voorzieningen: Vermogensbestanddelen die zijn gevormd om toekomstige verplichtingen of verliezen op te vangen, zoals onderhoud of personeelslasten.
- •
Weerstandsvermogen: De mate waarin BWB in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder direct in de problemen te komen.
- •
Rechtmatigheidsverantwoording: De verantwoording over het naleven van wet- en regelgeving bij het uitvoeren van financiële handelingen.
- •
Kaderbrief: Een jaarlijks document waarin de algemene kaders en uitgangspunten voor het financieel beleid en de begroting worden vastgelegd.
- •
Programmabegroting: De uiteindelijke begroting waarin doelen, maatschappelijke effecten, taakvelden, baten, lasten en investeringskredieten zijn opgenomen.
- •
Budgethouder: Degene die formeel verantwoordelijk is voor het beheer van een bepaald budget.
- •
Budgetbeheerder: Degene die namens de budgethouder het budget beheert en uitgaven doet binnen de gestelde kaders.
- •
Investeringskrediet: Door het bestuur beschikbaar gesteld budget voor een specifieke investering.
- •
Majeur: Van wezenlijk belang of met grote impact op beleid, financiën of uitvoering; het bestuur bepaalt of een afwijking of risico als ‘majeur’ wordt aangemerkt.
Hoofdstuk 2. Planning, begroting en verantwoording
Artikel 4. Planning- en controlcyclus
-
1. Het bestuur stelt jaarlijks de planning- en controlcyclus vast.
-
2. De directie voert deze uit en informeert het bestuur periodiek over de voortgang.
Artikel 5. Kaderbrief
-
1. Het bestuur stelt jaarlijks de kaders en uitgangspunten voor de volgende begroting vast in de kaderbrief.
-
2. Deze kaderbrief bevat:
- a.
de strategische keuzes;
- b.
financiële uitgangspunten voor de (meerjaren)begroting
- c.
Vaststelling aantallen van de verdeelsleutel tbv de verdeling van de kosten naar de deelnemers.
- a.
-
3. De directie werkt deze kaders uit in een conceptbegroting.
Artikel 6. Conceptbegroting
-
1. De directie stelt jaarlijks een conceptbegroting op, op basis van de kaderbrief.
-
2. Deze conceptbegroting wordt door het bestuur vastgesteld als ontwerpbegroting en aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten, zodat zij een zienswijze kunnen indienen.
Artikel 7. Programmabegroting
-
1. Na eventuele verwerking van de zienswijzen uit artikel 6.2 stelt het bestuur de definitieve programmabegroting vast.
-
2. De programmabegroting sluit aan op de Kaderbrief van het bestuur en bevat:
- a.
doelen;
- b.
maatschappelijke effecten;
- c.
taakvelden;
- d.
baten en lasten;
- e.
overzicht investeringskredieten.
- a.
Hoofdstuk 3. Rapportage en informatievoorziening
Artikel 8. Voortgangsrapportage
-
1. De directie brengt tweemaal per jaar, in het voor- en najaar, een voortgangsrapportage uit aan het bestuur.
-
2. In deze rapportages wordt inzicht gegeven in de realisatie van:
- a.
de begroting;
- b.
de afwijkingen;
- c.
de voortgang;
- d.
overzicht investeringskredieten;
- e.
KPI’s.
- a.
-
3. Afwijkingen groter dan €15.000 ten opzichte van de vastgestelde begroting worden afzonderlijk en expliciet toegelicht in de rapportage aan het bestuur.
-
4. Afwijkingen groter dan €15.000 ten opzichte van de investeringskredieten worden afzonderlijk en expliciet toegelicht in de rapportage aan het bestuur.
-
5. Het bestuur kan op basis van deze rapportages nadere aanwijzingen geven of besluiten nemen.
Artikel 9. Jaarrekening
-
1. De directie stelt jaarlijks de jaarrekening op, bestaande uit de balans, de programmarekening en de toelichting, conform de eisen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
-
2. In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde financieel beleid en beheer, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording.
-
3. De jaarrekening bevat een overzicht van de baten en lasten, overzicht investeringskredieten, de stand van reserves en voorzieningen, verklaring afwijkingen ten opzichte van de vastgestelde begroting.
-
4. De jaarrekening wordt door het bestuur vastgesteld.
-
5. Na vaststelling wordt de jaarrekening inclusief accountantsverslag ter kennisname aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Hoofdstuk 4. Beheersing, controle en rapportage
Artikel 10. Rechtmatigheidsverantwoording
-
1. Het bestuur draagt zorg voor een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening, waarbij wordt gerapporteerd over:
- a.
de naleving van relevante wet- en regelgeving, verordeningen en besluiten van het bestuur;
- b.
De rechtmatigheid van de uitgaven, en;
- c.
De waarborgen rond het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
- a.
-
2. Voor deze verantwoording geldt een tolerantie van 2% van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan reserves
-
3. De directie rapporteert in de paragraaf bedrijfsvoering over geconstateerde rechtmatigheidsfouten groter dan € 50.000 en geconstateerde fraude.
-
4. In deze paragraaf wordt tevens verantwoording afgelegd over geconstateerde rechtmatigheidsfouten boven het genoemde bedrag en over geconstateerde fraude, waarbij de directie ingaat op de oorzaak van de fouten en op de getroffen verbetermaatregelen.
Artikel 11. Voorwaardencriterium
-
1. Het voorwaardencriterium betreft de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van financiële beheershandelingen, waaronder:
- a.
doelgroep;
- b.
termijn;
- c.
grondslag;
- d.
administratieve bepalingen;
- e.
normbedragen;
- f.
bevoegdheden;
- g.
bewijsstukken;
- h.
Recht;
- i.
hoogte;
- j.
duur.
- a.
-
2. Het bestuur stelt jaarlijks een normenkader vast waarin alle relevante (interne) wet- en regelgeving is opgenomen.
Artikel 12. Begrotingscriterium
-
1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
-
2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het bestuur is geautoriseerd.
-
3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal door het bestuur gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
-
4. Uitgangspunt is dat overschrijding van de door het bestuur vastgestelde budgetten voor wat betreft de lasten of investeringskredieten als onrechtmatig wordt beschouwd.
-
5. Overschrijdingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- a.
er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;
- b.
er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling;
- c.
de overschrijding op lasten of investeringen is gemeld uiterlijk ten tijde van de vaststelling van de jaarrekening;
- d.
de overschrijding past binnen het door het bestuur geaccordeerde beleid.
- a.
-
6. Onderschrijdingen van lasten en/of investeringskredieten en afwijkingen op baten zijn onrechtmatig als deze niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan het bestuur zijn gemeld. Deze zijn tijdig gemeld als deze zijn opgenomen in een tussentijdse rapportage of begrotingswijziging gedurende het begrotingsjaar dan wel zijn toegelicht in de jaarstukken over het betreffende begrotingsjaar.
-
7. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 13. Misbruik- en oneigenlijk gebruikcriterium
-
1. Het bestuur draagt zorg voor het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en eigendommen van BWB.
-
2. De directie legt de regels hiervoor vast en rapporteert over geconstateerde gevallen aan het bestuur.
Artikel 14. Administratie en interne controle
De directie draagt zorg voor een administratie die voldoet aan de eisen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
Hoofdstuk 5. Risicomanagement en reserves
Artikel 15. Risicomanagement en weerstandsvermogen
-
1. De directie voert het risicomanagement uit en rapporteert hierover periodiek in de basis in de P&C cyclus.
-
2. In de risicoparagraaf van de begroting en jaarrekening wordt hierover gerapporteerd.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen
-
1. In de begroting en jaarrekening wordt inzicht gegeven in de omvang, het verloop en het gebruik van reserves en voorzieningen.
-
2. Het vormen, aanwenden en opheffen van reserves en voorzieningen vindt uitsluitend plaats na besluitvorming door het bestuur, binnen de kaders van het vastgestelde beleid.
-
3. De directie doet voorstellen aan het bestuur voor het instellen, aanwenden of opheffen van reserves en voorzieningen, voorzien van een motivering en een toelichting op het doel en de noodzaak.
-
4. In de risicoparagraaf van de begroting en jaarrekening wordt gerapporteerd over de toereikendheid van de reserves in relatie tot de risico’s en het weerstandsvermogen.
-
5. Het bestuur kan nadere regels stellen over het beheer, de besteding en de verantwoording van reserves en voorzieningen.
Artikel 17. Treasury
-
1. De directie voert het treasurybeleid uit binnen de door het bestuur vastgestelde kaders en conform de relevante wet- en regelgeving.
-
2. Het treasurybeleid omvat het beheer van geldstromen, het aantrekken en uitzetten van middelen, het beheersen van financiële risico’s (zoals renterisico, kredietrisico en liquiditeitsrisico) en het waarborgen van voldoende liquiditeit voor de uitvoering van de taken van BWB.
-
3. Het bestuur stelt het treasurybeleid vast en evalueert dit periodiek.
-
4. De directie rapporteert periodiek aan het bestuur over de uitvoering van het treasurybeleid en de stand van zaken met betrekking tot leningen, uitzettingen en liquiditeiten.
-
5. Het aangaan van leningen en het uitzetten van middelen geschiedt uitsluitend binnen de kaders van de Wet Fido (Financiering decentrale overheden) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden.
Hoofdstuk 7. Waardering
Artikel 18. Waardering en afschrijving vaste activa
Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en termijnen in de bijlage afschrijvingsbeleid.
Artikel 19. Oninbare vorderingen
Voor vorderingen op derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van individuele beoordeling.
Artikel 20. Vaststelling prijzen
De directie stelt de prijzen van de door BWB geleverde diensten vast binnen de door het bestuur gestelde kaders.
Artikel 21. Kostenverdeling
De directie past het systeem van kostentoerekening toe zoals vastgelegd in de verrekensystematiek en binnen de kaders van het bestuur.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Artikel 22. Hardheidsclausule
Bij bijzondere problemen of onbillijkheden kan het bestuur afwijken van deze verordening.
Artikel 23. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2025.
Artikel 24. Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als “Financiële verordening BWB met ingang van 1 januari 2025”.
Artikel 25. Evaluatie
Deze verordening wordt ten minste eenmaal per vier jaar geëvalueerd door het bestuur, of hoeveel eerder mocht daar aanleiding toe zijn vanwege veranderende wet- en regelgeving.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur van BWB van 5 februari 2026
M.M.E. Peters
Voorzitter
J. Braam
Secretaris
Bijlage 1: Afschrijvingsbeleid
- •
Activa met een waarde onder € 25.000 worden niet geactiveerd, behalve gronden en terreinen.
- •
Groot onderhoud wordt niet afgeschreven, maar ten laste van de exploitatie of onderhoudsvoorziening gebracht.
- •
Kosten voor geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
- •
Afschrijving start in het jaar na ingebruikname, behalve bij investeringen die ineens worden afgeschreven.
- •
Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
- •
Er wordt geen rekening gehouden met restwaarde.
- •
De afschrijvingsmethode is lineair.
- •
Interne uren worden niet toegerekend, behalve bij investeringen die door derden worden gefinancierd.
- •
Afwijkingen van het afschrijvingsbeleid moeten worden gemotiveerd in het investeringsvoorstel.
Afschrijvingstermijnen
- •
Immateriële vaste activa: 5 jaar (agio/disagio, computerapplicaties)
- •
Mobiele telefoons: 3 jaar
- •
Laptops/Tablets: 4 jaar
- •
Thuiswerkvoorzieningen: 5 jaar
- •
Werkstations/desktops: 4-5 jaar
- •
Servers/netwerkapparatuur: 5 jaar
- •
Printers/multifunctionele apparaten: 5 jaar
- •
Randapparatuur: 3-5 jaar
- •
Telefooninstallaties: 10 jaar
- •
Meubilair: 10 jaar
- •
Vervoermiddelen: 7-10 jaar
- •
Gebouwen:
- o
Nieuwbouw kantoren/bedrijfsgebouwen: 50 jaar
- o
Tijdelijke gebouwen: 25 jaar
- o
Renovatie/restauratie/aankoop: 25 jaar
- o
Aankoop bestaande activa: restant levensduur
- o
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl