Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757014
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757014/1
Centrumregeling strategische besturing Informatievoorziening (IV)/ICT Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn
Geldend van 16-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Centrumregeling strategische besturing Informatievoorziening (IV)/ICT Kaag en Braassem en Alphen aan den RijnDe colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;
gelet op artikel 8, lid 4, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Aanbestedingswet 2012, en de afdelingen 10.1.1 en 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende dat:
- •
de colleges van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn het voornemen hebben uitgesproken om hun uitvoeringskracht zo veel mogelijk te bundelen in één ambtelijke organisatie, geplaatst bij de gemeente Alphen aan den Rijn;
- •
de colleges van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn eerder de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringorganisatie (BVO) Rijn en Braassem zijn aangegaan met het oog op de gemeenschappelijke uitvoering van de Informatie Voorziening (IV)/ICT taken;
- •
de gemeenteraden van Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn aan hun colleges van burgemeester en wethouders voor het treffen van deze gemeenschappelijke regeling toestemming hebben verleend, overeenkomstig artikel 1, tweede- en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
besluiten vast te stellen de:
Centrumregeling strategische besturing Informatievoorziening IV/ICT Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
- a.
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- b.
centrumgemeente: de gemeente Alphen aan den Rijn;
- c.
college: het college van burgemeester en wethouders;
- d.
regiogemeente: de gemeente Kaag en Braassem;
- e.
deelnemende gemeenten: de centrumgemeente en de regiogemeente;
- f.
regeling: Centrumregeling strategische besturing Informatievoorziening IV/ICT Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn.
- g.
Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen
Artikel 2 Belang
De regeling behartigt de belangen van de deelnemende gemeenten met het oog op een goede, doelmatige uitvoering van de strategische besturing van de informatievoorziening, waaronder het vormgeven en vaststellen van beleid in de zin van artikel 4:81 van de Awb.
Artikel 3 Doel
-
1. Gezamenlijk een effectieve en efficiënte inzet van informatie- en communicatietechnologie (ICT) te realiseren binnen en tussen de deelnemende gemeenten en andere ketenpartners. De deelnemende gemeenten werken hierin vrijwillig samen.
-
2. De samenwerking en het bundelen van de kennis en expertise op het gebied van ICT, stelt de deelnemende gemeenten in staat efficiënter, kwalitatief beter en toekomstgericht te werken.
Artikel 4 Taken
Ter behartiging van de in artikel 2 genoemde belangen is de centrumgemeente belast met uitvoering van de volgende taken:
- a.
Het opstellen, coördineren en bewaken van concern brede doelen, middelen en tijdpad om het gewenste IV-volwassenheid en bewustzijn te bereiken in samenhang met het raamwerk van besluitvorming (b) en de referentiearchitectuur (c);
- b.
Het ontwerpen, coördineren en bewaken van het concern brede raamwerk van besluitvorming en verantwoordelijkheid ten aanzien van de informatievoorziening (I-governance);
- c.
Het ontwerpen, coördineren en bewaken van concern brede (referentie) architectuur, principes en modellen op het gebied van werkprocessen, applicaties en technische infrastructuur en de ondersteuning (enterprise- en informatie-architectuur);
- d.
Het samenstellen, coördineren en bewaken van het optimale concern brede projectportfolio om de (strategische) doelen van de gemeenten zo doelmatig mogelijk te bereiken met inachtneming van de I-strategie (a), I- governance (b) en referentie architectuur (c) en externe factoren (project-portfoliomanagement);
- e.
Het concern breed anticiperen op, weerstaan-, herstellen-, en evolueren van de omgang met ongunstige omstandigheden, spanningen of aanvallen op de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid (BIV) van de informatievoorziening (informatiebeveiliging);
- f.
Het adviseren over- en coördineren van concern breed toepasbare nieuwe productie- of leveringsmethoden (innovatie);
- g.
Het omschrijven van de gewenste eindresultaten en het selecteren en toezicht houden op concern brede oplossingen (o.a. kantoorautomatisering, werkplekken service integratie) en (raam)overeenkomsten (PDC, SLA, DAP) etc. etc.;
- h.
Bovengenoemde documenten (PDC, SLA , DAP etc) zijn als bijlagen onderdeel bij de in artikel 7 benoemde Dienstverleningsovereenkomst.
Hoofdstuk 2 Centrumconstructie
Artikel 5 Centrumgemeente
-
1. De gemeente Alphen aan den Rijn wordt aangewezen als centrumgemeente, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wgr.
-
2. De centrumregeling strategische besturing informatievoorziening IV/ICT Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn is gevestigd bij de gemeente Alphen aan den Rijn.
Artikel 6 Mandaat en uitgangspunten
-
1. Ter verwezenlijking van het doel, als bedoeld in artikel 3 en de genoemde taken in artikel 4, kunnen de colleges van de regiogemeente aan het college van Alphen aan den Rijn taken opdragen en bevoegdheden mandateren, waarbij onder mandaat is toegestaan.
-
2. De bevoegdheden die ter uitvoering van deze regeling worden gemandateerd, worden in een mandaatregeling opgenomen. De mandaatregeling wordt vastgesteld en gewijzigd door eensluidende besluiten van de colleges en burgemeesters van de gemeenten.
-
3. De uitgangspunten en rolverdeling zijn hierbij de volgende:
- a.
de gemeente Kaag en Braassem werkt samen met de gemeente Alphen aan den Rijn in haar (beleids-) keuzes ten aanzien van de informatievoorziening. Gemeente Alphen aan den Rijn is verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden op ICT gebied.
- b.
de strategische besturing en beleidsvorming van de Informatievoorziening is ondergebracht bij de eenheid informatievoorziening van de gemeente Alphen aan den Rijn. Gemeente Kaag en Braassem wordt vertegenwoordigd door een strategisch beleidsadviseur die de plaatselijke belangen kent.
- c.
directie- en management van beide gemeenten ondersteunen en faciliteren de uitvoering van de samenwerking op het gebied van informatievoorziening en bevorderen eenheid van beleid overeenkomstig het Informatie (I) beleid.
- d.
de Chief Information Security Officer (CISO) van de gemeente Alphen aan den Rijn vervult deze functie op gelijke wijze ook voor de gemeente Kaag en Braassem.
- a.
-
4. In aanvulling op lid 3 onder a van dit artikel, geldt het uitgangspunt dat bij afwijkend beleid bij de regiogemeente, met betrekking tot dit onderdeel in de dienstverleningsovereenkomst, zoals benoemd in artikel 7 van deze regeling, nadere invulling wordt gegeven.
Artikel 7 Dienstverleningsovereenkomst
-
1. In de dienstverleningsovereenkomst, te sluiten door de colleges van de deelnemende gemeenten, wordt nadere uitwerking gegeven aan deze regeling.
-
2. In deze dienstverleningsovereenkomst worden in ieder geval vastgelegd:
- a.
de uitvoeringskaders op het gebied van de strategische besturing Informatievoorziening IV/ICT;
- b.
de kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door de centrumgemeente moet voldoen;
- c.
de wijze waarop de regiogemeente een financiële bijdrage levert in de kosten, die de centrumgemeente maakt voor de uitvoering van de bij- of krachtens deze regeling opgedragen taken en bevoegdheden;
- d.
de verdeelsleutel, waarop de financiële bijdrage genoemd in lid c van dit artikel van toepassing is, is op 1 januari 2026, 80% (gemeente Alphen aan den Rijn) en 20% (gemeente Kaag en Braassem). Deze verdeelsleutel is gebaseerd op de daadwerkelijk door de centrumgemeente gemaakte kosten en zal vanaf 1 januari 2026 elke twee jaar worden herzien en wordt vastgelegd in een addendum bij de dienstverleningsovereenkomst;
- e.
conform de VNG afspraken wordt de financiële bijdrage jaarlijks geïndexeerd conform de voorwaarden opgenomen in de GIBIT (Gemeentelijke Inkoop bij IT Toolbox);
- f.
de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de informatieverplichtingen, zoals bedoeld in de artikelen 10,11 en 12 van deze regeling en de wijze waarop de colleges van de deelnemende gemeenten elkaar informeren over het niet nakomen van hun informatieverplichtingen en de gevolgen die zij daaraan verbinden.
- a.
-
3. De dienstovereenkomst past binnen de kaders en grenzen van de regeling en is daarmee onlosmakelijk verbonden. Bij (kennelijk) tegenstrijdige bepalingen gaat de regeling voor op de dienstverleningsovereenkomst.
Artikel 8 Bestuurlijk overleg
-
1. Het college van de centrumgemeente overlegt ten minste tweemaal per jaar met het college van de regiogemeente. De colleges van de deelnemende gemeenten komen voorts bijeen wanneer één van de colleges dit, onder schriftelijke opgaaf van redenen, noodzakelijk acht.
-
2. In het bestuurlijk overleg, bedoeld in het eerste lid, wordt gesproken over de harmonisatie van het beleid betreffende de strategische besturing Informatievoorziening IV/ICT en de uitvoering daarvan door de deelnemende gemeenten en het verloop van de samenwerking.
-
3. Het college van de centrumgemeente onderscheidenlijk het college van de regiogemeente kan zich in het overleg, bedoeld in het eerste lid, laten vertegenwoordigen door een of meerdere van zijn leden.
-
4. De secretarissen van de deelnemende gemeenten zijn tijdens het bestuurlijk overleg, bedoeld in het eerste lid, aanwezig.
Artikel 9 Ambtelijk overleg
-
1. De directeur bedrijfsvoering van de centrumgemeente overlegt ten minste tweemaal per jaar met de betreffende directeur van de regiogemeente over de uitvoering van deze regeling en de dienstverleningsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 7.
-
2. Bij het overleg, bedoeld in het eerste lid, kunnen de directeuren zich laten bijstaan door een ter zake deskundige medewerker.
Artikel 10 Informatievoorziening colleges
-
1. Het college van de centrumgemeente geeft het college van de regiogemeente alle inlichtingen die het college van de regiogemeente voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met de wet of het openbaar belang.
-
2. Het college van de regiogemeente geeft het college van de centrumgemeente alle inlichtingen die het college of een medewerker van de centrumgemeente voor de uitoefening van zijn taken- en bevoegdheden, zoals bedoeld in artikel 4, nodig heeft tenzij het verstrekken ervan in strijd is met de wet of het openbaar belang.
Artikel 11 Ambtelijke informatievoorziening
De medewerkers van de centrumgemeente geven het college en de medewerkers van de regiogemeente alle door hen gevraagde inlichtingen omtrent de uitoefening van de hen opgedragen taken en bevoegdheden, voor zover deze de regiogemeente betreffen en onverminderd de verantwoordelijkheden van het college van de centrumgemeente krachtens de wet of deze regeling.
Artikel 12 Overige informatievoorziening
Het college van de centrumgemeente verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer van de regiogemeente ter vervulling van haar taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig acht.
Artikel 13 Privacy
De gemeenten waarborgen, als verwerkingsverantwoordelijken in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), dat bij de onderlinge gegevensuitwisseling de vigerende privacywetgeving wordt nageleefd.
Hoofdstuk 3 Geschillen
Artikel 14 Deskundigenadvies
-
1. Onverminderd artikel 28 van de Wgr, worden geschillen over deze regeling, in de ruimste zin, onderworpen aan een niet-bindend deskundigenadvies.
-
2. Voordat wordt overgegaan tot het vragen van het deskundigenadvies, bedoeld in het eerste lid, wordt het geschil besproken tussen de gemeentesecretarissen van de colleges van de deelnemende gemeenten.
-
3. Indien het overleg, bedoeld in het tweede lid, niet tot een oplossing leidt, benoemen de colleges van de deelnemende gemeenten elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen gezamenlijk een derde deskundige, die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. De colleges van de deelnemende gemeenten treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie.
-
4. De colleges van de deelnemende gemeenten zetten in hun opdracht aan de adviescommissie in ieder geval het probleem uiteen, formuleren de te beantwoorden vragen en bepalen de termijn waarbinnen de adviescommissie haar advies uitbrengt.
-
5. De adviescommissie, bedoeld in het derde lid, regelt de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt toegezonden aan de colleges van de deelnemende gemeenten.
-
6. Na ontvangst van het advies, bedoeld in het vijfde lid, treden de afvaardigingen, bedoeld in het tweede lid, nogmaals in overleg om te trachten, gelet op het advies van de adviescommissie, bedoeld in het vijfde lid, tot een oplossing van het geschil te komen. Indien dat overleg niet tot een oplossing leidt, kan het college van elk van de deelnemende gemeenten het geschil, overeenkomstig artikel 28 van de Wgr, voorleggen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland.
-
7. De colleges van de deelnemende gemeenten dragen de kosten van de werkzaamheden van de adviescommissie, bedoeld in het derde lid, evenredig.
Hoofdstuk 4 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing
Artikel 15 Wijziging van de regeling
-
1. Beide colleges van de deelnemende gemeenten kunnen een voorstel doen tot een wijziging van deze regeling.
-
2. De wijziging komt tot stand, indien de beide colleges van de deelnemende gemeenten aan deze regeling met de wijziging van de regeling akkoord zijn gegaan.
-
3. De wijziging van deze regeling wordt als voorgenomen besluit voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemers, die binnen 8 weken na ontvangst van het ontwerp van de wijziging hun zienswijze hierover kunnen uitbrengen
-
4. De colleges van de deelnemende gemeenten gaan pas over tot een definitieve wijziging van deze regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.
-
5. De wijziging van deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de dag van de bekendmaking ervan in het Gemeenteblad door de centrumgemeente. Op de wijziging van deze regeling is artikel 19 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16 Opheffing en uittreding
-
1. Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges van de deelnemende gemeenten.
-
2. Opheffing is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste drie jaar na het treffen van deze regeling. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges van de deelnemende gemeenten overeenstemming bestaat.
-
3. Indien een besluit tot opheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen.
-
4. Het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid, voorziet in ieder geval in de verplichtingen van de regiogemeente tot deelneming in de financiële en de eventuele personele gevolgen van de opheffing.
-
5. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid.
-
6. Een besluit tot uittreding door het college van één van de twee deelnemende gemeenten leidt eveneens tot opheffing van de regeling. Een besluit tot uittreding door het college van één van de deelnemende gemeenten wordt niet genomen dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van de raad, overeenkomstig artikel 1, tweede- en vierde lid, van de Wgr.
-
7. Het besluit tot uittreding treedt in werking op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Het tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17 Toetreding
-
1. Andere gemeenten kunnen tussentijds tot deze regeling toetreden, wanneer de colleges van de deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd na verkregen toestemming van hun raden.
-
2. De deelnemende gemeenten regelen in overleg de rechten en verplichtingen die voor de toe te treden gemeente uit de regeling voortvloeien.
-
3. Indien een gemeente tot de regeling wenst toe te treden, draagt deze gemeente de financiële gevolgen van deze toetreding.
-
4. Op de tussentijdse toetreding tot deze regeling is artikel 19, eerste lid, van deze regeling van overeenkomstige toepassing
Hoofdstuk 5 Overige bepalingen
Artikel 18 Duur van de regeling en inwerkingtreding
-
1. De regeling wordt voor onbepaalde tijd aangegaan.
-
2. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 19 Inzending en bekendmaking regeling
-
1. Het college van de centrumgemeente maakt de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad.
-
2. Het college van de centrumgemeente is belast met de wettelijk vereiste bekendmaking van deze regeling, de wijziging ervan en het toevoegen van gegevens betreffende de regeling in het daarvoor bestemde openbaar elektronisch register.
-
3. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.
Artikel 20 Evaluatie
-
1. De regeling wordt jaarlijks geëvalueerd in opdracht van de colleges van de deelnemende gemeenten. De colleges van de deelnemende gemeenten bepalen daarbij in onderling overleg de onderwerpen, werkwijze en planning van de evaluatie. De colleges van de deelnemende gemeenten kunnen daarbij beslissen een onafhankelijke externe de evaluatie te laten uitvoeren.
-
2. Het eerste evaluatiemoment vindt plaats in 2026.
Artikel 21 Slotbepaling
-
1. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, treden de deelnemende gemeenten met elkaar in overleg
Artikel 22 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de dag waarop het college van de centrumgemeente deze regeling op de gebruikelijke wijze bekend heeft gemaakt, onder gelijktijdige intrekking van de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringorganisatie (BVO) Rijn en Braassem.
-
2. Deze regeling wordt aangehaald als “Centrumregeling strategische besturing informatievoorziening IV/ICT Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem in de vergadering van 27 januari 2026.
de secretaris, de burgemeester,
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn in de vergadering van ………….
de secretaris, de burgemeester,
Toelichting Centrumregeling strategische besturing Informatievoorziening IV/ICT Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn
Inleiding
Sinds 2017 werken de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem samen op het gebied van de IV/ICT en sinds 1 januari 2018 hebben de deelnemende gemeenten hiervoor de gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringorganisatie (hierna: BVO) Rijn en Braassem getroffen. De laatste tijd is Alphen aan den Rijn echter een aantal strategische- en beleidsmatige IV/ICT taken voor Kaag en Braassem gaan uitvoeren.
De Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) verzet zich er echter tegen, dat strategische- en beleid gerelateerde IV/ICT zaken worden ondergebracht in de BVO.
Artikel 8, lid 3, van de Wgr bepaalt, dat een g.r. in de vorm van een BVO uitsluitend wordt getroffen ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemers en daaronder vallen niet strategische- of beleidsmatige keuzes op het IV/ICT gebied.
Gelet op de strategie- en beleid gerelateerde taken op het IV/ICT gebied en de verwachtte schaalvoordelen bij regionale samenwerking op dit gebied en het bepaalde in de Aanbestedingswet 2012, is besloten om de IV/ICT samenwerking uit te breiden met deze taken en deze neer te leggen in een aparte centrumregeling op grond van artikel 8, lid 4, van de Wgr.
Centrumregeling
De vorm voor samenwerking voor de in de regeling genoemde deelgebieden op ICT-gebied is een centrumregeling op grond van artikel 8, lid 4 Wgr. Dit is een lichte, maar geformaliseerde publieke samenwerkingsvorm, die mogelijk is voor overheden.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld een BVO, wordt bij een centrumregeling geen nieuwe organisatie met rechtspersoonlijkheid in het leven geroepen. Ook kent een centrumregeling geen formeel besluitvormend orgaan zoals een algemeen of dagelijks bestuur of bestuurscommissie.
Bij een centrumregeling kan worden bepaald dat daarin omschreven bevoegdheden van bestuursorganen of van ambtenaren van een aan de regeling deelnemende regiogemeente, voortaan in mandaat kunnen worden uitgeoefend door bestuursorganen of ambtenaren van de centrumgemeente.
De basis voor deze vorm van samenwerking wordt gelegd in de tekst van de centrumregeling. In een dienstverleningsovereenkomst (DVO) worden nadere afspraken gemaakt.
Voor het aangaan van een centrumregeling op basis van de Wgr door colleges, dienen de deelnemende colleges toestemming te vragen aan hun gemeenteraden (art. 1, lid 4 Wgr).
Deze toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Voor de wijziging van deze regeling is ook toestemming vereist van de gemeenteraden van de deelnemers.
Deelnemers
Aan de centrumregeling nemen deel de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem.
De gemeente Alphen aan den Rijn wordt aangewezen als centrumgemeente. Hiermee is sprake van een enkelvoudige centrumregeling. Wanneer er meer gemeenten zijn die taken uitoefenen voor andere deelnemers is er sprake van een meervoudige centrumregeling.
Het ligt voor de hand om Alphen aan den Rijn voor de strategische- en beleidsmatige ICT taakuitbreiding aan te wijzen als centrumgemeente, aangezien de uitvoering van de andere ICT taken op grond van de BVO Rijn en Braassem bijna geheel wordt uitgevoerd door de gemeente Alphen aan den Rijn bij de BVO Rijn en Braassem gedetacheerde ambtenaren.
Opzegtermijn bij uittreding
In artikel 17 lid 7 van deze centrumregeling is de termijn opgenomen die geldt in geval van uitreding van één van de deelnemende gemeenten. Het besluit tot uittreding treedt in werking op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Dat wil zeggen dat de opzegtermijn twee jaar bedraagt en het besluit tot uittreding in werking treedt op de eerste 1 januari na deze twee jaar. Als voorbeeld: één van de deelnemende gemeenten dient een verzoek tot uittreding in op 15 november 2026, dan treedt het besluit tot uitreding in werking op 1 januari 2029.
DVO
Een onderdeel van de in artikel 7 bedoelde DVO is de wijze waarop de regiogemeente een financiële bijdrage levert in de kosten, die de centrumgemeente maakt voor de uitvoering van de bij- of krachtens deze regeling opgedragen taken en bevoegdheden.
Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen
Sinds 1 juli 2022 is de wet “Versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen” van kracht. Hierdoor treedt een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking. Met de wetswijziging wordt een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten van de raad. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, een ander deel moet binnen twee jaar geïmplementeerd zijn in alle bestaande gemeenschappelijke regelingen.
De mogelijkheid voor de raad om gedurende 8 weken een zienswijze in te dienen over een voorgenomen nieuwe g.r. tussen colleges of een wijziging van een dergelijke regeling is één van de wijzigingen die per 1 juli 2022 direct in werking getreden is. Deze wijziging versterkt de positie bij besluitvorming en de controlerende rol van gemeenteraden. De raad heeft hiermee de mogelijkheid om vooraf te sturen op een g.r. door aan te geven het ergens niet mee eens te zijn, zorgen te uiten of juist steun uit te spreken bij het treffen of wijzigen van een g.r. waaraan alleen de colleges deelnemen.
Het al voor de wetswijziging bestaande goedkeuringsvereiste voor de gemeenteraad voor het (definitief) aangaan of wijzigen van een g.r. tussen alleen colleges is ongewijzigd gebleven. Deze goedkeuring komt nu in tweede instantie pas aan de orde, maar kan alleen worden onthouden door de raad wegens strijd met de wet of het algemeen belang.
Onder andere de in artikel 20 van de g.r. opgenomen evaluatie verplichting van de regeling is nieuw en vloeit ook voort uit de voornoemde wijziging van de Wgr per 1 juli 2022.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl