Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Heerenveen 2025, 2026 en 2027

Geldend van 18-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025

Intitulé

Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Heerenveen 2025, 2026 en 2027

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen (hierna het college);

Overwegende, dat

  • -

    het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd en

Gelet op artikel 78gg Participatiewet

Besluit: Vast te stellen de Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Heerenveen 2025, 2026 en 2027

Artikel 1. Begrippen

  • 1.1 In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    Alleenverdiener: het huishouden dat:

    • a.

      een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet en;

    • b.

      vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en;

    • c.

      een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.

    Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.

    Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet.

TOEGANG

Artikel 2 Ambtshalve toekenning

  • 2.1 Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.

Artikel 3 Aanvraag op uitnodiging

  • 3.1 Het college nodigt een huishouden uit om over 2025 een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming in te dienen indien:

    • a.

      het huishouden voor het kalenderjaar 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

    • b.

      voor het kalenderjaar 2025 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

    • c.

      op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming en

    • d.

      de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.

  • 3.2 Het college nodigt het huishouden uit om over 2026 en/of 2027 een aanvraag voor de vaste tegemoetkoming in te dienen, indien:

    • a.

      het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

    • b.

      voor 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

    • c.

      op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming en;

    • d.

      de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.

Artikel 4 Aanvraag zelfmelder

  • 4.1 Het huishouden kan een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college.

  • 4.2 De aanvraag om een vaste tegemoetkoming kan vormvrij worden ingediend bij het college.

  • 4.3 Het college beoordeelt of de aanvrager alleenverdiener is als bedoeld in artikel 1.1 .

  • 4.4 Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van de gemeente is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.

  • 4.5 Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale - en toeslagpartners mee.

  • 4.6 Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag.

    Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.

  • 4.7 Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.

  • 4.8 Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.

  • 4.9 Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 uur van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

  • 4.10 De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd.

TOEKENNING EN VERSTREKKING

Artikel 5 Toekenning

  • 5.1 Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag.

Artikel 6 Verstrekking

  • 6.1 Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer. De verstrekking voor het betreffende kalenderjaar loopt door als het huishouden uit de gemeente verhuist.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 7 Ingangsdatum

  • 7.1 Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2025.

Artikel 8 Titel

  • 8.1 Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Heerenveen 2025, 2026 en 2027.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 3 februari 2026

Het college van burgemeester en wethouders,

namens deze:

De gemeentesecretaris

G.W. Huisman

De burgemeester

M.A. Fokkens - Kelder

Toelichting

Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek

Algemeen

Gemeenten zijn verantwoordelijk om met ingang van 1 januari 2025 uitvoering te geven aan de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap). Gemeente Heerenveen kiest ervoor om beleid vast te stellen ten aanzien van de uitvoering van de tegemoetkoming. Hieronder wordt per artikel een toelichting gegeven.

Artikel 1: Begrippen

Dit artikel geeft een definitie voor de begrippen alleenverdiener, huishouden en vaste tegemoetkoming.

Artikel 2: Ambtshalve toekenning

Artikel 2.1: Ambtshalve toekennen aan huishoudens die op de lijst van de Belastingdienst staan . Aan ieder huishouden waarvan het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner staat vermeld op de lijst van de Belastingdienst wordt ambtshalve de vaste tegemoetkoming toegekend. De Wtrap biedt hier een grondslag voor. Van de inwoners op de lijst van de Belastingdienst staat vast dat zij op de peildatum (de datum waarop de definitieve lijst van de Belastingdienst is gebaseerd) van de lijst nog in leven waren en woonachtig in de gemeente Heerenveen.

Artikel 3: Aanvraag op uitnodiging

Op basis van artikel 3 van de beleidsregels nodigt de gemeente huishoudens uit om een aanvraag in te dienen als het huishouden:

  • -

    Over het jaar 2025 geen tegemoetkoming heeft ontvangen.

  • -

    Over het jaar 2026 en/of 2027 geen tegemoetkoming heeft ontvangen.

  • -

    Op grond van een bestandsanalyse in een betreffend jaar mogelijk tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek behoort (NB: dit kan ook gedurende de looptijd van het jaar ontstaan bij nieuwe aanvragen bijzondere bijstand en aanvullende algemene bijstand.) Hiermee nodigt de gemeente niet alleen bekende huishoudens uit (toekenning in vorig jaar), maar ook huishoudens die nog niet eerder een tegemoetkoming hebben ontvangen én waarvan de gemeente vermoedt dat zij recht kunnen hebben op een vaste tegemoetkoming. Zij kunnen bijvoorbeeld recent de bijstand zijn ingestroomd. De gemeente kan deze huishoudens tegenkomen wanneer het eigen bestanden doorzoekt.

Artikel 4: Aanvraag zelfmelder

Alle andere huishoudens die vermoeden dat zij tot de doelgroep van de alleenverdieners behoren kunnen zelf een aanvraag indienen. Dit artikel bepaalt daarbij wat de criteria zijn om te bepalen of het huishouden recht heeft op de vaste tegemoetkoming.

Artikel 4.6 en 4.7: Voor de berekening van het inkomen zijn er verschillende mogelijkheden:

  • -

    Een vast maandelijks inkomen: Hiervoor wordt een referteperiode van één maand gehanteerd.

  • -

    Een variabel maandelijks inkomen: Hiervoor wordt een referteperiode van de drie meest recente maanden gehanteerd.

Het vaste of variabele inkomen moet vervolgens naar een jaarinkomen worden omgerekend.

Artikel 4.9: Bij de vaststelling van de lijst door de Belastingdienst voor ambtshalve toekenning van de tegemoetkoming, is rekening gehouden met de vermogensgrenzen van de toeslagen. Het is vanwege rechtsgelijkheid en de bedoeling van de regeling belangrijk dat gemeenten ook voor zelfmelders met deze vermogensgrenzen rekening houden. In de beleidsregels is daarom de vermogensgrens van de zorgtoeslag opgenomen als criterium bij de beoordeling of een huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort.

Artikel 5: Toekenning

De toekenning van de vaste tegemoetkoming is eenmaal per kalenderjaar voor het hele bedrag. Om te voorkomen dat alleenverdiener-huishoudens in geval van verhuizing tussen de wal en het schip belanden, wordt voor alle ambtshalve toekenningen als peildatum voor de woonplaats de datum waarop de definitieve lijst van de Belastingdienst is gebaseerd, gehanteerd.

Artikel 6: Verstrekking

De vaste tegemoetkoming wordt in één keer uitbetaald. Ook als de inwoner gedurende het jaar verhuist, blijft de gemeente die de vaste tegemoetkoming heeft toegekend, de nog te betalen bedragen uitkeren.

Artikel 7: Ingangsdatum

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 8: Titel

Dit artikel behoeft geen toelichting.