Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757106
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757106/1
Beleidsplan bomen 2026-2036
Geldend van 17-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsplan bomen 2026-2036GEMEENTE STEENBERGEN
VOORWOORD
In onze gemeente staan bomen die er al waren vóórdat wij plannen maakten of straten aanlegden. Velen zijn ouder dan onze riolering, ouder dan vele woningen en ouder dan wijzelf. Terwijl wij wegen hebben vernieuwd, centra hebben heringericht en wijken hebben gebouwd, zijn deze bomen gebleven. En al die tijd hebben ze waarde geleverd.
Een boom die vijftig jaar oud is, heeft decennialang bijgedragen aan een gezonde leefomgeving: door het filteren van fijnstof, het bieden van schaduw, het vasthouden van water en het voorkomen van hittestress. Hij heeft onze straten prettiger gemaakt om in te wonen, om in te bewegen en om elkaar te ontmoeten. En ook economisch zijn bomen van betekenis, bijvoorbeeld door hun positieve invloed op leefbaarheid, gezondheid en woningwaarde.
Toch zien we in de praktijk een verschil: voor wegen bestaan duidelijke eisen, voor parkeren harde normen en voor riolering wettelijke kaders. Voor bomen ontbreekt zo’n stevige basis vaak nog. Daardoor verliezen bomen in ontwikkelprojecten soms hun plek. Niet omdat ze minder belangrijk zijn, maar omdat ze niet altijd als gelijkwaardige voorwaarde worden gezien.
Met dit bomenbeleidsplan geven we bomen een stevigere positie in onze gemeentelijke keuzes. Het plan zegt: bomen zijn niet iets om ‘mee te nemen als het uitkomt’, maar een noodzakelijke voorwaarde voor een leefbare, gezonde en toekomstbestendige gemeente.
We blijven bouwen, ontwikkelen en investeren. Maar zonder volwassen bomen verliezen deze investeringen hun waarde. Daarom vraagt dit plan om heldere keuzes: niet alleen over waar we bomen planten of beschermen, maar vooral over wat we als gemeente belangrijk vinden voor de komende decennia.
Een beleidskader alleen is niet genoeg. Ik wil daarom iedereen oproepen om bomen structureel als basisvoorwaarde te zien. Een weg kan worden verlegd of een ontwerp aangepast, maar een volwassen boom die wordt gekapt verliezen we voorgoed. Daarmee verliezen we ook de geschiedenis en de waarde die hij jarenlang heeft opgebouwd.
Ik ben ervan overtuigd dat dit bomenbeleidsplan ons helpt om samen te bouwen aan een groene en gezonde toekomst voor onze groenblauwe gemeente.
Wethouder Maurice Remery
Gemeente Steenbergen
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
1.1 Aanleiding
1.2 Doel beleidsplan bomen
1.3 Werkwijze
1.4 Leeswijzer
HOOFDSTUK 2: HUIDIGE SITUATIE
2.1 Het belang van bomen
2.2 Kaders en uitgangspunten
2.2.1 Beleid en opgaven
2.2.2 Bodem en water
2.3 Bomen en structuren
2.3.1 Boomstructuren
2.3.2 Ecologische verbindingen
2.3.3 Huidig bomenbestand
2.3.4 Monumentale en bijzondere bomen
HOOFDSTUK 3: VISIE, AMBITIES EN DOELSTELLINGEN
3.1 Visie op bomen
3.2 Biodiversiteit
3.3 Klimaat
3.4 Waardevolle leefomgeving
3.5 Vitaal bomenbestand
3.6 Communicatie en bewustwording
HOOFDSTUK 4: BELEIDSINSTRUMENTEN
4.1 Inleiding
4.2 Regel 3-30-300
4.3 Beleidsintegratie en inrichting openbare ruimte
4.4 Boomklassen
4.5 Boomklasse ambities
4.6 Bescherming
4.6.1 Eisen herplantplan klasse I en II bomen
4.6.2 Compensatie klasse I en II bomen
4.6.3 Uitzondering: vergunningsvrije kap van klasse I en II bomen
4.6.4 Overlastbepaling klasse III en IV bomen
4.7 Communicatie en participatie
4.7.1 Inleiding
4.7.2 Aansluiten op beleid
4.7.3 Kernboodschap en doelen
4.7.4 Belangrijke aandachtspunten
4.8 Inzet van data en Handboek Bomen
4.9 Beleidsmonitoring en evaluatie
HOOFDSTUK 5: BEHEER EN ONDERHOUD
5.1 Inleiding
5.2 Uitgangspunten
5.3 Inspecties en duurzaam beheer
5.3.1 Boomveiligheidscontrole
5.3.2 Boomgasten
5.3.3 Wortelopdruk
5.3.4 Circulair en klimaatneutraal
5.4 Bestaande en nieuwe bomen
5.4.1 Locatiekeuze
5.4.2 Groeiplaatsinrichting
5.4.3 Boomsoortkeuze
5.4.4 Aanplant en begeleiding
5.4.5 Risicomanagement
5. 5 Financiering en budget
BIJLAGEN:
Bijlage 1. Kaarten
Bijlage 2. Uitkomsten participatietraject
Bijlage 3. Praktisch beoordelingskader aanvraag omgevingsvergunning
Bijlage 4. Bronnenlijst
Hoofdstuk 1: INLEIDING
1.1 AANLEIDING
Gemeente Steenbergen is de groenblauwe parel van West-Brabant. Om dat zo te houden, nu en in de toekomst, gaat de gemeente klimaatverandering en de achteruitgang van de Steenbergse natuur tegen (Beleidskader Duurzaamheid 2024 - 2030). Gemeente Steenbergen zet zich in voor een toekomstbestendige, prettige en veilige leefomgeving. Bomen in de openbare ruimte zijn hierbij onmisbaar, zowel binnen als buiten de bebouwde kom vervullen ze een breed scala aan diensten. Ze brengen koelte, filteren de lucht, geven een boost aan biodiversiteit, zijn goede watermanagers en beeldbepalend voor een straat of landschap.
Voor een gezond bomenbestand zijn een visie met ambities en bijbehorende strategie noodzakelijk. Het opstellen van een bomenbeleidsplan helpt om eenduidig, gestructureerd en transparant vorm te geven aan deze aanpak. Zo krijgt de gemeente de instrumenten in handen om de ambities uit het beleid stapsgewijs te vertalen in bomenbeheerplannen en uitvoeringsprogramma’s.
Met het vaststellen van het bomenbeleidsplan wordt bovendien uitvoering gegeven aan de motie Bomenbeleidsplan van juli 2024. Deze motie heeft als doel: ‘een bomenplan waarmee duidelijk wordt hoe gemeente Steenbergen er in de toekomst zo bomenrijk mogelijk uitziet’ en was de aanleiding voor het opstellen van dit bomenbeleidsplan.
1.2 DOEL BELEIDSPLAN BOMEN
Voorliggend beleidsplan schetst de hoog-over visie en kaders voor de lange termijn met betrekking tot aanplant, beheer, behoud en bescherming van bomen binnen gemeente
Steenbergen. Het gaat over individuele bomen en niet om bos(plantsoen) (Fig. 1-1). Het beleidsplan bestaat uit een aantal onderdelen waaronder de visie en ambities, beleidsinstrumenten en uitgangspunten voor aanplant, beheer en onderhoud. Hiermee kan gemeente Steenbergen de gewenste richting geven aan het huidige en toekomstige bomenbestand. Het beleidsplan is opgesteld in samenwerking met betrokkenen uit de gemeentelijke organisatie en samenleving en heeft tot doel de kwaliteit van het bomenbeleid te verhogen en draagvlak voor het bomenbeleid en -beheer te vergroten.
1.3 WERKWIJZE
Het bomenbeleidsplan is opgesteld aan de hand van een combinatie van analyses en participatie. De beleidskaders en vigerende wet- en regelgeving zijn onderzocht en waar mogelijk is integratie met andere beleidsvelden meegenomen. Een GIS-analyse van het bomenbestand en de groenstructuren heeft geleid tot inzicht in de beleidsopgaven. Vervolgens is aan de hand van een participatietraject het ambitieniveau vastgesteld op een specifiek aantal thema’s, namelijk biodiversiteit, klimaat en waardevolle leefomgeving wat betreft leefbaarheid, recreatie en welzijn. Per thema zijn doelstellingen en acties geformuleerd passend bij de gekozen ambities. Tijdens het traject hebben bewoners, de gemeentelijke organisatie en een klankbordgroep met stakeholders en experts bijgedragen aan de totstandkoming van het beleidsplan. De uitkomsten van het participatietraject en de betrokken partijen zijn in detail beschreven in Bijlage 2.
1.4 LEESWIJZER
HUIDIGE SITUATIE
Het bomenbeleidsplan begint in Hoofdstuk 2 met het belang van bomen, gevolgd door het beleidskader waarin wet- en regelgeving en relevant gemeentelijk beleid aan bod komen. Het huidig bomenbestand wordt tegen het licht van bestaand beleid gehouden, hieruit worden opgaven geïdentificeerd. De belangrijkste boomstructuren worden weergegeven op kaart.
VISIE, AMBITIES EN DOELSTELLINGEN
In Hoofdstuk 3 wordt de visie van gemeente Steenbergen op bomen beschreven. Voor vijf thema’s met betrekking tot bomen, te weten biodiversiteit, klimaat, leefomgeving, vitaliteit en bewustwording, zijn ambities en doelstellingen geformuleerd.
BELEIDSINSTRUMENTEN
Om de ambities en doelstellingen te behalen heeft de gemeente verschillende instrumenten, variërend van beleidskaders tot praktische tools.
In Hoofdstuk 4 komen groeiplaats en soortkeuze voor aanwezige en nieuwe bomen aan bod.
Inventarisaties en zorg voor bomen gaan over het kwaliteitsniveau en duurzaam bomenbeheer.
Bescherming van bomen in verschillende boombeleidsklassen wordt beschreven. Daarnaast wordt ingegaan op kap en compensatie waarmee de motie dubbele herplantplicht invulling krijgt.
Communicatie en participatie worden behandeld en tot slot de interne communicatie, organisatie en beleidsintegratie.
BEHEER EN ONDERHOUD
Hoofdstuk 5 behandelt de kaders voor uitvoering. Beheer gericht op behoud en gezondheid van bomen, uitgangspunten voor aanplant en begeleiding van jonge bomen en veiligheidsinspecties worden besproken. Het Handboek Bomen is hierbij de leidraad.
BIJLAGEN
Kaarten in Bijlage 1 geven aanvullende informatie over het bomenbestand en de beleidsopgaven van de gemeente. In Bijlage 2 staan de resultaten van het participatietraject, deze zijn ook verwerkt in het beleidsplan zelf. Het beoordelingskader voor aanvraag omgevingsvergunning is opgenomen in Bijlage 3 en de bronnenlijst vormt Bijlage 4.
Hoofdstuk 2: HUIDIGE SITUATIE
2.1 HET BELANG VAN BOMEN
Het belang van de natuur voor een prettig leefbare en toekomstbestendige gemeente wordt nog altijd vaak onderschat. Bomen in het bijzonder spelen een cruciale rol in het verbeteren van de leefkwaliteit in de gebouwde omgeving en leveren daarbij veel meer dan alleen belevingswaarde.
Bomen zijn noodzakelijk voor verkoeling, goede waterhuishouding, luchtzuivering en CO2-opslag en leveren een veelvoud aan andere functies en diensten (Fig. 2-1).
BIODIVERSITEIT
Bomen zijn daarnaast onmisbaar voor veel dieren, bijvoorbeeld als foerageer-, verblijf-, nest- of kraamplaats. Met name inheemse boomsoorten hebben een sterke binding met soorten uit hun natuurlijke omgeving. Denk bijvoorbeeld aan een zomereik, meer dan 1000 soorten leven op en rond deze boomsoort3. Lanen worden door dieren gebruikt om zich veilig te verplaatsen van het ene naar het andere leefgebied. Bomen zijn daarmee voor veel ecosystemen de dragers van een goed werkend systeem met een hoge biodiversiteit en dat is van belang voor ons allemaal.
In het duurzaamheidsbeleid van gemeente Steenbergen staat dit als volgt beschreven: “Biodiversiteit gaat over diversiteit van planten, dieren, micro-organismen en hun genetische variaties, die samenwerken binnen ecosystemen en zo een natuurlijk evenwicht behouden. Meer biodiversiteit zorgt voor robuustere ecosystemen waarin soorten makkelijker kunnen overleven. Een robuust ecosysteem past zich gemakkelijker aan, bijvoorbeeld aan klimaatverandering. Voor meer biodiversiteit richten we ons op natuurbehoud en natuurinclusie en stimuleren we variëteit in flora en fauna.”
Door het toepassen van duurzaam beleid en beheer van bomen wordt de veiligheid gegarandeerd, een gezond bomenbestand gecreërd en draagt de gemeente bij aan het behoud van bijzondere en bedreigde soorten. Het creëren van een robuust systeem kan de invloed van schadelijke boomgasten verlagen en ook daarmee bijdragen aan het verhogen van de gezondheid en gemiddelde leeftijd van bomen in de gemeente. Grotere, oudere bomen leveren op hun beurt de grootste bijdrage aan een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving met een hoge biodiversiteit (Fig. 2-1).
KLIMAATVERANDERING
Als gevolg van klimaatverandering is er in toenemende mate kans op piekbuien, extreme hitte en langere droge en natte perioden. In versteende wijken vormen bebouwde en bestrate oppervlaktes tot wel 90 procent van het totaal.
Door alle verharding kan de temperatuur in de zomermaanden flink oplopen met als gevolg extreme hitte die kwetsbare groepen bedreigt. Bomen zorgen voor de afname van hittestress door het koelend vermogen middels verdamping en het creëren van schaduw 4,5,6. Door hoge percentages verharding krijgt neerslag nauwelijks kans om de bodem in te zakken. Beplanting zorgt juist voor verbeterde infiltratie- en bergingscapaciteit van de bodem en daarmee minder wateroverlast en minder problemen bij lange periodes van droogte.
Bomen zijn dus essentieel voor het beperken van de negatieve effecten van klimaatverandering.
Geen enkele groenstructuur is zo effectief als bomen voor bodemverbetering, waterinfiltratie en lokale regulering van het klimaat. Bomen staan echter ook onder druk dóór deze klimaatverandering. Droogte, hitte of juist vernatting raken ook de bomen in de gebouwde omgeving, met bijvoorbeeld bladuitval en sterfte van jonge aanplant tot gevolg. Toekomstbestendig bomenbeleid en -beheer houden hier rekening mee.
WAARDEVOLLE LEEFOMGEVING
Dagelijks laten bomen zien hoe belangrijk en nuttig ze zijn; in de zomer ontwijk je de middagzon door in de schaduw van een boom te gaan zitten, in de herfst schuil je in de luwte van een boom tegen een regenbui. Bomen dragen in sterke mate bij aan een sfeervolle buitenruimte en weerspiegelen de seizoenen. Van het frisgroene blad en de geurende bloesem in de lente tot de prachtige bladkleuren in de herfst. Bomen vormen daarmee een essentieel onderdeel in het ontwerp van de openbare ruimte. Zo spelen ze een belangrijke rol in identiteit en cultuurhistorie van een plek. Grote solitaire bomen of oude lanen zijn herkenbaar en aantrekkelijk, de structuur van een buurt of wijk wordt hierdoor duidelijk. Een oude boom kan een verhaal vertellen over de locatie en haar geschiedenis.
In een groene omgeving wordt meer bewogen en zijn de mensen gezonder, zowel fysiek als mentaal. Ontspanning en activiteiten in het groen verminderen het aantal mensen met hart- en vaatziekten, overgewicht, depressie, angst en concentratieproblemen. Vooral kinderen hebben veel baat bij een groene omgeving, zoals een groen schoolplein. Bomen(lanen) maken wandelroutes mooier, verminderen geluidsoverlast en maken de lucht schoner, waardoor buiten recreëren aantrekkelijker en gezonder wordt. Een groene woon- en werkomgeving draagt bij aan een zacht mobiliteitsnetwerk; wandelen en fietsen worden een aantrekkelijker alternatief voor autorijden.
Meer wandelen en fietsen is gezonder en minder autogebruik betekent ook minder druk van de auto op het bewoond gebied. Dit verbetert het omgevingsmilieu en er ontstaat meer ruimte voor groen en bijbehorende ruimtelijke kwaliteit met positieve effecten op de lokale economie.
In een groene, boomrijke omgeving is er meer omzet door recreatie en stijgt de waarde van vastgoed12. Onderzoek naar de monetaire waarde van nieuw bos geeft aan dat bomen tienduizenden euro’s per hectare kunnen opleveren aan luchtkwaliteit, klimaatregulatie, recreatie en toerisme. Niet voor niets is het bepalen van de monetaire waarde van bomen steeds meer een standaard werkwijze. Tot slot is er door groene ontmoetingsplekken meer interactie tussen mensen en wordt de sociale cohesie in een wijk vergroot. In buurten waar inwoners meer contact met elkaar hebben is er vaak minder overlast en criminaliteit.
2.2 KADERS EN UITGANGSPUNTEN
-
2.2.1 BELEID EN OPGAVEN
Het bomenbeleid van gemeente Steenbergen staat niet op zichzelf maar is onderdeel van breder duurzaamheidsbeleid en ambities op verschillende overheidsniveaus (Tabel 2-1).
NATIONAAL EN PROVINCIAAL
Vanuit het nationale beleid is de bescherming van flora en fauna en de zorg voor boomveiligheid van belang. Daarnaast zijn er richtlijnen voor bomen in de openbare ruimte en het beheer op kwaliteitsniveau. Streefwaarden vanuit de Handreiking groen in en om de stad (Tabel 2-1) zijn meegenomen in de doelstellingen in Hoofdstuk 3.
Vanuit de Provincie zijn er wettelijke beschermingsgebieden voor milieu, natuur, water en wegen. Hieruit blijkt dat er beperkingen zijn opgesteld voor veehouderij vanwege stikstofgevoeligheid in bepaalde zones van gemeente Steenbergen en dat er aan de noordkant een stiltegebied voorkomt. Gemeente Steenbergen heeft ook Natuurnetwerkgebieden (NNB) en een Natura2000-gebied: het Krammer-Volkerak. Voor dit gebied gelden specifieke Europese doelen die gebaseerd zijn op behoud, uitbreiding en verbetering van populaties, leefgebieden of habitattypen.
Provincie Noord-Brabant heeft ambities op het gebied van natuur geformuleerd: robuust, inclusief en verbonden. De uitvoeringsagenda Natuur gaat met name in op de bijdrage van ecologische verbindingszones hieraan. Voor het bomenbeleid betekent dat aandacht voor lijnvormige landschapselementen zoals hagen, houtwallen en bomenlanen. Steenbergse ambities sluiten aan op het provinciale Natuurbeheerplan. Het belangrijkste provinciale beleid dat raakvlakken heeft met het bomenbeleidsplan zijn het Actieplan Brabantse Bomen en de Brabantse bossenstrategie. Het Actieplan uit 2022 komt voort uit het klimaatakkoord en heeft als doelstelling 13.000 hectare nieuw bos in 2030. In 40 actiepunten wordt de aanplant van bomen gestimuleerd. Hieronder vallen ook: bos met woningbouw, bos met werklocaties en bos en agroforestry. De Stimuleringsregeling Landschap is één van de tools die wordt ingezet voor de financiering. Gemeente Steenbergen investeert hier jaarlijks in.
GEMEENTELIJK
Vaak leggen gemeenten regels met betrekking tot het beschermen van bomen vast in de algemene plaatselijke verordening (APV). In de APV van Steenbergen is hiervoor ruimte gereserveerd onder Afdeling 3 ‘Het bewaren van houtopstanden’. Verder geldt er een vangnetbepaling om te voorkomen dat bomen of planten het uitzicht belemmeren in het kader van verkeersveiligheid. De belangrijkste regels met betrekking tot bomen zijn opgenomen in de Bomenverordening van Steenbergen. Deze verordening is gelijktijdig met het vaststellen van het bomenbeleidsplan geactualiseerd.
Hierin is de bescherming van bomen opgenomen aan de hand van beleidsklassen (zie §4.4). Ook zijn de beoordelingscriteria en bijbehorende scoreverdeling voor toewijzing van de monumentale status onder Klasse I aangepast.
Sinds maart 2024 heeft Steenbergen een beleidskader voor duurzaamheid. Hierin worden bomen genoemd als belangrijk voor klimaatneutraliteit. Door het aanplanten van bomen worden broeikasgassen vastgelegd en daarmee de negatieve invloed op het klimaat verminderd. Daarnaast zijn bomen belangrijk voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Steenbergen heeft de ambitie om natuurinclusief te worden.
Hierbij hoort een veerkrachtig groenblauw netwerk en een goede basiskwaliteit natuur in de drie aandachtsgebieden: de kernen, het landelijk gebied en de natuurgebieden. In het bijbehorende uitvoeringsprogramma zijn voor de komende twee jaar verschillende projecten opgenomen om te werken aan duurzaamheid in de gemeente. Enkele van deze projecten raken aan het bomenbeleidsplan en zijn verwerkt in voorliggend document. Andersom zullen doelstellingen uit het bomenbeleidsplan worden opgenomen in het toekomstige uitvoeringsprogramma duurzaamheid.
In 2024 zijn in de gemeenteraad ook twee moties aangenomen met betrekking tot bomen: i) motie Dubbele herplantplicht: voor elke gekapte boom op gemeentegrond twee bomen terugplanten in de buurt van de gekapte boom en ii) motie Mobiele boombakken: op plaatsen waar bomen niet in de grond geplant kunnen worden. Tot slot zal het gemeentelijk bomenbeleid worden opgenomen in het Omgevingsplan van Steenbergen.
-
2.2.2 BODEM EN WATER
De bodem van gemeente Steenbergen heeft een verleden van getijafzettingen. Het is met name opgebouwd uit kalkrijke delen en varieert van lichte klei en zavel tot lichte zavel en fijn zand (Fig. 2-3). Een geschiedenis van landbouw heeft plaatselijk de grond verzuurd en verdroogd.
De grondwaterstanden in centimeter onder het maaiveld variëren tussen de 40 tot 90 gemiddeld hoogste grondwaterstand en 90 tot 250 gemiddeld laagste grondwaterstand.
De grondwaterstanden hebben invloed op de ontwikkeling van het wortelstelsel van bomen en op de kans op droogte of wateroverlast. Met de inrichting van de groeiplaats en boomsoortkeuze wordt hier rekening mee gehouden.
De waterhuishouding en bodem zijn de basis voor de bomen van Steenbergen. De groeilocatie bepaalt onder andere welke soorten er gedijen. Vandaar dat gemeente Steenbergen vanuit haar duurzaamheidsprogramma ambities heeft om water en bodem sturend te laten zijn om zodoende de gemeente waterrobuuster in te richten en te zorgen voor klimaatrobuuste natuur. Het bomenbeleid sluit daarop aan door bomen aan te planten die passend zijn bij de groeiplaatsomstandigheden. Zoals eerder benoemd kunnen bomen verzwakken door de gevolgen van klimaatverandering waardoor ze gevoeliger worden voor natuurbranden en ziekten.
Dit laatste pakt gemeente Steenbergen aan door het ontwikkelen van handelingsperspectief voor gebieden met een hoge natuurkwaliteit in combinatie met een hoog risico vanuit de klimaatstresstest (Bijlage 1, Fig. B1-2).
Andersom kunnen bomen bijdragen aan verbeterde waterhuishouding en bodemkwaliteit. Ze doorwortelen de bodem waardoor deze minder verdicht is en er water uit diepere lagen gehaald wordt. Ook beschermen ze de bodem tegen uitdroging en oppervlaktewater tegen opwarming door schaduwwerping. Hittestress, verdroging en ziektekiemen in oppervlaktewater kunnen zo voorkomen of vertraagd worden.
2.3 BOOMSTRUCTUREN
Groenstructuren in de gebouwde omgeving zijn kwalitatief sterk wanneer ze met elkaar verbonden zijn. Voor de verspreiding van sommige soorten zijn deze verbindingen zelfs van wezenlijk belang en vormen gaten in de verbindingen onoverkomelijke barrières. Door het bomenbestand te benaderen vanuit de ecologie wordt duidelijk waar verbindingen ontbreken. Zo kan gemeente Steenbergen een grote verscheidenheid aan ecologisch verbonden leefgebied voor veel soorten creëren. Het landschap van Steenbergen biedt hiervoor veel variatie: open zeekleipolders met oude en jonge dijken en een overgang naar de hoger gelegen zandwal in het zuiden van de gemeente (Fig. 2-4). In het noorden ligt Natura 2000 gebied het Krammer-Volkerak, een voormalig intergetijdengebied. Zie Bijlage 1 voor de groenblauw structuurkaart en de natuurgebiedenkaart van gemeente Steenbergen.
-
2.3.1 BOOMSTRUCTUREN
Gemeente Steenbergen heeft prachtige boomstructuren: iconische boomdijken, met veel essen en knotwilgen, rabattenbos en halfgesloten coulissenlandschap. Deze landschappen zijn van cultuurhistorische waarde waarin bomen een hoofdrol spelen. Aandacht voor historische boomstructuren en hun behoud draagt daarom ook bij aan Steenbergen’s cultuurhistorie.
Daarnaast zijn boomstructuren van belang vanwege hun bijdrage aan dorps- en stadsschoon, landschappelijke inpassing en het creëren van zichtlijnen en doorzichten in het landschap. Ze geven dorpen en wijken identiteit en zorgen voor herkenbaarheid. Met name monumentale bomen en bomenrijen zijn door hun vorm, kleur en omvang belangrijke beeldbepalende elementen.
Als laatste zijn boomstructuren belangrijk vanwege hun bijdrage aan welzijn en mobiliteit, zoals benoemd in §2.1, en als verbindende ecologische structuren voor tal van soorten.
In Figuur 3-1 zijn de ontbrekende schakels in deze structuren weergegeven in het kader van de ambitie om de biodiversiteit te verhogen door het creëren van een robuust en verbonden bomenbestand.
-
2.3.2 ECOLOGISCHE VERBINDINGEN
Voor de ecologische waarde wordt gekeken naar de boomstructuur in combinatie met andere ecologische waardevolle groenstructuren.
Samen vormen ze verbindingen die voor veel diersoorten onmisbaar zijn voor hun verplaatsing, veiligheid, voortplanting en voedsel. Bomenrijen kunnen bijvoorbeeld essentiële vliegroutes voor vleermuizen zijn. In het Natuurbeleidsplan Steenbergen zijn enkele vleermuissoorten beschreven, inclusief het belang van bomen voor deze soorten.
Gemeente Steenbergen beschermt bomenrijen als beschermde groenelementen. Met het vaststellen van dit beleidsplan is ook de bomenverordening geactualiseerd waarin deze ecologische verbindingen worden beschermd door de hierin aanwezige bomen in te delen in Klasse II (§4.4).
Deze structuren worden aangegeven op de Visiekaart en opgenomen in de Omgevingsvisie en het toekomstige Omgevingsplan, mede omdat ze van wezenlijk belang zijn om de biodiversiteit te beschermen.
-
2.3.3 HUIDIG BOMENBESTAND
Gemeente Steenbergen heeft op dit moment 18.138 geregistreerde bomen. De diversiteit en vitaliteit van deze bomen is figuur 2.5 weergegeven.
BOOMSOORTEN EN DIVERSITEIT
Vanuit beschikbare registraties is bekend dat er 235 (sub)soorten bomen te onderscheiden zijn in gemeente Steenbergen. Op geslachtniveau komt dit neer op 55. De meest voorkomende geslachten zijn Quercus (eik), Fraxinus (es), Populus (populier) en Tilia (linde). Samen tellen ze 13.072 individuele bomen, 72% van het totaal (Figuur 2-5).
Overige veel voorkomende geslachten zijn: Acer (esdoorn), Salix (wilg), Carpinus (haagbeuk), Alnus (els), Aesculus (kastanje), Pyrus (peer), Prunus (prunus), Ulmus (iep), Platanus (plataan), Betula (berk), Fagus (beuk), Liquidambar (amberboom), Sorbus (lijsterbes) en Crataegus (meidoorn).
LEEFTIJDSSPREIDING
De leeftijden van de meeste bomen van Steenbergen zijn niet bekend omdat in het verleden het aanplantjaar niet geregistreerd is. Er kan alleen een schatting worden gegeven aan de hand van de stamdikte in centimeters.
Ongeveer de helft van de bomen in Steenbergen kan op basis van deze eigenschap gecategoriseerd worden (Fig. 2-6). Hieruit valt op te maken dat de meeste bomen een dikte van 30 tot 50 centimeter hebben. Dat staat ongeveer gelijk aan bomen van 10 tot 20 jaar oud. Het achterblijven van de categorie daaronder, 20 tot 30 centimeter dikte, is een indicatie dat er de afgelopen 5 tot 15 jaar relatief weinig bomen zijn aangeplant. Het aanplanten van nieuwe bomen is de komende jaren dan ook een speerpunt. Het aandeel bomen met een stamdikte van meer dan 100 centimeter is met 160 individuen erg laag. Meer aandacht voor nieuwe aanplant kan ervoor zorgen dat er in de toekomst bij onderhoud en calamiteiten (opkomende ziekte) meer risicospreiding is. Het voorkomt dat er veel bomen qua onderhoud en uitval tegelijk in dezelfde leeftijdsfase komen waardoor er gaten ontstaan in de boomstructuur.
VITALITEIT EN VEILIGHEID
Om de veiligheid van bomen te waarborgen vindt er jaarlijks een boomveiligheidscontrole (BVC) plaats, waaronder een visual tree assessment (VTA). Afhankelijk van leeftijd en conditie van de boom wordt de inspectiefrequentie bepaald. Dit varieerde tot nu toe van één keer per jaar voor attentiebomen tot één keer per drie jaar voor reguliere bomen. De leeftijd van de boom was hiervoor bepalend: bomen tot 15 jaar oud werden één keer per vijf jaar gecontroleerd, bomen ouder dan 15 jaar één keer per drie jaar. Deze frequentie is aangepast naar de standaard BVC cyclus (zie §5.3) die gebruik maakt van drie categorieën:
- •
Normaal: een boom die als resultaat van de inspectie geen risico lijkt te vormen voor de omgeving en ook geen uiterlijke kenmerken heeft die er op wijzen dat zich binnen 3 jaar een gevaarlijke situatie zou kunnen voordoen;
- •
Attentie: bomen die een gebrek hebben, maar op moment van controle nog geen duidelijk waarneembaar risico vertonen. Deze bomen worden frequenter opnieuw gecontroleerd;
- •
Risico: bomen die duidelijk zichtbaar een direct gevaar opleveren of waarbij de veiligheid als een mogelijk risico wordt geïnterpreteerd. Soms volstaat het verwijderen van een gevaarlijke dode tak.
Van de 9.158 in 2023 en 2024 geïnspecteerde bomen vallen er 4.523 binnen de VTA normaalklasse. Nog eens 4.497 bomen zijn aangemerkt als risicoboom en er zijn 138 attentiebomen geregistreerd (Zie Tabel 2-2). Het grootste deel van de bomen met de status risicoboom heeft dode takken die daarnaast ook gevaarlijk zijn omdat ze onverwacht kunnen vallen. Het gaat hier dus om een onderhoudsachterstand.
De conditie van de bomen geeft een indicatie van de “houdbaarheid” van het bomenbestand. Gemeente Steenbergen hanteert hiervoor de termen goed, voldoende, matig, onvoldoende, slecht en zeer slecht. In Tabel 2-2 is weergegeven hoe de verdeling van het aantal geïnspecteerde bomen (50% van het totaal) over de boomcondities is.
ZIEKTEN EN BEDREIGINGEN
Bomen leven in symbiose met een groot aantal andere organismen, meestal brengt deze ‘samenwerking‘ voor beide voordelen met zich mee. Een deel van deze organismen levert echter blijvende schade of risico’s op voor de boom. Een grote verscheidenheid aan insecten, schimmels, bacteriën en virussen vormt een bedreiging voor de conditie van de boom. Gebreken die zich hierdoor ontwikkelen kunnen vervolgens een risico vormen voor zowel de ecologie als veiligheid.
Op dit moment bestaat het boombestand van gemeente Steenbergen voor bijna de helft uit eiken en essen (Figuur 2-5). De essen (23%) in het boombestand hebben te lijden onder de essentaksterfte kwetsbaar voor ziekten en andere bedreigingen. Het derde meest voorkomende geslacht is populier (14%) die bekend staat als zachthoutsoort met een relatief korte levenscyclus. Daarnaast noemt de gemeente ook de kastanjebloedingsziekte in de Assetsheet Groen 2022-2025. Van paardenkastanjebomen, gevoelig voor deze ziekte, heeft de gemeente er 351.
- •
-
2.3.4 MONUMENTALE EN BIJZONDERE BOMEN
Sommige bomen in de gemeente Steenbergen zijn monumentaal of van bijzondere waarde.
Gemeente Steenbergen houdt in de Monumentale en Bijzondere bomenlijst bij welke bomen deze beleidsstatus hebben. De bomen op deze lijst voldoen aan een aantal criteria, bijvoorbeeld op het gebied van ouderdom, schoonheid, zeldzaamheid of functie in de omgeving.
Op dit moment is gemeente Steenbergen de Bomenlijst aan het actualiseren aan de hand van nieuwe beoordelingscriteria die zijn vastgelegd in de Matrix monumentale bomen. De bomen die op deze lijst (komen te) staan vallen onder boomklasse I (zie §4.4). Deze bomen hebben de hoogste beschermstatus waardoor een omgevingsvergunning van de gemeente altijd vereist is voor het verwijderen van deze bomen. Het principe is te streven naar een zo hoog mogelijke levensduur en het uitgangspunt is ‘niet kappen, tenzij’.
In 2024 waren 271 monumentale en bijzondere bomen geregistreerd. Deze waardevolle bomen kunnen ook op particulier of bedrijfsterrein voorkomen. Voor 248 van deze bomen zijn er gegevens beschikbaar. Deze bomen zijn in Tabel 2-3 opgenomen, verdeeld over leeftijdscategorieën en plaatsen in de gemeente in 2.2.1 BELEID EN OPGAVEN
Het bomenbeleid van gemeente Steenbergen staat niet op zichzelf maar is onderdeel van breder duurzaamheidsbeleid en ambities op verschillende overheidsniveaus (Tabel 2-1).
Hoofdstuk 3: Visie, ambities en doelstellingen
3.1 VISIE OP BOMEN
Gemeente Steenbergen is trots op haar groene karakter, waarin bomen een centrale en blijvende rol vervullen. Bomen dragen bij aan een aantrekkelijke, leefbare en gezonde omgeving en zijn van grote waarde voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en beleving van de openbare ruimte.
Steenbergen maakt deel uit van een groter geheel: een netwerk van robuuste, ecologische en landschappelijke structuren binnen en buiten de gemeentegrenzen. Binnen dit netwerk nemen karakteristieke bomen en boomstructuren,in zowel stedelijke als landelijke gebieden, een belangrijke plaats in. Het gemeentelijk bomenbestand is vitaal, divers en in balans met de uiteenlopende functies die de openbare ruimte vervult.
Door blijvend te investeren in het behoud, versterken en zorgvuldig beheren van haar bomenbestand, waarborgt de gemeente de waardevolle functies van bomen – nu en in de toekomst. Door implementatie van dit beleidsplan wordt Steenbergen nog rijker aan bomen. Het beste moment om een boom te planten is 10 jaar geleden. Het één na beste moment is nu!
3.2 BIODIVERSITEIT
Inwoners van Steenbergen hechten veel waarde aan bomen, met biodiversiteit als belangrijkste reden (o.b.v. inwonersenquête, zie Bijlage 2). Bomen vormen onmisbare leefgebieden voor planten en dieren en dragen daarmee direct bij aan de ecologische rijkdom van onze gemeente.
Vanuit ons duurzaamheidsbeleid streven we naar een veerkrachtig groenblauw netwerk, zowel binnen de kernen als daartussen en in het buitengebied. Dit betekent (creëren van) ononderbroken boomstructuren die de uitwisseling en verspreiding van soorten bevorderen, ziekten en plagen helpen voorkomen en de veerkracht van het ecosysteem vergroten (Figuur 3-1). Dit sluit aan bij de provinciale ambitie voor natuur: robuust, inclusief en verbonden en op het programma Rijke Dijken van de Delta. Ook solitaire bomen en bomen buiten dit netwerk zijn belangrijk voor de biodiversiteit: zij leveren een essentiële bijdrage aan de basiskwaliteit van de natuur.
Een hoge variatie aan inheemse boomsoorten, inclusief bijbehorende ondergroei, vergroot de biodiversiteit door de nauwe relatie met lokaal voorkomende flora en fauna. Bomen fungeren bovendien als katalysator voor een gezond bodemleven. Het opbouwen van een levende, soortenrijke bodem vraagt veel tijd en zorg. De waarde van met name oudere bomen is significant voor de (bodem)ecologie17. Bomen kunnen tot volle wasdom komen door goede groeiplaatscondities te creëren. Daarom beschermt Steenbergen niet alleen haar bomen, maar ook de bodem die hen ondersteunt.
Het bomenbeleid van Steenbergen sluit aan bij de kenmerken van het natuurlijke landschapstype. Waar mogelijk en wenselijk wordt het cultuurlandschap getransformeerd om biodiversiteit te herstellen en ecologische verbindingen te realiseren. Daarbij zetten we in op samenwerking met andere partijen zoals de provincie en natuurorganisaties.
Verschillende wettelijk beschermde soorten vinden in Steenbergen hun thuis. Steenbergen beschermt kwetsbare soorten zoals vleermuizen, uilen en marterachtigen door hun leefgebieden te behouden en verbinden. Door de bebouwde omgeving te benaderen als ecosysteem met een grote verscheidenheid aan natuurtypen die onderling verbonden zijn, kan het een belangrijk leefgebied worden voor veel soorten. De aanwezigheid van bijzondere soorten wordt gemonitord. Concrete uitgangspunten worden opgesteld om ook in het beheer rekening te houden met deze soorten.
De doelstellingen voor biodiversiteit zijn samengevat in Tabel 3-1.
3.3 Klimaat
Gemeente Steenbergen werkt aan een toekomstbestendige leefomgeving. Vanuit het duurzaamheidsbeleid geldt de ambitie om uiterlijk in 2030 de klimaatbestendigheid van natuurgebieden, dorpskernen en agrarisch gebied aanzienlijk te hebben verbeterd. Bomen spelen daarin een cruciale rol. We zetten in op het tegengaan van hittestress door de verkoelende werking van bomen, met name op plekken waar kwetsbare doelgroepen verblijven zoals rondom kinderdagverblijven, zorginstellingen en speelplekken18 (Figuur 3-2). Op locaties waar schaduw of lichtinval een rol speelt, zoals bij zonnepanelen of woningen, worden zorgvuldig afwegingen gemaakt.
Bomenlanen breken de wind in open landschap, bieden beschutting en verbeteren de luchtkwaliteit. We zetten in op het beschermen en ontwikkelen van lanen in bebouwd en buitengebied. Bomen verbeteren ook de waterhuishouding door positieve invloed op de infiltratie- en bergingscapaciteit van de bodem. Klimaatstresstesten geven een eerste prioritering voor de aanplant van bomen. Het Klimaatkookboek wordt gehanteerd voor een gestandaardiseerde aanpak. Hierin worden klimaatlabels gegeven aan gebieden, zoals woonwijken, in de gemeente. Klimaatlabels zijn scores van A (= zeer goed) tot en met E (= zeer slecht) op het gebied van hitte, water en natuur.
Mede in het kader van noodzakelijke aanpassing aan het veranderende klimaat gebruikt gemeente Steenbergen zoveel mogelijk inheemse bomen en worden waar nodig klimaatbestendige soorten ingezet. Bomen leveren daarnaast een belangrijke bijdrage aan het vastleggen van CO2. Ook daarom zetten we in op uitbreiding van het bomenbestand.
Binnen het bomenbeleid van gemeente Steenbergen is ruimte voor innovatieve oplossingen zoals de combinatie van bosaanplant met windenergie, het inzetten van hout als duurzaam bouwmateriaal en agroforestry als duurzame vorm van landbouw. Daarnaast is circulariteit een belangrijk uitgangspunt binnen het bomenbeleid.
Steenbergen benut en hergebruikt natuurlijke materialen waar mogelijk en bouwt bijvoorbeeld het gebruik van turf af (Figuur 5-1).
Voor echt robuuste boomstructuren is samenwerking met overige terreineigenaren noodzakelijk. We investeren in samenwerking met waterschap Brabantse Delta, provincie Noord-Brabant en overige partijen zoals Agroforestry Netwerk Brabant en Trees for All om klimaatdoelstellingen te halen.
De doelstellingen voor klimaat zijn samengevat in Tabel 3-2.
Artikel 3.4 WAARDEVOLLE LEEFOMGEVING
Als groenblauwe parel van West-Brabant wil Steenbergen een gemeente zijn waarin mens en natuur in balans leven. Bomen dragen bij aan een gezonde leefomgeving en hebben een bewezen positief effect op mentaal, fysiek en sociaal welzijn. Daarmee reikt de waarde van bomen verder dan alleen de voorgaande thema’s, ze zijn ook van belang voor gezondheid, beleving en gemeenschapsvorming. Om deze baten van bomen voor alle inwoners binnen handbereik te hebben hanteert de gemeente de 3-30-300 richtlijn (Figuur 3-3):
Vanuit elke woning zicht op een continue groenvoorziening met tenminste drie bomen; 30% schaduw op buurtniveau en 40% schaduw op belangrijke loop- en fietsroutes; Maximaal 300 meter loopafstand tot een groene, koele en publiek toegankelijke verblijfsplek van minimaal 200 m².
De “30” richtlijn kan ook worden ingevuld door 30% groene inrichting en 2,2 m3 boomkroonvolume per m2 openbare ruimte. De landelijke bomennorm spreekt van boomkroonvolume omdat de meerwaarde van bomen voor alle disciplines in de driedimensionale waarde tot zijn recht komt. Prioriteit voor het voldoen aan de richtlijn wordt gegeven aan sterk versteende wijken en kernen en locaties met aandacht vanuit het sociaal domein.
Monumentale bomen en boomstructuren zijn aantrekkelijk en zorgen voor een herkenbare structuur en identiteit van een wijk of kern.
Waar mogelijk wordt met aanplant van bomen aangesloten op de historie van een gebied of locatie. Dit kan bijvoorbeeld door herstel van historische lanen en bos en behoud van oudere bomen en boomstructuren bij ontwikkeling van nieuwe wijken. In de toekomst kunnen bomen ook worden ingezet om de verkeersveiligheid te verbeteren op locaties waar dat een aandachtspunt is.
Het aanplanten van nieuw bos aan de kernranden hoort hier ook bij. Bossen zijn belangrijk voor aantrekkelijk wonen en voegen waarde toe aan huizen. In een groene, boomrijke omgeving is het prettiger werken. Daarom wordt ernaar gestreefd om ook op bedrijventerreinen bomen aan te planten. Dit zal deels worden gevraagd van de ondernemers zelf als CO2-compensatie.
Bomen vormen de groene ruggengraat tussen dorp en landschap door dorpsgroen en groen in het buitengebied te verbinden. Belangrijke loop-en fietsroutes worden begeleid door schaduwrijke lanen. Gemeente Steenbergen plant bomen aan om de ruimtelijke en recreatieve kwaliteit te verhogen en daarmee uitnodigende, groene entrees te creëren.
Inwoners hebben een sterke voorkeur aangegeven voor speel- en verblijfplekken mét bomen. Daarnaast worden clusters van bomen of bosplantsoen geprefereerd boven solitaire exemplaren (Bijlage 2). Daar waar het past in de openbare ruimte wordt hier rekening mee gehouden.
Wortelopdruk wordt voorkomen door een goede inrichting van de groeiplaats en opgelost waar nodig. Bij parkeerplaatsen worden de juiste soorten gekozen om overlast te voorkomen. Er worden geen grote clusters van dezelfde soort aangeplant om o.a. gevoeligheid door allergie te voorkomen. Goede communicatie, een afwegingskader en beslisboom bieden uitsluitsel bij vermeende overlast (tabel vaststellen overlast opgenomen in Bomenbeheerplan).
Om de visie te concretiseren sluit Steenbergen aan bij landelijke en provinciale normen, zoals die uit de Handreiking Groen in en om de stad, de Landelijke bomennorm en het Provinciaal Actieplan. Denk hierbij aan de richtlijnen ‘vijf bomen per inwoner’, ‘350–500 m² groene ruimte per woning aan de kernranden’ en de doelstelling ‘10% uitbreiding van het bosareaal’. Zo streeft Steenbergen naar een waardevolle boomrijke leefomgeving. De doelstellingen voor een waardevolle leefomgeving zijn samengevat in Tabel 3-3.
3.5 VITAAL BOMENBESTAND
Gemeente Steenbergen zet in op een veilig, vitaal en groeiend bomenbestand. Door een gevarieerd bomenbestand worden ziektes en plagen – zoals eikenprocessierups – beter voorkomen. Een ander voorbeeld is essentaksterfte, een boomziekte die zich in Nederland steeds verder verspreidt. Bijna een kwart van het bomenbestand van gemeente Steenbergen bestaat uit essen, waaronder enkele boomstructuren. Daarmee is er een risico op het in korte tijd en ongepland wegvallen van deze structuren. Om een dergelijk risico in de toekomst te vermijden wordt in het bomenbeleid ingezet op diversiteit in leeftijd en soorten.
Met name oudere, inheemse bomen hebben een significante waarde voor de ecologie. Bomen kunnen tot volle wasdom komen door goede groeiplaatscondities te creëren. Dit betekent dat er zorgvuldig wordt omgegaan met bodembewerking, plaatsing van jonge bomen en groeiplaatsinrichting.
Steenbergen kiest daarnaast voor natuurlijk bomenbeheer gericht op ouderdom en kwaliteit. Inwoners geven de voorkeur aan middelgrote en oude bomen (Bijlage 2). Het beheer sluit hierop aan door bomen en hun groeiplaats te beschermen. De conditie en vitaliteit van bomen wordt periodiek gemeten, gekoppeld aan regelmatig onderhoud. Dit draagt ook bij aan (boom)veiligheid.
Bij beheer aan bomen door groenaannemers worden de uitvoerders goed begeleid door toezichthouders vanuit de gemeente. Kansen worden onderzocht om het werkvoorzieningsschap aantrekkelijk te maken door ontwikkel- en doorgroeimogelijkheden.
Bomen beschermen mensen door hun bijdrage aan klimaatadaptatie. Andersom beschermt Steenbergen haar bomen zo goed als mogelijk tegen de gevolgen van klimaatverandering. De juiste boom staat op de juiste plaats. Door boomsoorten af te stemmen op de natuurlijke bodem, en het intact laten van oude bodems tijdens projecten, wordt de kwaliteit behouden. Dit betekent dat er zorgvuldig wordt omgegaan met bodembewerking, plaatsing van jonge bomen en groeiplaatsinrichting. De keuze voor een boomsoort is gebaseerd op de groeiplaats en, in het buitengebied, het landschapstype. Waar nodig worden in bebouwd gebied klimaatbestendige soorten gekozen. De boomgrootte is ook passend bij de omgeving.
Een extern gevaar is dat sommige eigenaren bomen op hun dijken willen kappen en de dijken als grasland gaan beheren. Daardoor vallen gaten in aaneengesloten bomenrijen, waarmee de functie als verbindingszone, bijvoorbeeld als vliegroute voor vleermuizen, verslechtert. Om onze bomen te beschermen tegen kap wordt gebruik gemaakt van boomwaarden en boomklassen (zie §4.4). Beschermde boomstructuren worden vergunningsplichtig beschermd onder Klasse II. Alle bomen worden ingedeeld in een beleidsklasse gebaseerd op onder andere de waarde voor biodiversiteit, klimaat en leefomgeving. De boomklasse zal leidend zijn in afwegingen zoals bij overlast of ruimtelijke ontwikkeling. Wanneer bomen toch gekapt moeten worden, en verplant niet mogelijk is, moet het boomkroonvolume gelijk blijven of toenemen door herplant (Figuur 3-4). Als dit niet op dezelfde locatie of niet direct mogelijk is, wordt de (monetaire) boomwaarde19,20 berekend en gestort in het Bomenfonds. Via dit fonds wordt geld geoormerkt voor de aan- en herplant van bomen. Voor privaat onderhouden bomen met de hoogste waarde stelt de gemeente beheersubsidie beschikbaar.
De bescherming en waarde van bomen wordt opgenomen in de Omgevingsvisie, de Bomenverordening en het Omgevingsplan van Steenbergen. Zo werken we aan een vitaal bomenbestand dat kan blijven bijdragen aan biodiversiteit, klimaat en een waardevolle leefomgeving. De doelstellingen voor een vitaal bomenbestand zijn samengevat in Tabel 3-4.
3.6 COMMUNICATIE EN BEWUSTWORDING
Een breed gedragen bomenbeleid vraagt om doelgerichte communicatie, zowel intern binnen de organisatie als extern, met raadsleden, beleidsmakers, inwoners, ondernemers, (vrijwillige) natuurorganisaties en andere betrokken partijen. Uit het participatietraject blijkt de grote belangstelling voor bomen. De gemeente wil dit vasthouden en benutten.
Gemeente Steenbergen stimuleert inwoners, bedrijven en andere overheden om actief bij te dragen door bomen aan te planten die de biodiversiteit, klimaatadaptatie en waardevolle leefomgeving versterken. We doen dit bijvoorbeeld door het instellen van een gemeentelijke subsidieregeling, herstelprojecten zoals boomplantacties, privaat beheer van boomspiegels, boomsafari’s en door te communiceren over het belang van bomen. Daarnaast heeft gemeente Steenbergen een Levensbos. Inwoners kunnen in het Levensbos een boom laten planten en onderhouden voor speciale gelegenheden. Dit is erg populair onder de inwoners en draagt bij aan draagvlak voor bomen. Eventueel wordt er een tweede Levensbos aangelegd of wordt voor iedere nieuwe inwoner een boom geplant of aangeboden aan het adres.
Samenwerking tussen gemeente en (lokale) groene organisaties wordt versterkt door regelmatige overlegmomenten en gezamenlijke projecten. Dit zorgt voor een gedeelde verantwoordelijkheid en een efficiëntere uitvoering van bijvoorbeeld vergroeningsprojecten.
Daarnaast moet er duidelijkheid zijn over het beleid en de manier waarop er afwegingen plaatsvinden met betrekking tot bomen. Denk hierbij aan afwegingen tussen aanleg van extra parkeerplaatsen of de aanplant van bomen in een straat. Concrete regels en uitgangspunten bieden duidelijkheid aan de interne organisatie, mede-overheden, inwoners en ondernemers.
Gemeente Steenbergen werkt aan haar verwachtingsmanagement door helder de kaders vanuit het bomenbeleid aan te geven (zie §4.5).
Bij (her)ontwikkeling van de openbare ruimte worden bomen integraal meegenomen in het ontwerp en de uiteindelijke realisatie. De Visiekaart is daar een integraal onderdeel van en geeft huidige en gewenste bomen en groen weer (zie §4.3). Deze is onderdeel van de Omgevingsvisie en laat, op niveau van het dorp en zijn omgeving, in samenhang zien hoe groene structuren en verbindingen nu en in de toekomst functioneren en welke prioriteiten daarin worden gesteld. De ambities op de thema’s biodiversiteit, klimaat, leefomgeving, vitaal bestand en communicatie komen samen in deze kaart.
Samen met de boomklassen geeft de Visiekaart de waarden van de bomen van Steenbergen weer. Boomklassen en -waarden worden bij ieder (her)inrichtingsproject berekend en (waar nodig) toegekend. Aan de hand hiervan worden beslissingen genomen. Het hieruit voortvloeiende beheer van bomen wordt niet vergeten en budget wordt tijdig beschikbaar gesteld.
AMBITIES, DOELSTELLINGEN EN ACTIES
- •
Er is voldoende draagvlak voor het bomenbeleid van de gemeente Steenbergen, zowel intern als extern (inwoners en samenwerkende partijen);
- •
In 2030 heeft de communicatie bijgedragen aan het bewustzijn van alle betrokkenen en is er een communicatiestrategie opgesteld in samenwerking met de communicatieadviseur;
- •
Daarnaast is de hele interne organisatie van de gemeente op de hoogte van het belang van bomen en wordt team Duurzaamheid (biodiversiteit) bij nieuwe initiatieven en projecten betrokken.
De doelstellingen voor communicatie en bewustwording zijn samengevat in Tabel 3-5. In §4.6 zijn aanbevelingen en acties verder uitgewerkt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen i) Beeldvorming en bewustwording, ii) Integratie van bomen in de gemeentelijke werkwijze en iii) Betrokkenheid van inwoners.
Hoofdstuk 4: Beleidsinstrumenten
4.1 INLEIDING
Om het bomenbeleid uit te voeren en sturen, worden verschillende beleidsinstrumenten ingezet. Deze zijn onder te verdelen in juridische, economische, communicatieve en organisatorische instrumenten:
- •
Juridisch: wettelijk en regulerend. Denk hierbij aan de Bomenverordening met vergunningsplicht, de Monumentale en Bijzondere bomenlijst en boomklassen of de Omgevingsplannen;
- •
Economisch: stimuleren of ontmoedigen door financiële prikkels. Compensatieplicht bij kap, subsidieregelingen en het Bomenfonds zijn hier voorbeelden van;
- •
Communicatief: informeren en betrekken van de samenleving en interne organisatie. Voorbeelden zijn digitale kaarten met de visie en informatie over waardevolle bomen;
- •
Organisatorisch: interne uitvoering van het beleid door middel van beheerplannen, onderhoudscontracten, boomveiligheidscontrole (BVC) en digitale bomenregistraties. Daarnaast over werkprocessen en integratie van bomen in de bedrijfsvoering.
Hoofdstuk 4 besteedt in willekeurige volgorde aandacht aan al deze soorten instrumenten.
4.2 REGEL 3-30-300
3-30-300 regel: invulling voor Steenbergen
3 bomen
Vanuit elke woning zicht op een continue groenvoorziening met ten minste drie bomen van 1e, 2e of 3e grootte
30 procent groene ruimte
30% groene inrichting met 2,2 m3 boomkroonvolume per m2 openbare ruimte en 40% schaduw op belangrijke loop- en fietsroutes
300 meter tot openbaar groen
Maximaal 300 meter loopafstand tot een groene, koele en publiek toegankelijke verblijfsplek van minimaal 200 m²
De 3-30-300 regel is een richtlijn die in 2021 werd gepresenteerd door urban forestry expert Cecil Konijnendijk. De regel helpt om na te denken en communiceren over het gebruik van bomen om de leefkwaliteit van mensen te verhogen. Met behulp van deze regel worden doelstellingen bepaald en kan gericht worden gemonitord. Veel gemeenten in Nederland en daarbuiten werken al met de 3-30-300-regel. Dit is de officiële website voor meer informatie.
Ook gemeente Steenbergen gaat deze richtlijn toepassen voor het integraal vormgeven van gemeentelijk groen gericht op klimaat, het versterken van biodiversiteit en een waardevolle leefomgeving. Bij ieder (her)inrichtingsproject wordt gestreefd naar het bereiken van de 3-30-300 richtlijn binnen het plangebied. Hierbij wordt een subtiele aanpassing gedaan door de focus te leggen op de combinatie van groene inrichting en boomkroonvolume in plaats van alleen op boomkroonoppervlak. Dit heeft meerdere voordelen. Kroonbedekking van 30% is voor sommige buurten erg ambitieus. Aan de andere kant kun je ook 30% kroonbedekking hebben terwijl de buurt vrijwel volledig verhard is. Om daadwerkelijk kwaliteit toe te voegen aan de openbare ruimte ligt de focus in Steenbergen op een 30% groene inrichting met 2,2 m3 boomkroonvolume per m2 openbare ruimte.
Reden hiervoor is dat de meerwaarde van bomen voor alle hier genoemde thema’s juist in de driedimensionale waarde tot zijn recht komt. Dit heeft bijvoorbeeld als voordeel dat er op een toekomstbestendige plek één grote, vitale boom kan worden geplant in plaats van één of meerdere kleine bomen die ieder decennium vervangen worden. Als een boom lang blijft staan, is er meer kans dat mensen een emotionele band met de boom opbouwen.
Om aan de richtlijn te voldoen wordt voornamelijk gebruik gemaakt van projecten in de openbare ruimte die vanuit andere beleidsvelden geïnitieerd worden. Een uitzondering wordt gemaakt voor sterk versteende wijken en kernen en voor locaties met aandacht vanuit het sociaal domein. Hier kan team Duurzaamheid het initiatief nemen om de inrichting van de openbare ruimte aan te passen om te voldoen aan de 3-30-300 richtlijn. Denk hierbij aan hitte-eilanden die uit klimaatstresstesten komen en locaties rondom speelplekken, bij ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en langs schoolroutes.
Om daarnaast te voldoen aan de klimaatdoelstellingen en opgaven vanuit het sociaal domein, zoals bevorderen van gezondheid en beweging, wordt de 3-30-300 ambitie aangevuld met 40% schaduw door de boomkroon op belangrijke loop- en fietsroutes. Andere richtlijnen die de gemeente hanteert zijn: vijf bomen per inwoner, 350–500 m² groene ruimte per woning aan de kernranden en 10% uitbreiding van het bosareaal. Deze verschillende richtlijnen worden integraal opgenomen in een Visiekaart en bij inrichtingsprojecten uitgewerkt. Uiteraard wordt er per project naar bomen gekeken vanuit alle thema’s: biodiversiteit, klimaat, leefomgeving, vitaliteit en communicatie.
Deze verschillende richtlijnen worden integraal opgenomen in een Visiekaart en bij inrichtingsprojecten uitgewerkt. Uiteraard wordt er per project naar bomen gekeken vanuit alle thema’s: biodiversiteit, klimaat, leefomgeving, vitaliteit en communicatie.
4.3 BELEIDSINTEGRATIE EN INRICHTING OPENBARE RUIMTE
ONTWERP
Vandaag de dag is het normaal dat de openbare ruimte meerdere functies tegelijk vervult. Het is de plek waar we recreëren en ons bewegen en waar de ondergrondse infrastuctuur ligt.
Daarbij is het een leefgebied van veel dier- en plantensoorten die de omgeving met ons delen. Tegelijkertijd komen er veel uitdagingen op ons af waardoor de openbare ruimte schaarser wordt of waarvoor in de openbare ruimte oplossingen gezocht moeten worden. Denk aan uitbreiding van het stedelijk gebied, de energietransitie en klimaatverandering. Hierdoor vragen inrichting en beheer van de openbare ruimte om integrale samenwerking tussen verschillende disciplines.
Gemeente Steenbergen heeft hierin al stappen gezet door te gaan werken met een Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) waarin onder andere de groennorm van 75 m² per woning is opgenomen. Ook wordt aansluiting gezocht bij het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) en het Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Door de verschillende doelstellingen vanuit dit beleidsplan op te nemen in de HIOR, het MJOP en IBOR krijgen bomen een prominentere plek binnen Steenbergen. Ook hierbij verdienen alle voornoemde vijf thema’s aandacht.
VISIEKAART
Het opstellen van de Omgevingsvisie biedt de kans om disciplines samen te brengen. Het is een moment om ambitieuze keuzes te maken in de toekomstige inrichting van gemeente Steenbergen. Denk aan een autoluwe dorpskern of het éénrichtingsverkeer maken van straten om ruimte te creëren. Bomen zijn een onmisbaar onderdeel van deze visie. Het opstellen van een Visiekaart met bomen en groen draagt bij aan het integreren van beleidsvelden in de Omgevingsvisie. De kaarten van de hoofdstructuren, vanuit het project Groenblauwe structuur- & ambitiekaart en het Klimaatkookboek vormen hiervoor een goede basis (Bijlage 1).
De doelstellingen voor biodiversiteit, klimaat, leefomgeving en vitaliteit van het bomenbestand komen samen in de Visiekaart.
INRICHTING
De Visiekaart bomen en groen wordt idealiter vertaald naar buurt- en straatniveau. Hierop staan de belangrijkste bomen en groen- en waterelementen om te voldoen aan de beleidsambities. Deze uitwerkingen vormen het toetsingskader bij (her)inrichtingstrajecten en kunnen eventueel worden toegelicht door de interne (bomen)deskundige vanuit team Duurzaamheid. Bij (her)inrichtingsprojecten wordt structureel afstemming gezocht met andere vakgebieden zoals wegen, riolering en net- en waterbeheer. Doel is om in een gebiedsgerichte planning synchronisatievoordelen te behalen. Hiermee wordt niet alleen voorkomen dat bomen vroegtijdig worden gekapt, maar ook gezorgd dat het bomenbestand op een duurzame manier kan worden uitgebreid. Door opgaven te integreren hoeft er maar één keer te worden gewerkt in de openbare ruimte. Dat voorkomt overlast voor inwoners en bespaart geld in de uitvoering.
Belangrijk is om hierbij ook naar de groeiplaats te kijken. Bomen hebben onder de grond voldoende doorwortelbare ruimte nodig om vitaal uit te kunnen groeien. De benodigde ruimte kan in concurrentie staan met de ruimte die nodig is voor nutsvoorzieningen, zoals kabels, leidingen en riolering, en kan verder beperkt worden door wegen, andere verharding en bebouwing. Er kunnen ondergrondse voorzieningen aangebracht worden die voorkomen dat boomwortels schade veroorzaken. Daarnaast heeft de bomenklankbordgroep aangegeven dat er behoefte is aan creatieve oplossingen zoals het verhogen van het maaiveld daar waar ruimte ondergronds ontbreekt. De bovengrondse ruimte voor bomen kan in concurrentie treden met de behoefte aan energieopwekking of bouwwerken. Afstemming in de ontwerpfase kan voorkomen dat in de toekomst knelpunten ontstaan.
Het Rekenprogramma Boommonitor19 van Norminstituut Bomen wordt gehanteerd om kengetallen van bomen voor projecten of een bomenontwerp door te rekenen en met elkaar te vergelijken. Het rekenprogramma maakt onder andere gebruik van boomkroonvolume.
INPASSEN, AANSLUITEN EN AANPLANTEN
In de ontwerpfase van (her)inrichtingsplannen wordt gekeken hoe bomen en overige beplanting kunnen worden ingepast en hoe zij bij kunnen dragen aan de ambities uitgewerkt in Hoofdstuk 3. Om deze integrale werkwijze structureel te borgen, worden standaard bij de opstart- en ontwerptrajecten medewerkers van team Duurzaamheid (biodiversiteit) betrokken. Projectleiders organiseren kick-off bijeenkomsten waarin ook het gebruik van de Visiekaart centraal staat. Hierbij worden de technische richtlijnen gehanteerd zoals opgenomen in het Handboek Bomen (zie Bijlage 4 van Bomenbeheerplan). Ook wordt aangesloten op de uitgangspunten vanuit DuurSamen: behouden, voorkomen, herstellen.
Daar waar de Visiekaart of het Bomenbeheerplan aangeven dat belangrijke bomen aanwezig zijn, of juist ontbreken, voor het behalen van specifieke doelstellingen krijgen deze bomen voorrang op andere inrichtingsopties zoals parkeervakken.
Dit geldt met name wanneer het gaat om (toekomstige) bomen van Klasse I of II (Tabel 4-1). Om het behalen van ambities op gebied van biodiversiteit, klimaat en leefomgeving te versnellen kan bij aanplant gebruik gemaakt worden van groot formaat bomen, eventueel bomen die verplant kunnen worden bij projecten binnen of buiten de gemeente. Als er bomen beschikbaar zijn voor verplant kunnen ontwerpers in hun plan ruimte reserveren voor een aantal volwassen bomen. Hiervoor moet budget zijn vanuit het Bomenfonds dat geoormerkt is voor ver- en aanplant van bomen.
GRONDPOSITIE
De fysieke ruimte is schaars. Wanneer er knelpunten uit de klimaatstresstest blijken, en de gemeente grondposities in kan nemen om te werken aan klimaatadaptatie en biodiversiteit, wordt dit onderzocht. Dit geldt ook voor doelen vanuit het bomenbeleid. Denk bijvoorbeeld aan het voldoen aan de 3-30-300 regel en de aanplant van bosrijk gebied aan de dorpsranden. Bij het ontwikkelen van handelingsperspectief voor grondzaken worden bomen en doelstellingen vanuit het bomenbeleidsplan
4.4 BOOMKLASSEN
Bomen zijn om uiteenlopende redenen waardevol (Hoofdstuk 2). Met name oudere en grotere bomen nemen een bijzondere plaats in. Bomen leven erg lang, normaliter vaak langer dan een mens. Deze bomen vormen daardoor de verbinding tussen het verleden en heden. Ook om die reden hechten inwoners vaak waarde aan oude bomen. Een gegeven is dat het lang duurt voordat een boom volgroeid is en optimaal ecosysteemdiensten levert. In de tussentijd zijn er veel bedreigingen en kortetermijnbelangen die kunnen resulteren in een voortijdig einde voor de boom. Om bomen hiertegen te beschermen wordt een beleidsstatus of structuur met een bescherming toegekend aan een boom. Dit wordt opgenomen in de Bomenverordening en krijgt uiteindelijk een plaats in de Omgevingsvisie en -plannen van gemeente Steenbergen.
Niet iedere boom is even behoudenswaardig of draagt evenveel bij aan de doelstellingen binnen de thema’s beschreven in hoofdstuk 2. Daarnaast zijn sommige bomen juist waardevol vanwege hun positie in een belangrijke boomstructuur.
Een goede en concrete indeling van bomen in beleidsklassen helpt bij het opstellen van regels en nemen van beslissingen in het kader van behoud. In gemeente Steenbergen worden hiervoor bomen ingedeeld in klassen gebaseerd op de ‘‘Handreiking Omgevingswet en Bomen 2021’’. Bomen kunnen zo de bescherming krijgen die bij hun waarde of functie past. Bij het aanwijzen van boomklassen kan de gemeente de classificatie zelf doen (bijvoorbeeld tijdens de BVC), een deskundige inschakelen om het (gehele) bomenbestand te inventariseren, en inwoners hierbij betrekken. Het voordeel van het inschakelen van deskundigen is dat het inventariseren snel, volledig en objectief gebeurt. Dat is van belang omdat ook bomen van derden (overige overheden en particulieren) een beleidsklasse I of II aangewezen kunnen krijgen.
In het verleden werden vooral waardevolle solitaire bomen en laanbomen met een infrastructurele functie in een hoge beleidsklasse geplaatst, maar ook op buurtniveau vervullen bomen binnen de thema’s klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid een grote rol. Vooral in het licht van de huidige en toekomstige ontwikkelingen zijn deze bomen hard nodig. De volgende beleidsklassen worden daarom gehanteerd. Deze zijn in de Bomenverordening gekoppeld aan juridische beschermingsregels.
KLASSE I - MONUMENTALE EN BIJZONDERE BOMEN
Bomen met de hoogste beschermingsstatus, ze zijn bijzonder en onvervangbaar vanwege de combinatie van hun unieke karakter en hoge (verwachte) leeftijd. Ze leveren een belangrijke bijdrage aan biodiversiteit, klimaat en een waardevolle leefomgeving, bijvoorbeeld vanwege cultuurhistorische waarde. Doorgaans zijn dat oudere beeldbepalende bomen, maar het kunnen ook jonge(re) bomen zijn die bewust aangeplant zijn of worden om in de toekomst deze functies te vervullen. Deze bijzondere bomen krijgen een groeiplaats en verzorging die gericht zijn op het maximaliseren van de levensduur.
Voorwaarden en kenmerken:
- •
Boom scoort minimaal 15 punten op de Scorelijst beoordeling monumentale status (Bomenverordening) of;
- •
Toekomstige monumentale boom, waaronder aanplant bedoeld om op termijn de monumentale status te krijgen;
- •
Altijd vergunningsplichtig;
- •
Zowel gemeentelijke bomen als bomen van derden kunnen onder klasse I vallen;
- •
Inwoners kunnen bomen bij de gemeente aanmelden voor toekenning van de Klasse I status. Deze bomen worden in opdracht van de gemeente door een bomencontroleur gecontroleerd en bij minimale score van 15 punten aan de Monumentale en Bijzondere bomenlijst toegevoegd;
- •
Lijst met klasse I bomen wordt jaarlijks geactualiseerd en vastgesteld door het College.
Bescherming:
Bomen met beleidsklasse I kennen de hoogste beschermingswaarde. Ook bij ziekte en stormschade wordt maximaal ingezet op behoud en bescherming van de boom, gericht op de functie van de boom en het boomkroonvolume (BKV). Waar en wanneer mogelijk wordt de optie om de boom te verplanten onderzocht. Ook de groeiplaats wordt beschermd. Werkzaamheden binnen de kroonprojectie zijn niet toegestaan, tenzij met een Boom Effect Analyse (BEA) is aangetoond dat de werkzaamheden, op basis van een goedgekeurd werkplan, schadevrij kunnen worden uitgevoerd.
Er wordt geen omgevingsvergunning verleend voor kap, tenzij sprake is van:
- •
Grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid;
- •
Ziekte die onherroepelijk tot de dood van de boom leidt.
De omgevingsvergunning voor kap op grond van voornoemde twee gevallen wordt alleen verleend indien uit de ingediende onderbouwing overtuigend volgt dat:
- •
De maatregel proportioneel is: de ingreep is beperkt tot het strikt noodzakelijke;
- •
De initiatiefnemer aantoonbare maatregelen voor mitigatie (herplant) neemt. Deze maatregelen zijn opgenomen in een herplantplan, hieraan gestelde eisen zijn beschreven in §4.6.1;
- •
Financiële compensatie in lijn met voorliggend Bomenbeleidsplan (§4.6.2; Fig. 4.3 en Tabel 4.3) plaatsvindt. Een compensatiebedrag is alleen verschuldigd wanneer herplant, met als vereiste volledig herstel van het BKV binnen 10 jaar, niet of slechts gedeeltelijk mogelijk is.
In geval van acute gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang kan het College toestemming geven tot het direct kappen (vellen) van een boom. Houder dient in dit geval binnen twee werkdagen na het vellen alsnog een aanvraag voor een omgevingsvergunning in. Zie voor nadere beschrijving het onderdeel ‘noodkap‘ onder §5.4.5. De wettelijke indieningsvereisten voor een aanvraag zijn opgenomen in het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast moet in de aanvraag voor de inhoudelijke beoordeling en afweging zijn opgenomen:
- •
Boomtechnisch rapport;
- •
Herplantplan gericht op herstel BKV conform de eisen gesteld in §4.6.1 en/of onderbouwing financiële compensatie in het Bomenfonds indien herplant niet of gedeeltelijk mogelijk is.
De bewijslast ligt volledig bij de initiatiefnemer.
In geval van noodkap kan op onderdelen van de aanvraag een uitzondering gemaakt worden, afhankelijk van de specifieke situatie en omstandigheden waaronder de noodkap plaatsvond. Waar relevant dient ecologisch onderzoek, zoals een flora- en faunacheck, uitgevoerd te zijn, inclusief eventuele daaruit volgende maatregelen. De provincie is hiervoor bevoegd gezag.
KLASSE II - BOMEN DIE WAARDEVOLLE LANDSCHAPSELEMENTEN VORMEN
Deze bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefomgeving, biodiversiteit en klimaat en hebben daarmee een hoge beschermingswaarde. Structuurbomen kunnen landschappelijke lijnen accentueren, bijvoorbeeld doordat ze wegen of wateren binnen de hoofdinfrastructuur begeleiden. Deze, vaak lijnvormige, landschapselementen vormen belangrijke (ecologische) verbindingen tussen dorp en buitengebied. Ze zorgen voor karakter, identiteit en herkenning in bebouwd en buitengebied. Ook bomen in waardevolle landschapselementen zoals boomdijken en tiny forests kunnen hieronder vallen.
De bomen(rijen) die deze rol vervullen zijn onderdeel van de beschermde groenelementen en worden gecategoriseerd als Klasse II bomen (www.gemeente-steenbergen.nl). Wanneer nodig, in ieder geval iedere 10 jaar, wordt deze kaart geactualiseerd en vastgesteld door het college. Voor de actualisatie wordt gebruik gemaakt van gegevens die in relatie staan met de hoofdthema’s in dit Bomenbeleidsplan: biodiversiteit (ecologische verbindingen), klimaat (boomkroonbedekking, 3-30-300 regel) en leefomgeving (belangrijke fiets- en wandelpaden, recreatie, culturele en historische waarde).
Voorwaarden en kenmerken:
- •
Boom maakt onderdeel uit van de beschermde groenelementen in de gemeente. Zie www. gemeente-steenbergen.nl voor de kaart ‘Beschermde Groenelementen‘ waarop de klasse II bomen staan;
- •
Altijd vergunningsplichtig;
- •
Zowel gemeentelijke bomen (1e en 2e grootte) als bomen van derden (boomhoogte >6 m) kunnen onder klasse II vallen.
Bescherming:
Bomen in deze structuren worden net als beleidsklasse I extra beschermd in de Bomenverordening. Bij ziekte en stormschade wordt maximaal ingezet op behoud van de boom. Waar en waneer mogelijk wordt de optie om de boom te verplanten onderzocht. Bescherming is gericht op behoud of versterking van de bomenstructuur en het totale BKV.
Wanneer dit meer gebaat is bij dunning kan hiertoe worden overgegaan (zie §4.5.4 Uitzondering: vergunningsvrije kap van Klasse I en II bomen). Werkzaamheden binnen de kroonprojectie zijn toegestaan mits gewerkt wordt volgens de uitgangspunten beschreven in §4.6 (Werkzaamheden rondom bomen) van het Bomenbeheerplan.
Er wordt geen omgevingsvergunning verleend voor kap, tenzij sprake is van:
- •
Ziekte die onherroepelijk tot de dood van de boom leidt;
- •
Groot gemeenschappelijk belang.
Onder ‘groot gemeenschappelijk belang’ wordt verstaan: een concreet, zwaarwegend en aantoonbaar collectief belang dat het individuele of lokale belang van boombehoud overstijgt en waarvoor geen redelijk alternatief beschikbaar is. Voorbeelden van categorieën van groot gemeenschappelijk belang zijn:
- 1.
Openbare veiligheid of gezondheid (bijv. onomkeerbare risico’s voor veel personen, calamiteitenpreventie). Zie ‘noodkap‘ onder §5.4.5 in geval van een acute situatie;
- 2.
Wettelijke taken of verplichtingen van overheden (zoals dijkversterking, waterveiligheid, sanering, uitvoering rechterlijke uitspraken);
- 3.
Planologische verplichtingen waarbij realisatie op betreffende locatie noodzakelijk is;
- 4.
Aanleg, verzwaring, noodzakelijke verlegging of instandhouding van primaire infrastructuur en nutsvoorzieningen;
- 5.
Projecten met bewezen maatschappelijke meerwaarde op het gebied van milieu, klimaat(adaptatie) of ecologisch herstel.
De wettelijke indieningsvereisten voor een aanvraag zijn opgenomen in het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast wordt de omgevingsvergunning voor kap op grond van groot gemeenschappelijk belang alleen verleend indien uit de ingediende onderbouwing overtuigend volgt dat:
- 1.
Het gemeenschappelijk belang concreet, dringend en niet anderszins in te vullen is;
- 2.
Er geen mogelijkheid was om boom te verplanten en alternatieven voor projectlocatie of ontwerpaanpassingen, die behoud mogelijk maken, aantoonbaar zijn onderzocht en afgevallen (toets van alternatieven);
- 3.
De maatregel proportioneel is: de ingreep is beperkt tot het strikt noodzakelijke;
- 4.
De initiatiefnemer aantoonbare maatregelen voor mitigatie (herplant) neemt. De aanpak voor herplant is opgenomen in een herplantplan gericht op herstel BKV conform de eisen gesteld in §4.6.1;
- 5.
Financiële compensatie in lijn met voorliggend Bomenbeleidsplan (§4.6.2; Fig. 4.3 en Tabel 4.3) plaatsvindt. Een compensatiebedrag is alleen verschuldigd wanneer verplanten of herplant, met als vereiste volledig herstel van het BKV binnen 10 jaar, niet of slechts gedeeltelijk mogelijk is;
- 6.
De maatschappelijke baten van de voorgenomen ontwikkeling op de thema’s leefomgeving, klimaat, ecologie/biodiversiteit en/of economie overtuigend de waarde van de boom overstijgen. Hiervoor is een kosten/ baten- of maatschappelijk nut-analyse ,die de baten concretiseert, uitgevoerd. De monetaire boomwaarde wordt berekend conform de NVTB-richtlijn Boomwaarde, de Boomwaarde-indextabel van Norminstituut Bomen of een vergelijkbare erkende methode. De Boomwaarde-indextabel is gebaseerd op het BKV (m3) van de boom en de daaraan gerelateerde bijdrage aan omgevingsfuncties en ecosysteemdiensten.
In geval er sprake is van ziekte die onherroepelijk tot de dood van de boom leidt, wordt voor de inhoudelijke beoordeling een boomtechnisch rapport verlangd en een herplantplan gericht op herstel BKV (zie eisen §4.6.1) en/of financiële compensatie in het Bomenfonds indien herplant niet of gedeeltelijk mogelijk is. De bewijslast ligt volledig bij de initiatiefnemer. In geval van noodkap kan op onderdelen van de aanvraag een uitzondering gemaakt worden, afhankelijk van de specifieke situatie en omstandigheden waaronder de noodkap plaatsvond. Waar relevant dient ecologisch onderzoek, zoals een flora- en faunacheck, uitgevoerd te zijn, inclusief eventuele daaruit volgende maatregelen. De provincie is hiervoor bevoegd gezag.
KLASSE III - REGULIERE OMGEVINGSBOMEN
(Laan)bomen die niet vallen onder de hoofdstructuren of bos. Deze bomen kunnen wel functies voor biodiversiteit en klimaat vervullen maar zijn met name waardevol vanwege de leefomgeving en persoonlijke waarde voor de buurtbewoners.
Voorwaarden en kenmerken:
- •
1e, 2e of 3e grootte bomen;
- •
Geen vergunningsplicht;
- •
Geldt alleen voor gemeentelijke bomen
Bescherming:
Voor Klasse III bomen geldt geen bijzondere status wat betreft vergunningsplicht maar wel reguliere bescherming.
- •
Bij afweging om boom te kappen geldt interne afstemming met afdeling Duurzaamheid over mogelijkheden waarbij de volgende prioritering aangehouden wordt: verplant > herplant met herstel BKV binnen 10 jaar > herplant met gedeeltelijk herstel BKV binnen 10 jaar en deels financiële compensatie > geen herplant mogelijk dus financiële compensatie;
- •
Een flora- en faunacheck is uitgevoerd, inclusief eventuele daaruit volgende maatregelen. De provincie is hiervoor bevoegd gezag;
- •
Bij ziekte of stormschade: behoud waar mogelijk, anders vervanging;
- •
Werkzaamheden binnen de kroonprojectie zijn toegestaan mits gewerkt wordt volgens de uitgangspunten beschreven in §4.6 (Werkzaamheden rondom bomen) van het Bomenbeheerplan;
- •
Essentiële bomen (bijv. in versteende buurten, ter uitvoering van de 3-30-300-regel of bijzondere biodiversiteitswaarde) kunnen opschalen naar Klasse I of II;
- •
Overlast, beoordeeld op basis van het puntensysteem opgenomen in het Bomenbeheerplan, kan aanleiding zijn over te gaan tot kap wanneer er geen andere oplossing is.
KLASSE IV - BOMEN ZONDER SPECIFIEKE STATUS
Kleine bomen (volgroeid tot ~4 m), vormbomen of soorten met korte omlooptijd. Deze bomen zijn vaak eenvoudig vervangbaar door herplant. Ze dragen over het algemeen minder bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en de waarde van de leefomgeving.
Voorwaarden en kenmerken:
- •
Korte omlooptijd (<30 jaar);
- •
Kleine bomen (3e grootte) of vormbomen met een speciale snoeiwijze;
- •
Geen vergunningsplicht;
- •
Geldt alleen voor gemeentelijke bomen.
Bescherming:
De gemeente beschouwt de bomen, ook zonder status wat betreft vergunningsplicht, als belangrijke en volwaardige onderdelen van de openbare ruimte. Daarom zullen ook deze bomen met grote terughoudendheid behandeld worden:
- •
Bij afweging om boom te kappen geldt interne afstemming met afdeling Duurzaamheid;
- •
Een flora- en faunacheck is uitgevoerd, inclusief eventuele daaruit volgende maatregelen. De provincie is hiervoor bevoegd gezag;
- •
Kap mogelijk na boomwaardebeoordeling. Waarde wordt gebruikt voor herplant of gestort in het Bomenfonds;
- •
Bij ziekte of stormschade volgt vervanging;
- •
Overlast, beoordeeld op basis van puntensysteem opgenomen in het Bomenbeheerplan, kan aanleiding zijn over te gaan tot kap wanneer er geen andere oplossing is.
4.5 BOOMKLASSE AMBITIES
Gemeente Steenbergen streeft naar de leeftijden per boombeleidsklasse zoals opgenomen in het Bomenbeheerplan. Voor deze leeftijden zijn goede groeiplaatsomstandigheden nodig. In deze tabel is de ideale groeiplaatsgrootte aangegeven en welk kwaliteitsniveau daarbij minimaal nodig is, op basis van de indeling van Rekenprogramma Boommonitor19 (optimaal, redelijk, marginaal).
Daarnaast is de verdeling over de boomklassen van belang. Omdat dit een nog nieuwe systematiek is, zal eerst het huidige aandeel per boomklasse in kaart worden gebracht. Daarna worden doelstellingen opgesteld voor een gewenste verdeling van het bomenbestand over de boomklassen. Als leidraad kan hiervoor het Norminstituut Bomen worden gevolgd. In het Bomenbeheerplan Steenbergen 2026-2031 zijn ambities weergegeven voor een verdeling van het bomenbestand over beleidsklassen. Hierbij is het van belang om het aandeel Klasse IV laag te houden door bijvoorbeeld geen nieuwe bomen te kandelaberen. De ambities kunnen na vijf jaar worden geëvalueerd en bijgesteld in een geactualiseerd bomenbeheerplan.
4.6 BESCHERMING
Gemeente Steenbergen heeft de ambitie om het bomenbestand uit te breiden en het boomkroonvolume te vergroten. Goede zorg voor bestaande bomen is onderdeel van een effectieve strategie richting een bomenrijke gemeente. Met name de bescherming van grotere bomen draagt bij aan een netto positief boomkroonvolume.
Uit deze ambitie volgen de hierna beschreven specifieke richtlijnen voor herplant, compensatie, en overlastbepaling.
-
4.6.1 EISEN HERPLANTPLAN KLASSE I EN II BOMEN
Sinds 2022 gold in de gemeente een dubbele herplantplicht. Voor een gekapte boom op gemeentegrond werden twee nieuwe bomen in de buurt van de kaplocatie aangeplant. In 2025 is gemeente Steenbergen gaan werken met boomkroonvolumes. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat er twee kleine bomen (3e grootte) geplant worden ter vervanging van een grote boom (1e grootte). Hiermee zou het netto kroonvolume namelijk afnemen. Daarnaast wordt er bij de herplant van bomen gekeken naar behoud van functie van de gekapte boom (Klasse I) en van de structuur waar de boom deel van uitmaakte (Klasse II). Aan een herplantplan worden de volgende eisen gesteld:
- •
Exacte locatie van kap en beoogde herplant in een situatietekening of GIS-kaart, inclusief onderbouwing van geschiktheid van de locatie (bodem, ruimte en waterhuishouding);
- •
Herplantlocatie binnen hetzelfde perceel of in de directe omgeving. Als dit niet kan: in openbaar groen in de gemeente;
- •
Het te compenseren BKV en het beoogde BKV van de herplant na 10 jaar;
- •
Specificaties van de herplant: soort, aantal, maatvoering en plantwijze (boomspiegel, boompalen, grondverbetering), met gebruik van inheemse of streekeigen soorten tenzij gemotiveerd anders;
- •
Uitvoertermijn voor herplant: binnen één plantseizoen na het kappen;
- •
Bescherming, nazorg en instandhouding: ten minste voor een periode van 3 jaar, bij uitval binnen deze periode moet een nieuwe boom worden aangeplant;
- •
Monitoring en rapportage van herplant op basis van fotoregistratie;
- •
Bij uitzondering: alternatieve compensatie in geld, middels storting in het Bomenfonds, wanneer herplant niet mogelijk is (zie Fig. 4-3 en Tabel 4-2).
Bij uitval, achterstallig beheer of afwijking van het herplantplan komt het niet-gerealiseerde BKV volledig voor rekening van de vergunninghouder.
- •
-
4.6.2 COMPENSATIE KLASSE I EN II BOMEN
Het (gedeeltelijke) verlies van boomkroonvolume betekent een verlies aan hemelwaterregulering, afvang van vervuilende stoffen, koolstofopslag, schaduwwerking, biodiversiteit en meer. De ecosysteemdiensten kunnen kwantitatief berekend en omgezet in euro’s worden. Deze zogeheten monetaire boomwaarde wordt gebruikt om de financiële compensatie door rechtspersonen te bepalen in het geval een Klasse I of II boom moet wijken. Voor natuurlijke personen (zij die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf) wordt hiervoor een vast bedrag conform compensatietabel 4-2 gehanteerd. Financiële compensatie door storting in het gemeentelijk Bomenfonds vindt in de volgende situaties plaats (Fig. 4-3):
- •
Wanneer herplant zowel op de kaplocatie als andere locatie in openbare ruimte van de gemeente niet of slechts beperkt mogelijk is. Zie Tabel 4-2 voor compensatiebedragen en aanvullende bepalingen;
- •
Onvoldoende herstel BKV binnen 10 jaar. Wanneer de herplant het volledige BKV niet binnen tien jaar hersteld heeft, wordt het resterende tekort financieel gecompenseerd;
- •
Illegale kap. Bij illegale kap wordt een financiële compensatie opgelegd conform de aanvullende bepaling in Tabel 4-2. Deze verplichting staat los van eventuele boetes of andere juridische maatregelen.
In het geval er voor meerdere bomen een omgevingsvergunning voor kap aangevraagd wordt, of meerdere bomen illegaal gekapt zijn, wordt een factor x1,10 op het totaalbedrag gehanteerd (Tabel 4-2).
HET BOMENFONDS
Compensatiegeld wordt in het gemeentelijk Bomenfonds gestort waarbinnen geld voor bomen wordt geoormerkt. Onttrekkingen uit het Bomenfonds zijn alleen toegestaan voor bestedingen aan de volgende doelen:
- •
Aanplant van bomen voor het halen van de doelstellingen zoals vastgelegd in voorliggend Bomenbeleidsplan;
- •
Aanplant van bomen voor het halen van de doelstellingen zoals vastgelegd in het vigerende Bomenbeheerplan;
- •
Voorstellen gebaseerd op de Groenblauwe structuur en Ambitie- of Visiekaart;
- •
Grondaankoop ten behoeve van de aanplant voor bovenstaande doelen;
- •
Verbeteren van de conditie of groeiplaats van bomen, met prioriteit voor Klasse I.
TOEZICHT EN HANDHAVING
De gemeente ondersteunt initiatiefnemers bij een zorgvuldige uitvoering van de herplant- en compensatieplicht. Toezicht richt zich op het bevorderen van kwaliteit en nazorg: na kap wordt gecontroleerd of de herplant tijdig en volgens afspraak is uitgevoerd. Indien herplant niet aanslaat, wordt samen met de vergunninghouder gezocht naar een passende vervangende oplossing. De gemeente controleert (jaarlijks) op basis van luchtfoto’s en door initiatiefnemer aangeleverde rapportage van herplant (fotoregistratie) of de vergunningsplichtige bomen nog aanwezig zijn en na 10 jaar of het volledige BKV met de herplant hersteld is.
- •
-
4.6.3 UITZONDERING: VERGUNNINGSVRIJE KAP VAN KLASSE I EN II BOMEN
In het volgende specifieke geval kan een boom met beschermde status onder klasse I of II alsnog vergunningsvrij worden verklaard: dunning ten behoeve van het bevorderen van de uitgroei van een nabije boom en/of behoud of versterking van de bomenstructuur waar de boom onderdeel van uitmaakt. De kap/dunning is aantoonbaar noodzakelijk voor de duurzame instandhouding van de structuur of een naastgelegen, toekomstbestendige boom (licht, ruimte, water, stabiliteit, kroonontwikkeling). Vereist vooraf schriftelijke toestemming van het college.
Regels en gevolgen:
- •
Bij terechte onderbouwing wordt de boom vergunningsvrij verklaard;
- •
In dit specifieke geval geldt, na vergunningsvrij verklaring, geen herplant- of financiële compensatieplicht;
- •
Wordt de boom gekapt terwijl vooraf geen toestemming is gevraagd of de onderbouwing wordt ongegrond verklaard, dan is sprake van illegale kap en volgt een financiële compensatieplicht ( zie ‘Illegale kap’ onder §4.6.2).
- •
-
4.6.4 OVERLASTBEPALING KLASSE III EN IV BOMEN
Overlast door bomen is lastig te definiëren. Niet elke ‘overlast’ is rechtmatig. Wat de één als overlast ervaart, levert voor de ander juist een positieve bijdrage. In sommige gevallen is enige mate van ‘hinder’ normaal. Er bestaat ‘overlast’ die in redelijkheid geaccepteerd moet worden.
De bekendste klachten over bomen zijn: blad- en vruchtval, wortelopdruk, beperking van lichtinval en stuifmeel (pollen). Bomenbeleid en -beheer zijn bedoeld om daar waar nodig overlast door bomen te voorkomen. In het Bomenbeheerplan is een puntensysteem gepresenteerd aan de hand waarvan de gemeente een melding van overlast objectief kan beoordelen. Hieruit volgt of er sprake is van:
- •
matig tot geen overlast;
- •
grote tot ernstige overlast;
- •
zeer ernstige overlast.
BLAD- EN VRUCHTVAL
Biologische processen van de boom (blad- en vruchtval, stuifmeel, pluisvorming, insecten of het zogenaamde ‘druipen’ van bomen) vormen geen onderdeel van de overlastcriteria en worden gezien als te dulden ongemak. Twee uitzonderingen hierop vormen:
- •
aantoonbaar wederkerend en onevenredig
- •
financieel nadeel, en een sterk verhoogde frequentie van onderhoud aan eigendommen als gevolg van biologische processen van de boom.
WORTELOPDRUK
Boomwortels kunnen door hun toenemende diktegroei de verharding naar boven drukken, als gevolg waarvan schade kan ontstaan.
Wortelopdruk is vaak een gevolg van een niet goed ingerichte groeiplaats. Overlast door wortelopdruk kan worden voorkomen of hersteld. Vandaar dat punten alleen worden toegekend als er geen alternatief voorhanden is om de overlast op te lossen én als herstraten van de verharding frequent noodzakelijk is.
SCHADUW EN UITZICHT
Veel meldingen van overlast gaan over de schaduwwerking van bomen. Hoewel dit vaak juist een positieve eigenschap is die bijdraagt aan klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving, kan de beperking van uitzicht of lichtinval ook ‘‘overlast’’ veroorzaken. Wanneer de ramen van het woongedeelte van een huis of appartement volledig worden afgeschermd door de boomkroon is er sprake van ernstige overlast. Een boomkroon op minder dan drie meter ten zuiden van de woonkamer op de begane grond kan matig overlast veroorzaken. Een lichte rendementsvermindering als gevolg van schaduwval op zonnepanelen of -collectoren wordt als matig tot geen overlast beschouwd. De boom is vaak al (veel) eerder aangeplant en de omlooptijd is vele malen hoger dan die van de zonnepanelen. Snoei van probleemtakken op een boomtechnisch verantwoorde wijze kan eventueel een compromis vormen. Bij vervanging kan rekening worden gehouden met de vrije ruimte voor zonnepanelen.
POLLEN EN BOOMGASTEN
Onder overlast worden allergische aandoeningen en gezondheidsklachten niet meegenomen. De reden hiervoor is dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het kappen van pollenproducerende bomen lokaal geen positief effect heeft. Overlastgevende pollen verspreiden zich over meerdere kilometers door middel van wind. De gemeente voorkomt een evenredig groot aandeel van dezelfde boomsoort binnen een wijk door diversiteit van het bomenbestand.
NIET PASSENDE GROOTTE
Grote bomen zijn beeldbepalend en dragen bij aan sfeer en een waardevolle leefomgeving.
Bomen worden echter klein geplant en worden na enkele decennia soms zo groot dat ze niet goed meer passen in de bovengrondse ruimte. Als het kroonoppervlak van de boom meer dan 50% van de totale tuin beslaat, inclusief het eventueel verharde deel, is sprake van een zeer groot kroonoppervlak.
TOEGANKELIJKHEID
Een boom kan op een onhandige plek staan waardoor een terrein (deels) niet meer toegankelijk is. Er is sprake van grote belemmering als door de aanwezigheid van de boom een terrein, geheel of gedeeltelijk, niet of nauwelijks toegankelijk is, niet onderhouden kan worden of alleen op een alternatieve manier die aantoonbaar wederkerend en onevenredig financieel nadeel met zich meebrengt.
SCHADE AAN BOUWWERK
Er is sprake van overlast als een boom op minder dan 5 meter (gemeten vanuit het hart van de stam) van een bouwwerk staat. Dit kan namelijk leiden tot schade aan het gebouw.
GELUIDSHINDER
Niet opgenomen in het puntensysteem, maar wel relevant om te noemen, is overlast tijdens beheer en onderhoud aan bomen. Geluidshinder is vaak onvermijdelijk bij uitvoering van onderhoudswerkzaamheden aan bomen. De mate van overlast wordt voor een belangrijk deel bepaald door het soort machines dat wordt ingezet. Machines die werken op verbrandingsmotoren produceren meer decibellen dan elektrisch aangedreven machines. Dit is een aanvullende motivatie om de inzet van klein materieel te vervangen of om aannemers te kiezen die gebruik maken van geluidsarme machines en handgereedschap (zie §5.2.4).
- •
4.7 COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE
-
4.7.1 INLEIDING
Een breed gedragen bomenbeleid vraagt om doelgerichte communicatie en participatie, zowel intern (binnen de gemeentelijke organisatie) als extern (met raadsleden, inwoners, ondernemers, (vrijwillige) natuurorganisaties en andere betrokken partijen). Uit het participatietraject, dat is uitgevoerd tijdens de totstandkoming van het bomenbeleidsplan, blijkt dat binnen al deze groepen een grote belangstelling is voor bomen.
Daarnaast is het belangrijk dat het bomenbeleid, en de manier waarop afwegingen worden gemaakt met betrekking tot bomen, helder is voor iedereen. Denk aan de aanleg van bijvoorbeeld extra parkeerplaatsen of de aanplant van bomen in een straat. Concrete regels en uitgangspunten bieden duidelijkheid aan de interne organisatie, andere overheden, inwoners en ondernemers.
Door heldere kaders vanuit het bomenbeleidsplan te geven werkt gemeente Steenbergen aan verwachtingsmanagement. De gemeente Steenbergen wil bereiken dat bij (her)ontwikkeling van de openbare ruimte bomen integraal worden meegenomen in het ontwerp en de uiteindelijke realisatie. Daarvoor is het nodig dat bomen bij alle betrokkenen op het netvlies komen.
Om bovenstaande ambities te realiseren en acties uit het bomenbeleidsplan succesvol uit te voeren zijn communicatie en participatie een onmisbare factor. Communicatie draagt bij aan voldoende draagvlak voor beleidskeuzes rondom de bomen in de gemeente en aan de bereidheid van mensen om zelf actief mee te werken om de ambities uit het bomenbeleidsplan te realiseren. Het vervolg van deze paragraaf geeft in hoofdlijnen weer welke strategische keuzes worden gemaakt voor communicatie en participatie over (onderwerpen uit) het bomenbeleidsplan.
-
4.7.2 AANSLUITEN OP BELEID
COMMUNICATIESTRATEGIE DUURZAAMHEID
Voor de communicatie-uitingen over bomen gelden nagenoeg alle punten uit de bestaande communicatiestrategie Duurzaamheid: de uitgangspunten, framing, het bieden van handelingsperspectief, heldere taal, creatieve communicatie en participatie. Het onderwerp bomen sluit immers qua inhoud naadloos aan op de onderwerpen die worden gecommuniceerd volgens deze strategie. Door te communiceren en content te maken volgens dezelfde uitgangspunten, houdt de gemeente grip op de inhoud, stijl en dus de synergie van alle uitingen. Deze keuze maakt bovendien het communiceren en maken van content rondom het bomenbeleidsplan werkbaarder en overzichtelijker: er geldt immers eenzelfde werkwijze. Daarbij is er sprake van kruisbestuiving en overlap. Het bomenbeleid wordt in de communicatie gepositioneerd als zichtbare en tastbare invulling van de thema’s biodiversiteit, klimaatadaptatie en participatie.
PARTICIPATIEBELEID
De gemeente Steenbergen heeft in 2023 een participatiebeleid vastgesteld. Het versterken van de samenwerking met inwoners, bedrijven en organisaties staat hoog op de agenda van de gemeente Steenbergen. Binnen het thema Duurzaamheid is participatie van groot belang. De complexiteit en reikwijdte van de opgave en de vele onzekerheden maakt het belang van samenwerking, draagvlak en kennisdeling alleen maar groter. Samen weten we veel meer.
Dit geldt ook voor alles wat met bomen te maken heeft. De juiste inzet van participatie draagt bij aan het realiseren van doelen en ambities uit het bomenbeleidsplan. Het niveau van participatie binnen de verschillende projecten is uiteenlopend. Daarvoor werkt de gemeente met de participatieladder: van informeren (vooral vanuit communicatieperspectief), via inspreken, consulteren, samenwerken, naar delegeren.
De hoogste trede van de participatieladder is zelfbestuur. Wanneer een actie of project voortvloeit uit het bomenbeleidsplan, stelt de gemeente waar gewenst een participatieplan op volgens het vastgestelde participatiebeleid.
-
4.7.3 KERNBOODSCHAP EN DOELEN
De kernboodschap uit de communicatiestrategie Duurzaamheid bevat de elementen die ook voor de bomen van gemeente Steenbergen zo belangrijk zijn. Bewustwording over bomen, kennis van bomen, samen werken aan een gezond bomenbestand in de gemeente, voor nu en in de toekomst. Onderstaande zinnen uit de kernboodschap gelden ook voor onze bomen: ‘‘De gemeente Steenbergen is de groenblauwe parel van West-Brabant. Dat willen we zo houden. Nu en in de toekomst. Daarom willen we samen de verandering van het klimaat en de achteruitgang van onze mooie natuur tegengaan. We willen ons tegelijkertijd aanpassen aan een veranderend klimaat, om overlast thuis of in de buurt te voorkomen en een prettige en veilige leefomgeving te garanderen.’’
COMMUNICATIEDOELEN (AMBITIES)
Communicatie over het bomenbeleidsplan en alle projecten die daaruit volgen draagt bij aan het geschetste beeld in de kernboodschap.
De communicatiedoelen zijn op strategisch niveau omschreven. Deze doelen worden concreet en SMART in de communicatie- en participatieplannen die de gemeente maakt voor specifieke acties en projecten die voortvloeien uit het bomenbeleidsplan.
BEWUSTWORDING STIMULEREN
In 2030 heeft de communicatie over bomen en het bomenbeleidsplan ervoor gezorgd dat alle betrokkenen meer weten over bomen in het algemeen en in de gemeente Steenbergen in het bijzonder. Daarnaast over de functie van bomen in de openbare ruimte, denk aan de relatie tussen bomen en biodiversiteit, hun plek in het ecosysteem, het belang van ecologische verbindingen en aaneengesloten boomstructuren, de rol van bomen voor onze gezondheid en bij het tegengaan van de effecten van klimaatverandering. Het is voor iedereen duidelijk dat meer gezonde bomen urgent zijn.
Kaders en keuzes uit het bomenbeleidsplan toelichten. In 2030 heeft de communicatie over het bomenbeleidsplan bijgedragen aan het creëren van voldoende draagvlak (en dus ook minder weerstand als die er is) onder alle betrokkenen voor het bomenbeleid in de gemeente Steenbergen. Het draagvlak wordt in 2030 middels een enquête onderzocht.
PARTICIPATIE EN SAMENWERKING STIMULEREN
In 2030 heeft de communicatie over acties die voortvloeien uit het bomenbeleidsplan bijgedragen aan het bewustzijn van alle betrokkenen dat ieder zijn rol heeft in het vergroten en versterken van het bomenbestand in de gemeente. De bereidheid om actief bij te dragen is groter geworden, iedere doelgroep op een eigen manier. En het handelingsperspectief is duidelijk. Inwoners zijn bijvoorbeeld bereid bomen op eigen grond aan te planten of een boomspiegel te verzorgen en weten hoe ze dat kunnen aanpakken. Externe stakeholders en grondbezitters (in het buitengebied) willen met de gemeente samenwerken om boomstructuren en ecologische verbindingen te creëren en/of in stand te houden en weten welke subsidies er zijn. Interne medewerkers nemen team Duurzaamheid mee bij nieuwe projecten.
In een communicatieplan is doelgroepgericht werken een belangrijke factor. Er bestaan vaak interne en externe doelgroepen, als volgt gespecificeerd:
- •
Intern: afdelingen en ambassadeurs met een belangrijke (uitvoerende) opgave waar ook bomen een plek moeten krijgen, zoals beleidsmakers en uitvoerders die integraalwerken aan de openbare ruimte;
- •
Extern: inwoners – als mede-eigenaren van de leefomgeving en deelnemers aan vergroening. MKB-ondernemers, toeleveranciers, partners of uitvoerders – als mede-initiatiefnemers en uitvoerders van groene projecten.
CONCREET MAKEN
Wanneer een project of actie wordt opgezet op basis van het bomenbeleidsplan, stelt de gemeente een communicatie- en/ of participatieplan op met daarin onder meer de specifieke doelgroep, concretere communicatiedoelen (SMART) per doelgroep en (communicatie- en participatie)acties. Hiervoor wordt dus zo maximaal mogelijk aangesloten op de communicatiestrategie Duurzaamheid en het participatiebeleid van de gemeente. Daarnaast biedt voor concrete acties het programmaplan DuurSAMEN aanknopingspunten en aanpakken die waardevol en relevant zijn voor het bomenbeleid. Waar passend kan deze aanpak worden overgenomen voor de communicatie (en participatie) rondom het bomenbeleid.
Bijvoorbeeld:
- •
P1 Monitoring: communicatie draagt bij aan het zichtbaar maken van boomaanplant; adoptie, beheer en deelname aan vergroening;
- •
P4 Interne gedragsverandering: bewustwording binnen de organisatie over het belang van bomen als integraal onderdeel van projecten;
- •
P14 Groenblauwe structuurkaart: ruimtelijke inpassing van boomstructuren helder uitleggen aan bewoners en professionals;
- •
P15 Tuingeluk: bomen verbinden met acties voor vergroening van particuliere tuinen;
- •
-
4.7.4 BELANGRIJKE AANDACHTSPUNTEN
GEVOELIG ONDERWERP
Bij bomen gaat het vaak ook over emoties. Voor veel mensen staan bomen symbool voor iets wat voor hen waardevol is. Een specifieke boom roept bijvoorbeeld herinneringen op of staat op een plek die bijzonder voor hen is. Bomen staan vaak ook symbool voor ons verleden (stille overlevers) of misschien zelfs voor het leven op zichzelf. Daarmee is ook het kappen van bomen een gevoelig onderwerp. Tegelijkertijd worden bomen in de bebouwde omgeving ook wel als ‘lastig’ ervaren; schaduw waar dat niet altijd gewenst is, scheve stoepen door wortelopdruk, verlies van bladeren of vruchten kan als hinderlijk worden ervaren, enz. Het is belangrijk om in de communicatie rondom bomen deze gevoeligheid en emoties te borgen. Hoe dat kan, is situatie-afhankelijk en moet per onderwerp worden afgewogen. Door mensen over ‘hun’ boom te laten vertellen tijdens een participatietraject bijvoorbeeld en er vervolgens misschien wel een verhaal over te schrijven en te delen.
SAMENWERKING MET ANDERE OVERHEDEN
Natuurgebieden van Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat, waterschap Brabantse Delta en organisaties zoals Natuurmonumenten en Brabants Landschap vallen, net als particuliere bomen en landgoederen, niet onder gemeentelijk beheer. Veel van deze bomen vervullen wel een beeldbepalende rol in het landschap. Ook kunnen ze van belang zijn voor biodiversiteit en klimaat, bijvoorbeeld door het vormen van ecologische verbingingszones tussen bosrijke natuur. Denk bijvoorbeeld aan de boomdijken die in het beheer zijn van het waterschap. Samenwerking met deze partijen is nodig om belangrijke boomstructuren te behouden. De doelstellingen vanuit het bomenbeleidsplan worden actief bij deze partijen ingebracht. Ook wordt aansluiting gezocht op boomstructuren van naastgelegen gemeenten.
Een mogelijkheid voor gemeente Steenbergen is om als regiogemeente deel te nemen aan de Brabantse Wal van Trees for All. Dit project zorgt voor een aansluitend landschap binnen de Brabantse Wal en helpt bij het planten van meer bomen op zowel gemeente- als particuliere gronden.
SUBSIDIE EN BEGELEIDING
Gemeente Steenbergen hanteert een aantal regelingen die het bomenbestand kunnen bevorderen door financiële ondersteuning. Enkele hiervan zijn de Stimuleringsregeling landschap, ErvenPlus, het gratis inleveren van tuintegels tijdens het NK tegelwippen, subsidie voor Groenblauwe schoolpleinen, de regeling voor klimaat en natuur en beheerondersteuning voor Klasse I bomen op private grond. De mogelijkheid tot financiële ondersteuning wordt uitgebreid met de doelgroep gedeeld.
4.8 INZET VAN DATA EN HANDBOEK BOMEN
Om gerichter beleid te kunnen voeren is meer data nodig. Inzicht in de leeftijdsopbouw, vitaliteit en conditie van het bomenbestand is essentieel. De boomkroonoppervlakten, -volumes en (monetaire) boomwaarden zijn goede aanvullingen hierop, gemeente Steenbergen gaat deze de komende jaren in kaart brengen. Dit draagt bij aan gerichte sturing en meer inzicht in het bomenbestand en doelbereik vanuit het beleid.
Gemeente Steenbergen maakt gebruik van innovatieve technieken om gegevens over het bomenbestand efficiënt in kaart te brengen. Bijvoorbeeld gebruik van LIDAR-data, waarmee het boomkroonvolume en schaduwpercentage in beeld gebracht kunnen worden, en het Platform i-Tree Nederland. Zij werken aan de ontwikkeling van software om de baten van bomen op de omgeving inzichtelijk te maken en om te zetten in euro’s. Ook Norminstituut Bomen heeft hier een rekenprogramma voor. De Boomwaarde-indextabel, die daarmee samenhangt wordt door gemeente Steenbergen gehanteerd om de boomwaarde te berekenen bij compensatie. Het Norminstituut Bomen biedt ook het Handboek Bomen aan waar de gemeente een gebruikerslicentie voor heeft. Het handboek is gemaakt om de kwaliteitszorg voor bomen in de openbare ruimte te verbeteren en waarborgen. Gemeente Steenbergen gebruikt het handboek als richtlijn bij het bomenbeheer. Daarnaast heeft Groen als een Service (GAES) informatie over monitoring waar gemeenten gebruik van kunnen maken om de gegevens over hun bomenbestand aan te vullen.
De belangrijkste cijfers van het bomenbestand staan in de boompaspoorten. Eventueel kunnen deze gegevens gebundeld worden weergegeven in een openbaar beschikbaar dashboard. Hierop kunnen alle cijfers staan die relevant zijn voor het bomenbeleid en het doelbereik per ambitie. Een dergelijk dashboard kan worden gebruikt in de communicatie met andere beleidsvelden en voor beleidsmonitoring en evaluatie.
4.9 BELEIDSMONITORING EN EVALUATIE
Aan de hand van de belangrijkste bomengegevens wordt jaarlijks het beleid geëvalueerd. Dit vraagt om een cyclische aanpak waarin beleid, beheer en uitvoering met elkaar verbonden zijn. Figuur 4-4 laat de volgorde van de fasen hierin zien. Recente en concrete data is hierbij fundamenteel. Door systematisch te monitoren ontstaat inzicht in de effectiviteit van het beleid en de voortgang van de implementatie en uitvoering. Deze inzichten worden gebruikt om, waar nodig, het beleid, beheer of uitvoering aan te passen. Deze aanpak sluit aan bij het HIOR en IBOR, waarin integraal werken centraal staat. Door alle stappen in samenhang te bekijken en cyclisch te benaderen, blijft het bomenbeleid toekomstbestendig en wendbaar. Bij de jaarlijkse evaluaties is van belang dat er, vanuit alle niveaus van de organisatie en extern, belanghebbenden betrokken worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de klankbordgroep bomen en waterschap Brabantse Delta.
Tot slot heeft gemeente Steenbergen aandacht voor de interne processen met betrekking tot bomen: “De manier waarop beslissingen worden genomen, het proces om tot een beslissing te komen, heeft evenveel invloed op wat er met de beslissing gebeurt als de beslissing zelf.”
Hoofdstuk 5: Beheer en onderhoud
5.1 INLEIDING
Als eigenaar en beheerder van bomen moet gemeente Steenbergen voldoen aan de zorgplicht. In dit hoofdstuk worden hiervoor de hoofduitgangspunten beschreven.
Deze uitgangspunten vormen het kader voor het beheerplan, waarin de werkwijze, beheerfrequenties en uitvoeringskeuzes inhoudelijk verder zijn uitgewerkt.
Gemeente steenbergen is eigenaar of beheerder van ruim 18.000 bomen en verantwoordelijk voor de veiligheid in de openbare ruimte. Om de veiligheid van bomen zo goed als mogelijk te kunnen garanderen is het van belang dat er bestendig beheer en onderhoud aan de bomen wordt uitgevoerd. Door hier zorgvuldig mee om te gaan wil de gemeente onder andere voorkomen dat ze aansprakelijk kan worden gesteld. De gemeente moet hierbij goed kunnen aantonen dat het beheer en onderhoud voldoende is uitgevoerd. Tijdens het beheer moet rekening worden gehouden met de ecologie en biodiversiteit om verstoring tot het minimum te beperken en idealiter om bij te dragen aan het verbeteren hiervan.
5.2 UITGANGSPUNTEN
Het doel van het beheer en onderhoud van bomen is dat ze vitaal en gezond uit kunnen groeien naar volledige potentie. Hierbij is het van belang dat de onder- en bovengrondse omstandigheden (bij de aanleg) goed zijn. De volgende uitgangspunten moeten worden nageleefd bij beheer en onderhoud:
- •
Structurele boomveiligheidscontrole (BVC) wordt uitgevoerd door een Data Inspecteur Bomen (DIB);
- •
Flora en fauna beschermen door te beheren buiten het broedseizoen en ecologische voorlooprondes;
- •
Beheer wordt uitgevoerd door een deskundige boomverzorger met een European Tree Worker (ETW) certificaat;
- •
Het gereedschap en materiaal dat wordt ingezet tijdens het beheer en onderhoud is elektrisch;
- •
Snoeihout wordt zoveel mogelijk verwerkt in bos- en struweelvakken;
- •
Waar mogelijk en veilig blijft dood hout staan of liggen;
- •
Vrijgekomen stamhout zo hoogwaardig mogelijk verwerken ten behoeve van circulariteit. (bijvoorbeeld: timmerhout, bankje, kunstwerk);
- •
Wegafzettingen bij onderhoud lanen etc.;
- •
Alle bomen in eigendom van de gemeente en alle private bomen van Klasse I en II hebben een actueel boompaspoort.
5.3 INSPECTIES EN DUURZAAM BEHEER
Om de doelstellingen uit hoofdstuk 3 te behalen is bestendig beheer nodig, hieronder worden aspecten toegelicht om dit te waarborgen.
-
5.3.1 BOOMVEILIGHEIDSCONTROLE
De boomveiligheidscontrole (BVC) heeft een tweetal componenten: veiligheid (VTA) en onderhoudsbehoefte. Deze gegevens vormen de basis van het werkplan voor onderhoud. Veiligheid wordt gecontroleerd aan de hand van een visuele controle van de bomen, volgens de Visual Tree Assessment (VTA) methode. Hierbij worden de bomen beoordeeld op mechanische en biologische gebreken. Bij de onderhoudsbehoefte wordt gekeken of snoei of groeiplaatsverbetering nodig zijn.
De BVC wordt uitgevoerd door een data-inspecteur bomen (DIB) en volgens methodiek van het Normeninstituut bomen. Als nodig worden passende veiligheidsmaatregelen geadviseerd. Daarbij worden de benodigde maatregelen geadviseerd (met een urgentietermijn) om de bomen weer veilig en vitaal te maken. De reguliere BVC wordt eens per drie jaar uitgevoerd, enkel de bomen met een verhoogde gevaarzetting of risicobeoordeling worden frequenter gecontroleerd. Dit wordt door de DIB opgenomen in het boompaspoort.
Onderhoud door derden aan bomen in eigendom van de gemeente of Klasse I bomen moet aan dezelfde kwaliteit voldoen als het onderhoud dat de gemeente uitvoert.
ECOLOGISCHE WAARDEBEOORDELING
Een gebrek op het gebied van boomveiligheid kan in het kader van ecologie een meerwaarde zijn. De ecologische waarde wordt gebaseerd op de resultaten van de boomveiligheidscontrole en bepaald aan de hand van een boomhabitat-en omgevingsbiotoopbeoordeling17. Deze beoordeling wordt uitgevoerd op het moment dat bomen in aanmerking komen voor een monumentale beleidsstatus (Klasse I). Per locatie wordt een specifieke afweging gemaakt tussen ecologische waarde en veiligheid van de openbare ruimte.
-
5.3.2 BOOMGASTEN
Er zijn vele boomgasten die op één of andere manier gebruik maken van bomen. In Nederland zijn bijvoorbeeld meer dan 50 vogelsoorten verbonden met bomen en daarnaast een groot aantal soorten insecten, andere ongewervelden en schimmels. In sommige gevallen kan een specifieke schimmel ervoor zorgen dat een boom instabiel kan worden. Het kan echter jaren duren voordat er daadwerkelijk gevaar is. Tijdens het beheer en onderhoud moet er rekening worden gehouden met boomgasten. In het broedseizoen zijn werkzaamheden ongewenst en bij holtes moet er soortspecifiek onderzoek worden uitgevoerd als de holte dreigt te verdwijnen door beheer en onderhoud. De gemeente doet dit door aan de hand van de ‘‘Gedragscode soortbescherming gemeenten’’ van Stadswerk te werken.
-
5.3.3 WORTELOPDRUK
Wortelopdruk leidt tot overlast voor de weggebruiker, onveilige situaties, hogere kosten voor beheer, onderhoud van verhardingen en kans op verslechtering van het bomenbestand. Gemeente Steenbergen heeft recent inzicht in de belangrijkste risicolocaties voor wortelopdruk.
Daarmee is waardevolle input beschikbaar voor een integrale aanpak van deze problematiek in de gemeente. Op boomniveau is een risicoklasse toegekend van laag, gemiddeld of hoog risico op wortelopdruk. Van de 18.768 geanalyseerde bomen heeft 5% een hoog en 6% een gemiddeld risico op wortelopdruk. Deze bomen staan voornamelijk in de dorpskernen. Door middel van een structurele aanpak om wortelopdruk tegen te gaan, wordt overlast beperkt tot 2% in de komende 10 jaar. Handboek Bomen wordt gevolgd als leidraad voor het vaststellen van de mate van overlast bij wortelopdruk. De bandbreedte waarbinnen maatregelen tegen wortelopdruk genomen worden, hangt één op één samen met de boomklassen. Wortelopdruk bij Klasse I en II wordt als eerste verholpen.
-
5.3.4 CIRCULAIR EN KLIMAATNEUTRAAL
Onderhoud en beheer is gericht op circulariteit en klimaatneutraliteit. Dit betekent dat de onderhoudswerkzaamheden een minimale CO2-belasting hebben en dat restmaterialen, zoals takken en stamhout, zo hoogwaardig mogelijk hergebruikt worden (zie Fig. 5-1).
Concreet betekent dit:
- •
Onderhoud met minimale CO2-belasting wordt vertaald naar werkbestek (elektrisch materiaal gebruiken);
- •
Geen gebruik van chemische bestrijding;
- •
Geleverde bomen zijn biologisch gekweekt;
- •
Circulair beheer: snoeihout wordt zoveel mogelijk intact verwerkt in plantvak en anders afgevoerd en verwerkt door een composteerder;
- •
Circulair beheer: stamhout wordt zo hoogwaardig mogelijk hergebruikt.
- •
5.4 BESTAANDE EN NIEUWE BOMEN
Het is duidelijk dat we met korte- en lange-termijn maatregelen moeten reageren op klimaatverandering. Er moet vooruit gekeken worden om ervoor te zorgen dat de bomen in de toekomst vitaal en talrijk zijn en blijven. Om dit te bereiken is een aantal aspecten van belang, namelijk:
- •
Locatie - welke locaties zijn in de toekomst geschikt als groeiplaats voor een boom, waar komen de eigenschappen van bomen het beste tot hun recht;
- •
Groeiplaats - bestaande en nieuwe groeiplaatsen moeten dusdanig zijn ingericht dat de bomen genoeg doorwortelbaar volume hebben. Daarmee kunnen ze vitaal uitgroeien en een hoog boomkroonvolume bereiken;
- •
Boomsoort - afhankelijk van bovenstaande aspecten kan er een keuze worden gemaakt welke boomsoort het meest geschikt is voor de locatie.
-
5.4.1 LOCATIEKEUZE
De keuze van de juiste locatie is één van de belangrijkste succesfactoren voor het duurzaam aanplanten en behouden van bomen. Een weloverwogen keuze voorkomt toekomstige knelpunten in beheer en schade aan infrastructuur en bevordert de groeikansen van bomen.
Bovendien draagt een strategische plaatsing bij aan meerdere maatschappelijke doelen zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, verkeersveiligheid en de beleving van de openbare ruimte.
Bij het bepalen van geschikte boomlocaties worden de volgende aspecten meegewogen:
- •
Ruimtelijke inpassing: de locatie moet voldoende ruimte bieden, zowel boven- als ondergronds, voor de gewenste boomgrootte op eindbeeld. Dit voorkomt overlast en schade door bijvoorbeeld wortelopdruk of beperkte doorrijhoogte;
- •
Functionele omgeving: de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen, riolering, verhardingen of andere infrastructuur wordt meegenomen in de afweging. Als dat nodig is worden technische maatregelen genomen om boomgroei en infrastructuur te combineren;
- •
Ecologische waarde: bomen kunnen een verbindende schakel vormen in het stedelijk of landelijk groenblauwe netwerk. Locaties die bijdragen aan ecologische verbindingen of biodiversiteitsversterking krijgen prioriteit;
- •
Klimaatadaptatie en hittestress: in versteende of hittegevoelige gebieden wordt bij locatiekeuze nadrukkelijk gekeken naar de meerwaarde van bomen voor schaduw, verkoeling, luchtkwaliteit en wateropvang;
- •
Sociale en esthetische waarde: bomen verhogen de kwaliteit van de leefomgeving. De zichtbaarheid, belevingswaarde en cultuurhistorische context worden meegewogen, zeker in gebieden met veel gebruikers of recreatief karakter;
- •
Beheerbaarheid: de boom moet op de gekozen locatie veilig te beheren zijn, zonder structurele conflicten met verkeer, eigendom of gebruiksfuncties. Ook bereikbaarheid voor beheer en monitoring speelt hierbij een rol.
Door locatiekeuze integraal af te stemmen met andere ruimtelijke ontwikkelingen en functies, wordt het bomenbestand toekomstbestendig ingericht. Dit draagt bij aan een gezonde, aantrekkelijke en veerkrachtige leefomgeving.
- •
-
5.4.2 GROEIPLAATSINRICHTING
Een goede groeiplaats vormt de basis voor een vitale en toekomstbestendige boom. De inrichting van de groeiplaats is daarmee van doorslaggevend belang voor het realiseren van de doelstellingen uit dit bomenbeleidsplan. Of het nu gaat om nieuw aan te planten bomen of het verbeteren van de standplaats van bestaande exemplaren, een doordachte groeiplaatsinrichting draagt bij aan de gezondheid, levensduur en klimaatbestendigheid van het bomenbestand.
Bij de inrichting van groeiplaatsen wordt rekening gehouden met de volgende uitgangspunten conform Boommonitor Handboek Bomen19:
- •
Voldoende ondergrondse ruimte: bomen hebben ruimte nodig om een gezond wortelstelsel te ontwikkelen. Afhankelijk van de soort en gewenste eindmaat wordt er een specifiek doorwortelbaar volume per boom nagestreefd (zie Bomenbeheerplan);
- •
Goede bodemstructuur en -samenstelling: de bodem moet luchtig, voedzaam en waterdoorlatend zijn, afgestemd op de boomsoort en de lokale omstandigheden. Verdichting wordt voorkomen door bijvoorbeeld het toepassen van bomenzand, bomengranulaat of ondergrondse groeiplaatsconstructies. Idealiter wordt er turfvrij gewerkt;
- •
Waterhuishouding: een groeiplaats moet zowel voldoende water kunnen vasthouden als overtollig water kunnen afvoeren. Het aansluiten van groeiplaatsen op het hemelwatersysteem wordt waar mogelijk toegepast;
- •
Bodembescherming en doorwortelbaarheid: de bovengrondse inrichting (zoals bestrating) wordt afgestemd op de groeiplaats, bijvoorbeeld met drukverdelende constructies, beluchtings- en bevloeiingssystemen of wortelgeleiding;
- •
Beheer en nazorg: nieuwe groeiplaatsen krijgen voorzieningen die beheer en monitoring mogelijk maken, zoals inspectiepunten, en worden gedurende de vestigingsfase intensief gemonitord en waar nodig bijgestuurd.
Door bij de aanleg en renovatie van boomlocaties deze uitgangspunten te hanteren, wordt ingezet op een duurzaam bomenbestand dat beter bestand is tegen extreme weersomstandigheden, verharding en andere stedelijke invloeden. Voor aspecten die niet in dit beleidsplan zijn opgenomen wordt de Boommonitor19 van het meest actuele Handboek Bomen gevolgd.
- •
-
5.4.3 BOOMSOORTKEUZE
De juiste soort op de juiste plaats vergroot de groeikansen, vermindert de beheerkosten en versterkt de ecologische en landschappelijke waarde van de omgeving. Daarnaast draagt een bewuste boomsoortkeuze bij aan het verhogen van de biodiversiteit en het verbeteren van de klimaatadaptieve functies van bomen.
Bij de boomsoortkeuze worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- •
Geschiktheid voor de locatie: de boomsoort wordt afgestemd op de ruimtelijke en bodemtechnische omstandigheden van de groeiplaats, zoals beschikbare ruimte, bodemtype, waterhuishouding en windbelasting;
- •
Klimaatbestendigheid: er wordt gekozen voor soorten die bestand zijn tegen de extremen van het veranderende klimaat, zoals droogte, hittestress, hevige neerslag en stormen. Waar passend worden soorten uit nabijgelegen klimaatzones overwogen;
- •
Biodiversiteit: de inzet van een diverse mix van soorten wordt nagestreefd om de ecologische waarde te vergroten en de veerkracht tegen ziekten en plagen te verbeteren. Inheemse soorten krijgen waar mogelijk de voorkeur. Verder wordt de richtlijn van Santamour gevolgd door het aanplanten van maximaal 10% dezelfde soort, 20% hetzelfde geslacht en 30% van dezelfde familie bomen.
- •
Voor nieuwbouw en nieuwe inrichting, in tegenstelling tot herinrichting, kan worden gekozen voor de percentages 5-10-20;
- •
Landschappelijke en cultuurhistorische inpassing: de boomsoort wordt afgestemd op het karakter van de omgeving, met respect voor cultuurhistorische waarden, het straat-of dorpsbeeld en bestaande landschappelijke structuren;
- •
Beheeraspecten: soorten die veel overlast veroorzaken (bijvoorbeeld door vruchtdracht, allergene werking of gevoeligheid voor breuk) worden op drukbezochte of gevoelige locaties zoveel mogelijk vermeden. Ook wordt gekeken naar de verwachte onderhoudsbehoefte;
- •
Levensverwachting en groeivorm: er wordt gekozen voor soorten met een passende levensverwachting en groeivorm voor de beoogde gebruiksduur en functie van de locatie.
Door zorgvuldig te kiezen voor soorten die passen bij de lokale omstandigheden én de beleidsdoelen, wordt gebouwd aan een bomenbestand dat bijdraagt aan een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving. Aan het Bomenbeheerplan 2026-2031 is een lijst toegevoegd van boomsoorten die toegepast kunnen worden in gemeente Steenbergen.
- •
-
5.4.4 AANPLANT EN BEGELEIDING
Een succesvolle aanplant en goede begeleiding in de eerste jaren na het planten zijn cruciaal voor de ontwikkeling van sterke, gezonde bomen. Zonder zorgvuldige uitvoering en nazorg kan de vitaliteit en levensverwachting van jonge bomen sterk worden beperkt met verhoogde uitval, hogere beheerkosten en een verminderde bijdrage aan beleidsdoelen als gevolg.
Om het succes van nieuwe aanplant te maximaliseren, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
- •
Kwaliteit van plantmateriaal: alleen bomen die voldoen aan de geldende kwaliteitsnormen (zoals de Nederlandse Norm Naktuinbouw of vergelijkbare certificering) worden aangeplant. Bomen zijn gezond, vrij van ziekten en plagen, beschikken over een goed ontwikkeld wortelgestel en hebben een correcte snoeivorm;
- •
Voorbereiding van de groeiplaats: de groeiplaats wordt ruim voor aanplant geschikt gemaakt volgens de eisen voor bodemstructuur, doorwortelbaarheid, voedingsstoffen en waterhuishouding, zodat de boom zich optimaal kan vestigen;
- •
Aanplantwijze: bomen worden geplant volgens de geldende richtlijnen, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met plantdiepte, wortelspreiding, bescherming tegen mechanische schade (bijvoorbeeld boompalen en boombanden) en directe bevochtiging na aanplant;
- •
Begeleidingsperiode: de eerste jaren na aanplant zijn bepalend voor de ontwikkeling van een stabiele kroonstructuur en een gezond wortelstelsel. Daarom worden jonge bomen actief begeleid met:
- o
Regelmatige inspecties op vitaliteit, schade en stabiliteit;
- o
Begeleidingssnoei om een evenwichtige, duurzame kroonopbouw te stimuleren en ingroei van concurrerende takken of verkeerde kroonvormen te voorkomen;
- o
Tijdige watergift, vooral in de eerste drie groeiseizoenen, afhankelijk van weersomstandigheden en bodemtype;
- o
Verwijdering van boombanden en boompalen zodra de boom zelfstandig is verankerd (doorgaans na 2-3 jaar);
- o
- •
Registratie en monitoring: nieuwe aanplant wordt opgenomen in de bomenadministratie, zodat opvolging, beheer en evaluatie gericht kunnen plaatsvinden.
- •
Door te investeren in een professionele aanplant en intensieve begeleiding, wordt de uitval van jonge bomen geminimaliseerd en wordt de basis gelegd voor een vitaal, toekomstbestendig bomenbestand.
- •
-
5.4.5 RISICOMANAGEMENT
NOODKAP
In uitzonderlijke gevallen kan een boom zodanig instabiel of gevaarlijk zijn dat directe verwijdering noodzakelijk is om schade of letsel te voorkomen. Noodkap wordt alleen toegepast als:
- •
Uit visuele inspectie blijkt dat de boom acuut dreigt te bezwijken;
- •
Nader technisch onderzoek (bijvoorbeeld klimmend onderzoek of trekproef) een ernstig gebrek aantoont;
- •
Extreme weersomstandigheden (stormschade, blikseminslag) ernstige structurele schade hebben veroorzaakt.
In geval van vergunningsplichtige bomen (klasse I en II) wordt bij een noodkap vooraf, waar mogelijk, overleg gevoerd met een boomdeskundige. De kap wordt zorgvuldig gedocumenteerd, inclusief de reden van spoed, staat van de boom en uitgevoerde werkzaamheden. Houder dient in dit geval binnen twee werkdagen na het vellen alsnog een aanvraag voor een omgevingsvergunning in. Na noodkap wordt beoordeeld of herplant noodzakelijk en mogelijk is, anders wordt compensatie betaald volgens procedure beschreven in dit Bomenbeleidsplan.
In geval van een stormschouw worden acuut gevaarlijke situaties direct aangepakt, zoals het verwijderen van afgebroken takken of veiligstellen van instabiele bomen. Overige schade wordt ingepland voor herstel of verdere inspectie.
OVERIGE RISICOVOLLE SITUATIES
Naast stormschade en ziektes kunnen zich andere risicovolle situaties voordoen, zoals:
- •
Mechanische beschadiging door verkeer of werkzaamheden;
- •
Aantasting van de stabiliteit door graafwerkzaamheden in de wortelzone;
- •
Droogte- of wateroverlastschade die de wortelvastheid aantast.
Preventief wordt, voorafgaand aan werkzaamheden in de buurt van bomen, altijd een boomveiligheidstoets uitgevoerd. Bij constatering van risico’s wordt direct gehandeld om de veiligheid te waarborgen, bijvoorbeeld door tijdelijke afsluiting of ondersteuning van de boom.
- •
5.5 FINANCIERING EN BUDGET
Een duurzaam en veilig bomenbestand vraagt om structurele investeringen in beheer, onderhoud en vernieuwing. Daarom is het noodzakelijk dat financiering voor bomenbeheer planmatig en toereikend is geregeld, afgestemd op de ambities en uitgangspunten van dit bomenbeleidsplan.
STRUCTURELE FINANCIERING
Beheer en onderhoud van bomen zijn doorlopende activiteiten die bestaan uit onder meer:
- •
Periodieke inspecties en risicobeoordelingen;
- •
Uitvoering van regulier onderhoud zoals snoei, begeleidingssnoei en groeiplaatsverbeteringen;
- •
Vervanging van bomen na einde levensduur of bij calamiteiten;
- •
Monitoring van boomgezondheid en actualisering van de bomenregistratie.
Voor deze activiteiten wordt jaarlijks een structureel budget gereserveerd binnen de gemeentelijke of organisatiebegroting. Dit budget is gebaseerd op:
- •
Het aantal en type bomen in beheer;
- •
De gemiddelde kosten per beheercategorie (jeugdfase, volwassen fase, eindfase);
- •
De cyclische onderhoudsmaatregelen, bijvoorbeeld vijfjaarlijkse snoei in lanen.
INCIDENTELE FINANCIERING
Naast reguliere middelen kan incidenteel extra financiering nodig zijn voor:
- •
Aanpak van calamiteiten zoals grootschalige stormschade of boomziekten;
- •
Grootschalige herinrichtingsprojecten waarbij herplant noodzakelijk is;
- •
Uitbreiding van het bomenbestand in het kader van klimaatadaptatie of biodiversiteitsprojecten.
Waar mogelijk worden voor dergelijke incidentele kosten externe subsidies of projectfinanciering aangevraagd, bijvoorbeeld via provinciale fondsen klimaatregelingen of biodiversiteitsprogramma’s. Ook wordt er een Uitvoeringsprogramma opgesteld voor de uitvoering van acties om de doelstellingen benoemd in Hoofdstuk 3 te verwezenlijken.
BEGROTINGSUITGANGSPUNTEN
De volgende uitgangspunten gelden voor de begroting:
- •
Beheer en onderhoud zijn kostendragers die bijdragen aan grotere beleidsdoelen zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, leefbaarheid en vitaliteit;
- •
Kosten voor herplant, nazorg en beheer worden standaard opgenomen bij vervangingsprojecten (herplantplicht);
- •
Kwaliteits- en veiligheidsnormen zijn leidend bij de inzet van middelen; bij bezuinigingen wordt prioriteit gegeven aan veiligheid en vitale bomenstructuren.
KOSTENBEWUST BEHEER
Efficiënt en kostenbewust beheer wordt nagestreefd door:
- •
Slimme inzet van groeiplaatsverbeteringen om onderhoudskosten op lange termijn te verlagen;
- •
Duurzame soortkeuze en goede begeleidingssnoei om de levensduur van bomen te verlengen;
- •
Regionale samenwerking voor gezamenlijke aanbesteding van beheer en onderhoud.
Door beheer en onderhoud van bomen als een structurele, beleidsmatige verantwoordelijkheid te financieren, wordt niet alleen de veiligheid gegarandeerd maar ook de maatschappelijke waarde van het bomenbestand duurzaam geborgd.
Bijlage 1: KAARTEN TER ONDERSTEUNING AAN HET BOMENBELEIDSPLAN
Bijlage 2: UITKOMSTEN PARTICIPATIETRAJECT
Het participatietraject voor de totstandkoming van het bomenbeleidsplan gemeente Steenbergen 2026-2036 bestond uit drie onderdelen. Een inwonerenquête, interviews met de interne gemeentelijke organisatie en klankbordgroepsessies met externe stakeholders. De trajecten zijn georganiseerd en begeleid door NLadviseurs en gemeente Steenbergen.
KLANKBORDGROEP EXTERNE STAKEHOLDERS
In de klankbordgroep hebben de volgende partijen deelgenomen:
Welberg – boomexpert – groene denktank
Dorpsraad Welberg – eigenaar voedselbos ’t Landje – bestuurslid landelijke coöperatie Land van Ons.
Waterschap Brabantse Delta
Gebiedscoördinator Stimuleringsregeling Landschap en BoerenNatuur Landschap
Schrijfster boek Vol Voedsel Bos
Aanjager motie bomenbeleidsplan en groendeskundige
Inwoners
Voormalig ‘groen’ raadslid: actief betrokken bij Benegora
Staatsbosbeheer
Uilenwerkgroep Steenbergen en omstreken
Wildbeheereenheid Steenbergen
Tijdens de klankbordsessies zijn dilemma’s voorgelegd en inhoudelijke besluiten genomen met betrekking tot de praktische invulling van het beleidsplan. Daarnaast heeft de klankbordgroep feedback geleverd op zowel de ambities en doelstellingen als op het beleidsplan in zijn geheel. De verwerking van deze feedback is teruggekoppeld aan de leden van de klankbordgroep.
INTERVIEWS INTERNE ORGANISATIE
OPMERKINGEN VANUIT VERSCHILLENDE BELEIDSVELDEN
Verharding en verlichting: “Bomen behouden waar mogelijk”
Economie: “Er wordt nog geen rekening mee gehouden binnen de afdeling” en “zelfs ondernemersvereniging beseft dat ze meer bomen nodig gaan hebben”
Kunst, cultuur en erfgoed: “Bomen moeten zo worden aangeplant dat ze de zichtlijnen versterken maar groen is nog niet opgenomen in het nieuwe erfgoedbeleid”
Sport: “Sportparken hebben verkoeling nodig”
Kerngericht werken en participatie: “Keuzes uit het verleden hebben misschien wel geleid tot slechte ervaring met bomen” en “Voor elke inwoner een boom”
Vastgoed en grondzaken: “Boombescherming niet privaatrechtelijk (via een koopovereenkomst) te regelen”
Verkeer en mobiliteit: “Bomen langs de rijbaan zorgen voor een (natuurlijke) remming van het verkeer”
Duurzaamheid: “Er moet meer balans komen tussen de gebieden waar het al wel groen is en waar het helemaal versteend is” en “
Bewustzijn van de waarde van bomen is nog niet voldoende waardoor het draagvlak onvoldoende is”
RO en wonen / Stedenbouw: “Groeiplaatsomstandigheden worden nu beter ingeschat. Dat is in het verleden niet altijd gebeurd.”
Vergunningverlening, toezicht en handhaving: “Bescherm wat je belangrijk vindt maar geef ruimte waar kan.”
Sociaal domein (gezondheid en preventie): “Bomen ondersteunen de beleidsdoelen maar dat krijgt nog geen fysieke weerslag in het sociaal beleid.”
SAMENVATTING SWOT ANALYSE STERKE PUNTEN
De gemeente Steenbergen heeft al diverse koppelingen gelegd tussen beleidsvelden die bijdragen aan een bomenrijke en toekomstbestendige leefomgeving. Deze bestaande verbindingen vormen een sterk fundament voor het verder vormgeven van een effectief en gedragen bomenbeleid.
- 1.
Bomen in relatie tot mobiliteit
- •
Schaduw op fietspaden wordt al als belangrijk aspect herkend en waar mogelijk meegenomen in ontwerp en inrichting.
- •
De gemeente volgt de CROW-richtlijnen, wat zorgt voor een veilige en kwalitatieve openbare ruimte waarin ook bomen goed kunnen worden ingepast.
- •
- 2.
Goede voorbeelden in de praktijk
- •
In Bergse plaat in Bergen op Zoom is sprake van een mooie laanstructuur die als voorbeeld kan dienen voor andere wijken.
- •
Het populaire initiatief voor een Herdenkingsbos of Levensbos sluit aan bij de behoefte aan betekenisvol groen en versterkt de band tussen inwoners en hun leefomgeving.
- •
Mozaïekbankjes met bomen in alle kernen zijn een sterk voorbeeld van hoe groen ook bijdraagt aan inclusiviteit en sociale ontmoeting (LHBTQI+ en eenzaamheid).
- •
- 3.
Breed draagvlak en weinig weerstand
- •
Over het algemeen is er weinig weerstand tegen bomen vanuit inwoners.
- •
Inwoners zijn niet anti-boom, maar stellen wel praktische wensen zoals het behoud van parkeerplekken. Dit biedt ruimte voor gerichte communicatie en slimme ontwerp-oplossingen.
- •
Er is dus sprake van een basishouding van acceptatie, wat kansen biedt om het draagvlak verder te vergroten.
- •
- 4.
Sterke uitvoeringscapaciteit
- •
De gemeente beschikt over een eigen buitendienst voor groenbeheer en voert veel werkzaamheden in eigen beheer uit. Dit zorgt voor korte lijnen, kennis van de lokale situatie en directe invloed op kwaliteit.
- •
- 5.
Vitale Vesting als inspirerend voorbeeld
- •
Het project Vitale Vesting toont aan dat Steenbergen in staat is om vergroening en klimaatadaptatie te integreren in gebiedsontwikkeling
- •
Binnen dit project is het Handboek Vitale Vesting vastgesteld, waarin zes hoofdthema’s centraal staan. Per gebied worden prioriteiten bepaald, en voor de overige thema’s wordt gezocht naar meekoppelkansen.
- •
Deze aanpak biedt een inspirerend model voor toekomstige projecten, waarbij groen, mobiliteit, erfgoed en leefbaarheid hand in hand gaan
- •
ZWAKKE PUNTEN
Hoewel Steenbergen al mooie stappen zet richting een groenere gemeente, zijn er ook nog diverse knelpunten en blinde vlekken waar bomen onvoldoende worden meegenomen in ander beleid. Deze aandachtspunten onderstrepen het belang van een integraal en toekomstgericht bomenbeleid waarin bescherming, aanplant, beheer en beleid elkaar versterken. Zo kunnen bestaande knelpunten worden omgezet in kansen voor een groener Steenbergen.
- 1.
Belemmeringen in inrichting & herontwikkeling
- •
Bomen staan soms op plekken die een herinrichting bemoeilijken; vaak is bij eerdere inrichting onvoldoende rekening gehouden met groeiruimte of functionaliteit.
- •
Wortelopdruk zorgt voor problemen op paden en velden; er is een scan gedaan door Antea. Voldoende ruime ondergrondse groeiplaatsen ontbreken structureel.
- •
Centrumgebieden zoals Steenbergen en Dinteloord zijn sterk versteend, met weinig bomen en hoge hittestress als gevolg.
- •
Op bedrijventerreinen is de situatie vergelijkbaar: weinig groen, hoge temperaturen en weinig uitnodigende buitenruimte voor medewerkers.
- •
- 2.
Beheer, onderhoud en monitoring
- •
Veel bomen op gemeentegrond zijn van slechte kwaliteit en zouden gekapt moeten worden, maar vergunningregels belemmeren dat soms.
- •
Onderhoud door derden, zoals sportverenigingen, is niet altijd op niveau (volgens de schouw). Ook overlast van eikels op sportvelden wordt genoemd.
- •
Nieuwe wijken houden onvoldoende rekening met structurele onderhoudskosten van groen en bomen.
- •
Speelplekken zonder bomen worden in de zomer nauwelijks gebruikt, maar er wordt bij inrichting nog te vaak alleen gekeken vanuit onderhoud, niet vanuit gebruikswaarde.
- •
- 3.
Beleidsmatige hiaten & inconsistenties
- •
De regel dat voor elke gekapte boom twee terug geplant moeten worden, wordt in de praktijk niet altijd nageleefd of is fysiek niet uitvoerbaar.
- •
Veel kap van bomen blijft onzichtbaar, omdat deze buiten de vergunningplicht valt. Privaatrechtelijke afspraken (bijv. via koopovereenkomsten) blijken niet effectief of handhaafbaar.
- •
De kaart met beschermde groenstructuren is niet duidelijk en zou ontwikkelingen tegenhouden, terwijl tegelijkertijd belangrijke ecologische structuren verdwijnen (bijv. aan de Steenbergse weg).
- •
De bebouwingscontour is verouderd en beperkt bij het plannen van nieuw groen of bescherming in buitengebieden.
- •
- 4.
Gebrek aan integratie met andere beleidsvelden
- •
In projectvoorbereiding is vergroening niet altijd structureel ingebed – bijvoorbeeld bij nieuwe wijken of bedrijventerreinen.
- •
Bij gebiedsinrichting ligt de focus vaak bij techniek en kosten (wegen, riolering), niet op lange termijn klimaatadaptatie of leefkwaliteit.
- •
Het beleidsplan volksgezondheid noemt nog niets over luchtkwaliteit of preventieve gezondheidswinst door bomen.
- •
Er is nog geen regeling voor groene schoolpleinen, terwijl dit direct bijdraagt aan hittebestrijding en gezondheidsbevordering bij jeugd.
- •
- 5.
Belemmeringen in het buitengebied & in de ecologische structuur
- •
Veel ecologische structuren zijn verdwenen door kap, zoals boomlanen met populieren bij glastuinbouw. Herplant is lastig te realiseren en vereist onderhandelingen met de sector.
- •
In het buitengebied wordt beperkt gebouwd, maar er liggen kansen om langs dijken en wegen nieuwe bomen aan te planten.
- •
Monoculturen bomen uit het verleden zijn kwetsbaar voor ziekten: uitval leidt tot gaten in structuren en vraagt om grootschalige renovatie.
- •
BEDREIGINGEN
Een aantal bedreigingen zijn uit de interviews naar voren gekomen die afgevangen kunnen worden of waar rekening mee gehouden moet worden in het bomenbeleidsplan.
- 1.
Fysieke ruimte en technische beperkingen
- •
Ondergrondse drukte (kabels, leidingen) maakt het lastig om bomen te planten, vooral in de kernen.
- •
Smalle profielbreedtes en straten bieden weinig ruimte voor extra groen.
- •
Inbreiding (verdichting) maakt plaatsing van bomen nog moeilijker door beperkte ruimte en hogere kosten.
- •
Bebouwingscontour en kaart met beschermd groen zijn verouderd en moeten geactualiseerd worden.
- •
- 2.
Parkeren versus Groen
- •
Parkeerbeleid: bij herinrichting mogen geen parkeerplekken verdwijnen om aan de norm te voldoen.
- •
Publieke opinie: op korte termijn vaak voorkeur voor parkeren, op lange termijn meer waardering voor sfeer en groen.
- •
Voorbeelden van gehoorde klachten: bomen blokkeren parkeerplekken, veroorzaken vogelpoep op auto’s of staan in de weg voor uitbreiding (zoals bij de Gummarusschool).
- •
Bomen worden ook als obstakel gezien bij optochten of sportvelden.
- •
- 3.
Onderhoud, beleving en draagvlak
- •
Bomenonderhoud is niet altijd op niveau, wat de beleving negatief beïnvloedt.
- •
Extra groen betekent ook extra onderhoud en kosten, wat kan versloffen bij achterstanden.
- •
Bomenverordening in het Omgevingsplan of als los beleidsstuk? (nog een open vraag)
- •
Draagvlak ontbreekt soms bij inwoners, verenigingen en bedrijven door gebrek aan bewustwording van de waarde van bomen.
- •
Groeninrichting wordt vaak vergeten in initiatieven vanuit wegen of verlichting – afstemming met team duurzaamheid en groen ontbreekt.
- •
- 4.
Specifieke belangen en uitzonderingen
- •
Bedrijven (bijv. in voedselproductie) mijden bomen vanwege vermeend risico op ongedierte of bladval.
- •
Sportverenigingen zien bomen soms als hinderlijk (licht en zicht belemmerd, struikelgevaar door wortels).
- •
Bomen op dijken vaak geen gemeentelijk eigendom; eigenaars zijn bijv. Brabants Landschap of het waterschap.
- •
- 5.
Wetgeving en uitvoering
- •
Herplantverplichting in koopovereenkomsten blijkt in de praktijk moeilijk te handhaven.
- •
Vergunningplicht uitbreiden voor kap/herplant naar alle bomen vraagt om verdubbeling van de capaciteit (van ca. 100 naar 200 vergunningen).
- •
Ravijnjaren (begrotingstekorten) naderen, wat afwegingen in de raad en bij uitvoering noodzakelijk maakt.
- •
Werkvoorzieningsschap kampt met veel uitstroom en weinig aanwas, wat uitvoeringskracht beperkt
- •
KANSEN
De gemeente Steenbergen staat voor grote opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, leefbaarheid, gezondheid en ruimtelijke ontwikkeling. Juist in deze opgaven liggen tal van kansen om te investeren in een groene, bomenrijke leefomgeving. Bomen vormen daarin een verbindend element tussen beleidsvelden en dragen bij aan biodiversiteit, klimaat en een waardevolle leefomgeving. Onderstaande kansen zijn vanuit de interviews met de interne organisatie naar voren gekomen vanuit andere beleidsvelden.
- 1.
Slimme ruimtelijke keuzes maken
- •
Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte kan bewust gekozen worden voor groenvakken met bomen in plaats van extra parkeervakken.
- •
Ook in smalle straten of binnen de bestaande bebouwing zijn creatieve oplossingen mogelijk, bijvoorbeeld met smallere boomsoorten of vergroende gevels.
- •
De vergroening van versteende wijken en de verkeersluwe inrichting van de binnenstad bieden ruimte voor extra beplanting en bomen, die bijdragen aan sfeer, verblijfskwaliteit en hittestressreductie.
- •
Groene entrees en strategische plekken, zoals rondom de St. Gummaruskerk, kunnen als groene ankerpunten fungeren.
- •
- 2.
Aanpakken van hittestress en klimaatopgaven
- •
Steenbergen kan gericht bomen aanplanten op hittegevoelige plekken, zoals sportparken, bedrijventerreinen en fietspaden.
- •
Bedrijven profiteren van lagere koelingskosten door strategisch geplaatste schaduwbomen.
- •
Bij herontwikkeling, zoals op Reinierpolder 3, kan vergroening worden ingezet als randvoorwaarde voor toekomstbestendig werken en wonen.
- •
Koppelkansen met wateropgaven (bijv. afkoppelen regenwater en waterberging) maken mogelijk om werk met werk te maken en bomen aan te planten.
- •
- 3.
Groen meenemen in alle ruimtelijke initiatieven
- •
Door groen vanaf de planfase mee te nemen in gebiedsontwikkeling, zoals woningbouw of herinrichting, ontstaan robuuste, toekomstbestendige boomstructuren. Het bomenbeleidsplan kan hierbij een inspirerende én kaderstellende rol spelen, met duidelijke richtlijnen voor ontwikkelaars en een duurzaam inkoopbeleid.
- •
Door samenwerking tussen domeinen zoals verkeer, riolering, wonen en duurzaamheid kunnen integrale oplossingen ontstaan.
- •
- 4.
Beter beschermen en beheren van bestaande bomen
- •
De actualisatie van de bomenverordening en de beschermde groenstructurenkaart biedt een kans om bomen effectiever en eenvoudiger te beschermen.
- •
Een gelaagd kaartsysteem (bijv. met kleuren) maakt duidelijk welke bomen provinciaal, gemeentelijk of ecologisch beschermd zijn.
- •
Ook jonge aanplant kan onder een lichtere vergunningplicht vallen, zodat deze in stand blijft en duurzaam beheerd wordt.
- •
Particuliere eigenaren kunnen gestimuleerd worden om waardevolle bomen te behouden, bijvoorbeeld via subsidies.
- •
- 5.
Koppelen aan beheer, onderhoud en participatie
- •
Met het nieuwe integrale beheerplan en bijbehorend beheersysteem ontstaat ruimte voor gerichte aanplant en onderhoud.
- •
Door op natuurlijke momenten (zoals herinrichting of rioolvervanging) te sturen, kan structureel worden vergroend.
- •
De koppeling met het meerjarig onderhoudsplan biedt kansen om biodiversiteit, waterberging en verkoeling integraal mee te nemen.
- •
- 6.
Versterken van identiteit en beleving
- •
Bomen dragen bij aan de herkenbaarheid, historie en identiteit van Steenbergen. Denk aan het terugbrengen van historische structuren zoals boomdijken of het planten van herdenkingsbomen, zoals de Mapleleaf ter ere van de Canadese bevrijding.
- •
Symbolische acties, zoals “voor elke inwoner een boom”, versterken de betrokkenheid en bewustwording.
- •
Boombakken of wandelende bomen kunnen als tijdelijke interventies aandacht vragen voor vergroening en participatie stimuleren.
- •
- 7.
Samenhang in beleid en uitvoering
- •
Het boombeleidsplan sluit aan bij andere lopende trajecten zoals de Omgevingsvisie, het waterplan, het zorgakkoord (schone lucht) en de inzet op gezonde leefomgeving.
- •
Bomen brengen beleidsvelden samen: van ecologie en cultuurhistorie tot veiligheid, gezondheid en economie.
- •
Door ketengericht te werken – van bodem tot lucht – kunnen bomen een centrale rol spelen in een duurzame en toekomstbestendige gemeente.
- •
INWONERENQUÊTE
De bomenenquete is veelvuldig ingevuld door inwoners van Steenbergen. Er is een sterke wens om bij te dragen aan het groener maken van de gemeente, met ideeën om bomen te planten en de leefomgeving te verbeteren. Hieronder volgt een aantal vragen met veelgenoemde antwoorden.
Ik wil meedoen aan de klankbordgroep en ik denk dat ik een waardevolle toevoeging ben, omdat: “Deskundigheid en ervaring met bomen en groen.” Veel mensen geven aan dat ze ervaring hebben met bomen en groenbeheer, bijvoorbeeld als boomexpert, hovenier, of permacultuurdesigner.
Betrokkenheid bij het vergroenen van de gemeente: “Groen is belangrijk voor een fijne leefomgeving.” De meerderheid van de respondenten vindt groen belangrijk voor een goede leefomgeving en is bereid om actief mee te denken in een klankbordgroep of andere initiatieven.
Kennis van en interesse in natuur en bomen: Veel mensen geven aan een diepe interesse te hebben in de natuur, met een sterke focus op het belang van bomen en planten.
Wens om een bijdrage te leveren aan het bomenbeleid: Er is een wens om het bomenbeleid te verbeteren en mensen willen actief bijdragen aan de uitvoering van groenprojecten in hun omgeving.
EEN ODE AAN DE BOOM
Tijdens het participatieproces is de vraag aan inwoners gesteld wat bomen voor hen betekenen. Met deze vraag is een beeld geschetst van het sentiment in de gemeente rondom bomen. Deze persoonlijke band van inwoners met bomen is niet alleen verhelderend maar ook inspirerend en verdient een plek in het bomenbeleidsplan van de gemeente.
“Alleen maar positieve associaties bij bomen. Er worden er hier in Steenbergen veel te makkelijk bomen gerooid.”
“Een boom betekent voor mij rust, schaduw, leven voor vogels en insecten, maar ook groen, kleur, onderhoud, drainage. Kortom onmisbaar.”
“Een boom maakt het gezonder, mooier en zorgt voor een beter algemeen welzijn voor de mensen.”
“Natuur, groen, koelte, rust.”
“Een boom geeft schaduw op warme dagen, zorgt voor groen en zorgt voor vogels. Een stukje natuur in de stad.”
“Bomen maken mij blij om naar buiten te gaan. Bomen maken het landschap prachtig.”
“Zuurstof. Rust. Mooie groene omgeving tegenover de stenen stad. Schaduw. Verkoeling. Fluitende vogels. Behouden van natuur.”
“Bomen geven sfeer aan de omgeving, diversiteit ervan levert verschillende vogels in je omgeving.”
“Voor mij betekent een boom leven. Een boom is leven, geeft leven en is vol met leven. Al van jongs af aan kan ik eindeloos kijken naar een boom omdat er steeds iets nieuws te ontdekken valt. Van iedere boom leren we hoe we van wortel tot kruin in contact kunnen staan met de natuur. Wanneer wij net als een boom net zoveel aan de aarde zouden geven als we ervan zouden nemen, wanneer we mee zouden bewegen met de natuur in plaats van ons ertegen te verzetten, wanneer we in zouden zien dat we samen beter zijn dan alleen en dat we deel uitmaken van een oneindige cyclus waarbinnen we allemaal een taak hebben die steeds verandert en uiteindelijk stopt, dan zou deze aarde prima in orde zijn.”
“Kleur, ontspanning, rust, vriendelijke omgeving.”
“Een boom betekent ‘leven’ en het geeft leven aan mens, dier en alles wat er in de buurt woont of heeft geleefd. Een boom is een monument op zichzelf staand.”
“Zuurstof, schaduw, verkoeling. Zeker ook nodig voor een prettige leefomgeving. Ze nemen ook koolstof op. Als het natter wordt (opslag van) water, maar ook als het ’s zomers nog warmer wordt, kunnen ze zeker bijdragen aan een prettiger klimaat. Vooral in gebieden waar niet veel groen is maar bestrating.”
“Zuurstof, ook bron van en voor leven. Sluit volledig aan bij genoemde voorbeelden. Geldt voor stedelijke gebieden maar ook voor de buitenstedelijke gebieden. Zowel binnen de bebouwing als daarbuiten zie je ze alleen maar verdwijnen helaas.”
“Bomen zijn alles wat jullie in bovenstaand stukje tekst verwoorden... en daarom zo ontzettend belangrijk.”
“Een boom geeft zuurstof, verkoeling en schaduw, maar ook tal van dieren leven erin en ervan.”
“Zorgen voor een rustig gevoel in de dorpen, geven verkoeling in de zomer en kunnen geluidsisolerend werken.”
“Bomen zijn van grote waarde. Voor het leven. Maar ook waardeverhogend voor huizen. Dus plant veel mooie bomen. Dan gaat de WOZ-waarde omhoog en krijgt de gemeente weer meer inkomen.”
“Groen is leven.”
“Natuur, groen, schaduw, geschiedenis.”
“Mooie natuur.”
“Bomen leveren schaduw en zuurstof.”
“Een boom is heel belangrijk in mijn leven; je krijgt er zuurstof van, zorgt voor koeling en schaduw, laat je de jaargetijden zien en ik vind bomen gewoon heel mooi.”
“Essentieel voor de inrichting van de openbare ruimte en de tuin. Naast esthetisch zijn bomen nodig voor klimaatadaptatie. Mooi, sfeervol genieten.”
“Groen en schaduw/verkoeling.”
“Positieve associatie. Met een kleinere tuin toch relatief veel bomen, plek voor vogels, schaduw.”
“Uitzicht, ruimte voor vogels, geluidsdempers, zuurstof.”
“Bomen en groene leefomgevingen maken gezond. Bomen zijn ecologisch en cultuurhistorisch van groot belang.”
“Meer groen in de leefomgeving is goed voor de gezondheid. Een goede boom is niet alleen maar een boom, maar een plaats waar andere planten en dieren bij, op en in kunnen leven. De boom zorgt voor meer evenwicht en biodiversiteit. Bomen leveren ook een positieve bijdrage aan het stadsklimaat door schaduw en een betere waterbalans.”
“Verkoeling, zuurstof en mooi groen.”
“Zuurstof, schaduw, plaats waar vogels, insecten en vleermuizen beschutting vinden, voedsel en waar ze kunnen nestelen.”
“Groen, leven, natuur en balans.”
“Bomen, maar ook bloemen en planten geven een gevoel van warmte voor mij.”
“Een boom betekent leven, in alle vormen die je maar kan bedenken.”
“Een boom is broodnodig voor het voortbestaan van de natuur en zijn diversiteit. Het zaadje zien ontkiemen en uit zien groeien tot iets wat nog jaren kan bestaan. Kinderen die mee opgroeien en dan omhoog kunnen kijken naar iets wat ze hebben zien groeien en misschien ook herinneringen ophalen. Bomen kunnen ook een geschiedenis vertellen. Bij ons in de tuin zijn de bomen noodzakelijk voor de vogels in de buurt.”
“Bomen staan voor mij voor schoonheid van een landschap, natuur; je kunt er zo veel van afkijken.”
“Bomen staan voor het landelijke karakter van Steenbergen en geven tevens huisvesting aan dieren. Ze helpen om een omgeving een goed karakter te geven. Minder stenen en meer groen.”
“Bomen zijn goed voor mens en natuur.”
“Bomen maken alles mooier, geven leven aan de omgeving en een plek voor insecten en vogels. Ze geven het landschap vorm en zodra de nieuwe blaadjes in het voorjaar weer komen krijg je er energie van, vermindert stress en geeft rust.”
“Mooie en groenrijke omgeving en een aanvulling in het straatbeeld. Evenals een gezonde omgeving.”
“Een boom betekent voor mij een plezierige woonomgeving en verkoeling in de zomer. Een leefomgeving voor vogels en hun gezang.”
“Wanneer op de goede plaats geeft dit een natuurlijk zicht.”
“Lommerrijke omgeving met vogels en andere dieren.”
“Natuur, groen, sfeer, meer vogels.”
“Een boom is prachtig en trekt dieren aan zoals vogels en eekhoorns.”
“Een boom geeft schaduw in de zomer; een boom geeft een gezonde uitstraling; een boom in je wijk geeft altijd een mooie groene — of kale in de winter — uitstraling in plaats van alleen maar gebouwen.”
“Herkenningspunten. Leven. Herinnering.”
“Bomen, net als water, is leven. Voor mij mega belangrijk.”
“Bomen geven een positief gevoel voor in het leven.”
“Mooi, verkoeling. Duurzaamheid.”
“Bomen zijn zeer belangrijk voor de zuurstof van mens en dier en voor het wegvangen van schadelijke uitstoot.”
“Een boom kan, naast de natuurlijke functies, ook een markant punt in het landschap zijn en aandacht trekken voor een bepaalde plaats. In de huidige tijd kan een boom ook zorgen voor een prettiger aanzicht waar er veel sprake is van horizonvervuiling.”
“In het najaar veel rommel op straat. In de zomer schaduw. Indien te hoog schaduw op zonnepanelen.”
“Rust, zuurstof en verkoeling.”
“Een stuk natuur en onmisbaar voor een goed uitzicht.”
“Naast noodzakelijk voor een betere leefomgeving vind ik bomen mooi en nuttig voor mens en dier.”
“Bomen nemen water op en verdampen dit weer, waardoor het afkoelt. Bomen nemen CO₂ op. Groen geeft rust. Goed voor de biodiversiteit. Bomen kunnen ook helaas overlast geven, met bijvoorbeeld wortelopdruk.”
“Een boom is voor mij een teken van leven; als het goed gaat met de boom, word ik daar blij van. Ik geniet van de veranderingen van het blad en gebruik de bladeren als compost in mijn tuin. Het brengt mij in de stad dichter bij de natuur. Ik zou geen omgeving kiezen zonder boom.”
“Voor mij zijn bomen een essentieel onderdeel van de leefomgeving. Behalve zuurstof en verkoeling geven bomen ook vergroening, verticale differentiatie, natuurbeleving, karakter, rust en stabiliteit. Ik ben geen ‘bomenknuffelaar’, maar ik krijg wel een prettig en positief gevoel bij bomen. Ze zijn de groene en natuurlijke ankers in zowel de stad als het platteland. Laten we er zuinig op zijn!”
“Zonder bomen kunnen we niet leven!”
“Een natuurlijke omgeving.”
“Bomen zijn heel mooi als ze niet te groot worden.”
“Leven! Verbetering van de lucht die we inademen. Filteren vuile lucht. En daarbij: een boom is gewoon mooi in alle jaargetijden. Mooie invulling van de openbare ruimte mits goed onderhouden. Worden te vaak uit particuliere tuinen verwijderd. Ook langs dijken zijn veel bomen al weg. Bomen bieden rust- en nestplekken aan vogels en zorgen natuurlijk voor zuurstof, schaduw en verkoeling en het verminderen van hittestress in de bebouwde omgeving.”
“Groen, natuur, ruimte, goede tegenhanger van grijs.”
“Een boom zorgt voor een beetje natuur in onze versteende samenleving.”
“Leven en zuurstof; een leven voor insecten en dieren.”
“Veel. Ze zijn mooi. Doorloop van de seizoenen. Voor de vogels erg belangrijk. Maken de omgeving een stuk mooier. Ik geniet van bomen.”
“Kort en krachtig: ik hou van bomen. Ik hou van het rustgevende uiterlijk, het groen, het ruisen van de wind door de bladeren, hoe ze meegaan met de seizoenen. Ze geven schaduw en koelte in warme dagen. Ik word blij van bomen.”
“Vooral schaduw, verkoeling en winddempend vind ik goede eigenschappen van bomen en struiken.”
“Biedt ruimte voor flora en fauna, schaduw en vergroening in plaats van verharding.”
“Een rustige en groene leefomgeving. Het ruisen van de bladeren, de vogeltjes die erin zitten en de schaduw werken rustgevend. Daarnaast zorgen groepjes bomen in het buitengebied voor een aantrekkelijkere horizon. De omgeving is veel afwisselender en oogt in warme zomers verkoelend.”
“Bomen geven op een natuurlijke manier ontspanning en rust.”
“Het verschil tussen de stenen, asfalten en betonnen woestijn of een prachtige leefbare omgeving en leven in een paradijs. Het verschil tussen kaal en hard of aangenaam, aangekleed en mooi; grijs en grauw en leeg of groen, rijk en levend, verzachtend en verkoelend. Rijkdom.”
“Rust en leefomgeving van dieren.”
“Bomen maken de omgeving meer natuurlijk: mooi groen, meer vogels.”
“Wij hebben in onze tuin achter de woning veel last van bomen die in beheer zijn van de gemeente. Takken hangen circa drie meter over de erfscheiding, de zon wordt tegengehouden en heel veel last van bladeren en andere troep. Onderhoud door de gemeente gebeurt hoegenaamd niet.”
“Een boom betekent leven, niet alleen voor mensen maar ook voor de biodiversiteit.”
“Bomen horen in het landschap. Ze geven mooie schakeringen in de polder.”
“Bomen zijn voor mij natuur, biodiversiteit, vergroening, gezondere leefomgeving.”
“We kunnen niet zonder bomen! Behalve schaduw en verkoeling zijn ze onmisbaar in ons ecosysteem en bieden ze voedsel, nestgelegenheid en schuilplaatsen aan tal van dieren. Hun wortelsysteem is een belangrijke waterberging en uiteraard zuiveren bomen de lucht. Persoonlijk word ik heel blij als ik naar een boom kijk. Kortom: hoe meer bomen hoe beter!”
“Er moeten zoveel mogelijk bomen geplant worden zodat er meer schaduw komt om het opwarmen van de aarde tegen te gaan.”
“Leven.”
“Natuur.”
“Bomen zijn de longen van de aarde, daar moeten we zuinig op zijn.”
“Ik heb ook grote bomen in mijn tuin; ik vind het heerlijk, vol vogels en schaduw.”
“Natuur, rust, plek voor vogels.”
“Ze zijn belangrijk. Geven zuurstof, rust, fijn om naar te kijken.”
“Bomen zorgen voor rust en ontspanning.”
“Bomen maken het straatbeeld aangenamer, mooier en gezonder en geven verkoeling op warme dagen.”
“Bomen zijn enorm belangrijk. Ze spelen een grote rol in de biodiversiteit en helpen tegen klimaatverandering. Voor mij zijn bomen niet alleen nuttig, maar ook rustgevend. Ze maken de wereld mooier en gezonder.”
“Belangrijk voor het koolzuurassimilatieproces.”
“Een boom zorgt voor sfeer en verkoeling in de natuur. Zonder bomen zou het erg kaal zijn.”
“Rust en gezondheid.”
“Levenskracht.”
“Een boom in de stad brengt de natuur dichtbij. Ik zie graag groen tussen alle bebouwing. Levering van zuurstof.”
“Mooie vorm van natuur die zoveel mogelijk gekoesterd dient te worden.”
“Bomen zorgen voor rust, privacy en een mooi uitzicht. Het moment dat in de zomer alle bomen weer in het volle groen staan is een schitterend gezicht.”
“Een gezonde leefomgeving, herinneringen aan mooie momenten.”
“Leefgebied voor vogels, schaduw, windbrekers, zichtlijnbrekers.”
“Ik vind een boom belangrijk vanwege de rust en de luchtzuivering.”
“Ik word vrolijk van bomen en ben onder de indruk van hun kracht, schoonheid en ze zorgen voor rust.”
Bijlage 3: PRAKTISCH BEOORDELINGSKADER (CHECKLIST) AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING VOOR KAPACTIVITEIT
De wettelijke indieningsvereisten voor een aanvraag zijn opgenomen in het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De ingediende onderbouwing bij de aanvraag onder “groot gemeenschappelijk belang” wordt daarnaast op de volgende punten inhoudelijk beoordeeld:
- 1.
Concreetheid van het belang — is het belang aantoonbaar collectief, concreet en tijdgebonden (urgent)? (bewijsstukken: vergunningen, juridische plicht, dijk-/veiligheidsrapporten, etc.)
- 2.
Proportionaliteit — is de ingreep beperkt tot het strikt noodzakelijke?
- 3.
Alternatievenonderzoek — zijn reële projectalternatieven onderzocht en gemotiveerd afgevallen? (andere ligging, tunnel, aanpassing ontwerp/ bouwplan, etc.)
- 4.
Compensatie — zijn mitigerende (herplant met verplicht herplantplan) of compenserende maatregelen opgenomen conform Bomenbeleidsplan en geborgd?
- 5.
Waardeafweging — wegen de maatschappelijke baten (leefomgeving, klimaat, ecologie/biodiversiteit en economie) op tegen de vastgestelde boomwaarde (boomtechnisch rapport)?
- 6.
Deskundigheid en onafhankelijkheid — zijn rapporten opgesteld door onafhankelijke erkende specialisten (ecoloog, civiel ingenieur)?
- 7.
Juridische toets — voldoet besluitvorming aan ruimtelijke kaders (verenigbaar met omgevingsplan, rijks-/provinciale regels) en rechtspraak (motiveringsplicht)?
- 8.
Eindconclusie — voldoet aanvraag aan voorwaarden “groot gemeenschappelijk belang”?
Bij een positieve beoordeling, i.e. een positieve beantwoording van alle toetsvragen: stel altijd herplant of een financiële compensatie in het Bomenfonds verplicht en leg dit in de vergunning vast. Bij twijfel: weigeren of slechts tijdelijke of beperkte ontheffing (bijv. kappen met directe herplant verplicht).
Bijlage 4: BRONNENLIJST
- 1.
Bomen zijn belangrijk - Norminstituut bomen - https://bomenzijnbelangrijk.nl/.
- 2.
Wat natuur de mens biedt - PBL 2010 - https://www.pbl.nl/publicaties/wat-natuur-de-mens-biedt-ecosysteemdiensten-in-nederland.
- 3.
Inlandse eik verwelkomt meer dan 1000 soorten - Onze Natuur, 2021.
- 4.
De hittebestendige stad - HvA 2020 - https://www.hittebestendigestad.nl/.
- 5.
Kroon de boom tot airco van de stad - WUR 2021. - https://edepot.wur.nl/554208.
- 6.
Bowler, et al. (2010). Urban greening to cool towns and cities: A systematic review of the empirical evidence.
- 7.
Berland, et al. (2017). The role of trees in urban stormwater management.
- 8.
Maas, et al. (2006). Green space, urbanity, and health: how strong is the relation?
- 9.
Nowak, et al. (2006). Air pollution removal by urban trees and shrubs in the United States.
- 10.
Kennisbundeling Groen en Gezondheid - RIVM 2022.
- 11
Tzoulas, et al. (2007). Promoting ecosystem and human health in urban areas using Green Infrastructure: A literature review.
- 12
Bomen en woningprijzen - PBL 2023.
- 13
van ’t Hof, et al. (2022). Make nature count - Foundation for Sustainable Development.
- 14
Platform i-Tree Nederland Baten van Bomen; Vereniging voor openbaar groen waardebepaling van bomen.
- 15
Jennings & Bamkole (2019). The relationship between social cohesion and urban green space: An avenue for health promotion.
- 16
Niet bij rood alleen: Buurtgroen en sociale cohesie - Alterra 2010.
- 17
Opnamekenmerken en criteria boombiotoop - Terra Nostra.
- 18
Aantrekkelijke Koele Plekken & Routes Basisprincipes en richtlijnen voor natuurlijke verkoeling. Wageningen University & Research (mei 2023).
- 19
Rekenprogramma Boommonitor van Norminstituut Bomen - https://www.norminstituutbomen.nl/instrumenten/boommonitor/.
- 20
Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB) - https://boomtaxateur.nl/index.php/rekenmodel.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl