Aanwijzing functionarissen voor bijstandsverzoek Veiligheidsregio Flevoland

Geldend van 19-02-2026 t/m heden

Intitulé

Aanwijzing functionarissen voor bijstandsverzoek Veiligheidsregio Flevoland

De algemeen directeur van de Veiligheidsregio Flevoland,

gelet op:

  • artikel 51 van de Wet Veiligheidsregio's;

  • het Mandaatbesluit Veiligheidsregio Flevoland;

overwegende dat:

  • de voorzitter van de Veiligheidsregio Flevoland op grond van artikel 51 van de Wet Veiligheidsregio's bevoegd is tot het verzoeken om bijstand;

  • het in spoedeisende situaties wenselijk is dat zo weinig mogelijk tijd verloren gaat aan het indienen van een bijstandsaanvraag;

  • de voorzitter van de Veiligheidsregio Flevoland met het Mandaatbesluit toestemming heeft verleend om in spoedeisende situaties een bijstandsaanvraag op ambtelijk niveau in werking te stellen, met formele bekrachtiging achteraf;

  • de voorzitter hiermee wenst te bewerkstelligen dat zo weinig mogelijk afbreuk wordt gedaan aan de snelheid of ingangsdatum van de te verlenen bijstand;

  • dit besluit dient om functionarissen van de Veiligheidsregio Flevoland aan te wijzen die deze bijstandsaanvraag op ambtelijk niveau in werking mogen stellen;

besluit:

Artikel 1 Functionaris

De functionarissen in de rol van ‘algemeen commandant brandweer’, werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de Veiligheidsregio Flevoland dan wel van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek voor zover zij het belang van de Veiligheidsregio Flevoland dienen, worden aangewezen als de functionarissen die op ambtelijk niveau een bijstandsverzoek in werking mogen stellen, bedoeld in artikel 51 Wet Veiligheidsregio's, eerste en vijfde lid.

Artikel 2 Voorwaarden

  • 1. Uitsluitend in situaties van brand, ramp of crises waarin onmiddellijke bijstand nodig is, nu de capaciteit of het materieel van de Veiligheidsregio Flevoland ter bestrijding hiervan ontoereikend is of dat naar waarschijnlijkheid spoedig zal zijn, heeft de functionaris, bedoeld in artikel 1, toestemming van de voorzitter van de Veiligheidsregio Flevoland om de bijstandsaanvraag zonder voorafgaande instemming in werking te stellen.

  • 2. De functionaris bepaalt in situaties als bedoeld in het eerste lid welke bijstand wordt gevraagd en stemt hierover af met de daartoe relevante functionarissen en organisaties op ambtelijk niveau.

  • 3. De voorzitter van de Veiligheidsregio Flevoland bekrachtigt de ambtelijke bijstandsaanvraag achteraf, met terugwerkende kracht tot de ambtelijke aanvraag door de aangewezen functionaris.

  • 4. De functionaris vraagt de voorzitter van de Veiligheidsregio Flevoland om diens schriftelijke bekrachtiging op het eerstvolgende passende moment, zodra de situatie en daaraan verwante prioriteiten dit toelaten.

  • 5. De formele bekrachtiging dient ter bevestiging van de rechtsgeldigheid van de op ambtelijk niveau in werking gestelde bijstandsaanvraag.

  • 6. Het uitgangspunt is dat de bijstandsaanvraag die in goede trouw en naar beste inzicht is ingezet, wordt bekrachtigd door de voorzitter. In het uitzonderlijke geval dat geen bekrachtiging wordt verleend, vindt afstemming plaats met de betrokken functionaris over eventuele aanpassingen van de aanvraag en/of vervolgacties.

Artikel 3 Inwerkingtreding

  • 1. Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie.

  • 2. Van dit besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in het publicatieblad, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de Bekendmakingswet.

Ondertekening

Aldus besloten op 26 januari 2026,

namens de voorzitter van de Veiligheidsregio Flevoland,

Dhr. J. van der Zwan

Algemeen directeur Veiligheidsregio Flevoland