Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757022
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757022/1
Deze regeling is juridisch onderdeel van Omgevingsplan gemeente Tynaarlo.
Geldend van 12-02-2026 t/m heden
Voorrangsbepaling
Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Tynaarlo in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels gelden alleen de voorbeschermingsregels.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 begripsbepalingen
In deze regels wordt verstaan onder:
bedrijfswoning: woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, slechts bestemd voor het huishouden
van een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de functie van het gebouw of terrein,
noodzakelijk is;
beperkt kwetsbaar gebouw: gebouw met een kantoor-, cel-, industrie-, sport- of logiesfunctie als bedoeld in
bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
extramurale opslag of verwerking: opslag of verwerking anders dan in een volledig afgesloten gebouw;
gebouw: gebouw als bedoeld in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
geluidgevoelig gebouw: gebouw met een onderwijs- of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in bijlage I bij
het Besluit bouwwerken leefomgeving;
kwetsbaar gebouw: gebouw met een onderwijs- of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in bijlage I bij
het Besluit bouwwerken leefomgeving;
minister: de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
obstakel: object dat zich boven het maaiveld bevindt en zich niet voortbeweegt;
omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel omgevingsvergunning als bedoeld
in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een omgevingsplanactiviteit
bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
overig gebouw: gebouw, niet zijnde een woning, een beperkt kwetsbaar gebouw of een kwetsbaar gebouw.
Hoofdstuk 2 Voorbeschermingsregels luchthavenbesluit Eelde
Artikel 2.1 Ruimtelijke beperkingen in verband met het externe veiligheidsrisico
-
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het gebied dat is gelegen op of binnen de 10e-5 plaatsgebonden risicocontour de volgende ruimtelijke bouwactiviteit uit te voeren: het bouwen van een gebouw.
-
2.
Onverminderd artikel 8.9, tweede lid, juncto artikel 8.47, tweede lid en artikel 8.70, tweede lid, van de Wet luchtvaart wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend verleend indien het betreft:
-
3.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet verleend indien de ruimtelijke bouwactiviteit de locatie minder geschikt maakt voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde luchthavenbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
-
4.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het gebied dat is gelegen op of binnen de 10e-6 plaatsgebonden risicocontouren en tussen deze contour en de daarbinnen liggende 10e-5 plaatsgebonden risicocontour, de volgende ruimtelijke bouwactiviteit uit te voeren: het bouwen van een gebouw.
-
5.
Onverminderd artikel 8.9, tweede lid, juncto artikel 8.47, tweede lid en artikel 8.70, tweede lid, van de Wet luchtvaart wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in het vierde lid, uitsluitend verleend indien het betreft:
-
a.
nieuwbouw van een bedrijfswoning;
-
b.
nieuwbouw van een beperkt kwetsbaar gebouw;
-
c.
nieuwbouw van een woning of een kwetsbaar gebouw voor zover het betreft:
-
d.
nieuwbouw van een overig gebouw;
-
e.
verandering van de functie van een gebouw naar een andere functie, niet zijnde een woning of een kwetsbaar gebouw.
-
a.
-
6.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het vijfde lid, wordt in ieder geval niet verleend indien de ruimtelijke bouwactiviteit de locatie minder geschikt maakt voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde luchthavenbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
-
7.
Het vijfde lid, aanhef en onderdeel c, onder 2o, wordt niet eerder toegepast dan nadat het oude kwetsbare gebouw aan de bestaande functie is onttrokken.
Artikel 2.2 Ruimtelijke beperkingen in verband met de geluidbelasting
-
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het gebied dat is gelegen op of binnen de contour van 70 Lden, de volgende ruimtelijke bouwactiviteit uit te voeren: het bouwen van een gebouw.
-
2.
Onverminderd artikel 8.9, tweede lid, juncto artikel 8.47, tweede lid en artikel 8.70, tweede lid, van de Wet luchtvaart wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend verleend indien het betreft: een niet geluidgevoelig gebouw of de nieuwbouw van een bedrijfswoning.
-
3.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet verleend indien de ruimtelijke bouwactiviteit de locatie minder geschikt maakt voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde luchthavenbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
-
4.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het gebied dat is gelegen op de contour van 56 Lden of in het gebied tussen die contour en de daarbinnen liggende contour van 70 Lden, de volgende ruimtelijke bouwactiviteit uit te voeren: het bouwen van een gebouw.
-
5.
Onverminderd artikel 8.9, tweede lid, juncto artikel 8.47, tweede lid en artikel 8.70, tweede lid, van de Wet luchtvaart wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in het vierde lid, uitsluitend verleend indien het betreft:
-
6.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het vierde lid, wordt in ieder geval niet verleend indien de ruimtelijke bouwactiviteit de locatie minder geschikt maakt voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde luchthavenbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
-
7.
Het vijfde lid, aanhef en onderdeel b, onder 30, wordt niet eerder toegepast dan nadat het oude geluidgevoelige gebouw aan de bestaande functie is onttrokken.
Artikel 2.3 Ruimtelijke beperkingen in verband met veiligheid
-
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het gebied dat is gelegen binnen de contouren ter aanduiding van de veiligheidsgebieden een obstakel of een helling op te richten, te plaatsen of aan te leggen.
-
2.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend verleend indien het een obstakel of een helling betreft dat:
-
3.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet verleend indien het oprichten, plaatsen of aanleggen van het obstakel of de helling de locatie minder geschikt maakt voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde luchthavenbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
-
4.
Het eerste lid geldt niet indien:
-
a.
het obstakel of de helling is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een overgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit;
-
b.
voor het obstakel of de helling vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend; of
-
c.
het obstakel een boom of struik betreft, tenzij de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.
-
a.
-
5.
Het is voorts verboden op de gronden, bedoeld in het eerste lid, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uit te voeren voor zover dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de vlakheid van het terrein, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Regeling burgerluchthavens.
Artikel 2.4 Hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid
-
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in de gebieden met hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid voor Take-off, Approach, Transitional, Inner horizontal, Conical en Outer Horizontal, een obstakel op te richten, te plaatsen of aan te leggen.
-
2.
Onverminderd artikel 8.9, tweede lid, juncto artikel 8.47, tweede lid en artikel 8.70, tweede lid, van de Wet luchtvaart, wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval niet verleend indien het oprichten, plaatsen of aanleggen van een obstakel de locatie minder geschikt maakt voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde luchthavenbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
-
3.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien:
-
a.
het obstakel niet hoger is dan de aangegeven waarden;
-
b.
het obstakel is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een overgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit;
-
c.
voor het obstakel vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend; of
-
d.
het obstakel een boom of struik betreft, tenzij de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.
-
a.
-
4.
Het is voorts verboden op de gronden, bedoeld in het eerste lid, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit een werk, geen bouwwerk zijn, of een werkzaamheid uit te voeren voor zover dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de vlakheid van het terrein, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Regeling burgerluchthavens.
Artikel 2.5 Beperkingen in verband met de goede werking van de apparatuur voor luchtverkeersdienstverlening
-
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in de gebieden met hoogtebeperkingen in verband met de goede werking van de apparatuur voor luchtverkeerscommunicatie, -navigatie of -begeleiding voor DME, ILS glidepad, ILS localizer, Ontvangstation A, Ontvangststation B, Noodontvangststation, Zendstation A, Zendstation B, Noodzendstation, DVORDME Windturbine, VDF EEL, VDF windturbine en TAR Eelde een obstakel op te richten, te plaatsen of aan te leggen.
-
2.
Onverminderd artikel 8.9, tweede lid, juncto artikel 8.47, tweede lid en artikel 8.70, tweede lid, van de Wet luchtvaart, wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval niet verleend indien het oprichten, plaatsen of aanleggen van een obstakel de locatie minder geschikt maakt voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde luchthavenbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
-
3.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien:
-
a.
het obstakel niet hoger is dan de aangegeven waarden;
-
b.
het obstakel is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een overgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit;
-
c.
een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend; of
-
d.
het obstakel een boom of struik betreft, tenzij de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de goede werking van de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, oplevert.
-
a.
-
4.
Het is voorts verboden op de gronden, als bedoeld in het eerste lid, is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit een werk, geen bouwwerk zijn, of een werkzaamheid uit te voeren voor zover dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de vlakheid van het terrein, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Regeling burgerluchthavens.
Artikel 2.6 Beperkingen in verband met vogelaantrekkende activiteiten en grondgebruik
-
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden gelegen binnen het gebied met vogelaantrekkende werking te gebruiken voor:
-
a.
industrie in de voedingsopslag met extramurale opslag of overslag;
-
b.
viskwekerij met extramurale opslag;
-
c.
opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking;
-
d.
natuurgebied of vogelgebied;
-
e.
moerasgebied of oppervlaktewater of een combinatie daarvan groter dan drie hectare dan wel waarvan het totaal van de opgesplitste delen groter is dan drie hectare.
-
a.
-
2.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval een studie naar de vogelaantrekkende werking van de voorgenomen activiteit verstrekt waarin wordt geconcludeerd dat de voorgenomen functie of het voorgenomen grondgebruik geen onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.
-
3.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend verleend indien op basis van een studie, als bedoeld in het tweede lid, kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen functie of het voorgenomen grondgebruik geen onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.
-
4.
De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verleend indien het gebruik van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag de locatie minder geschikt maakt voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde luchthavenbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.
-
5.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover een grondgebruik rechtmatig was op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 2.7 Beperkingen in verband met het gebruik van laserstralen
-
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning op de gronden gelegen binnen het laserstraalvrij gebied een laserstraal te gebruiken die de vliegveiligheid kan verstoren.
-
2.
Onverminderd artikel 8.9, tweede lid, juncto artikel 8.47, tweede lid en artikel 8.70, tweede lid, van de Wet luchtvaart wordt de omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend verleend als de hinder die de laserinstallatie veroorzaakt de vliegveiligheid niet in gevaar brengt.
-
3.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de functie of het gebruik rechtmatig was op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.
Bijlage I Overzicht informatieobjecten
- gebied dat is gelegen op of binnen de 10-5-plaatsgebonden risicocontour
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_ev_binnen_10_5_risicocontour_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- gebied dat is gelegen op of binnen de 10-6-plaatsgebonden risicocontouren
- gebied dat is gelegen op of binnen de contour van 70 Lden
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_geluid_binnen_70_lden_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- gebied dat is gelegen op de contour van 56 Lden of in het gebied tussen die contour en de daarbinnen liggende contour van 70 Lden
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_geluid_tussen_56_70_lden_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- veiligheidsgebieden
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_veiligheidsgebieden_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Take-off
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_vliegveilig_takeoff_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Approach
- Transitional
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_vliegveilig_transitional_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Inner horizontal
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_vliegveilig_innerhorizontal_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Conical
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_vliegveilig_conical_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Outer Horizontal
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_vliegveilig_outerhorizontal_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- DME
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_DME_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- ILS glidepad
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_ILS_glidepath_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- ILS localizer
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_ILS_localizer_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Ontvangstation A
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_Ontvangstation_A_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Ontvangststation B
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_Ontvangstation_B_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Zendstation A
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_Zendstation_A_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Zendstation B
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_Zendstation_B_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Noodzendstation
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_Noodzendstation_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- DVORDME Windturbine
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_DVORDME_wind_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- VDF EEL
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_VDF_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- VDF windturbine
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_VDF_wind_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- TAR Eelde
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_Radar_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- gebied met vogelaantrekkende werking
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_vogelaantrekkende_werking_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
- Noodontvangststation
-
/join/id/regdata/mnre1130/2025/vb_lb_GAE_hoogteb_com_noodontvangststation_Tynaarlo/nld@2025‑11‑01
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl