SUBSIDIEREGELING Dordtse Culturele Basis GEMEENTE DORDRECHT

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-03-2026

Intitulé

SUBSIDIEREGELING Dordtse Culturele Basis GEMEENTE DORDRECHT

Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente DORDRECHT;

gezien het voorstel inzake het vaststellen van de SUBSIDIEREGELING DORDTSE CULTURELE BASIS GEMEENTE DORDRECHT;

overwegende dat de gemeenteraad de ‘Cultuurnota Dordrecht 2030. De kunst van het verbinden’ op 23 september 2024 heeft vastgesteld, waarin is benoemd dat we in het kader van een toekomstbestendige culturele sector toewerken naar een meerjarige subsidiesystematiek en dat de gemeenteraad de ‘Uitgangspuntennotitie Culturele Basis Dordrecht 2027-2030’ op 16 december 2025 heeft vastgesteld;

gelet op artikel 4 van de Algemene subsidieverordening Dordrecht;

B E S L U I T:

vast te stellen de navolgende Subsidieregeling Dordtse Culturele Basis Gemeente Dordrecht.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: de Algemene subsidieverordening Dordrecht;

  • b.

    broedplaats: een produceer- en presentatieplek met een verzameling werkplekken voor amateurkunstenaars en professionele makers uit verschillende kunst- en cultuurdisciplines, waarbij verschillende functies in elkaar overlopen: ontmoeting, experiment en presentatie;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht;

  • d.

    code Diversiteit & Inclusie: een gedragscode om culturele diversiteit structureel in de culturele organisatie te verankeren;

  • e.

    cultuur: het geheel aan uitingen die in de vorm van beelden, vormen, geluiden en teksten invulling geven aan wat leeft in de stad;

  • f.

    cultureel ecosysteem: organisch geheel van alle organisaties, makers en initiatieven die culturele uitingen produceren, presenteren, verspreiden en faciliteren en in verbinding staan met elkaar en met andere beleidsterreinen zoals onderwijs, sport, zorg en welzijn en het bedrijfsleven;

  • g.

    cultureel festival: evenement dat tweejaarlijks plaatsvindt met een artistiek hoogwaardige en diverse culturele programmering met accent op het genre klassieke muziek en culturele crossovers, het draagt het DNA van Dordrecht uit en heeft een landelijke uitstraling.

  • h.

    culturele activiteiten: activiteiten op het gebied van kunst en cultuur, waaronder muziek, theater, dans, beeldende kunst, vormgeving, fotografie, film, digitale kunst, urban culture, literatuur, architectuur en erfgoed;

  • i.

    culturele amateurkunstorganisatie: vrijwilligersorganisatie waarvan de deelnemers een kunstvorm beoefenen op een niet-beroepsmatige basis;

  • j.

    culturele functie: categorie van activiteiten of diensten, gericht op een bepaald resultaat, dat door één of meer organisaties kan worden gerealiseerd;

  • k.

    discipline: een bepaalde (uitings)vorm van cultuur, zoals muziek, theater, dans, beeldende kunst, vormgeving, fotografie, film, digitale kunst, urban culture, literatuur, architectuur en erfgoed;

  • l.

    Dordtse Culturele Basis: het geheel van (professionele) organisaties die samen het fundament vormen van de Dordtse culturele sector;

  • m.

    Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in culturele en creatieve sector;

  • n.

    Governance Code Cultuur: normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties;

  • o.

    meerjarige subsidie: subsidie die voor vier kalenderjaren verleend wordt

  • p.

    museum op het gebied van erfgoed/historie: presentatieplek voor erfgoed en geschiedenis van Dordrecht en de regio;

  • q.

    organisatie voor cultuureducatie en -participatie: brede basisvoorziening voor binnen- en buitenschoolse cultuureducatie en cultuurparticipatie, die bijdraagt aan talentontwikkeling en inzet van cultuur aan doelstellingen in het sociaal domein;

  • r.

    podium voor jazz- en wereldmuziek: presentatie-instelling voor jazzmuziek, blues en wereldmuziek door artiesten uit (inter)nationaal en uit stad en regio voor een breed en divers publiek;

  • s.

    poppodium: presentatieplek voor popmuziek, (inter)nationaal en uit stad en regio voor een breed en divers publiek;

  • t.

    presentatie-instelling voor beeldende kunst: presentatieplek voor beeldende kunst waarbij kunstenaars de mogelijkheid krijgen om te experimenteren, talenten te ontwikkelen en hun publiek te ontmoeten;

  • u.

    professionele culturele organisatie: rechtspersoon zonder winstoogmerk met een statutaire doelstelling gericht op cultuureducatie, cultuurparticipatie of de ontwikkeling, productie of presentatie van cultuur; die niet valt onder de bepaling van een culturele amateurkunstorganisatie

  • v.

    schouwburg: podium voor een breed programma in diverse genres van theater/muziek/ dansgezelschappen uit het land, stad en regio;

  • w.

    stadstheatergezelschap: theatergezelschap met voorstellingen op diverse locaties in de stad en het land.

Artikel 2 Doelstelling subsidieregeling

  • 1.

    Het doel van deze subsidieregeling is het meerjarig faciliteren van Dordtse professionele culturele organisaties die aantoonbaar een bijdrage leveren aan de uitvoering van de ambities uit Cultuurnota Dordrecht 2030 “De kunst van het verbinden’.

  • 2.

    Met deze regeling geeft het college invulling aan de Cultuurnota Dordrecht 2030 “De kunst van het verbinden’ en de ‘Uitgangspuntennotitie Dordtse Culturele Basis 2027-2030’.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor culturele activiteiten die worden uitgevoerd in Dordrecht in de periode van 2027 tot en met 2030.

  • 2.

    Het vereiste dat de activiteiten uitsluitend in Dordrecht worden uitgevoerd, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, geldt niet voor lid 3, sub h van dit artikel.

  • 3.

    De activiteiten die worden uitgevoerd door de volgende culturele functies komen in aanmerking voor subsidie:

    • a.

      schouwburg;

    • b.

      organisatie voor cultuureducatie en -participatie;

    • c.

      poppodium;

    • d.

      museum op het gebied van erfgoed/historie;

    • e.

      presentatie-instelling voor beeldende kunst;

    • f.

      podium voor jazz- en wereldmuziek;

    • g.

      broedplaats;

    • h.

      stadstheatergezelschap;

    • i.

      cultureel festival.

Artikel 4 Aanvrager

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een professionele culturele organisatie, die minimaal 3 jaar gevestigd en werkzaam is in Dordrecht.

  • 2.

    Specifiek voor professionele culturele organisaties die in aanmerking willen komen voor subsidie voor de functie zoals bedoeld in artikel 3, lid 2 sub d geldt dat de organisatie dient te beschikken over de officiële museumstatus.

  • 3.

    Specifiek voor professionele culturele organisaties die in aanmerking willen komen voor subsidie voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, sub g kan worden afgeweken van de eis dat de organisatie minimaal 3 jaar actief is.

Hoofdstuk 2 Financiële bepalingen

Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 3.

Artikel 6 Subsidieplafond en hoogte van de subsidie

  • 1.

    Het college stelt voorafgaand aan de openstelling van de aanvraagperiode voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3, lid 3, per culturele functie subsidieplafonds vast.

  • 2.

    Elk subsidieplafond, als bedoeld in lid 1, wordt verdeeld volgens een tenderprocedure, zoals beschreven in artikel 11.

  • 3.

    Het college kan de verleende subsidies jaarlijks indexeren.

Artikel 7 Subsidieduur en aantal subsidies

  • 1.

    Het college verstrekt op grond van deze regeling een subsidie voor een periode van maximaal vier jaren.

  • 2.

    Het college kent per culturele functie zoals benoemd in artikel 3, lid 3 maximaal één subsidie toe.

Hoofdstuk 3 Aanvraag subsidie

Artikel 8 Aanvullende aanvraagvereisten

De aanvraag voor een subsidie bevat, in afwijking van de in artikel 7, lid 2 van de ASV genoemde gegevens:

  • a.

    Een meerjarenplan voor de periode 2027 – 2030, waarin het volgende staat omschreven: de visie, ambities en doelstellingen van de culturele organisatie;

    • i.

      de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de beoordelingscriteria uit artikel 10;

    • ii.

      een globale meerjarenplanning voor de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • iii.

      een gedetailleerde beschrijving van de activiteiten die in 2027 worden uitgevoerd.

  • b.

    Een sluitende, onderbouwde en toegelichte meerjarenexploitatiebegroting voor de periode 2027-2030.

  • c.

    In het geval van een negatief eigen vermogen een plan van aanpak waarin de subsidieaanvrager uitlegt hoe de organisatie zorgt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering.

  • d.

    In geval van een aanvraag voor activiteiten onder de functie zoals genoemd in artikel 3, lid 3, sub d. een bewijs van officiële museumstatus.

Artikel 9 Aanvraag

  • 1.

    In afwijking van artikel 7 lid 1 ASV wordt de aanvraag digitaal via het subsidieportaal ingediend.

  • 2.

    Op basis van artikel 9 lid 4 ASV kan de aanvraag vanaf 1 maart tot en met 15 april 2026 worden ingediend.

Hoofdstuk 4 Beoordeling subsidieaanvraag

Artikel 10 Beoordelingscriteria

Tijdig ingediende en volledige aanvragen die voldoen aan de bepalingen van deze subsidieregeling worden inhoudelijk beoordeeld op de volgende criteria:

  • a.

    of de activiteiten voldoende passend zijn bij het DNA van Dordrecht:

    • i.

      de activiteiten geven blijk van ruimte voor vernieuwing en talentontwikkeling (ondernemend, eigenzinnig, dwars);

    • ii.

      de unieke elementen van Dordrecht zijn zichtbaar binnen de activiteiten (oorspronkelijk, verdiepend);

    • iii.

      de activiteiten dragen bij aan sociale samenhang in de stad, samenwerking en contacten met en tussen inwoners;

    • iv.

      de activiteiten zijn verantwoordelijk: duurzaam en inclusief;

  • b.

    bereik en zichtbaarheid:

    • i.

      de aanvraag geeft blijk van een visie op publiek en doelgroepen;

    • ii.

      uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager zich actief inzet om ook nieuwe, specifieke doelgroepen te bereiken, blijkend uit een passende benadering van deze doelgroepen;

    • iii.

      uit de aanvraag blijkt dat de activiteiten zichtbaar zijn in de stad en dat deze bijdragen aan de aantrekkelijkheid en levendigheid van de stad;

    • iv.

      uit de aanvraag blijkt dat de Code diversiteit & inclusie wordt toegepast. Er moet worden toegelicht hoe de code wordt toegepast in de dagelijkse praktijk van de aanvrager aan de hand van een reflectie op de vier P’s uit de code;

  • c.

    maatschappelijke waarde:

    • i.

      de aanvrager draagt bij aan cultuureducatie, - participatie, talentontwikkeling en/of positieve gezondheid. Dit kan door middel van programma's, workshops en samenwerkingen met scholen en andere instellingen;

    • ii.

      de activiteiten uit de aanvraag dragen bij aan sociale samenhang in de stad, lokale samenwerking en contacten met en tussen inwoners;

  • d.

    artistieke en inhoudelijke kwaliteit:

    • i.

      de aanvraag geeft blijk van een artistiek hoogwaardige programmering en/of bewezen kennis en kunde ten aanzien van de activiteit en de doelgroep. Dit wordt beoordeeld op basis van oorspronkelijkheid, vakmanschap, zeggingskracht en de bijdrage aan de vernieuwing van het culturele veld;

  • e.

    samenwerken en ontwikkelen:

    • i.

      de organisatie werkt actief samen met andere culturele organisaties en zelfstandige makers in de stad en daarbuiten;

    • ii.

      de aanvrager bevordert en draagt bij aan kennisuitwisseling, talentontwikkeling, versterking en vernieuwing van de culturele sector;

  • f.

    zakelijke kwaliteit, blijkend uit:

    • i.

      een sluitende en realistische begroting;

    • ii.

      een gezonde financieringsmix die aansluit bij het type organisatie: naast gemeentelijke subsidie ook eigen inkomsten uit o.a. (kaart)verkoop, contributies, donaties en fondsen;

    • iii.

      een goede risicoanalyse waaruit blijkt hoe wordt omgegaan met tegenvallende inkomsten en uitgaven en welke maatregelen er dan getroffen kunnen worden;

    • iv.

      gezonde financiële situatie die vertrouwen biedt voor de toekomst (op basis van solvabiliteit, liquiditeit, weerstandsvermogen);

    • v.

      toepassing Fair Practice Code, waarbij wordt gekeken of er eerlijke beloningen worden gehanteerd. Uit de aanvraag blijkt wat het beloningsbeleid is en waar dit op is gebaseerd / hoe dit tot stand is gekomen;

    • vi.

      toepassing Code Cultural Governance. Dit wordt beoordeeld ten aanzien van de volgende onderdelen: de aanstelling van een onafhankelijk bestuur en onafhankelijke raad van toezicht, een overzicht van de organisatiestructuur, de vastlegging van taken en verantwoordelijkheden van bestuur, directie en medewerkers en de formulering van beleid voor een veilige werkomgeving.

Artikel 11 Beoordelingsprocedure

  • 1.

    Het college stelt middels een instellingsbesluit instructies vast voor de samenstelling en werkwijze van een onafhankelijke adviescommissie.

  • 2.

    Het college stelt een adviescommissie in, bestaande uit vijf leden.

  • 3.

    De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de beoordelingscriteria zoals benoemd in artikel 10.

  • 4.

    De adviescommissie kent aan de hand van de beoordelingscriteria een score toe per aanvraag, met behulp van het puntensysteem. Het vastgestelde puntensysteem in bijlage 1 maakt deel uit van deze regeling.

  • 5.

    De aanvragen worden per subsidieplafond zoals benoemd in artikel 6, lid 1, gerangschikt op basis van de totaalscore die door de adviescommissie gezamenlijk is toegekend.

  • 6.

    Het college verleent subsidie volgens de in het vorige lid benoemde rangorde, te beginnen met de aanvraag met de hoogste score, totdat het voor de functie beschikbare aantal plekken is bereikt.

  • 7.

    Indien twee beoordeelde aanvragen binnen dezelfde culturele functie een gelijk aantal punten hebben ontvangen en het subsidieplafond niet toereikend is om beide aanvragen te honoreren, wordt de aanvraag met de meeste punten toegekend bij artikel 10, lid 2, sub a hoger in de rangorde geplaatst.

  • 8.

    Indien twee beoordeelde aanvragen binnen dezelfde culturele functie een gelijk aantal punten hebben ontvangen en ook op basis van bovengenoemd lid hetzelfde scoort, dan bepaalt het college op basis van loting welke aanvraag subsidie ontvangt.

  • 9.

    Het college kan afwijken van het advies van de onafhankelijke adviescommissie.

Artikel 12 Aanvullende weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van de ASV wordt de subsidieverlening geweigerd als:

  • a.

    De aanvrager niet valt onder de voorwaarden zoals benoemd in artikel 4.

  • b.

    Een subsidieaanvraag op een beoordelingscriterium als benoemd in artikel 10 van deze regeling, lager dan 5 punten scoort.

  • c.

    Een subsidieaanvraag in totaal minder dan 36 punten behaalt op basis van de beoordelingscriteria.

  • d.

    De aanvrager de volgende codes niet toepast of geen plan aan kan leveren om binnen afzienbare tijd toe te passen:

    • i.

      Code Diversiteit en Inclusie;

    • ii.

      Fair Practice Code;

    • iii.

      Governance Code Cultuur.

Hoofdstuk 5 Verantwoording subsidie

Artikel 13 Tussentijds gesprek

  • 1.

    Jaarlijks vindt een tussentijds gesprek plaats met de subsidieontvanger over de voortgang van de uitvoering van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting.

  • 2.

    Subsidieontvanger levert hiervoor een beknopte jaarrapportage aan met

    • a.

      een beschrijving van de gerealiseerde activiteiten;

    • b.

      een onderbouwing van de gerealiseerde kosten en inkomsten;

    • c.

      een beknopt activiteitenplan voor het komende jaar;

    • d.

      indien aan de orde een bijgestelde jaarbegroting.

Artikel 14 Aanvraag subsidievaststelling

  • 1.

    In afwijking van artikel 17 en 18 van de ASV dient de subsidieontvanger na vier jaar een aanvraag tot vaststelling in, bestaande uit:

    • a.

      een inhoudelijk eindverslag waarin wordt gereflecteerd op de doelstellingen, de gerealiseerde activiteiten en de wijze waarop invulling is gegeven aan de culturele codes;

    • b.

      een financieel eindverslag waarin de realisatie wordt gekoppeld aan de ingediende begroting en een toelichting wordt gegeven op de eventuele verschillen;

    • c.

      de jaarrekeningen over de afgelopen vier jaar;

    • d.

      voor subsidies van € 80.000 tot € 200.000 totaal na 4 jaar: aanvullend een beoordelingsverklaring van een onafhankelijk accountant over de laatste jaarrekening en/of staat van baten en lasten waarover de verklaring moet worden afgegeven;

    • e.

      voor subsidies vanaf € 200.000 totaal na 4 jaar: aanvullend een controleverklaring van een onafhankelijk accountant over de laatste jaarrekening en/of staat van baten en lasten waarover de verklaring moet worden afgegeven.

  • 2.

    Een verzoek tot vaststelling wordt uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op de meerjarige subsidieperiode ingediend.

Hoofdstuk 6 Hardheidsclausule, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 15 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een of meerdere artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, en 3, indien onverkorte toepassing ervan gelet op het belang van de aanvrager leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De reden voor het toepassen van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 16 Overgangs- en slotbepalingen

  • 1.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Dordtse Culturele Basis gemeente Dordrecht.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 maart 2026.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van 10 februari 2026.

Het college van Burgemeester en Wethouders

C.H.W.M. Post, N. Mol

secretaris, burgemeester

Bijlage 1 Puntensysteem ten behoeve van beoordeling

Puntentoekenning

Aan ieder beoordelingscriterium zoals genoemd in artikel 10 van deze subsidieregeling kan maximaal 10 punten worden toegekend. De beoordeling vindt plaats op basis van de ingediende stukken door de aanvrager. Per criterium wordt de aanvraag op meerdere aspecten beoordeeld. De adviescommissie kent vervolgens per criterium een aantal punten toe. In totaal zijn er voor de beoordelingscriteria 60 punten te verdienen.

10 Excellent: Er zijn geen punten van kritiek. De aanvraag is op het betreffende criterium excellent uitgewerkt, de inhoud is zeer helder beschreven, excellent (want zeer zorgvuldig en overtuigend) onderbouwd en roept geen vragen op.

9 Zeer Goed: Er zijn bijna geen punten van kritiek. De aanvraag is op het betreffende criterium zeer goed uitgewerkt, de inhoud is helder beschreven, zeer goed (want zorgvuldig en overtuigend) onderbouwd en roept bijna geen wezenlijke vragen op.

8 Goed: Er zijn weinig punten van kritiek en deze zijn niet van cruciale betekenis. De aanvraag is op het betreffende criterium onderdeel is goed uitgewerkt, de inhoud is helder beschreven en roept slechts een beperkt aantal vragen op.

7 Ruim voldoende: Er zijn enkele punten van kritiek, maar deze doen weinig afbreuk aan de inhoud. De aanvraag is op het betreffende criterium ruim voldoende uitgewerkt en helder. De vragen die het oproept staan de uitvoering van het plan niet in de weg.

6 Voldoende: Er zijn wel punten van kritiek maar deze zijn niet van doorslaggevende betekenis. De positieve elementen hebben de overhand. De aanvraag is op het betreffende criterium voor verbetering vatbaar, maar de verwachting is dat de aanvrager deze verbeteringen bij de uitvoering van het plan kan realiseren.

5 Matig: Er zijn punten van kritiek, maar ook enkele positieve elementen. De aanvraag is op het betreffende criterium matig uitgewerkt en roept vragen op. Op onderdelen ontbreekt concrete informatie of is de informatie inconsistent. Er zijn verbeterpunten die opgepakt moeten worden.

4 Zwak: De punten van kritiek hebben de overhand. Deze betreffen cruciale aspecten. De aanvraag is op het betreffende criterium zwak uitgewerkt en roept veel vragen op. Veel informatie ontbreekt of de informatie is inconsistent. Er zijn belangrijke verbeterpunten die de uitvoering van het plan in de weg kunnen staan.

3 Erg Zwak / 2 Zeer zwak / 1 Slecht De aanvraag levert zeer veel kritiek op. Er zijn bijna (3) tot geen (1) positieve elementen te benoemen. De aanvraag is op het betreffende criterium slecht uitgewerkt en roept veel significante vragen op. Essentiële informatie ontbreekt of de informatie is inconsistent. Er is gerede twijfel aan de uitvoerbaarheid.