Verordening straatnamen en huisnummers Leeuwarden 2026

Geldend van 13-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Verordening straatnamen en huisnummers Leeuwarden 2026

De raad van de gemeente Leeuwarden;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 januari 2026 nr. 3818; inzake Verordening straatnamen en huisnummers Leeuwarden 2026, zaaknummer 2025-319769;

gelet op artikel 6 van de Wet Basisregistratie Adressen en Gebouwen en artikel 149 en 156 van de Gemeentewet en gezien het advies van de Commissie Naamgeving,

besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening straatnamen en huisnummers Leeuwarden 2026:

Dit is een verordening (beleid) voor straatnamen en huisnummers in de gemeente Leeuwarden. Hierin staat geschreven welke regels er zijn om namen en nummers te geven / te plaatsen.

Artikel 1. Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • 1.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden;

  • 2.

    huisnummer: nummeraanduiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet;

  • 3.

    naam: een door het college gegeven naam aan een woonplaats, wijk of buurt of een deel van de openbare ruimte, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet, waaronder een straat of plein;

  • 4.

    naambord: afbeelding met de naam;

  • 5.

    huisnummerbord: afbeelding met het huisnummer;

  • 6.

    verantwoordelijke: iedereen die volgens het Burgerlijk Wetboek het recht heeft om op een bepaalde onroerende zaak een naam- of huisnummerbord op te hangen of te laten hangen;

  • 7.

    Wet: Wet Basisregistratie Adressen en Gebouwen. (Wet BAG)

Artikel 2. Ophangen naamborden

  • 1.

    Het college zorgt dat er op voldoende en passende plekken naamborden hangen.

  • 2.

    Het college kan besluiten dat de verantwoordelijke een naambord moet ophangen.

  • 3.

    De verantwoordelijke volgt bij het ophangen, onderhouden of verwijderen van een naambord de

  • aanwijzingen van het college op.

Artikel 3. Ophangen huisnummerborden

  • 1.

    Het college besluit dat de verantwoordelijke een huisnummerbord moet ophangen.

  • 2.

    Als de plek waar een huisnummerbord moet hangen nog niet klaar is, wordt het huisnummerbord

  • opgehangen binnen vier weken nadat de plek klaar is.

Artikel 4. Laten hangen van borden

  • 1.

    Een naam- of huisnummerbord is zichtbaar vanaf de openbare weg.

  • 2.

    Het college kan besluiten dat een vervallen naam of huisnummer op een naam- of huisnummerbord wordt doorgestreept. Het college kan daarbij bepalen dat de verantwoordelijke die naam of dat huisnummer maximaal één jaar naast de nieuwe naam of het nieuwe huisnummer moet laten hangen.

Artikel 5. Geven van namen en huisnummers

  • 1.

    Het college voert de taken, bedoeld in artikel 6, eerste tot vierde lid, van de Wet, uit.

  • 2.

    Het college geeft binnen de gemeente een naam aan een of meerdere woonplaatsen, wijken en buurten, straten en andere delen van de openbare ruimte. Indien nodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken. Hier valt ook onder het wijzigen of intrekken van namen.

  • 3.

    Het college laat zich daarin adviseren door de Commissie Naamgeving.

  • 4.

    Het college kan nadere regels vaststellen over het ontwerp van naam- en huisnummerborden en het ophangen daarvan.

  • 5.

    Het college houdt zich aan het Convenant inzake postcodes en de Richtlijnen voor gemeenten bij het vaststellen van een indeling naar wijken en buurten zoals uitgegeven door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

  • 6.

    Het college kan een vraag tot wijzigen van een nummer weigeren:

  • a. Als de wijziging niet bijdraagt aan de vindbaarheid van het object

  • b. Als de aard van het object zich tegen het verzoek verzet.

  • 7.

    Het college kan een bestaand nummer intrekken als bij sloop of door wijziging van het object de nummering niet meer bijdraagt tot vindbaarheid of communicatie.

Artikel 6. Verbod eigen huisnummerbord of straatnaambord

Het is verboden om zonder toestemming van het college een eigen bedacht huisnummerbord of straatnaambord op te hangen dat zichtbaar is vanaf de openbare weg. 

Artikel 7. Toezicht en handhaving

  • 1.

    Het college kan ambtenaren aanwijzen die toezicht houden op handhaving en de naleving van deze verordening.

  • 2.

    Op het overtreden van de artikelen 2 tot en met 4 en artikel 6 staat een straf. De straf is een geldboete van de eerste categorie. In geval van overtreding van de artikelen 2 tot en met 4 en artikel 6 kan het college een bestuurlijke boete opleggen.

Artikel 8. Moment waarop de regels gaan gelden Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 9. Oude regels zijn niet meer geldig De Verordening naamgeving en nummering (adressen) Leeuwarden 2018 wordt ingetrokken.

Artikel 10. Overgang van oude naar nieuwe regels Namen en huisnummers die het college op grond van de vorige verordening heeft toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening gelden.

Artikel 11. Citeertitel

Deze verordening wordt genoemd “Verordening straatnamen en huisnummers Leeuwarden 2026”.

TOELICHTING Verordening straatnamen en huisnummers Leeuwarden 2026 Algemeen deel

Inleiding

Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen in werking getreden (Wet BAG). Deze wet regelt hoe gegevens van adressen en gebouwen, zoals bouwjaar, oppervlakte, gebruiksdoel en locatie op een gestructureerde manier geregistreerd moeten worden. De registratie is een onderdeel van het overheidsstelsel van basisregistraties.

Artikel 6 van de Wet BAG verplicht gemeenten om woonplaatsen, straten en pleinen, maar ook ligplaatsen, standplaatsen, panden en verblijfsobjecten van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Dit is belangrijk voor een goede gestructureerde basisregistratie van adressen en gebouwen. De regels in deze verordening voeren dus uit wat in de wet staat, maar er worden ook aanvullende regels door de gemeenteraad vastgesteld. Bijvoorbeeld om de naamgeving van straten en het ophangen van straatnaamborden te regelen.

Inhoud verordening en belang van straatnamen en huisnummers (adressen)

De Wet BAG bepaalt dat de beslissingen genoemd in artikel 6 door de gemeenteraad moeten worden genomen. Dit betekent dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor deze beslissingen. Deze verordening delegeert de beslissingsbevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders. Het college kan dan de namen, huisnummers en begrenzing vaststellen en zo adressen toekennen.

Adressen zijn heel belangrijk in het dagelijks leven. Ze zijn nodig voor hulpdiensten zoals de politie, brandweer, postbedrijven en ambulances. Maar ook voor makelaars, advocaten, notarissen en andere bedrijven. Deze organisaties kunnen hun werk niet goed doen zonder betrouwbare adresinformatie.

Bewoners hebben ook belang bij goede adressering. Hierdoor zijn bewoners vindbaar voor vrienden, familie en bezorgdiensten. Bovendien zijn adressen belangrijk voor de overheid. Veel overheidsregistraties bevatten adressen, adressen helpen bij het selecteren van gegevens uit deze registraties.

Het is de taak van de gemeente om met aandacht namen te geven aan straten, pleinen en plantsoenen en andere delen van de openbare ruimte en nummers toe te kennen aan gebouwen (huisnummers). Dit moet nauwkeurig gebeuren om verwarring te voorkomen en ervoor te zorgen dat iedereen goed vindbaar is. Vanwege de vindbaarheid is het ook belangrijk dat namen en huisnummers vanaf de weg zichtbaar zijn. Zo kunnen de hulpdiensten ook gemakkelijk het juiste adres vinden.

Regels en gevolgen bevoegdheid

Op basis van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het college voor de bevoegdheid om straatnamen en huisnummers toe te kennen beleidsregels vaststellen. Dat zijn regels die bepalen hoe het college zijn taak kan uitvoeren.

Dit zijn bijvoorbeeld regels waaraan een nieuwe straatnaam (of andere delen van de openbare ruimte) moet voldoen. Zo moeten namen niet te lang of lastig uit te spreken zijn. Daarnaast kan het college op grond van de verordening ook nog meer regels vaststellen. Dat zijn bijvoorbeeld regels over hoe naam- en nummerborden en het formulier voor het aanvragen van een huisnummer er uit moeten zien. Dit zijn regels die het college en ook bewoners binden.

Bij het gebruik van de bevoegdheid tot het geven van straatnamen en huisnummers op grond van de Wet BAG moet het college rekening houden met de belangen van vooral bewoners en bedrijven. Het wijzigen of intrekken van een naam of huisnummer kan met name deze groepen treffen. Soms moet het college de gevolgen van deze wijzigingen regelen. Het college moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat bewoners en bedrijven voldoende tijd krijgen om hun nieuwe adres te kunnen doorgeven.

Als het college beslissingen neemt, kan daartegen in de regel bezwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld bij de rechter op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Alleen tegen het toekennen van een straatnaam of huisnummer kan dat volgens de rechtspraak niet (zie ABRvS 23-01-2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9258). Als er sprake is van de plicht om op het eigen pand een opgehangen bord te accepteren (gedoogplicht) is wel bezwaar en beroep mogelijk.

Voor de gevallen waarin de gemeente gemaakte kosten moet vergoeden, is geen algemene norm aan te geven waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.

Wanneer de wijziging bewoners betreft en er een korte voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal adreswijzigingskaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm van schadeloosstelling.

Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onredelijk in hun belangen worden getroffen, kunnen aanspraak maken op vergoeding van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de volgende aspecten te overwegen:

  • a.

    De bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten;

  • b.

    Het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge is toe te rekenen, waarbij de keuze voor vermelding van het adres op verpakkingsmateriaal, winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto’s of productieonderdelen geacht worden tot het ondernemersrisico te behoren;

  • c.

    De lengte van de voorbereidingsperiode;

  • d.

    De specifieke aspecten van het bedrijf;

  • e.

    De voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en andersoortige productieonderdelen die niet tot het ondernemingsrisico zijn te rekenen;

  • f.

    De actualiteit van de onder punt e genoemde zaken;

  • g.

    Het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder punt e genoemde zaken;

  • h.

    De mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van de onder punt e genoemde zaken.

Toelichting per artikel

Artikel 1 Definities

Dit artikel licht bepaalde woorden toe die worden gebruikt in deze verordening.

In de definitie van naambord en huisnummerbord wordt ruimte geboden om ook op een andere manier dan een bord een naam en nummer weer te geven door de term 'afbeelding'. In artikel 4 van het Besluit BAG staat dat huisnummers bestaan uit (Arabische) cijfers waarbij dit eventueel kan worden aangevuld met één of meer letters.

Tot slot is ook het begrip verantwoordelijke gedefinieerd. Dat is degene die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van deze verordening als het gaat om het ophangen van borden bij een onroerende zaak die niet van de gemeente is. Het gaat meestal om een eigenaar, maar het kan ook gaan om een huurder of beheerder. Dit hangt af van wat de eigenaar heeft afgesproken in het contract dat gaat over de rechten die iemand heeft om zaken aan de onroerende zaak te bevestigen. Uiteraard op een vanaf de openbare weg goed zichtbare plek.

Artikel 2 – Ophangen naamborden

Dit artikel regelt het ophangen van naamborden. Het college is verantwoordelijk voor het ophangen van voldoende naamborden op goede plekken zoals het begin of einde van een straat. Het college kan ook besluiten dat een verantwoordelijke dit zelf moet doen. Dat kan het geval zijn als een bord het beste op een gevel van een huis of bedrijf kan worden gehangen. In dat geval moet de verantwoordelijke dulden (gedogen) dat er een bord wordt opgehangen aan zijn schutting, gevel of andere door het college aangewezen plaats. Het college geeft bij het besluit aan hoe en waar de verantwoordelijke het bord moet ophangen.

Artikel 3 – Ophangen huisnummerborden

Bij het ophangen van huisnummers is de hoofdregel dat de verantwoordelijke die zelf ophangt op een vanaf de openbare weg zichtbare plek. Het kan zijn dat een plek waarvoor een nummer is uitgeven door het college nog niet klaar is. Bijvoorbeeld als een gebouw of schutting nog niet gebouwd of verbouwd is. Het college geeft dan een termijn aanwaarbinnen een huisnummer moet worden opgehangen als de plaats wel gereed is.

Artikel 4 – Laten hangen van borden

Straatnamen veranderen soms. Als bijvoorbeeld een straatnaam of huisnummer is gewijzigd, kan het college ervoor kiezen om de oude naam zichtbaar, maar doorgestreept, te laten hangen. Dat kan op één bord met beide namen of op twee afzonderlijke borden. In ieder geval kan het college de oude naam tot maximaal een jaar laten hangen. De verantwoordelijke moet dat dus een jaar dulden en kan dan het bord weghalen.

Artikel 5Geven van namen en huisnummers

Dit artikel regelt de relatie met artikel 6 van de Wet BAG. De Wet BAG kent complexe definities voor het afbakenen en aanwijzen van delen van gebouwen en plaatsen die een huisnummer kunnen krijgen.

Om deze zaken niet in de verordening te herhalen beperkt het eerste lid van artikel 5 zich tot het delegeren van de bevoegdheid die door de wetgever bij de gemeenteraad is neergelegd. Op grond van artikel 156 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad deze bevoegdheid aan het college overdragen. Het gaat dan om het afbakenen van ligplaatsen, standplaatsen, verblijfsobjecten en panden en het bepalen van woonplaatsen.

Het college kan dan verder de naamgeving van woonplaatsen en de straten of andere delen van de openbare ruimte en de huisnummering regelen. Een verdere onderverdeling in wijken of buurten schrijft de Wet BAG niet voor, maar is wel mogelijk.

Het tweede lid biedt daar ook in de verordening de ruimte voor.

Het college heeft op grond van het derde lid verder de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen. Die nadere regels gaan volgens de verordening in elk geval over hoe naam- en nummerborden er uit moeten zien en hoe die moeten worden opgehangen.

In het vierde lid is geregeld dat het college zich bij het toekennen van namen en huisnummers houdt aan het convenant inzake postcodes en de richtlijnen van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de indeling van woonplaatsen in wijken en buurten.

Ook kan het college een aanvraag voor een nummer weigeren of intrekken.

Artikel 6 – Verbod eigen huisnummerbord of straatnaambord

Het is de bedoeling dat naam- en nummerborden alleen op grond van een besluit van het college worden opgehangen. Om verwarring te voorkomen is het verboden om andere naam- of nummerborden (met al dan niet eigen verzonnen namen of nummers) op te hangen die zichtbaar kunnen zijn vanaf de openbare weg. Het verbod gaat alleen over namen van straten of andere delen van de openbare ruimte, zoals een park of een plein. Dit verbod geldt niet voor namen die bijvoorbeeld eigenaren voor hun eigen huis gebruiken.

Artikel 7 – Toezicht en handhaving

Met deze bepaling worden toezichthouders aangewezen die daarmee de bevoegdheden krijgen op grond van hoofdstuk 5 van de Awb. Het is aan gemeenten hoe zij de verordening willen handhaven: bestuursrechtelijk of strafrechtelijk. In dit geval is voor bestuursrechtelijke handhaving gekozen waarbij een boete kan worden opgelegd. Bepalingen over de handhaving middels een last onder bestuursdwang of onder dwangsom zijn niet in de verordening opgenomen. De bevoegdheid tot het opleggen van die sancties vloeit rechtstreeks voort uit artikel 125 van de Gemeentewet, wat de last onder dwangsom betreft in verbinding met artikel 5:32 van de Awb.

Artikel 10 – Overgang van oude naar nieuwe regels

Artikel 10 regelt het overgangsrecht (van oud naar nieuw). De namen en huisnummers die zijn gegeven op grond van de oude verordening blijven gelden ondanks dat er een nieuwe verordening is vastgesteld. Als deze namen of nummers worden aangepast, dan zal dat volgens de nieuwe regels gebeuren.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 januari 2026.

De voorzitter, 

De griffier,