Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen inzake mandaat Stichting Minters voor de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer

Geldend van 13-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen inzake mandaat Stichting Minters voor de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer

Het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen,

overwegende dat:

  • op 1 januari 2026 de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (hierna: Wmebv) in werking is getreden;

  • in het kader van de invoering van de Wmebv artikel 2:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt gewijzigd;

  • op grond van het gewijzigde artikel 2:13, tweede lid Awb een bestuursorgaan een elektronische wijze van verzenden kan aanwijzen;

  • de bevoegdheden om aanvragen kinderopvang op grond van Sociaal Medische Indicatie af te handelen is gemandateerd aan de managers van Stichting Minters;

  • in die gevallen het college het bestuursorgaan is dat de elektronische wijze van verzenden kan aanwijzen;

  • het college mandaat wil verlenen aan de managers van Stichting Minters voor het aanwijzen van elektronische kanalen ten aanzien van de gemandateerde bevoegdheden;

gelet op artikel 2:13, tweede lid en afdeling 10.1.1 van de Awb;

besluit:

Artikel 1 Mandaatverlening Wmebv

Aan de managers van Stichting Minters wordt mandaat verleend voor het aanwijzen van het elektronische kanalen als bedoeld in artikel 2:13, tweede lid, van de Awb, ten aanzien van de bevoegdheden die aan de managers zijn gemandateerd.

Artikel 2 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 3 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Wmebv Minters.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 3 februari 2026 door:

burgemeester en wethouders van Vlaardingen,

de secretaris,

drs. E. Stolk

de burgemeester,

dhr. E.F.A. Zevenbergen