Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Gulpen-Wittem 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-04-2026

Intitulé

Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Gulpen-Wittem 2026

De gemeenteraad van Gulpen-Wittem,

Overwegende

  • het voorstel A 286 van het Presidium d.d. 12 januari 2026

  • artikel 147 en 155a van de Gemeentewet.

Besluit

  • 1.

    de Verordening op het onderzoeksrecht van de raad van Gulpen-Wittem 2005 per 1 april 2026 in te trekken.

  • 2.

    de navolgende Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Gulpen-Wittem 2026 vast te stellen en per 1 april 2026 in werking te laten treden:

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1: definities

  • a.

    College: het college van burgemeester en wethouders;

  • b.

    Enquêtecommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet;

  • c.

    Raadsenquête: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid van de Gemeentewet.

  • d.

    Onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet, die onderzoek doet naar het door het college gevoerde bestuur zoals beschreven in artikel 2 van deze verordening;

  • e.

    Raadsonderzoek: een onderzoek naar het door het college van burgemeester en wethouders gevoerde bestuur of het handelen van de gemeenteraad zelf, ingesteld op grond van artikel 155 Gemeentewet;

  • f.

    Voorbereidingscommissie: een commissie ingesteld op grond van artikel 84 Gemeentewet die tot doel heeft te onderzoeken welk controle-instrument het beste kan worden gebruikt en/of het besluit tot het houden van een raadsenquête voorbereid;

  • g.

    Vergadering: bijeenkomst waarin de enquêtecommissie beraadslaagt, maar niet verhoort;

  • h.

    Hoorzitting: bijeenkomst van de enquêtecommissie waarin zij personen hoort op grond van artikel 155c Gemeentewet.

Hoofdstuk 2 Raadsonderzoek

Artikel 2 Raadsonderzoek

  • 1. De gemeenteraad kan op voorstel van een of meer leden een onderzoek instellen.

  • 2. Het besluit tot instellen van een onderzoek bevat een omschrijving van het onderwerp van onderzoek en een toelichting. Deze omschrijving kan tijdens het onderzoek door de gemeenteraad worden gewijzigd.

  • 3. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een onderzoekscommissie ex. artikel 84 van de Gemeentewet.

  • 4. Met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 169 en 180 Gemeentewet is niemand verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek.

  • 5. De grondslag voor het onderzoek kan door de gemeenteraad indien nodig gaandeweg het onderzoek worden gewijzigd, al dan niet op voorstel van de onderzoekscommissie, naar een onderzoek op grond van artikel 155a van de Gemeentewet.

  • 6. Alvorens te besluiten een raadsonderzoek te houden, kan de gemeenteraad besluiten tot het (laten) verrichten van een voorbereidend onderzoek.

Hoofdstuk 3 Raadsenquête (artikel 155a Gemeentewet)

Artikel 3 Voorbereidingscommissie

  • 1. Alvorens te besluiten een raadsenquête te houden op grond van artikel 155a Gemeentewet kan de gemeenteraad besluiten tot het (laten) verrichten van een voorbereidend onderzoek.

  • 2. De gemeenteraad draagt een voorbereidend onderzoek op aan een voorbereidingscommissie. Dit is een commissie als bedoeld in artikel 84 Gemeentewet. De voorbereidingscommissie heeft tot doel te onderzoeken welk controle-instrument het beste kan worden gebruikt en/of het besluit tot het houden van een raadsenquête voorbereid;

  • 3. De voorbereidingscommissie aan wie het voorbereidend onderzoek is opgedragen, beschikt niet over bevoegdheden als vermeld in de artikelen 155b, 155c en 155d van de Gemeentewet.

  • 4. De voorbereidingscommissie heeft tenminste tot doel de gemeenteraad te adviseren over eventuele vervolgstappen na afronding van het voorbereidend onderzoek. De resultaten van het voorbereidend onderzoek worden gedeeld met de gemeenteraad, zodat deze op basis van de bevindingen een gemotiveerd besluit kan nemen over het al dan niet instellen van een raadsenquête.

Artikel 4 Enquêtecommissie

De enquêtecommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid van de Gemeentewet bestaat uit een oneven aantal leden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn de commissie op een andere wijze samen te stellen. Bij de samenstelling van de enquêtecommissie zorgt de raad voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen.

Artikel 5 Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter

  • 1. De leden van de enquêtecommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

  • 2. De voorzitter is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering van de enquêtecommissie;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels;

    • d.

      hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 6 Griffier

De griffier, of een door hem aangewezen ambtenaar, ondersteunt de voorbereidings- en enquêtecommissie als commissiegriffier.

Artikel 7 (Ambtelijke) Bijstand

  • 1. De bepalingen omtrent ambtelijke bijstand, zoals bedoeld in een verordening op grond van artikel 33, derde lid Gemeentewet, is niet van toepassing.

  • 2. De enquêtecommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht.

Artikel 8 Beraadslagingen

  • 1. De enquêtecommissie beraadslaagt als een lid dat nodig acht.

  • 2. De voorzitter nodigt de leden van de enquêtecommissie uit voor de beraadslagingen en vermeldt daarbij de datum, het tijdstip en de locatie.

  • 3. De enquêtecommissie beraadslaagt achter gesloten deuren.

Artikel 9 Beëindiging van het lidmaatschap

Als het lidmaatschap van een lid van de enquêtecommissie gedurende het onderzoek eindigt, brengt het lid eerst de voorzitter van de enquêtecommissie en vervolgens de gemeenteraad zo spoedig mogelijk op de hoogte.

Hoofdstuk 4 Onderzoeksbevoegdheden van de enquêtecommissie

Artikel 10 Uitoefenen bevoegdheden

  • 1. De enquêtecommissie kan de haar verleende bevoegdheden uitoefenen met ingang van de dag waarop het besluit tot het instellen van de enquêtecommissie door de gemeenteraad is genomen en volgens de juiste wijze bekend is gemaakt, totdat de enquêtecommissie door de gemeenteraad dan wel op grond van artikel 18 van deze verordening wordt ontbonden.

  • 2. De enquêtecommissie oefent haar bevoegdheden slechts uit voor zover dat naar het redelijk oordeel van de enquêtecommissie voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 11 Voorgesprekken

  • 1. De enquêtecommissie kan besluiten voorgesprekken te houden met personen, zoals genoemd in artikel 155b, eerste lid van de Gemeentewet.

  • 2. Een getuige of deskundige met wie de enquêtecommissie een voorgesprek voert, is niet ook lid van de enquêtecommissie.

  • 3. Niemand is verplicht tot medewerking aan een voorgesprek.

  • 4. De voorgesprekken worden gevoerd in een besloten vergadering van de enquêtecommissie, met als gevolg dat de leden van de enquêtecommissie geheimhouding bewaren over hetgeen hen tijdens het voorgesprek ter kennis komt, tenzij uitdrukkelijk anders wordt overeengekomen met betrokkenen.

  • 5. Van het voorgesprek kan een geluidsregistratie en een verslag worden gemaakt. Het vierde lid is hierop mede van toepassing.

Artikel 12 Vorderen van schriftelijke informatie

  • 1. Voordat de enquêtecommissie overgaat tot een vordering als bedoeld in artikel 155b Gemeentewet doet zij aan de personen, zoals genoemd in artikel 155b, eerste lid Gemeentewet, een verzoek doen tot het verschaffen van informatie.

  • 2. Een vordering wordt schriftelijk gedaan en wordt aangetekend verzonden of tegen een gedagtekend ontvangstbewijs uitgereikt.

  • 3. Als niet wordt voldaan aan de vordering doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt diegene aan wie de vordering is gericht in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na dagtekening alsnog aan de vordering te voldoen. Hierbij wordt vermeld dat de enquêtecommissie overgaat tot het doen van aangifte als niet wordt voldaan aan de vordering.

Artikel 13 Zitting en oproepen van getuigen en deskundigen voor verhoor

  • 1. De voorzitter roept de leden van de enquêtecommissie, getuigen en deskundigen ten minste twee weken voor de zitting op.

  • 2. Binnen vijf werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn de verzoektermijn in te korten. Bij een verkorte termijn wordt in de oproep gemotiveerd aangegeven wat is de reden is dat van de standaardtermijn van vijf werkdagen wordt afgeweken.

  • 3. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om deze termijn in te korten. Bij een verkorte termijn wordt in de oproep ook gemotiveerd aangegeven wat is de reden is dat van de standaardtermijn van een week wordt afgeweken.

  • 4. In afwijking van het eerste lid kan de enquêtecommissie in de oproep gemotiveerd bepalen dat het verhoor eerder plaatsvindt dan twee weken na verzending van de oproep als:

    • a.

      naar oordeel van de enquêtecommissie in het belang van de raadsenquête een verhoor op een kortere termijn redelijkerwijs nodig is; of

    • b.

      de betrokken getuige of deskundige met een kortere termijn instemt.

  • 5. Indien een getuige of deskundige geen gehoor geeft aan de oproep doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt degene aan wie de oproep is gericht in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening alsnog aan de oproep te voldoen. Hierbij wordt vermeld dat de enquêtecommissie overgaat tot het doen van aangifte als niet wordt voldaan aan de oproep.

Artikel 14 Horen onder ede

  • 1. De enquêtecommissie besluit, voordat het eerste getuigenverhoor plaatsvindt, of alle getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte.

  • 2. Voorafgaand aan het verhoor leggen getuigen en deskundigen, mits zo bepaald door de enquêtecommissie, in handen van de voorzitter de eed of de belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen.

  • 3. Als de enquêtecommissie het vermoeden heeft dat getuigen na het afleggen van de eed niet de waarheid spreken tijdens verhoren dan doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 207 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt degene die wordt verhoord op de hoogte gebracht van de vermoedens van de enquêtecommissie en in de gelegenheid gesteld alsnog aan de verplichtingen te voldoen door naar waarheid te antwoorden.

Artikel 15 Toehoorders en pers

  • 1. Toehoorders en pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen een openbare zitting bijwonen.

  • 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

  • 3. De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde verstoren te doen vertrekken.

  • 4. De enquêtecommissie kan, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat in het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van getuigen er geen toehoorders en pers worden toegelaten tijdens de verhoren.

Artikel 16 Geluid- en beeldregistraties

  • 1. De enquêtecommissie bepaalt op welke manier de verhoren openbaar zijn of worden gemaakt.

  • 2. Degenen die tijdens een openbare zitting geluid- en/of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

  • 3. De enquêtecommissie kan, in afwijking van het tweede lid, besluiten dat er geen beeldregistraties worden gemaakt, in het kader van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van getuigen.

Artikel 17 Verslaglegging en archivering

  • 1. De enquêtecommissie bepaalt op welke manier verslag wordt gemaakt.

  • 2. Het verslag vermeldt minimaal de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor zover van belang.

  • 3. Als de enquêtecommissie een schriftelijk verslag maakt van de verhoren dan wordt dat verslag ondertekend door de voorzitter en de commissiegriffier. De enquêtecommissie kan het schriftelijk verslag ter verificatie voorleggen aan een gehoorde getuige of deskundige.

  • 4. De enquêtecommissie draagt zorg voor archivering van de bescheiden van het onderzoek conform de geldende voorschriften voor het bewaren van openbare en geheime stukken.

  • 5. Van iedere vergadering van de enquêtecommissie wordt een besluitenlijst opgesteld dat ondertekend wordt door de voorzitter en de commissiegriffier.

Artikel 18 Afronding onderzoek

  • 1. De enquêtecommissie legt haar bevindingen vast in een openbaar rapport dat zij aan de gemeenteraad voorlegt.

  • 2. Het college krijgt voor de publicatie van het openbare rapport de gelegenheid om het rapport te beoordelen op feitelijke juistheden, het gebruik van vertrouwelijke informatie en de belangen van de gemeente.

  • 3. Nadat de bevindingen van het onderzoek aan gemeenteraad zijn gepresenteerd, is de enquêtecommissie van rechtswege ontbonden.

  • 4. Met ingang van de dag dat de enquêtecommissie wordt ontbonden, gaan over op de gemeenteraad:

    • a.

      de bescheiden die op verzoek of vordering aan de enquêtecommissie zijn verstrekt;

    • b.

      de beeld- of geluidsregistratie en verslagen van de voorgesprekken en verhoren;

    • c.

      de documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad; en

    • d.

      andere documenten die de enquêtecommissie van belang acht.

  • 5. Het presenteren van de bevindingen van het onderzoek gaat gepaard met een voorstel van de enquêtecommissie over het al dan niet opheffen van de geheimhouding én de termijn van de op te leggen geheimhouding op – onderdelen van - stukken van het onderzoeksdossier, zoals genoemd in het voorgaande lid.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 19 Intrekken oude verordening

De Verordening op het onderzoeksrecht van de raad van Gulpen-Wittem 2005 wordt op 1 april 2026 ingetrokken.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2026.

Artikel 21 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Gulpen-Wittem 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Gulpen-Witten op donderdag 5 februari 2026 in Gulpen.

de griffier,

dhr. mr. R. Reichrath

de burgemeester,

mw. ing. N.H.C. Ramaekers - Rutjens

Toelichting op de verordening

Algemene toelichting

Deze verordening regelt de uitoefening van het onderzoeksrecht van de gemeenteraad van Gulpen-Wittem. Het decentraal enquêterecht is een vergaand instrument dat de gemeenteraad in staat stelt informatie te verkrijgen en zijn controlerende functie uit te oefenen. Hoewel het enquêterecht summier in de Gemeentewet is verankerd, zijn gemeenten verplicht een onderzoeksverordening vast te stellen om nadere regels te stellen aan dit recht. De huidige verordening van Gulpen-Wittem uit 2005 wordt met deze nieuwe verordening ingetrokken.

De belangrijkste vernieuwingen en overwegingen in deze verordening zijn:

  • Raadsonderzoek: Naast de raadsenquête wordt ook het 'gewone' raadsonderzoek expliciet geregeld. Dit biedt de raad een instrument voor onderzoek naar het college en het eigen handelen, zonder direct de vergaande bevoegdheden van een raadsenquête te hoeven inzetten.

  • Proportionaliteit: Er zijn meerdere bepalingen opgenomen om een proportioneel gebruik van de controle-instrumenten te waarborgen. Dit komt onder meer tot uiting bij het besluit tot een raadsenquête, het horen van getuigen en het vorderen van schriftelijke informatie.

  • Voorbereidend onderzoek: De mogelijkheid tot een voorbereidend onderzoek door een voorbereidingscommissie wordt geïntroduceerd om te bepalen welk controle-instrument het meest geschikt is.

  • Duidelijkheid over bevoegdheden: De verordening verduidelijkt de bevoegdheden van de enquêtecommissie en de procedures rondom de uitoefening daarvan, inclusief het omgaan met het niet voldoen aan vorderingen of oproepen.

  • Verslaglegging en archivering: Er zijn regels opgenomen met betrekking tot de verslaglegging van verhoren en de archivering van het onderzoeksdossier.

  • Afronding: De procedure voor de afronding van een raadsenquête en de ontbinding van de enquêtecommissie is expliciet geregeld.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1: Definities

Dit artikel definieert de belangrijkste begrippen die in de verordening worden gebruikt, zoals 'College' , 'Enquêtecommissie' , 'Raadsenquête' , 'Onderzoekscommissie' , 'Raadsonderzoek' , 'Voorbereidingscommissie' , 'Vergadering' en 'Hoorzitting'. Dit zorgt voor eenduidigheid in de toepassing van de verordening. De definitie van 'Raadsonderzoek' is hierbij van belang, aangezien dit naast de raadsenquête een nieuw geregeld instrument is.

Hoofdstuk 2 Raadsonderzoek

Artikel 2: Raadsonderzoek

Dit artikel biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om een 'gewoon' onderzoek in te stellen naar het gevoerde bestuur van het college of het eigen handelen van de raad. Het verschil met een raadsenquête is dat bij een raadsonderzoek de vergaande bevoegdheden van een raadsenquête (zoals de verplichting tot medewerking en het horen onder ede) niet van toepassing zijn. Het besluit tot instelling van een onderzoek moet een duidelijke omschrijving en toelichting bevatten. De mogelijkheid bestaat om de grondslag van het onderzoek gaandeweg te wijzigen naar een raadsenquête indien dit noodzakelijk blijkt. Dit biedt flexibiliteit en proportionaliteit in de inzet van controle-instrumenten. De uitvoering ligt bij een onderzoekscommissie ingesteld op grond van artikel 84 Gemeentewet.

Hoofdstuk 3 Raadsenquête (artikel 155a Gemeentewet)

Artikel 3: Voorbereidingscommissie

Dit artikel introduceert de mogelijkheid van een voorbereidend onderzoek voorafgaand aan een besluit tot een raadsenquête. De voorbereidingscommissie (een artikel 84-commissie) heeft als doel te adviseren over welk controle-instrument het meest geschikt is en/of het besluit tot een raadsenquête voor te bereiden. Belangrijk is dat deze commissie niet beschikt over de dwangbevoegdheden van een enquêtecommissie (zoals genoemd in de artikelen 155b, 155c en 155d Gemeentewet). De resultaten van dit onderzoek dienen als basis voor een gemotiveerd besluit van de raad.

Artikel 4: Enquêtecommissie

Dit artikel regelt de samenstelling van de enquêtecommissie. In principe dient deze te bestaan uit een oneven aantal leden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn voor een afwijkende samenstelling. De raad dient te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de fracties.

Artikel 5: Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter

De enquêtecommissie kiest uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. Dit artikel beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de voorzitter, waaronder het leiden van de vergaderingen, handhaving van de orde en het doen naleven van de verordening.

Artikel 6: Griffier

De griffier, of een aangewezen ambtenaar, ondersteunt zowel de voorbereidings- als de enquêtecommissie als commissiegriffier. Dit verzekert de ambtelijke bijstand zoals vereist door de Gemeentewet.

Artikel 7: (Ambtelijke) Bijstand

Dit artikel verduidelijkt dat de algemene verordening inzake ambtelijke bijstand op grond van artikel 33, derde lid Gemeentewet, niet van toepassing is op de enquêtecommissie. De enquêtecommissie kan zelf besluiten derden in te schakelen voor specifieke opdrachten ter ondersteuning van haar taak.

Artikel 8: Beraadslagingen

De beraadslagingen van de enquêtecommissie vinden plaats achter gesloten deuren. De voorzitter nodigt de leden uit en vermeldt de relevante details van de bijeenkomst. Dit zorgt voor een veilige omgeving voor gevoelige discussies.

Artikel 9: Beëindiging van het lidmaatschap

Dit artikel regelt de procedure bij het beëindigen van het lidmaatschap van een lid van de enquêtecommissie gedurende het onderzoek. Het lid dient de voorzitter van de enquêtecommissie en vervolgens de gemeenteraad zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen.

Hoofdstuk 4 Onderzoeksbevoegdheden van de enquêtecommissie

Artikel 10: Uitoefenen bevoegdheden

Dit artikel preciseert de periode waarin de enquêtecommissie haar bevoegdheden mag uitoefenen: vanaf de dag van het raadsbesluit tot instelling, totdat de commissie wordt ontbonden. Tevens wordt benadrukt dat de bevoegdheden slechts worden uitgeoefend voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van haar taak, wat het proportionaliteitsbeginsel onderstreept.

Artikel 11: Voorgesprekken

De enquêtecommissie kan voorgesprekken voeren met personen die mogelijk als getuige of deskundige worden gehoord. Deze gesprekken zijn vrijwillig (niemand is verplicht mee te werken) , vinden besloten plaats en de leden van de enquêtecommissie zijn verplicht tot geheimhouding, tenzij anders overeengekomen. Van deze gesprekken kunnen geluidsregistraties en verslagen worden gemaakt.

Artikel 12: Vorderen van schriftelijke informatie

Voordat de enquêtecommissie overgaat tot het vorderen van schriftelijke informatie (op grond van artikel 155b Gemeentewet), dient zij eerst een verzoek te doen. Een vordering wordt schriftelijk en aangetekend verzonden. Dit artikel regelt tevens de procedure voor aangifte bij het Openbaar Ministerie op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht (ambtsdwang) indien niet aan de vordering wordt voldaan.

Artikel 13: Zitting en oproepen van getuigen en deskundigen voor verhoor

Dit artikel beschrijft de procedures rondom het oproepen van getuigen en deskundigen voor een hoorzitting. Er is een standaard oproeptermijn van twee weken, met mogelijkheden voor verkorting bij zwaarwegende redenen of instemming van de betrokkene. Net als bij het vorderen van informatie, regelt dit artikel ook de procedure voor aangifte bij het Openbaar Ministerie op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht als een getuige of deskundige niet aan de oproep voldoet.

Artikel 14: Horen onder ede

De enquêtecommissie besluit voorafgaand aan de verhoren of getuigen en deskundigen onder ede of belofte worden gehoord. Dit artikel regelt de procedure voor aangifte op grond van artikel 207 Wetboek van Strafrecht (meineed) indien er een vermoeden bestaat dat een getuige na het afleggen van de eed niet de waarheid spreekt. De betrokkene krijgt hierbij de gelegenheid om alsnog de waarheid te spreken.

Artikel 15: Toehoorders en pers

Dit artikel regelt de toegang voor toehoorders en pers tot openbare zittingen. Het verbiedt verstoring van de orde en geeft de voorzitter de bevoegdheid storende toehoorders te verwijderen. In het belang van de persoonlijke levenssfeer van getuigen kan de enquêtecommissie besluiten tot het weren van toehoorders en pers bij verhoren.

Artikel 16: Geluid- en beeldregistraties

De enquêtecommissie bepaalt de wijze waarop verhoren openbaar worden gemaakt. Personen die geluid- en/of beeldregistraties willen maken tijdens een openbare zitting, moeten dit melden aan de voorzitter en zijn aan zijn aanwijzingen gebonden. Ook hier kan de enquêtecommissie in het belang van de persoonlijke levenssfeer van getuigen besluiten geen beeldregistraties toe te staan.

Artikel 17: Verslaglegging en archivering

Dit artikel regelt de wijze van verslaglegging, de vermelding van aanwezigen en de ondertekening van schriftelijke verslagen en besluitenlijsten door de voorzitter en de commissiegriffier. De mogelijkheid bestaat om verslagen ter verificatie aan getuigen voor te leggen. Van belang is de bepaling dat de enquêtecommissie zorgdraagt voor de archivering van het onderzoeksdossier conform de geldende voorschriften voor openbare en geheime stukken.

Artikel 18: Afronding onderzoek

Dit artikel beschrijft de afronding van het onderzoek. De enquêtecommissie legt haar bevindingen vast in een openbaar rapport dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Het college krijgt de gelegenheid het rapport te beoordelen op feitelijke juistheden, vertrouwelijkheid en gemeentebelangen vóór publicatie. Na presentatie van de bevindingen aan de raad wordt de enquêtecommissie van rechtswege ontbonden. De bescheiden van het onderzoek (waaronder vorderingen, registraties, verslagen en interne documenten) gaan over op de gemeenteraad. Tot slot doet de enquêtecommissie een voorstel aan de raad over het al dan niet opheffen van de geheimhouding en de termijn van geheimhouding op onderdelen van het onderzoeksdossier.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 19: Intrekken oude verordening

Dit artikel bepaalt dat de Verordening op het onderzoeksrecht van de raad van Gulpen-Wittem 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 20: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.

Artikel 21: Citeertitel

Dit artikel geeft de formele citeertitel van de verordening: 'Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Gulpen-Wittem 2026'.