Regeling vervalt per 01-01-2028

Subsidieverordening Opstartbudget Waddeneilanden 2026

Geldend van 14-02-2026 t/m 31-12-2027

Intitulé

Subsidieverordening Opstartbudget Waddeneilanden 2026

Het AB,

gelet op

de Regio Deal De Waddeneilanden,

het bepaalde in de gemeenschappelijke regeling de Waddeneilanden 2024 artikel 3, eerste lid en tweede lid sub m,

besluit de Subsidieverordening Opstartbudget Waddeneilanden als volgt vast te stellen:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Definities

  • 1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    AB

    het algemeen bestuur van de GR zoals bedoeld in artikel 1 d van de GR;

    Awb

    Algemene wet bestuursrecht;

    business case:

    een document dat de zakelijke en financiële onderbouwing levert voor een project of investering. Het analyseert de verwachte kosten en baten, inclusief risico's, om te bepalen of een initiatief de moeite waard is en of de organisatie het project moet starten of voortzetten;

    circulaire economie:

    een model van productie en consumptie, waarbij zoveel mogelijk bestaande, lokale en natuurlijke materialen, hulpbronnen en producten zo lang mogelijk worden gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycleerd om meer waarde te creëren. Op deze manier wordt de levenscyclus van producten uitgebreid en worden kringlopen gesloten;

    DB:

    het dagelijks bestuur van de GR zoals bedoeld in artikel 1 e van de GR;

    de-minimisverklaring:

    een document waarin een onderneming verklaart hoeveel overheidssteun (zoals subsidies, leningen, of garanties) het de afgelopen drie jaar heeft ontvangen, om te controleren of de totale steun binnen de Europese de-minimisdrempel blijft zoals gesteld in de reguliere de-minimisverordening (EU/2023/2831);

    energietransitie:

    de overgangsperiode in een maatschappij naar de situatie, waarin de energievoorziening structureel anders van aard en vorm zal zijn dan het bestaande, vooral op fossiele brandstof gebaseerde gecentraliseerde energiesysteem. In het nieuwe systeem is fossiele brandstof grotendeels vervangen door duurzame energiebronnen, is er veel aandacht voor energiebesparing en energieopslag, en is de energievoorziening decentraal georganiseerd;

    GR

    de Gemeenschappelijke regeling de Waddeneilanden 2024;

    haalbaarheidsstudie:

    het onderzoek en de analyse van het potentieel van een project zoals bedoeld in artikel 2, zevenentachtigste lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico's in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn;

    incidentele subsidie:

    Subsidie die niet structureel van aard is en wordt verstrekt voor kortdurende activiteiten;

    MKB-verklaring:

    een document waarin een aanvrager verklaart dat zijn of haar onderneming voldoet aan de Europese definitie van midden- en kleinbedrijf (MKB);

    ondernemer:

    persoon of rechtspersoon met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

    overheadkosten:

    kosten die een organisatie structureel maakt voor gebouwen en buitenterreinen, personeel, administratie, ICT en andere vaste lasten, die niet rechtstreeks verbonden zijn met het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten.

    ontwikkeltafel:

    aan ontwikkeltafels komen ondernemers, eventueel aangevuld met onderwijspartners en overheden, in kleine of grotere groepen een aantal keren samen om te werken aan kennisontwikkeling, kennisdeling of samenwerking op het gebied van circulariteit, energietransitie of het ontwikkelen van nieuwe producten of dienstverlening die nog niet, of in onvoldoende mate op een Waddeneiland aanwezig is;

    penvoerder

    een organisatie of persoon die namens een samenwerkingsverband een subsidieaanvraag indient en beheert, en tevens optreedt als de officiële contactpersoon naar de subsidieverstrekker;

    Regio Deal De Waddeneilanden

    convenant dat door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, eventueel een andere minister/staatssecretaris en één of meer regiopartners is gesloten om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in de regio Waddeneilanden te verbeteren;

    samenwerkingsverband:

    het geheel van afspraken over de manier van samenwerken tussen twee of meer samenwerkingspartijen zoals bedoeld in artikel 3. Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal twee ondernemers;

    samenwerkingsverband De Waddeneilanden:

    Het openbaar lichaam zoals bedoeld in hoofdstuk 2, artikel 2 lid 1 van de GR;

    subsidie:

    de aanspraak op financiële middelen als bedoeld in artikel 4:21 Awb;

    subsidieplafond:

    Het bedrag dat maximaal beschikbaar is voor de activiteiten;

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

Deze verordening is van toepassing op de te verstrekken subsidies door het Samenwerkingsverband de Waddeneilanden, voor de Regio Deal De Waddeneilanden.

Artikel 1.3 Bevoegdheid

  • 1. Het AB stelt deze verordening en de subsidieplafonds vast.

  • 2. Het DB is bevoegd tot het uitvoeren van deze verordening, waaronder het beslissen op subsidieaanvragen en het nemen van daarmee verband houdende beslissingen op grond van titel 4.2 van de Awb en deze verordening, het vaststellen van een digitaal aanvraagformulier en het vaststellen of aanpassen van subsidie(deel)plafonds.

  • 3. Subsidies worden uitsluitend verstrekt indien deze passen binnen de doelen van de Regio Deal De Waddeneilanden en de doelen onder artikel 2 van deze verordening.

Artikel 1.4 Formulieren en modellen

Ten behoeve van de subsidieverstrekking stelt het DB formulieren en modellen vast, waarvan het gebruik verplicht is voorgeschreven. Een aanvraag gaat vergezeld van de in de formulieren en modellen genoemde bijlagen.

Hoofdstuk 3 Doelstelling, activiteiten, doelgroep en subsidiabele kosten

Artikel 2 Doelstelling

Het doel van deze verordening is het ontwikkelen en uitwerken van projectideeën tot een business case die bijdragen aan de doelen van de Regio Deal De Waddeneilanden en energietransitie, circulaire economie of verbreding van de regionale economieën, en waarbij kennis gedeeld wordt en samenwerkingen ontstaan.

Artikel 3 Activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten:

  • 1.

    Het opstarten en uitvoeren van een ontwikkeltafel gericht op:

    • a.

      samenwerking en kennisdeling tussen ondernemers en andere organisaties;

    • b.

      het activeren van ondernemers of andere organisaties om bij te dragen aan de doelen van deze verordening;

    • c.

      het ondersteunen van ondernemers door het stimuleren-, bedenken- en uitwerken van ideeën naar uitvoerbare projecten die bijdragen aan de realisatie van innovaties in- en verbreding van de lokale economie, de energietransitie of circulaire startups.

  • 2.

    Het uitvoeren van haalbaarheidsstudies van projectideeën die bijdragen aan de realisatie van innovaties in- en verbreding van de lokale economie, de energietransitie en circulaire oplossingen.

  • 3.

    Het uitvoeren van verdiepingsonderzoek van projectideeën waarbij de haalbaarheid aannemelijk is, die bijdragen aan de realisatie van innovaties in- en verbreding van de lokale economie, de energietransitie en circulaire oplossingen.

Artikel 4 Doelgroep

Ondernemers, of natuurlijke persoon in een samenwerkingsverband met een rechtspersoon.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

Voor subsidie in aanmerking komen alle redelijke kosten die naar het oordeel van het DB direct verbonden zijn aan de uitvoering van het project met uitzondering van:

  • a.

    Loonkosten voor zover deze meer bedragen dan € 60 euro per uur;

  • b.

    Verrekenbare BTW;

  • c.

    Overheadkosten;

  • d.

    Kosten voor de reguliere bedrijfsvoering;

  • e.

    Boetes en leges;

  • f.

    Kosten voor juridische ondersteuning die niet direct bijdragen aan het realiseren van de projectresultaten;

  • g.

    Kosten die al op een andere manier zijn gefinancierd;

  • h.

    Afschrijvingskosten voor zover deze niet aan de projectperiode toerekenbaar zijn;

  • i.

    Vrijwilligersvergoedingen;

  • j.

    Kosten die zijn gemaakt of waar een verplichting voor is aangegaan voor indiening van de subsidieaanvraag.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

  • 1. Voor subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, komt 100% van de subsidiabele kosten in aanmerking voor subsidie, tot een maximum van € 40.000.

  • 2. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, komt 70% van de subsidiabele kosten in aanmerking voor subsidie, tot een maximum van € 7.500.

  • 3. Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, derde lid, komt 45% van de subsidiabele kosten in aanmerking komt voor subsidie, tot een maximum van € 50.000.

Artikel 7 Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond voor deze verordening bedraagt: € 1.000.000.

  • 2. Het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid wordt opgedeeld in drie deelplafonds:

    • a.

      Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid: € 200.000.

    • b.

      Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid: € 300.000.

    • c.

      Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, derde lid: € 500.000.

Hoofdstuk 3 Subsidie aanvragen

Artikel 8 Aanvraagtermijn

Subsidie als bedoeld in artikel 3 kan jaarlijks worden aangevraagd van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 9 Bij de aanvraag in te dienen gegevens

  • 1. Een subsidieaanvraag wordt ingediend via het daarvoor beschikbaar gestelde digitale aanvraagformulier en formats en bevat de volgende informatie:

    • a.

      Projectplan met daarin uitgewerkt de volgende onderwerpen:

      • i.

        doel van het project;

      • ii.

        resultaat of resultaten van het project;

      • iii.

        beschrijving wat en in welke mate het project bijdraagt aan de doelen van de Regio Deal;

      • iv.

        beschrijving van hoe de aanvrager de opgedane kennis deelt met de andere eilanden en welke samenwerkingen er binnen het project zijn;

      • v.

        stappenplan hoe te komen tot de geschetste resultaten;

      • vi.

        planning van de beschreven stappen;

      • vii.

        organisatiebeschrijving van het project;

      • viii.

        risicoanalyse van mogelijk projectrisico's en de beheersmaatregelen van deze risico's;

      • ix.

        een toelichting over afschrijvingskosten, restwaardes of kostprijzen gedurende de projectperiode, voor zover in de begroting of dekking materiaal, materieel of onroerende zaken worden aangeschaft of door de aanvrager wordt ingebracht.

    • b.

      Begroting- en dekkingsplan.

    • c.

      Een de-minimisverklaring.

    • d.

      Recent uittreksel van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

    • e.

      Kopie bankpas of bankafschrijving van rekeninghouder.

    • f.

      Voor subsidieaanvragers die een product of dienst verkopen tegen een bepaalde prijs, een ondertekende MKB-verklaring.

  • 2. Indien het een samenwerking betreft tussen meerdere partijen wordt de aanvraag gedaan door de penvoerder, met inachtneming van artikel 10 van deze verordening.

  • 3. Indien cofinanciering wordt ingebracht, een ondubbelzinnige toezegging van inbrenger van de cofinanciering.

Artikel 10 Penvoerder bij samenwerkingsverband

  • 1. Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient de penvoerder van het samenwerkingsverband de aanvraag in.

  • 2. Bij de aanvraag wordt een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst overgelegd, waaruit blijkt dat de aanvrager door de deelnemers is aangewezen als penvoerder en waarin ten minste is opgenomen de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen bevattende de baten en de lasten van de deelnemende partijen.

  • 3. Uit de aanvraag moet genoegzaam blijken welke activiteiten door elk van de deelnemers wordt uitgevoerd.

Artikel 11 Beslistermijnen

  • 1. Het DB beslist op een subsidieaanvraag voor de activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3, binnen 8 weken, gerekend vanaf de dag van ontvangst van een complete aanvraag.

  • 2. Het DB kan de beslistermijn eenmalig opschorten met maximaal 8 weken.

Artikel 12 Wijze van verdeling

  • 1. Verstrekking van subsidie als bedoeld in artikel 3 vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag en tijdstip wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, op volgorde van tijdstip van binnenkomst beoordeeld.

Artikel 13 Weigeringsgronden

Het DB kan een subsidieaanvraag weigeren indien:

  • a.

    de technische- economische haalbaarheid van het project onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt;

  • b.

    het niet aannemelijk is dat het project binnen 12 maanden of uiterlijk op 31 december 2027 kan worden afgerond;

  • c.

    het project niet voldoende bijdraagt aan de doelstellingen van de Regio Deal De Waddeneilanden of het doel van deze verordening waarvoor het deelplafond beschikbaar is gesteld;

  • d.

    de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd al in voldoende mate aanwezig is in de lokale eilandeconomie en de activiteit naar het oordeel van het DB niet in overwegende mate bijdraagt aan de energietransitie of circulaire economie;

  • e.

    een aanvrager, die subsidie aanvraagt voor een activiteit zoals gesteld in artikel 3, onvoldoende steunruimte over heeft volgens de-minimisverordening;

  • f.

    er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager doelstellingen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang, de goede zeden of de openbare orde;

  • g.

    ten aanzien van de subsidieaanvrager een uitstaand bevel tot terugvordering bestaat volgende op een eerdere beschikking van de Europese Commissie, waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard;

  • h.

    de subsidieverstrekking naar het oordeel van DB valt onder de omschrijving van een steunmaatregel als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het VWEU en een melding zou moeten plaatsvinden op grond van artikel 108 van het VWEU.

Hoofdstuk 4 Verplichtingen en Verantwoording

Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Onverminderd afdeling 4.2.4. van de Awb gelden voor subsidieontvangers de volgende verplichtingen:

  • a.

    Subsidieontvangers van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn verplicht samen te werken met andere organisaties.

  • b.

    Tijdens de uitvoering van het project worden projectresultaten gedeeld met ondernemers op de andere Waddeneilanden.

  • c.

    Een project is afgerond binnen 12 maanden na subsidieverlening doch uiterlijk op 31 december 2027.

  • d.

    Een project start binnen 3 maanden na subsidieverlening.

  • e.

    Subsidieontvangers stellen zich beschikbaar voor communicatie-uitingen of evenementen in het kader van de Regio Deal De Waddeneilanden.

  • f.

    Subsidieontvangers verlenen medewerking aan controle van de administratie of een ander onderzoek naar gegevens die in het kader van subsidieverstrekking van belang kunnen worden geacht. Zij verlenen daartoe inzage in zijn administratie en verstrekken de inlichtingen en bescheiden die voor de beoordeling van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de besteding van de subsidie, dan wel anderszins van belang kunnen zijn.

Artikel 15 Meldings- en mededelingsplicht

De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan het DB:

  • a.

    zodra aannemelijk is dat de activiteit waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zal worden verricht of dat niet of niet geheel aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

  • b.

    van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot surseance van betaling, tot faillietverklaring, het voornemen tot ontbinding van de rechtspersoon of van andere omstandigheden die voor de subsidieverlening van belang kunnen zijn.

  • c.

    indien na het indienen van de subsidieaanvraag voor dezelfde activiteit subsidie wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie.

  • d.

    in geval verantwoording plaatsvindt op basis van werkelijke kosten en opbrengsten en er aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke kosten en opbrengsten en de begrote kosten en opbrengsten onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.

Artikel 16 Bevoorschotting en betaling

  • 1. Een subsidie wordt na verlening betaald door middel van voorschotten ter hoogte van maximaal 80% van de verleende subsidie.

  • 2. De hoogte en het aantal van de voorschotten wordt opgenomen in de verleningsbeschikking.

  • 3. De resterende 20% van de verleende subsidie wordt betaald indien uit de eindverantwoording blijkt dat de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan.

  • 4. Een subsidie die direct wordt vastgesteld, wordt direct 100% uitbetaald.

Artikel 17 Verantwoorden van subsidies tot € 25.000

  • 1. Bij een subsidie tot € 25.000, = wordt:

    • a.

      de subsidie vastgesteld zonder dat aan de beschikking tot subsidievaststelling een beschikking tot subsidieverlening voorafgaat;

    • b.

      De subsidieontvanger dient 2 maanden na afronding van het project een activiteitenverslag en kostenrealisatie in.

Artikel 18 Verantwoorden van subsidies van € 25.000 tot en € 50.000

  • 1. Een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend uiterlijk 3 maanden na afronding van het project.

  • 2. Bij de aanvraag tot vaststelling wordt een activiteitenverslag overlegd, waaruit blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt overeenkomstig het besluit tot subsidieverlening is verricht en aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan, inclusief een financieel verslag van de gerealiseerde kosten conform de begroting die is ingediend bij de subsidieaanvraag.

Artikel 19 Beslistermijn subsidievaststelling

  • 1. Het DB stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

  • 2. Indien de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteiten realiseert tegen een lager bedrag dan oorspronkelijk was begroot kan het DB de verleende subsidie lager vaststellen.

Artikel 20 Overige en slotbepalingen

  • 1. Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening Opstartbudget Waddeneilanden.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.

  • 3. Deze verordening eindigt op 1 januari 2028.

Ondertekening