Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-03-2026

Intitulé

Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2026

Toelichting

Het terrassenbeleid van Den Haag is ontwikkeld om een balans te waarborgen tussen de verschillende functies van de buitenruimte, zoals wandelen, fietsen, sociale activiteiten en het gebruik van terrassen. De toenemende druk op de openbare ruimte vraagt om duidelijke regels die ervoor zorgen dat deze toegankelijk, veilig en gastvrij blijft, terwijl het gebruik van terrassen wordt gestimuleerd als een belangrijke bijdrage aan de levendigheid van de stad.

De Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2025 is vorig jaar vastgesteld, na een participatietraject met bewoners, ondernemers, organisaties en bezoekers. In dat kader is aangekondigd dat het beleid na afloop van het zomerterrasseizoen, zou worden geëvalueerd. Die gerichte evaluatie is van 17 oktober tot 10 november 2025 uitgevoerd.

Uit de evaluatie is gebleken dat het beleid in grote lijnen goed functioneert en een goede basis vormt voor een zorgvuldige verdeling van de steeds schaarser wordende openbare ruimte. De terrassen leveren een belangrijke bijdrage aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van de stad Den Haag.

Tegelijkertijd is het van belang dat de buitenruimte toegankelijk, veilig en bruikbaar blijft voor alle gebruikers. In de evaluatie kwam hierover naar voren dat op een aantal onderdelen verduidelijking en aanscherping wenselijk is. Dit betreft de toegankelijkheid en obstakelvrije looproutes, bereikbaarheid, veiligheid, de plaatsing van terrassen in complexere situaties, zoals herinrichtingen, autoluwe straten en kades, de toepassing van regels bij zowel parkeerplaatsterrassen als in gebieden met een hoge druk op de openbare ruimte, en de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van regels voor vergunningverlening en toezicht.

Met deze beleidsregel worden de in de evaluatie benoemde onderdelen nader verduidelijkt en aangescherpt.

Besluitvorming

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

gelet op:

  • -

    artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag, en

  • -

    artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,

besluit vast te stellen de Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2026:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • -

    APV:

Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag;

  • -

    autoluwe straat:

straat waar het zonder ontheffing, vrijstelling of uitzonderingsregel verboden is met een motorvoertuig te rijden, die doodloopt voor motorvoertuigen en waar geen openbare parkeergarage of andere openbare voorziening voor motorvoertuigen aanwezig is, of die fysiek is afgesloten voor motorvoertuigen;

  • -

    BIZ:

bedrijveninvesteringszone volgens de Wet op de bedrijveninvesteringszones, zijnde een gebied in Den Haag waar ondernemers, winkeliers of vastgoedeigenaren gezamenlijk verenigd zijn;

  • -

    brandweervoorzieningen:

voorzieningen in, op of aan de openbare ruimte die noodzakelijk zijn voor de inzet van de brandweer en andere hulpdiensten, waaronder ondergrondse brandkranen, droge blusleidingen, opstelplaatsen, aansluitpunten, calamiteitenroutes, brandveiligheidsvoorzieningen, brandweeringangen, en dergelijken;

  • -

    college:

college van burgemeester en de wethouders van Den Haag;

  • -

    eilandterras:

een terras dat niet direct grenst aan de gevel van een gebouw of bouwwerk, maar dat tegenover of los (vrijstaand) van de gevel is geplaatst;

  • -

    gevelterras:

een terras dat direct grenst aan de gevel van een gebouw of bouwwerk;

  • -

    gevel van het bijbehorende bedrijfspand:

de buitenmuur van het bedrijfspand dat direct aan de openbare ruimte grenst. Dit is het deel waar een terras direct tegenaan geplaatst kan worden. Ingangen die in het midden van de gevel zitten of gedeelde portieken, maken hier geen deel van uit;

  • -

    hoofdwinkelstructuur:

een ruimtelijk netwerk van winkelconcentraties in Den Haag dat voor de consument (bewoners, werknemers en bezoekers/toeristen) zo fijnmazig als mogelijk is, maar voor ondernemingen grofmazig genoeg is om rendabel te kunnen functioneren;

  • -

    inrichtingsplan:

een tekening voor de plaatsing van terrassen op (terras)pleinen en in straten na herinrichting, na advies te hebben ingewonnen bij de vergunningaanvrager(s),vergunninghouders en, indien relevant, andere belanghebbenden. Dit gebeurt minimaal 4 maanden voordat de laatst lopende vergunning(en) aflopen;

  • -

    jaarterras:

een terras dat wordt geplaatst in een heel terrasjaar;

  • -

    maaiveld:

de bovenkant van het grondoppervlak;

  • -

    ongelijke omliggende bestrating:

de situatie waarin het maaiveld binnen 1 meter rondom het beoogde parkeerplaatsterras niet op één hoogte of één vlak niveau ligt, bijvoorbeeld door trottoirbanden, waardoor het terras zonder aanvullende maatregelen niet gelijkvloers toegankelijk is. Vlonders zijn alleen toegestaan op parkeerplaatsterrassen die worden begrensd door trottoirbanden;

  • -

    openbare functies:

vormen van publiek gebruik van de openbare ruimte die vrij toegankelijk zijn en die niet primair gericht zijn op commerciële exploitatie, zoals verblijf, ontmoeting, beweging of maatschappelijke activiteiten, waaronder markten, evenementen, zit- en wandelplekken, standplaatsen, speelruimte, en dergelijken;

  • -

    openbare voorzieningen:

fysieke objecten en installaties in de openbare ruimte die een publieke functie vervullen en noodzakelijk zijn voor het gebruik, beheer, veiligheid of bereikbaarheid van die ruimte, waaronder fietsnietjes, groenvoorzieningen, zitbanken, speelruimte, elektrische laadpalen, en dergelijken;

  • -

    parkeerplaatsterras:

terras dat is ingericht op één of meerdere parkeerplaatsen volgens de bestaande markeringen of, bij afwezigheid van deze markeringen, gebaseerd op de gevelbreedte van het bijbehorende bedrijfspand;

  • -

    parkeerplaatsterrasvlonder:

een direct verplaatsbare, tijdelijke, volledige platte, losse, niet-constructieve vlonder zonder verankering in de grond, met uitsluitend losse, verplaatsbare terraselementen, die wordt geplaatst in het zomerterrasseizoen, op het maaiveld van een parkeerplaats, met als doel een parkeerplaatsterras op gelijke hoogte te brengen met de omliggende bestrating voor toegankelijkheid en veiligheid;

  • -

    pleinen:

openbaar toegankelijke, aaneengesloten verblijfsruimten in de openbare ruimte die primair zijn ingericht voor verblijf, ontmoeting en gebruik door voetgangers. Op deze pleinen worden beperkt terrassen toegestaan en is horeca niet hoofdzakelijk gevestigd;

  • -

    solitair eilandterras:

een afzonderlijk eilandterras dat op zichzelf staat en geen andere eilandterrassen in de directe omgeving heeft;

  • -

    straatmeubilair:

verplaatsbare of vaste objecten in de openbare ruimte die zijn bedoeld ter ondersteuning van het gebruik, verblijf en beheer van die ruimte, waaronder lantaarnpalen, anti-parkeerpalen, verkeersregelinstallaties, verkeersborden, parkeerautomaten, lichtmasten, en dergelijken;

  • -

    terrasjaar:

de periode waarin een jaarterras geplaatst mag worden, namelijk van 1 maart tot 1 maart van het daaropvolgende kalenderjaar;

  • -

    terrasplein:

een plein dat bestaat uit een aaneengesloten terraszone, waar hoofdzakelijk horeca is gevestigd. Er zijn acht terraspleinen: Plein, Plaats, Grote Markt, Anna Paulownaplein, Driehoekjes, Visbanken, Rabbijn Maarssenplein en Stationsweg tussen Oranjelaan en Stationsplein;

  • -

    terraszone:

de maximale terrasruimte op een plein, straat of ander gebied, bestaande uit de maximale breedte en diepte waar terrassen mogen worden geplaatst, aangegeven in het inrichtingsplan;

  • -

    veiligheidszone:

een vrije ruimte rondom brandweervoorzieningen, bijvoorbeeld een cirkel van 1,5 meter of een vierkant van circa 3 × 3 meter of 10 × 5 meter, afhankelijk van het type voorziening, die vrij moet blijven van obstakels om de bereikbaarheid en inzetbaarheid van nood- en hulpdiensten te waarborgen;

  • -

    volledige parkeerplaats:

de ruimte op een parkeerplaats die volledig wordt gebruikt volgens de bestaande markeringen;

  • -

    zichtlijnen:

een denkbeeldige, ononderbroken lijn of zone die vrij moet blijven van obstakels om het zicht en de zichtbaarheid te waarborgen voor verkeersveiligheid, sociale veiligheid, oriëntatie en ruimtelijke kwaliteit;

  • -

    zomerterras:

een terras dat in het zomerterrasseizoen wordt geplaatst;

  • -

    zomerterrasseizoen:

de periode die loopt van 1 maart tot 1 november.

Artikel 1:2 Reikwijdte beleidsregel

  • 1. Deze beleidsregel is van toepassing op het verlenen van vergunningen voor het plaatsen van terrassen op grond van artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag.

  • 2. De beleidsregel beoogt een evenwicht te realiseren tussen levendige, sfeervolle terrassen en een openbare ruimte die veilig, toegankelijk en functioneel blijft.

Hoofdstuk 2 Algemene vergunningsvoorwaarden voor alle terrassoorten

Artikel 2:1 Toegankelijkheid, bereikbaarheid en veiligheid

Het college kan een vergunning verlenen voor een terras indien:

  • a.

    de obstakelvrije doorloopruimte op het trottoir minimaal 1,50 meter in een rechte lijn is;

  • b.

    de obstakelvrije doorloopruimte in voetgangersgebieden ten minste 3,50 meter in een rechte lijn is voor de nood- en hulpdiensten;

  • c.

    bij plaatsing van het terras op hoeken de obstakelvrije doorloopruimte in een rechte lijn wordt aangepast naar het verloop van de weg of het trottoir;

  • d.

    het terras wordt geplaatst op minimaal 0,60 meter afstand of meer, indien dit ter plaatse onvoldoende is om de verkeersveiligheid te waarborgen, van voetgangersoversteekplaatsen, kruispunten, haltes van het openbaar vervoer, wegen, trambanen, fietspaden, verlaagde trottoirbanden, aanlegplaatsen voor boten en parkeerplaatsen. Dit geldt tevens voor openbare voorzieningen, openbare functies, straatmeubilair, en brandweervoorzieningen;

  • e.

    het terras niet wordt geplaatst binnen de veiligheidszone;

  • f.

    het terras wordt geplaatst op minimaal 0,60 meter afstand van beide zijden van een blindegeleidestrook;

  • g.

    de vrije doorloophoogte onder parasols minimaal 2,40 meter is; en

  • h.

    het terras niet wordt geplaatst over de volledige breedte en diepte voor vluchtwegen en (brandweer)ingangen.

Artikel 2:2 Vergunningsduur

  • 1. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een terras voor een bepaalde duur. Deze periode kan bestaan uit het zomerterrassenseizoen, het winterterrassenseizoen van 1 november tot 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar, of een terrasjaar.

  • 2. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een gevelterras op grond van artikel 3.1 als zomer-, winter- of jaarterras voor de duur van maximaal vijf terrasjaren.

  • 3. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een eilandterras op grond van artikel 3.1 als zomer-, winter- of jaarterras voor de duur van maximaal vijf terrasjaren.

  • 4. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrassen direct aan en voor de gevel voor de duur van maximaal vijf terrasjaren.

  • 5. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrassen niet direct aan de gevel voor de duur van maximaal één terrasjaar.

  • 6. Het college verleent enkel een vergunning voor een parkeerplaatsterras op grond van artikel 3.2 als zomerterras voor de duur van maximaal vijf terrasjaren.

  • 7. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrassen op pleinen en in straten waar inrichtingsplannen gelden, op grond van de artikelen 3:3, 3:4 en 3:5, voor een terrasjaar, zodat de vergunningsduur binnen het betreffende gebied gelijktijdig eindigt.

  • 8. Het college kan gemotiveerd afwijken van het bepaalde in dit artikel en een kortere vergunningsduur vaststellen indien dit gerechtvaardigd is door bijzondere omstandigheden.

Hoofdstuk 3 Vergunningen voor verschillende terrassoorten

Artikel 3:1 Vergunning voor een gevel- of eilandterras

  • 1. Het college verleent een vergunning voor gevel- en eilandterrassen die voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand worden geplaatst.

  • 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid een vergunning verlenen voor het plaatsen van een terras voor maximaal één aangrenzende gevel van een naastgelegen bedrijfspand indien:

    • a.

      er niet of nauwelijks direct aan en voor de gevel van het bedrijfspand van de vergunningaanvrager een terras kan worden geplaatst;

    • b.

      openbare functies, openbare voorzieningen, straatmeubilair en brandweervoorzieningen niet worden gehinderd;

    • c.

      het terras niet in groenvoorzieningen ligt;

    • d.

      er voldoende ruimte is voor voetgangers, fietsers, laden en lossen en nood- en hulpdiensten; en

    • e.

      er geen sprake is van verankerde objecten, die niet voor de eigen gevel liggen, zoals parasols, zonneschermen of terrasafscheidingen.

  • 3. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrasafscheidingen bij een gevelterras indien:

    • a.

      de terrasafscheidingen haaks op de gevel in een rechte lijn tegen de gevel van het bijbehorende bedrijfspand worden geplaatst, maximaal 1,80 m hoog zijn gemeten vanaf het maaiveld en vanaf 1,00 m volledig transparant zijn; of

    • b.

      de terrasafscheidingen parallel aan de gevel in een rechte lijn van het bijbehorende bedrijfspand worden geplaatst en maximaal de helft van de breedte van het terras zijn, maximaal 1,50 m hoog zijn gemeten vanaf het maaiveld en volledig transparant zijn.

  • 4. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrasafscheidingen bij een solitair eilandterras indien:

    • a.

      bij een eilandterras sprake is van een met windhinderrapport aangetoonde ernstige windhinder;

    • b.

      de schotten vanaf de grond gemeten maximaal 1,50 m hoog zijn;

    • c.

      de schotten volledig transparant zijn en blijven; en

    • d.

      de schotten niet in de straat of aan de wegverharding worden bevestigd.

Artikel 3:2 Vergunning voor een parkeerplaatsterras

  • 1. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van parkeerplaatsterras indien:

    • a.

      het een parkeerplaats betreft op een weg of weggedeelte waar een maximale snelheid van 30 kilometer per uur geldt en die onderdeel uitmaakt van de hoofdwinkelstructuur, of één van de volgende straten: Lange Houtstraat, Zuidwal, Kortenaerkade, Veenkade, Noordwal, Toussaintkade, Hooikade, Smidswater, Zwarteweg, Oranjebuitensingel, Uilebomen, Groenewegje, Dunne Bierkade en Bierkade;

    • b.

      het terras wordt geplaatst op een volledige parkeerplaats binnen de bestaande markeringen of bij het ontbreken van deze markeringen, tot maximaal de gevelbreedte van het bijbehorende bedrijfspand;

    • c.

      de markering van een parkeerplaats gedeeltelijk voor de gevel van een ander pand ligt. In dat geval wordt het terras vergund op de volledige parkeerplaats om onbruikbare ruimte te voorkomen;

    • d.

      terrasafscheidingen worden geplaatst zoals bedoeld in artikel 3:7; en

    • e.

      de parkeerplaats geen laad- en losparkeerplaats of elektrische laadplek betreft.

  • 2. Bij twee of meer aanvragen voor dezelfde volledige parkeerplaats, wordt de parkeerplaats toegewezen aan de vergunningaanvrager bij wie de parkeerplaats het meest direct aansluit op de gevel van het bedrijfspand.

  • 3. Indien meer parkeerplaatsen zich deels voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand bevinden. In dat geval wordt één parkeerplaats, zoveel mogelijk voor de eigen gevel, uitgegeven.

  • 4. In aanvulling op het eerste lid verleent het college ook een vergunning voor het plaatsen van een parkeerplaatsterras indien het een parkeerplaats betreft op wegen en weggedeelten die behoren tot een BIZ die geografisch (gedeeltelijk) binnen de hoofdwinkelstructuur ligt.

  • 5. In aanvulling op het eerste lid verleent het college ook een vergunning voor het plaatsen van een parkeerplaatsterras voor de gevel van een naastgelegen bedrijfspand indien de parkeerplaats direct voor de gevel van het eigen bedrijfspand is bestemd voor laden - en lossen of voor het opladen van elektrische voertuigen.

  • 6. Het college kan een vergunning verlenen voor het plaatsen van parkeerplaatsterrasvlonders, hellingen en loopplanken als onderdeel van een terras op parkeerplaatsen ten behoeve van de veiligheid en toegankelijkheid van het terras indien:

    • a.

      rondom het parkeerplaatsterras sprake is van ongelijke omliggende bestrating;

    • b.

      deze binnen het vergunde parkeerplaatsterras worden geplaatst;

    • c.

      deze niet binnen de veiligheidszone van brandweervoorzieningen worden geplaatst; en

    • d.

      deze uitsluitend worden geplaatst in het zomerterrasseizoen.

  • 7. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van terrasafscheidingen bij een parkeerplaatsterras indien:

    • a.

      de terrasafscheidingen aan de rijbaanzijde en aan beide koppen van het terras worden geplaatst;

    • b.

      de terrasafscheidingen maximaal 0,90 m hoog zijn, gemeten vanaf het maaiveld; en

    • c.

      de terrasafscheiding niet aan de trottoirzijde van de parkeerplaats wordt geplaatst.

Artikel 3:3 Vergunning voor terrassen op terraspleinen

  • 1. Het college maakt voor terraspleinen een inrichtingsplan. Het inrichtingsplan omvat onder andere:

    • a.

      de terraszone;

    • b.

      de looproutes en vrije doorgangen voor voetgangers;

    • c.

      de zichtlijnen;

    • d.

      bestaande ruimte voor openbare voorzieningen, openbare functies, straatmeubilair en brandweervoorzieningen.

  • 2. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een terras in een terraszone op een terrasplein indien de gevel van het bijbehorende bedrijfspand loodrecht grenst aan een locatie waar een terras mogelijk is.

  • 3. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een terras in een terraszone op een terrasplein dat direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand ligt voor de duur van maximaal vijf terrasjaren, waarbij de vergunning loopt tot 1 maart van het terrasjaar.

  • 4. Het college verleent voor het plaatsen van een terras op een terrasplein dat niet direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand ligt alleen een vergunning indien:

    • a.

      er voldoende ruimte beschikbaar is om een terras te plaatsen;

    • b.

      het te vergunnen terras voorkomt dat gaten binnen de terraszone vallen, zodat deze optimaal wordt benut; en

    • c.

      het terras grenst aan het terras in de terraszone dat direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand wordt geplaatst, zoals beschreven in het derde lid.

  • 5. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een terras in een terraszone op een terrasplein dat niet direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand ligt voor de duur van maximaal één terrasjaar, waarbij de vergunning loopt tot 1 maart van het terrasjaar.

  • 6. Bij de vestiging van een nieuwe vergunningaanvrager, die gebruik wil maken van terrasruimte op een terrasplein wordt de beschikbare terrasruimte door het college, in overleg met de vergunningaanvrager en vergunninghouders, herverdeeld en opnieuw vergund.

  • 7. Het college past de herverdeling van terrasruimte pas toe, nadat de laatst lopende vergunning is verlopen.

  • 8. Indien er bij de vestiging van een nieuwe vergunningaanvrager die gebruik wil maken van terrasruimte, geen overeenstemming wordt bereikt tussen de vergunningaanvrager en vergunninghouders, wordt door het college een herindeling gemaakt.

  • 9. Voor terraspleinen waar al eerder een verdeling is gemaakt, geldt dat de verdeling alleen betrekking heeft op de delen van het plein waar nu al terrassen staan en dit niet tot uitbreiding van de bestaande terrasruimte leidt.

Artikel 3:4 Vergunning voor een terras op pleinen

  • 1. Het college maakt voor pleinen een inrichtingsplan. Het inrichtingsplan omvat onder andere:

    • a.

      de terraszone;

    • b.

      de looproutes en vrije doorgangen voor voetgangers;

    • c.

      de zichtlijnen;

    • d.

      bestaande ruimte voor openbare voorzieningen, openbare functies, straatmeubilair en brandweervoorzieningen.

  • 2. Het college verleent voor een terras in een terraszone op een plein alleen een vergunning indien:

    • a.

      het terras zich bevindt binnen de terraszone;

    • b.

      het terras recht voor de eigen gevel van het bijbehorende bedrijfspand wordt geplaatst; en

    • c.

      het terras niet breder is dan de gevel van het bijbehorende bedrijfspand.

  • 3. In aanvulling op het bepaalde in het tweede lid verleent het college ook een vergunning voor het plaatsen van een terras in een terraszone op een plein dat niet direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand ligt indien:

    • a.

      de ruimte binnen de terraszone niet volledig is bezet;

    • b.

      het maximale aantal vergunninghouders rondom een plein niet is bereikt; en

    • c.

      het terras grenst aan het terras in de terraszone dat direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand wordt geplaatst, zoals beschreven in het tweede lid.

  • 4. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een terras in een terraszone op een plein dat direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand ligt voor de duur van maximaal vijf terrasjaren, waarbij de vergunning steeds loopt tot 1 maart van het terrasjaar.

  • 5. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een terras op een plein dat niet direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand ligt voor maximaal één terrasjaar, waarbij de vergunning loopt tot 1 maart.

  • 6. Bij de vestiging van een nieuwe vergunningaanvrager, die gebruik wil maken van terrasruimte op een plein wordt de beschikbare terrasruimte door het college, in overleg met de vergunningaanvrager en vergunninghouders, herverdeeld en opnieuw vergund.

  • 7. Het college past de herverdeling van terrasruimte pas toe, nadat de laatst lopende vergunning is verlopen.

  • 8. Indien er bij de vestiging van een nieuwe vergunningaanvrager die gebruik wil maken van terrasruimte, geen overeenstemming wordt bereikt tussen de vergunningaanvrager en vergunninghouders, wordt door het college een herindeling gemaakt.

  • 9. Voor pleinen waar al eerder een verdeling is gemaakt, geldt dat de verdeling alleen betrekking heeft op de delen van het plein waar nu al terrassen staan en dit niet tot uitbreiding van de bestaande terrasruimte leidt.

Artikel 3:5 Vergunning voor een terras in straten

  • 1. Het college kan voor straten waarin door herinrichting behoefte bestaat aan verdeling van terrasruimte, een inrichtingsplan maken. Het inrichtingsplan omvat onder andere:

    • a.

      de terraszone;

    • b.

      de looproutes en vrije doorgangen voor voetgangers;

    • c.

      de zichtlijnen;

    • d.

      bestaande ruimte voor openbare voorzieningen, openbare functies, straatmeubilair en brandweervoorzieningen.

  • 2. Het college verleent voor een terras in een terraszone in een straat alleen een vergunning indien:

    • a.

      het terras zich bevindt binnen de terraszone;

    • b.

      het terras recht voor de eigen gevel van het bijbehorende bedrijfspand wordt geplaatst; en

    • c.

      het terras niet breder is dan de gevel van het bijbehorende bedrijfspand.

  • 3. In aanvulling op het bepaalde in het tweede lid verleent het college ook een vergunning voor het plaatsen van een terras in een terraszone dat niet direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand ligt indien:

    • a.

      de ruimte binnen de terraszone niet volledig bezet is; of

    • b.

      het maximale aantal vergunninghouders in een straat niet is bereikt; en

    • c.

      het terras grenst aan het terras in de terraszone dat direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand wordt geplaatst, zoals beschreven in het tweede lid.

  • 4. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een terras in een terraszone dat direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand ligt voor de duur van maximaal vijf terrasjaren, waarbij de vergunning loopt tot 1 maart van het terrasjaar.

  • 5. Het college verleent een vergunning voor het plaatsen van een terras dat niet direct voor de gevel van het bijbehorende bedrijfspand ligt voor maximaal één terrasjaar, waarbij de vergunning loopt tot 1 maart van het terrasjaar.

Hoofdstuk 4 Vergunning voor een terras in bijzondere situaties

Artikel 4:1 Uitzonderingsgevallen

  • 1. Het college kan een vergunning verlenen voor het plaatsen van een gevel- en eilandterras in autoluwe straten binnen het stadsdeel centrum, zoals het smalle deel van de Molenstraat, de Korte Molenstraat en de Oude Molstraat, mits de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten is gewaarborgd.

  • 2. Het college verleent geen vergunningen voor het plaatsen van eilandterrassen op het middendeel van het Plein, tot aan de binnenste bomenrij.

Hoofdstuk 5 Slotartikelen

Artikel 5:1 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 maart 2026.

Artikel 5:2 Intrekking

De Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2025 wordt ingetrokken.

Artikel 5:3 Overgangsrecht

  • 1. Op een aanvraag die voor de inwerkingtreding van de Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2026 is ingediend op basis van de Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2025, maar waarop nog niet is beslist, is de Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2026 van toepassing.

  • 2. Bij strijdigheid tussen de aanvraag en het bepaalde in artikel 4:1, tweede lid, zijn de vorenstaande beleidsregels tot 1 januari 2041 niet van toepassing op het verlenen van een vergunning voor het plaatsen van een terras bij het pand aan het Plein 10K, voor zover de aanvraag niet afwijkt van de laatstgenoemde vergunning voor het plaatsen van dit terras.

Artikel 5:4 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel vergunningverlening terrassen Den Haag 2026.

Ondertekening

Den Haag, 3 februari 2026

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Ilma Merx

de burgemeester,

Jan van Zanen