Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757083
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757083/1
Besluit van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de Subsidieregeling Welzijn jeugd gemeente Wassenaar 2026
Geldend van 17-02-2026 t/m heden
Intitulé
Besluit van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de Subsidieregeling Welzijn jeugd gemeente Wassenaar 2026Het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar;
overwegende dat:
het gemeentebestuur wil zorgen dat iedereen kan meedoen en wil voorkomen dat bij jeugdigen en hun gezinnen vermijdbare ondersteunings-, hulp- of zorgvragen ontstaan;
daartoe maatschappelijke opgaven, doelen en effecten heeft beschreven in het Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar en de Beleidsnota Lokaal Jeugdbeleid Wassenaar 2026, en de realisering daarvan wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;
gelet op:
de artikelen 2.1 t/m 2.15 van de Jeugdwet;
de artikelen 2.1.1 en 2.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
artikel 1:3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025;
de Beleidsnota Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2025;
het Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar;
de Beleidsnota Lokaal Jeugdbeleid Wassenaar 2026;
besluit:
de Subsidieregeling Welzijn jeugd gemeente Wassenaar 2026 vast te stellen.
Artikel 1. Definities
-
1. In deze regeling wordt aangesloten bij de begrippen uit de Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025, tenzij daarvan expliciet wordt afgeweken.
-
2. In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
Asv:
Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025;
Awb:
Algemene wet bestuursrecht;
cofinanciering:
financiële bijdrage of bijdrage in natura niet zijnde de subsidie als onderdeel van een dekkingsplan;
collectivering:
het aanpakken van maatschappelijke opgaven op een gezamenlijke manier en voor groepen in plaats van voor individuele inwoners;
duurzame ontwikkelingsdoelen:
de SDG's, oftewel de Sustainable Development Goals (Duurzame Ontwikkelingsdoelen), zijn 17 doelstellingen opgesteld door de Verenigde Naties in 2015 (www.sdgnederland.nl);
eigen vermogen:
vrij besteedbaar eigen vermogen conform de voor die aanvrager geldende boekhoudkundige principes conform laatst bekende begroting of jaaroverzicht;
Governancecode Sociaal Werk :
een richtlijn die is opgesteld om goed bestuur, toezicht en verantwoording te waarborgen binnen organisaties in de welzijnssector en maatschappelijke dienstverlening. Het doel van deze code is om transparantie, integriteit en professionaliteit te bevorderen, zodat organisaties op een verantwoorde manier hun maatschappelijke doelen kunnen nastreven (https://sociaalwerknederland.nl/governancecode-sociaal-werk);
inwoner:
een persoon die woont in de gemeente Wassenaar;
overhead:
de overheadkosten zijn kosten die een organisatie heeft, maar die niet direct gerelateerd zijn aan een project of activiteit. Deze kosten zijn nodig om de organisatie in zijn geheel goed te laten functioneren en vallen vaak onder de categorie van indirecte kosten;
subsidieplafond:
het bedrag dat gedurende een bepaalde periode beschikbaar is voor alle voor toewijzing in aanmerking komende aanvragen;
verbonden rechtspersonen:
met een verbonden rechtspersoon wordt bijvoorbeeld een steunstichting of een ‘Vrienden van…’ bedoeld. Een verbonden rechtspersoon is een juridische entiteit die wordt opgericht om een specifiek doel te ondersteunen, zoals het financieren van een goed doel of een organisatie;
Verklaring Omtrent het Gedrag:
een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een door het Ministerie van Justitie en Veiligheid opgestelde verklaring die laat zien dat het (justitiële) verleden van een sollicitant of medewerker geen bezwaar vormt voor een bepaalde baan of functie;
voltijdsequivalent:
full time equivalent, oftewel de rekeneenheid waarmee de omvang van een functie wordt uitgedrukt. 1 fte omvat de standaard werkweek in de desbetreffende organisatie..
Artikel 2. Toepassingsbereik
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op subsidies die zijn verstrekt op grond van deze regeling.
Artikel 3. Activiteiten en subsidieduur
-
1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor eenmalige of structurele activiteiten die overwegend zijn gericht op jeugdigen en hun opvoeders, en bijdragen aan het bereiken van de maatschappelijke opgaven, doelen en effecten zoals beschreven in het Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar en de Beleidsnota Lokaal Jeugdbeleid Wassenaar 2026, met uitzondering van activiteiten die zijn gericht op het versterken van de sociale en pedagogische basis van jeugdigen.
-
2. Met inachtneming van artikel 3:4 van de Asv en artikel 6 kan het college voor het gehele subsidieplafond dan wel voor deelplafonds bepalen dat aanvragers die personeel in dienst hebben voor meerdere jaren subsidie kunnen ontvangen.
Artikel 4. Doelgroep
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
-
1. De kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn alle kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten met dien verstande dat kosten per voltijdsequivalent die meer bedragen dan de loonkosten in de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomst moeten worden voorzien van een toelichting.
-
2. In afwijking van het eerste lid kunnen subsidieaanvragers gebruikmaken van een integrale kostensystematiek indien zij daarover beschikken.
-
3. Voor zover er subsidie wordt gevraagd voor investeringen, kunnen uitsluitend de afschrijvingskosten ervan voor subsidie in aanmerking komen, voor zover deze toerekenbaar zijn aan de activiteit.
-
4. Behoudens de gevallen waarin het college toepassing geeft aan artikel 4:3, onderdeel g, artikel 4:4 of artikel 4:5 van de Asv, of artikel 4:57 van de Awb, komen bij het vaststellen van verleende subsidies slechts de werkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking.
Artikel 6. Wijze van verdeling en subsidieplafond
-
1. Het college kan subsidieplafonds en -deelplafonds vaststellen.
-
2. Subsidieplafonds en -deelplafonds worden jaarlijks bij separaat besluit bekendgemaakt. Daarbij wordt steeds vermeld voor welke activiteiten het plafond of deelplafond geldt.
-
3. Bij het vaststellen van subsidieplafonds kan het college ook bepalen dat voor bepaalde activiteiten een minimumbedrag moet worden aangevraagd.
-
4. Indien het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het aangevraagde subsidiebedrag van alle voor subsidie in aanmerking komende aanvragen naar rato verlaagd met hetzelfde kortingspercentage. Dit percentage wordt berekend door het bedrag van de overschrijding van het plafond te delen door het totaalbedrag van de in aanmerking komende subsidieaanvragen.
-
5. Subsidieverlening op grond van deze regeling vindt plaats onder voorbehoud van de vaststelling van de gemeentelijke begroting.
-
6. Indien als gevolg van het vaststellen van de begroting de beschikbare middelen niet toereikend zijn om alle aanvragen volledig te honoreren, kan het college besluiten tot verlaging van het subsidieplafond, of wijziging of intrekking van verleende subsidies.
-
7. Het college kan besluiten tot verhoging van het subsidieplafond.
Artikel 7. Aanvraag
-
1. In aanvulling op artikel 2:2 van de Asv dient een subsidieaanvraag tevens te bevatten:
- a.
inzicht in de mate waarin is gezocht naar cofinanciering en;
- b.
inzicht in het eigen vermogen van de subsidieaanvrager en verbonden rechtspersonen.
- a.
-
2. Subsidieaanvragen van meer dan € 5.000 bevatten tevens een uitsplitsing in begroting van de kosten voor personeel en activiteiten, een prijs per voltijdsequivalenten en de overheadkosten of, indien gebruik wordt gemaakt van een integrale kostprijs: een toelichting op de berekening daarvan.
-
3. De aanvrager maakt gebruik van beschikbaar gestelde formats.
Artikel 8. Aanvraagtermijn
In afwijking van artikel 2:3, tweede lid, van de Asv kan subsidie voor eenmalige activiteiten uitsluitend worden aangevraagd van 1 maart tot 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 9. Aanvullende weigeringsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Awb en artikel 2:5 van de Asv kan de subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk worden geweigerd als:
- a.
eenzelfde subsidieaanvraag voor eenmalige activiteiten van minder dan € 2.500 niet eerder is afgewezen door een lokaal fonds;
- b.
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde;
- c.
aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;
- d.
de subsidie niet noodzakelijk is om de doelen te bereiken die de aanvrager met de activiteit nastreeft;
- e.
volledige toekenning zou leiden tot het onvoldoende gedifferentieerd uitvoeren van de beleidsdoelen van de gemeente;
- f.
honorering van, ten opzichte van het aanbod van de aanvrager van voorgaande jaren, nieuwe activiteiten het subsidieplafond zouden doen overschrijden, en deze vernieuwing in het aanbod niet beter bijdraagt aan het doel van deze regeling dan het behoud van het bestaande aanbod zou doen;
- g.
de activiteiten niet of in onvoldoende mate bijdragen aan het doel van de regeling.
Artikel 10. Beslistermijn
In afwijking van artikel 2:4, tweede lid, van de Asv beslist het college op aanvragen voor eenmalige subsidie uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd of waarin de activiteiten plaatsvinden.
Artikel 11. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onverminderd afdeling 4.2.4 van de Awb en de artikelen 3:1 en 3:2 van de Asv gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
- a.
de subsidieontvanger draagt ervoor zorg dat geen religieuze of politieke doelen worden nagestreefd met activiteiten;
- b.
de subsidieontvanger is verplicht zijn activiteiten inclusief en toegankelijk uit te voeren tenzij dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs niet van de subsidieontvanger kan worden verlangd;
- c.
de subsidieontvanger is verplicht zich in te spannen om zoveel mogelijk bij te dragen aan de duurzame ontwikkelingsdoelen;
- d.
de subsidieontvanger is verplicht zorg te dragen dat beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een recente Verklaring Omtrent het Gedrag voor zover gewerkt wordt met kwetsbare personen;
- e.
de subsidieontvanger van meer dan € 100.000 is verplicht haar organisatie te besturen volgens de Governancecode Sociaal Werk dan wel te handelen in overeenstemming met de op dat moment geldende opvolgende of aanvullende regelgeving op het gebied van goed bestuur in deze sector, of, indien deze code niet van toepassing is, vergelijkbare principes van goed bestuur;
- f.
de subsidieontvanger meer dan € 25.000 en van ten hoogste € 100.000 is verplicht uiterlijk 1 juni van het jaar van de subsidieperiode een inhoudelijk voortgangsverslag aan te leveren;
- g.
de subsidieontvanger van meer dan € 100.000 is verplicht uiterlijk 1 juni van het jaar van de subsidieperiode een inhoudelijk en financieel voortgangsverslag aan te leveren.
Artikel 12. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 25.000
In aanvulling op artikel 3:5 en 3:6 van de Asv moet bij de verantwoording in ieder geval worden gerapporteerd over:
- a.
het aantal personen dat is bereikt met activiteiten;
- b.
het aantal personen dat wel is gestart met de activiteiten maar gedurende de activiteiten is uitgevallen;
- c.
de klanttevredenheid, en;
- d.
afwijkingen in realisatie ten opzichte van begroting van meer dan 10%.
Artikel 13. Bevoorschotting en betaling in gedeelten
-
1. Subsidies van ten hoogste € 25.000 per jaar worden betaald bij de start van de activiteiten.
-
2. Subsidies van meer dan € 25.000 per jaar worden betaald door middel van het volgende bevoorschottingsregime:
- a.
één voorschot ter hoogte van 50% van de verleende subsidie bij de start van de activiteiten;
- b.
één voorschot ter hoogte van 50% van de verleende subsidie 6 maanden na de start van de activiteiten.
- a.
Artikel 14. Hardheidsclausule
Als een bepaling in deze regeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kan het college besluiten deze buiten toepassing te laten.
Artikel 15. Slotbepalingen
-
1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na publicatie.
-
2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Welzijn jeugd gemeente Wassenaar 2026.
-
3. Deze subsidieregeling wordt geëvalueerd omstreeks 1 januari 2028.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering, gehouden op 16 decemberl 2025,
drs. A.P.A. Oostermeijer
gemeentesecretarisdrs. L.A. de Lange
burgemeesterArtikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Definities
In dit artikel staan de definities van specifieke begrippen die worden genoemd in deze regeling. Indien de definitie van een bepaald begrip niet in deze lijst staat beschreven, dan staat deze mogelijk beschreven in de Asv. De Asv moet in samenhang met deze subsidieregeling worden gelezen.
Artikel 2. Toepassingsbereik
Deze subsidieregeling is alleen van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt. Regels in deze regeling gelden dus niet voor andere subsidies die de gemeente verstrekt.
Artikel 3. Activiteiten
Alle activiteiten die overwegend zijn gericht op jeugdigen en die volgens het college bijdragen aan het doel van de subsidieregeling komen voor subsidie in aanmerking. Voor activiteiten die zijn gericht op het versterken van de sociale en pedagogische vaardigheden van jeugdigen geldt een andere regeling.
Artikel 4. Doelgroep
Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Alle kosten die noodzakelijk zijn voor de activiteiten komen voor subsidie in aanmerking. De overheadkosten (vaste kosten) van de organisatie komen alleen in aanmerking voor subsidie als deze niet al zijn meegenomen in de berekening van de loonkosten. Vaste kosten zijn kosten die een organisatie heeft, maar die niet direct gerelateerd zijn aan een project of activiteit. Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld kosten voor telefoon en internet, portokosten, energiekosten, verzekeringskosten, onderhoudskosten, huisvesting, administratie, ICT en management. Afschrijvingen komen voor subsidie in aanmerking voor zover deze toerekenbaar zijn aan het jaar van de subsidieperiode. De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Subsidie die niet is besteed aan de bij verlening afgesproken activiteiten wordt in principe teruggevorderd, tenzij hierover andere afspraken worden gemaakt.
Artikel 6. Wijze van verdeling en subsidieplafond
De beoordeling vindt plaats in drie stappen. Eerst wordt gekeken welke kosten in aanmerking komen voor subsidie. Vervolgens worden de weigeringsgronden toegepast. Indien de bedragen van de aanvragen die dan resteren gezamenlijk het subsidieplafond overschrijden, wordt dat resterende subsidiebedrag van alle aanvragen vervolgens nog gelijkmatig (pro-rata) verlaagd op basis van de overschrijding.
Artikel 7. Aanvraag
Naast de eisen die worden gesteld aan een subsidieaanvraag in de Asv moet de aanvrager inzicht verschaffen in het eigen vermogen en de mate waarin is gezocht of zal worden gezocht naar alternatieve financiering zodat het college kan toetsen in hoeverre de subsidie noodzakelijk is. Voor hogere aanvragen gelden meer eisen.
Artikel 8. Aanvraagtermijn
Vanaf 2026 kunnen alle subsidieaanvragen jaarlijks worden ingediend van 1 maart tot 1 juni.
Artikel 9. Aanvullende weigeringsgronden
Het college kan subsidieaanvragen geheel of deels weigeren. Bijvoorbeeld indien het college vindt dat de aangevraagde subsidie te hoog is in relatie tot het eigen vermogen van de aanvrager of dat van de met de aanvrager verbonden rechtspersonen. Of indien de toegevoegde waarde van nieuwe activiteiten niet voldoende is om bezuinigingen op het bestaande aanbod te rechtvaardigen. Aanvragers van een eenmalige subsidie van minder dan € 2.500 moeten zich eerst wenden tot een lokaal fonds en laten zien dat een (nagenoeg) dezelfde aanvraag daar is afgewezen. Voor de structurele activiteiten hoeft de aanvrager zich niet eerst tot een fonds te wenden.
Artikel 10. Beslistermijn
Vanaf 2026 beslist het college op alle soorten subsidieaanvragen uiterlijk op 1 oktober.
Artikel 11. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Naast de verplichtingen die gelden of kunnen worden opgelegd zoals genoemd in de Awb en de Asv moet de subsidieontvanger zich ook inspannen om te zorgen dat de activiteiten toegankelijk en inclusief worden uitgevoerd, en beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een VOG (met het juiste screeningsprofiel) indien wordt gewerkt met kwetsbare doelgroepen. Ook moet bij hogere aanvragen een tussenrapportage worden aangeleverd.
Artikel 12. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 25.000
Uit het inhoudelijke verslag (volgens het digitale format) moet blijken in hoeverre de doelstellingen en resultaten zijn gerealiseerd en aan de verplichtingen is voldaan. Daaronder wordt in ieder geval ook verstaan de mate waarin de activiteiten zijn uitgevoerd conform de rangschikkingscriteria van artikel 6.
Artikel 13. Bevoorschotting en betaling in gedeelten
In artikel 3:3 van de Asv staat dat het college subsidies van ten hoogste € 5.000 direct vaststelt. Dit betekent dat de subsidie meteen wordt betaald en er geen (of steekproefsgewijze) controle achteraf plaatsvindt. Soms vindt het college het echter belangrijk om de subsidie eerst te verlenen en pas vast te stellen nadat bijvoorbeeld is aangetoond dat de activiteiten hebben plaatsgevonden.
In dat geval wordt de subsidie betaalt door middel van een voorschot. Subsidies van meer dan € 25.000 per jaar worden betaald door middel van twee gelijke voorschotten. De eerste bij de start van de activiteiten en de tweede na zes maanden of – indien de subsidieduur niet precies een jaar is – na verstrijken van de helft van de subsidieduur.
Artikel 14. Hardheidsclausule
In uitzonderlijke gevallen kan het college van de regeling afwijken. De subsidieaanvrager of subsidieontvanger moet zelf een beroep doen op deze clausule.
Artikel 15. Slotbepalingen
De regeling heeft geen einddatum en wordt op of omstreeks 1 januari 2028 geëvalueerd.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl