Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757056
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757056/1
Geldend van 13-02-2026 t/m heden
1 Voorwoord
Dit is het nieuwe warmteprogramma van gemeente Medemblik: een veelbelovende stap naar een duurzame toekomst voor onze gemeente. Dit programma vertelt hoe we samen verder gaan werken aan de overgang van aardgas naar duurzame warmte. We beantwoorden hierin belangrijke vragen. Zoals: welke warmteoplossingen zijn in welke wijk geschikt? Hoe ondersteunt de gemeente inwoners en ondernemers hierbij? Waar liggen er kansen voor een warmtenet?
Nederland heeft afgesproken dat alle woningen en bedrijfspanden in 2050 aardgasvrij zijn. Ik vind het belangrijk dat iedereen beseft dat we samen aan de lat staan om deze opgave voor elkaar te krijgen. De gevolgen om een aardgasvrije gemeente te zijn treft ons allemaal.
2050 lijkt nog ver weg, maar het is goed om nu al na te denken hoe de eigen woning of bedrijfspand op een geleidelijke en praktische manier van het aardgas af kan. Wij willen, als gemeente, onze inwoners en ondernemers hier zo goed mogelijk bij helpen.
Gelukkig is het proces van verandering niet nieuw in onze gemeente. Onderlinge samenwerking heeft ons altijd vooruitgebracht. Ik verwacht dat dit nu niet anders zal zijn. De overgang naar duurzame warmte is niet gemakkelijk. Het vraagt om nieuwe keuzes en het aanpassen van gewoonten waaraan we al jaren gewend zijn geraakt.
Als ik om me heen kijk, zie ik dagelijks de kracht van onze gemeenschap: mensen die
betrokken zijn, ideeën hebben en samen de schouders onder verandering zetten. Met
dit warmteprogramma beschikken we over een helder kompas om onze weg te vervolgen
naar een aardgasvrije gemeente. Waarbij we ons samen inzetten om op tijd, zorgvuldig
en vastberaden vooruit te gaan.
Tot slot wil ik mijn dank uitspreken aan alle betrokkenen die dit programma mogelijk
hebben gemaakt. Er is veel meegedacht, meegewerkt en meegerekend. Deze gezamenlijke
inspanning laat zien dat we samen in staat zijn tot grote veranderingen. Veranderingen
die het leven van ons allemaal gaan verbeteren. Ik zie ernaar uit om samen met u verder
te werken aan een aardgasvrije gemeente waar we trots op kunnen zijn.
Harry Nederpelt
Wethouder
Duurzaam Medemblik
2 Samenvatting
2.1 Aanleiding en doelstelling
Gemeente Medemblik streeft ernaar om in 2050 aardgasvrij te zijn, in lijn met het Klimaatakkoord. Dit warmteprogramma is een vervolg op de Transitievisie Warmte (TVW) uit 2020 en beschrijft de concrete stappen, keuzes en aanpak om deze ambitie te realiseren.
2.2 Betrokkenen en proces
Als gemeente staan we niet alleen in deze opgave. We stelden het warmteprogramma op met onze belangrijkste samenwerkingspartners: netbeheerder Liander en woningcorporaties De Woonschakel en Het Grootslag. Ook de inwoners van Medemblik dachten mee via een klankbordgroep.
2.3 Uitgangspunten en beslispunten
In het warmteprogramma maken we keuzes op basis van uitgangspunten en beslispunten. Hierbij bouwen we voort op de uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte. Deze werden vastgesteld door de gemeenteraad in 2020. We vertaalden de uitgangspunten naar beslispunten. Dit zijn de punten waarop we keuzes vergelijken. Dat helpt ons om te kiezen uit verschillende soorten duurzame warmteoplossingen. Bijvoorbeeld als er meerdere mogelijkheden zijn voor een wijk.
De beslispunten helpen ons ook om te kiezen in welke wijken we de komende jaren aan de slag gaan. Een overzicht van de uitgangspunten en beslispunten staat in de figuur hieronder.

2.4 Richting voor een aardgasvrij Medemblik
We onderzochten welke aardgasvrije oplossing het meest geschikt is voor het verwarmen van de gebouwen en woningen in onze gemeente. We zien twee logische mogelijkheden voor aardgasvrij verwarmen. Het grootste deel van de gemeente komt in aanmerking voor elektrisch verwarmen. Voor een kleiner aantal wijken liggen er kansen voor een warmtenet. In het oude centrum van de stad Medemblik weten we nog niet wat de meest geschikte aardgasvrije warmteoplossing is. De komende jaren gaan we dat onderzoeken.
2.5 We gaan wijkgericht aan de slag in onze gemeente
De afgelopen jaren maakten we al een start met elektrisch verwarmen in een aantal kanswijken én deden we onderzoek naar de mogelijkheden voor de aanleg van warmtenetten. Dit zetten we door in een wijkgerichte aanpak. Deze aanpak bestaat uit twee sporen: elektrisch verwarmen en kansen voor een warmtenet.
Spoor 1: wijkgerichte aanpak elektrisch verwarmen
De komende tien jaar gaan we in acht wijken aan de slag. Met een wijkgerichte aanpak
willen we zoveel mogelijk inwoners en ondernemers helpen met het verduurzamen van
hun woning of bedrijfspand.
We doen dit niet tegelijk, maar in fasen. Tijdens elke fase werken we ongeveer één jaar aan twee verschillende wijken. Dat betekent dat we in tien jaar tijd in elke wijk minstens twee keer langskomen. In deze wijken ontwikkelen we samen met inwoners en ondernemers een aanpak. Deze aanpak moet aansluiten op wat past bij de wijk en wat nodig is om te verduurzamen.
In de TVW van 2020 benoemden we de volgende kanswijken:
• Wognum Kreeklanden
• Andijk Centrum
• Medemblik Schepenwijk
• Wervershoof-Oost
Hier deden we ervaring op om tot een wijkgerichte aanpak te komen. Daar bouwen we op voort. Zo leerden we bijvoorbeeld uit bijeenkomsten wat inwoners nodig hebben om te kunnen verduurzamen.
Het aantal kanswijken breiden we nu uit met:
• Andijk Zuid
• Midwoud
• Abbekerk (onder voorbehoud)
• Onderdijk (onder voorbehoud)
Spoor 2: wijken met kansen voor een warmtenet
In gemeente Medemblik zijn op verschillende plekken duurzame warmtebronnen aanwezig.
Deze bronnen kunnen mogelijk gebruikt worden om woningen en gebouwen duurzaam te verwarmen
met behulp van een warmtenet. Met een warmtenet kunnen veel woningen en gebouwen in
één keer overstappen naar duurzame warmte. We willen deze kansen eerst goed onderzoeken.
Als een warmtenet haalbaar en betaalbaar blijkt, kunnen we grote stappen zetten naar
een aardgasvrije gemeente.
Het ontwikkelen van een warmtenet is een ingewikkeld project. Hier starten we niet zomaar mee. We willen eerst voldoende zekerheid hebben dat dit kan slagen.
We zien de volgende kansen:
• Stad Medemblik: warmtenet met als bron geothermie, Agriport (Hollands Kroon)
• Wervershoof: warmtenet met als bron aquathermie en restwarmte
• WFO-bedrijventerrein (Zwaagdijk-Oost): warmtenet met als bron geothermie
• Bedrijventerrein A7-West (Nibbixwoud, Wognum): warmtenet op restwarmte
2.6 Wat doen we in de gemeente nog meer
Wij vinden het belangrijk dat inwoners uit andere wijken ook aan de slag kunnen. We hebben voor hen verschillende aanpakken beschikbaar. Bijvoorbeeld op het gebied van isoleren, energiearmoede, advies en gerichte subsidies. Zo kan iedereen stappen zetten naar een aardgasvrije woning.
3 Inleiding
3.1 Ambitie van gemeente Medemblik
3.1.1 Een aardgasvrije gemeente in 2050
Nederland wil in 2050 aardgasvrij zijn. Dat is afgesproken in het Klimaatakkoord van 2019. Ook gemeente Medemblik staat voor deze grote opgave. Alle woningen en gebouwen moeten op dat moment duurzaam worden verwarmd. In dit warmteprogramma leggen we uit hoe en wanneer we dat voor elkaar willen krijgen.
Iedereen in gemeente Medemblik krijgt vooralsnog tot 2050 de tijd om over te stappen naar een aardgasvrije warmteoplossing. In dit warmteprogramma beschrijven we welke stappen de gemeente de komende tien jaar wil zetten. We beginnen niet vanaf nul, maar bouwen voort op de Transitievisie Warmte (TVW) uit 2020. Daarin werd een eerste mogelijke route beschreven om tot een aardgasvrije gemeente te komen. De afgelopen vijf jaar hebben we zo veel mogelijk van die route uit de TVW in de praktijk gebracht. We hebben daar veel van geleerd. Nu bepalen we opnieuw onze koers. Wat goed werkt blijven we doen, sommige dingen gaan we anders doen. En we voegen nieuwe inzichten toe. We kregen hiervoor waardevolle inzichten van onze samenwerkingspartners en inwoners van Medemblik.
3.1.2 Gemeente als regisseur
Gemeenten krijgen vanuit het Klimaatakkoord de regie over de overstap naar een aardgasvrije gemeente. Wat we daarvoor moeten doen en wanneer, is voor elke woning en voor elk gebouw anders. Gemeente Medemblik ondersteunt inwoners en ondernemers bij deze overgang. Dat doen we op verschillende manieren:
• We geven richting. We onderzoeken wat de beste oplossingen zijn om zonder aardgas te verwarmen. De
uitkomsten daarvan delen we met inwoners en ondernemers.
• We brengen partijen bij elkaar en stimuleren samenwerking. We brengen mensen en organisaties bij elkaar. Zo kunnen we samen goede oplossingen
bedenken en uitvoeren.
• We blijven in gesprek. We blijven in verbinding met inwoners, ondernemers en andere betrokkenen. Hun ideeën
en wensen zijn belangrijk en helpen bij het maken van plannen. De komende maanden
werken we de aanpak in de kanswijken verder uit en starten we met de wijkgerichte
aanpak.
• We zorgen voor duidelijke regels. We zorgen voor heldere afspraken over vergunningen en regels. Zo weet iedereen waar
hij aan toe is.
• We helpen en ondersteunen. We stimuleren inwoners en ondernemers om over te stappen naar aardgasvrij. Daarbij
bieden we waar mogelijk hulp en ondersteuning.
3.2 Doel van het warmteprogramma
3.2.1 Het doel
Met het warmteprogramma laten we inwoners en ondernemers zien welke warmteoplossing het meest geschikt is voor hun woning of gebouw. Is er een gezamenlijk warmtenet mogelijk? Of past elektrisch verwarmen beter? Het warmteprogramma beschrijft ook in welke wijken of kernen we als eerste aan de slag gaan. Daarnaast geven we aan welke hulp we willen bieden. Kortom, met dit warmteprogramma willen we inwoners en ondernemers een helder plan bieden. Een plan dat uitvoerbaar is en toewerkt naar een betrouwbare, betaalbare en duurzame warmteoplossing.
Het warmteprogramma geeft antwoord op drie belangrijke vragen:
• Wat is een passende warmteoplossing per wijk?
• Wanneer ondersteunen we de overstap naar een duurzame manier van verwarmen?
• Hoe gaan we dat doen?
Daarnaast leggen we uit:
• Welke keuzes we maken.
• Waarom we die keuzes maken.
3.3 Wettelijke voorwaarden
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) bepaalt dat gemeenten een warmteprogramma moeten maken. De wet schrijft ook voor wat er in dit warmteprogramma moet staan. En dat gemeenten het warmteprogramma daarna ook elke vijf jaar moeten bijwerken.
De Wgiw geeft gemeenten ook de mogelijkheid om buurten aan te wijzen waar de levering van aardgas in de toekomst stopt. Dit heet de ‘aanwijsbevoegdheid’. Gemeente Medemblik wil dat inwoners en ondernemers zelf kunnen kiezen wanneer zij overstappen naar een aardgasvrije oplossing. Zolang dit vóór 2050 gebeurt. Daarom is de gemeente op dit moment niet van plan om de aanwijsbevoegdheid in te zetten. Dat kan in de toekomst veranderen.
Volgens de Omgevingswet is een milieueffectrapportage (mer) nodig als een gemeente plannen maakt die veel invloed hebben op het milieu. Voor het warmteprogramma is dat nu niet nodig. Dat komt doordat we nog geen definitieve keuzes maken over projecten waarvoor zo’n mer vereist is, zoals grote warmtenetten. Als we dat in de toekomst wel doen, dan stellen we een mer op.
Meer informatie over deze wettelijke voorwaarden is te lezen in bijlage B.
3.4 Netcongestie en de gevolgen voor verduurzaming
Het elektriciteitsnet in Nederland wordt steeds zwaarder belast. Daardoor kan het soms niet alle stroom aan. Dit heet netcongestie. Netcongestie betekent dat er op sommige momenten te weinig ruimte is om alle stroom te vervoeren. Dit geldt voor stroom die mensen gebruiken, maar ook voor stroom die mensen terugleveren. Bijvoorbeeld afkomstig van zonnepanelen die meer energie opleveren dan nodig is voor eigen gebruik.
Ook in Medemblik hebben we hiermee te maken. In de toekomst komen er steeds meer apparaten die stroom gebruiken, zoals warmtepompen en elektrische auto’s. Ook het koelen van gebouwen wordt belangrijker, en dat kost ook stroom. Dit heeft invloed op de keuzes die we maken in het warmteprogramma.
Netbeheerder Liander gaat de komende jaren veel investeren om het elektriciteitsnet
te verbeteren. Als we goed plannen en samenwerken, kunnen we vertraging in de energietransitie
beperken. Daarom letten we bij het uitvoeren van de plannen altijd op hoeveel ruimte
er is op het elektriciteitsnet. Zo zorgen we ervoor dat de oplossingen echt mogelijk
zijn.
3.5 Energie besparen
De energie die je niet gebruikt hoef je ook niet duurzaam op te wekken. Energiebesparing is de eerste stap in verduurzaming. Daarom stimuleren we inwoners en ondernemers om aan de slag te gaan met het pakket van Altijd Goed maatregelen. Die verhogen het wooncomfort en besparen energie en dus ook kosten:
• Zuinig omgaan met energie
• Isoleren
• Ventileren
• Eigen energie opwekken
• Elektrisch koken
3.6 Wie werkten er mee
De overstap naar duurzame warmte maken we samen. Gemeente Medemblik kan de richting aangeven, maar het succes hangt af van onze inwoners en organisaties waarmee we samenwerken. We stelden het warmteprogramma samen op met onze netbeheerder Liander en woningcorporaties Woonstichting Het Grootslag en De Woonschakel. In bijlage A staat meer over wie er hebben meegewerkt aan het warmteprogramma en hoe we informatie hebben opgehaald.
3.7 Terugblik op de Transitievisie Warmte
3.7.1 Wat stond er in de Transitievisie Warmte
In 2020 stelden we de TVW vast. Dit was onze eerste routekaart voor de overstap naar duurzame warmte. We benoemden daarin een aantal kanswijken voor elektrisch verwarmen. In deze wijken staan veel woningen die zonder veel extra isolatie van het aardgas af kunnen gaan. Voor een aantal wijken zagen we kansen voor een warmtenet. En we bepaalden hoe we in de rest van de gemeente aan de slag wilden gaan. We ontwikkelden aanpakken voor de hele gemeente en voerden ook gerichte activiteiten uit in de kanswijken. Op deze basis bouwen we voort in het warmteprogramma.
3.7.2 Welke lessen nemen we mee
In de vijf jaar van de TVW hebben we veel geleerd. Die lessen komen terug in wat we de komende jaren gaan doen:
• We stemmen onze acties beter op elkaar af. We hebben veel gedaan zoals subsidieregelingen opstellen, bijeenkomsten organiseren,
communicatie en ondersteuning in wijken. Maar deze acties stonden soms los van elkaar.
We zorgen er voortaan voor dat alles beter samenhangt.
• We gaan meer in gesprek met inwoners en ondernemers. In de kanswijken zijn de resultaten tot nu toe minder goed dan gehoopt. We startten
goed, voerden gesprekken en zetten vragenlijsten uit om te onderzoeken wat inwoners
nodig hadden. We hebben hiervan geleerd dat we vaker de wijk in moeten gaan om naar
inwoners te luisteren. Ook gaan we in gesprek met ondernemers om bedrijventerreinen
te verduurzamen.
• We gaan beter informeren. We willen inwoners en ondernemers vaker laten weten welke stappen ze kunnen zetten
om hun woning of pand te verduurzamen.
• De samenwerking met onze partners gaat goed. Dus dat houden we zo! We werken prettig samen met onze partners zoals Liander, De
Woonschakel en Het Grootslag. Ook regionaal trekken we steeds meer samen op met andere
Westfriese gemeenten.
• We ondersteunen onze inwoners bij het nemen van stappen. Als een inwoner zijn woning wil verduurzamen, dan bieden wij daar een oplossing
voor met duidelijke stappen.
• We meten wat onze acties opleveren. We maken vooraf duidelijk wat we willen bereiken. Daarna meten we of dat is gelukt.
Zo zien we of onze aanpak werkt en passen we deze waar nodig aan.
• We maken gebruik van bestaande voorbeelden. Sommige inwoners en ondernemers hebben al stappen gezet. Zij kunnen anderen inspireren.
We vragen hen om hun ervaringen te delen, bijvoorbeeld via ‘Gluren bij Duurzame Buren’.
Ook sluiten we beter aan bij bewonersinitiatieven.
3.8 Onzekerheden in de warmtetransitie
De wereld om ons heen heeft invloed op de uitvoering van ons warmteprogramma. Zo leidde de oorlog in Oekraïne bijvoorbeeld tot zeer hoge gasprijzen. Hierdoor kregen veel inwoners moeite met het betalen van hun energielasten. De stijgende vraag naar elektriciteit zorgde daarnaast voor een overvol elektriciteits-netwerk. Dat maakte de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing moeilijker.
We moeten rekening houden met ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de uitvoering van het warmteprogramma. Hieronder noemen we een aantal onderwerpen waarvan we niet weten hoe ze zich de komende tijd gaan ontwikkelen. En welke invloed ze kunnen hebben op de uitvoering van ons warmteprogramma.
• Rijksbeleid en capaciteit bij de gemeente. Wetgeving geeft ons als gemeente kaders om de regie te voeren over de warmtetransitie.
Wetgeving geeft ook de energiemarkten vorm waarbinnen wij de warmtetransitie moeten
uitvoeren. Daarnaast zijn we ook afhankelijk van het geld dat we van het Rijk krijgen.
En de taken die het Rijk bij ons neerlegt. De hoeveelheid geld en de inhoud van de
taken kunnen veranderen. Dat kan effect hebben op de capaciteit die we hebben voor
de uitvoering van het warmteprogramma.
• Energieprijzen. Energieprijzen hebben effect op hoe snel de kosten voor het verduurzamen worden
terugverdiend. Hoe hoger de energieprijzen, hoe sneller de verduurzaming zich terugverdient.
Lage energieprijzen remmen de terugverdientijd juist af. Bij lage energieprijzen kan
het zijn dat mensen minder snel verduurzamen.
• Economisch klimaat. Inwoners en ondernemers geven meer geld uit als het goed gaat met de economie. Bij
een krimpende economie houden mensen eerder de hand op de knip.
• Nieuwe technologieën. Nieuwe technieken kunnen het verduurzamen makkelijker en goedkoper maken.
• Beschikbaarheid van grondstoffen en arbeidskrachten. We hebben grondstoffen en arbeidskrachten nodig om te verduurzamen. De verduurzaming
gaat langzamer als er te weinig mensen zijn die het werk kunnen uitvoeren. Of als
er te weinig apparaten zijn om te installeren.
3.9 Leeswijzer
Dit warmteprogramma beschrijft hoe gemeente Medemblik toewerkt naar een aardgasvrije
gemeente. Het programma laat zien welke warmteoplossing in welke wijk past en wanneer
we daar aan de slag gaan. Na de inleiding heeft elk hoofdstuk een eigen onderwerp
en functie:
Hoofdstuk 4 – Uitgangspunten en beslispunten
Dit hoofdstuk legt uit welke uitgangspunten de gemeente gebruikt bij het maken van
keuzes. Denk aan betaalbaarheid, duurzaamheid en samenwerking. Deze uitgangspunten
vertaalden we naar beslispunten. De beslispunten helpen bepalen welke warmteoplossingen
we kiezen en wanneer we in welke wijken aan de slag gaan.
Hoofdstuk 5 – De warmtetransitie in gemeente Medemblik
In dit hoofdstuk leggen we per wijk uit welke aardgasvrije oplossing het meest geschikt
is voor het verwarmen van gebouwen en woningen.
Hoofdstuk 6 – Aan de slag
In dit hoofdstuk vertellen we in welke wijken we aan de slag gaan en wanneer. Dit
doen we aan de hand van een wijkgerichte aanpak. We lichten toe wat dit inhoudt en
wat inwoners en ondernemers kunnen verwachten.
Hoofdstuk 7 – Wat de gemeente nog meer doet
In de wijkgerichte aanpak bieden we ondersteuning op maat aan. Afgelopen jaren hebben
we al een aantal aanpakken ontwikkeld. We vinden het daarbij ook belangrijk dat inwoners
uit andere wijken aan de slag kunnen. Voor hen zijn deze aanpakken ook beschikbaar.
In dit hoofdstuk beschrijven we die verschillende aanpakken. Ook geven we aan waar
inwoners en of ondernemers terecht kunnen voor advies.
Hoofdstuk 8 – Monitoring en evaluatie
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de gemeente het programma volgt en bijstuurt. Zo blijft
het warmteprogramma actueel en uitvoerbaar.
Bijlagen
In de bijlagen staat extra informatie zoals een verslag van de participatie tijdens
het opstellen van het warmteprogramma, uitleg over relevante wet- en regelgeving en
toelichting op de monitoring.
4 Uitgangspunten en beslispunten
4.1 Inleiding
In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we keuzes maken in het warmteprogramma. Dat doen we op basis van uitgangspunten en beslispunten. We bouwen daarbij voort op de uitgangspunten en beslispunten die in 2020 door de gemeenteraad werden vastgesteld voor de Transitievisie Warmte.
4.2 Uitgangspunten
4.2.1 Uitgangspunten als basis voor onze keuzes
In de Transitievisie Warmte uit 2020 staan de uitgangspunten voor de warmtetransitie in gemeente Medemblik. Deze uitgangspunten zijn de basis voor onze keuzes en besluiten. In het warmteprogramma bouwen we voort op deze uitgangspunten en scherpen we deze aan. Het zesde uitgangspunt voegden we nog toe.
Uitgangspunt 1 – Gemeente Medemblik aardgasvrij in 2050
We zetten in op een goede basis om in 2050 aardgasvrij te kunnen zijn. We geven inwoners
de tijd om hun eigen route en tempo te bepalen.
Uitgangspunt 2 – Betaalbaarheid
We vinden het belangrijk dat de overstap voor alle betrokkenen betaalbaar is. Als
inwoners het niet kunnen betalen, kunnen ze ook geen stappen maken. We willen dat
iedereen mee kan doen.
Uitgangspunt 3 – Realisme en duurzaamheid
We gaan voor uitvoerbare en duurzame oplossingen voor de lange termijn. We kiezen
voor bewezen en betrouwbare technieken. En we zetten in op een haalbare planning.
Dat voorkomt dat we van inwoners, ondernemers en andere partijen te veel vragen.
Uitgangspunt 4 – Communicatie en participatie
Draagvlak is van groot belang. Zonder onze inwoners, ondernemers en partners zullen
we onze doelstellingen niet halen. Het is belangrijk om goed te communiceren over
de aanpak, de kosten en de technieken. We luisteren naar de wensen, zorgen en voorkeuren
die er leven.
Uitgangspunt 5 – Samenwerking
We maken gedragen keuzes door goede afstemming en samenwerking tussen alle betrokken
partijen. We maken duidelijk wat partijen van elkaar kunnen verwachten.
Uitgangspunt 6 - Voortbouwen op wat er al is
We bouwen voort op wat we de afgelopen jaren ontwikkeld en opgebouwd hebben.
4.3 Beslispunten
4.3.1 Van uitgangspunten naar beslispunten
De uitgangspunten maken duidelijk wat we belangrijk vinden in de overstap naar een aardgasvrije gemeente. We vertaalden de uitgangspunten naar beslispunten. Dit zijn de punten waarop we keuzes vergelijken. Dat helpt ons om te kiezen tussen verschillende soorten duurzame warmteoplossingen. Bijvoorbeeld als er meerdere mogelijkheden zijn voor een wijk. En de beslispunten helpen ons om te bepalen in welke wijken we de komende tien jaar aan de slag gaan. De figuur hieronder laat een overzicht zien van de beslispunten. Vervolgens beschrijven we de beslispunten uitgebreider.

4.3.2 Beslispunten voor warmteoplossingen
In de tabel hieronder lichten we de beslispunten per uitgangspunt toe.
|
Uitgangspunt |
Beslispunten – warmteoplossingen |
|
Medemblik aardgasvrij in 2050 |
CO₂-reductie: waar het kan, kiezen we voor de aardgasvrije optie. Waar dat nog niet mogelijk is, kiezen we de komende tien jaar voor het alternatief dat leidt tot de meeste CO₂-reductie. |
|
Betaalbaarheid |
Laagste nationale kosten: we kijken naar warmteoplossingen met de laagste kosten voor de hele samenleving. Dit worden nationale kosten genoemd. Zie kader hieronder. |
|
Realisme en duurzaamheid |
Duurzaam en betrouwbaar warmtenet: we kiezen alleen voor een warmtenet als de bron duurzaam is, nu én in de toekomst. De warmtebron moet ook betrouwbaar zijn, dus lang beschikbaar en met zekerheid van levering.
Betrouwbaar elektriciteitsnet: niet alleen de overstap naar aardgasvrij verwarmen legt druk op het elektriciteitsnet. Ook woningbouw, de ontwikkeling van bedrijven en de opwek van hernieuwbare energie doen een beroep op dit net.
Bij de keuzes over de juiste warmteoplossing kijken we ook naar de samenhang met deze opgaven. Dat doen we samen met netbeheerder Liander. We letten daarbij op de kosten en welke techniek het meest geschikt is. |
|
Communicatie en participatie |
Betrekken en informeren van inwoners: we betrekken inwoners en ondernemers bij het maken van keuzes. We kijken samen naar wat haalbaar en betaalbaar is en wat technisch goed werkt. Dat helpt om draagvlak te creëren en slimme keuzes te maken voor de toekomst. We communiceren goed en tijdig over onze activiteiten, keuzes en de ondersteuning die we bieden. |
|
Samenwerking |
Gedragen keuzes in afstemming: we overleggen regelmatig met onze samenwerkingspartners. Zij spelen een belangrijke rol in de uitvoering. Zij moeten ook achter de keuze voor een warmteoplossing staan. Door samen te werken, maken we keuzes die haalbaar en uitvoerbaar zijn. |
Toelichting op nationale kosten en betaalbaarheid
In het warmteprogramma maken we keuzes voor de beste warmteoplossing per wijk. Daarbij
kijken we naar de hoogte van de nationale kosten. Hoe we deze berekenen leggen we
hieronder uit.
Nationale kosten zijn een optelsom van alle investeringen en overige kosten die gemaakt
worden voor een warmteoplossing. Hierbij gaat het om kosten die we als samenleving
betalen. Dus niet alleen de kosten van de individuele inwoner tellen mee. Maar ook
bijvoorbeeld de kosten die nodig zijn voor het verzwaren van het elektriciteitsnet.
Warmtepompen vragen veel elektriciteit. Als een wijk overstapt op elektrisch verwarmen,
moet het elektriciteitsnet verzwaard worden. Deze kosten tellen in dat geval dus ook
mee in de berekening van de nationale kosten.
Inzicht in de nationale kosten helpt ons om verschillende warmteoplossingen te vergelijken.
Om deze goed in kaart te brengen, gebruiken we de Startanalyse van het Planbureau
voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL voert dit onderzoek speciaal uit voor gemeenten.
In het onderzoek worden de kosten vergeleken tussen bijvoorbeeld warmtepompen en warmtenetten.
Zo krijgen we een goed beeld van de optie met de laagste nationale kosten. Dan weten
we welke optie voor de samenleving het best betaalbaar is.
In de uitvoering van het warmteprogramma kijken we ook naar de directe kosten voor
inwoners. De overstap naar duurzame warmte moet voor alle inwoners betaalbaar zijn.
Dit is een belangrijke randvoorwaarde om bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet
door te zetten. Hoe we dit doen leggen we uit in hoofdstuk 6.
Het Rijk onderzoekt wat betaalbaarheid betekent en wat er nodig is om betaalbaarheid
voor inwoners te waarborgen. We volgen deze ontwikkelingen op de voet.
We rekenen niet op klimaatneutraal gas
Voor de keuze voor een warmteoplossing houden we ook rekening met onderstaande punten.
We kijken niet naar klimaatneutrale gassen. Dit zijn gassen die geen of weinig CO₂
uitstoten, of duurzaam gemaakt worden. Denk hierbij aan groen gas of waterstof. Vooral
fabrieken gebruiken deze gassen . We verwachten niet dat deze gassen beschikbaar komen
voor onze gemeente om woningen en gebouwen te verwarmen.
Beschikbaarheid van lokale warmtebronnen
In en in de nabijheid van onze gemeente zijn op dit moment op verschillende plekken
(duurzame) warmtebronnen aanwezig. Deze warmtebronnen kunnen met een warmtenet veel
woningen en bedrijven verwarmen. Denk aan de geothermiebron in Het Grootslag-gebied,
waar de warmte diep uit de bodem wordt gewonnen. Of aan de warmte van de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
Maar ook restwarmte van bedrijven (zoals een teler die warmte over heeft) kan gebruikt
worden om warmte te leveren aan een warmtenet. Per warmtebron kijken of we kansen
zien om deze te gebruiken voor een warmtenet.
We gaan uit van bestaande technieken
We gaan voor het warmteprogramma uit van de stand van de techniek van vandaag. Maar
de technische ontwikkelingen staan niet stil. Het is mogelijk dat het beeld in de
toekomst verandert op basis van nieuwe inzichten en innovaties. Dit houden we goed
in de gaten. Ook daarom werken we het warmteprogramma elke vijf jaar bij. Zo kunnen
we technologische vernieuwingen meenemen waar dat relevant en mogelijk is.
4.3.3 Beslispunten voor wanneer we aan de slag gaan
In de tabel hieronder lichten we de beslispunten toe voor de keuze wanneer we in welke wijk inwoners actief gaan ondersteunen bij het verduurzamen van hun woning.
|
Uitgangspunt |
Beslispunten – waar gaan we aan de slag? |
|
Betaalbaarheid |
Betaalbaarheid: als we moeten kiezen tussen wijken die op elkaar lijken, geven we voorrang aan wijken waar kwetsbare groepen wonen, zoals mensen met energiearmoede. |
|
Realisme en duurzaamheid |
Koppelkansen: we kijken of we werkzaamheden kunnen combineren. Zijn er al werkzaamheden gepland in de wijk? Denk daarbij aan onderhoud aan het riool, groot onderhoud aan de straat of vervanging van het gasnet. Ook onderzoeken we de mogelijkheid om de warmtevoorziening voor nieuwbouwwijken door te trekken naar bestaande wijken. Uitvoerbaarheid: we kijken of er een goede duurzame warmteoplossing beschikbaar is. Isolatieniveau: we kijken of woningen al goed geïsoleerd zijn. Netinfrastructuur: we kijken of de elektriciteits- en warmtenetten op tijd zijn aangelegd. |
|
Communicatie en participatie |
Bestaande initiatieven: we ondersteunen bestaande initiatieven, maar alleen als we zeker weten dat zij inwoners ook echt vooruithelpen. |
|
Samenwerking |
Natuurlijk transitiemoment: we richten ons op wijken waar al ander werk gepland is, zoals een renovatie door woningcorporaties, aanpassingen aan het elektriciteitsnet of een buurtaanpak van Liander. Bij de buurtaanpak van Liander wordt het laagspanningsnet (een onderdeel van het elektriciteitsnet) uitgebreid. Zo is het elektriciteitsnet klaar voor ontwikkelingen in de toekomst, bijvoorbeeld voor de overstap op duurzame warmte. |
5 De warmtetransitie in gemeente Medemblik
5.1 Inleiding
In dit hoofdstuk leggen we per wijk uit welke aardgasvrije oplossing het meest geschikt is voor het verwarmen van gebouwen en woningen. We hebben daarbij de uitgangspunten en beslispunten uit hoofdstuk 4 gebruikt om deze keuzes te maken.
5.2 Overzicht van de warmteoplossingen in gemeente Medemblik
5.2.1 Inleiding
In onze gemeente zien wij twee logische mogelijkheden voor aardgasvrij verwarmen. In het grootste deel van de gemeente is dat elektrisch verwarmen. Voor een kleiner aantal wijken zijn er kansen voor een warmtenet. We leggen hieronder uit wat deze warmteoplossingen inhouden.
De figuur hierna geeft per wijk weer wat de meest geschikte warmteoplossing is.

5.2.2 Elektrisch verwarmen
De groene wijken op de kaart zijn het meest geschikt om over te stappen op elektrisch verwarmen. Dit kan met behulp van een elektrische warmtepomp voor de eigen woning. Of met kleine gezamenlijke elektrische oplossingen. Hieronder lichten we die oplossingen toe.
Elektrische warmtepomp
Dit is een warmtepomp die de woning verwarmt en zorgt voor warm tapwater. Een elektrische
warmtepomp haalt warmte uit lucht, water of de bodem. De pomp werkt volledig elektrisch
en is aangesloten op het elektriciteitsnet.
Kleine gezamenlijke elektrische oplossingen
In sommige wijken zien we mogelijkheden voor elektrische oplossingen voor een klein
aantal gebouwen samen. Dat kan op verschillende manieren:
• Een gezamenlijke warmtepomp. Dit is een systeem van één of meerdere warmtepompen dat aan meerdere woningen warmte levert. Een klein netwerk van leidingen verdeelt de warmte over de aangesloten woningen. De warmtepomp haalt warmte uit lucht, bodem of water en verwarmt deze verder met elektriciteit. Dit gebeurt vaak samen met een warmte-koudeopslag. Deze slaat warm water en koud water op in de bodem. Met dit water verwarmt het netwerk de woningen in de winter en koelt ze in de zomer. Een collectieve warmtepomp is interessant als woningen en gebouwen dicht bij elkaar staan. Denk aan appartementen, bedrijfsgebouwen, bedrijventerreinen of winkelcentra.
• Een gezamenlijk bodemsysteem. Dit is een systeem dat warmte afkomstig uit één put in de bodem verbindt met twee of meer warmtepompen. Dit noemen we ook wel een mini-warmtenet. Dit systeem haalt in de winter de warmte uit de bodem om de woning te verwarmen. In de zomer kan het systeem de woning ook koelen. Hierdoor zijn er minder boringen nodig, wat kosten bespaart. Dit systeem is bijvoorbeeld geschikt voor aan elkaar gebouwde woningen. Denk aan rijtjeswoningen of twee-onder-één-kapwoningen.
Hybride warmtepomp
Sommige woningen zijn nog niet voldoende geïsoleerd om over te stappen op een elektrische
warmtepomp. Of staan op een plek waar het elektriciteitsnet overbelast is en waar
Liander de ruimte op het elektriciteitsnet nog niet heeft vergroot. In deze gevallen
kan de hybride warmtepomp een interessante tussenoplossing zijn. Hybride warmtepompen
zijn een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. De warmtepomp zorgt voor de
meeste verwarming, terwijl de cv-ketel helpt met extra warmte als dat nodig is. Bijvoorbeeld
op koude dagen. Deze warmtepomp is daarmee niet helemaal aardgasvrij. Wel zorgt een
hybride warmtepomp voor minder CO₂-uitstoot. Dit is een tijdelijke tussenstap. Later
moet de overstap naar een volledig elektrische oplossing gemaakt worden. Waar het
kan stimuleren we daarom liever direct de overstap naar een helemaal elektrische oplossing.
5.2.3 Een warmtenet
In de blauwe wijken op de kaart (figuur 2) zien we mogelijkheden voor een warmtenet. Een warmtenet is een systeem waarbij een groot aantal woningen of gebouwen gebruikmaakt van één centrale warmtebron. Voor deze wijken zien we kansen omdat er al bestaande lokale warmtebronnen beschikbaar zijn.
Dit betekent niet dat het zeker is dat er een warmtenet komt. Of dat alle woningen en gebouwen zich moeten aansluiten als het er komt. Een warmtenet moet haalbaar en betaalbaar zijn. En inwoners en ondernemers moeten er gebruik van willen maken. De komende tijd gaan we de kansen voor een warmtenet in deze wijken daarom eerst verder onderzoeken. Dit doen we samen met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in deze wijken. In hoofdstuk 6 leggen we uit wat dit betekent.
Een warmtenet zou mogelijk kunnen zijn in de stad Medemblik en in Wervershoof. En
voor de bedrijventerreinen A7-West (Nibbixwoud, Wognum) en het WFO-terrein (Zwaagdijk-Oost).
We onderzoeken de komende periode wat haalbaar en betaalbaar is. In hoofdstuk 6 beschrijven
we hoe we dit willen doen. En aan welke randvoorwaarden er voldaan moet zijn, voordat
we een besluit nemen over de aanleg van een warmtenet.
5.2.4 Oplossing nog niet bekend
In het oude centrum van de stad Medemblik weten we nog niet wat de meest geschikte warmteoplossing is. In dit deel van de stad staan veel oude woningen en gebouwen. Die zijn vaak moeilijk te isoleren. Voor een elektrische warmtepomp is goede isolatie nodig. Het is dus mogelijk dat een elektrische warmtepomp voor de oude woningen en gebouwen in deze wijk geen geschikte oplossing is. We weten ook nog niet of een warmtenet mogelijk is. De straten zijn smal en er is weinig ruimte boven en onder de grond. Daardoor kan het moeilijk zijn om leidingen aan te leggen. We onderzoeken de komende jaren welke warmteoplossing het meest geschikt is voor het oude centrum van de stad Medemblik.
6 Aan de slag
6.1 Inleiding
In dit hoofdstuk vertellen we in welke wijken we aan de slag gaan en wanneer. Hiervoor gebruiken we een wijkgerichte aanpak. In principe richten we ons op woonwijken, maar het kan ook om een gebied gaan, zoals een bedrijventerrein of een hele dorpskern. We gaan aan de slag langs twee verschillende sporen. Het eerste spoor is de wijkgerichte aanpak elektrisch verwarmen. Het tweede spoor is voor wijken waar we kansen zien voor de aanleg van een warmtenet.
6.2 Waar gaan we aan de slag
In het overzicht hieronder laten we zien in welke kernen of wijken we de komende jaren aan de slag gaan voor elektrisch verwarmen.
|
Wijk |
Aantal woningen (ongeveer) |
Wanneer |
Fase |
|
Wognum Kreeklanden |
500 |
2026/2031 |
1 |
|
Andijk Centrum |
400 |
2026/2031 |
1 |
|
Andijk Zuid |
670 |
2027/2032 |
2 |
|
Medemblik Schepenwijk |
400 |
2027/2032 |
2 |
|
Midwoud |
1.000 |
2028/2033 |
3 |
|
Wervershoof-Oost*Zie 6.3 |
500 |
2028/2033 |
3 |
|
Abbekerk (onder voorbehoud) |
900 |
2029/2034 |
4 |
|
Onderdijk (onder voorbehoud) |
580 |
2029/2034 |
4 |
Met onze netbeheerder Liander stemmen we de verzwaring af van het elektriciteitsnet, dit noemen we het laagspanningsnet. Liander start met de buurten waar dit het meest nodig is. Zij breiden dit de komende jaren uit met andere buurten. Deze verzwaring is nodig om in de wijk gezamenlijk aan de slag te gaan met de wijkgerichte aanpak elektrisch verwarmen. Zolang dit nog niet is gebeurd in een wijk, zijn de mogelijkheden beperkter. Denk hierbij aan Wognum Kreeklanden. Dit kan invloed hebben op wat we in een wijk te bieden hebben. We hopen dat de verzwaring in Abbekerk en Onderdijk in 2029 afgerond is. Daarom staan deze nu onder voorbehoud vermeld.
Het overzicht hieronder laat zien in welke wijken we kansen zien voor de aanleg van een warmtenet. We richten ons in de eerste plaats op de bestaande onderzoeken in Medemblik en Wervershoof.
|
Wijk |
Aantal woningen (ongeveer) |
Aantal gebouwen (ongeveer) |
|
Medemblik Randwijk en Gildenwijk |
900 |
|
|
Medemblik bedrijventerreinen Almere, Unda Maris en Overleek |
|
190 |
|
Medemblik Koggenwijk |
620 |
|
|
Medemblik Parkwijk |
200 |
|
|
Medemblik Plan West |
660 |
|
|
Wervershoof De Tegel (nieuwbouw) |
135 |
|
|
Wervershoof zwembad (nieuwbouw) |
|
1 |
|
A7-West (Wognum/ Nibbixwoud) |
|
45 |
|
WFO-terrein (Zwaagdijk Oost) |
|
35 |
In de paragrafen hierna leggen we uit hoe we in deze kernen, wijken en of gebieden aan de slag gaan.
6.3 Spoor 1: de wijkgerichte aanpak elektrisch verwarmen
6.3.1 Wijkgericht aan de slag in acht wijken
De komende tien jaar gaan we in acht wijken aan de slag. Met een wijkgerichte aanpak
willen we zoveel mogelijk inwoners en ondernemers helpen met het verduurzamen van
hun woning of bedrijfspand.
We doen dit niet tegelijkertijd, maar in fasen. Tijdens elke fase werken we ongeveer
één jaar aan twee wijken. Dat betekent dat we in tien jaar tijd in elke wijk minstens
twee keer langskomen. In deze wijken maken we samen met inwoners en ondernemers een
aanpak. Deze aanpak moet aansluiten op wat past bij de wijk en wat nodig is om te
verduurzamen.
In de TVW van 2020 benoemden we vier kanswijken. Dit zijn wijken waar de woningen
en gebouwen al goed geïsoleerd zijn en daardoor kansrijk voor elektrisch verwarmen.
Het gaat om de wijken:
• Wognum Kreeklanden
• Andijk Centrum
• Medemblik Schepenwijk
• Wervershoof-Oost*
In deze wijken deden we ervaring op om tot een wijkgerichte aanpak te komen. Daar
bouwen we op voort. Zo leerden we bijvoorbeeld uit bijeenkomsten wat inwoners nodig
hebben om te kunnen verduurzamen.
Het aantal kanswijken breiden we uit. We gaan nu ook wijken ondersteunen met woningen
die nu nog niet klaar zijn voor de overstap naar elektrisch verwarmen. Maar bijvoorbeeld
eerst nog moeten isoleren. In deze wijken zien we ook kansen om stappen te zetten
richting aardgasvrij wonen. We willen hiermee meer inwoners helpen en ons ondersteuningspakket
verbreden. Met de inwoners bepalen wij welke stappen hiervoor nodig zijn. Het gaat
om de wijken:
• Andijk Zuid
• Midwoud
• Abbekerk (onder voorbehoud)
• Onderdijk (onder voorbehoud)
We kozen hiervoor wijken waar Liander de komende jaren het laagspanningsnet verzwaart. Zodat er voldoende ruimte is op het laagspanningsnet voor de overstap naar elektrisch verwarmen. Het is nog niet zeker wanneer Liander dit ook gaat doen in Abbekerk en Onderdijk. Daarom zijn deze wijken nog onder voorbehoud.
* De gemeente ziet voor Wervershoof-Oost mogelijk kansen om aan te sluiten bij een
warmtenet voor het nieuwe zwembad en nieuwbouwlocatie De Tegel (Spoor 2). Voordat
we aan de slag gaan in Wervershoof-Oost, verwachten we dat we hierover duidelijkheid
hebben.
6.3.2 Samenwerking met woningcorporaties
Woningcorporaties spelen een belangrijke rol in de verduurzaming van woningen. In wijken waar zij veel woningen hebben, liggen kansen om versneld stappen te zetten naar aardgasvrij verwarmen. Met De Woonschakel en Woningstichting Het Grootslag bespraken we hun plannen om de komende jaren te verduurzamen. Beide woningcorporaties hebben al grote stappen gezet met isoleren en/of het overstappen naar duurzame verwarming. De nu gekozen wijken en fasen passen goed in de plannen van de woningcorporaties. Het is daarom belangrijk om ook in de wijkgerichte aanpak nauw samen te werken.
6.3.3 Een betrouwbaar elektriciteitsnet
De betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet, laagspanningsnet genoemd, is een belangrijk punt. Als alle inwoners van een wijk tegelijk overstappen op een elektrische warmtepomp, kan dit leiden tot problemen op het laagspanningsnet. Dat willen we voorkomen. Liander werkt daarom aan het verbeteren van het elektriciteitsnet. Zij pakken de komende jaren meerdere buurten aan en verzwaren het laagspanningsnet. Met deze verzwaring is het laagspanningsnet klaar voor de toekomst. Hiermee kunnen inwoners de overstap naar een elektrische warmtepomp maken zonder een nadelig effect op het net.
6.3.4 Dit kunnen inwoners en ondernemers verwachten
We starten onze aanpak met een onderzoek in de wijk. Waar lopen inwoners tegenaan
in hun wijk? Welke (soort) woningen staan er in de wijk? En wat is de staat van deze
woningen? Zijn ze al klaar voor de overstap naar een aardgasvrije oplossing? Of moeten
de woningen eerst nog beter geïsoleerd worden? Liggen er kansen voor kleine gezamenlijke
warmteoplossingen?
We gaan ook met inwoners in gesprek om te horen wat zij nodig hebben om te kunnen
verduurzamen. Dit is mede afhankelijk van de staat van de woning of het gebouw. We
stemmen onze ondersteuning hierop af. Die ondersteuning kan bestaan uit:
• Hulp bij isolatie en ventilatie
• Advies over elektrisch verwarmen
• Een tijdelijke oplossing als de cv stuk gaat en vervangen moet worden
• Ondersteuning bij (het aanvragen van) subsidies of financiering
• Samenwerking met bestaande bewonersinitiatieven
Hiermee bieden we inwoners ondersteuning op maat waarmee zij hun woning kunnen verduurzamen. Hoe we dit precies willen doen werken we per wijk uit in een apart wijkuitvoeringsplan. Dit plan stellen we op in overleg met inwoners, ondernemers en organisaties uit de wijk, zoals de woningcorporatie die daar woningen hebben. Zo helpen we ook huurders om te verduurzamen.
6.4 Spoor 2: wijken met kansen voor een warmtenet
6.4.1 Haalbare en betaalbare warmtenetten
In gemeente Medemblik zijn op verschillende plekken duurzame warmtebronnen aanwezig. Deze bronnen kunnen mogelijk gebruikt worden om woningen en gebouwen duurzaam te verwarmen met een warmtenet. Met een warmtenet kunnen veel woningen en gebouwen in één keer overstappen naar duurzame warmte. We willen deze kansen eerst goed onderzoeken. Als een warmtenet haalbaar en betaalbaar blijkt, kunnen we grote stappen zetten naar een aardgasvrije gemeente. We leggen eerst uit wat we verstaan onder ‘haalbaar en betaalbaar’. Welke zekerheden willen we hebben voor we beginnen?
Het ontwikkelen van een warmtenet is een ingewikkeld project. Hier starten we niet
zomaar mee. We willen eerst voldoende zekerheid hebben dat dit kan slagen. Deze zekerheid
wordt bepaald door een aantal randvoorwaarden. Pas als er aan deze voorwaarden is
voldaan, kunnen we een besluit nemen over de aanleg van een warmtenet.
• Haalbaarheid. Een warmtenet moet kunnen beschikken over een duurzame warmtebron waarbij de warmtelevering
over een langere periode is gegarandeerd.
• Betaalbaarheid. Een warmtenet moet een betaalbare oplossing zijn voor al onze inwoners en ondernemers. We kijken daarom bij de ontwikkeling van een warmtenet naar de directe kosten voor inwoners: wat zijn de eenmalige en maandelijkse kosten? Om de betaalbaarheid te waarborgen, zijn subsidies, financiering en garanties nodig. Deze moeten beschikbaar komen.
• Steun van inwoners, ondernemers en woningcorporaties. Huurders, woning- en pandeigenaren moeten gebruik willen maken van het warmtenet. Zij moeten het zien zitten om hun woning of pand met warmte uit een warmtenet te verwarmen.
• De aanwezigheid van een warmtebedrijf. Er moet een warmtebedrijf zijn dat het warmtenet aanlegt, onderhoudt en beheert. Zo'n warmtebedrijf moet voor meer dan de helft in publieke handen zijn. Dit vraagt inzet en betrokkenheid vanuit diverse partijen, waaronder de gemeente zelf.
• De gemeente beschikt over de juiste bevoegdheden. De gemeente moet over de juiste bevoegdheden beschikken om een warmtenet te realiseren.
De rijksoverheid moet dit nog in wetten en besluiten vastleggen. Denk hierbij aan
het invoeren van de Wet collectieve warmte (naar verwachting per 1 januari 2026).
Deze wet regelt dat de gemeenten hun regierol in de transitie naar een aardgasvrije
gemeente goed kunnen uitvoeren. In de bijlage B staat hoe we een besluit nemen over
de aanleg van een warmtenet.
6.4.2 Deze kansen zien we
Medemblik: warmtenet met als bron geothermie, Agriport (Hollands Kroon)
We zien een aantal mooie kansen om wijken en/ of bedrijventerreinen duurzaam te verwarmen
met een warmtenet. Hierna gaan we in op deze kansen. Daarbij willen we benadrukken
dat we niet alles in een keer kunnen oppakken. Het ontwikkelen van een warmtenet is
ingewikkeld. Dit vraagt commitment, deskundigheid en betrokkenheid van vele partijen.
Naast de hiervoor aangegeven randvoorwaarden.
We onderzoeken de haalbaarheid van een warmtenet in de Randwijk en Gildenwijk in de
stad Medemblik. Dit kunnen we combineren met bedrijventerreinen Almere, Unda Maris
en Overleek. De komende tijd werken we dit project met betrokken partijen nader uit
in een wijkuitvoeringsplan.
De mogelijkheid om ook andere wijken in de stad Medemblik met deze warmte te verwarmen
nemen we in dit plan mee. Het gaat om de wijken Koggenwijk, Plan West en Parkwijk.
Inwoners en ondernemers van deze wijken betrekken we bij het maken van de plannen.
Daarnaast werken we hierin samen met de woningcorporatie. Op die manier betrekken
we ook huurders bij de plannen.
Wervershoof: warmtenet met als bron aquathermie en restwarmte
We onderzoeken de mogelijkheden om een warmtenet aan te leggen voor het nieuwe zwembad
en nieuwbouwwijk De Tegel in Wervershoof. We kunnen mogelijk de warmte uit water van
de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het hoogheemraadschap als bron gebruiken. Ook
is restwarmte in de nabije omgeving beschikbaar.
Mocht de aanleg van dit warmtenet haalbaar en betaalbaar zijn, dan ontstaat een kans
om ook andere wijken van Wervershoof hiermee te verwarmen. Dan denken we aan woningen
in Wervershoof, centrum, oost. We betrekken inwoners en ondernemers uit deze wijken
bij de plannen alsmede de woningcorporatie. Hierdoor weten we ook wat er onder huurders
leeft.
WFO-bedrijventerrein (Zwaagdijk-Oost): warmtenet op geothermie
Met de eigenaar van de warmtebron, Ennatuurlijk verkennen we de kansen voor een warmtenet
op het WFO-terrein. De bedrijven van het WFO-terrein kunnen hierbij mogelijk aangesloten
worden op het bestaande warmtenet van glastuingebied Het Grootslag.
Bedrijventerrein A7-West (Nibbixwoud, Wognum): warmtenet op restwarmte
We zien kansen op bedrijventerrein A7-West voor duurzame verwarming met restwarmte
die aanwezig is op het bedrijventerrein.
6.4.3 Dit kunnen inwoners en ondernemers verwachten
In de onderzoeken beoordelen we of een warmtenet aan de door ons beschreven randvoorwaarden
voldoet. Elk jaar geven we de inwoners en ondernemers uit dit gebied informatie hierover.
Zo blijven zij op de hoogte over de kans dat er in hun wijk een gezamenlijk warmtenet
komt.
Als blijkt dat we aan alle voorwaarden kunnen voldoen, stellen we een wijkuitvoeringsplan
op. Dit doen we samen met inwoners, ondernemers en betrokken partijen.
We starten met een onderzoek in de wijk. Waar lopen inwoners tegenaan? Welke (soort) woningen zijn er? Wat is de staat van deze woningen? Zijn ze al klaar voor de overstap naar een gezamenlijke warmteoplossing? Of moeten zij eerst nog beter geïsoleerd worden?
Dit plan beschrijft ook de weg naar de aanleg van een warmtenet. Welke stappen moeten hiervoor worden genomen, door wie, en hoe zit het met de betaalbaarheid? Als gemeente nemen we de leiding in het proces om tot een wijkuitvoeringsplan te komen.
Het onderzoeken van de kansen en het opstellen van een wijkuitvoeringsplan kan meerdere jaren in beslag nemen. Ook kan uiteindelijk blijken dat het aanleggen van een warmtenet toch niet haalbaar of betaalbaar is. We doorlopen dit traject met de woningcorporaties in de wijk. Zo helpen we ook de huurders bij het verduurzamen van de woning.
6.4.4 Dit kunnen inwoners en ondernemers in de tussentijd doen
Inwoners en of ondernemers kunnen nu al aan de slag met het energiezuiniger maken van hun woning of bedrijfspand. Bijvoorbeeld door goed te isoleren, te ventileren en zelf energie op te wekken. Zo houden woningen hun warmte in de winter langer vast en blijven ze in de zomer langer koel. We informeren inwoners hoe ze hier concreet mee aan de slag kunnen. Ook kunnen inwoners gebruikmaken van inkoopacties die de gemeente organiseert. Wij denken graag mee met inwoners bij wie de cv-ketel in de tussentijd stuk gaat of aan vervanging toe is. We bieden hiervoor oplossingen aan. Denk aan de huur van een cv-ketel voor een aantal jaar, om te voorkomen dat inwoners investeren in een nieuwe cv-ketel wanneer er op termijn toch een warmtenet komt. Zo behouden zij de mogelijkheid om te kiezen voor aansluiting op het warmtenet. Jaarlijks geven we inwoners informatie per brief over de eventuele plannen voor een warmtenet.
6.5 Communicatie en participatie
De overstap naar duurzame warmte is een gezamenlijke opgave. Iedere inwoner en ondernemer in onze gemeente krijgt ermee te maken. Wij kunnen richting geven, maar uiteindelijk beslissen inwoners en ondernemers zelf welke warmteoplossing zij kiezen.
Participatie en communicatie zijn een belangrijk onderdeel van de wijkgerichte aanpak. Hier besteden we extra aandacht aan. We willen inwoners niet alleen informeren, maar ook echt betrekken bij het maken van onze plannen. Zo zorgen we dat de plannen aansluiten bij wat er leeft in de wijk. We organiseren hiervoor bijeenkomsten of gaan persoonlijk het gesprek aan met de mensen thuis. Ook werken we samen met lokale organisaties zoals Warm Medemblik.
Voor het gesprek met inwoners en ondernemers gebruiken we zoveel mogelijk onze bestaande communicatie- en participatiemiddelen. Denk daarbij aan onze website Duurzaam Medemblik, het participatieplatform Samen Medemblik, nieuwsbrieven, informatieavonden, de gemeentelijke website, het buurtplatform Medekernen en sociale media.
7 Wat doet de gemeente nog meer
7.1 Inleiding
Zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, richten we ons de komende jaren op een wijkgerichte aanpak. We benoemden in hoofdstuk 6 de specifieke wijken waar we de komende jaren actief zijn. We bieden in deze wijken specifieke ondersteuning. Dit geldt bijvoorbeeld voor een aantal aanpakken die de gemeente de afgelopen jaren ontwikkelde. We vinden het ook belangrijk dat inwoners uit andere wijken aan de slag kunnen. Voor hen zijn deze aanpakken ook beschikbaar. In dit hoofdstuk beschrijven we de verschillende aanpakken. Ook geven we aan waar inwoners en of ondernemers terecht kunnen voor advies.
7.2 Concrete aanpakken
7.2.1 Isolatieaanpak
Verduurzamen begint bij veel woningen met isoleren. Met onze isolatieaanpak helpen we financieel kwetsbare woningeigenaren met een laag energielabel. We bieden hen advies, subsidie en begeleiding aan. We ontvangen hiervoor geld van het Rijk. Het Rijk stelt regels voor de manier waarop gemeenten dit geld kunnen uitgeven. Hier geven we uitvoering aan. Woningeigenaren die geen recht hebben op subsidie of advies, kunnen wel meedoen met een inkoopactie.
7.2.2 Energiearmoede
Een deel van onze inwoners heeft moeite om de maandelijkse energielasten te betalen. Wij ondersteunen deze inwoners om de energielasten omlaag te brengen, bijvoorbeeld met gratis energieadvies. We werken hiervoor samen met het bewonersinitiatief Warm Medemblik. Daarnaast kijken we ook naar andere manieren om deze inwoners te helpen. Denk aan het aanbieden van kleine, energiebesparende maatregelen of van een ‘witgoedwissel’.
7.3 Advies
7.3.1 Energieadvies voor inwoners
Warm Medemblik
De gemeente biedt inwoners advies aan om hun woning te verduurzamen. Hiervoor kunnen
zij terecht bij Warm Medemblik. Warm Medemblik is een stichting van vrijwilligers
uit gemeente Medemblik. Zij zijn opgeleid tot energiecoach en geven informatie, tips
en adviezen over het verduurzamen van woningen of bedrijfspanden. Warm Medemblik is
een belangrijke samenwerkingspartner voor ons.
Energieloket
Het Duurzaam Bouwloket is het energieloket van de gemeente. Zij geven gratis advies
over duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing en energie opwekken.
Met de Subsidiecheck van het Duurzaam Bouwloket is ook te zien voor welke subsidies inwoners in aanmerking komen. Ook kun je betrouwbare bedrijven vinden via het Duurzaam Bouwloket, of je offertes laten checken.
7.3.2 Erfgoed
Ook monumenten en karakteristieke panden moeten in 2050 aardgasvrij zijn. Dit is een stuk lastiger dan bij ‘gewone’ woningen. Daarom is het belangrijk om nu al te starten met de aanpak. Zo is er voldoende tijd om stapje voor stapje ook deze woningen aardgasvrij te maken.
We informeren eigenaren van erfgoed over wat er kan en mag. En hoe ze dit het beste kunnen aanpakken. Hiervoor organiseren we informatieavonden. We ontwikkelden ondersteuning om erfgoedeigenaren zo goed mogelijk te ontzorgen. In 2025 hebben we een gemeentelijke subsidie beschikbaar gesteld voor het verduurzamen van erfgoed in de gemeente.
7.3.3 Verenigingen van Eigenaren (VvE’s)
Het verduurzamen van een VvE-pand kan lastig zijn. Eigenaren moeten hierover samen besluiten. Het is niet altijd duidelijk hoe de kosten betaald moeten worden. De gemeente ondersteunt VvE-besturen bij de stappen die er genomen moeten worden om te kunnen verduurzamen. Denk daarbij aan technisch advies, hulp bij de financiering van de maatregelen of een overzicht van de nodige vergunningen. Ook begeleiding bij de uitvoering van de maatregelen is mogelijk.
7.4 Ondersteuning aan ondernemers
7.4.1 Duurzaam ondernemersloket
Veel ondernemers lopen ertegenaan dat ze onvoldoende kennis hebben over hoe zij kunnen verduurzamen. En onvoldoende tijd om zich hierin te verdiepen. Zij kunnen voor hun vragen terecht bij het Duurzaam Ondernemersloket. Bij het loket is kennis aanwezig over energiebesparing, netcongestie en begeleidingsmogelijkheden. Ook informatie over hoe maatregelen gefinancierd kunnen worden is beschikbaar.
Waar er kansen liggen om samen te verduurzamen op een bedrijventerrein, starten we een onderzoek. Zeker vanwege de krapte op het elektriciteitsnetwerk is deze samenwerking nog belangrijker geworden.
Elk bedrijventerrein is uniek, dus goede afstemming per terrein is belangrijk. We werken daarbij samen met ondernemers en andere samenwerkingspartijen.
7.4.2 Midden- en kleinbedrijf (mkb)
Gemeente Medemblik werkt samen met provincie Noord-Holland in een aanpak voor het verduurzamen van het mkb. De provincie ontwikkelde een ontzorgingsprogramma voor het mkb. Dit programma bestaat uit energiecoaches die ondernemers helpen te verduurzamen. Met hulp van de energiecoach stelt een ondernemer een plan op om te verduurzamen. Dit kan gaan over het bedrijfspand, maar ook over het bedrijfsproces. De basis voor dit plan is de eigen koers die de ondernemer wil varen om zijn of haar onderneming te verduurzamen.
7.5 Subsidie
7.5.1 Landelijke en gemeentelijke subsidies
Het verduurzamen van woningen en bedrijfspanden kost geld. Om inwoners en ondernemers te helpen om op deze kosten te besparen, is er financiering beschikbaar, bijvoorbeeld in de vorm van subsidies of leningen. Op onze website www.duurzaammedemblik.nl geven we een overzicht van deze middelen. Naast de landelijke subsidies heeft ook de gemeente op dit moment een aantal subsidieregelingen voor inwoners beschikbaar.
7.5.2 Subsidie voor bewonersinitiatieven
We ondersteunen inwoners die samen met hun buren hun wijk willen verduurzamen. We helpen dit soort bewonersinitiatieven met praktische hulp en een subsidie.
7.5.3 Subsidie voor het verduurzamen van erfgoed
In 2025 bieden we eigenaren van erfgoed subsidie aan om hun pand te verduurzamen. Het aardgasvrij maken van een uniek monument of karakteristiek pand is namelijk extra moeilijk. Afhankelijk van de ervaringen in 2025 is deze subsidie mogelijk ook in volgende jaren beschikbaar.
7.5.4 Subsidie voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed
Bij het verduurzamen van maatschappelijke vastgoed ondersteunt de gemeente ook. Zo bieden we energiescans aan die inzicht geven in het energieverbruik, en adviezen over de te nemen maatregelen. Ook is er subsidie aanwezig om deze adviezen uit te voeren. Denk aan een subsidieregeling voor culturele instellingen, dorpshuizen, buurthuizen en wijkcentra. Ook geven we informatie over het ontzorgingsprogramma van provincie Noord-Holland. Dat richt zich op de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed.
7.6 Gemeentelijk vastgoed
Gemeente Medemblik werkt ook aan de verduurzaming van haar eigen panden. De gemeente stelde hiervoor een plan op. Deze verduurzaming combineren we zoveel mogelijk met gepland (groot) onderhoud. Bij het aardgasvrij maken van het gemeentelijk vastgoed kijken we naar koppelkansen in de omgeving. Denk aan het aardgasvrij maken van gemeentelijk vastgoed in combinatie met bestaande woningen of nieuwbouw in de directe omgeving.
De gemeente start in 2027 met de grootschalige renovatie van het gemeentehuis. Dit gebouw wordt energiezuinig gemaakt.
7.7 Hoe organiseert de gemeente dit
7.7.1 Met wie werken we samen
Het is een grote opgave om in 2050 een aardgasvrije gemeente te zijn. Een opgave die we alleen kunnen realiseren samen met onze inwoners, ondernemers en andere samenwerkingspartijen. We noemden hiervoor al een aantal partners. Bijvoorbeeld de woningcorporaties en Liander. Maar ook de energiecoaches van Warm Medemblik die inwoners en maatschappelijke organisaties onafhankelijk adviseren. Of het Duurzaam Bouwloket die het gemeentelijk energieloket is. We zijn ook blij met bewonersinitiatieven. Deze inwoners pakken de verduurzaming van hun wijk gezamenlijk op. Zoals ondernemers dit met elkaar doen op een bedrijventerrein. Ook werkt de gemeente samen met de Westfriese gemeenten, omgevingsdienst Noord-Holland Noord, ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en provincie Noord-Holland.
7.7.2 Capaciteit en middelen
Om het warmteprogramma uit te voeren, is er voldoende personeel en geld nodig. De gemeente betaalt dit deels zelf, maar is ook sterk afhankelijk van de rijksoverheid. De rijksoverheid geeft de gemeente geld voor het uitvoeren van het Klimaatakkoord en het verduurzamen van woningen en gebouwen.
7.7.3 Communicatie en participatie
De overstap naar duurzame warmte is een gezamenlijke opgave. Iedere inwoner, ondernemer en organisatie in Medemblik speelt hierin een rol. De gemeente kan richting geven, maar uiteindelijk moeten inwoners en ondernemers er zelf mee aan de slag. Steun en draagvlak is daarbij essentieel. Dit is één van de redenen waarom we inwoners en ondernemers betrekken bij het maken van onze aanpakken. En we zorgen ervoor dat alles wat we als gemeente doen breed onder de aandacht wordt gebracht.
We maken zo veel mogelijk gebruik van onze bestaande communicatie- en participatiemiddelen. Denk daarbij aan onze website Duurzaam Medemblik, het participatieplatform Samen Medemblik, nieuwsbrieven, informatieavonden, de gemeentelijke website, het buurtplatform Medekernen en sociale media.
8 Monitoring en evaluatie
8.1 Inleiding
Ons doel is om in 2050 een aardgasvrije gemeente te zijn. Dit lijkt ver weg. Maar het is een grote uitdaging om dit doel te bereiken. Daarom moeten we nu al de juiste stappen zetten. Hoe weten we of we de juiste dingen doen? Het is belangrijk dat we regelmatig bijhouden of we met onze aanpak de gewenste resultaten behalen. Of dat we onze aanpak moeten aanpassen. Zo weten we zeker dat onze activiteiten en aanpakken bijdragen aan het aardgasvrij maken van gemeente Medemblik. In dit hoofdstuk leggen we uit hoe we dit gaan doen.
8.2 Monitoring
Om te volgen hoe onze aanpak verloopt, kijken we naar de behaalde resultaten op de
onderstaande onderwerpen:
• Het aantal aardgasvrije gebouwen in de gemeente
• Het isolatieniveau van de gebouwen in de gemeente
• Het gemiddelde gasverbruik per wijk (aardgasbehoefte)
• De ruimte op het elektriciteitsnet
In bijlage C lichten we toe op welke manier we deze indicatoren monitoren. Deze monitoring
stellen we jaarlijks op over het afgelopen jaar (dus in 2029 over 2028). Zo kijken
we terug op de behaalde resultaten van het afgelopen jaar. Voor sommige onderwerpen
komen de gegevens pas na twee jaar beschikbaar. Voor die onderwerpen kijken we twee
jaar terug (dus in 2029 over 2027). We stellen hiervoor een nulmeting op, zodat we
de resultaten goed kunnen vergelijken.
8.3 Evalueren
8.3.1 Evaluatie van het warmteprogramma
We evalueren het warmteprogramma iedere vijf jaar. Voor dit warmteprogramma keken we terug naar de Transitievisie Warmte. Daarbij keken we terug op de periode 2021 – 2025. Dit beschreven we in hoofdstuk 3 en bijlage A. De volgende evaluatie stellen we in 2031 op, waarin we terugkijken op de periode 2026 – 2030. In de evaluatie beoordelen we de behaalde resultaten en de voortgang op onze doelstellingen. Ook is dit een moment om terug te blikken met onze inwoners: hoe ervaren zij onze aanpak? Zijn zij tevreden? Wat missen zij, of waarderen zij juist? De resultaten van deze evaluaties werken vervolgens door in het nieuwe warmteprogramma.
8.3.2 Evaluatie van onze (wijkgerichte) aanpakken
In de tussentijd evalueren we ook onze wijkgerichte aanpakken. Welke resultaten bereiken we hiermee? Hebben we nog voldoende steun onder onze inwoners en ondernemers voor onze aanpak? Of moeten we bijsturen? Dit geldt ook voor de aanpakken gericht op speciale doelgroepen, zoals de gemeentelijke isolatieaanpak of de aanpak gericht op VvE’s.
9 Bijlagen
9.1 Bijlage A: Participatie bij het opstellen van het warmteprogramma
We betrokken onze inwoners bij het opstellen van dit warmteprogramma. Hieronder beschrijven
we hoe we dat deden.
Voor de Klankbordgroep Duurzaamheid organiseerden we in november 2024 een bijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst blikten
deelnemers terug op de manier waarop we onze inwoners de afgelopen jaren ondersteunden.
Daarnaast keek de Klankborgroep Duurzaamheid ook vooruit naar de toekomst. De deelnemers
gaven ons aandachtspunten mee. Deze namen we mee in dit warmteprogramma.
We vormden ook een speciale Klankbordgroep Warmteprogramma. Inwoners uit de volgende groepen namen deel aan deze klankbordgroep:
• Het bewonersinitiatief Stichting Warm Medemblik
• De meedenkgroep Kanswijken elektrisch verwarmen
• De klankbordgroep Duurzaam Medemblik
• Kernraden
• Huurdersverenigingen
Voor deze klankbordgroep organiseerden we in 2025 twee bijeenkomsten om de deelnemers te informeren en te raadplegen over het warmteprogramma. In deze bijeenkomsten keken we terug op de afgelopen jaren. Wat ging er goed, wat kan er beter? We bespraken de uitgangspunten en beslispunten, en de meest geschikte warmteoplossingen voor de verschillende wijken die daaruit volgden. Ook gingen we dieper in op de wijken waar we de komende jaren actief ondersteuning willen bieden. En hoe we dit willen gaan doen.
Tijdens de bijeenkomsten vroegen we wat de deelnemers belangrijk vinden voor de route naar een aardgasvrije gemeente. En voor de wijkgerichte aanpakken. Een deel van deze inbreng namen we mee in dit warmteprogramma. Een ander deel gebruiken we bij de uitvoering van het warmteprogramma. Bijvoorbeeld in de wijkgerichte aanpakken die we de komende periode gaan maken. Of de gemeentebrede aanpakken waarmee we ondersteuning bieden.
Informatieavond 6 november 2025
We vinden het belangrijk om onze inwoners en ondernemers goed te informeren over de
warmtetransitie en wat daarbij komt kijken. Daarom organiseerden we op 6 november
2025 een informatieavond. Tijdens de bijeenkomst informeerden we over:
• De keuzes die we maakten voor de meest geschikte warmteoplossingen per wijk.
• Waar we inwoners de komende jaren bij ondersteunen.
• Wat inwoners zelf moeten doen.
• En wat ze van de gemeente kunnen verwachten.
Na de presentatie kunnen deelnemers vragen stellen.
Ter inzagelegging vanaf 3 november 2025 tot en met 15 december 2025
We legden het warmteprogramma vanaf 3 november 2025 voor een periode van zes weken ter inzage. Gedurende deze zes weken konden belanghebbenden hun zienswijze naar voren brengen. Voorafgaand aan de terinzagelegging gaf de gemeente in het Gemeenteblad kennis van het besluit. In de Nota van Zienswijzen Warmteprogramma beantwoorden we de ingediende zienswijzen.
9.2 Bijlage B: Wet- en regelgeving
Het warmteprogramma is een programma onder de Omgevingswet op het moment dat de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in werking treedt. Daarnaast zijn er nog twee wetten die belangrijk zijn voor de warmtetransitie: de Wet collectieve warmte (Wcw) en de nieuwe Energiewet. Ook deze moeten nog in werking treden (naar verwachting op 1 januari 2026). Hieronder lichten we deze wetten kort toe.
Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)
De Wgiw regelt de bevoegdheden die gemeenten nodig hebben om de regie te kunnen voeren in de warmtetransitie. De aanwijsbevoegdheid, zoals beschreven in Hoofdstuk 3, is daar een belangrijk voorbeeld van. Daarnaast schrijft de wet voor wat er in het warmteprogramma moet staan, en dat gemeenten het warmteprogramma elke vijf jaar moeten bijwerken.
Wet Collectieve warmte (Wcw) regelt warmtenetten beter
De Wcw zorgt voor strengere regels voor warmtenetten. Deze wet stelt eisen aan:
• Transparantie: het moet duidelijk zijn hoe het warmtenet werkt.
• Eerlijke prijzen: inwoners mogen niet te veel betalen.
• Duurzaamheid: de warmte moet afkomstig zijn van duurzame bronnen.
Daarnaast krijgt de gemeente meer invloed op warmtenetten. Dit gebeurt via zogenaamde concessiegebieden. In deze gebieden krijgen publieke partijen, zoals gemeenten, een leidende rol. Zo is gemeente Medemblik beter in staat om te zorgen dat warmtenetten bijdragen aan de klimaatdoelen én aan de belangen van inwoners.
Naast de onderzoeken en het opzetten van samenwerkingen moet de gemeente volgens de Wcw ook een besluitvormingsproces in gang zetten. Dat bestaat uit de volgende stappen:
1. Vaststelling van warmtekavels. Het college van Burgemeester en Wethouders stelt een gebied vast waarvoor een warmtebedrijf
kan worden aangewezen: de warmtekavel. De warmtekavel is een aaneengesloten en afgebakend
gebied waarbinnen een duurzame, betaalbare en betrouwbare gezamenlijke warmtevoorziening
mogelijk is. Een kavel kan verschillende schaalniveaus hebben: van (een deel van)
een wijk tot meerdere wijken of dorpskernen.
2. Aanwijzen van een warmtebedrijf. Het college van Burgemeester en Wethouders wijst een warmtebedrijf aan. Dit warmtebedrijf
moet voor meer dan de helft in publiek eigendom zijn. Alleen het warmtebedrijf mag
binnen de warmtekavel warmte leveren.
3. Het opleveren van een uitgewerkt kavelplan. Op verzoek van de gemeente stelt het warmtebedrijf een uitgewerkt kavelplan op voor
de hele kavel of een deel daarvan.
4. Inventarisatie van opt-outs. Als de gemeente de aanwijsbevoegdheid inzet, is het warmtebedrijf verplicht om aan
iedereen aan wie aardgas geleverd wordt in het betreffende gebied een aanbod te doen
om aan te sluiten op het warmtenet. Inwoners die een andere aardgasvrije warmtevoorziening
willen kiezen (opt-out), moeten dit aangeven. Zij hebben dan minimaal acht jaar de
tijd om zelf voor een aardgasvrije oplossing te zorgen.
5. Investeringsplan, aanleg en exploitatie. Het warmtebedrijf stelt een investeringsplan op voor de aanleg van het warmtenet
en draagt zorg voor de aanleg en exploitatie hiervan.
De nieuwe Energiewet stelt strengere eisen
De nieuwe Energiewet is nog in ontwikkeling. Deze wet vervangt de oude Gaswet en Elektriciteitswet. Er komen strengere regels voor duurzaamheid, bijvoorbeeld over de herkomst van warmte en de werking van warmtenetten.
De verwachting is dat deze wetten op 1 januari 2026 in werking treden.
9.3 Bijlage C: Toelichting indicatoren monitoring
Om de voortgang van de warmtetransitie in Medemblik te volgen, houden we een aantal indicatoren bij. Deze lichten we toe in de onderstaande tabel.
|
Indicator |
Uitwerking |
Frequentie |
Bron |
|
Aantal aardgasvrije gebouwen |
Het aantal gebouwen zonder aardgasaansluiting in de gemeente |
Jaarlijks |
Netbeheerder |
|
Isolatieniveau gebouwen |
Het energielabel van een gebouw |
Jaarlijks |
RVO |
|
Aardgasbehoefte |
Gemiddeld gasverbruik per wijk |
Jaarlijks |
CBS |
|
Ruimte op het elektriciteitsnet |
Voortgang van werkzaamheden aan het net en mogelijke capaciteitsproblemen |
Jaarlijks |
Netbeheerder |
|
Tevredenheid inwoners met de aanpak |
Op verschillende manieren en momenten |
Periodiek |
Gemeente |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl