Nadere regel subsidie verduurzamingsmaatregelen maatschappelijk vastgoed gemeente Utrecht

Geldend van 13-02-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere regel subsidie verduurzamingsmaatregelen maatschappelijk vastgoed gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • gelet op artikel 156 Gemeentewet;

  • gelet op artikel 3 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Utrecht;

Gezien:

  • het programma energie besparen gebouwde omgeving dat door de gemeenteraad is vastgesteld

op 16 juni 2022;

Overwegende dat:

  • Maatschappelijke ondernemers hiermee beter ondersteund worden in hun verduurzamingsopgave;

  • dat de nadere regel hiermee beter aansluit op de behoeften van maatschappelijke ondernemers en

  • Dat deze nadere regel uitvoering geeft aan het Klimaatakkoord;

Besluiten vast te stellen de volgende Nadere regel subsidie verduurzamingsmaatregelen voor maatschappelijk vastgoed in gemeente Utrecht.

Artikel 1 Definities

Deze nadere regel verstaat onder:

  • a.

    Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 zoals laatst gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/1315, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2023, L 167);

  • b.

    Activiteiten: verduurzamingsmaatregelen zoals omschreven in bijlage 1;

  • c.

    Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Utrecht;

  • d.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • e.

    Burgemeesteren wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

  • f.

    De-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

  • g.

    DUMAVA: Regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 22 mei 2025, nr. 2025-0000305917, houdende regels met betrekking tot de stimulering van verduurzaming van maatschappelijk vastgoed;

  • h.

    DuMo:Duurzaam Monumentenadvies;

  • i.

    Grote onderneming: onderneming waar ten minste 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet €50 miljoen en/of het jaarlijks balanstotaal €43 miljoen overschrijdt;

  • j.

    Kleine onderneming: een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 10 miljoen EUR niet overschrijdt;

  • k.

    Maatschappelijke ondernemersmaatschappelijke ondernemers zijn organisaties met een maatschappelijke functie. Dit zijn onder andere organisaties binnen de volgende sectoren: 

    - onderwijs, zoals gebouwen van basisscholen, middelbare scholen, mbo- of hbo-instellingen, kinderopvang of andere instellingen 

    - zorg, zoals ziekenhuizen, verpleeg- of verzorgingshuizen of andere zorginstellingen  

    - cultuur, zoals musea, theaters, poppodia of andere instellingen 

    - sport, zoals amateurverenigingen of andere instellingen 

    - religieuze instellingen zoals een kerk, moskee, synagoge of andere instellingen.

  • l.

    Maatschappelijk vastgoed: maatschappelijk vastgoed wordt aangemerkt als vastgoed dat wordt gebruikt door maatschappelijke ondernemers. De exploitatie wordt (gedeeltelijk) door gemeentelijke publieke middelen mogelijk gemaakt. Voorbeelden zijn (brede) scholen, buurthuizen, opvangcentra, zorginstellingen, sportaccommodaties, religieuze instellingen, culturele instellingen, bibliotheken en andere voorzieningen met een maatschappelijke functie.

  • m.

    Middelgrote onderneming: onderneming waar minimaal 50 en minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet €50 miljoen en/of het jaarlijks balanstotaal €43 miljoen niet overschrijdt

  • n.

     Monument: een onroerende zaak die is opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in de Monumentenwet 1988, dan wel een onroerende zaak die is geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst zoals bedoeld in de vigerende monumentenverordening.

  • o.

    Projectkosten: kosten van ontwerp, bouwmateriaal, bouwmaterieel, gebouwgebonden installaties, projectmanagement en arbeid, inclusief kosten voor sloop en lood- en asbestverwijdering.

  • p.

    Reguliere de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2023, L 2023/2831)

  • q.

    Verduurzamingsmaatregel: maatregel die aantoonbaar direct leidt tot energiebesparing of reductie van koolstofdioxide-emissies, niet zijnde een gedragsmaatregel.

Artikel 2 Doel

Deze nadere regel draagt bij aan het doel om:

  • a.

    Energie te besparen in de gebouwde omgeving

  • b.

    En in dat kader 35% op het energieverbruik te besparen in 2050 ten opzichte van het energieverbruik in 2020; en voor 2030 een besparing van 12% te hanteren ten opzichte van het energieverbruik in 2020.

Artikel 3 Eisen aan de subsidieaanvrager

De subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    een (publiekrechtelijke) rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die huurder, gebruiker of eigenaar van het maatschappelijke vastgoed is en die de verduurzamingsmaatregelen treft.

een natuurlijke persoon met een onderneming die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven die huurder, gebruiker of eigenaar van het maatschappelijke vastgoed is en die de verduurzamingsmaatregelen treft.

  • b.

    een samenwerkingsverband dat huurder, gebruiker of eigenaar van het maatschappelijke vastgoed is en die de verduurzamingsmaatregelen treft.

Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond

Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het subsidieplafond vast door middel van de subsidiestaat.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

  • 1. De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      Losse maatregelen die zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2;

  • 2. Een subsidie voor de lid 1, onderdeel a, bedoelde activiteit kan worden verleend voor:

    • a.

      De projectkosten van een verduurzamingsmaatregel als bedoeld in bijlage 1, welke voortkomen uit een advies als bedoeld in onderdeel b, voor investeringen in bestaand maatschappelijk vastgoed;

    • b.

      Advieskosten met betrekking op de in lid 1, onderdeel a, bedoelde verduurzamingsmaatregelen als opgenomen in bijlage 2, ook als deze zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag;

    • c.

      Kosten voor het opstellen en registreren van een energielabel als opgenomen in bijlage 2, na de uitvoering van de in lid 1, onderdeel a, bedoelde verduurzamingsmaatregelen;

  • 3. De kosten bedoeld in lid 2, onderdelen b en c, komen enkel voor subsidie in aanmerking als een aanvraag voor subsidie als bedoeld in lid 2 onderdeel a is ingediend.

Artikel 6 (Staatssteun)

  • 1. Een subsidie als bedoeld in artikel 5, lid 2, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door de reguliere de-minimisverordening;

  • 2. Een subsidie als bedoeld in artikel 5, lid 2, onderdeel a, kan staatssteun bevatten en gerechtvaardigd worden door artikelen 38 bis en 41 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 7 Eisen aan de aanvraag

  • 1. De aanvraag van de subsidie wordt ingediend e-Herkenning via https://www.utrecht.nl/subsidieduurzaammaatschappelijkvastgoed

  • 2. Bij de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd:

    • a.

      Een overzicht van de activiteiten met daarbij een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd en van de doelen die met die activiteiten worden beoogd;

    • b.

      Een offerte van de uit te voeren maatregelen. In deze onderbouwing staat per activiteit opgenomen welke personele en materiele middelen nodig zijn voor de activiteiten. Tevens is het gevraagde subsidiebedrag helder onderbouwd met daarbij – indien van toepassing – een sluitende begroting met daarin alle (overige) inkomsten;

    • c.

      De aanvraag moet door de eigenaar of in voorkomende gevallen door zowel huurder/gebruiker als eigenaar zijn ondertekend, waarbij één van hen als hoofdaanvrager optreedt;

    • d.

      Indien van toepassing een de-minimisverklaring;

    • e.

      Verklaring of bevel tot terugvordering van eerder onrechtmatig uitgekeerde staatssteun;

    • f.

      Verklaring of de begunstigde onderneming niet in financiële moeilijkheden verkeert;

    • g.

      Verklaring dat voor de maatregelen als bedoeld in artikel 5, lid 1, reeds subsidie is aangevraagd of verleend door de gemeente of door een ander bestuursorgaan.

  • 3. Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevraagd of indien de onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan:

    • a.

      Kopie bankafschrift waarop in ieder geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk zichtbaar zijn;

    • b.

      Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

    • c.

      De statuten, als de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is.

  • 4. De uitvoering van de activiteiten als genoemd in artikel 5, lid 2 onder a, is op het moment van de aanvraag niet gestart.

  • 5. De aanvraag komt enkel voor subsidie in aanmerking als voor de subsidiabele activiteiten nog geen subsidie is verleend.

Artikel 8 Indieningstermijn aanvraag

De subsidieaanvraag kan vanaf datum bekendmaking tot en met 31 oktober 2029 tot 23:59 uur worden ingediend.

Artikel 9 Maximale subsidie

De hoogte van de subsidie bedraagt:

  • 1. ten aanzien van losse maatregelen als bedoeld in artikel 5 lid 1 sub a:

    • a.

      ten minste €250 en maximaal €80.000.

    • b.

      maximaal 30% van de kosten;

      • i.

        in afwijking van b geldt een maximaal percentage van 40% voor middelgrote ondernemingen

      • ii.

        in afwijking van b geldt een maximaal percentage van 50% voor kleine ondernemingen.

    • c.

      wanneer de losse maatregelen leiden tot 40% verbetering van de energie-efficiëntie, kan het percentage uit onderdeel b met 15% worden verhoogd.

Artikel 10 Verdeling subsidie

  • 1. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de Asv verdelen burgemeester en wethouders het budget op de volgorde van binnenkomst over de volledige aanvragen.

  • 2. Als een aanvraag krachtens een verzoek conform artikel 4:5 van de Awb is aangevuld, geldt het moment waarop de aanvraag volledig is aangevuld als het moment van binnenkomst.

Artikel 11 Beslistermijn

Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken over de aanvraag.

Artikel 12 Verplichtingen

In aanvulling op de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van de Asv gelden de volgende verplichtingen:

  • 1. De te treffen maatregelen zoals bedoeld onder artikel 5, lid 1 sub a, zijn maximaal één jaar na verlening van de subsidie uitgevoerd.

  • 2. Aanvragers dienen voor definitieve vaststelling de volgende verantwoordingstukken te overleggen:

    • a.

      Eindrapportage van de uitgevoerde activiteiten inclusief foto's, met daarin een opsomming van de getroffen energiemaatregelen in de genoemde eenheden;

    • b.

      Facturen en betaalbewijzen voor de uitgevoerde activiteiten.

Artikel 13 Evaluatie

  • 1. De nadere regel wordt periodiek geëvalueerd.

  • 2. De evaluatie kan leiden tot aanpassing van deze nadere regel.

  • 3. De evaluatie bestaat uit:

    • a.

      een evaluatie op het aantal keer dat beroep is gedaan op de subsidieregel;

    • b.

      een evaluatie op de maatregelen waarvoor subsidie is aangevraagd;

    • c.

      een evaluatie op de behoeften voor het aanvragen van subsidie van de doelgroep.

Artikel 14 Intrekking

De Beleidsregel Maatschappelijk vastgoed Utrechtse Energie! zoals vastgesteld op 5 november 2013 wordt ingetrokken.

Artikel 15 Overgangsbepalingen

De Beleidsregel Maatschappelijk vastgoed Utrechtse Energie! zoals vastgesteld op 5 november 2013 blijft van toepassing op aanvragen die onder de werking van die nadere regel zijn ingediend en op subsidiebesluiten die onder de werking van die nadere regel zijn genomen.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze nadere regel treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.

Artikel 17 Citeertitel

Deze nadere regel wordt aangehaald als: Nadere regel subsidie verduurzamingsmaatregelen maatschappelijk vastgoed gemeente Utrecht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 10 februari 2026.

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Bijlage 1

Thema 

Activiteit en toelichting

Randvoorwaarden 

  • 1.

    Slimme monitoring 

1.1 Energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS)

Installeer een (slimme) energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) en analyseer hiermee uw energieverbruik.

 De volgende activiteiten komen in aanmerking voor subsidie:

a. Hardware (tussenmeters, bridges)

b. Software (slimme aansturing, dashboard)

1.2 Energie managementsysteem (EMS)

De volgende activiteiten komen in aanmerking voor subsidie:

a. Hardware (tussenmeters, bridges)

b. Software (slimme aansturing, dashboard)

  • 2.

    Energiezuinige verlichting 

2.1 Verlichting algemeen 

 

Vervang conventionele verlichting voor LED-verlichting

a. De oude, te vervangen, verlichting bestaat uit:

- gloeilampen en/of

- halogeenlampen en/of

- spaarlampen en/of

- gasontladingslampen en/of

- oude TL-armaturen en/of

- oude PL-armaturen en/of

- verlichting van de vluchtwegaanduiding en

b. De oude verlichting wordt vervangen voor LED-armaturen.

2.2 Armaturen algemeen

Vervang conventionele armaturen voor LED-armaturen. 

a. De oude, te vervangen, verlichting bestaat uit:

- gloeiarmaturen en/of

- halogeenarmaturen en/of

- spaararmaturen en

b. De oude armaturen worden vervangen voor LED-armaturen.

2.3 Bewegingssensoren en/of dimmers

Pas bewegingssensoren en/of dimmers toe. 

a. Het dient niet ter vervanging voor bestaande bewegingssensoren en/of dimmers.

2.4 Sportveldverlichting 

Vervang oude sportveldverlichting voor LED-armaturen.

a. De LED-armaturen of lichtbronnen met een specifieke lichtstroom hebben ten minste 120 lm/W.

Bij voorkeur zijn de lichtbronnen voorzien van een dynamische lichtschakeling per armatuur of mast. 

2.5 Podium- en theaterverlichting

Vervang oude verlichting voor LED-spot- of floodlightarmaturen, lichtbronnen en een (DMX) driver bij podium- of theaterbelichting. 

a. Oude verlichting bestaat uit:

- gloeilampen en/of

- halogeenlampen en/of

- spaarlampen en/of

- gasontladingslampen en/of

- oude TL-armaturen en/of

- oude PL-armaturen en

b. De oude lampen/armaturen worden vervangen voor LED-varianten.

  • 3.

    Isolatie van de schil 

3.1 Isolerende beglazing 

Vervang dubbel glas door HR++-glas of beter in de bestaande thermische schil.

a. De te vervangen beglazing is minimaal dubbel glas of slechter.

b. De doorlatingscoëfficiënt is maximale Ug-waarde 0,8 (W/m²K).

3.2 Dakisolatie 

Pas dakisolatie toe in de bestaande thermische schil.

a. De isolatiewaarde (Rd-waarde) van het toe te passen isolatiemateriaal is minimaal 3,5 m2 K/w. 

b. Wanneer er al isolatie is, maar de isolatiewaarde (Rd-waarde) minder dan 3,5 [m2 K/w] is, kan het ook vervangen worden.

3.3 Gevelisolatie 

Pas gevelisolatie toe in de bestaande thermische schil.

a. Spouwmuurisolatie met een minimale isolatiewaarde (Rd-waarde) van 1,1 [m2 K/w]. 

b. Gevelisolatie (zoals voorzetwanden aan de binnenkant) met een minimale isolatiewaarde (Rd-waarde) van 2,5 [m2 K/w]. 

c. Wanneer er al isolatie is toegepast, maar de Rd-waarde lager is dan vermeld onder a. of b., mag deze isolatie ook vervangen worden.

3.4 Vloerisolatie 

Pas vloerisolatie toe in de bestaande thermische schil.

a. De vloerisolatie heeft een minimale isolatiewaarde (Rd-waarde) van 3,5 m²K/w.

b. Wanneer er al isolatie is toegepast, maar de Rd-waarde lager is dan vermeld onder a., mag deze isolatie ook vervangen worden.

  • 4.

    Overige verduurzamingsmaatregelen

4.1 Radiatorventilatoren 

Pas radiatorventilatoren toe.

Radiatorventilatoren worden toegepast voor een efficiëntere warme luchtstroom en gasbesparing. 

a. De radiatorventilatoren kunnen worden toegepast bij conventionele radiatoren. 

4.2 Appendages en leidingen 

Pas isolatie toe op appendages en leidingen. 

4.3 Slimme thermostaat 

Pas een slimme thermostaat toe. 

Met een slimme thermostaat kan je je verwarming op afstand bedienen en/of zelfregulerende programma's instellen. 

a. De slimme thermostaat dient als vervanging van een handthermostaat. 

4.4 Klokthermostaten 

Installeer klokthermostaten op ventilatie en/of airco's.

Met een klokthermostaat kan je de verwarming automatisch in- en uit laten schakelen op ingestelde kloktijden.  

a. De klokthermostaat dient ter vervanging van een handthermostaat. 

4.5 Thermostaatknoppen 

Installeer thermostaatknoppen.

Met een thermostaatknop kan je de temperatuur per radiator – en dus per ruimte - regelen.  

a. De thermostaatknop dient ter vervanging van conventionele radiatorknoppen. 

4.6 Automatische pompschakelaar 

Pas automatische pompschakelaren toe.

De automatische pompschakelaar wordt toegepast op de vloerverwarmingsinstallatie. Hiermee voorkom je het onnodig aanstaan van een vloerverwarmingspomp.

 

4.7 Elektrische doorstromer 

Installeer een elektrische doorstromer. 

a. De elektrische doorstromer dient ter vervanging van een oude gasgeiser. 

4.8 Elektrische boiler 

Installeer een elektrische boiler. 

a. De elektrische boiler dient ter vervanging van een oude gasgeiser en 

b. De elektrische boiler dient ten minste energielabel A te hebben. 

4.9 Zonneboiler

Installeer een zonneboiler voor verwarmen van water of lucht.

a. De zonneboiler dient ter vervanging van een gasgestookte boiler. 

4.10 Elektrisch kooktoestel 

Plaats een elektrische kookplaat toe als vervanging van een aardgasgestookt toestel.

a. Het kooktoestel dient ter vervanging van een aardgasgestookte toestel en

b. Het kooktoestel is nieuw aangeschaft.

4.11 Elektrische oven 

Plaats een elektrische oven toe als vervanging van een aardgasgestookt toestel.

 a. De oven dient ter vervanging van een aardgasgestookte toestel en

b. De oven is nieuw aangeschaft.

 

 

 

Specifiek voor vastgoedpanden met monumentale status

  • 5.

    Thermische schil

5.1 Beglazing 

Plaats isolerende beglazing, monumentenglas en/of binnen- of buitenvoorzetramen in de bestaande thermische schil. Dit kan meervoudig glas met een vacuüm of gasgevulde spouw zijn, gelaagd glas of voorzetbeglazing. 

a. Het isolerend glas heeft een totale warmte-doorlatingscoëfficiënt van maximaal 3,0 W/m2K.

5.2 Dakisolatie 

Pas dakisolatie, vloerisolatie en/of gevelisolatie toe in de bestaande thermische schil.

a. De warmteweerstand van het isolatiemateriaal bedraagt ten minste 2,5 m²K/W.

B. Wanneer er al isolatie is toegepast, maar de Rd-waarde lager is dan vermeld onder a., mag deze isolatie ook vervangen worden.

5.3 Gevelisolatie

Pas gevelisolatie toe in de bestaande thermische schil.

a. De warmteweerstand neemt met ten minste 1,1 m²K/W toe.

b. Wanneer er al isolatie is toegepast, maar de Rd-waarde lager is dan vermeld onder a., mag deze isolatie ook vervangen worden.

5.4 Vloerisolatie

Pas vloerisolatie toe in de bestaande thermische schil.

a. De warmteweerstand van de toe te passen isolatie bedraagt ten minste 3,5 m²K/W.

b.  Wanneer er al isolatie is toegepast, maar de Rd-waarde lager is dan vermeld onder a., mag deze isolatie ook vervangen worden.

5.5 Bodemisolatie

Pas bodemisolatie toe in de bestaande thermische schil.

a. De warmteweerstand van het isolatiemateriaal op de bodem van de kruipruimte bedraagt ten minste 3,5 m²K/W.

b.  Wanneer er al isolatie is toegepast, maar de Rd-waarde lager is dan vermeld onder a., mag deze isolatie ook vervangen worden.

5.6 Kierdichting

Dicht kieren in de bestaande thermische schil af en toon met een blowerdoortest aan dat aan klasse 2 (goed) wordt voldaan.

a. Voor de subsidie dient kierdichtingsmateriaal toe te worden gepast en

b. blowerdoortest conform NEN 2686 of NEN-EN-ISO 9972, waarmee wordt aangetoond dat aan klasse 2, goed (energiezuinig bouwen), wordt voldaan, met een Qv;10- waarde tussen 0,3 en 0,6 dm3/s.m², conform de NEN 2686.

  • 6.

    Overige verduurzamingsmaatregelen bij vastgoedpanden met monumentale status

6.1 Overigeverduurzamingsmaatregelen

Voor alle maatregelen uit categorie 1, 2, 3 en 4 mag ook subsidie worden aangevraagd door panden met een monumentale status.

Bijlage 2

Thema 

Activiteit en toelichting

Randvoorwaarden 

  • 1.

    Advies 

1.1 Energieadvies 

Laat energieadvies met NTA 8800-berekening opstellen.

Met een energieadvies met NTA 8800-berekening wordt inzichtelijk gemaakt welke maatregelen nog getroffen moeten worden ten behoeve van energiebesparing en energieprestatie van een gebouw.  Daarnaast is de NTA 8800-methode verplicht om een nieuw energielabel op te kunnen stellen.

a. De NTA 8800-methode mag alleen worden toegepast door een vakbekwaam energieprestatie-adviseur (EPA-U-adviseur). 

 

1.2 Energielabel 

Laat een energielabel opstellen en registreren.

a. Het nieuw geregistreerd energielabel is C of beter.  

b. Het energielabel is opgesteld volgens de NTA 8800-methode door een vakbekwaam EPA-U-adviseur. 

1.3 Energieadvies DuMo

 

Laat Duurzaam monumentenadvies (DuMo) opstellen.

Het DuMo-advies is bestemd voor het inzichtelijk maken van maatregelen ten behoeve van energiebesparing voor monumenten en bestaande uit: maatwerkadvies uitgevoerd volgens de in de beroepsgroep geldende normen, met dien verstande dat daarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige monumentale waarden op basis van een door een bouw- of architectuurhistoricus opgesteld rapport over de aanwezige monumentale waarden.

 

Toelichting

Algemene toelichting

Burgemeester en wethouders hebben deze nadere regel vastgesteld met het doel maatschappelijke ondernemers in Utrecht te stimuleren om verduurzamingsmaatregelen te treffen.

Het Programma Energie Besparen in de gebouwde omgeving, met onderdelen Wonen en Zakelijk en Maatschappelijk vastgoed, is op 16 juni 2022 door de raad vastgesteld. Als doelstelling voor het programma energie besparen gebouwde omgeving is vastgesteld dat in 2050 35% energie wordt bespaard in de gebouwde omgeving ten opzichte van het energieverbruik in 2020.

Door vaststelling van deze regeling wordt uitvoering gegeven aan de doelstellingen van het programma energie besparen met betrekking tot het onderdeel maatschappelijk vastgoed. De doelgroep die gebruik kan maken van de subsidie wordt ruimer dan in de huidige regeling. Daarnaast wordt het aantal maatregelen waarvoor subsidie aangevraagd kan worden verruimd.

Staatssteun

Subsidies op grond van deze nadere regel vormen mogelijk staatsteun. Voor zover de subsidie wordt verleend aan entiteiten die geen onderneming zijn, of wanneer de subsidie een zuiver lokaal karakter heeft, betreft de subsidie op grond van deze regeling geen staatssteun. Indien wel sprake is van staatssteun, wordt subsidie op grond van deze regeling alleen verleend wanneer aan de voorwaarden van artikelen 38 bis en/of artikel 41 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (Algemene Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 zoals laatst gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/1315, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2023, L 167)) wordt voldaan, of wanneer aan de voorwaarden van de reguliere De-minimisverordening (Verordening (EU) van de Europese Commissie met nr. 2023/2831 van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun) wordt voldaan.