Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels over bedragen in een last onder dwangsom (“Beleidsregel Bestuursrechtelijke handhaving THOR dwangsombedragen”)

Geldend van 14-02-2026 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels over bedragen in een last onder dwangsom (“Beleidsregel Bestuursrechtelijke handhaving THOR dwangsombedragen”)

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

gelet op artikel 125 Gemeentewet, artikel 5:32 lid 1, artikel 5:32b lid 1, en artikel 4:81 lid 1 Algemene wet bestuursrecht,

besluit de volgende regels vast te stellen:

Artikel I

Deze regels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

Artikel II

Deze regels worden aangehaald als Beleidsregel Bestuursrechtelijke handhaving THOR dwangsombedragen.

Bestuursrechtelijke handhaving

Bij handhaving wordt een onderscheid gemaakt tussen strafrechtelijke handhaving en bestuursrechtelijke handhaving. Zowel de strafrechtelijke handhaving als de bestuursrechtelijke handhaving worden binnen Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (hierna: THOR) ingezet. Strafrechtelijke handhaving ziet op vergelding en generale preventie en vindt onder andere plaats bij verkeersovertredingen (Wet Mulder). Indien een buitengewoon opsporingsambtenaar een dergelijke overtreding constateert, maakt hij daarvan een proces-verbaal op. Dit proces-verbaal wordt naar het Openbaar Ministerie gestuurd voor verdere afhandeling.

Bij bestuursrechtelijke handhaving wordt onderscheid gemaakt tussen herstelsancties en bestraffende sancties. Een herstelsanctie heeft tot doel om de overtreding geheel of gedeeltelijk te beëindigen. Herstelsancties zijn onder andere de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. Een bestraffende sanctie heeft tot doel om de overtreder leed toe te voegen. De bestuurlijke boete overlast openbare ruimte (hierna: bboor) is een bestraffende sanctie.

Volgens de wet is het mogelijk een herstelsanctie (last onder bestuursdwang en last onder dwangsom) en een bestraffende sanctie (bboor) gelijktijdig op te leggen. Twee herstelsancties voor dezelfde gedraging gelijktijdig opleggen is daarentegen niet toegestaan. Het effect van de ene herstelsanctie moet eerst afgewacht worden, alvorens een tweede herstelsanctie opgelegd kan worden.

In het kader van het rechtszekerheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel is het wenselijk dat tegen geconstateerde overtredingen op een zoveel mogelijk gelijke wijze handhavend wordt opgetreden. Deze werkwijze ziet alleen op THOR Gebieden. THOR Nautisch heeft een eigen werkwijze.

Uitgangspunt bij bestuursrechtelijke handhaving binnen THOR Gebieden is dat bij een geconstateerde overtreding eerst een bboor wordt opgelegd.

Wordt door dezelfde overtreder een tweede keer dezelfde overtreding begaan dan wordt wederom een bboor opgelegd aan deze overtreder. Gelijktijdig met deze tweede bboor wordt een herstelsanctie opgelegd. Dit geldt voor de overtredingen genoemd in tabel A in de bijlage.

Op dit algemene uitgangspunt – tweemaal een bboor en gelijktijdig met de tweede bboor een herstelsanctie – wordt één uitzondering gemaakt: bij sommige overtredingen (opgenomen in tabel B in de bijlage) wordt direct een herstelsanctie opgelegd. Voor overtredingen genoemd in tabel B geldt dat voordat een (voornemen) last onder dwangsom wordt opgelegd, eerst een waarschuwingsbrief aan de overtreder wordt gestuurd.

Nadat een herstelsanctie is opgelegd wordt er geen bboor meer opgelegd. Dit geldt zowel voor overtredingen genoemd in tabel A als in tabel B.

Last onder dwangsom

Eén van de manieren om een geconstateerde overtreding middels een herstelsanctie te doen beëindigen, is het opleggen van een last onder dwangsom (artikel 5:31d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Een last onder dwangsom is een bestuurlijke herstelsanctie bedoeld voor het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken van een overtreding, het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel het wegnemen of beperken van de gevolgen van de overtreding.

Artikel 5:32, eerste lid van de Awb stelt dat een bestuursorgaan een last onder dwangsom op kan leggen aan de overtreder.

Bij THOR Gebieden wordt er in eerste instantie voor gekozen om, waar mogelijk, primair een last onder dwangsom op te leggen bij een geconstateerde overtreding en geen last onder bestuursdwang. De last onder dwangsom is minder ingrijpend voor de overtreder en het risico van het niet beëindigen van de overtreding ligt ook bij de overtreder zelf. Als de overtreder niet binnen de gestelde begunstigingstermijn aan de lastgeving voldoet, dan moet de overtreder van rechtswege een bepaald geldbedrag aan de gemeente betalen.

In sommige gevallen is het niet mogelijk om een last onder dwangsom op te leggen, bijvoorbeeld indien de eigenaar van het voorwerp niet te achterhalen is of als de spoedeisendheid zich daar tegen verzet. In dat geval wordt een last onder bestuursdwang opgelegd, en aangebracht op het voorwerp.

Dwangsomvormen

Het opleggen van een last onder dwangsom kan in verschillende wettelijk voorgeschreven vormen, de zogenaamde modaliteiten (artikel 5:32b, eerste lid van de Awb).

Het bestuursorgaan stelt de dwangsom vast hetzij bij:

  • -

    een bedrag ineens;

  • -

    een bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd of

  • -

    per overtreding.

Een bedrag ineens

Deze vorm wordt voornamelijk toegepast in situaties waarin een overtreder door het verrichten van een handeling de overtreding vóór een bepaalde datum kan beëindigen. Het voordeel is dat er slechts één controlemoment is om te constateren of de overtreding beëindigd is.

Een bedrag per tijdseenheid

Deze vorm wordt voornamelijk toegepast bij gedragingen waarbij sprake is van een continue c.q. langdurige niet afzonderlijk te constateren overtreding. De overtreder is constant in overtreding. Als het gaat om overtredingen die een continu karakter hebben, en dus niet opzichzelfstaande overtredingen, dan kan uit het oogpunt van rechtszekerheid geen dwangsom worden opgelegd per overtreding (zie hierna), wel een bedrag per tijdseenheid (dag, week of maand) dat de overtreding voortduurt.

Een bedrag per overtreding

Indien regelmatig overtredingen plaatsvinden, die geen continu karakter hebben en tot individuele opzichzelfstaande gedragingen zijn terug te leiden, dan kan er, ter voorkoming van herhaling van die gedragingen, voor gekozen worden een dwangsom per individueel geconstateerde overtreding op te leggen.

Aan wie richten

Een last onder dwangsom kan alleen gericht worden aan de overtreder (artikel 5:32, eerste lid van de Awb). En dan nog alleen tot die overtreder die het in zijn macht heeft om de overtreding te beëindigen. Bij een onbekende overtreder is een last onder dwangsom dus niet mogelijk. Bestuursdwang kan wel bij een onbekende overtreder, maar kostenverhaal zal dan niet mogelijk zijn.

De overtreder kan zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon zijn. Uitgangspunt is dat de bestuurlijke sanctie kan worden opgelegd aan degene of degenen die de overtreding pleegt of plegen. Dat kan zijn door het fysiek zelf uitvoeren van een verboden handeling of door tussenkomst van een ander (functioneel pleger).

Ook als de overtreding wordt uitgevoerd door medewerkers of andere ondergeschikten en de eigenaar/bestuurder van een bedrijf deze handelingen heeft aanvaard, ontstaat functioneel pleger. Ook deelnemers, medeplegers of feitelijke leidinggevenden zijn via de last onder dwangsom aan te schrijven.

Vaststelling (maximum) bedrag dwangsom

Wanneer een dwangsom per tijdseenheid (dag, week of maand) of per overtreding wordt opgelegd, is het bestuursorgaan, gelet op de rechtszekerheid richting de overtreder, verplicht een maximumbedrag vast te leggen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd (artikel 5:32b, tweede lid van de Awb). Opgemerkt wordt dat na het bereiken van het maximale bedrag besloten kan worden om een nieuwe last onder dwangsom met hogere dwangsombedragen, dan wel een last onder bestuursdwang op te leggen.

Uitgangspunt is dat de openbare ruimte in Amsterdam leefbaar en van iedereen moet zijn en blijven; het toe-eigenen van openbare ruimte voor commerciële of private doeleinden wordt bestreden. Van een dwangsom dient een zodanige prikkel uit te gaan dat de last wordt nagekomen en het verbeuren van de dwangsom wordt voorkomen.1

Artikel 5:32b, derde lid van de Awb stelt dat de bedragen in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom moeten staan. Het bedrag wordt dus bepaald aan de hand van de aard en ernst van de overtreding en de beoogde prikkel. Er is geen wettelijk maximaal te verbeuren bedrag noch zijn er concrete regels voor het bepalen van de hoogte van een dwangsom. Bestuursorganen hebben dus een ruime marge bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom. Het is aan het bestuursorgaan om een afweging van de belangen te maken en de hoogte van de dwangsom te bepalen.2 Daarbij is van belang dat het opleggen van een last onder dwangsom ten doel heeft de overtreder te bewegen tot naleving van de voor hem geldende regels.

Van de dwangsom moet een zodanige prikkel uitgaan dat de opgelegde dwangsom wordt uitgevoerd zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Bij de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel van artikel 5:32b, derde lid van de Awb speelt vooral een rol of het bestuursorgaan op inzichtelijke en toereikende wijze de hoogte van de dwangsom heeft gemotiveerd.

De hoogte van een dwangsom wordt slechts door de rechter terughoudend getoetst en dan vaak alleen als de hoogte van de dwangsom aanhangig gemaakt wordt in het kader van bezwaar of beroep. De rechter kijkt alleen of er sprake is van een evenredige dwangsom.3

Binnen THOR Gebieden is een aantal uitgangspunten gehanteerd bij het bepalen van de (maximum) hoogte van dwangsommen:

  • -

    het bedrag moet voldoende afschrikwekkend zijn om de overtreder te stimuleren de overtreding uit eigen beweging te beëindigen binnen de begunstigingstermijn zonder dat een dwangsom wordt verbeurd.

  • -

    de geschatte kosten om de overtreding te beëindigen moeten hoger zijn dan het geschatte financiële voordeel van de overtreder bij het laten voortduren van de overtreding: het onrechtmatig verkregen voordeel dat de overtreder zal hebben, moet worden weggenomen.4 Hierbij mag alleen het nog te behalen financiële voordeel met het laten voortduren van de overtreding worden meegenomen en niet het in het verleden reeds behaalde financiële voordeel.5 Volstaan kan worden met een globale schatting van de te verwachten winst bij het niet voldoen aan de last.

  • -

    uit jurisprudentie blijkt dat de financiële omstandigheden van de overtreder in beginsel geen rol spelen bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom.6 De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen dat van een dwangsom die naar draagkracht van de overtreder wordt vastgesteld, geen zodanige prikkel zal uitgaan dat de opgelegde last wordt uitgevoerd zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Indien de financiële omstandigheden van de overtreder daar om vragen, kan er een betalingsregeling worden getroffen.

Recidive

Als blijkt dat de overtreding niet ongedaan is gemaakt, of de overtreder nogmaals dezelfde overtreding heeft begaan, dan is de prikkel mogelijk onvoldoende geweest en mogelijk de hoogte van de dwangsom te laag gekozen of een verkeerd handhavingsinstrument gekozen.

Het bevoegd gezag kan dan besluiten om een nieuwe hogere last onder dwangsom op te leggen of te kiezen voor bestuursdwang. Ook als de last onder dwangsom nog niet volledig verbeurd is, beschikt het bevoegd gezag over deze mogelijkheid.

Belangrijk is dat voor eenzelfde overtreding niet gelijktijdig twee lasten van toepassing kunnen zijn. De voorafgaande last zal dan actief moeten worden ingetrokken. Het intrekken van de oude last ontslaat de overtreder niet van het betalen van de verbeurde dwangsommen.

Als voor de eerdere overtreding al een last onder dwangsom is opgelegd die niet effectief is gebleken, wordt in beginsel een recidivetoeslag toegepast. Er wordt dan bij een volgende last onder dwangsom een hoger dwangsombedrag gehanteerd om de prikkel tot ongedaan making te versterken. De eerdere prikkel is immers niet voldoende gebleken om herhaling van de overtreding te voorkomen.

De recidivetoeslag bedraagt een verdubbeling van de initiële dwangsombedragen. De betreffende overtreding moet wel binnen 2 jaar nadat de vorige last onder dwangsom is opgelegd, plaatsvinden.

De hoogte van deze nieuwe dwangsom wordt door het bestuursorgaan gemotiveerd.

Preventieve dwangsom

Het is niet altijd noodzakelijk dat er sprake is van een feitelijke overtreding voordat een last onder dwangsom kan worden opgelegd. Ook in situaties waar sprake is van een klaarblijkelijke dreiging van een overtreding, kan een last onder dwangsom (of last onder bestuursdwang) worden opgelegd. Dit is geregeld in artikel 5:7 van de Awb. Het gaat dan bijvoorbeeld om een aankondiging van een illegale situatie in krant of via social media. Een preventieve last kan slechts opgelegd worden als het een nieuwe, nog niet eerder gepleegde overtreding betreft.

Begunstigingstermijn

Een last onder dwangsom omvat naast de te nemen herstelmaatregelen ook een termijn, waarbinnen de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde lastgeving moet uitvoeren zonder dat deze het dwangsombedrag verbeurt (artikel 5:32a, tweede lid van de Awb). Dit wordt de begunstigingstermijn genoemd.

Een begunstigingstermijn moet voldoende lang zijn om, afhankelijk van de te nemen maatregelen, aan de lastgeving te kunnen voldoen zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. De standaard begunstigingstermijn is vastgesteld op twee weken. Deze kan afhankelijk van de feiten en omstandigheden worden aangepast (zowel korter als langer).

Wanneer er echter sprake is van een zodanig spoedeisend acute situatie, dan wordt er geen dwangsom opgelegd, maar wordt (spoedeisende) bestuursdwang toegepast. In dat geval wordt geen of een zeer korte begunstigingstermijn geboden.

Invorderen dwangsom

Indien een overtreder na het verstrijken van de begunstigingstermijn aan de opgelegde last geen gehoor heeft gegeven, verbeurt de dwangsom van rechtswege (artikel 5:32a, tweede lid jo. 5:33 van de Awb). Krachtens artikel 5:35 van de Awb (en in afwijking van artikel 4:104 van de Awb) verjaart de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom door verloop van één jaar na de dag waarop zij van rechtswege is verbeurd.

De invorderingsbeschikking dient zorgvuldig tot stand gekomen te zijn, waarin een belangenafweging heeft plaatsgevonden. De dwangsom(hoogte) dient te voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, waarin geen grond kan worden gevonden voor het oordeel dat het college van invordering van de verbeurde dwangsom had moeten afzien. Derhalve dient het dwangsombedrag op een zorgvuldige wijze vastgesteld te zijn.

Overtredingsschaal en dwangsomhoogten

Het opleggen van een dwangsom heeft tot doel overtredingen ongedaan te maken en eventuele vervolgovertredingen te voorkomen. Bij het opleggen van een last onder dwangsom mag geen onderscheid gemaakt worden tussen een bewuste en een onbewuste overtreder. De dwangsom moet echter hoog genoeg zijn om genoemd doel te bereiken, maar deze moet ook proportioneel zijn voor onbewuste overtreders.

Door een lage dwangsom op te leggen bij de eerste overtreding en deze bij volgende overtredingen flink te verhogen, kan het een groot afschrikeffect hebben op bewuste overtreders. Een bewuste overtreder heeft de neiging om de dwangsom bij de eerste overtreding te onderschatten. Zij zullen dan ook verwachten dat de dwangsom bij volgende overtredingen niet zo hoog zal zijn.

Door deze systematiek worden onbewuste overtreders niet onnodig gestraft en krijgen zij de kans om zich bewust te worden van hun handelen.

Om de hoogte van de dwangsom te bepalen is het van belang een duidelijke overtredingsschaal op te stellen. Bij de hoogte van de dwangsommen is rekening gehouden met de gevolgen van de overtreding:

  • gevolgen zijn vrijwel nihil (licht);

  • gevolgen zijn beperkt (mild);

  • gevolgen zijn van belang (ernstig) en

  • gevolgen zijn aanzienlijk (zwaar).

Onder gevolgen worden ook dreigende gevolgen verstaan, dat wil zeggen als de overtreding (mogelijk) leidt tot nadelige gevolgen van belang (of het risico daarop) voor de openbare ruimte, zoals hinder, schade aan beschermde waarden (zoals milieu, natuur of erfgoed), verontreiniging of ziekten (mens of dier). Ook kunnen daaronder de gevolgen van een overtreding worden verstaan die de mogelijkheden van controle beperken of onmogelijk maken, en de gevolgen of verstorende effecten die de overtreding heeft of kan hebben voor het gezag van de overheid of voor de normering van de betrokken bedrijfstak als zodanig. Er is daarom sprake van een glijdende schaal en het verschilt per type overtreding wat de gevolgen kunnen zijn en hoe ernstig die kunnen zijn. Het onderscheid tussen de gevolgen onderling zit vooral in de ernst en omvang van de hinder en de (dreigende) schade en of deze schade mogelijk onomkeerbaar is.

Deze overtredingsschaal dient als grondslag om de mate van overlast te beoordelen en de bijbehorende dwangsom op te leggen. De overtredingsschaal is verdeeld in vier categorieën, oplopend van licht tot zwaar. Er wordt onderscheid gemaakt tussen natuurlijke personen (levende mensen, vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap) en rechtspersonen (vereniging, coöperatie, naamloze vennootschap, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een stichting). Het bedrag voor een natuurlijk persoon is de helft van het bedrag voor een rechtspersoon.

overtredingscategorie

dwangsombedrag natuurlijk persoon

dwangsombedrag rechtspersoon

Licht

De overtreding heeft geen of verwaarloosbare overlast in de openbare ruimte.

De leefbaarheid en het algemeen belang worden niet of nauwelijks aangetast.

Er is geen sprake van hinder voor omwonenden of gebruikers van de openbare ruimte.

De overtreding is incidenteel en van korte duur.

Er is geen sprake van (blijvende) schade of risico’s voor de omgeving.

1ste overtreding € 150,-

2de overtreding € 300,-

3de overtreding € 600,-

1ste overtreding € 300,-

2de overtreding € 600,-

3de overtreding € 1.200,-

Mild

De overtreding veroorzaakt beperkte overlast in de openbare ruimte.

De leefbaarheid en het algemeen belang worden in lichte mate aangetast.

Er kan sprake zijn van hinder voor omwonenden of gebruikers van de openbare ruimte.

De overtreding is langer aanwezig of komt herhaaldelijk voor.

Er kan sprake zijn van lichte schade die hersteld kan worden.

1ste overtreding € 350,-

2de overtreding € 700,-

3de overtreding € 1.400,-

1ste overtreding € 700,-

2de overtreding € 1.400,-

3de overtreding € 2.800,-

Ernstig

De overtreding veroorzaakt aanzienlijke overlast in de openbare ruimte.

De leefbaarheid en het algemeen belang worden merkbaar en structureel aangetast.

Er is sprake van voortdurende hinder voor bewoners of gebruikers van de openbare ruimte.

De overtreding kan leiden tot schade aan de omgeving of eigendommen, die mogelijk kostbaar is om te herstellen.

1ste overtreding € 500,-

2de overtreding € 1.000,-

3de overtreding € 2.000,-

1ste overtreding € 1.000,-

2de overtreding € 2.000,-

3de overtreding € 4.000,-

Zwaar

De overtreding veroorzaakt zeer grote overlast in de openbare ruimte.

De leefbaarheid en het algemeen belang worden fors en langdurig aangetast.

Er is sprake van voortdurende, ernstige hinder voor bewoners of gebruikers van de openbare ruimte.

Er is onherstelbare schade of een situatie die grote financiële of ecologische gevolgen heeft.

De volksgezondheid kan in gevaar komen.

Vaak is er sprake van opzettelijke nalatigheid of economisch gewin door de overtreder.

1ste overtreding € 1.000,-

2de overtreding € 2.000,-

3de overtreding € 4.000,-

1ste overtreding € 2.000,-

2de overtreding € 4.000,-

3de overtreding € 8.000,-

In tabel A en B worden voor de meest voorkomende overtredingen van THOR Gebieden de dwangsomhoogten genoemd.

Vanwege rechtsgelijkheid en proportionaliteit is ervoor gekozen om vergelijkbare type overtredingen in dezelfde categorie in te delen.

De bedragen van de last onder dwangsom zijn gekoppeld aan de boetecategorieën die gelden op basis van de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte. Door aan te sluiten bij landelijk vastgestelde bboor-bedragen wordt willekeur voorkomen en liggen de dwangsombedragen in lijn met de bestaande landelijke bboor-bedragen voor vergelijkbare overtredingen. Door de bedragen van de last onder dwangsom te koppelen aan de landelijke bboor-bedragen wordt gewaarborgd dat de sanctie niet onnodig belastend is, maar wel voldoende afschrikkend werkt om naleving van de regels te bevorderen.

Afwijken van de categorie-indeling is mogelijk als de specifieke situatie daarom vraagt. In dat geval wordt maatwerk toegepast. Maatwerk wordt ook toegepast als een bepaalde overtreding niet in een bepaalde categorie is ingedeeld.

Kostenverhaal toepassen bestuursdwang

Bij bestuursdwang wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld om zelf de geconstateerde overtreding geheel of gedeeltelijk te beëindigen binnen een door het college bepaalde termijn (begunstigingstermijn). Wanneer de overtreding niet binnen de gestelde begunstigingstermijn wordt beëindigd, is het college bevoegd door middel van feitelijk handelen zelf op kosten van de overtreder de overtreding te doen of laten beëindigen. Voor het bepalen van de hoogte van de kosten voor het toepassen van bestuursdwang kunnen de werkzaamheden verricht door de handhaver, het externe bedrijf en de opslagkosten in rekening worden gebracht. Bij het in rekening brengen van kosten voor het toepassen van bestuursdwang wordt geen onderscheid gemaakt in rechtspersonen of natuurlijke personen.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 3 februari 2026.

De burgemeester

Femke Halsema

Waarnemend gemeentesecretaris

Thea de Vries

Bijlage 1 Handhaving op afval bijplaatsingen (ABP)

Last onder dwangsom bij ABP-overtredingen

Bij handhaving op ABP-overtredingen geldt ook het algemene uitgangspunt van bestuursrechtelijke handhaving. Dit betekent dat bij een geconstateerde overtreding eerst een bboor wordt opgelegd. Wordt door dezelfde overtreder een tweede keer dezelfde overtreding begaan dan wordt wederom een bboor opgelegd aan deze overtreder. Gelijktijdig met deze tweede bboor wordt een herstelsanctie opgelegd. Er wordt bij de afvalovertreding gekozen voor een bedrag per overtreding.

Een bedrag per overtreding

Indien regelmatig overtredingen plaatsvinden, die geen continu karakter hebben en tot individuele opzichzelfstaande gedragingen zijn terug te leiden, dan kan er, ter voorkoming van herhaling van die gedragingen, voor gekozen worden een dwangsom per individueel geconstateerde overtreding op te leggen.

Recidive

Als voor de eerdere overtreding al een last onder dwangsom is opgelegd die niet effectief is gebleken, wordt in beginsel een recidivetoeslag toegepast. Er wordt dan bij een volgende last onder dwangsom een hoger dwangsombedrag gehanteerd om de prikkel tot ongedaan making te versterken. De eerdere prikkel is immers niet voldoende gebleken om herhaling van de overtreding te voorkomen.

De recidivetoeslag bedraagt een verdubbeling van de initiële dwangsombedragen. De betreffende overtreding moet wel binnen 2 jaar nadat de vorige last onder dwangsom is opgelegd, plaatsvinden.

De hoogte van deze nieuwe dwangsom dient door het bestuursorgaan te worden gemotiveerd.

Mogelijkheid afleggen verklaring en bezwaar

Bij het opleggen van een bboor krijgt een burger eerst de mogelijkheid om een verklaring af te leggen. De overtreder ontvangt bericht dat er telefonisch contact opgenomen kan worden met de boa. De burger krijgt de gelegenheid om te verklaren waarom hij/zij zich niet aan de regels heeft gehouden. In een aantal gevallen wordt de boete naar aanleiding van het hoormoment geseponeerd of wordt er een waarschuwing opgelegd in plaats van een bboor. Verder bestaat er een mogelijk tot een betalingsregeling en kan in bezwaar het boetebedrag op nihil gesteld worden als er een schrijnende situatie dreigt te ontstaan. De boete blijft dan wel in stand.

Hoogte dwangsombedrag bij ABP-overtredingen

Omdat er voor gekozen is aansluiting te zoeken bij de boetecategorieën van de bboor zou dit betekenen dat voor de meest voorkomende afvalovertredingen het dwangsombedrag zou moeten worden vastgesteld op € 350,- voor een natuurlijk persoon en € 700,- voor een rechtspersoon.

Juridisch gezien is het mogelijk om af te wijken van de standaard categorie-indeling als de situatie daarom vraagt, bijvoorbeeld bij zwaarwegend geschonden belang. Immers conform artikel 5:32b, derde lid van de Awb staan de dwangsombedragen niet alleen in redelijke verhouding tot de beoogde werking van de dwangsom maar ook tot de zwaarte van het geschonden belang.

De afvalproblematiek in Amsterdam is al jaren een groot probleem, en ook vanuit de politiek is er een sterke wens om dit aan te pakken. Zo is in het coalitieakkoord vastgelegd dat de boetes op afvalovertredingen omhoog moeten, en is er een voorstel aangenomen om de pakkans op deze afvalovertredingen te vergroten. Daarom is ervoor gekozen voor afvalovertredingen af te wijken van de werkwijze waarbij wordt aangesloten bij de landelijke bboor-bedragen.

Dit betekent dat voor afvalovertredingen niet gekozen wordt voor het dwangsombedrag uit de categorie “mild” maar voor het dwangsombedrag uit de categorie “ernstig”. Het dwangsombedrag voor een natuurlijk persoon wordt dan € 500,- (in plaats van € 350,-) en voor een rechtspersoon € 1.000,- (in plaats van € 700,-) etc.

De gemeente Amsterdam hanteert de volgende werkwijze:

Aantal overtredingen

Boete instrument

Hoogte boete natuurlijk persoon

Hoogte boete rechtspersoon

Hoogte LOD natuurlijk persoon

Hoogte LOD rechtspersoon

Eerste overtreding

bboor

€ 110,-

€ 550,-

 
 

Tweede overtreding

bboor en (voornemen) eerste last onder dwangsom

€ 110,-

€ 550,-

 
 

Derde overtreding

Innen 1ste dwangsom en (voornemen) tweede last onder dwangsom

 
 

€ 500,-

€ 1.000,-

Vierde overtreding

Innen 2de dwangsom en

(voornemen) derde last onder dwangsom

 
 

€ 1.000,-

€ 2.000,-

Vijfde overtreding

Innen 3de dwangsom

 
 

€ 2.000,-

€ 4.000,-

De overtredingscategorie verwijst naar de tabel op pagina 7. In die tabel worden de dwangsombedragen per categorie genoemd.

Bestuursrechtelijke handhaving Gebieden

Tabel A. 2 keer bboor en gelijktijdig bij 2de bboor herstelsanctie opleggen

 

grondslag

 

overtreding

artikel

onderwerp

omschrijving

overtredingscategorie

Algemene Plaatselijke Verordening 2008

straatmuzikant

2.49, eerste en tweede lid

Straatartiest en muziek

  • 1.

    Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen en tijden op of aan de weg als straatartiest op te treden of muziek ten gehore te brengen.

  • 2.

    Het is verboden op andere dan krachtens het eerste lid aangewezen wegen of plaatsen zonder vergunning van de burgemeester als straatartiest op te treden.

zwaar

geld inzamelen en leden werven

2.52, eerste lid

Inzamelen van geld of goederen en het werven van leden of donateurs

Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel leden of donateurs te werven.

ernstig

folders, flyers, e.d. die geen reclame bevatten

2.53, eerste lid

Beperking aanbieden van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden of bekend te maken op of aan door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan.

ernstig

Indien eigenaar bekend is

voorwerpen vastgemaakt aan lantaarnpalen, verkeersborden, bomen, brugleuningen, e.d.

4.2, eerste lid

Vastmaken van voorwerpen

Het is verboden voorwerpen aan te brengen boven of over de weg of vast te maken aan bomen of aan objecten die zijn bestemd voor of gebruikt worden ten behoeve van de openbare dienst.

zwaar

Indien eigenaar bekend is

voorwerpen plaatsen op de weg

4.3, eerste lid

Voorwerpen en stoffen op, aan, in of boven de weg

Het is verboden zonder vergunning van het college voorwerpen of stoffen op, aam, in of boven de weg te plaatsen, aan te brengen, te hebben of te storten.

zwaar

schade en hinder door voorwerpen

4.6

Schade en hinder door voorwerpen

Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben als deze door hun omvang, vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade kunnen toebrengen aan de weg, gevaar kunnen opleveren voor doelmatig en veilig gebruik daarvan dab wel een belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg of in ernstige mate afbreuk doen een het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.

zwaar

constatering op heterdaad

wildplakken

4.7, eerste lid

Plakken en kladden

Het is verboden op een openbare plaats of zaak die vanaf die plaats zichtbaar is zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende daarop:

  • a.

    een geschrift, afbeelding of aanduiding aan te brengen of projecteren of;

  • b.

    met kalk, krijt, teer, een kleur- of verfstof of op andere wijze een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen.

ernstig

meevoeren aanplakgereedschap

4.9, eerste lid

Aanplakgereedschap

Het is verboden op een openbare plaats enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof, verfgereedschap, projector of beamer te vervoeren of bij zich te hebben.

ernstig

verspreiden voorwerpen voor reclamedoeleinden

4.12, eerste lid

Verspreiden voorwerpen voor reclamedoeleinden

Het is verboden voor reclamedoeleinden op of aan de weg voorwerpen onder het publiek te verspreiden of te laten verspreiden.

ernstig

weg of water vervuilen

4.17, eerste lid

Verontreiniging van de weg en het water

Het is verboden de weg te verontreinigen.

zwaar

verbod veroorzaken verontreiniging bij laden en lossen

4.17, zesde lid

Veroorzaken verontreiniging bij laden en lossen

Het is verboden zaken te vervoeren dan wel te laden of te lossen, te hijsen of te vieren zonder zodanige voorzieningen te hebben getroffen dat wordt voorkomen dat de lucht, het water of de weg wordt verontreinigd.

zwaar

(geluids)hinder van apparaten, toestellen, machines, e.d.

5.5, eerste lid

Hinder van toestellen, machines, e.d.

Het is verboden toestellen, geluidsapparaten of machines in werking te hebben, of anderszins handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving hinder wordt veroorzaakt of toe te laten dat deze handelingen worden verricht.

ernstig

barbecueën

5.8A

Barbecueën

Het is verboden om te barbecueën in gebieden die door het college zijn aangewezen.

zwaar

met voertuig rijden of stilstaan in openbare groenvoorziening of daar schade aan toebrengen

5.9, derde en vierde lid

Openbare groenvoorzieningen

  • 1.

    Het is in voor publiek toegankelijke groenvoorzieningen verboden met een motorvoertuig te rijden of een motorvoertuig te laten stilstaan buiten de wegen en paden.

  • 2.

    Het is verboden schade toe te brengen aan voor publiek toegankelijke groenvoorzieningen.

zwaar

aanlijngebod

5.13, eerste lid

Aanlijngebod

Het is de eigenaar of houder verboden zich met een hond op of aan de weg te bevinden als deze niet is aangelijnd.

mild

verbod verkoop duivenvoer

5.16, eerste lid

Duiven

Het is verboden op of aan de weg duivenvoer te verkopen.

ernstig

voeren van dieren

5.18

Voeren van dieren

Het is verboden om dieren te voeren in gebieden die door het college zijn aangewezen

ernstig

Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023

Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen

7

Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen

Het is verbodenhuishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen,.

ernstig

afvaltoerisme

8

Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen

Het is anderen dan gebruikers van percelen verboden om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden.

ernstig

aanbieden huishoudelijke afvalstoffen

10, eerste en tweede lid

Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

  • 1.

    Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, tweede lid een inzamelmiddel of inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via de betreffende inzamelvoorziening of het betreffende brengdepot.

  • 2.

    Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4, tweede lid is bestemd.

ernstig

aanbieden huishoudelijke afvalstoffen

10, zesde lid

Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.

ernstig

dagen en tijden voor aanbieden

11, tweede lid

Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere dagen en tijden ter inzameling aan te bieden dan krachtens het eerste lid is bepaald.

ernstig

het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

12

Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen

In afwijking van hetgeen in deze paragraaf is bepaald kan het college regels stellen omtrent het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst of andere inzamelaars.

ernstig

aanbieden bedrijfsafval

13, eerste en tweede lid

Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst

  • 1.

    Het college kan categorieën bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst worden ingezameld.

  • 2.

    Op de inzameling en het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen als bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 3 en 4, lid 1 onder a en c en paragraaf 3 van overeenkomstige toepassing.

ernstig

aanbieden bedrijfsafval

13, zesde lid

Inzameling en ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen

Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden met de daarvoor geldende regels.

ernstig

inzameling en ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen

13a, tweede lid

Inzameling door een ander dan de aangewezen inzameldienst

Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden in strijd met deze regels.

ernstig

voorkomen diffuse milieuverontreiniging

14, eerste lid

Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging

Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.

ernstig

afvalbakken bij een inrichting

17

Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren

De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:

  • a.

    een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten;

  • b.

    zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt geledigd;

  • c.

    zorg te dragen dat gedurende de openingstijden tot uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, en in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, circa 25 meter rondom de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd.

ernstig

opslag afvalstoffen

20, eerste lid

Verbod opslag van afvalstoffen

Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht opgeslagen te hebben.

ernstig

Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten

vergunningplicht voor venten

4.1, eerste lid

Vergunningseis

Het is verboden zonder vergunning van het college te venten.

ernstig

verbod op dezelfde plaats blijven staan

4.3, eerste lid

Op dezelfde plaats blijven staan

Het is de venter verboden langer op dezelfde plaats te blijven staan dan noodzakelijk is voor de bediening van klanten.

ernstig

ventverbod op aangewezen plaatsen en tijden

4.5

Ventverbod op aangewezen plaatsen en tijden

Het is verboden te venten op de door het college aangewezen plaatsen en tijden.

ernstig

De overtredingscategorie verwijst naar de tabel op pagina 7. In die tabel worden de dwangsombedragen per categorie genoemd.

Tabel B. direct herstelsanctie opleggen

 

grondslag

 

overtreding

artikel

onderwerp

omschrijving

overtredingscategorie

Algemene Plaatselijke Verordening 2008

Last onder dwangsom

groepsfietsen

2.17A, eerste lid

Groepsfietsen

Het is de bestuurder van een groepsfiets verboden zich met een groepsfiets te bevinden op door de burgemeester aangewezen gebieden, wegen of weggedeelten.

15.000 per overtreding, met een maximum van 75.000

(geen onderscheid in natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon)

evenement zonder vergunning

2.40, eerste lid

Vergunningplicht evenement

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te houden.

zwaar

proppen bij horecabedrijven, rederijen of winkels

2.50, eerste lid

Diensten op of aan de weg

Het is verboden op of aan de weg of het openbaar water tegen betaling diensten aan te bieden of te verlenen voor een werkzaamheid, zoals

  • a.

    schoenpoetser, gids, portrettist, fotograaf, bewaker van voertuigen of andere zaken, reiniger van auto’s of

  • b.

    het werven van klanten voor bedrijven zoals rondvaartrederijen, hotels, horecabedrijven en prostitutiebedrijven.

zwaar

tickets, entreebewijzen, e.d. verkopen

2.50, tweede lid

Diensten op of aan de weg

Het is verboden op of aan de weg of het openbaar water plaatsbewijzen voor een evenement te koop aan te bieden of daartoe in voorraad te hebben behalve in de daarvoor bestemde en bij het evenement behorende ruimte.

zwaar

aanbieden abonnementen

2.50, derde lid

Diensten op of aan de weg

Het is verboden op door het college aangewezen wegen zich op of aan de weg op te houden met het kennelijke doel anderen te bewegen een abonnement te nemen op een krant, blad of andere publicatie, een steunverklaring te geven, om lid of donateur te worden van een organisatie of om deel te nemen aan een onderzoek of enquête.

zwaar

personenvervoer

2.51, eerste lid

Personenvervoer

  • 1.

    Het is verboden op of aan de weg met een voertuig tegen betaling personenvervoer aan te bieden.

  • 2.

    Het verbod geldt niet voor zover in het daar geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet personenvervoer 2000.

zwaar

verbod verspreiden drukwerk op aangewezen wegen

2.53, eerste lid

Beperking aanbieden van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen

Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden of bekend te maken op of aan door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan.

ernstig

Indien eigenaar bekend is

voorwerpen plaatsen op de weg en stallen fietsen bij verhuurbedrijven

4.3, eerste lid

Voorwerpen en stoffen op, aan, in of boven de weg

Het is verboden zonder vergunning van het college voorwerpen of stoffen op, aan, in of boven de weg te plaatsen, aan te brengen, te hebben of te storten.

zwaar

Verhuurfietsen:

€ 1.000 per overtreding met een maximum van €5.000.

(geen onderscheid in natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon)

constatering buiten heterdaad

wildplakken

4.7, eerste lid

Plakken en kladden

Het is verboden op een openbare plaats of zaak die vanaf die plaats zichtbaar is zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende daarop:

  • c.

    een geschrift, afbeelding of aanduiding aan te brengen of projecteren of;

  • d.

    met kalk, krijt, teer, een kleur- of verfstof of op andere wijze een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen.

ernstig

verbod reclame op onroerende zaken

4.10, tweede lid

Reclame op onroerende zaken

Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden deze zaak of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of te laten gebruiken voor het maken van reclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor publiek toegankelijke plaats zichtbaar is en die niet toelaatbaar is.

zwaar

reclame in de openbare ruimte zoals reclameborden, reclamefietsen, verwijzingsborden e.d.

4.11, eerste lid

Reclame op of aan de weg

Het is verboden met een bord, doek of met enig ander middel of voorwerp of met een voertuig, uitsluitend of hoofdzakelijk gebruikt of bestemd voor het maken van reclame, op of aan de weg of het openbaar water reclame te maken.

ernstig

fietszadelhoesjes, flyeren, sampling, proefmonsters

4.12, eerste lid

Verspreiden voorwerpen voor reclamedoeleinden

Het is verboden voor reclamedoeleinden op of aan de weg voorwerpen onder het publiek te verspreiden of te laten verspreiden.

ernstig

weg openbreken of beschadigen

4.13, eerste lid

Werkzaamheden op of in de weg

Het is verboden de wegbedekking op te breken of te beschadigen.

zwaar

beplanting aanbrengen

4.14, eerste lid

Beplantingen

Het is verboden op of in de weg beplanting aan te brengen tenzij hiervoor een overeenkomst met de gemeente is gesloten.

zwaar

voertuigen bij autobedrijven

4.20, eerste lid

Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke

Het is degene die er zijn beroep dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, herstellen, slopen, verhuren, verhandelen of te gebruiken voor het geven van rijlessen verboden:

  • a.

    drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren in elkaars nabijheid of

  • b.

    de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

zwaar

voertuigen te koop aanbieden op de weg

4.21, eerste lid

Te koop aanbieden van voertuigen

Het is verboden op of aan de weg een voertuig te parkeren of te laten staan met het kennelijke doel dit te koop aan te bieden of te verhandelen in de nabijheid van een ander met hetzelfde doel geplaats voertuig.

zwaar

verbod te koop aanbieden van voertuigen

4.21, tweede lid

Te koop aanbieden van voertuigen

Het is verboden op door het college aangewezen wegen of weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel dit te koop aan te bieden of te verhandelen.

zwaar

reclamevoertuigen parkeren

4.23, eerste lid

Parkeren van reclamevoertuigen

Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een reclameaanduiding op of aan de weg te parkeren met het kennelijke doel daarmee reclame te maken.

zwaar

kampeerwagens, aanhangwagens en andere grote voertuigen parkeren

4.24, eerste lid

Parkeren van grote voertuigen

Het is verboden een voertuig dat, de lading meegerekend, een lengte heeft van meer dan zes meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, te parkeren:

  • a.

    tussen 06:00 uur en 22:00 uur op een door het college aangewezen plaats waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente of

  • b.

    op de weg bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw hinderlijk wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

zwaar

parkeerruimte reserveren voor eigen gebruik

4.26, eerste lid

Blokkeren van parkeerruimte

Het is verboden op de weg parkeerruimte te blokkeren met het kennelijke doel deze te reserveren.

zwaar

Last onder bestuursdwang

Indien eigenaar niet bekend is

voorwerpen vastgemaakt aan lantaarnpalen, verkeersborden, bomen, brugleuningen, e.d.

4.2, eerste lid

Vastmaken van voorwerpen

Het is verboden voorwerpen aan te brengen boven of over de weg of vast te maken aan bomen of aan objecten die zijn bestemd voor of gebruikt worden ten behoeve van de openbare dienst.

zwaar

motor- en autowrakken

4.22, eerste lid

Wrakken

Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te plaatsen of te hebben.

bestuursdwang, waarbij kosten toepassen bestuursdwang bij overtreder in rekening worden gebracht.

kampeerwagens, aanhangwagens, caravans, e.d. langer dan drie dagen stallen op de weg

4.25, eerste lid

Caravans en dergelijke

Het is verboden een camper, caravan, woonwagen, aanhangwagen of keetwagen langer dan drie achtereenvolgende dagen te parkeren op of aan de weg. Dit verbod geldt eveneens voor andere voertuigen die voor recreatie of andere dan verkeersdoeleinden worden gebruikt.

bestuursdwang, waarbij kosten toepassen bestuursdwang bij overtreder in rekening worden gebracht.

bromfietswrakken

4.27, tweede lid, onder b

Parkeren van fietsen en bromfietsen

Het is verboden:

  • a.

    (…)

  • b.

    fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijke verwaarloosde toestand verkeren, op of aan de weg te laten staan.

bestuursdwang, waarbij kosten toepassen bestuursdwang bij overtreder in rekening worden gebracht.

Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023

ongeadresseerd reclamedrukwerk

18, tweede en derde lid

Ongeadresseerd reclamedrukwerk

  • 2.

    Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend bezorgd worden of laten worden bij een woning, bedrijf of woonschip als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.

  • 3.

    Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een woning, bedrijf of woonschip, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan.

€ 500,- per overtreding met een maximum van €5.000.

(geen onderscheid in natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon)

Winkeltijdenwet

winkel geopend na

22:00 uur

2, eerste lid

 

Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben:

  • a.

    op zondag;

  • b.

    op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede Paasdag, op Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december na 19 uur, op eerste en tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur;

  • c.

    op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur.

zwaar


Noot
1

Voorbeelden van hoogte last onder dwangsom gemeente Den Haag: Uitspraak 202205767/1/R4 - Raad van State; https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@139929/202206422-1-r4/

Noot
2

ABRvS 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:638

Noot
3

ECLI:NL:RVS:2008:BC5757 en ECLI:NL:RVS:2014:504

Noot
4

ECLI:NL:RVS:2016:2797, CBb 25 januari 2022, ECLI:NL:CBB2022:41

Noot
5

ABRvS 13 maart 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AL2223

Noot
6

ABRvS 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:321, AB 2019/157