Regeling vervalt per 01-01-2031

Subsidieverordening Regio Deal Waterland 2026-2030

Geldend van 13-02-2026 t/m 31-12-2030

Intitulé

Subsidieverordening Regio Deal Waterland 2026-2030

De raad van de gemeente Purmerend,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 december 2025

gelet op artikel 149 en 156 van de Gemeentewet;

gelet op titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

overwegende dat artikel 4:23, eerste lid van de Awb vereist dat voor het verstrekken van subsidie een wettelijk voorschrift is vastgesteld dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt;

dat op 7 november 2025 het Rijk en de vier gemeenten, te weten Purmerend, Waterland, Edam-Volendam en Landsmeer en de Vereniging Ondernemend Waterland, het Talland college en de Purmerendse Scholengroep het convenant Regio Deal Waterland hebben ondertekend;

dat het Rijk bij besluit van 27 november 2025 op basis van artikel 13 van het Besluit specifieke uitkering Regio Deals vierde, vijfde en zesde tranche in dit verband 13 miljoen euro inclusief eventueel verschuldigde BTW heeft verleend aan de Regiokassier van de Regio Deal Waterland, zijnde de gemeente Purmerend;

dat de Regiokassier ook degene is die formeel voor het organiseren van een doelmatige en doeltreffende besteding van deze rijksmiddelen zorg moet dragen;

dat de partijen bij het Convenant Regio Deal Waterland hebben besloten dat subsidie een geschikt instrument is voor de realisatie van de drie Programmalijnen Beter Wonen, Beter Leren en Beter Werken, zoals beschreven in artikel 3 Convenant Regio Deal Waterland;

dat de Regiokassier daarom met de colleges van de vier gemeenten en de andere partijen afspraken over de verdeling van de rijksmiddelen in een samenwerkingsovereenkomst heeft gemaakt ter bekostiging van de uitvoering van deze subsidieverordening ten behoeve van de Regio Deal Waterland;

dat deze verordening helderheid geeft over de wijze hoe de gemeenteraad van de gemeente Purmerend de Regio Deal Waterland wil inzetten op de versterking van de brede welvaart in het Regiodeal gebied door subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen te verstrekken.

B E S L U I T:

de navolgende verordening vast te stellen:

  • Subsidieverordening Regio Deal Waterland 2026-2030

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Definities

  • 1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      Aanvrager: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon, met volledige rechtspersoonlijkheid of een door hen aangewezen penvoerder. De aanvrager kan buiten Waterland gevestigd zijn;

    • b.

      Accountant: een openbaar accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek;

    • c.

      Activiteit: een door de subsidieaanvrager ontplooit initiatief dat gericht is op de realisatie van de programmalijn(-en) van de Regio Deal Waterland, waarvoor een subsidie wordt gevraagd;

    • d.

      Adviescommissie: adviescommissie die het college adviseert over aanvragen die op grond van deze subsidieverordening zijn ingediend;

    • e.

      Akkoordverklaring: een schriftelijke verklaring van de samenwerkingspartijen over de beoogde aanpak en uitvoering van het project, waarvoor subsidie door de penvoerder wordt aangevraagd;

    • f.

      Awb: Algemene wet bestuursrecht;

    • g.

      Bijdrage in natura: een bijdrage van eigen arbeid, het verlenen van een dienst en het inbrengen of ter beschikking stellen van (on)roerende goederen zonder dat daar een dekking uit anderen hoofde of een (evenredige) tegenprestatie tegenover staat;

    • h.

      Cofinanciering: de inbreng van financiële middelen of vergelijkbare bijdrage in natura zoals bedoeld onder g;

    • i.

      College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend;

    • j.

      Convenant: Convenant Regiodeal Waterland;

    • k.

      Penvoerder: een aangewezen deelnemer van het samenwerkingsverband die namens de andere deelnemers wordt beschouwd als de aanvrager en daarom de subsidieaanvraag indient en verantwoordelijkheid draagt voor de naleving van de eisen in deze subsidieverordening alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten en projecten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling en waarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan de van het samenwerkingsverband deel uitmakende subsidieontvangers, zijnde de deelnemers;

    • l.

      Programmalijn: het overkoepelend onderwerp of maatschappelijk vraagstuk dat middels verschillende projecten en activiteiten zal worden samengebracht om de doelstellingen van de Regio Deal Waterland te realiseren en deze regio te versterken;

    • m.

      Programmateam: een team, bestaande uit een programmamanager en medewerkers van verschillende partijen die het convenant hebben ondertekend, en verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Regio Deal Waterland;

    • n.

      Project: het samenhangende geheel van activiteiten ten behoeve van de realisatie van de programmalijn(-en) van de Regio Deal Waterland, waarvoor een subsidie wordt gevraagd;

    • o.

      Project-/activiteitenkosten: de totale direct toerekenbare kosten die gemaakt worden voor een project of activiteit zoals bedoeld in artikel 5 van deze verordening;

    • p.

      regio Deal Waterland: de definitieve afspraken tussen rijk en partijen uitgewerkt en vastgelegd in het convenant Regio Deal Waterland. Zie bijlage 2 Convenant Regio Deal Waterland;

    • q.

      Regiokassier: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend dat ten behoeve van de uitvoering van de Regio Deal Waterland de taak van kassier vervult;

    • r.

      Samenwerkingspartij: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die minstens met één andere rechtspersoon met volledige rechtspersoonlijkheid een samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van de uitvoering van de Regiodeal Waterland aangaat;

    • s.

      Samenwerkingsverband: het geheel van afspraken over de manier van samenwerken tussen twee of meer samenwerkingspartijen zoals bedoeld in artikel 3. Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal twee rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;

    • t.

      Sluitende begroting: begroting van het voorgestelde project of de voorgestelde activiteit waaruit blijkt dat de totale inkomsten en uitgaven voor de activiteiten met elkaar in evenwicht zijn;

    • u.

      Subsidiabele kosten: de kosten zoals bedoeld in artikel 15 van deze verordening;

    • v.

      Vooraanmelding: Een verplichte stap vóór het indienen van de definitieve subsidieaanvraag. Een vooraanmelding betekent dat de aanvrager voor dat zij een subsidieaanvraag indient, (basis)informatie over het project waarvoor zij subsidie aanvraagt, deelt met het Programmateam. Het Programmateam beoordeelt de informatie en geeft feedback voordat de aanvrager de definitieve uitgewerkte aanvraag indient.

    • w.

      Waterland: het geografische gebied van de gemeenten Purmerend, Landsmeer, Waterland en Edam-Volendam.

Artikel 2 Reikwijdte, doel en doelgroep

  • 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor (de realisatie van) projecten die vallen onder de programmalijnen uit de Regio Deal Waterland en zoals benoemd in deze verordening.

  • 2. Het college is bevoegd tot het uitvoeren van deze verordening, waaronder het beslissen op subsidieaanvragen en het nemen van daarmee verband houdende beslissingen op grond van titel 4.2 van de Awb en deze verordening, het vaststellen van nadere regels, het benoemen van een adviescommissie, het vaststellen van een digitaal aanvraagformulier, het vaststellen van een accountantsprotocol en het vaststellen van subsidie(deel)plafonds.

  • 3. Het doel van deze verordening is om projecten te stimuleren die een aantoonbare bijdrage leveren aan het bereiken van de doelstellingen uit het convenant Regio Deal Waterland 2026-2030 zijnde:

    • a.

      het versterken van de toekomstbestendigheid van de regio door het bevorderen van passende woonkansen voor jongeren, het vergroten van sociale cohesie en het realiseren van een duurzame aanpak voor ouderen;

    • b.

      het versterken van de regionale kennis- en arbeidsmarktstructuur door intensieve samenwerking tussen onderwijs, bedrijven en instellingen en een adaptief opleidingsaanbod;

    • c.

      het bevorderen van een toekomstbestendige regionale economie en leefomgeving door optimale aansluiting van werkgelegenheid op de beroepsbevolking, versterking van het innovatie- en ondernemersklimaat, duurzaam ruimtegebruik en stimulering van technologische toepassingen.

  • 4. Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken aan de aanvrager als bedoeld in deze verordening.

Artikel 3 Samenwerkingsverband

  • 1. De samenwerking in een samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een door alle samenwerkingspartijen van het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst.

  • 2. In de samenwerkingsovereenkomst wordt:

    • a.

      een penvoerder aangewezen die wordt gemachtigd het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen met betrekking tot deze verordening;

    • b.

      een gemeenschappelijke doelstelling bepaald;

    • c.

      door het samenwerkingsverband het bankrekeningnummer aangeven waar de subsidie voor het project naartoe wordt overgemaakt.

    • d.

      een taakverdeling bepaald die ziet op de omvang van de samenwerking, de bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan en die ziet op het delen en opvangen in de daaraan verbonden financiële, inhoudelijke en andere risico’s, alsmede in de bereikte resultaten.

Artikel 4 Subsidiabele projecten

  • 1. Het college kan op aanvraag van aanvrager subsidie verstrekken voor projecten die binnen het grondgebied van de regio Waterland worden gerealiseerd en die bijdragen aan de realisatie van één of meerdere programmalijnen en actielijnen zoals bedoeld in het tweede lid, te weten:

    • a.

      Programmalijn 1: Beter Wonen, zoals bedoeld in artikel 2, sub 1 van het convenant;

    • b.

      Programmalijn 2: Beter leren, zoals bedoeld in artikel 2, sub 2 van het convenant;

    • c.

      Programmalijn 3: Beter werken, zoals bedoeld in artikel 2, sub 3 van het convenant.

  • 2. Een programmalijn bestaat uit meerdere actielijnen, te weten:

    • a.

      Programmalijn 1 Beter Wonen: passende huisvesting jongeren, Cultuur- en Sport Boost Waterland Jong en Oud, Digiwijs wonen in Waterland, Zorgservice aan huis, Stimuleren verhuisbereidheid, Inventarisatie, onderzoek en pilots rondom duurzaam wonen, PPS duurzaam wonen.

    • b.

      Programmalijn 2 Beter Leren: Waterland gaat digitaal, Waterland leert slim en sportief, Waterland samenredzaamheid, Waterland zet in op Smart Energy, Smart Maintenance en Smart Farming.

    • c.

      Programmalijn 3 Beter Werken: Regiomarketingstrategie, Duurzame werklocaties voor bedrijventerreinen, bedrijven en productie, Innovatieve boost Waterlandse bedrijven, Innovatie Agrisector Waterland.

  • 3. Een project als bedoeld in het eerste lid, sub a en b komt alleen voor subsidie in aanmerking indien de hoogte van de aangevraagde subsidie ten minste € 200.000 bedragen.

  • 4. Een project als bedoeld in het eerste lid, sub c, komt alleen voor subsidie in aanmerking indien de hoogte van de aangevraagde subsidie ten minste € 100.000 bedragen.

  • 5. Een subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten van het project.

    De cofinanciering ten behoeve van de vereiste eigen 50% dekking moet door middel van daadwerkelijke ontvangst van de middelen/bijdragen of onvoorwaardelijke toezeggingen onderbouwd zijn.

Artikel 5 Looptijd projecten

  • 1. De op basis van deze verordening gesubsidieerde projecten zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden afgerond binnen de bij beschikking tot subsidieverlening door het college aangegeven periode.

  • 2. De voor subsidie in aanmerking komende kosten worden gemaakt in een door het college aangewezen projectperiode. Deze periode is overeenkomstig de periode zoals bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Indien een aanvrager, vanwege omstandigheden die niet aan hem zijn toe te rekenen, de projectduur zoals gesteld in het eerste lid niet haalt en wil verlengen, kan de subsidieontvanger het college verzoeken om de duur van de projectperiode te verlengen, mits hierdoor de looptijd van deze subsidieverordening, zijnde 31 december 2030, niet wordt overschreden. Het college is niet verplicht dit verzoek te honoreren. Wanneer het college het verzoek niet honoreert, doet hij dit schriftelijk en gemotiveerd.

Artikel 6 Documentatie in verband met geoorloofde staatssteun

In het geval bij subsidieverlening op grond van deze verordening sprake is van staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffend de werking van de Europese Unie maar het college van oordeel is dat het is toegestaan de staatssteun in lijn met Europese wetgeving te verlenen, bijvoorbeeld door deze onder te brengen bij een vrijstellingsverordening, dan legt het college in een document vast waarom er sprake is van staatssteun en op welke gronden het verlenen van staatssteun is toegestaan. Dit document wordt 10 jaar, vanaf de datum van het besluit van vaststelling van de betreffende steun, voor inzage bewaard conform kader van de Wet terugvordering van de steun.

Hoofdstuk 2 Subsidieverlening

Artikel 7 Aanvraagtijdvakken

  • 1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt door de aanvrager schriftelijk via de website van de Regio Deal Waterland ingediend met gebruikmaking van een door het college beschikbaar gesteld digitaal aanvraagformulier.

  • 2. Een aanvraag tot subsidieverlening, zoals bedoeld in het eerste lid, kan voor het jaar 2026 bij het college worden ingediend gedurende het tijdvak 15 augustus 2026 tot en met 30 september 2026.

  • 3. Een aanvraag tot subsidieverlening, zoals bedoeld in het eerste lid, kan voor het jaar 2027, 2028 en 2029 bij het college worden ingediend in de volgende tijdvakken:

    • a.

      1 januari tot en met 15 februari; en

    • b.

      15 augustus tot en met 30 september.

  • 4. Een vooraanmelding voor advies bij het Programmateam wordt minimaal 2 weken voor het einde van een aanvraagtijdvak ingediend.

Artikel 8 De aanvraag

  • 1. Een aanvraag om subsidieverlening bevat ten minste:

    • a.

      een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier;

    • b.

      een projectplan met daarin minimaal de volgende elementen:

      • i.

        projectbeschrijving: doel van het project, beoogde resultaten, voorgestelde interventies, doelgroepen, concrete beschrijving van de processtappen, inclusief de beoogde uitvoering en fases en wordt ingegaan op de beoordelingscriteria als bedoeld in Bijlage 1 beoordelingscriteria, de uitvoeringsperiode van het project en de eventuele samenwerkingspartners.

      • ii.

        monitoring en risicoafbakening: op welke wijze het project wordt gemonitord en welke maatregelen ter risicobeheersing worden getroffen;

    • c.

      een sluitende begroting en dekking van het project, uitgesplitst naar programmalijn, met daarin in ieder geval verwerkt:

      • i.

        alle direct aan het project toerekenbare kosten en opbrengsten, inclusief de inzet van cofinanciering en de bekostiging door andere overheidsinstanties;

      • ii.

        per kostenpost de dekking in natura zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, sub e. Indien het een samenwerkingsverband betreft per kostenpost de dekking in natura per samenwerkingspartij;

    • d.

      een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al in de voorafgaande drie jaren zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteit of het project per programmalijn waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • e.

      indien deze middelen, zoals bedoeld onder sub d, aan de aanvrager zijn verstrekt een kopie van de desbetreffende beschikkingen;

    • f.

      een kopie van de co-financieringsverklaring of ander bewijs hoe aan de mededekking wordt voldaan;

    • g.

      het advies van het Programmateam op de vooraanmelding.

  • 2. Indien het project in samenwerkingsverband wordt aangevraagd en uitgevoerd, wordt aanvullend op het eerste lid de volgende gegevens gevraagd:

    • a.

      een afschrift van de samenwerkingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, van deze verordening;

    • b.

      een volmacht van elk bevoegd bestuur van de samenwerkingspartijen aan de aangewezen penvoerder om:

      • (i)

        de samenwerkingspartij ter zake van de subsidieaanvraag, -wijziging, en vaststelling buiten rechte te vertegenwoordigen;

      • (ii)

        de handelingen te verrichten die nodig zijn voor alle aan de subsidie verbonden (verantwoordings-)verplichtingen jegens het college.

    • c.

      een door alle samenwerkingspartijen ondertekende akkoordverklaring met betrekking tot de ingediende aanvraag en gegevens;

    • d.

      een ingevulde en rechtsgeldige de-minimisverklaring van alle samenwerkingspartijen ten behoeve van het voorgestelde project per programmalijn, evenals verleningsbrieven van deze partijen, wanneer zij in drie voorgaande jaren de-minimissteun op grond van een van de de-minimisverordeningen hebben ontvangen;

    • e.

      een kopie van de uittreksel Kamer van Koophandel, niet ouder dan 3 maanden van de aanvrager en de partners van het samenwerkingsverband, alsmede een kopie van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorafgaande jaar van elke samenwerkingspartij.

  • 3. De aanvrager die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, overlegt een kopie van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. Dit geldt ook voor de deelnemers uit een samenwerkingsverband.

  • 4. Een subsidieaanvraag kan bestaan uit projecten die zich richten op de realisatie van meerdere programmalijnen zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid.

  • 5. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 6. Aanvragen die buiten een tijdvak zijn ingediend, worden afgewezen.

  • 7. Aanvragen waarbij geen vooraanmelding heeft plaatsgevonden worden afgewezen.

Hoofdstuk 3 Beoordeling subsidieaanvraag

Artikel 9 Subsidieplafond en verdeling

  • 1. Het college stelt bij het verdelen van subsidie voor de volgende tijdvakken per programmalijn subsidie(deel)plafonds vast:

    • a.

      15 augustus 2026 tot en met 30 september 2026;

    • b.

      1 januari 2027 tot en met 15 februari 2027;

    • c.

      15 augustus 2027 tot en met 30 september 2027;

    • d.

      1 januari 2028 tot en met 15 februari 2028;

    • e.

      15 augustus 2028 tot en met 30 september 2028;

    • f.

      1 januari 2029 tot en met 15 februari 2029;

    • g.

      15 augustus 2029 tot en met 30 september 2029.

  • 2. Het college stelt per separaat besluit per programmalijn een subsidie(deel)plafond vast en maakt het subsidie(deel)plafond op de voorgeschreven wijze bekend.

  • 3. Als aan het einde van het tijdvak blijkt dat het subsidieplafond niet is overschreden, dan kan het college besluiten het resterende bedrag aan één of meerder andere subsidie(deel)plafonds in het volgende tijdvak toe te voegen. Het college maakt dit subsidie(deel)plafond bekend op de voorgeschreven wijze.

  • 4. Subsidieaanvragen die volledig en tijdig zijn ingediend en voldoen aan de vereisten van deze verordening, worden gerangschikt waarbij geldt dat de aanvraag met de hoogste punten bovenaan staat.

  • 5. Het college laat zich bij de rangschikking adviseren door een adviescommissie. De adviescommissie hanteert daarbij de criteria uit Bijlage 1 Beoordelingscriteria.

  • 6. Na advies van de adviescommissie worden de ingediende subsidieaanvragen door het college op volgorde van het aantal behaalde punten toegekend, tot het subsidieplafond is bereikt.

  • 7. Als toepassing van de rangschikking ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen en het vastgestelde plafond te boven gaan, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald op het criterium ‘Het project past tenminste bij een van de actielijnen uit de programmalijn Beter Wonen, Werken of Leren’, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in rangschikking.

  • 8. Als toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium ‘Multi helix samenwerking (convenant 2.1 en 2.2), waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in rangschikking.

  • 9. Als toepassing van het achtste lid ertoe leidt dat aanvragen op gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder criterium Regionale impact op de brede welvaart (convenant 1)’, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in rangschikking.

  • 10. Als toepassing van het negende lid ertoe leidt dat aanvragen op gelijke puntenaantal eindigen, wordt rangorde van die aanvragen bepaald door loting door een onafhankelijk notaris.

  • 11. Een subsidieaanvraag dient minimaal 35 punten te scoren bij de beoordeling als bedoeld in het vierde lid en vijfde lid. Wordt het minimale puntenaantal niet gehaald dan weigert het college de subsidieaanvraag.

  • 12. Het college kan een subsidieaanvraag weigeren, ondanks de rangschikking van de subsidieaanvraag op basis van dit artikel, indien er naar zijn oordeel op een actielijn binnen een Programmalijn al voldoende projecten worden uitgevoerd voor het behalen van de doelen zoals gesteld in het convenant.

Artikel 10 Weigeringsgronden

  • 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb weigert het college een subsidieaanvraag indien:

    • a.

      de subsidieaanvraag niet voldoet aan het gestelde in deze verordening.

    • b.

      een weigeringsgrond uit deze subsidieverordening van toepassing is.

    • c.

      de resultaten van het project onvoldoende ten goede komt aan de inwoners, ondernemers of het grondgebied van de regio Waterland;

    • d.

      de technische- economische haalbaarheid van het project onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt;

    • e.

      het niet aannemelijk is dat het project uiterlijk op 31 december 2030 kan worden afgerond;

    • f.

      als uit een integriteitsonderzoek blijkt dat er ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of om strafbare feiten te plegen, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).

Artikel 11 Bevoorschotting

  • 1. Het college kan bij beschikking tot subsidieverlening maximaal een voorschot van 90% van het verleende subsidiebedrag verstrekken.

  • 2. Het college bepaalt bij beschikking tot subsidieverlening de wijze van bevoorschotting van het bedrag zoals bedoeld in het eerste lid. Het college houdt hierbij rekening met de specifieke omstandigheden in het concrete geval.

  • 3. Het college maakt het voorschot in termijnen over overeenkomstig de subsidieverleningsbeschikking op het in het aanvraagformulier vermelde bankrekeningnummer.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:37 en 4:38 van de Awb legt het college minimaal de volgende verplichtingen aan de aanvrager op:

    • a.

      de aanvrager start uiterlijk 6 maanden na subsidieverlening met de uitvoering van het project;

    • b.

      de aanvrager rapporteert over de financiële en inhoudelijke status van het project of de activiteit conform het bepaalde in hoofdstuk 5, artikel 17.

    • c.

      de aanvrager zorgt voor een afzonderlijke project- of activiteitenadministratie,

      • i.

        waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, betrouwbaar en volledig zijn vastgelegd en geverifieerd met bewijsstukken, en

      • ii.

        die dusdanig is vastgelegd dat zij voldoende waarborg biedt voor correcte en adequate rapportage en controle mogelijk maakt op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de subsidie.

    • d.

      de aanvrager doet het college onverwijld, dat wil zeggen uiterlijk binnen veertien dagen, schriftelijk melding, zodra aannemelijk is dat:

      • i.

        het project waarvoor subsidie is verleend niet of niet tijdig of niet geheel worden verricht;

      • ii.

        afwijkingen in de uitvoering van het project ten opzichte van het ingediende projectplan beoogd worden;

      • iii.

        verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de begrote en de werkelijke uitgaven en inkomsten van het project per programmalijn, en dat hierdoor de uitvoering van het project per programmalijn in gevaar komt, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen;

      • iv.

        relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden plaatsvinden;

      • v.

        niet of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen wordt voldaan;

      • vi.

        de aanvrager in staat van faillissement of surséance van betaling dreigt te raken of zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

  • 2. De melding als bedoeld in het eerste lid onder d wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante documenten overgelegd.

  • 3. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.

  • 4. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid en de artikelen 4:37 en 4:38 van de Awb, aanvullende verplichtingen bij subsidiebeschikking opleggen.

  • 5. De indieningstermijn voor de jaarlijks over te leggen gegevens zoals bedoeld in artikel 17, is uiterlijk 15 januari.

Artikel 13 Intellectueel eigendom

  • 1. Alle resultaten van het project die tot stand zijn gekomen met subsidie als bedoeld in de onderhavige verordening, dienen uiterlijk twee maanden na afloop van de activiteiten beschikbaar te worden gesteld aan het college voor verder onderzoek en/of exploitatie.

  • 2. De aanvrager werkt mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien het naar het oordeel van het college noodzakelijk is om rechten met betrekking tot intellectuele eigendom ter zake van het project aan het college over te dragen.

  • 3. Met het oog op de verspreiding of toepassing van de resultaten van het project dient de aanvrager voorafgaand aan de uitvoering van het project zorg te dragen, dat, in geval het project (mede) wordt uitgevoerd door personen die geen dienstverband hebben met de aanvrager deze personen schriftelijk afzien van eventuele (intellectuele) eigendomsrechten op de resultaten die met de activiteit of het project zijn bereikt.

  • 4. Cofinanciering of bijdragen door derden anderszins aan het project of activiteit geven geen recht op het exclusief gebruik en/of toepassing van de resultaten hiervan.

  • 5. Met de indiening van de aanvraag geeft de auteursrechthebbende het college toestemming om ter bevordering van de kennisoverdracht en evaluatie van resultaten van het project verplichtingen ten aanzien van de auteursrechten die in het kader van het project of de activiteit worden gecreëerd vast te stellen.

Artikel 14 Termijn voor het beslissen op de aanvraag

Het college beslist binnen acht weken na het verstrijken van het tijdvak waarin de aanvraag tot subsidieverlening kon worden ingediend op een volledige, rechtsgeldig ondertekende en tijdig ingediende aanvraag. Het college kan deze termijn eenmaal met acht weken verlengen.

Hoofdstuk 4 Financiële bepalingen

Artikel 15 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten, dat wil zeggen marktconforme kosten, in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project als bedoeld in artikel 4, waaronder:

    • a.

      afschrijvingen van eigen vastgoed die direct toerekenbaar zijn aan de gesubsidieerde activiteit of het gesubsidieerde project gedurende de subsidieverleningsperiode;

    • b.

      materiaalkosten, waar geen afschrijvingskosten op van toepassing zijn indien deze in de administratie te onderscheiden zijn;

    • c.

      kosten waarvoor op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 geen recht op aftrek van omzetbelasting bestaat, dan wel geen recht bestaat op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds;

    • d.

      kosten voor de inzet van eigen medewerkers voor een maximum van € 93,- per uur, inclusief overhead.

    • e.

      de reële economische waarde van een bijdrage in natura van de subsidieaanvrager of de samenwerkingspartijen, zijnde de gebruikelijke waarde van de bijdrage in het economisch verkeer, verminderd met de waarde van een eventuele financiële vergoeding daarvoor. Voor de inzet van studentenuren is een uurtarief van maximaal € 25 toegestaan.

Artikel 16 Niet subsidiabele kosten

  • 1. Met betrekking tot de projecten als bedoeld in artikel 4, komen niet voor subsidie in aanmerking:

    • a.

      de kosten die gemaakt zijn, of verplichten die zijn aangegaan door de subsidieaanvrager voordat de subsidieaanvraag is ingediend, met uitzondering van beperkte voorbereidingskosten;

    • b.

      onredelijk en/of niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van het project of activiteiten of een onderdeel daarvan;

    • c.

      loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werkenden voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten of projecten, voor zover die hebben geleid tot een vermindering van de werkbare uren voor de aanvrager of samenwerkingspartij;

    • d.

      kosten voor de reguliere bedrijfsvoering en overhead gerelateerde exploitatiekosten, zijnde alle niet directe kosten waaronder onder andere begrepen huisvestingskosten, kosten voor een werkplek, reiskosten, afschrijvingskosten en de kosten voor administratie en beheer, waaronder accountantskosten, met uitzondering van de kosten van de controleverklaring zoals bedoeld in artikel 18, derde lid, sub c;

    • e.

      kosten gemaakt buiten de verleningsperiode;

    • f.

      kosten voor verplichtingen die zijn aangegaan voor het begin van het tijdvak waarbinnen subsidie kan worden aangevraagd;

    • g.

      kosten voor de aankoop of inbreng van vastgoed;

    • h.

      kosten die in aanmerking komen voor andere financiering van overheidswege;

    • i.

      kosten voor externe inhuur die de toegestane drempelwaarde zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, sub d overschrijden;

    • j.

      kosten die de reële economische waarde overschrijden;

    • k.

      kosten die voortvloeien uit wettelijk verplichte taken;

    • l.

      opleidingskosten voor inzet van personeel in gesubsidieerde activiteit of het project niet zijnde specifieke bijscholingen die bijdragen aan de actielijnen, zoals benoemd in artikel 4, tweede lid;

    • m.

      verrekenbare en compensabele BTW;

    • n.

      kosten voor vervangingsinvesteringen.

Hoofdstuk 5 Verantwoording subsidie

Artikel 17 Rapportageverplichting en tussentijdse verantwoording

  • 1. Indien het project waarvoor subsidie is verleend een periode van meer dan twaalf maanden omvat, dient de aanvrager jaarlijks voor of op 15 januari bij het college een tussentijds voortgangsverslag in, waarin in ieder geval wordt beschreven:

    • a.

      de tussentijdse financiële project- of activiteitenverantwoording die de kosten van project en de dekking ervan van het voorgaande jaar inzichtelijk maakt;

    • b.

      de tussentijdse inhoudelijke project- of activiteitenverantwoording met informatie over de verrichte werkzaamheden en de bijbehorende resultaten en daarvoor ingezette middelen, overeenkomstig de in de beschikking tot subsidieverlening door het college bepaalde verantwoordingsindicatoren en te behalen resultaten.

  • 2. Het college kan bij beschikking tot subsidieverlening bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden worden overgelegd die voor de tussentijdse rapportage dan wel voortgangsrapportage van belang zijn.

Artikel 18 Subsidievaststelling

  • 1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt schriftelijk via de website van de Regio Deal Waterland of gemeente Purmerend ingediend met gebruikmaking van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • 2. De aanvraag tot subsidievaststelling moet worden ingediend uiterlijk drie maanden na afronding van het project.

  • 3. Een aanvraag om subsidievaststelling bevat ten minste:

    • a.

      een projectverslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en de beoogde doelen en effecten per programmalijn zijn gerealiseerd;

    • b.

      een financieel verslag waaruit blijkt wat de werkelijke uitgaven en inkomsten per programmalijn waren en welke bijdragen van (mede)overheden, de samenwerkingspartners en derden zijn;

    • c.

      een schriftelijke verklaring van een onafhankelijke accountant inhoudende:

      • i.

        een oordeel omtrent de naleving van de verplichtingen en voorwaarden in de individuele beschikking tot subsidieverlening (en wijzigingen daarop) door de subsidieontvanger en voor zover die een financieel effect op de financiële verantwoording hebben; en

      • ii.

        een oordeel omtrent het financiële verslag, waarin eveneens de werkelijk gemaakte kosten en ontvangen bijdragen worden bewezen.

  • 4. Het college besluit op een aanvraag tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de volledige en rechtsgeldig ondertekende aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verlengd.

  • 5. Indien de aanvrager een verplichting die door het college bij de subsidieverlening is opgelegd niet nakomt, wordt de subsidie bij de vaststelling verlaagd met 1% van het totale verleende subsidiebedrag.

  • 6. De verlaging als bedoeld in het voorafgaande lid wordt toegepast per geconstateerde niet-nagekomen verplichting, tenzij het college anders beslist op grond van de aard of ernst van de tekortkoming.

  • 7. Indien het college de subsidie lager vaststelt dan eerder was verleend, vermeldt het college de reden daarvan in de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 19 Uitbetaling subsidie

  • 1. De uitbetaling van de vastgestelde subsidie vindt plaats onder verrekening van de uitbetaalde voorschotten.

  • 2. De uitbetaling van de vastgestelde subsidie vindt uiterlijk zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit door het college, plaats.

Hoofdstuk 6 Hardheidsclausule, inwerkingtreding, vervaldatum, citeertitel

Artikel 20 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, van deze verordening afwijken, indien onverkorte toepassing ervan gelet op het belang van de aanvrager leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De reden voor het toepassen van dit artikel wordt gemotiveerd in de subsidiebeschikking.

Artikel 21 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Artikel 22 Vervaldatum

  • 1. Deze verordening vervalt met ingang van 1 januari 2031.

  • 2. Deze verordening blijft van toepassing op aanvragen ingediend voor 1 januari 2031 die betrekking hebben op deze verordening alsmede op besluiten (tot wijziging) op die aanvragen, de uitvoering, verantwoording en vaststelling van aanvragen die gebaseerd zijn op deze verordening en bezwaarprocedures en beroepsprocedures over besluiten gebaseerd op deze verordening.

Artikel 23 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening Regio Deal Waterland 2026-2030

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Purmerend, gehouden op 29 januari 2026.

De raad voornoemd,

Griffier

M. Veeger

voorzitter

E. van Selm

Bijlage 1 Beoordelingscriteria

Behorende bij artikel 9 lid 5 van deze subsidieverordening

Criterium

Nauwelijks (0)

Redelijk (5)

Goed (10)

1. Multi helix samenwerking (convenant 2.1 en 2.2)

Er is samenwerking tussen maximaal twee partijen, of er is samenwerking tussen meer dan twee partijen maar het betreft allemaal ondernemers, overheden of onderwijsinstellingen.

Er is samenwerking tussen drie of meer partijen waarbij er wordt samengewerkt tussen een onderwijsinstelling, overheid, of ondernemer of maatschappelijke instelling

Er is een samenwerking tussen drie of meer partijen waarbij wordt samengewerkt tussen een onderwijsinstelling, overheid en ondernemer of maatschappelijke instelling

2. Er is meegedacht door de doelgroep (participatie) (convenant 2.3)

Uit de subsidieaanvraag blijkt dat er niet of nauwelijks door de doelgroep is meegedacht bij het ontwikkelen van de voorgesteld activiteiten

Uit de subsidieaanvraag blijkt dat er door de hele doelgroep passief en incidenteel is meegedacht bij het ontwikkelen van de voorgesteld activiteiten, of actief en structureel door een deel van de doelgroep.

Uit de subsidieaanvraag blijkt dat er door de hele doelgroep actief en structureel is meegedacht bij het ontwikkelen van de voorgesteld activiteiten.

3. Regionale impact op de bredewelvaart (convenant 1)

De impact van het project op de gestelde doelen in het convenant is beperkt, of richt zich op een kleine doelgroep of gebied in de regio Waterland, of de kostenvan het project zijn hoog in vergelijking met de verwachte impact van het project.

De impact van het project op de gestelde doelen in het convenant is redelijk groot, of richt zich op een redelijk grote doelgroep, of de kosten van het project staan in verhouding tot de verwachte impact van het project.

De impact van het project op de gestelde doelen in het convenant is groot, of richt zichop een grote doelgroep, of de kosten van het project zijn laag in verhouding tot de verwachte impact van het project

4. Er is gekeken naar soortgelijke initiatieven en marktonderzoek gedaan

Er is geen of zeer summiere vooronderzoek gedaanen beschreven

Er is algemeen en gedocumenteerd vooronderzoek gedaan en beschreven

Er is een uitgebreid en goed gedocumenteerd vooronderzoek gedaan en beschreven

5. Er wordt aanzienlijke impact verwacht van hetproject binnen meerdere programmalijnen

Het project verwacht aanzienlijke impact te maken op 1 programmalijn

Het project verwacht aanzienlijke impact te maken op 2 programmalijnen

Het project verwacht aanzienlijke impact te maken op 3 programmalijnen

6. Het projectplan bevat een voorstel voor het continueren van de activiteiten na afloop van de subsidie

Er zijn weinig afspraken voor samenwerking na afloop van de subsidie en er is weinig kans dat de activiteiten zullen worden gecontinueerd.

Er zijn beperkt afspraken voor samenwerking na afloop van de subsidie en er is een redelijke kans dat de activiteiten zullen worden gecontinueerd.

Er zijn vastgelegde afspraken voor samenwerking na afloop van de subsidie en er is een goede kans dat de activiteiten zullen worden gecontinueerd.

7. De mate waarin het projectplan voldoende handvatten biedt om projectrisico's te beheersen (governance, risicobeschrijvingen, projectorganisatie )

Er is weinig tot geen beheersing van de projectrisico’s. De beschreven processtappen, planning, mijlpalen, projectorganisatie, begroting en de risico’s en beheersmaatregelen zijn onvoldoende uitgewerkt.

Er is redelijke beheersing mogelijk van de projectrisico’s. De processtappen, planning, mijlpalen, projectorganisatie, begroting en de risico’s en beheersmaatregelen zijn redelijk goed uitgewerkt.

Er is veel beheersing mogelijk van de projectrisico’s. De processtappen, planning, mijlpalen, projectorganisatie, begroting en de risico’s en beheersmaatregelen zijn zeer goed uitgewerkt.

Totaalscore

Conclusie:

Verdient het draagvlak? En waarom?

Minimaal 35 punten nodig voor toekenning subsidie

Bijlage 2 Convenant Regio Deal Waterland

Regio Deal Waterland

Jong voor oud en oud voor jong

Partijen:

  • 1.

    de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, mevrouw M.C.G. Keijzer, hierna te noemen: VRO;

  • 2.

    de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer F. Rijkaart, hierna te noemen: BZK;

  • 3.

    de Minister van Economische Zaken, de heer V.P.G. Karremans, hierna te noemen: EZ;

  • 4.

    de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de heer A.A. Aartsen, hierna te noemen: IenW;

Partijen genoemd onder 1 tot en met 4 ieder handelend in hun hoedanigheid van bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, hierna samen te noemen: het Rijk;

  • 5.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend, namens deze: mevrouw E. van Selm, (burgemeester) hierna te noemen: Gemeente Purmerend;

  • 6.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landsmeer, namens deze: de heer L.A. de Lange, (burgemeester) hierna te noemen: Gemeente Landsmeer;

  • 7.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland, namens deze: mevrouw, M.C. van der Weele, (burgemeester) hierna te noemen: Gemeente Waterland;

  • 8.

    Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam, namens deze: de heer R.J. Beukers, (burgemeester) hierna te noemen: Gemeente Edam-Volendam;

  • 9.

    De Vereniging Ondernemend Waterland, namens deze: namens deze: de heer T.R.A. van der Weide, (voorzitter) hierna te noemen: VOWA;

  • 10.

    Het Talland College, namens deze: de heer O. Ramadan, (voorzitter College van Bestuur) hierna te noemen: Talland College;

  • 11.

    De Purmerendse ScholenGroep (PSG), namens deze: mevrouw C. de Adelhart Toorop, (voorzitter) hierna te noemen: PSG;

Partijen genoemd onder 5 tot en met 8 ieder handelend in hun hoedanigheid van bestuursorgaan, en hierna samen te noemen: de Gemeenten;

Partijen 5 tot en met 11 samen ook te noemen: de Regio; Alle Partijen hierna allen tezamen te noemen: Partijen.

Partners:

  • Wooncompagnie

  • De Vooruitgang

  • Intermaris

  • Zorgcirkel

  • Evean

  • Esports Tech Campus

  • Greenchain NH

  • Hogeschool van Amsterdam (HvA)

  • Stichting Sectortafel Techniek

  • Van ’t Hek Groep

  • Koninklijke Boon Edam

  • ROM InWest

  • Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Deze lijst met partners is niet uitputtend en kan worden aangevuld gedurende de looptijd van de Regio Deal.

Begripsbepaling:

In dit convenant wordt verstaan onder:

  • Regio Deal: convenant dat door de minister van VRO, eventueel een andere minister/staatssecretaris en één of meer regionale Partijen is gesloten om de kwaliteit van leren, leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in een regio te verbeteren;

  • Regio Envelop: het bedrag van € 900 miljoen dat het kabinet Rutte IV beschikbaar heeft gesteld om in de periode van 2022 - 2025 nieuwe Regio Deals af te sluiten;

  • Regiokassier: publieke regiopartner, zijnde een provincie, gemeente of openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen of een van de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius of Saba, die ten behoeve van de uitvoering van de Regio Deal de taak van kassier vervult of zal vervullen;

  • Regionale private financiering: voor de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdragen in natura van een private regionale Partij;

  • Regionale publieke financiering: voor de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal beschikbaar gestelde financiële bijdragen of bijdragen in natura van een publieke regionale Partij, niet zijnde een specifieke uitkering, opdracht of subsidie van het Rijk;

  • Specifieke uitkering ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten Regio Deals: betreft de specifieke uitkering waarin de juridische- en financiële kaders en verplichtingen voor het toekennen van de rijksmiddelen uit de Regio Envelop aan een regiokassier door het Rijk staan;

  • Partner: organisatie die betrokken is bij de Regio Deal, maar de Deal niet ondertekent en waarvoor geen specifieke actie in de Regio Deal kan staan;

  • MKB: midden- en klein bedrijf binnen de regio Waterland;

  • Little Locals -regeling: aanvulling op de subsidieregeling die bedoeld is voor initiatieven met een lokaal effect;

  • Domotica: toepassing van elektronica en huisnetwerken ten behoeve van de automatisering van processen in en om een woning, kantoor of klein bedrijf;

  • MRA (Metropoolregio Amsterdam): bestuurlijk samenwerkingsverband van provincies Noord-Holland en Flevoland, 30 gemeenten en de vervoerregio Amsterdam dat zich richt op regionale samenwerking binnen de Noordvleugel van de Randstad;

  • Greendeal (Noord-Holland): regionale Green Deal gericht op circulair bouwen in de provincie Noord-Holland, gericht op hergebruik van sloopmaterialen volgens vastgestelde ketencriteria, samenwerking binnen de bouwketen en kennisdeling.

  • Leven Lang Ontwikkelen platform (LLO platform): samenwerkingsstructuur van onderwijs, overheid en bedrijfsleven gericht op het stimuleren van scholing en ontwikkeling gedurende iemands hele loopbaan;

  • Talentontwikkelfonds: regionaal fonds, oorspronkelijk geïnitieerd met steun van de Provincie Noord-Holland, dat ondersteuning biedt aan inwoners bij het ontdekken en ontwikkelen van hun talenten, competenties en vaardigheden;

  • Hybride docentschap: combinatie van een baan in het onderwijs met werk in het bedrijfsleven of de publieke sector, gericht op het versterken van de aansluiting tussen onderwijs en praktijk;

  • Regionaal investeringsfonds MBO1: subsidieregeling die publiek-private samenwerkingsverbanden tussen mbo-scholen, bedrijfsleven en overheden ondersteunt om mbo-studenten beter te laten aansluiten op de regionale arbeidsmarkt.

Overwegingen

  • 1.

    Rijk en Regio werken samen in Regio Deals aan complexe, regionale opgaven gericht op het vergroten van de kwaliteit van leven, wonen en werken in de Regio (‘brede welvaart’).

  • 2.

    Regio Deals beogen de samenwerking tussen overheden, onderwijs, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in de regio en tussen Rijk en Regio te versterken.

  • 3.

    Voor de Regio Deals zijn middelen beschikbaar uit de Regio Envelop, waarbij vertrekpunt is dat de Rijksbijdrage gepaard gaat met minimaal eenzelfde bijdrage aan regionale (publieke en/of private) financiering.

  • 4.

    De Regio Deals onderscheiden zich van reguliere beleidsinstrumenten door hun integrale en gezamenlijke programmatische aanpak met lerend en adaptief karakter en met financiering van zowel Rijk als Regio.

  • 5.

    De Regio Deals zijn bedoeld als een tijdelijke impuls voor regionale ontwikkeling met een duurzaam effect, waarbij geleerde lessen en structurele exploitatiekosten van lange termijn investeringen worden geborgd.

  • 6.

    De middelen uit de Regio Envelop voor de Regio Deals zesde tranche worden door VRO beschikbaar gesteld als specifieke uitkering op grond van het Besluit specifieke uitkering Regio Deals vierde, vijfde en zesde tranche.

Opgaven

Brede welvaart, leefbaarheid en leefklimaat onder druk

  • New Towns. In de jaren '70 en '80 stimuleerde het Rijk inwoners van grote steden zoals Amsterdam om naar omliggende groeikernen, waaronder Purmerend, te verhuizen2. De toenmalige groei brengt nu problemen met zich mee. Doordat woonwijken in hoog temp zijn ontwikkeld en inmiddels kampen met verouderde woningen, staat de toekomstbestendigheid van deze wijken onder druk. De gemeenschapsvorming daalt doordat de inrichting van de wijken weinig ontmoeting stimuleert en daardoor bewoners vaker wisselen, waardoor duurzame sociale verbanden moeilijk ontstaan. In de voormalige groeikern Purmerend en omgeving zijn de vergrijzing en ontgroening hoger dan het landelijk gemiddelde3. De voorzieningen zijn verouderd en sluiten onvoldoende aan op de huidige behoefte, waardoor jongeren de regio verlaten en basisvoorzieningen steeds meer onder druk komen te staan.

  • Enerzijds blijft de sociale cohesie in de grotere New Towns achter, maar anderzijds is er in dorpen en kleine gemeenschappen juist sprake van een sterk sociaal netwerk. Er is een groeiend risico op sociaal isolement onder ouderen door de gewijzigde samenstelling van deze wijken en een stijgende lijn in criminaliteit onder jongeren. In een aantal dorpen en in een aantal wijken in de stad daalt het voorzieningenniveau vanwege de verouderde wijkopzet en hoge mutatiegraad en daarmee de maatschappelijke samenhang.

  • Het aanbod aan vrijetijdsvoorzieningen in sommige wijken en dorpen is beperkt of eenzijdig, waardoor met name jongeren en gezinnen weinig binding ervaren met hun woonomgeving en vaker uitwijken naar omliggende Gemeenten voor sport, cultuur en ontmoeting.

  • Door een beperkte zichtbaarheid en versnipperde communicatie van voorzieningen en ontwikkelmogelijkheden in de regio, is het aanbod voor bewoners vaak onvoldoende bekend. Dit verzwakt niet alleen de wervingskracht van de regio voor nieuwe inwoners en arbeidskrachten, maar bemoeilijkt ook het behoud van bestaande inwoners, met name jongeren en jonge gezinnen.

Zorgsysteem onder druk

De sterke groei van de bevolking in de jaren 1970-1990 heeft zijn sporen nagelaten. Uit de gegevens blijkt dat het aantal 70-plussers tegen 2050 met 70% zal stijgen, waarbij 21,8% van de bevolking in Waterland ouder dan 70 jaar zal zijn (landelijk 19,4%)4. Deze trend is nu al zichtbaar en om te voorkomen dat dit in de toekomst uitgroeit tot een groter maatschappelijk vraagstuk, is gerichte actie nu nodig. De houdbaarheid van het zorgstelsel in regio Waterland staat onder druk. Door de vergrijzing neemt de vraag naar zorg sterk toe, waardoor toegang tot passende zorg steeds beperkter wordt. Dit leidt tot toenemende druk op thuiszorg en verpleeghuizen, terwijl het tekort aan zorgpersoneel verder oploopt. Tegelijkertijd stijgen de zorgkosten en komt er steeds meer druk te liggen op mantelzorgers, wat de draagkracht van het zorgsysteem als geheel onder druk zet.

Woningmarkt onder druk

De woningmarkt is te eenzijdig (onder andere door voormalig groeikernbeleid) en staat daarom vooral voor jongeren en starters (lees: talenten en potentiële werknemers) onder druk. De betaalbaarheid van woningen neemt af, evenals de kwaliteit van de woningen, waardoor het leefmilieu ook onder druk staat. Er is bovendien een groot en groeiend tekort aan betaalbare woningen specifiek voor jongeren, starters en senioren. Vooral in de oude stadswijken komt de gezonde leefomgeving door onder andere klimaatverandering onder druk te staan.

Onvoldoende aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt

  • Veel jongeren trekken voor het volgen van onderwijs en voor recreatie naar locaties buiten de regio. Van de in totaal 9.300 in de regio Zaanstreek/Waterland woonachtige mbo-studenten zijn maar rond de helft (4.700) ingeschreven bij een -instelling in die regio5. De regio Waterland heeft een relatief laag opleidingsniveau vergeleken met grote steden. Mbo-onderwijs is in de regio dan ook goed vertegenwoordigd6. Doordat jongeren buiten de regio trekken voor bijvoorbeeld opleiding, stage en/of werk ontstaat het risico dat deze jongeren de regio op ten duur helemaal verlaten. Dit draagt bij aan een stagnerende instroom van jonge arbeidskrachten, juist in sectoren als infra, bouw, techniek, ICT en zorg waar de vraag naar technisch en technologisch geschoolde medewerkers groot is. Er is een mismatch tussen wat het bedrijfsleven vraagt en wat de opleidingen bieden (vanwege technische en technologische skills7). De ontwikkelingen gaan zo snel, dat samenwerking met bedrijfsleven noodzakelijk is. Onderwijs kan het vanuit de theorie alleen niet bijbenen.

  • Door een stagnatie van jonge arbeidskrachten en een mismatch tussen wat het bedrijfsleven vraagt en wat de opleidingen bieden staat de regio Waterland voor de uitdaging om jong talent te behouden en weer aan te trekken na hun studie elders. Het aantal openstaande vacatures is de afgelopen jaren sterk gestegen. Er waren niet genoeg mensen om deze in te vullen. Aan het eind van het tweede kwartaal van 2024 stonden er in Zaanstreek/Waterland 6.070 vacatures open8.

  • Een goede begeleiding en opleidingsstructuur voor stagiaires en zij-instromers is een uitdaging. Regio Waterland kent een sterke mkb-structuur die de economische wendbaarheid vergroot, maar tegelijk leidt tot beperkte capaciteit voor het bieden van goede begeleiding en opleidingsstructuren voor stagiaires en zij-instromers. Zowel tijdens opleidingstrajecten als in de praktijk bestaat onvoldoende ruimte en expertise beschikbaar binnen bedrijven, mede door een tekort aan praktijkbegeleiders en docenten in de regio.

Versnipperd bedrijfsleven met onvoldoende innovatiekracht

  • De regio Waterland kent veel mkb-bedrijven, vaak familiebedrijven en enkele grotere bedrijven. Het mkb in Waterland kenmerkt zich door relatief veel kleine bedrijven en veel zelfstandigen zonder personeel. Het MKB in de regio staat voor verschillende uitdagingen: de krapte op de arbeidsmarkt, de vergrijzing, de energietransitie, verduurzaming van de bedrijfsvoering, en de digitalisering en robotisering van processen9.

  • Vooral voor de kleinere bedrijven is dat een veelkoppige uitdaging. De mismatch tussen vraag en aanbod versterkt dit, aangezien niet al het beschikbare personeelsaanbod kan worden ingezet om aan de personeelsvraag te voldoen. Ook de beperkte bereidheid om meer uren te werken in kraptesectoren met veel deeltijdwerkers, zoals onderwijs en zorg, de beperkte groei van de arbeidsproductiviteit en het verschuiven van werkgelegenheid van hoog- naar laagproductieve sectoren dragen bij aan de aanhoudend krappe arbeidsmarkt.

  • De industrie, met name agri/bouw en techniek, heeft een groot aandeel in de werkgelegenheid van Zaanstreek/Waterland10. Dergelijke energie-intensieve bedrijven worden geremd in hun productie door het groeiende energievraagstuk, waaronder stijgende energieprijzen en netcongestie. Door beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet kunnen nieuwe bedrijven zich vaak niet vestigen op bedrijventerreinen, en vormt dit ook een belemmering voor bestaande bedrijven die willen uitbreiden of verplaatsen.

  • Bedrijven trekken onvoldoende gezamenlijk op en zijn niet optimaal georganiseerd om bovengenoemde opgaven gezamenlijk en effectief aan te pakken. Juist de samenwerking tussen ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden (de triple helix) is essentieel om in te kunnen spelen op de veranderingen in de arbeidsmarkt en de snelle technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze samenwerking staat onder druk vanwege het feit dat kleinere bedrijven vaak onvoldoende capaciteit hebben om zelfstandig grote transities en innovaties vorm te geven. Samenwerking met grotere bedrijven is essentieel om deze structurele uitdagingen aan te kunnen en om ontwikkeling in de regio slagkracht te geven.

Komen het volgende overeen:

Artikel 1 – Doelen

De Regio Deal is gericht op een versterking van structuren van regionale samenwerking die impact heeft op de brede welvaart in de hele regio. De Regio Deal Waterland streeft naar het duurzaam keren van de dalende trend in de brede welvaart in de regio Waterland.

Met deze Regio Deal wordt ingezet op de volgende doelen:

  • 1.

    Beter wonen

    • Het voorkomen van het verdere vertrek van jongeren uit de regio Waterland

    • Het verbeteren van het woonaanbod voor jongere mensen

    • Het versterken van de sociale cohesie, leefbaarheid en betrokkenheid van jong en oud in de regio

    • Het toekomstbestendig maken van de ouderenzorg

  • 2.

    Beter leren

    • Het versterken van de samenwerking tussen bedrijven, instellingen en onderwijs

    • Het verbeteren van de aansluiting van het opleidingsaanbod op de vraag vanuit het bedrijfsleven

    • Het verbreden van het onderwijsaanbod voor hoger opgeleiden

    • Het toepassen van innovaties ten behoeve van toekomstbestendig onderwijs

  • 3.

    Beter werken

    • Het versterken van de innovatiekracht van bedrijven

    • Het versnellen van de verduurzaming van bedrijven, werklocaties, bedrijfsgebouwen en productieprocessen

    • Het creëren van randvoorwaarden voor een aantrekkelijk en bloeiend bedrijfsleven

    • Het aantrekken en behouden van talent en arbeidskrachten van zowel binnen als buiten de regio

    • Het versterken van de organisatiegraad en mate van samenwerking van het mkb

Artikel 2 – Afspraken

Centrale afspraken

  • 1.

    De Partijen pakken de uitvoering van de Regio Deal op door nauw samen te werken binnen de aanwezige triple-helix organisatie van de Regio Deal, partners uit het maatschappelijk veld nadrukkelijk te betrekken en aan de slag te gaan vanuit de gezamenlijke opgaven en het gezamenlijke belang.

  • 2.

    De Regio werkt o.a. samen met partners die hun commitment aan de uitvoering van de Regio Deal hebben gegeven.

  • 3.

    De Regio hanteert het motto ‘jong voor oud en oud voor jong’ als leidraad bij de uitwerking van alle actielijnen tot projecten.

  • 4.

    De Regio draagt zorg voor de ontwikkeling van een gezamenlijke regiomarketingstrategie in nauwe samenwerking met partners die hun commitment aan de uitvoering van de Regio Deal hebben gegeven.

  • 5.

    De Regio stimuleert middels een ‘little locals’-regeling kleinschalige initiatieven die directe positieve impact voor inwoners hebben.

  • 6.

    De Regio heeft een eigen overlegstructuur en er is een Rijk-Regio overleg. Deze regionale overlegstructuur en processen met betrekking tot besluitvorming zijn verder uitgewerkt in een nog op te stellen samenwerkingsovereenkomst.

Programmalijn 1 Beter wonen

  • 7.

    Gemeenten sturen deze programmalijn aan en spannen zich in om de onderstaande aanpak samen met partners uit de regio te realiseren. Gemeenten hebben hierbij een sturende functie, voor de uitvoering van activiteiten worden passende partners gezocht door de inzet van een actief programmateam. Daarnaast wordt een subsidieloket opengesteld. De Regio sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande woningbouwplannen en kaders van de MRA.

  • 8.

    Gemeenten verkennen, met relevante partners uit het maatschappelijke veld, de woonbehoeften van jongeren (zoals starters en studenten) en stimuleert het opschalen van succesvolle jongerenhuisvesting initiatieven.

  • 9.

    Gemeenten faciliteren de ontwikkeling en realisatie van woonconcepten samen met de partners uit het maatschappelijk veld, waar jong en oud samenleven en elkaar ondersteunen. Waar mogelijk zoekt de Regio aansluiting bij landelijke initiatieven zoals de woondeal Noord-Holland.

  • 10.

    Gemeenten zetten, samen met onder andere partners uit de zorg in op betere informatievoorziening voor ouderen over doorstroming, passende woonvormen en voorzieningen voor langer thuis wonen.

  • 11.

    VRO levert expertise over innovatie in ouderenhuisvesting en het opschalen van bewezen jongerenhuisvestingsinitiatieven.

  • 12.

    Gemeenten stimuleren, samen met partners uit het maatschappelijke veld, buurt- en dorpshuizen en andere plekken voor sociale ontmoeting als cruciale schakel voor sociale cohesie. Gemeente Purmerend verbindt activiteiten uit de Regio Deal waar mogelijk met het nog te ontwikkelen programma New Towns.

  • 13.

    Gemeenten dragen, samen met relevante partners, zorg voor de versterking van de zichtbaarheid en samenhang van sport- en cultuurprojecten door onder andere in te zetten op een little locals-regeling en het regionaal opschalen van bestaande initiatieven.

  • 14.

    Gemeenten, samen met onder andere Talland College, PSG, VOWA en betrokken partners, stimuleren onderzoek naar hoe sport- en talentontwikkeling en het bedrijfsleven elkaar kunnen versterken.

  • 15.

    Gemeenten stellen, samen met partners uit de zorg, middelen ter beschikking voor tech- en innovatiechallenges voor jong en oud met specifieke aandacht voor uitdagingen in de zorg.

  • 16.

    Gemeenten stimuleren, samen met partners uit de zorg, het gebruik van domotica in de thuiszorg en verkennen mogelijkheden voor het zo lang mogelijk thuiswonen van ouderen, waarbij aandacht is voor uiteenlopende doelgroepen die dit proces kunnen versnellen zoals mantelzorgers, jongeren en professionals in het sociale domein. Waar mogelijk zoekt de Regio aansluiting bij landelijke initiatieven zoals het WOZO11 programma en het Integraal Zorg Akkoord (IZA).

  • 17.

    Gemeenten dragen zorg voor inventarisatie, onderzoek en pilots rond duurzaam wonen met behulp van kennis en expertise vanuit de NOVEX-samenwerking in de MRA met een focus op vooral kleinere woningbouwprojecten.

  • 18.

    Gemeenten stimuleren de verbinding tussen maatschappelijke organisaties en de bouwsector om wooninitiatieven voor jongeren te verkennen, en legt een link met de Greendeal ambities.

  • 19.

    De gemeente Purmerend en VRO stellen hun expertise vanuit de NOVEX-samenwerking over vernieuwende (pilot)wooninitiatieven ter beschikking waarmee op regionale schaal wordt geëxperimenteerd.

Programmalijn 2 Beter leren

  • 20.

    PSG en Talland College sturen deze programmalijn aan en spannen zich in om de onderstaande aanpak te realiseren. Projecten kunnen ingediend worden bij een nog in te richten subsidieloket.

  • 21.

    PSG en Talland College, samen met onder andere VOWA en betrokken partners, dragen zorg voor de duurzame verankering van technologische innovaties in de gehele onderwijsketen (van po-vo-mbo/hbo en volwassenenonderwijs).

  • 22.

    PSG en Talland College stimuleren de inventarisatie en regionale ontsluiting van bestaande programma’s, middelen en behoeften, zodat leerlingen en studenten op alle niveaus kunnen werken met branche technologieën uit de praktijk.

  • 23.

    PSG en Talland College, met onder andere Gemeenten, stelt middelen ter beschikking voor de ontwikkeling van een LLO-platform waar werkzoekenden, studenten en jongeren buiten het onderwijssysteem talenten, ervaringen en ambities kunnen presenteren.

  • 24.

    PSG en Talland College, met onder andere Gemeenten, stimuleert de ontwikkeling van een centrale fysieke HUB, waar onderwijs, overheid en bedrijven vraag en aanbod bundelen en ook moeilijk bereikbare doelgroepen, zoals jongeren met afstand tot de arbeidsmarkt, via pop-ups worden ondersteund.

  • 25.

    PSG en Talland College onderzoeken mogelijkheden tot samenwerking met de arbeidsmarktregio en de provincie over de versterking en verbreding van het Talentontwikkelfonds.

  • 26.

    PSG en Talland College, samen met onder andere VOWA en betrokken partners, dragen de verantwoordelijkheid om samen te werken aan praktijkgericht leren via enerzijds hybride docentschap en anderzijds het creëren van meer stageplaatsen.

  • 27.

    PSG en Talland College zetten in op het verbreden van het aanbod van technisch (hoger) onderwijs met meer betrokkenheid van bedrijven door onder andere nieuwe leertrajecten (AD/Bachelor) die inspelen op regionale vraagstukken.

  • 28.

    PSG en Talland College, samen met onder andere VOWA en betrokken partners, dragen de verantwoordelijkheid voor het beter laten aansluiten van nieuwe en bestaande opleidingen op vo-, mbo-, hbo-niveau op de regionale arbeidsbehoeften door onder andere studenten meer kennis te laten maken met branche technologieën.

  • 29.

    PSG en Talland College, samen met onder andere VOWA en betrokken partners, zetten in op de borging van de samenwerking binnen de Sectortafels in de regio.

Programmalijn 3 Beter werken

  • 30.

    VOWA stuurt deze programmalijn aan en spant zich in om de onderstaande aanpak te realiseren. Projecten kunnen ingediend worden bij een nog in te richten subsidieloket.

  • 31.

    VOWA, samen met onder andere Gemeenten, stimuleert de versterking van de onderlinge samenwerking met specifieke aandacht voor zzp’ers en mkb. Vanuit ondernemers worden verbindende acties ingezet, zoals innovatietafels of duurzaamheid/circulaire tafels.

  • 32.

    EZ en BZK delen kennis en expertise over het stimuleren van publiek-private samenwerking met concrete voorbeelden van beleidsinstrumenten die triple helix samenwerking versterken.

  • 33.

    VOWA, samen met onder andere Gemeenten, draagt zorg voor de ontwikkeling van een visie op de regionale economie, met aandacht voor bedrijventerreinen, economische functies en beschikbare werklocaties. Daarbij wordt voortgeborduurd op economische deelprofielen vanuit NOVEX MRA.

  • 34.

    VOWA, samen met onder andere Gemeenten, zet in op verduurzaming van bedrijventerreinen en productieketens, onder meer door het delen van energie, reststromen en het opzetten van lokale energie-initiatieven.

  • 35.

    VRO levert kennis en expertise uit lopende programma’s.

  • 36.

    EZ deelt kennis en expertise uit het programma ‘Verduurzaming Bedrijventerreinen’ met het oog op het verduurzamen en verbeteren van de organisatiegraad van de bedrijventerreinen in de regio Waterland.

  • 37.

    VOWA stimuleert de verdere ontwikkeling van start- en scale-ups via gerichte samenwerking in een community, of innovatietafels.

  • 38.

    VOWA, samen met onder andere Gemeenten, faciliteert actief de samenwerking met fondsen zoals ROM InWest om financiering en ondersteuning voor innovatieve ondernemers in de regio versterken.

  • 39.

    IenW informeert de Regio over ontwikkelingen in de samenwerking tussen Rijk en Regio op het gebied van circulaire economie, via de kanalen van de Krachtenbundeling voor agendaleden.

  • 40.

    De Regio meldt zich aan als agendalid van de Krachtenbundeling en stelt zichzelf daarmee ontvankelijk voor de informatie die IenW toestuurt.

  • 41.

    De Regio spant zich in om ambtelijke capaciteit beschikbaar te stellen voor het circulaire economie dossier, waarmee onder andere actieve samenwerking via de Krachtenbundeling kan worden vormgegeven.

  • 42.

    IenW zal deelnemen aan de Rijk-Regio overleggen van de Regiodeal zodra de ambtelijke capaciteit voor deelname aan de Krachtenbundeling georganiseerd is.

  • 43.

    De deelname aan de krachtenbundeling Rijk- Regio kan verder worden uitgebreid wanneer binnen de Regio meer capaciteit beschikbaar komt.

  • 44.

    VOWA stimuleert binnen sectoren zoals de agrarische sector en aquacultuur innovatieve ontwikkelingen, onder andere via een agri-innovatietafel en onderzoek naar alternatieve verdienmodellen.

  • 45.

    VOWA stimuleert het bedrijfsleven om zich beter en gestructureerder te organiseren, waardoor meer capaciteit kan ontstaan om belangrijke thema’s zoals innovatie, circulariteit en duurzaamheid aan te jagen. Hiermee zorgt het bedrijfsleven ook voor een goede vertegenwoordiging van het mkb binnen de verschillende actielijnen. Daarbij bestaat specifieke aandacht voor de aansluiting van speerpuntsectoren (bouw, techniek, ICT/technologie, zorg) bij het regionale werkcentrum en wordt aansluiting gezocht bij landelijke initiatieven zoals de Nationale Technologie Strategie12.

  • 46.

    VOWA, samen met onder andere Gemeenten, draagt de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van een eigen regiomarketingstrategie gericht op het versterken van het regionale profiel en het uitdragen van de unieke kwaliteiten van regio Waterland. Daarbij bestaat specifieke aandacht voor het verbinden van bestaande initiatieven, het benadrukken van de kracht van de regio als aantrekkelijke plek om te wonen, werken en ondernemen en ondersteunt gerichte acquisitie van talent, bedrijven en investeringen.

  • 47.

    EZ en BZK delen kennis en expertise uit het Nationaal Programma Vitale Regio’s waarbij de focus van EZ ligt op maatregelen voor het stimuleren van regionale economische ontwikkeling die voor de regio Waterland relevant kunnen zijn.

2.Inzet middelen Regio Envelop voor uitvoering Regio Deal Waterland

Artikel 3 – Uitgangspunten

  • 1.

    Partijen beogen een gecoördineerde beleidsmatige inzet van hun gezamenlijke financiële middelen op basis van de afspraken in deze Regio Deal. De Regio geeft met die middelen uitvoering aan de Regio Deal Waterland zoals het initiëren en/of realiseren van programma’s en projecten en andere uitvoeringsactiviteiten in het kader van de doelen en interventies van de Regio Deal Waterland zoals bedoeld in artikel 1. Op deze wijze zetten Partijen zich samen met de Partners in om de regionale opgave van de regio Waterland te realiseren.

  • 2.

    VRO reserveert maximaal € 13 mln. inclusief eventueel verschuldigde BTW vanuit de Regio Envelop als Rijksbijdrage voor uitvoeringsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid, volgens de in de onderstaande tabel opgenomen onderverdeling. Hierin zijn ook de uitvoeringskosten oftewel VAT-kosten (Voorbereiding, Administratie en Toezicht) opgenomen. Dit percentage is maximaal 3% van de Rijksbijdrage.

  • 3.

    De Regio is verantwoordelijkheid voor het inbrengen van €13 mln. in totaal aan regionale financiering voor uitvoeringsactiviteiten13 als bedoeld in het eerste lid volgens de in de onderstaande tabel opgenomen onderverdeling:

    Uitvoeringsactiviteiten

    Maximalerijksbijdrage1)

    Regionalefinanciering

    Totaal bedrag

    1. Wonen

    € 4.700.000

    € 4.700.000

    € 9.400.000

    2. Leren

    € 3.955.000

    € 3.955.000

    € 7.910.000

    3. Werken

    € 3.955.000

    € 3.955.000

    € 7.910.000

    Uitvoeringskosten (VAT)

    € 390.000

    € 390.000

    € 780.000

    Bijdragen totaal maximaal

    € 13.000.000

    € 13.000.000

    € 26.000.000

    1) Dit bedrag is inclusief eventueel verschuldigde BTW.

  • 4.

    De verdeling opgenomen in de tabel in het derde lid geldt als uitgangspunt. Partijen zijn zich ervan bewust dat gedurende de looptijd van de Regio Deal omstandigheden en/of prioriteiten kunnen wijzigen. Partijen kunnen, na bespreking in het Rijk-Regio-overleg, een gewijzigde verdeling over de actielijnen afspreken. Op deze wijziging van Regio Deal Waterland is artikel 10 van toepassing.

Artikel 4 - Regiokassier

Partijen spreken af dat in het kader van de uitvoeringsactiviteiten van de Regio Deal Waterland Gemeente Purmerend de rol zal vervullen van Regiokassier. De Regiokassier draagt zorg voor het nakomen van de voorwaarden en verplichtingen, zoals verwoord in artikel 14 en 15 van het Besluit specifieke uitkering Regio Deals vierde, vijfde en zesde tranche.

Artikel 5 - Rijk–Regio-overleg

  • 1.

    Periodiek treden Partijen in overleg over de onderlinge samenwerking in het kader van de Regio Deal Waterland en met andere publieke en/of private samenwerkingspartners. Dit Rijk-Regio-overleg ziet toe op de uitvoering van de Regio Deal zoals beschreven in dit convenant.

  • 2.

    Het Rijk-Regio-overleg vergadert tenminste eenmaal per jaar, over de voortgang van, en eventuele knelpunten of risico’s in, de uitvoering van de Regio Deal en andere actualiteiten in de regio.

  • 3.

    Het in het eerste lid bedoelde Rijk-Regio-overleg bestaat uit de volgende vertegenwoordigers:

    • a.

      vanuit de ministeries van het Rijk:

      • i.

        Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;

      • ii.

        Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

      • iii.

        Economische Zaken;

      • iv.

        Infrastructuur en Waterstaat;

    • b.

      vanuit de Regio:

      • i.

        Burgemeester gemeente Purmerend

      • ii.

        Wethouder gemeente Landsmeer

      • iii.

        Burgemeester gemeente Waterland

      • iv.

        Wethouder gemeente Edam-Volendam

      • v.

        Voorzitter Vereniging Ondernemend Waterland

      • vi.

        Bestuursvoorzitter Talland College

      • vii.

        Bestuursvoorzitter Purmerendse Scholengroep

      • viii.

        Bestuursvoorzitter Hogeschool van Amsterdam

  • 4.

    Het Rijk-Regio-overleg voorziet in zijn eigen werkwijze, waarbij het uitgangspunt is dat de Regio bij het organiseren, uitnodigen en verslagleggen de lead heeft.

  • 5.

    Het Rijk-Regio-overleg spreekt een escalatieregeling af.

  • 6.

    Partijen zien zelf toe op een adequate verantwoording aan achterbannen en/of volksvertegenwoordigers.

Artikel 6 – Evaluatie en voortgang

  • 1.

    De Regio brengt de beginsituatie van de regionale opgave in kaart. Daarnaast bepaalt de Regio een (lerende) aanpak voor evaluatie, waarmee gedurende de looptijd en na afloop van de Regio Deal kan worden beoordeeld of de afspraken (artikel 2) bijdragen aan de doelen (artikel 1) van de Regio Deals. De beginsituatie en aanpak voor lerende evaluatie zijn beschreven in het voorjaar van 2026.

  • 2.

    De Regio stelt éénmaal per jaar een voortgangsrapportage op, met daarin:

    • a.

      de voortgang van de initiatieven en programma’s;

    • b.

      in hoeverre de Regio op schema liggen om de beoogde doelen en afspraken (artikelen 1 en 2) te behalen.

  • 3.

    De jaarlijkse voortgangsrapportage wordt in concept voor 15 juni van ieder jaar voorgelegd aan Partijen voor vaststelling, gelet op indiening voor 15 juli bij VRO in het kader van de specifieke uitkering.

  • 4.

    De Regio kan met de jaarlijkse voortgangsrapportage de betrokken publieke, semipublieke en private partijen informeren. VRO gebruikt de jaarlijkse voortgangsrapportage als input voor de periodieke voortgangsrapportage van alle Regio Deals voor de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

  • 5.

    VRO draagt zorg voor onderzoek, betreffende het geheel van de Regio Deals (o.m. de resultaten en effecten van de Deals voor brede welvaart). De Regio verleent haar medewerking hieraan.

  • 6.

    BZK verzamelt tijdens de opzet, uitvoering en evaluatie van de Regio Deals lessen, resultaten en kennis over de (door)ontwikkeling van regionale samenwerking binnen het stelsel van openbaar bestuur, waarmee mede uitvoering wordt gegeven aan de Actieagenda Goed Bestuur14.

Artikel 7 – Communicatie

  • 1.

    Partijen zien toe op een gezamenlijke communicatiestrategie en -plan, waarbij de Regio in de lead is.

  • 2.

    De Regio zal bij projecten die deel uitmaken van de uitvoering van de Regio Deal Waterland vragen om in de communicatie over die projecten kenbaar te maken dat het project mede mogelijk is gemaakt in samenwerking tussen Rijk en Regio.

Slotbepalingen

Artikel 8 - Uitvoering in overeenstemming met Unierecht

De afspraken van deze Regio Deal en/of de daaruit voortvloeiende maatregelen worden in overeenstemming met het recht van de Europese Unie uitgevoerd en uitgewerkt in het bijzonder voor zover de afspraken vallen onder de werking van de Europese regels met betrekking tot aanbesteding, mededinging, staatssteun en technische normen en voorschriften.

Artikel 9 - Gegevensuitwisseling

  • 1.

    De in het kader van (de uitvoering van) deze Regio Deal uitgewisselde dan wel uit te wisselen informatie is in beginsel openbaar. Indien een Partij verzoekt om geheimhouding zullen de overige Partijen deze informatie in beginsel geheimhouden en deze geheel noch gedeeltelijk aan enige derde bekendmaken, behoudens voor zover een verplichting tot openbaarmaking voortvloeit uit de wet, een rechterlijke uitspraak of deze Regio Deal.

  • 2.

    Partijen dragen er zorg voor dat concurrentiegevoelige en/of privacygevoelige informatie uitsluitend wordt gedeeld voor zover dit in overeenstemming is met de relevante internationale, Europese en nationale wettelijke kaders. Zij kunnen hiertoe nadere afspraken vastleggen.

Artikel 10 - Wijzigingen

  • 1.

    Elke Partij kan schriftelijk verzoeken deze Regio Deal te wijzigen. De wijziging behoeft de instemming van alle Partijen.

  • 2.

    Partijen treden in overleg binnen 6 weken nadat een Partij het verzoek kenbaar heeft gemaakt bij VRO. VRO informeert de overige Partijen over de voorgestelde wijziging en vraagt hen om instemming.

  • 3.

    Nadat alle Partijen aan VRO kenbaar hebben gemaakt in te stemmen met het verzoek tot wijziging wordt de wijziging en de verklaringen tot instemming als bijlage aan dit convenant gehecht.

Artikel 11 - Opzegging

  • 1.

    Elke Partij kan de Regio Deal Waterland met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden schriftelijk opzeggen, indien een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat deze Regio Deal billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. De opzegging moet de verandering in omstandigheden vermelden.

  • 2.

    Wanneer een Partij deze Regio Deal opzegt, blijft de Regio Deal voor de overige Partijen in stand voor zover de inhoud en de strekking ervan zich daartegen niet verzetten.

  • 3.

    Ingeval van beëindiging van de Regio Deal Waterland door opzegging is geen van de Partijen jegens een andere Partij schadeplichtig.

Artikel 12 - Toetreding nieuwe partijen

  • 1.

    Met instemming van alle Partijen kunnen anderen tijdens de looptijd van de Regio Deal Waterland als partij toetreden tot deze Regio Deal. Een toetredende partij dient de verplichtingen die voor haar uit de Regio Deal voortvloeien te aanvaarden.

  • 2.

    Het schriftelijke verzoek tot toetreding met daarbij de concrete bijdrage aan de Regio Deal Waterland wordt gericht aan VRO. VRO informeert Partijen en vraagt hen om instemming.

  • 3.

    Zodra alle Partijen aan VRO schriftelijk kenbaar hebben gemaakt in te stemmen met het verzoek tot toetreding, ontvangt de toetredende partij de status van Partij van de Regio Deal Waterland en gelden voor die partij de voor haar uit de deal voortvloeiende rechten en verplichtingen.

  • 4.

    Het verzoek tot toetreding en de verklaringen tot instemming worden als bijlagen aan de Regio Deal Waterland gehecht.

Artikel 13 - Ongeldigheid

Indien een bepaling van dit convenant in enige mate als nietig, vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden beschouwd, bijvoorbeeld wegens strijdigheid met het Besluit specifieke uitkering Regio Deals vierde, vijfde en zesde tranche (zoals deze luidt op het moment dat de strijdigheid zich voordoet of alsdan in bestuursrechtelijke zin is vastgesteld), wordt die bepaling, voor zover nodig, uit de Regio Deal verwijderd en vervangen door een bepaling die wel bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel mogelijk benadert. De overige bepalingen van de Regio Deal blijven in een dergelijke situatie ongewijzigd en onverminderd geldig.

Artikel 14 - Publiekrechtelijke medewerking en toepasselijk recht

  • 1.

    De in het kader van Regio Deal door Partijen te verlenen (publiekrechtelijke) medewerking laat de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van Partijen onverlet.

  • 2.

    Deze regio werkt ook met privaatrechtelijke rechtspersonen; deze hebben geen publiekrechtelijke positie en bevoegdheden.

  • 3.

    Op deze Regio Deal is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

Artikel 15 – Nakoming

De Regio Deal is niet in rechte afdwingbaar. Partijen kunnen elkaar aanspreken op tekortkomingen in de nakoming van de Regio Deal in het Rijk-Regio overleg.

Artikel 16 - Ondertekening in verschillende exemplaren

Dit convenant kan worden ondertekend door Partijen in verschillende exemplaren, die samengevoegd hetzelfde rechtsgevolg hebben alsof deze Regio Deal is ondertekend door alle Partijen in één exemplaar.

Artikel 17 - Citeertitel

Deze Regio Deal kan worden aangehaald als Regio Deal Waterland.

Artikel 18 – Inwerkingtreding en looptijd

  • 1.

    Dit convenant treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2030.

  • 2.

    Partijen kunnen, na bespreking in het Rijk-Regio-overleg, de looptijd van de Regio Deal wijzigen, conform de procedure van artikel 10. De Regiokassier zal rekening houden met de samenhang tussen de wijziging van de looptijd van de Regio Deal en de verleende specifieke uitkering ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten Regio Deals.

Artikel 19 - Publicatie

  • 1.

    Deze Regio Deal zal net als andere Regio Deals openbaar worden gemaakt door publicatie in de Staatscourant en toegezonden worden aan de Tweede Kamer, waardoor anderen kennis kunnen nemen van de Regio Deal.

  • 2.

    VRO rapporteert over de Regio Portefeuille, alsmede de hieruit voortvloeiende Regio Deals aan de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Bijlagen:

Bijlage 1: Beoordelingscriteria

Bijlage 2: Convenant Regio Deal Waterland


Noot
1

Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024-2027

Noot
2

Tweede nota Ruimtelijke Ordening (1966)

Noot
3

Bron CBS Purmerend/Edam-Volendam

Noot
4

Bron CBS

Noot
5

Bron: S-BB, eigen analyse

Noot
6

Kwaliteitsagenda 2024-2027, Talland College

Noot
7

Regio in Beeld (Zaanstreek/Waterland), UWV

Noot
8

Bron: UWV, regio in beeld

Noot
9

Purmerend in cijfers, CBS

Noot
10

Regio in Beeld (Zaanstreek/Waterland), UWV

Noot
11

Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen, VWS

Noot
13

De Regio brengt de cofinanciering op via de uitvoering in samenwerking met partners die hieraan meewerken: bij aanvraag van een project/subsidie, wordt altijd cofinanciering gevraagd met 50% als eis.

Noot
14

Met de Actieagenda Goed Bestuur (2025, zie overheid.nl) richt het ministerie van BZK zich op het versterken van de samenwerking binnen het Rijk en de (interbestuurlijke) samenwerking tussen Rijk, medeoverheden en niet-overheidspartners.