Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756907
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756907/1
Participatieverordening Heemstede 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-03-2026
Intitulé
Participatieverordening Heemstede 2026De raad van de gemeente Heemstede;
gelezen het voorstel van het college van 9 december 2025;
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;
besluit de volgende verordening vast te stellen:
Participatieverordening Heemstede 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze verordening worden de volgende begrippen gebruikt:
- -
beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te bereiken;
- -
bestuursorgaan: afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
- -
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede;
- -
initiatief: initiatief van inwoners maatschappelijke partijen of ondernemers met een overwegend maatschappelijke component
- -
inspraak: de mogelijkheid voor inwoners en belanghebbenden om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
- -
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
- -
inwonersparticipatie: de gemeente vraagt inwoners en belanghebbenden mee te denken, -doen of -beslissen over het opstellen, uitvoeren of beoordelen van gemeentelijk beleid, projecten en plannen.;
- -
maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités en andere organisaties die een collectief vormen en die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
- -
ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten
- -
overheidsparticipatie: een inwoner, maatschappelijke partij of ondernemer komt met een initiatief of plan bij de gemeente. Daaronder ook het uitdaagrecht begrepen;
- -
uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
Artikel 2 Reikwijdte
-
1. Elk bestuursorgaan besluit over zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of inwonersparticipatie, overheidsparticipatie of het uitdaagrecht wordt toegepast.
-
2. Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.
-
3. Er vindt geen inwonersparticipatie, overheidsparticipatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats:
- a.
over ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
- b.
als participatie, overheidsparticipatie of uitdaagrecht volgens de wet is uitgesloten;
- c.
als het gaat over de uitvoering van hogere regelgeving waar de gemeente weinig of geen keuzevrijheid in heeft;
- d.
over de vaststelling van de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
- e.
als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inwonersparticipatie niet kan worden afgewacht;
- f.
als het belang van inwonersparticipatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
- a.
Hoofdstuk 2 Inwonersparticipatie
Artikel 3 Participatieplan
-
1. Als inwonersparticipatie wordt toegepast stelt het bestuursorgaan voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, een plan met het proces en de planning van de participatie op.
-
2. Het bestuursorgaan maakt het plan bekend op een manier die past bij de gekozen participatie.
-
3. Afhankelijk van het onderwerp komen in het plan de volgende onderdelen aan de orde:
- a.
de inhoud van de opgave;
- b.
de ruimte voor participatie;
- c.
het doel van de participatie en de mate van invloed van deelnemers aan het proces;
- d.
wie de deelnemers zijn en wat hun rollen zijn.
- a.
-
4. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en biedt het aan de gemeenteraad aan.
Artikel 4 Inspraak
Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.
Artikel 5 Eindverslag inwonersparticipatie
-
1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag van de inwonersparticipatie op en maakt dit openbaar.
-
2. Het eindverslag bevat in elk geval:
- a.
een overzicht van het participatieproces en wie betrokken zijn geweest;
- b.
de schriftelijke en mondelinge reacties/zienswijzen van betrokkenen;
- c.
hoe de reacties/zienswijzen verwerkt zijn.
- a.
Hoofdstuk 3 Overheidsparticipatie en uitdaagrecht
Artikel 6 Verzoek om overheidsparticipatie
-
1. Inwoners, maatschappelijke partijen en ondernemers kunnen bij het college een verzoek om overheidsparticipatie indienen.
-
2. Het verzoek bevat:
- a.
een omschrijving van het initiatief;
- b.
een omschrijving van de maatschappelijke meerwaarde;
- c.
een omschrijving van de doelgroep;
- d.
aantoonbaar draagvlak voor het initiatief in de buurt;
- e.
een planning en een financieel plan.
- a.
-
3. Een contactpersoon van de gemeente begeleidt de verzoekers tijdens het hele proces
Artikel 7 Beoordeling verzoek om overheidsparticipatie
-
1. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
-
2. Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.
-
3. Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:
- a.
het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet;
- b.
het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;
- c.
het verzoek niet voldoet aan de in artikel 6, tweede lid gestelde eisen.
- a.
-
4. Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met 8 weken verlengen (bij complexe initiatieven).
Artikel 8 Uitvoering verzoek om overheidsparticipatie
-
1. Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:
- a.
het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie;
- b.
het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie;
- c.
het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces van de overheidsparticipatie;
- d.
de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie;
- e.
de evaluatie van de overheidsparticipatie.
- a.
Artikel 9 Verzoek om uitdaagrecht
-
1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.
-
2. Het verzoek bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
- a.
een omschrijving van de gemeentelijke taak die de verzoeker wil overnemen;
- b.
uitleg waarom en hoe de verzoeker deze taak beter en/of goedkoper kan uitvoeren;
- c.
duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de verzoeker;
- d.
verzoeker moet kunnen aantonen een sterke connectie te hebben met het gebied waar de taak wordt uitgevoerd;
- e.
een omschrijving van de maatschappelijke meerwaarde van de overname;
- f.
aannemelijk maken dat verzoeker de prestatie kan leveren;
- g.
de juridische organisatie van de verzoekers in het geval er financiële transacties boven de 3000 euro plaatsvinden (bijv. in een stichting of vereniging);
- h.
een indicatie van het draagvlak onder belanghebbenden;
- i.
een indicatie van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;
- j.
een omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft;
- k.
inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn kan worden gewaarborgd.
- a.
-
3. Een contactpersoon van de gemeente begeleidt de verzoekers tijdens het hele proces.
Artikel 10 Beoordeling verzoek om uitdaagrecht
-
1. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
-
2. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.
-
3. Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:
- a.
het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet;
- b.
het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;
- c.
het verzoek niet voldoet aan de in artikel 9, tweede lid gestelde eisen;
- d.
het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft;
- e.
de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt;
- f.
het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;
- g.
het een regulier marktinitiatief betreft.
- a.
-
4. Het bestuursorgaan reageert binnen 12 weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met een jaar verlengen (bij complexe uitdagingen).
-
5. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing openbaar.
Artikel 11 Uitvoering om uitdaagrecht
-
1. Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:
- a.
het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak;
- b.
het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak;
- c.
het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak;
- d.
de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en
- e.
de evaluatie van de uitvoering van de taak.
- a.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 12 Participatie in jaarrekening en begroting
-
1. Het college neemt elk jaar in de begroting de speerpunten voor participatie in het komend jaar op en legt deze ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor.
-
2. Het college doet elk jaar in de jaarrekening verslag van de uitvoering van deze verordening en legt dit ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor.
Artikel 13 Nadere regels college
Het college kan over inwonersparticipatie, overheidsparticipatie of het uitdaagrecht nadere regels vaststellen.
Artikel 14 Hardheidsclausule
Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.
Artikel 15 Intrekking oude verordening
De Inspraakverordening, vastgesteld bij raadsbesluit van 24 november 2005, wordt ingetrokken.
Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel
Deze verordening treedt, voor zover nodig met terugwerkende kracht, in werking op 1 maart 2026.
Artikel 17 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Heemstede 2026.
Ondertekening
Vastgesteld door de raad op 5 februari 2026.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl