Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756966
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756966/1
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING KAAG EN BRAASSEM 2026
Geldend van 13-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING KAAG EN BRAASSEM 2026De raad van de gemeente Kaag en Braassem;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 oktober 2025;
gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING KAAG EN BRAASSEM 2026:
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37);
- b.
onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
- c.
professionele organisatie: een rechtspersoon die voor uitvoering en bestuur primair functioneert op basis van management en/of personeel;
- d.
Nadere regels: algemeen verbindende voorschriften ter uitwerking van de Algemene subsidieverordening;
- e.
Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47);
- f.
vrijwilligersorganisatie: een rechtspersoon die voor uitvoering en bestuur primair functioneert op basis van inzet van vrijwilligers;
- g.
wet: Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2 Reikwijdte verordening
-
1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).
-
2. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is voor subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag is.
Artikel 3 Bevoegdheid college
Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regels vaststellen welke activiteiten/doelen in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing wordt hierin tevens bepaald:
- a.
welke organisaties in aanmerking komen voor subsidie;
- b.
de wijze van verdeling;
- c.
hoe de subsidie wordt berekend; en
- d.
hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Artikel 4 Staatssteunregels
-
1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij nadere regels afwijken van deze verordening en deze aanvullen.
-
2. Bij subsidies waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijzen de nadere regels naar het toepasselijke steunkader.
-
3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verlenings-beschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.
-
4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
-
5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.
Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
- 1.
De raad kan subsidieplafonds vaststellen.
- 2.
In dat geval bepalen burgemeester en wethouders in de nadere regels de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.
- 3.
De raad kan een subsidieplafond verlagen:
a. als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of
b. als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.
- 4.
Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.
- 5.
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
HOOFDSTUK 2 AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE
Artikel 6 Aanvraag
-
1. Een subsidie wordt alleen verstrekt aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, behoudens het bepaalde in het tweede lid.
-
2. Het college kan subsidie verstrekken aan (groepen van) natuurlijke personen, die voor de uitoefening van hun werkzaamheden zijn ingeschreven bij de kamer van koophandel, als dit voortvloeit uit de aard van hun activiteiten. Burgemeester en wethouders kunnen in nadere regels bepalen dat een subsidie kan worden verstrekt aan (groepen van) natuurlijke personen, als dat past bij de aard van de activiteit.
-
3. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld, geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.
-
4. Bij de aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens:
-
a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
-
b. de doelen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd en in welke mate de activiteiten gericht zijn op door de gemeente vastgestelde effecten, doelen of beleid(sterreinen);
-
c. een begroting van en dekkingsplan voor de kosten van de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Indien voor dezelfde activiteit ook elders subsidie is aangevraagd moet dit worden vermeld inclusief de stand van zaken van die aanvraag;
-
d. als de aanvrager een onderneming is:
- i.
een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- ii.
een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring).
- i.
-
5. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar toe (indien de rechtspersoon al meerdere jaren bestaat).
-
6. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de instelling aanvullende gegevens en bescheiden overlegt.
-
7. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de voorgaande leden.
Artikel 7 Aanvraagtermijn
-
1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft, tenzij in de nadere regels andere termijnen zijn vastgesteld.
-
2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend minimaal 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 8 Beslistermijn
-
1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
-
2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen zes weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.
-
3. Burgemeester en wethouders kunnen de beslistermijn met zes weken verlengen.
-
4. In de nadere regels kunnen andere termijnen worden gesteld.
-
5. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
HOOFDSTUK 3 WEIGERING VAN DE SUBSIDIE
Artikel 9 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
-
1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval:
- a.
als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.
- b.
als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.
- a.
-
2. Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren indien:
- a.
de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
- b.
de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate passen bij/bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen;
- c.
de aanvrager of de activiteiten niet openstaan voor alle individuen en groeperingen, dan wel er onderscheid wordt gemaakt op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond ook;
- d.
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met wettelijke bepalingen, het algemeen belang, de openbare orde of het beleid van de gemeente;
- e.
de subsidieaanvrager niet voldoende samenwerkt met andere instellingen die dezelfde of op hetzelfde beleidsterrein activiteiten verzorgen;
- f.
de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, om de kosten van de activiteiten te dekken;
- g.
de aanvrager onvoldoende gebruik maakt van de mogelijkheden andere inkomsten te verkrijgen;
- h.
in het beoogde doel of de voorgenomen activiteiten al op andere wijze in belangrijke mate is voorzien;
- i.
niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
- j.
de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
- k.
de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;
- l.
de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;
- m.
in de bij nadere regels bepaalde gevallen.
- a.
-
3. Subsidies onder de € 200,- worden niet verstrekt.
HOOFDSTUK 4 VERLENING VAN DE SUBSIDIE
Artikel 10 Verlening subsidie
Voor zover dit niet is bepaald in de nadere regels, wordt in de verleningsbeschikking vermeld voor wel tijdvak de subsidie wordt verleend en op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.
Artikel 11 Betaling en bevoorschotting
-
1. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.
-
2. Beschikkingen vanaf € 5.000 worden bevoorschot in termijnen. Een betalingsschema wordt opgenomen in de beschikking.
HOOFDSTUK 5 VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER
Artikel 12 Algemene verplichtingen van subsidieontvanger
-
1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan burgemeester en wethouders.
-
2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over:
-
a. besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
-
b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
-
c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zal kunnen nakomen;
-
d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.
Artikel 13 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen
-
1. Bij subsidies hoger dan € 80.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.
-
2. In de nadere regels of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
-
3. In de nadere regels kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
-
4. In de nadere regels of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
HOOFDSTUK 6 VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE
Artikel 14 Verantwoording subsidies tot € 5.000
-
1. Subsidies tot € 5.000 worden door burgemeester en wethouders:
- a.
vastgesteld zonder voorafgaande verlening, of
- b.
ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat het afgesproken subsidietijdvak is verstreken. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders de aanvrager bij de subsidieverlening verplichten binnen een bepaalde tijd na afloop van de subsidietermijn op bepaalde wijze aan te tonen dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.
- a.
-
2. In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders andere subsidies of categorieën van subsidies aanwijzen die worden vastgesteld zonder voorafgaande verlening.
Artikel 15 Verantwoording subsidies vanaf € 5.000 en ten hoogste € 80.000
-
1. Bij een subsidieverlening vanaf € 5.000 en ten hoogste € 80.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij burgemeester en wethouders uiterlijk voor 1 mei van het jaar na het kalenderjaar waarin de gesubsidieerde activiteiten plaatsvonden of binnen drie maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend.
-
2. De aanvraag tot vaststelling bevat:
- a.
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en/of waaruit blijkt dat subsidieontvanger heeft bijgedragen aan de gemeentelijke doelen en resultaten;
- b.
een opgave van de werkelijke kosten en baten.
- a.
-
3. In de nadere regels kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
Artikel 16 Verantwoording subsidies vanaf € 80.000
-
1. Bij een subsidieverlening vanaf € 80.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij burgemeester en wethouders uiterlijk voor 1 mei van het jaar na het kalenderjaar waarin de gesubsidieerde activiteiten plaatsvonden of binnen drie maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend.
-
2. De aanvraag tot vaststelling bevat:
- a.
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en/of waaruit blijkt dat subsidieontvanger heeft bijgedragen aan de gemeentelijke doelen en resultaten;
- b.
een financiële verantwoording of jaarrekening;
- c.
een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.
- a.
-
3. In de nadere regels kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
Artikel 17 Vaststelling subsidies van meer dan € 5.000
-
1. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij in de nadere regels anders is bepaald.
-
2. Deze termijn kan eenmalig voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd.
-
3. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 15 eerste lid, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 18 Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
-
1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een in de nadere regels of in de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.
-
2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van in de nadere regels of in de subsidieverlening voorgeschreven definities.
-
3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
Artikel 19 Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen, in bijzondere gevallen, gemotiveerd een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken ten gunste van de aanvrager of subsidieontvanger indien strikte toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 20 Slotbepalingen
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
-
2. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Kaag en Braassem 2015 van toepassing.
-
3. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Kaag en Braassem 2026.
-
4. De Algemene Subsidieverordening Kaag en Braassem 2015 wordt ingetrokken.
Artikel 21 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening Kaag en Braassem 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Kaag en Braassem
gehouden op 15 december 2025.
de griffier,
T. Scherpenzeel
de voorzitter,
A. Heijstee-Bolt
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl