Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756919
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756919/1
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 27 januari 2026 tot stimulering van biodiversiteit en verbetering van de ecologische kwaliteit van de leefomgeving (Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant)
Geldend van 13-02-2026 t/m heden
Intitulé
Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 27 januari 2026 tot stimulering van biodiversiteit en verbetering van de ecologische kwaliteit van de leefomgeving (Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant)[Een deel van de tekst van deze bekendmaking is overeenkomstig artikel 7 lid 2 Bekendmakingswet bekendgemaakt en hier beschikbaar: Bijlage 2 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant en Bijlage 3 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant.]
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
Overwegende dat het wenselijk is de bestaande Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te herstructureren in twee nieuwe subsidieregelingen;
Overwegende dat GS als onderdeel van deze herstructurering een Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant wensen vast te stellen, gericht op het versterken van biodiversiteit buiten Natura 2000-gebieden en op het verbeteren van de ecologische kwaliteit van de leefomgeving;
Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
§ 1 Biodiversiteit en leefgebieden; uitvoering
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv : Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
bijdrage in natura: uren, zaken of diensten die aantoonbaar om niet zijn ingebracht door een derde;
bosrevitalisering: maatregelen gericht op het herstel en de verbetering van de bodemkwaliteit en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur;
geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;
hydrologisch onderzoek: onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen en processen van het grond- en oppervlaktewatersysteem, met als doel inzicht te verkrijgen voor hydrologisch systeemherstel en het tegengaan van verdroging;
indirecte kosten: kosten die niet rechtstreeks aan de kostendrager kunnen worden toegerekend;
LESA: landschapsecologische systeemanalyse, een methode om inzicht te krijgen in het ontstaan en het huidige functioneren van een natuurgebied of beheertype vanuit historisch, fysisch-geografisch, hydrologisch en ecologisch perspectief;
maatregelenkaart: Maatregelenkaart voor Biodiversiteit en Leefgebieden in Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
prioritaire soorten: plant- of diersoorten, opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling;
toelichting maatregelenkaart: toelichting op de maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
Artikel 1.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van maatregelen gericht op het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden in de provincie Noord-Brabant.
Artikel 1.3 Doelgroep
-
1. Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
- a.
rechtspersonen;
- b.
een samenwerkingsverband van rechtspersonen;
- c.
een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.
- a.
-
2. Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit:
- a.
wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;
- b.
draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.
- a.
Artikel 1.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 1.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden, door het uitvoeren van maatregelen:
- a.
in steden;
- b.
in agrarische landschappen;
- c.
in overige gebieden.
Artikel 1.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
- b.
de aangevraagde subsidie meer bedraagt dan € 400.000;
- c.
de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000;
- d.
het project geheel of gedeeltelijk behoort tot de wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager, met uitzondering van een herplantplicht of andere verplicht gestelde natuurcompensatie, voor zover deze verplichting rechtstreeks verband houdt met het vellen van houtopstanden binnen het project;
- e.
het project gericht is op het behoud en herstel van vennen met ecotooptype V1, V2, V3 of V6;
- f.
het project voor meer dan 30% gericht is op de bestrijding of beheersing van invasieve exoten;
- g.
het project gericht is op bosrevitalisering;
- h.
voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt;
- i.
voor het project subsidie of een bijdrage kan worden aangevraagd op grond van een andere paragraaf van deze regeling of een andere provinciale regeling.
Artikel 1.7 Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;
- b.
het project is gericht op de uitvoering van maatregelen die bijdragen aan het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden;
- c.
het project omvat één of meer maatregelen die zijn opgenomen op de maatregelenkaart of in de toelichting maatregelenkaart;
- d.
indien het project gericht is op herstel van leefgebied, monitort de subsidieaanvrager de voortgang en de resultaten van het project;
- e.
het project is financieel haalbaar;
- f.
het project kan uiterlijk vijf jaar na verlening van de subsidie worden afgerond.
Artikel 1.8 Subsidiabele kosten
-
1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten van uitvoeringswerkzaamheden die betrekking hebben op maatregelen die zijn opgenomen op de maatregelenkaart of in de toelichting maatregelenkaart;
- b.
kosten voor het uitvoeren van hydrologisch onderzoek of een LESA, tot een maximum van € 50.000;
- c.
indirecte kosten, met uitzondering van de kosten onder b, tot een maximum van 30% van de totale subsidiabele kosten;
- d.
kilometervergoedingen voor werkzaamheden als bedoeld onder a of b, tot een maximum van € 0,23 per kilometer, inclusief eventuele niet-verrekenbare of niet compensabele btw;
- e.
aanplantkosten buiten het projectgebied die voortvloeien uit een herplantplicht of andere verplicht gestelde natuurcompensatie, tot een maximum van € 20.000 per hectare, voor zover deze verplichting rechtstreeks verband houdt met het vellen van houtopstanden binnen het project.
- a.
-
2. Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c of e, arbeids- of personeelsuren van de subsidieaanvrager betreffen, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, op basis van een forfaitair uurtarief als bedoeld in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert voor het forfaitaire uurtarief een bedrag van:
- a.
€ 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau;
- b.
€ 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau;
- c.
€ 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.
- a.
-
3. Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c of e, worden uitgevoerd door derden, geldt een maximum uurtarief van € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet-verrekenbare of niet-compensabele btw.
-
4. Indien de werkzaamheden, bedoeld onder a, b, c of e, worden uitgevoerd door vrijwilligers, stagiairs of studenten, geldt een maximumvergoeding van € 5,00 per uur.
Artikel 1.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 1.8 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten gemaakt voor indiening van de subsidieaanvraag;
- b.
kosten waarvoor reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt;
- c.
kosten voor stelposten, reserveringen of onvoorziene uitgaven;
- d.
kosten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager, met uitzondering van aanplantkosten buiten het projectgebied die voortvloeien uit een herplantplicht of andere verplicht gestelde natuurcompensatie, voor zover deze verplichting rechtstreeks verband houdt met het vellen van houtopstanden binnen het project;
- e.
bijdragen in natura.
Artikel 1.10 Vereisten subsidieaanvraag
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 3 maart 2026 tot en met 3 november 2026.
-
2. De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:
- a.
een projectplan, waaruit blijkt op welke wijze aan de vereisten in deze paragraaf wordt voldaan;
- b.
één geopackage met de beoogde locatie van de maatregelen en eventuele onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant;
- c.
een monitoringsplan, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 1.7, onder d, wordt voldaan;
- d.
een sluitende en realistische begroting, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 1.7, onder e, wordt voldaan;
- e.
een realistische planning, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 1.7, onder f, wordt voldaan;
- f.
een communicatieplan.
- a.
Artikel 1.11 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 1.10, eerste lid, vast op:
- a.
€ 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 1.5, onder a;
- b.
€ 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 1.5, onder b;
- c.
€ 2.200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 1.5, onder c.
Artikel 1.12 Subsidiehoogte
-
1. De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 1.5, onder a en b, bedraagt 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000.
-
2. De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 1.5, onder c, bedraagt 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 400.000.
Artikel 1.13 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
-
4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
-
5. De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
- a.
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
- b.
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
- a.
Artikel 1.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. De subsidieontvanger:
- a.
start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie;
- b.
rondt het project af binnen vijf jaar na verlening van de subsidie;
- c.
zorgt voor communicatie over het project;
- d.
laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project.
- a.
-
2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
Artikel 1.15 Verantwoording
-
1. Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
- a.
een activiteitenverslag;
- b.
één geopackage met de exacte locatie van de maatregelen en eventuele onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant;
- c.
indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 1.14, eerste lid, onder d, ten goede zijn gekomen aan het project.
- a.
-
2. Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
- a.
een activiteitenverslag;
- b.
één geopackage met de exacte locatie van de maatregelen en eventuele onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant;
- c.
een financieel projectverslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Asv;
- d.
een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2°, van de Asv;
- e.
indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 1.14, eerste lid, onder d, ten goede zijn gekomen aan het project.
- a.
Artikel 1.16 Bevoorschotting en betaling
-
1. Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
-
2. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.
Artikel 1.17 Vaststelling
-
1. Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op aanvraag vast op grond van artikel 21, negende lid, van de Asv.
-
2. Bij subsidies van € 125.000 en hoger stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op aanvraag vast op grond van artikel 22, twaalfde lid, van de Asv.
Artikel 1.18 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 2 Biodiversiteit en leefgebieden; onderzoek
Artikel 2.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
bosrevitalisering: maatregelen gericht op het herstel en de verbetering van de bodemkwaliteit en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur;
geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie;
maatregelenkaart: Maatregelenkaart voor Biodiversiteit en Leefgebieden in Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
prioritaire soorten: soorten, opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling;
rode lijst: nationale lijst van verdwenen, ernstig bedreigde, bedreigde, kwetsbare en gevoelige dier- en plantensoorten, waaraan bijzondere aandacht moet worden besteed voor de instandhouding, als bijlage opgenomen bij het Besluit Rode lijsten flora en fauna;
toelichting maatregelenkaart: toelichting op de maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
Artikel 2.2 Doel
Deze paragraaf heeft tot doel het ondersteunen van onderzoek dat bijdraagt aan het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden in de provincie Noord-Brabant.
Artikel 2.3 Doelgroep
-
1. Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
- a.
rechtspersonen;
- b.
een samenwerkingsverband van rechtspersonen;
- c.
een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.
- a.
-
2. Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit:
- a.
wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid;
- b.
draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.
- a.
Artikel 2.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 2.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden, door het uitvoeren van onderzoek.
Artikel 2.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;
- b.
de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000;
- c.
het project geheel of gedeeltelijk behoort tot de wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager;
- d.
het project gericht is op bosrevitalisering;
- e.
voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt; of
- f.
voor het project subsidie of een bijdrage kan worden aangevraagd op grond van een andere paragraaf van deze regeling of een andere provinciale regeling.
Artikel 2.7 Subsidievereisten
Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het project wordt uitgevoerd in, of is aantoonbaar gericht op, de provincie Noord-Brabant;
- b.
het project is gericht op het uitvoeren van onderzoek naar het behoud of herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden;
- c.
het onderzoeksvoorstel draagt bij aan de doelen zoals opgenomen op de maatregelenkaart of in de toelichting maatregelenkaart;
- d.
het onderzoek levert aantoonbaar nieuwe kennis op;
- e.
het onderzoek wordt uitgevoerd door een partij die beschikt over aantoonbare ervaring en deskundigheid met betrekking tot het onderwerp van het onderzoek;
- f.
het project is financieel haalbaar;
- g.
het project kan uiterlijk vijf jaar na verlening van de subsidie worden afgerond.
Artikel 2.8 Subsidiabele kosten
-
1. Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten van onderzoekswerkzaamheden die betrekking hebben op maatregelen die zijn opgenomen op de maatregelenkaart of in de toelichting maatregelenkaart;
- b.
kilometervergoedingen voor werkzaamheden als bedoeld onder a, tot een maximum van € 0,23 per kilometer, inclusief eventuele niet-verrekenbare of niet compensabele btw.
- a.
-
2. Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, arbeids- of personeelsuren van de subsidieaanvrager betreffen, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze op basis van een forfaitair uurtarief als bedoeld in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van:
- a.
€ 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau;
- b.
€ 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau;
- c.
€ 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.
- a.
-
3. Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden uitgevoerd door derden, geldt een maximum uurtarief van € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet-verrekenbare of niet-compensabele btw.
-
4. Indien de werkzaamheden, bedoeld onder a, worden uitgevoerd door vrijwilligers, stagiairs of studenten, geldt een maximumvergoeding van € 5,00 per uur.
Artikel 2.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 2.8 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten die zijn gemaakt voor indiening van de aanvraag;
- b.
kosten waarvoor reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt;
- c.
kosten voor stelposten, reserveringen of onvoorziene uitgaven;
- d.
kosten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager.
Artikel 2.10 Aanvraagvereisten
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 3 maart 2026 tot en met 3 november 2026.
-
2. De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:
- a.
een projectplan, waaruit blijkt op welke wijze aan de vereisten in deze paragraaf wordt voldaan;
- b.
een sluitende en realistische begroting, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 2.7. onder f, wordt voldaan;
- c.
een realistische planning, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 2.7, onder g, wordt voldaan;
- d.
één geopackage met de beoogde locatie van het onderzoek, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant;
- e.
een communicatieplan.
- a.
Artikel 2.11 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 2.10, eerste lid, vast op € 300.000.
Artikel 2.12 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000.
Artikel 2.13 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
-
4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
-
5. De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
- a.
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
- b.
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
- a.
Artikel 2.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. De subsidieontvanger:
- a.
start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie;
- b.
rondt het project af binnen vijf jaar na verlening van de subsidie;
- c.
maakt de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk voor derden;
- d.
laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project.
- a.
-
2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.
Artikel 2.15 Verantwoording
De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
- a.
een activiteitenverslag;
- b.
het onderzoeksrapport;
- c.
één geopackage met de exacte locatie van het onderzoek, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant;
- d.
indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onder d, ten goede zijn gekomen aan het project.
Artikel 2.16 Bevoorschotting en betaling
-
1. Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
-
2. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.
Artikel 2.17 Subsidievaststelling
Gedeputeerde Staten stellen subsidies op aanvraag vast op grond van artikel 21, negende lid, van de Asv.
Artikel 2.18 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 3 Aanleg faunavoorzieningen gemeentewegen
Artikel 3.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
aanpassen van een faunavoorziening: wijzigen van een bestaande faunavoorziening met het doel de werking daarvan te verbeteren of deze geschikt te maken voor een andere faunasoort;
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
ecologische verbindingszone: ecologische verbindingszone als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;
faunavoorziening: voorziening bij een gemeentelijke weg die is bedoeld om de negatieve gevolgen van de weg voor de fauna zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken;
herstel faunavoorziening: in zodanige staat brengen van een bestaande faunavoorziening dat deze gedurende ten minste tien jaar in stand kan worden gehouden;
ontsnippering: aanleg, aanpassing of herstel van faunavoorzieningen bij gemeentelijke wegen met als doel het opheffen van de barrièrewerking van deze wegen voor fauna.
Artikel 3.2 Doel
Deze paragraaf heeft tot doel het ondersteunen van projecten die bijdragen aan het verminderen van de barrièrewerking van gemeentelijke wegen voor fauna in de provincie Noord-Brabant.
Artikel 3.3 Doelgroep
Subsidie kan worden aangevraagd door:
- a.
gemeenten;
- b.
waterschappen.
Artikel 3.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 3.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op ontsnippering door middel van:
- a.
de aanleg van faunavoorzieningen;
- b.
de aanpassing van bestaande faunavoorzieningen;
- c.
het herstel van faunavoorzieningen.
Artikel 3.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
reeds voor 1 juli 2025 begonnen is met de uitvoering van het project;
- b.
de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 7.500;
- c.
voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt; of
- d.
voor het project subsidie of een bijdrage kan worden aangevraagd op grond van een andere paragraaf van deze regeling of een andere provinciale regeling.
Artikel 3.7 Subsidievereisten
-
1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het project wordt uitgevoerd in Noord-Brabant;
- b.
het project is gericht op
- 1°.
de aanleg van faunavoorzieningen;
- 2°.
de aanpassing van bestaande faunavoorzieningen; of
- 3°.
het herstel van faunavoorzieningen;
- 1°.
- c.
de te realiseren, aan te passen of te herstellen faunavoorziening is geschikt voor de betreffende faunasoort;
- d.
de te realiseren, aan te passen of te herstellen faunavoorziening maakt uitwisseling van fauna mogelijk, overeenkomstig de uitgangspunten van de geldende leidraad faunavoorzieningen bij infrastructuur;
- e.
het onderhoud van de faunavoorziening is geborgd voor een periode van ten minste tien jaar;
- f.
het project is financieel haalbaar.
- a.
-
2. Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.5, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan een van de volgende vereisten:
- a.
het project wordt uitgevoerd in of nabij een gebied dat als knelpuntengebied is aangeduid op de kaart, opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling;
- b.
het project heeft betrekking op een bestaande weg of waterloop, in beheer bij een gemeente of waterschap, die een ecologische verbindingszone kruist of raakt;
- c.
het project heeft betrekking op een bestaande weg of waterloop, in beheer bij een gemeente of waterschap, in de provincie Noord-Brabant, waar aantoonbaar sprake is van frequente fauna-slachtoffers door verkeer; of
- d.
uit een onderbouwing van een ecologisch deskundige blijkt dat de faunavoorziening noodzakelijk is.
- a.
Artikel 3.8 Subsidiabele kosten
Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten voor de aanleg, aanpassing of het herstel van een faunavoorziening;
- b.
kosten derden voor het opstellen en uitwerken van een projectplan als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, waaronder uitsluitend worden verstaan kosten voor advies-, ontwerp-, teken- en berekeningswerkzaamheden, gemaakt voorafgaand aan de uitvoering van het project, tot een maximaal uurtarief van € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet-verrekenbare of niet-compensabele btw, en tot een maximum van 15% van de totale subsidiabele kosten.
Artikel 3.9 Niet subsidiabele kosten
In afwijking van artikel 3.8 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
kosten waarvoor reeds subsidie of bijdrage is verstrekt;
- b.
kosten die verband houden met de uitvoering van een bestaand convenant, een bestaande regeling of een bestaande afspraak;
- c.
kosten voor onderhoud of andere reguliere taken van de aanvrager;
- d.
arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager.
Artikel 3.10 Aanvraagvereisten
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 17 maart 2026 tot en met 3 november 2026.
-
2. De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:
- a.
een projectplan, waaruit blijkt op welke wijze aan de vereisten in deze paragraaf wordt voldaan;
- b.
een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties, waaruit blijkt dat aan het vereiste, genoemd in artikel 3.7, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a, wordt voldaan;
- c.
een sluitende en realistische begroting, waarbij de kosten zijn uitgesplitst per faunavoorziening en waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 3.7, eerste lid, onder f, wordt voldaan.
- a.
Artikel 3.11 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 3.10, eerste lid, vast op € 720.000.
Artikel 3.12 Subsidiehoogte
De hoogte van de subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten, tot een maximum per faunavoorziening van € 75.000.
Artikel 3.13 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
-
4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
-
5. De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
- a.
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
- b.
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
- a.
Artikel 3.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. De subsidieontvanger:
- a.
start het project binnen zes maanden na verlening van de subsidie;
- b.
rondt het project af binnen twee jaar na verlening van de subsidie;
- c.
houdt het project, in aanvulling op artikel 16, eerste lid, onderdeel b, van de Asv, tenminste 10 jaar na vaststelling van de subsidie in stand.
- a.
-
2. Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal twee jaar.
Artikel 3.15 Verantwoording
-
1. Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:
- a.
foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
- b.
indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
- a.
-
2. Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:
- a.
een activiteitenverslag;
- b.
foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
- c.
indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
- a.
-
3. Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger op grond van artikel 22, dertiende lid, van de Asv, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:
- a.
een activiteitenverslag;
- b.
foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project;
- c.
indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
- a.
Artikel 3.16 Bevoorschotting en betaling
-
1. Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.
-
2. Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.
Artikel 3.17 Subsidievaststelling
-
1. Bij subsidies tot € 25.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vast.
-
2. Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op aanvraag vast overeenkomstig artikel 21, negende lid, van de Asv.
-
3. Bij subsidies van € 125.000 en hoger stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op grond van artikel 22, dertiende lid, van de Asv, op aanvraag vast overeenkomstig artikel 21, negende lid, van de Asv.
Artikel 3.18 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.
§ 4 Preventieve maatregelen wolvenschade
Artikel 4.1 Begripsbepalingen
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
aanval: aanval waarbij één of meer landbouwhuisdieren zijn gedood of verwond, en waarbij BIJ12 heeft vastgesteld dat schade door een wolf niet kan worden uitgesloten;
Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;
de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352) dan wel in Verordening (EU) 2023/2831 van de Europese Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831);
diergezondheidswetgeving: Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (PbEU 2016 L84/1);
faunaschade preventiekit, module wolven: door BIJ12 gepubliceerd overzicht van preventieve maatregelen ter voorkoming en beperking van schade door wolven, waaronder uitgangspunten voor vaste en verplaatsbare wolfwerende afrasteringen;
identificatie- en registratiesysteem van dieren: door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beheerd systeem voor de identificatie en registratie van dieren, waarin iedere Nederlandse landbouwhuisdierenhouder met een uniek bedrijfsnummer (UBN) is opgenomen;
landbouwhuisdieren: bedrijfsmatig of hobbymatig gehouden schapen, geiten, paardachtigen, runderen, varkens, alpaca’s en lama’s die zijn opgenomen in het identificatie- en registratiesysteem van dieren, of die zijn geregistreerd op grond van de diergezondheidswetgeving, met uitzondering van grote wilde of semi-wilde grazers die in sociaal kuddeverband leven in natuurgebieden;
urgentie: een situatie waarin binnen een periode van zeven dagen, gerekend vanaf de dag waarop het eerste landbouwhuisdier is gedood of verwond, binnen dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente sprake is van ten minste twee afzonderlijke aanvallen op landbouwhuisdieren op verschillende dagen.
Artikel 4.2 Doel
Deze paragraaf heeft als doel het stimuleren van preventieve maatregelen die gericht zijn op het voorkomen en beperken van schade door wolven aan landbouwhuisdieren in de provincie Noord-Brabant, zowel binnen het gebied dat is weergegeven op de kaart in bijlage 5 bij deze regeling, als – in geval van urgentie – daarbuiten.
Artikel 4.3 Doelgroep
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:
- a.
houders van landbouwhuisdieren;
- b.
terreinbeherende organisaties en grondeigenaren die landbouwhuisdieren inzetten voor begrazing op door hen beheerde of in eigendom zijnde terreinen, met uitzondering van gemeenten en waterschappen.
Artikel 4.4 Subsidievorm
Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.
Artikel 4.5 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op vermindering of voorkoming van schade aan landbouwhuisdieren binnen het gebied dat is weergegeven op de kaart opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling, of – in geval van urgentie – daarbuiten, in de vorm van:
- a.
het aanleggen van een vaste wolfwerende afrastering als bedoeld in paragrafen 3.1.1 en 3.1.2. van de faunaschade preventiekit, module wolven;
- b.
het plaatsen van een verplaatsbare wolfwerende afrastering als bedoeld in paragrafen 3.1.3 en 3.1.4. van de faunaschade preventiekit, module wolven; of
- c.
het aanpassen van een bestaande vaste of verplaatsbare afrastering tot een wolfwerende afrastering als bedoeld in paragraaf 3.1 van de faunaschade preventiekit, module wolven.
Artikel 4.6 Weigeringsgronden
Subsidie wordt geweigerd indien:
- a.
het project niet bijdraagt aan de bescherming van landbouwhuisdieren tegen aanvallen van een wolf;
- b.
het project wordt uitgevoerd buiten het gebied dat is weergegeven op de kaart opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling, tenzij sprake is van urgentie;
- c.
het project geen betrekking heeft op landbouwhuisdieren;
- d.
het project is uitgevoerd vóór 28 september 2020;
- e.
in geval van urgentie de aanvraag niet binnen vier weken na het ontstaan van die urgentie is ingediend;
- f.
voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt;
- g.
de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4.3, onder a, het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 50.000 heeft overschreden, berekend over het lopende kalenderjaar en de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren;
- h.
de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 4.3, onder b, het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 300.000 heeft overschreden, berekend over het lopende kalenderjaar en de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren.
Artikel 4.7 Subsidievereisten
-
1. Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
het project wordt of is uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant;
- b.
het project is gericht op vermindering of voorkoming van schade aan landbouwhuisdieren binnen het gebied dat is weergegeven op de kaart opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling, of – in geval van urgentie – daarbuiten, in de vorm van:
- 1°.
het aanleggen van een vaste wolfwerende afrastering als bedoeld in paragrafen 3.1.1 en 3.1.2 van de faunaschade preventiekit, module wolven;
- 2°.
het plaatsen van een verplaatsbare wolfwerende afrastering als bedoeld in paragrafen 3.1.3 en 3.1.4 van de faunaschade preventiekit, module wolven; of
- 3°.
het aanpassen van een bestaande vaste of verplaatsbare afrastering tot een wolfwerende afrastering als bedoeld in paragraaf 3.1 van de faunaschade preventiekit, module wolven;
- 1°.
- c.
de vaste of verplaatsbare wolfwerende afrastering en de bijbehorende onderdelen en materialen voldoen aan de specificaties in paragraaf 3.1 van de faunaschade preventiekit, module wolven;
- d.
het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat wordt ingezet op het terrein waarop de maatregelen worden of zijn uitgevoerd, wordt aangetoond:
- 1°.
voor alpaca’s en lama’s door een recent afschrift van de registratie op grond van de diergezondheidswetgeving;
- 2°.
voor overige landbouwhuisdieren door vier uitdraaien van het identificatie- en registratiesysteem van dieren met de peildata 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november, in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanschaf van wolfwerende maatregelen.
- 1°.
- a.
-
2. Onverminderd het eerste lid wordt om voor subsidie in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
vaste wolfwerende afrastering met toebehoren wordt ingezet binnen het gebied dat is weergegeven op de kaart opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling, of daarbuiten in geval van urgentie;
- b.
verplaatsbare wolfwerende afrastering met toebehoren wordt ten minste twee weken per kalenderjaar ingezet binnen het gebied op de kaart opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling, of zo vaak als noodzakelijk in geval van urgentie.
- a.
-
3. Onverminderd het eerste en het tweede lid, is voor een subsidie voor een draad-opwindsysteem of een systeem voor het op- en afrollen van een verplaatsbare wolfwerende afrastering, vereist dat het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren minimaal bedraagt:
- a.
10 paardachtigen en runderen; of
- b.
100 schapen, geiten, lama’s en alpaca’s.
- a.
Artikel 4.8 Subsidiabele kosten
Voor subsidie gelden vaste bedragen.
Artikel 4.9 Aanvraagvereisten
-
1. Subsidieaanvragen worden ingediend van 18 februari 2026 tot en met 6 mei 2026.
-
2. De subsidieaanvraag bevat een projectplan waarin in ieder geval is opgenomen:
- a.
gespecificeerde facturen van de gerealiseerde maatregelen en bewijs van betaling;
- b.
het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat wordt ingezet op het terrein waarop de maatregelen worden of zijn uitgevoerd, aangetoond op de wijze, genoemd in artikel 4.7, eerste lid, onder d;
- c.
indien de aanvraag wordt ingediend door een aanvrager als bedoeld in artikel 4.3, onder b, een afschrift van het contract met de houder van landbouwhuisdieren waaruit het aantal ingezette dieren blijkt;
- d.
fotomateriaal van de wolfwerende afrastering;
- e.
een overzichtskaart waarop de locatie van de vaste wolfwerende afrastering is aangegeven;
- f.
het kadastraal nummer van de locatie van de vaste wolfwerende afrastering;
- g.
het aantal strekkende meters afrastering;
- h.
een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.
- a.
Artikel 4.10 Subsidieplafond
Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4.5 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, eerste lid, vast op € 100.000.
Artikel 4.11 Subsidiehoogte
-
1. De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 4.5, onder a, bedraagt in totaal maximaal € 20.000 en bestaat uit:
- a.
een bedrag van € 570; en
- b.
€ 3,40 per strekkende meter vaste wolfwerende afrastering, met een maximum van € 680 per dier voor paardachtigen en runderen en € 114 per dier voor andere soorten, waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat wordt ingezet op het terrein waarop de maatregelen worden of zijn uitgevoerd.
- a.
-
2. De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 4.5, onder b, bedraagt in totaal maximaal € 20.000 en bestaat uit:
- a.
€ 34 per dier, waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het gemiddeld aantal landbouwhuisdieren dat wordt ingezet op het terrein waarop de maatregelen worden of zijn uitgevoerd; en
- b.
€ 4.500 voor een draad-opwindsysteem of ander systeem voor het op- en afrollen van verplaatsbare wolfwerende afrastering, mits deze afrastering een wolfwerende afrastering met draden betreft.
- a.
-
3. De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 4.5, onder c, bedraagt in totaal maximaal € 20.000 en bestaat uit 50% van de subsidiebedragen voor vaste afrasteringen als bedoeld in het eerste lid, respectievelijk 50% van de subsidiebedragen voor verplaatsbare afrasteringen als bedoeld in het tweede lid.
-
4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid, wordt aan de subsidieaanvrager maximaal een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden, berekend over het lopende kalenderjaar en de twee kalenderjaren daaraan voorafgaand.
Artikel 4.12 Verdelingswijze
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
-
2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
-
3. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
-
4. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
-
5. De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:
- a.
opeenvolgend zijn in de rangschikking; en
- b.
die volledig gehonoreerd kunnen worden.
- a.
Artikel 4.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger:
- a.
zet een vaste wolfwerende afrastering met toebehoren uitsluitend in binnen het gebied dat is weergegeven op de kaart opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling, of – in geval van urgentie – daarbuiten;
- b.
zet een verplaatsbare wolfwerende afrastering met toebehoren ten minste twee weken per kalenderjaar in binnen het gebied dat is weergegeven op de kaart opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling, of – ingeval van urgentie – zo vaak als noodzakelijk;
- c.
treft adequate maatregelen ter voorkoming van diefstal van de wolfwerende afrastering en de daarbij behorende toebehoren;
- d.
draagt zorg voor deugdelijk onderhoud van de wolfwerende afrastering en toebehoren en plaatst deze overeenkomstig de vereisten in paragraaf 3.1 van de faunaschade preventiekit, module wolven;
- e.
houdt de wolfwerende afrastering en de bijbehorende toebehoren gedurende vijf jaren na subsidieverlening in eigen bezit en gebruik.
Artikel 4.14 Subsidievaststelling
Gedeputeerde Staten stellen de subsidie direct vast op grond van artikel 20, eerste lid, onder a, van de Asv.
Artikel 4.15 Evaluatie
Gedeputeerde Staten zenden in 2026 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze regeling in de praktijk.
§ 5 Slotbepalingen
Artikel 5.1 Overgangsrecht
Op subsidieaanvragen als bedoeld in paragrafen 4, 9, 11 en 15 van de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling, blijft de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant, zoals die luidde de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing.
Artikel 5.2 Bekendmaking
Deze regeling zal in het Provinciaal Blad worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2 en 3 bij deze regeling, die op grond van artikel 7, tweede lid, van de Bekendmakingswet bekend wordt gemaakt.
Artikel 5.3 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 5.4 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant.
Ondertekening
’s-Hertogenbosch, 27 januari 2026
Gedeputeerde Staten voornoemd,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
BIJLAGE 1 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
Maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant
De Maatregelenkaart Biodiversiteit en Leefgebieden in Noord-Brabant, bestaat uit de onderstaande kaartlagen:
Maatregelen landschaps- en systeemniveau
Maatregelen ecotoopniveau
Maatregelen soortniveau
Maatregelkaart - Maatregelen overige
Maatregelkaart – Maatregelen binnen PAS-gebieden
Maatregelkaart – gebiedsindelingen
Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (www.brabant.nl).
BIJLAGE 2 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
Deze bijlage wordt overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Bekendmakingswet digitaal bekend gemaakt en is raadpleegbaar via onderstaande link.
BIJLAGE 3 behorende bij de artikelen 1.1 en 2.1 van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
Deze bijlage wordt overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Bekendmakingswet digitaal bekend gemaakt en is raadpleegbaar via onderstaande link.
BIJLAGE 4 behorende bij artikel 3.7, tweede lid, onder a, van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
Kaart faunavoorzieningen
Deze kaart kan digitaal worden geraadpleegd op het Loket (Externe link:www.brabant.nl)
BIJLAGE 5 behorende bij de artikelen 4.2, 4.5, 4.6, onder b, 4.7, eerste lid, onder b en tweede lid, onder a en b en 4.13, onder a en b, van de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
Toelichting behorende bij de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant
I. Algemeen
1. Aanleiding en doel van de regeling
De provincie Noord-Brabant beschikt sinds langere tijd over de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant. Deze regeling omvat een breed palet aan subsidies op het terrein van natuur, biodiversiteit en leefgebieden. In de loop der jaren is deze regeling inhoudelijk uitgebreid en aangepast, waardoor een complex geheel aan paragrafen en thema’s is ontstaan.
Tegelijkertijd is het provinciale natuurbeleid steeds verder uitgekristalliseerd langs twee hoofdlijnen:
- •
het Natura 2000-beleid, gericht op de instandhouding en verbetering van soorten en habitats in Natura 2000-gebieden; en
- •
het bredere beleid voor biodiversiteit en kwaliteit van de leefomgeving buiten Natura 2000-gebieden, waaronder agrarische landschappen, stedelijke gebieden en overige leefgebieden.
Om de subsidieregelgeving beter te laten aansluiten bij deze onderscheiden beleidsdoelen, hebben Gedeputeerde Staten besloten de bestaande Subsidieregeling natuur Noord-Brabant te herstructureren. Daarbij wordt gewerkt met twee nieuwe, overzichtelijke regelingen:
- •
de Subsidieregeling Natura 2000 Noord-Brabant , gericht op instandhouding en verbetering van soorten en habitats in Natura 2000-gebieden; en
- •
de Subsidieregeling biodiversiteit en leefomgeving Noord-Brabant , gericht op het versterken van biodiversiteit en het verbeteren van de ecologische kwaliteit van de leefomgeving buiten Natura 2000-gebieden.
Met de voorliggende regeling wordt uitvoering gegeven aan de tweede lijn, biodiversiteit en leefomgeving. Hierbij worden relevante paragrafen en thema’s uit de voormalige Subsidieregeling natuur Noord-Brabant ondergebracht in een nieuwe, thematisch samenhangende regeling. Sommige onderdelen worden overgeheveld naar de nieuwe regeling, andere vervallen of worden tijdelijk gehandhaafd zolang hiervoor een lopend aanvraag- of uitvoeringstraject bestaat of nog niet duidelijk is hoe het verder gaat.
Doel van deze regeling is om, in aansluiting op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, duidelijke, uitvoerbare en doelgerichte subsidie-instrumenten te bieden die bijdragen aan:
- •
het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden,
- •
het wegnemen van barrières voor fauna,
- •
het herstel en behoud van specifieke natuurtypen zoals vennen, en
- •
het voorkomen en beperken van schade door wolven aan landbouwhuisdieren.
Juridisch kader
Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer wat de termijnen zijn voor het nemen van een beslissing op een aanvraag en ook bevat de Asv algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht in geval van het niet, niet tijdig of niet geheel verrichten van de activiteiten of het nakomen van de verplichtingen. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten in de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant (Ras) nog diverse algemene bepalingen met betrekking tot subsidie vastgelegd. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies die worden verstrekt op grond van deze subsidieregeling.
Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Awb en de Asv in combinatie met de Ras noodzakelijk.
§ 1 Biodiversiteit en leefgebieden; uitvoering
Deze paragraaf richt zich op concrete uitvoeringsprojecten die bijdragen aan het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden, in steden, agrarische landschappen, en overige gebieden.
De regeling maakt gebruik van een maatregelenkaart en een bijbehorende toelichting maatregelenkaart, waarin de soorten en maatregelen zijn uitgewerkt. Alleen maatregelen die op de kaart of in de toelichting zijn opgenomen, komen in aanmerking, om zo de middelen te richten op prioritaire doelen en de afwegingsruimte transparant te houden.
Er gelden minimale en maximale subsidiebedragen om de uitvoerbaarheid te waarborgen en de administratieve last te beperken. De subsidiabele kosten zijn afgebakend (o.a. uitvoeringskosten, onderzoek, indirecte kosten, kilometervergoedingen, aanplant bij velling) en er is voorzien in een uniforme systematiek voor uurtarieven en vergoedingen.
Staatssteun
Er is specifiek in beeld welke maatregelen getroffen moeten worden per leefgebied, deze zijn opgenomen in vastgestelde leefgebiedsplannen en op kaart aangeduid. Andere dan de beschreven maatregelen komen niet voor steun in aanmerking.
Doordat de activiteiten en maatregelen specifiek in beeld zijn, kan vastgesteld worden dat voor deze paragraaf geen sprake is van economische activiteiten, maar van natuurbeheer- en behoud.
Daar waar mogelijk kruis subsidiëring kan zijn met andere economische activiteiten van de aanvrager, is gezorgd voor een gescheiden boekhouding. Eventuele economische opbrengsten van het project moeten direct ten goede komen aan het project. Zij worden dus feitelijk in mindering gebracht op de gemaakte kosten.
§ 2 Biodiversiteit en leefgebieden; onderzoek
Deze paragraaf richt zich op onderzoeksprojecten ten behoeve van prioritaire soorten en leefgebieden. Het gaat om projecten die bijdragen aan kennisontwikkeling, aansluiten bij de doelen van de maatregelenkaart en de toelichting maatregelenkaart, en aantoonbaar nieuwe kennis opleveren.
De doelgroep en kostenstructuur sluiten aan bij de uitvoeringsparagraaf, maar hier wordt gekozen voor een subsidiehoogte van 100% tot een bepaald maximum, passend bij de aard van onderzoeksprojecten (waar doorgaans minder ruimte is voor cofinanciering uit directe opbrengsten).
Staatssteun
Er is specifiek in beeld welke maatregelen getroffen moeten worden per leefgebied, deze zijn opgenomen in vastgestelde leefgebiedsplannen en op kaart aangeduid. Andere dan de beschreven maatregelen komen niet voor steun in aanmerking.
Doordat de activiteiten en maatregelen specifiek in beeld zijn, kan vastgesteld worden dat voor deze paragraaf geen sprake is van economische activiteiten, maar van onderzoek gericht op natuurbeheer- en behoud.
Daar waar mogelijk kruis subsidiëring kan zijn met andere economische activiteiten van de aanvrager, is gezorgd voor een gescheiden boekhouding. Eventuele economische opbrengsten van het project moeten direct ten goede komen aan het project. Zij worden dus feitelijk in mindering gebracht op de gemaakte kosten.
§ 3 Aanleg faunavoorzieningen gemeentewegen
Deze paragraaf ondersteunt projecten van gemeenten en waterschappen gericht op ontsnippering: het verminderen van de barrièrewerking van gemeentelijke wegen voor fauna.
Subsidiabel zijn de aanleg van nieuwe faunavoorzieningen, de aanpassing van bestaande voorzieningen, en het herstel van voorzieningen.
De regeling sluit aan bij bestaande beleidsinstrumenten, zoals de ecologische verbindingszones en de Knelpuntenkaart ontsnippering. Er wordt tevens verwezen naar de Leidraad Faunavoorzieningen bij Infrastructuur, zodat de kwaliteit en effectiviteit van de voorzieningen worden geborgd.
De subsidie bedraagt een percentage van de subsidiabele kosten, met een maximum per voorziening, om een efficiënte inzet van middelen te stimuleren.
Staatssteun
Het betreft hier activiteiten gekoppeld aan infrastructuur verricht door mede overheden. Door deze directe koppeling behoren de activiteiten tot de wettelijke taak van deze medeoverheden en is geen sprake van staatssteun.
§ 4 Preventieve maatregelen wolvenschade
Sinds de eerste waarnemingen van wolven in Noord-Brabant in 2019 komt het dier met regelmaat in de provincie voor. Aanvallen op landbouwhuisdieren brengen schade en onzekerheid met zich mee voor veehouders. Om schade te voorkomen kunnen preventieve maatregelen worden genomen. Deze subsidieregeling biedt houders van landbouwhuisdieren en terreinbeheerders een financiële ondersteuning bij het treffen van dergelijke maatregelen.
De subsidieregeling bouwt voort op de in 2022 opengestelde regeling en voorziet in een tegemoetkoming in de kosten voor vaste en verplaatsbare wolfwerende afrasteringen en voor het wolfwerend maken van bestaande afrasteringen. De technische eisen sluiten aan bij de faunaschade preventiekit, module wolven, van BIJ12. Hiermee wordt geborgd dat de voorzieningen voldoen aan actuele inzichten over effectieve preventie.
De regeling kent een vast aangewezen gebied waar preventieve maatregelen structureel noodzakelijk worden geacht. Daarnaast is voorzien in een urgentiebepaling, die het mogelijk maakt om subsidie te verlenen buiten dit gebied wanneer zich binnen korte tijd meerdere aanvallen voordoen in dezelfde of een aangrenzende gemeente. Op deze manier kan snel worden ingespeeld op acute risico’s.
Om te borgen dat de subsidie doelmatig wordt besteed, gelden voorwaarden voor onder andere de inzet en het onderhoud van de voorzieningen, het aantonen van het aantal landbouwhuisdieren en de minimale omvang van diergroepen bij specifieke maatregelen. De subsidie wordt verstrekt via vaste bedragen en valt onder de Europese regels voor de-minimissteun.
Met deze regeling wordt beoogd houders van landbouwhuisdieren en terreinbeheerders te ondersteunen bij het treffen van effectieve preventieve maatregelen, zodat schade door wolven zoveel mogelijk kan worden beperkt.
Staatssteun
De subsidieontvanger en activiteiten kunnen economisch van aard zijn, zodat sprake kan zijn van staatssteun. Daarom wordt gebruik gemaakt van de deminimis verordening.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
de voorzitter,
mr. I.R. Adema
de secretaris,
drs. G.H.E. Derks MPA
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl