Regeling vervalt per 01-01-2028

Subsidieverordening Pilots en Projecten Waddeneilanden

Geldend van 14-02-2026 t/m 31-12-2027

Intitulé

Subsidieverordening Pilots en Projecten Waddeneilanden

Het AB,

gelet op

de Regio Deal De Waddeneilanden,

het bepaalde in de gemeenschappelijke regeling de Waddeneilanden 2024 artikel 3, eerste lid en tweede lid sub m,

besluit de Subsidieverordening Pilots en Projecten Waddeneilanden als volgt vast te stellen:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Definities

  • 1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    AB

    het algemeen bestuur van de GR zoals bedoelt in artikel 1 d van de GR;

    Awb

    Algemene wet bestuursrecht;

    circulaire economie:

    een model van productie en consumptie, waarbij zoveel mogelijk bestaande, lokale en natuurlijke materialen, hulpbronnen en producten zo lang mogelijk worden gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycleerd om meer waarde te creëren. Op deze manier wordt de levenscyclus van producten uitgebreid en worden kringlopen gesloten;

    DB:

    het dagelijks bestuur van de GR zoals bedoelt in artikel 1 e van de GR;

    de-minimisverklaring:

    een document waarin een onderneming verklaart hoeveel overheidssteun (zoals subsidies, leningen, of garanties) het de afgelopen drie jaar heeft ontvangen, om te controleren of de totale steun binnen de Europese de-minimisdrempel blijft zoals gesteld in de reguliere de-minimisverordening (EU/2023/2831);

    deskundigencommissie:

    een groep mensen met diepgaande kennis over de onderwerpen in deze verordening, die wordt ingeschakeld om een objectief advies te geven aan het DB en is ingesteld op basis van een instellingsbesluit.

    eilandfestival:

    een evenement op één van de 5 Waddeneilanden met meerdere optredens en activiteiten wat publiek aantrekt voor een gedeelde ervaring;

    energietransitie:

    de overgangsperiode in een maatschappij naar de situatie, waarin de energievoorziening structureel anders van aard en vorm zal zijn dan het bestaande, vooral op fossiele brandstof gebaseerde gecentraliseerde energiesysteem. In het nieuwe systeem is fossiele brandstof grotendeels vervangen door duurzame energiebronnen, is er veel aandacht voor energiebesparing en energieopslag, en is de energievoorziening decentraal georganiseerd;

    GR

    Gemeenschappelijke regeling de Waddeneilanden 2024;

    MKB-verklaring

    een document waarin een aanvrager verklaart dat zijn of haar onderneming voldoet aan de Europese definitie van midden- en kleinbedrijf (MKB);

    ondernemer:

    persoon of rechtspersoon met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

    overheadskosten:

    kosten die een organisatie structureel maakt voor gebouwen en buitenterreinen, personeel, administratie, ICT en andere vaste lasten, die niet rechtstreeks verbonden zijn met het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten;

    penvoerder:

    een organisatie die namens een samenwerkingsverband een subsidieaanvraag indient en beheert, en tevens optreedt als de officiële contactpersoon naar de subsidieverstrekker;

    Regio Deal De Waddeneilanden

    convenant dat door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, eventueel een andere minister/staatssecretaris en één of meer regiopartners is gesloten om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in de regio Waddeneilanden te verbeteren;

    samenwerkingsverband:

    het geheel van afspraken over de manier van samenwerken tussen twee of meer samenwerkingspartijen zoals bedoeld in artikel 3. Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal twee ondernemers;

    Samenwerkingsverband De Waddeneilanden:

    het openbaar lichaam zoals bedoeld in hoofdstuk 2, artikel 2 lid 1 van de GR;

    subsidie

    de aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 4:21 Awb;

    subsidieplafond

    het bedrag dat maximaal beschikbaar is voor de activiteiten;

    verbreden economie

    het op de markt brengen van producten of diensten tegen markconforme tarieven, die op het moment van lancering nog niet- of in onvoldoende mate op het eiland worden geproduceerd of aangeboden;

    zoetwaterbeheer:

    totaal aan activiteiten die tot doel hebben om het zoete grond- en oppervlaktewater zo goed mogelijk te op te vangen en te gebruiken.

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

Deze verordening is van toepassing op de te verstrekken subsidies door het Samenwerkingsverband de Waddeneilanden, voor de Regio Deal De Waddeneilanden.

Artikel 1.3 Bevoegdheid

  • 1. Het AB stelt deze verordening en de subsidieplafonds vast.

  • 2. Het DB is bevoegd tot het uitvoeren van deze verordening, waaronder het beslissen op subsidieaanvragen en het nemen van daarmee verband houdende beslissingen op grond van titel 4.2 van de Awb en deze verordening, het vaststellen van een digitaal aanvraagformulier en het vaststellen of aanpassen van subsidie(deel)plafonds.

  • 3. Subsidies worden uitsluitend verstrekt indien deze passen binnen de doelen van de Regio Deal De Waddeneilanden en de doelen onder artikel 2 van deze verordening.

Artikel 1.4 Formulieren en modellen

Ten behoeve van de subsidieverstrekking stelt het DB formulieren en modellen beschikbaar, waarvan het gebruik verplicht is voorgeschreven. Een aanvraag gaat vergezeld van de in de formulieren en modellen genoemde bijlagen.

Hoofdstuk 2 Doelstelling, activiteiten, doelgroep en subsidiabele kosten

Artikel 2 Doelstelling

Met deze verordening worden de volgende doelen uit de Regio Deal De Waddeneilanden nagestreefd:

  • a.

    Het versnellen, verbreden of vergroten van de inzet van nieuwe-, duurzame- of circulaire producten en diensten, die significant bijdragen aan de energietransitie, circulaire economie of verbreding van de regionale economieën, waarbij kennis gedeeld wordt en samenwerkingen ontstaan.

  • b.

    Het vergroten van circulariteit bij alle eilandfestivals.

  • c.

    Het stimuleren van beter en meer zoetwaterbeheer door ondernemers om minder verlies of verspilling van zoetwater te realiseren.

Artikel 3 Activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten:

  • 1.

    Activiteiten voor het lanceren van een nieuw product of dienst waarmee er een bredere economie wordt gerealiseerd op het eiland.

  • 2.

    Activiteiten gericht op het versnellen, verbreden of vergroten van de inzet van een product of dienst, of het implementeren van aanpassingen in de bedrijfsvoering, die significant bijdragen aan de energietransitie of een circulaire economie.

  • 3.

    Activiteiten voor het aanpassen van een product, dienst of de bedrijfsvoering van een onderneming, waarbij de aanpassingen noodzakelijk zijn door externe factoren, en de onderneming bestaansrecht behoudt voor de toekomst.

  • 4.

    Activiteiten om kennis te delen over circulariteit van eilandfestivals tussen festivals en alle betrokken ondernemers.

  • 5.

    Het onderzoeken van mogelijke oplossingen voor het opvangen en beheren van zoetwater.

  • 6.

    Het implementeren van oplossingen om zoetwater op te vangen en te beheren.

Artikel 4 Doelgroep

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door ondernemers.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

Voor subsidie in aanmerking komen alle redelijkerwijs te maken kosten die naar het oordeel van het DB direct verbonden zijn aan de uitvoering van het project met uitzondering van:

  • a.

    Loonkosten voor zover deze meer bedragen dan € 60 per uur;

  • b.

    Verrekenbare BTW;

  • c.

    Overheadkosten;

  • d.

    Kosten voor de reguliere bedrijfsvoering;

  • e.

    Boetes en leges;

  • f.

    Kosten voor juridische ondersteuning die niet direct bijdragen aan het realiseren van de projectresultaten;

  • g.

    Kosten die al op een andere manier zijn gefinancierd;

  • h.

    Restwaarden van aangeschafte goederen of apparatuur;

  • i.

    Kosten voor de aanschaf van onroerende zaken;

  • j.

    Kosten voor de aanschaf van zonnepanelen of voertuigen;

  • k.

    Vrijwilligersvergoedingen;

  • l.

    Kosten die zijn gemaakt of waar een verplichting voor is aangegaan voor indiening van de aanvraag.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

  • 1. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, komt 50% van de subsidiabele kosten voor subsidie in aanmerking, tot een maximum van € 200.000.

  • 2. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, komt 50% van de subsidiabele kosten voor subsidie in aanmerking, tot een maximum van € 100.000.

  • 3. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, derde lid, komt 50% van de subsidiabele kosten voor subsidie in aanmerking, tot een maximum van € 100.000.

  • 4. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, vierde lid, komt 100% van de subsidiabele kosten voor subsidie in aanmerking, tot een maximum van € 50.000.

  • 5. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, komt 25% van de subsidiabele kosten voor subsidie in aanmerking, tot een maximum van € 25.000.

  • 6. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, zesde lid, komt 25% van de subsidiabele kosten voor subsidie in aanmerking, tot een maximum van € 50.000.

Artikel 7 Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond voor deze verordening bedraagt: € 2.000.000.

  • 2. Het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid wordt opgedeeld in vijf deelplafonds:

    • a.

      Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid: € 800.000.

    • b.

      Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid: € 400.000.

    • c.

      Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, derde lid: € 400.000.

    • d.

      Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, vierde lid: € 200.000.

    • e.

      Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, vijfde en zesde lid: € 200.000.

  • 3. Na afloop van iedere aanvraagperiode en voorafgaande aan elke nieuw aanvraagperiode zoals bedoeld in artikel 8, kan het DB de subsidieplafonds verhogen of verlagen bij afzonderlijk besluit.

Hoofdstuk 3 Subsidie aanvragen

Artikel 8 Aanvraagtermijn

  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste tot en met derde lid, kan in het jaar 2026 worden aangevraagd gedurende de volgende perioden:

    • a.

      1 februari, of de dag na openstelling van de regeling, tot en met 31 maart.

    • b.

      1 mei tot en met 30 juni.

    • c.

      1 september tot en met 31 oktober.

  • 2. Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste tot en met derde lid, kan in 2027 worden aangevraagd gedurende de volgende perioden:

    • a.

      1 januari tot en met 28 februari.

    • b.

      1 mei tot en met 30 juni.

    • c.

      1 september tot en met 31 oktober.

  • 3. Subsidie als bedoeld in artikel 3, vierde tot en met zesde lid, kan jaarlijks worden aangevraagd van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 9 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

  • 1. Een subsidieaanvraag wordt ingediend via het daarvoor door het DB beschikbaar gestelde digitale aanvraagformulier en formats en bevat, de volgende informatie:

    • a.

      Projectplan met daarin uitgewerkt de volgende onderwerpen:

      • i.

        doel van het project;

      • ii.

        resultaat of resultaten van het project;

      • iii.

        beschrijving wat en in welke mate het project bijdraagt aan de doelen van de Regio Deal;

      • iv.

        beschrijving van hoe de aanvrager de opgedane kennis deelt met de andere eilanden en welke samenwerkingen er binnen het project zijn;

      • v.

        stappenplan hoe te komen tot de geschetste resultaten;

      • vi.

        planning van de beschreven stappen;

      • vii.

        organisatiebeschrijving van het project;

      • viii.

        risicoanalyse van mogelijk projectrisico's en de beheersmaatregelen van deze risico's;

      • ix.

        een toelichting over afschrijvingskosten, restwaardes of kostprijzen gedurende de projectperiode, voor zover in de begroting of dekking materiaal, materieel of onroerende zaken worden aangeschaft of door de aanvrager wordt ingebracht.

    • b.

      Begroting- en dekkingsplan.

    • c.

      Een de-minimisverklaring of staatssteunanalyse.

    • d.

      Recent uittreksel van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

    • e.

      Kopie bankpas of bankafschrijving van rekeninghouder.

    • f.

      Voor subsidieaanvragers die een product of dienst verkopen tegen een bepaalde prijs, een ondertekende MKB-verklaring.

  • 2. Indien het een samenwerking betreft tussen meerdere partijen wordt de aanvraag gedaan door de penvoerder, met inachtneming van artikel 10 van deze verordening.

  • 3. Indien de aanvraag het starten van een nieuwe onderneming betreft of het in de markt zetten van een nieuw product, een prognose van kosten en omzet over 4 jaar.

  • 4. Indien cofinanciering wordt ingebracht, een ondubbelzinnige toezegging van inbrenger van de cofinanciering.

Artikel 10 Penvoerder bij samenwerkingsverband

  • 1. Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient de penvoerder van het samenwerkingsverband de aanvraag in.

  • 2. Bij de aanvraag wordt een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst overgelegd, waaruit blijkt dat de aanvrager door de deelnemers is aangewezen als penvoerder en waarin ten minste is opgenomen de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen bevattende de baten en de lasten van de deelnemende partijen.

  • 3. Uit de aanvraag moet genoegzaam blijken welke activiteiten door elk van de deelnemers wordt uitgevoerd.

Artikel 11 Beslistermijnen

  • 1. Het DB beslist voor de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3 eerste tot en met derde lid, binnen 13 weken, gerekend vanaf de dag van sluiting van het tijdvak waarbinnen een volledige aanvraag voor subsidie kan worden ingediend.

  • 2. Het DB beslist voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3 vierde tot en met zesde lid, binnen 8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag voor subsidie.

  • 3. Het DB kan de beslistermijn eenmalig opschorten met maximaal 8 weken.

Artikel 12 Wijze van verdeling

  • 1. Verstrekking van subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste tot en met derde lid, vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen die tenminste 35 punten scoren op de criteria zoals bedoeld in artikel 13, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Verstrekking van subsidie als bedoeld in artikel 3, vierde tot en met zesde lid, vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 3. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen en compleet is.

  • 4. Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag en tijdstip wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag op hetzelfde tijdstip ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

  • 5. Bij het beoordelen van aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste tot en met derde lid, laat het DB zich adviseren door een voor dit doel door het DB ingestelde deskundigencommissie.

Artikel 13 Drempelcriteria

  • 1. Subsidieaanvragen als bedoelt in artikel 3, eerste tot en met het derde lid, kunnen punten scoren op basis van de volgende criteria:

    • a.

      samenwerking:

      • i.

        per partner op hetzelfde Waddeneiland als de penvoerder of vaste land:

        2 punten tot een maximum van 4 punten;

      • ii.

        per partner op een ander Waddeneiland dan de penvoerder 3 punten tot een maximum van 6 punten;

    • b.

      de mate van impact op de circulaire economie, energietransitie of verbreden economie:

      • i.

        maximaal 15 punten per onderdeel;

    • c.

      de kwaliteit subsidieaanvraag:

      • i.

        maximaal 15 punten per aanvraag;

    • d.

      de mate waarin de activiteit bijdraagt aan people, planet, profit:

      • i.

        maximaal 10 punten;

  • 2. In aanvulling op het eerste lid kan een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, derde lid, tevens punten scoren voor de mate waarin het project iets toevoegt aan de continuïteit van de onderneming of ondernemingen waarvoor de activiteit wordt uitgevoerd:

    • i.

      maximaal 15 punten.

  • 3. Voor toepassing van het eerste en tweede lid, geldt de scoretabel die is opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening.

Artikel 14 Weigeringsgronden

Het DB kan een subsidieaanvraag weigeren indien:

  • a.

    de technische- economische haalbaarheid van het project onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt;

  • b.

    het niet aannemelijk is dat het project uiterlijk op 31 december 2027 kan worden afgerond;

  • c.

    het project niet voldoende bijdraagt aan de doelstellingen van de Regio Deal De Waddeneilanden of het doel van deze verordening waarvoor het deelplafond beschikbaar gesteld is;

  • d.

    de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd al in voldoende mate aanwezig is in de lokale eilandeconomie en, die naar het oordeel van het DB niet in overwegende mate bijdragen aan de energietransitie of de circulaire economie;

  • e.

    voor het criterium als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, niet ten minste voor één van de drie onderdelen circulaire economie, energietransitie of verbreden economie ten minste 10 punten worden gescoord;

  • f.

    voor het criterium als bedoeld in artikel 13, eerste lid onderdeel c, niet ten minste 6 punten worden gescoord;

  • g.

    voor het criterium als bedoeld in artikel 13, tweede lid, niet ten minste 10 punten worden gescoord;

  • h.

    in totaal minder dan 35 punten wordt gescoord op de criteria als bedoeld in artikel 13

  • i.

    er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de goede zeden of de openbare orde;

  • j.

    ten aanzien van de subsidieaanvrager een uitstaand bevel tot terugvordering bestaat volgende op een eerdere beschikking van de Europese Commissie, waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard;

  • k.

    de subsidieverstrekking naar het oordeel van het DB valt onder de omschrijving van een steunmaatregel als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het VWEU en een melding zou moeten plaatsvinden op grond van artikel 108 van het VWEU.

Hoofdstuk 4 Verplichtingen en Verantwoording

Artikel 15 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Onverminderd afdeling 4.2.4. van de Awb gelden voor subsidieontvangers de volgende verplichtingen:

  • a.

    Tijdens de uitvoering van het project worden projectresultaten gedeeld met ondernemers op de andere Waddeneilanden.

  • b.

    Een project is binnen de projectperiode zoals is opgenomen in de verleningsbeschikking afgerond, doch uiterlijk op 31 december 2027.

  • c.

    Een project start binnen 4 maanden na subsidieverlening.

  • d.

    Subsidieontvangers stellen zich beschikbaar voor communicatie-uitingen of evenementen in het kader van de Regio Deal De Waddeneilanden.

  • e.

    Subsidieontvangers verlenen medewerking aan controle van de administratie of een ander onderzoek naar gegevens die in het kader van subsidieverstrekking van belang kunnen worden geacht. Zij verlenen daartoe inzage in zijn administratie en verstrekken de inlichtingen en bescheiden die voor de beoordeling van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de besteding van de subsidie, dan wel anderszins van belang kunnen zijn.

  • f.

    Subsidieontvangers van wie de projectperiode langer dan 12 maanden duurt overleggen jaarlijks een tussenrapportage die inzicht geeft in:

    • i.

      de behaalde en nog te behalen projectresultaten;

    • ii.

      de stappen die zijn genomen om tot deze projectresultaten te komen;

    • iii.

      de planning;

    • iv.

      de financiële realisatie;

    • v.

      onderbouwing van alle afwijkingen op i t/m iii ten opzichte van de ingediende aanvraag;

    • vi.

      bij afwijkingen van het gestelde in de subsidieaanvraag, een plan van aanpak om binnen de afgesproken projectkaders te blijven.

Artikel 16 Meldings- en mededelingsplicht

De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan het DB:

  • a.

    zodra aannemelijk is dat de activiteit waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of dat niet of niet geheel aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

  • b.

    van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot surseance van betaling, tot faillietverklaring, het voornemen tot ontbinding van de rechtspersoon of van andere omstandigheden die voor de subsidieverlening van belang kunnen zijn.

  • c.

    indien na het indienen van de subsidieaanvraag voor dezelfde activiteit subsidie wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie.

  • d.

    in geval verantwoording plaatsvindt op basis van werkelijke kosten en opbrengsten en er aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke kosten en opbrengsten en de begrote kosten en opbrengsten onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

Artikel 17 Bevoorschotting en betaling

  • 1. Een subsidie wordt na verlening betaald door middel van voorschotten ter hoogte van maximaal 80% van de verleende subsidie.

  • 2. De hoogte en het aantal van de voorschotten wordt opgenomen in de verleningsbeschikking.

  • 3. De resterende 20% van de verleende subsidie wordt betaald indien, uit de eindverantwoording, blijkt dat de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan.

  • 4. Een subsidie die direct wordt vastgesteld, wordt direct 100% uitbetaald.

Artikel 18 Verantwoorden van subsidies tot € 25.000

  • 1. Bij een subsidie tot € 25.000, - wordt:

    • a.

      de subsidie vastgesteld zonder dat aan de beschikking tot subsidievaststelling een beschikking tot subsidieverlening voorafgaat;

    • b.

      De subsidieontvanger dient 2 maanden na afronding van het project een activiteitenverslag en kostenrealisatie in.

Artikel 19 Verantwoorden van subsidies van € 25.000 tot € 125.000

  • 1. Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend uiterlijk 3 maanden na afronding van de het project.

  • 2. Bij de aanvraag tot vaststelling wordt een activiteitenverslag overlegd, waaruit blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt overeenkomstig het besluit tot subsidieverlening is verricht en aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan, inclusief een financieel verslag van de gerealiseerde kosten.

Artikel 20 Verantwoording van subsidies vanaf € 125.000

  • 1. Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend uiterlijk 3 maanden na afronding van het project.

  • 2. Bij een subsidie vanaf € 125.000, - wordt bij de aanvraag tot vaststelling overlegd:

    • a.

      een activiteitenverslag waaruit blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt overeenkomstig het besluit tot subsidieverlening is verricht en aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een financieel verslag, waarin in ieder geval is opgenomen:

      • 1.

        een opgave van het bedrag van de werkelijk gemaakte en betaalde kosten;

      • 2.

        een opgave van het bedrag van de gerealiseerde opbrengsten, met inbegrip van bijdragen van derden, en een opgave van het bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage.

    • c.

      een controleverklaring van een accountant op projectniveau.

    • d.

      het onder a bedoelde activiteitenverslag en onder b bedoelde financiële verslag worden op dezelfde wijze gerubriceerd als het activiteitenplan en de begroting die bij de aanvraag om subsidie zijn gevoegd en zijn voorzien van een toelichting op afwijkingen ten opzichte van dit activiteitenplan en deze begroting.

  • 3. Het DB kan in de beschikking tot subsidieverlening afwijken van het tweede lid onderdeel c.

Artikel 21 Beslistermijn subsidievaststelling

  • 1. Het DB stelt binnen 13 na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

  • 2. Indien de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteiten realiseert tegen een lager bedrag dan oorspronkelijk was begroot kan het DB de verleende subsidie lager vaststellen.

Artikel 22 Overige en slotbepalingen

  • 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Pilots en Projecten Waddeneilanden.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.

  • 3. Deze verordening eindigt op 1 januari 2028.

Ondertekening

BIJLAGE 1 BEHORENDE BIJ ARTIKEL 13 EERSTE EN TWEEDE LID

Scoretabel beoordelingscriteria

Nr.

Criterium

Punten

A1

Samenwerking met partners van het eigen eiland of het vaste land

4

A2

Samenwerking met partners van een ander Nederlands Waddeneiland

6

B1

De mate van impact op de circulaire economie

15

B2

De mate van impact op de energietransitie

15

B3

De mate van verbreden van de economie

15

C

Kwaliteit subsidieaanvraag

15

D

De mate waarin het project bijdraagt aan People, Planet, Profit

10

 

Totaal

80

 

Extra criterium voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, derde lid:

 

E

De mate waarin het project iets toevoegt aan de continuïteit van de onderneming of ondernemingen waarvoor de activiteit wordt uitgevoerd:

15

 

Totaal

95

Ten behoeve van de beoordeling van aanvragen onder deze titel Pilots & Projecten in het kader van de Regio Deal Waddeneilanden, worden de aanvragen op basis van navolgende uitwerking van deze vijf criteria beoordeeld.

A: Samenwerking – Samenwerking betekent dat een subsidieaanvraag met meerdere partners wordt ingediend. Dit kunnen kennisinstellingen, onderwijsinstellingen, overheden, ondernemers, stichtingen of verenigingen zijn. Partners kunnen van het eigen eiland komen, het vaste land of een ander Nederlands Waddeneiland. Er worden meer punten gescoord als er wordt samengewerkt met partners vaneen ander Waddeneiland. Dit is moeilijker te realiseren, echter vergroot dit soort samenwerkingen het effect op de doelen van de verordening nog meer.

A1: Samenwerking met partners van het eigen eiland of het vaste land

  • 2 punten per partner tot maximaal 4 punten

A2: Samenwerking met partners van een ander Nederlands Waddeneiland

  • 3 punten per partner tot maximaal 6 punten

B: Impact op de circulaire economie, energietransitie of verbreden van de economie. Een lagere score dan 10 punten op één van deze onderdelen resulteert in een afwijzing.

B1 Circulaire economie: In welke mate zorgen de aangevraagde activiteiten ervoor dat bestaande, lokale en natuurlijke materialen, hulpbronnen en producten zo lang mogelijk worden gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycleerd.

  • Maximaal 15 punten

B2 Energietransitie: In welke mate zorgen de aangevraagde activiteiten ervoor dat fossiele brandstof grotendeels vervangen worden door duurzame energiebronnen, is er veel aandacht voor energiebesparing en energieopslag, en is de energievoorziening waar mogelijk decentraal geregeld.

  • Maximaal 15 punten

B3 Verbreden economie: In welke mate zorgt de aangevraagde activiteit ervoor dat er meer verschillende soorten bedrijvigheid binnen de eilandeconomie ontstaat. Om meer diversiteit aan banen te creëren, minder afhankelijk te zijn van toerisme en toekomstige groei te kunnen blijven realiseren, is er op Waddeneilanden meer diversiteit aan verdienmodellen nodig.

  • Maximaal 15 punten

C: Kwaliteit - Bij het criterium kwaliteit van het project wordt gekeken naar de kwaliteit van de aanvrager en het projectplan. De planning en organisatie van het project, beschikbare team en samenstelling van het consortium zijn beoordelingsaspecten bij dit criterium. Daarnaast kan worden gekeken naar de keuze van activiteiten om het probleem aan te pakken, en met welke argumentatie en bewijskracht die keuzes zijn onderbouwd.

  • Maximaal 15 punten

D: De mate waarin de activiteit bijdraagt aan people, planet, profit – Belangrijke aspecten bij dit criterium zijn het creëren van werkgelegenheid, opleiden van mensen en diversiteit van medewerkers. Verder wordt meegenomen in welke mate er sprake is van duurzame ontwikkeling. Hierbij is duurzame ontwikkeling gedefinieerd als: “Een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen”. Hierbij wordt de mate waarin positief wordt bijgedragen aan efficiënt en circulair gebruik van hulpbronnen; verhogen van de biodiversiteit, klimaatadaptie en mitigatie; duurzaam watergebruik en beheer; tegengaan van vervuiling van het milieu; verbetering van de luchtkwaliteit en herstelvermogen voor rampen, risicopreventie en beheer meegenomen. Als laatste wordt gekeken in welke mate het project het verdienvermogen versterkt.

  • Maximaal 10 punten

Een subsidieaanvraag voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, derde lid, moet ook punten scoren voor:

E: De mate waarin het project iets toevoegt aan de continuïteit van de onderneming of ondernemingen waarvoor de activiteit wordt uitgevoerd -

  • Maximaal 15 punten

Minimaal aantal punten nodig:

  • Een lagere totaalscore dan 35 punten leidt tot afwijzing van de subsidie.

  • Op één van de criteria B1, B2 of B3 wordt minimaal een score van 10 punten behaald. Wanneer een aanvraag op criterium B niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

  • Op criterium C wordt minimaal een score van 6 punten behaald. Wanneer een aanvraag op dit criterium niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

  • Op criterium E wordt minimaal een score van 10 punten behaald. Wanneer een aanvraag op dit criterium niet voldoet aan deze ondergrens, wordt de aanvraag afgewezen.

Het minimumaantal punten wat gehaald moet worden is 35 voor alle criteria opgeteld. Wordt dit puntenaantal niet gehaald, is de aanvraag nog niet voldoende uitgewerkt, of draagt het projectidee onvoldoende bij aan het behalen van de gestelde doelen.

Voor een aantal criteria is er een minimale score nodig. Wordt deze score niet gehaald, dan wordt een aanvraag afgewezen. Deze minimale scores voor een specifiek criterium zorgen ervoor dat de beschikbare subsidiemiddelen aan projecten worden verstrekt die veel bijdragen aan de realiseren van de gestelde doelen voor de subsidieregeling. Soms kan een project inhoudelijk heel veel kan bijdragen aan de doelen. Als echter de subsidieaanvraag onvoldoende inzicht geeft hoe de resultaten gehaald gaan worden, is er een grote kans dat deze bijdrage aan de doelen niet gerealiseerd wordt. Om deze reden is er een minimale score voor de kwaliteit van de subsidieaanvraag.