UITWERKINGSBESLUIT PARKEREN

Geldend van 18-02-2026 t/m heden

Intitulé

UITWERKINGSBESLUIT PARKEREN

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven besluit;

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet, de Parkeerverordening 2009 en de Verordening parkeerbelastingen;

vast te stellen het Uitwerkingsbesluit parkeren

Artikel 1 Begripsbepaling

De definities en termen uit de Parkeerverordening 2009, de Verordening parkeerbelastingen en het Aanwijsbesluit Parkeren zijn van toepassing op dit uitwerkingsbesluit.

Artikel 2 Bewonersvergunning

  • 1. Een bewonersvergunning kan worden verleend aan de houder van een motorvoertuig die bewoner is van een zelfstandige woning (straat + huisnummer), gelegen in een gebied waar betaald parkeren en/of vergunninghouders parkeren is ingevoerd

  • 2. De bewoner dient ingeschreven te staan in de Basisregistratie Personen (BRP).

  • 3. Het bezit van een voertuig wordt aangetoond via een geldig kenteken op naam (RDW) of via een bewijs van een leasemaatschappij of werkgever of via een ondertekende verklaring van de Vereniging voor Gedeeld Autogebruik.

  • 4. Een bewonersvergunning wordt verleend op kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.

  • 5. Per zelfstandige woning worden maximaal twee bewonersvergunningen verstrekt.

  • 6. Een tweede bewonersvergunning wordt pas verstrekt als er voldoende parkeercapaciteit is in het gereguleerde vergunning gebied. De uitgifte verloopt via de prioriteitstelling conform artikel 17.

  • 7. Indien de zelfstandige woning beschikt over eigen parkeervoorziening wordt deze parkeervoorziening afgetrokken van het maximaal aantal te verkrijgen vergunningen. Onder een eigen parkeervoorziening wordt verstaan zoals beschreven in artikel 15.

  • 8. Een bewonersvergunning die wordt aangevraagd voor een zelfstandige woning die beschikt over één eigen parkeervoorziening zoals genoemd in artikel 15 lid 1 a, b, c of d wordt gezien als tweede bewonersvergunning, waarbij wel moet worden aangetoond dat er meer dan één voertuig geregistreerd (RDW) staat op hetzelfde adres.

  • 9. Een bewonersvergunning die wordt aangevraagd voor een zelfstandige woning die beschikt over één eigen parkeervoorziening zoals genoemd in artikel 15 lid 1 f en g, wordt gezien als tweede bewonersvergunning. Daarbij hoeft niet worden aangetoond dat er meer dan één voertuig geregistreerd (RDW) staat op hetzelfde adres.

  • 10. Een eerste en tweede bewonersvergunning wordt niet verstrekt indien het adres waarvoor de bewonersvergunning aangevraagd wordt op de Adressenlijst Uitsluiting Parkeervergunning (AUP) vermeld staat, zoals beschreven in artikel 16.

  • 11. De eigenaar van een woning kan één bewonersvergunning aanvragen indien:

    • a.

      De aanvrager kan aantonen dat deze eigenaar is van de woning waarop de vergunning wordt aangevraagd en;

    • b.

      Er geen personen in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven staan op het adres waarop de vergunning wordt aangevraagd.

  • 12. Aan een bewonersvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

  • 13. Voor adressen die onderdeel zijn van een omgevingsvergunning voor planontwikkeling die vóór 2016 is verstrekt en waarin expliciet is opgenomen dat de gehele parkeeroplossing als eigen parkeergelegenheid is gerealiseerd, zoals beschreven in artikel 15 Eigen parkeergelegenheid, verstrekken wij alleen de bezoekersregeling ex artikel 11(mits de bezoekersregeling in dat gebied wordt verstrekt) en geen (andersoortige) parkeervergunningen en -regelingen.

  • 14. Op jaarbasis kan het kenteken van een eerste of tweede bewonersvergunning maximaal vijf keer worden gewisseld.

Artikel 3 Bedrijfsvergunning

  • 1. Een bedrijfsvergunning kan worden verleend aan een bedrijf of instelling dat gelegen is een gebied waar betaald parkeren en/of vergunninghouders parkeren is ingevoerd en beschikt over een inschrijfnummer van de Kamer van Koophandel.

    • a.

      Indien het bedrijf of instelling gelegen is in centrumgebied, kan er een vergunning worden aangevraagd voor de aanwezige terreinen beschreven in Aanwijsbesluit Parkeren artikel 5 lid 4, 5, 6 en 8. Deze bedrijfsvergunning wordt verstrekt door middel van de prioriteitsstelling beschreven in artikel 17.

  • 2. Het maximaal aantal bedrijfsvergunningen dat aan een bedrijf of instelling kan worden verleend, is gelijk aan 1 parkeervergunning per 10 FTE dat werkzaam is op de betreffende locatie minus het aantal parkeerplaatsen in een eigen parkeervoorziening zoals beschreven in artikel 15.

  • 3. Het maximaal aantal bedrijfsvergunningen dat aan een bedrijf of instelling kan worden verleend voor bedrijven gevestigd op bedrijfsterreinen (Scherpakkerweg, Hallenweg, Limburglaan en Bedrijfsterrein de Kade) waar sprake is van (vrijwel) uitsluitend bedrijfsactiviteiten is gelijk aan 1 parkeervergunning per 3 FTE dat werkzaam is op de betreffende locatie.

  • 4. Een bedrijfsvergunning kan worden verleend op kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.

  • 5. Een bedrijfsvergunning wordt niet verstrekt indien het adres waarvoor de bedrijfsvergunning aangevraagd wordt, op de adressenlijst uitsluiting parkeervergunning vermeld staat, zoals beschreven in artikel 16.

  • 6. Aan een bedrijfsvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

Artikel 4 Hulpverlenersvergunning

  • 1. Een hulpverlenersvergunning kan worden verleend aan een huisarts of verloskundige, indien:

    • a.

      De meerderheid van de patiënten van de praktijk woonachtig is in een gebied in Eindhoven waar betaald parkeren is ingevoerd, en;

    • b.

      Voor de uitoefening van de praktijk gebruik wordt gemaakt van een motorvoertuig.

  • 2. Een hulpverlenersvergunning kan worden verleend aan een professionele thuiszorg- of hulpverleningsinstelling ten behoeve van een aldaar werkzame hulpverlener indien:

    • a.

      De professionele zorg- of hulpverleningsinstelling kan aantonen dat er productieafspraken zijn gemaakt.

    • b.

      Het motorvoertuig nodig is vanwege het geregeld met spoed of met groot materieel zorg of hulpverlenen aan personen of dieren op wisselende plaatsen in een gebied waar betaald parkeren en/of vergunninghouders parkeren is ingevoerd.

  • 3. Een hulpverlenersvergunning kan worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon die staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel indien:

    • a.

      Voor de uitoefening van de praktijk gebruik wordt gemaakt van een motorvoertuig, en;

    • b.

      Het motorvoertuig nodig is vanwege het geregeld met spoed of met groot materieel zorg of hulpverlenen aan personen op wisselende plaatsen in een gebied waar betaald parkeren is ingevoerd.

  • 4. Met betrekking tot de verlening van vergunningen, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt één hulpverlenersvergunning per 5 werknemers verleend, met dien verstande dat maximaal 15 hulpverlenersvergunningen per professionele zorg- of hulpverleningsinstelling worden verleend.

  • 5. Bij de aanvraag van een hulpverlenersvergunning dient een uittreksel, niet ouder dan 3 maanden, uit het BIG-register of het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te worden overlegd waaruit blijkt dat aanvrager ambulante zorg verleent in de gemeente Eindhoven.

  • 6. Een hulpverlenersvergunning wordt verleend voor het parkeren in alle gebieden waar betaald parkeren en/of vergunninghouders parkeren is ingevoerd.

  • 7. De hulpverlenersvergunning wordt niet op kenteken verleend. De aanvrager is verantwoordelijk voor een tijdige en juiste aan- en afmelding van het kenteken van het voertuig waarvoor de hulpverlenersvergunning wordt gebruikt aan de hand van de inloggegevens voor een website die aanvrager voor dit doel heeft ontvangen.

  • 8. Aan een hulpverlenersvergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

Artikel 5 Mantelzorgregeling

  • 1. Een mantelzorgregeling kan worden verleend aan een bewoner waarvan: het woonadres in een gebied waar betaald parkeren en/vergunningen parkeren is ingevoerd en;

    • a.

      die ouder is dan 75 jaar, of;

    • b.

      die een bevestiging heeft van een geldige Indicatie Wet Langdurige Zorg (WLZ), of;

    • c.

      die een bevestiging heeft van een geldige Indicatie Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) voor zorg vanuit een WMO-maatwerkvoorziening.

  • 2. Een mantelzorgregeling heeft dezelfde werking als een bezoekersregeling zoals bedoeld in artikel 11 of bezoekersvergunning zoals bedoel in artikel 10, wat het volgende inhoudt:

  • a.

    Voor een bewoner in betaald parkeergebied met vergunningen geldt dat de bewoner per kwartaal 200 uren tegen het gereduceerde tarief kan aanschaffen ten behoeve van het parkeren van een mantelzorger;

  • b.

    Voor een bewoner in een vergunninghouders gebied (E9) geldt dat deze één kenteken aan kan melden ten behoeve van het parkeren van een mantelzorger.

Artikel 6 Bezoekersregeling verzorgingshuis

  • 1. Een bezoekersregeling verzorgingshuis kan worden verleend aan een bedrijf (zijnde een verzorgingshuis), waarbij de bewoners van het verzorgingshuis per woning een eigen woonadres hebben.

  • 2. Deze adressen dienen binnen een gebied waar betaald parkeren en/of vergunninghouders parkeren ingevoerd is gelegen te zijn.

  • 3. Ieder woonadres heeft recht op een bezoekersregeling, zoals bedoeld in artikel 11.

  • 4. De bezoekersregeling van alle adressen samen wordt gebundeld en verstrekt op het hoofd adres van het verzorgingshuis.

  • 5. Een Bezoekersregeling verzorgingshuis wordt niet verstrekt indien het adres waarvoor de Bezoekersregeling verzorgingshuis aangevraagd wordt, op de adressenlijst uitsluiting parkeervergunning vermeld staat, zoals beschreven in artikel 16.

Artikel 7 Bewonersvergunning parkeerterrein

  • Een bewonersvergunning parkeerterrein kan worden verleend aan de houder van een motorvoertuig die bewoner is van een zelfstandige woning (straat + huisnummer), gelegen in de buurten 111 Binnenstad, 112 de Bergen, 113 Witte Dame en 114 Fellenoord, onder de volgende voorwaarden:

  • 1. Indien de zelfstandige woning beschikt over eigen parkeervoorziening wordt deze parkeervoorziening afgetrokken van het maximaal aantal te verkrijgen vergunningen. Wat onder een eigen parkeervoorziening wordt verstaan is beschreven in artikel 15.

  • 2. Een vergunning wordt slechts verleend indien de bewoner ingeschreven is in de Basisregistratie Personen (BPR).

  • 3. Bij een vergunningaanvraag wordt het bezit van een voertuig aangetoond via een geldig kenteken op naam (RDW) of via een bewijs van een leasemaatschappij of werkgever.

  • 4. Een bewonersvergunning parkeerterrein wordt verleend op kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.

  • 5. Per zelfstandige woning worden maximaal twee bewonersvergunningen, zoals beschreven in artikel 2 Bewonersvergunning, verstrekt.

  • 6. Een eerste en tweede bewonersvergunning parkeerterrein wordt niet verstrekt indien het adres waarvoor de bewonersvergunning parkeerterrein aangevraagd wordt, op de Adressenlijst Uitsluiting Parkeervergunning (AUP) vermeld staat, zoals beschreven in artikel 16.

  • 7. Aan een bewonersvergunning parkeerterrein kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

Artikel 8 Vergunning met plaatsgarantie

  • 1. Een vergunning met plaatsgarantie kan worden verleend aan een bedrijf dat of instelling die beschikt over een inschrijfnummer van de Kamer van Koophandel.

  • 2. Een vergunning met plaatsgarantie kan enkel worden verleend aan de houder van een motorvoertuig die bewoner/bedrijf is van een zelfstandige woning/bedrijfspand (straat + huisnummer), gelegen in de buurten 111 Binnenstad, 112 de Bergen, 113 Witte Dame en 114 Fellenoord.

  • 3. Aan een vergunning met plaatsgarantie kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Een vergunning met plaatsgarantie kan worden verleend:

    • a.

      Op naam van de rechtspersoon ten behoeve waarvan hij wordt uitgegeven;

    • b.

      Op kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.

  • 4. Indien de zelfstandige woning beschikt over eigen parkeervoorziening wordt deze parkeervoorziening afgetrokken van het maximaal aantal te verkrijgen vergunningen, namelijk 2 vergunningen. Wat onder een eigen parkeervoorziening wordt verstaan is beschreven in artikel 15.

Artikel 9 Zevendaagse parkeervergunning

  • 1. Een zevendaagse parkeervergunning wordt verleend op naam van de eigenaar/bestuurder van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd.

  • 2. Een zevendaagse parkeervergunning is geldig op betaalde parkeerplaatsen in een toegewezen parkeergebied.

  • 3. Een zevendaagse parkeervergunning kan aan iedereen worden verleend, mits ze voldoen aan de voorwaarden, ongeacht of men al over een vergunning beschikt of niet woonachtig is in Eindhoven, tenzij het woonadres of bedrijfsadres van de aanvrager is opgenomen op de Adressenlijst Uitzondering Parkeervergunning (AUP), zoals bedoeld in artikel 16. De verlening en uitgifte is afhankelijk van de beschikbare capaciteit.

  • 4. Aan een zevendaagse parkeervergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

Artikel 10 Bezoekersvergunning E9

  • 1. Een bezoekersvergunning E9 kan worden verleend aan de bewoners die in aanmerking komen voor een bewonersvergunning voor de vergunningshouders gebieden (E9) de Bergen, Mariënhage, Rapenland en in Winkelcentrum Woensel.

  • 2. Van een bezoekersvergunning E9 mag uitsluitend gebruik worden gemaakt ten behoeve van het parkeren van bezoek aan bewoners van woningen gelegen in de in lid 1 benoemde gebieden.

  • 3. Per zelfstandige woning wordt maximaal één bezoekersvergunning verstrekt.

  • 4. Een bezoekersvergunning E9 wordt niet verstrekt indien het adres waarvoor de bezoekersvergunning aangevraagd wordt, op de Adressenlijst Uitsluiting Parkeervergunning vermeld staat, zoals beschreven in artikel 16.

  • 5. Aan een bezoekersvergunning E9 kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

Artikel 11 Digitale bezoekersregeling

  • 1. Bewoners die in aanmerking komen voor een bewonersvergunning in een gebied waar betaald parkeren en vergunninghouders parkeren is ingevoerd, komen in aanmerking voor een digitale bezoekersregeling.

  • 2. Van de bezoekersregeling mag uitsluitend gebruik worden gemaakt ten behoeve van het parkeren van bezoek aan bewoners.

  • 3. Per zelfstandige woning wordt maximaal één account verstrekt.

  • 4. Een account voor een digitale bezoekersregeling wordt niet verstrekt indien het adres waarvoor de digitale bezoekersregeling aangevraagd wordt, op de Adressenlijst Uitsluiting Parkeervergunning vermeld staat, zoals beschreven in artikel 16.

  • 5. Bezoekers van bewoners kunnen met de bezoekersregeling tegen gereduceerd tarief parkeren.

  • 6. Onder een parkeersessie wordt verstaan het gebruik van een parkeerplaats binnen een betaald parkeergebied door een bezoeker tijdens de betaaltijden van het betaald parkeren;

  • 7. De bewoner start een parkeersessie van zijn of haar bezoek via de digitale bezoekersregeling door het kenteken van het voertuig van de bezoeker in te voeren en de parkeersessie hiermee te starten vanaf het tijdstip dat de bezoeker zijn of haar voertuig parkeert.

  • 8. De bewoner dient een parkeersessie van een bezoeker te beëindigen via de digitale bezoekersregeling door de parkeersessie van het betreffende kenteken te beëindigen, zodra het voertuig van de bezoeker niet meer geparkeerd staat;

  • 9. Een parkeersessie van een bezoeker eindigt automatisch aan het einde van die dag;

  • 10. Het parkeertegoed van de digitale bezoekersregeling kan per kwartaal via het verstrekte inlogaccount worden opgewaardeerd met een maximum gesteld bedrag zoals vermeld in de Verordening Parkeerbelasting.

  • 11. Met een digitale bezoekersregeling kan door bezoek op parkeerplaatsen geparkeerd worden binnen een betaald parkeren gebied van het betreffende parkeergebied.

Artikel 12a Vergunning commerciële deelauto met vaste plek (standplaatsgebonden)

  • 1. Een vergunning commerciële deelauto met vaste plek kan worden verleend aan een rechtspersoon die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel met als hoofdactiviteit het aanbieden van deelvoertuigen, hetgeen blijkt uit de statuten en het feitelijk handelen van de rechtspersoon;

  • 2. De vergunninghouder heeft een passende en adequate aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AvB) ten aanzien van de gemeente, gebruikers en derden in het kader van de vooropgestelde exploitatie;

  • 3. De parkeerplek voor de deelauto wordt in samenspraak met gemeente bepaald en voorzien van een verkeersbord model E08r en een onderbord met het desbetreffende deelautobedrijf;

  • 4. De gemeente zorgt voor plaatsing van een laadpaal bij de deelautoplek. Indien de vergunninghouder zelf een laadpaal wenst te plaatsen, dient hiervoor een overeenkomst gesloten te worden met de gemeente en voldaan te worden aan de Plaatsingscriteria en Inrichtingskaders Laadvoorzieningen;

  • 5. De vergunning wordt verleend op kenteken van het voertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd en is geldig op het aangewezen parkeervak. Indien dit parkeervak onrechtmatig in gebruik genomen is door derden, mag vergunninghouder in omliggende parkeervakken parkeren. Vergunninghouder draagt zorg dat wanneer aangewezen parkeervak weer beschikbaar is, de deelauto daar weer geparkeerd wordt.

  • 6. Op het moment dat de Flexibele Parkeermachtiging operationeel is, worden kentekenwissels via dit systeem doorgevoerd:

  • a.

    Vergunninghouder meldt beschikbare deelauto’s (kentekens) aan via de Flexibele Parkeermachtiging van SHPV vanaf het moment dat deze dienst beschikbaar is;

  • b.

    Vergunninghouder meldt een kenteken weer af zodra het voertuig niet meer beschikbaar is voor verhuur;

  • c.

    Vergunninghouder geeft invulling aan alle aansluitvoorwaarden van SHPV voor de Flexibele Parkeermachtiging;

  • 7. De deelauto moet herkenbaar en identificeerbaar zijn als voertuig van de vergunninghouder en bevat enkel reclame voor de eigen onderneming;

  • 8. Het deelvoertuig moet gemiddeld 85% van de tijd beschikbaar zijn voor gebruik door derden. Dit wordt gemeten over een periode van 1 jaar;

  • 9. De vergunninghouder dient een vast Nederlandssprekend aanspreekpunt te hebben voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op werktijden en handelt bij klachten en vragen die bij de gemeente binnenkomen;

  • 10. De vergunninghouder dient per halfjaar inzicht te geven in het gebruik per deelauto per maand. Deze informatie dient geautomatiseerd te worden verstrekt volgens de CDS-M werkwijze;

  • 11. De vergunninghouder en gemeente voeren halfjaarlijkse evaluatiegesprekken;

  • 12. Als na een aanloopperiode het gebruik achterblijft kan de gemeente in overleg met de vergunninghouder besluiten de deelauto te verplaatsen of verwijderen;

  • 13. Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.

Artikel 12b Vergunning commerciële deelauto zonder vaste plek (floating)

  • 1. Om in aanmerking te komen voor deze vergunning staat de aanvrager ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en heeft de aanvrager als hoofdactiviteit het aanbieden van deelvoertuigen, hetgeen blijkt uit de statuten en het feitelijk handelen van de aanvrager;

  • 2. De vergunninghouder heeft een passende en adequate aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AvB) ten aanzien van de gemeente, gebruikers en derden in het kader van de vooropgestelde exploitatie;

  • 3. De deelauto waarvoor deze vergunning verleend wordt, dient emissievrij bij de uitlaat te zijn;

  • 4. De deelauto moet herkenbaar en identificeerbaar zijn als voertuig van de vergunninghouder en bevat enkel reclame voor de eigen onderneming;

  • 5. De vergunninghouder dient overlast van voertuigen door onjuist of langdurig gebruik van laadpalen terwijl de deelauto al vol is (laadpaalkleven) te voorkomen en op te lossen;

  • 6. De vergunning wordt verleend op kenteken van het voertuig. Op het moment dat de Flexibele Parkeermachtiging operationeel is, worden kentekenwissels via dit systeem doorgevoerd:

  • a.

    Vergunninghouder meldt beschikbare deelauto’s (kentekens) aan via de Flexibele Parkeermachtiging van SHPV vanaf het moment dat deze dienst beschikbaar is;

  • b.

    Vergunninghouder meldt een kenteken weer af zodra het voertuig niet meer beschikbaar is voor verhuur;

  • c.

    Vergunninghouder geeft invulling aan alle aansluitvoorwaarden van SHPV voor de Flexibele Parkeermachtiging;

  • 7. De vergunning commerciële deelauto zonder vaste plek is geldig in alle gebieden waar betaald parkeren e/o vergunninghoudersgebied (E9) is ingevoerd;

  • 8. De deelautoaanbieder dient per halfjaar inzicht te geven in het gebruik per deelauto per maand. Deze informatie dient geautomatiseerd te worden verstrekt volgens de CDS-M werkwijze;

  • 9. De deelautoaanbieder en gemeente voeren halfjaarlijkse evaluatiegesprekken;

  • 10. De vergunninghouder dient een vast Nederlandssprekend aanspreekpunt te hebben voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op werktijden en handelt bij klachten en vragen die bij de gemeente binnenkomen.

Artikel 12c Vergunning particuliere deelauto zonder vaste plek

  • 1. Een vergunning particuliere deelauto zonder vaste plek kan worden verleend indien:

  • a.

    de aanvrager de medegebruiker is van een auto die hij/zij samen met de eigenaar gebruikt als deelauto;

  • b.

    de aanvrager en eigenaar elk woonachtig zijn in een ander (betaald) parkeergebied in Eindhoven;

  • c.

    alle autodelers (eigenaar en aanvrager) lid zijn van de Vereniging voor gedeeld autogebruik (www.deelauto.nl) en een bewijs van inschrijving kunnen overleggen bij de aanvraag van de vergunning. Dit bewijs dient jaarlijks opnieuw overlegd te worden;

  • d.

    de aanvrager een deelautocontract overlegt (tussen eigenaar en aanvrager) conform het format van Vereniging voor gedeeld autogebruik, waarin de NAW gegevens van de deelauto gebruikers en kenteken van de deelauto zijn opgenomen;

  • e.

    een deelautovergunning voor bewoners wordt niet verleend indien één van de adressen is opgenomen op de Adressenlijst Uitzondering Parkeervergunningen (AUP), zoals bedoeld in artikel 16.

  • 2. Deze vergunning wordt verleend op kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd;

  • 3. Deze vergunning is geldig in de betaald parkeer- of vergunninghoudersgebieden (E9) waar de bewoners woonachtig zijn;

  • 4. Deze vergunning particuliere deelauto telt mee in het aantal bewonersvergunningen dat overeenkomstig artikel 2 maximaal per kadastraal geregistreerd woonadres wordt uitgegeven;

  • 5. Het tarief voor deze vergunning is gelijk aan het tarief van de bewonersparkeervergunning waarvoor de aanvrager in aanmerking komt, zoals bedoeld in artikel 2 van dit besluit.

Artikel 12d Vergunning particuliere deelauto met vaste plek

  • 1. De deelauto met vaste plek is een voorziening voor de buurt, deze moet dus door alle buurtbewoners gebruikt kunnen worden die voldoen aan de voorwaarden voor autodelers/deelautogebruikers als genoemd in lid 2 van dit artikel;

  • 2. Een vergunning particuliere deelauto met vaste plek kan worden verleend aan een deelautogroep, indien:

  • a.

    de deelauto waarvoor de plek wordt aangevraagd gedeeld wordt door tenminste vier huishoudens waarvan het de 1e of 2e auto vervangt;

  • b.

    de autodelers zich in een groep hebben georganiseerd en één vast aanspreekpunt hebben voor de gemeente.

  • c.

    alle autodelers lid zijn van de Vereniging voor gedeeld autogebruik (externe link: www.deelauto.nl) en een bewijs van inschrijving kunnen overleggen bij de aanvraag van de vergunning. Dit bewijs dient jaarlijks opnieuw overlegd te worden;

  • d.

    de deelautogroep een deelautocontract overlegt conform het format van Vereniging voor gedeeld autogebruik, waarin de NAW gegevens van de deelauto gebruikers zijn opgenomen;

  • e.

    een vergunning voor particuliere deelauto met vaste plek wordt niet verleend indien één van de adressen van de meetellende huishoudens is opgenomen op de Adressenlijst Uitzondering Parkeervergunningen (AUP) zoals bedoeld in artikel 16;

  • f.

    bij de aanvraag dient onderbouwd te worden waarom een vaste parkeerplek noodzakelijk is voor het goed functioneren van de deelauto.

  • 3. De vergunning wordt verleend op kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd;

  • 4. De vergunning particuliere deelauto telt mee in het aantal bewonersvergunningen dat overeenkomstig artikel 2 maximaal per kadastraal geregistreerd woonadres wordt uitgegeven;

  • 5. Het tarief voor deze vergunning is gelijk aan het tarief van de bewonersvergunning waarvoor de aanvrager in aanmerking komt, zoals bedoeld in artikel 2 van dit besluit.

  • 6. De deelauto moet herkenbaar en identificeerbaar zijn als voertuig van de vergunninghouder door middel van bestickering op de auto;

  • 7. De parkeerplek voor de deelauto wordt in samenspraak met de gemeente bepaald en voorzien van een verkeersbord model E08r en een onderbord met de desbetreffende deelautogroep;

  • 8. De gemeente zorgt voor plaatsing van een laadpaal bij de deelautoplek, indien het een elektrische deelauto betreft;

  • 9. De vergunning wordt verleend op kenteken van het voertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd en is geldig op het aangewezen parkeervak. Indien dit parkeervak onrechtmatig in gebruik genomen is door derden, mag vergunninghouder in desbetreffende parkeergebied parkeren.

Artikel 13 Maatschappelijke vrijwilligersregeling

  • 1. Een maatschappelijke vrijwilligersregeling kan worden verleend aan een maatschappelijke organisatie die is gevestigd in een gebied waar betaald parkeren en/of vergunninghouders parkeren is ingevoerd

  • 2. Onder een maatschappelijke organisatie wordt verstaan een organisatie waarvan de inzet van vrijwilligers ervoor zorgt dat een maatschappelijk gewenste activiteit plaatsvindt die ten goede komt aan de samenleving. Het gaat hier om sociaal-maatschappelijke organisaties die tot doel hebben inwoners te ondersteunen of een (niet-commerciële) publieksfunctie hebben waarbij het vrijwilligerswerk doorlopend of regelmatig op een vaste locatie binnen betaald-parkeergebied, exclusief centrum, moet plaatsvinden.

  • 3. Bij de aanvraag van een maatschappelijke vrijwilligersregeling dient een uittreksel, niet ouder dan 3 maanden, uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel overlegd te worden waaruit blijkt dat de organisatie op een adres binnen vergunning gebied Zone A of Zone B is gevestigd;

  • 4. Geen maatschappelijke vrijwilligersregeling wordt verleend indien voor dit adres reeds een bewonersvergunning, of deelautovergunning als bedoeld in artikel 2, 7 ,12a, 12b, 12c en 12d is verleend.

  • 5. Vrijwilligers kunnen met de maatschappelijke vrijwilligersregeling tegen gereduceerd tarief parkeren.

  • 6. Onder een parkeersessie wordt verstaan het gebruik van een parkeerplaats binnen een betaald parkeergebied door een vrijwilliger tijdens de vensteruren van het betaald parkeren.;

  • 7. De vrijwilliger start een parkeersessie t.b.v. de vrijwilligersorganisatie via de digitale vrijwilligersregeling door het kenteken van het voertuig van de vrijwilliger in te voeren en de parkeersessie hiermee te starten vanaf het tijdstip dat de vrijwilliger zijn of haar voertuig parkeert.

  • 8. De vrijwilliger dient een parkeersessie van het betreffende kenteken te beëindigen, zodra het voertuig van de vrijwilliger niet meer geparkeerd staat;

  • 9. Een parkeersessie van een vrijwilliger eindigt automatisch aan het einde van die dag;

  • 10. Het parkeertegoed van de digitale maatschappelijke vrijwilligersregeling kan per kwartaal via het verstrekte inlogaccount worden opgewaardeerd met een maximum van 1625 uur.

  • 11. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het gestelde in artikel 13 lid 10.

Artikel 14 Onderwijsvergunning

  • 1. Een school voor openbaar toegankelijk basisonderwijs of middelbaar onderwijs komt in aanmerking voor een of meerdere onderwijsvergunningen, die geldig is binnen een aangewezen gebied waar betaald parkeren en/of vergunninghouders parkeren is ingevoerd als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a.

    De school heeft een vestiging binnen het betreffende gebied, niet gelegen in het centrumgebied; én

  • b.

    De school, of een werknemer van de school, is eigenaar of houder van een motorvoertuig; én

  • c.

    Bij de vestiging van de school behoort geen eigen parkeergelegenheid die, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, voorziet in de parkeerbehoefte van de vestiging en diens medewerkers. Het aantal beschikbare eigen parkeergelegenheden wordt in mindering gebracht op het maximum aantal te verstrekken parkeervergunningen genoemd onder lid 5.

  • 2. Een onderwijsvergunning wordt wel verleend aan scholen waarbij het vestigingsadres is opgenomen op de Adressenlijst Uitzondering Parkeervergunningen (AUP).

  • 3. Als een school conform het bepaalde in het eerste lid in aanmerking komt voor een onderwijsvergunning, kunnen burgemeester en wethouders deze vergunning verlenen als de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders toelaat.

  • 4. Als een school conform het bepaalde in het eerste lid in aanmerking komt voor een onderwijsvergunning en deze vergunning niet verleend wordt omdat de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet toelaat, wordt deze school op een wachtlijst geplaatst.

  • 5. Van de onder het eerste lid genoemde onderwijsvergunning worden maximaal 1 parkeervergunning per 3 FTE verstrekt.

  • 6. In afwijking van het eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel kan het maximum aantal te verlenen parkeervergunningen per school worden gemaximeerd op een lager aantal dan genoemd in het vijfde lid. Burgemeester en wethouders baseren in dat geval deze maximering op de voor de bewuste locatie van toepassing zijnde omstandigheden, zoals de lokale parkeerdruk.

Artikel 15 Eigen parkeergelegenheid

  • 1. Onder een eigen parkeergelegenheid wordt verstaan:

    • a.

      een parkeerplaats op een terrein of in een garage, uitgegeven in erfpacht, verhuurd of in gebruik gegeven aan de aanvrager, dan wel in eigendom bij de aanvrager;

    • b.

      een parkeerplaats –huur of koop– op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning of omgevingsvergunning is vastgelegd dat deze is aangewezen als parkeergelegenheid voor (onder andere) het adres van de aanvrager;

    • c.

      een voormalige parkeerplaats op eigen terrein zoals benoemd onder a en b welke een andere bestemming dan die van parkeerplaats heeft gekregen;

    • d.

      een parkeerafspraak vastgelegd in een parkeerovereenkomst met een derde partij;

    • e.

      een reeds verstrekte bewonersvergunning op het betreffende adres zoals bedoeld artikel 2;

    • f.

      een reeds verstrekte bedrijfsvergunning op het betreffende adres zoals bedoeld in artikel 2;

    • g.

      een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg.

  • 2. Een parkeerplaats wordt als parkeerplaats op eigen terrein beschouwd indien deze daarnaast voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      toegankelijkheid: de parkeerplaats dient te kunnen worden bereikt via een doorgang of toegang die minimaal 2,30 meter breed is;

    • b.

      een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,5 meter en een minimale breedte van 2,5 meter;

    • c.

      een parkeerplaats voor meerdere voertuigen op een terrein of in een garage dient per parkeervak ten minste 2,25 meter breed en minimaal 5,00 meter lang te zijn.

Artikel 16 Adressenlijst uitsluiting parkeervergunningen

  • 1. Er worden geen parkeervergunningen en bezoekersregelingen verstrekt op een adres dat valt onder een op of na 21 september 2019 verleende omgevingsvergunning voor de planontwikkeling.

  • 2. Er worden geen parkeervergunningen en bezoekersregelingen verstrekt indien voor dat betreffende adres in de besluitvorming over de omgevingsvergunning die tussen maart 2016 en september 2019 is verleend voor een nieuwe planontwikkeling, is aangegeven dat:

  • a.

    een parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd, en/of;

  • b.

    andere parkeer- of mobiliteitsafspraken zijn gemaakt.

  • 3. Een adres dat voldoet aan de voorwaarden genoemd onder lid 1 van dit artikel, wordt op de adressenlijst uitsluiting parkeervergunningen (AUP) geplaatst. Deze lijst is online in te zien via https://parkeernota.eindhoven.nl/.

  • 4. Adressen kunnen alleen van de AUP-lijst geschrapt worden op voorwaarde dat:

  • a.

    de woning deel uitmaakt van een gefaseerd project voor de ontwikkeling van minimaal 30 woningen, blijkens het bestemmingsplan en in dit verband reeds omgevingsvergunningen zijn verleend zowel vóór als na 1 januari 2016; en

  • b.

    ten behoeve van een project als hiervoor genoemd onder a een sloopvergunning is verleend.

Artikel 17 Prioriteitstelling uitgifte vergunningen

  • 1. Bij de uitgifte van vergunningen wordt gewerkt volgens de onderstaande prioriteitstelling, tot het maximaal aantal uit te geven vergunningen in een parkeergebied is bereikt:

  • 1.

    1e bewonersvergunningen

  • 2.

    1e bedrijfsvergunningen

  • 3.

    2e bewonersvergunningen

  • 4.

    2e bedrijfsvergunningen

  • 5.

    1e t/m 6e onderwijsvergunning

  • 6.

    3e bedrijfsvergunning

  • 7.

    7e onderwijsvergunning

  • 8.

    Repeterend 6 en 7 bij volgende vergunning aanvragen

  • 9.

    Zevendaagse vergunningen

  • 2. Indien het maximaal aantal uit te geven vergunningen is bereikt wordt gewerkt met een wachtlijst.

  • 3. Indien een wachtlijst ontstaat voor vergunningen met een hoge prioriteit kunnen vergunningen met een lagere prioriteit worden ingetrokken. Dit wordt gedaan op basis van het intrekken van de laatst verstrekte vergunning van de laagste prioriteitstelling in een parkeergebied.

  • 4. Indien een vergunning wordt ingetrokken op grond van lid 3 wordt een opzegtermijn in acht genomen van minimaal 3 maanden vanaf de datum van de intrekking van de vergunning.

  • 5. Bezoekersvergunningen, digitale bezoekersregelingen en hulpverlenersvergunningen kunnen ongeacht het aantal uitgegeven bewoners- en/of bedrijfsvergunningen worden verstrekt.

Artikel 18 Slotbepalingen

  • 1. Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking.  

  • 2. Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Uitwerkingsbesluit parkeren’

  • 3. Het ‘Aanwijsbesluit en uitwerkingsbesluit parkeren april 2025’ wordt ingetrokken, met dien verstande dat dit van toepassing blijft op de (belastbare) feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Ondertekening

Eindhoven, 18 december 2025

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

burgemeester.