Beleidsregel exploitatie openbare inrichtingen gemeente Lingewaard 2026

Geldend van 13-02-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel exploitatie openbare inrichtingen gemeente Lingewaard 2026

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Algemeen

Openbare inrichtingen, zoals een café hebben een belangrijke sociaal-maatschappelijke en economische functie binnen de gemeente Lingewaard. Horecagelegenheden bieden niet alleen ruimte voor ontmoeting, ontspanning en culturele beleving, maar dragen ook bij aan werkgelegenheid, levendige kernen, toerisme en recreatie. Tegelijkertijd kunnen openbare inrichtingen nadelige effecten hebben op de leefomgeving, zoals geluidsoverlast, parkeeroverlast en verstoring van de openbare orde.

Om voor een goede balans te zorgen tussen de positieve bijdrage van openbare inrichtingen voor inwoners en bezoekers en het voorkomen van overlast voor de omgeving, hanteert de gemeente Lingewaard een vergunningenstelsel voor openbare inrichtingen. Met deze beleidsregel willen we duidelijkheid geven over de voorwaarden waaronder horecagelegenheden hun bedrijf mogen uitoefenen. Deze beleidsregel geeft kaders voor ondernemers, bewoners en handhavers en draagt bij aan een veilige, leefbare en aantrekkelijke gemeente voor iedereen. Een goede samenwerking tussen gemeente, politie en horeca is daarbij van belang.

1.2 Aanleiding

In de Algemene plaatselijke verordening gemeente Lingewaard (hierna: Apv) staat dat er een vergunningplicht geldt voor openbare inrichtingen. Hoe de gemeente aan deze vergunningplicht invulling geeft, kan zij uitwerken in beleidsregels. In 2003 stelde de gemeente het Beleid exploitatievergunningen gemeente Lingewaard vast. Dit beleid is gebaseerd op de toenmalige Apv. Inmiddels is het artikel over openbare inrichtingen in de Apv gewijzigd. Ook is het wenselijk om de inhoud op onderdelen te actualiseren.

1.3 Doelstelling

De beleidsregel als instrument heeft de volgende doelen:

  • -

    Voorkomen en bestrijden van (structurele) overlast;

  • -

    Beschermen van de openbare orde en veiligheid;

  • -

    Voorkomen van criminele beïnvloeding van legale bedrijven (ondermijning);

  • -

    Vergroten van de rechtszekerheid en transparantie voor ondernemers en belanghebbenden.

1.4 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 beschrijven we het juridisch kader van de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen. Hoofdstuk 3 gaat over horecacategorieën. Hoofdstuk 4 beschrijft het verband met de Alcoholwet, paracommercie en terrassen. Hoofdstuk 5 gaat over toezicht en handhaving. Hoofstuk 6 beschrijft het besluitvormingsproces.

Hoofdstuk 2 Toelichting juridisch kader

2.1 Algemene wet bestuursrecht

De burgemeester kan op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) beleidsregels vaststellen. De Apv van Lingewaard roept een exploitatievergunning voor openbare inrichtingen in het leven. De burgemeester is hiervoor het bevoegd gezag. Door het vaststellen van beleidsregels geeft de burgemeester duidelijkheid aan alle betrokken partijen over hoe de gemeente Lingewaard invulling geeft aan de exploitatie van openbare inrichtingen.

Omdat het onmogelijk is om alle zaken die betrekking hebben op de exploitatie openbare inrichtingen te voorzien of vast te leggen in beleidsregels, is de burgemeester bevoegd om met behulp van de zogenaamde hardheidsclausule af te wijken van de beleidsregels (artikel 4:84 Awb). Van de hardheidsclausule mag de burgemeester gebruikmaken als de toepassing van de beleidsregel voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die onevenredig zijn gelet op de met de beleidsregel te dienen doelen of voor het leveren van maatwerk. Voorwaarde is dat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Of hiervan sprake is, beslist de burgemeester. In de gevallen waarin deze beleidsregel niet of onvoldoende voorziet, beslist de burgemeester.

2.2 Algemene plaatselijke verordening (Apv)

In artikel 2:27 van de Apv staat welk soort bedrijven onder het begrip openbare inrichting valt. Het gaat om een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Een buiten de besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maken deel uit van die besloten ruimte.

Artikel 2:28 Apv roept voor deze inrichtingen een vergunningplicht voor de exploitatie in het leven. De burgemeester gaat over het toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen en de daarbij behorende erven. De grondslag hiervoor staat in artikel 174 Gemeentewet. Een vergunningenstelsel geeft de burgemeester instrumenten om de openbare orde te handhaven en de woon- en leefomgeving en de samenleving te beschermen tegen hinder, overlast en (ondermijnende) criminaliteit. Dit laatste in combinatie met het toepassen van de Wet Bibob. Ook kan het nodig zijn om andere vergunningen of ontheffingen aan te vragen, bijvoorbeeld voor het schenken van alcohol, (ver)bouwen, milieu, brandveiligheid en/of andere relevante onderwerpen.

Artikel 2:28 lid 4 Apv geeft een aantal uitzonderingen van de vergunningplicht. Het gaat om horeca bij winkels in de zin van de Winkeltijdenwet, voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit van de winkelactiviteit vormen. Het gaat ook om zorginstellingen, musea, bedrijfskantines of bedrijfsrestaurants en bed & breakfasts.

De exploitatievergunning voor een openbare inrichting wordt verleend aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon en is niet overdraagbaar. Bij openbare inrichtingen hebben we, naast natuurlijke personen (eenmanszaken), te maken met samenwerkingsverbanden waaraan we vergunningen verlenen. Voorbeelden hiervan zijn een vennootschap onder firma en/of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico het bedrijf wordt uitgeoefend. De voornaamste reden om de exploitatievergunning persoonsgebonden af te geven, is dat de exploitant een belangrijke rol heeft in de wijze van bedrijfsvoering en dus ook in de wijze waarop de bedrijfsvoering het woon- en leefklimaat, de openbare orde en de samenleving beïnvloedt. De exploitatievergunning geldt in beginsel voor onbepaalde tijd (artikel 1:7 Apv) en is niet overdraagbaar.

Artikel 2:33 Apv bepaalt dat als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 optreedt als bevoegd bestuursorgaan. Waar in het vervolg de burgemeester wordt genoemd, geldt voor deze gevallen dat het college bedoeld wordt.

2.2.1 Toetsings- en weigeringsgronden

De aanvraag wordt door de burgemeester getoetst aan artikel 2:28 Apv. De burgemeester kan de exploitatievergunning weigeren als die in strijd is met de algemene weigeringsgronden uit artikel 1:8 Apv. In dit artikel staat dat de vergunning of ontheffing door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan in ieder geval kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu.

Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Ook geldt dat strijd met het omgevingsplan een grond is voor weigering van een vergunning (art. 2:28 lid 2 Apv). Een aanvraag voor een exploitatievergunning wordt daarom als eerste hieraan getoetst. Als er geen strijd is met het omgevingsplan wordt er getoetst aan de overige bepalingen van de Apv. Verder kan de burgemeester de vergunning volgens art. 2:28 lid 3 Apv geheel of gedeeltelijk weigeren als:

  • -

    De woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

  • -

    De exploitant en/of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is en/of onder curatele staat;

  • -

    De exploitant en/of leidinggevende de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;

  • -

    Wegens de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant en/of leidinggevende.

Bij een vergunningsaanvraag vraagt de burgemeester advies aan diverse betrokken partijen. De burgemeester houdt rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de inrichting ligt of zal liggen, de aard van de inrichting en de spanning waarmee het woonmilieu ter plaatse al te maken heeft of mee te maken zal krijgen door de exploitatie. Bij de vergunningverlening let de burgemeester ook op de (justitiële) achtergrond van de beheerder en eventuele eerdere tijdelijke sluitingen.

In de exploitatievergunning staan, naast de aard van het bedrijf ook de voorschriften voor het eventueel te exploiteren terras. Naast de in dit hoofdstuk genoemde algemene- en specifieke voorschriften, behoudt de burgemeester zich het recht voor om per situatie/locatie/aanvraag nadere voorschriften te stellen in kader van de openbare orde, (verkeers-)veiligheid en bescherming van de samenleving tegen ondermijnende criminele activiteiten.

Artikel 2:29 Apv regelt de sluitingstijden van de openbare inrichtingen. Een verzoek om ontheffing van de sluitingstijden wordt per geval beoordeeld.

Verder zal de burgemeester een vergunning weigeren of naderhand intrekken als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet overeenkomt met wat in de aanvraag is vermeld.

2.2.2 Wijzigings- en intrekkingsgronden

De feitelijke kracht van het vergunningstelsel ligt in de mogelijkheid voor de burgemeester om een vergunning tijdelijk of definitief in te trekken. De burgemeester zal de tijdsduur van de intrekking motiveren en relateren aan de ernst en de aard van de geconstateerde overtreding(en). Ook kunnen bepaalde activiteiten in een horecabedrijf leiden tot het tussentijds instellen van een Bibob-onderzoek. Dit kan, als er sprake is van enige- of ernstige mate van gevaar, leiden tot het opleggen van extra voorwaarden aan de vergunning of tot het intrekken van de vergunning. In artikel 1:6 Apv staat dat de burgemeester de vergunning kan wijzigen of intrekken als:

  • a.

    Ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • b.

    Op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

  • c.

    De aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • d.

    Van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

  • e.

    De houder dit verzoekt.

Ook kan de burgemeester de exploitatievergunning intrekken op grond van artikel 1:6 lid 1 onder d Apv als:

  • -

    Na onherroepelijk worden van de verleende vergunning zes maanden zijn verstreken, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  • -

    Na één jaar, anders dan door overmacht, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  • -

    Een exploitatievergunning, die een eerdere exploitatievergunning vervangt, van kracht is geworden.

De burgemeester kan een nieuwe vergunning voor dezelfde inrichting weigeren gedurende een bij de intrekking vastgestelde termijn.

2.3 Beleidsregels Bibob

De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) maakt het mogelijk om vergunningen, ontheffingen, subsidies en overheidsopdrachten te weigeren of in te trekken als er sprake is van gevaar dat criminele activiteiten mogelijk worden gemaakt met behulp van deze overheidsmiddelen.

De gemeente Lingewaard hanteert beleidsregels voor het toepassen van de Wet Bibob. Dit geeft de burgemeester en of college een extra instrument om (ondermijnende) criminele activiteiten te weren uit de gemeente. Ondernemers die een openbare inrichting starten en/of hebben, kunnen te maken krijgen met de toepassing van de Wet Bibob. De gemeente toetst de betreffende vergunning(aanvraag) aan het Bibob-beleid.

Als er geen gevaar voor misbruik bestaat en aan de overige eisen is voldaan, verleent de burgemeester de vergunning. Bestaat er enige mate van gevaar, dan kan de burgemeester extra eisen verbinden aan de exploitatievergunning of deze weigeren. De burgemeester kan het Landelijk Bureau Bibob (hierna: LBB) om advies vragen. Het LBB kan vaststellen of en zo ja, welke mate van gevaar er is. De burgemeester neemt het advies in overweging. Bij ernstig gevaar voor misbruik kan de burgemeester de (gevraagde) vergunning weigeren of intrekken.

Hoofdstuk 3 Horeca categorieën en ondergeschikte horeca

3.1 Omgevingsplan

De gemeente Lingewaard maakt onderscheid tussen meerdere categorieën van horeca. Bij horeca die ondersteunend is aan de hoofdactiviteit (als bijkomende functie), is er sprake van ondergeschikte horeca. Er is in dat geval geen sprake van een indeling in categorieën.

Als horeca de hoofdactiviteit is, zijn de horeca-activiteiten planologisch ingedeeld in drie categorieën. Dit is terug te vinden in de lijst van horeca-activiteiten bij het omgevingsplan. Het gaat om de volgende categorieën:

  • 1.

    Categorie 1: lichte horeca;

  • 2.

    Categorie 2: middelzware horeca;

  • 3.

    Categorie 3: zware horeca.

Per horecalocatie is in het omgevingsplan te vinden onder welke horeca-categorie de activiteiten vallen.

3.2 Ondergeschikte horeca

Met ondergeschikte horeca bedoelen we gebruik dat functioneel en ruimtelijk gezien ondergeschikt is aan de hoofdfunctie die in het omgevingsplan is toegestaan. Dit betekent bovendien dat de ondergeschikte horeca zich niet in een ander(e) pand/lokaliteit kan bevinden dan de hoofdactiviteit. In artikel 2:28 lid 4 en 2:29 lid 4 van de Apv wordt ingegaan op ondergeschikte horeca. Daarin is onder meer opgenomen dat, bij een winkel, voor het horecagedeelte dezelfde sluitingstijd geldt als de hoofdactiviteit. Een aantal specifieke bedrijfstakken van kleinschalige horecagelegenheden, waarbij de openbare orde niet in het geding is, zijn uitgezonderd van de vergunningplicht. Voor deze categorieën geldt dat het aanvragen van een horeca-exploitatievergunning niet nodig is. Voor alle ondergeschikte horeca geldt dat er wel een exploitatievergunning moet worden aangevraagd als men een terras wil exploiteren.

Hoofdstuk 4 Alcoholwet, paracommercie en terrassen

4.1 Samenhang met de Alcoholwetvergunning

Voor de exploitatie van horecabedrijven binnen de gemeente Lingewaard, waar uitsluitend alcoholvrije dranken of alcoholhoudende dranken voor gebruik elders dan ter plaatse worden verstrekt, is alleen een exploitatievergunning nodig. Voor de exploitatie van een horecabedrijf met alcoholverstrekking voor gebruik ter plaatse zijn een exploitatievergunning en een Alcoholwetvergunning nodig.

Beide vergunningen moet altijd actueel blijven. Alle wijzigingen, zoals wisseling van leidinggevenden, wijziging van ondernemingsvorm of uitbreiding terras/lokaliteit en dergelijke, moeten worden doorgegeven aan de gemeente.

Daarnaast is het belangrijk dat de vergunningen altijd overeenkomen met de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Als de inschrijving bij de Kamer van Koophandel wordt gewijzigd zonder de vergunningen te laten wijzigen (ook niet na het verzoek van de gemeente om dit te wijzigen), vervallen deze vergunningen en mag het horecabedrijf niet geopend zijn.

Ook als met een verbouwing het horecabedrijf groter of kleiner wordt gemaakt, moeten de vergunningen worden gewijzigd. Tijdens het behandelen van deze aanvraag mag het horecabedrijf geopend blijven.

In ieder geval één van de opgegeven leidinggevenden moet in de horecagelegenheid aanwezig zijn als deze voor publiek geopend is. Indien wordt geconstateerd dat één van de opgegeven leidinggevenden niet in de betreffende horecagelegenheid aanwezig is, zal de exploitant worden gesommeerd de situatie te herstellen (door één van de opgegeven leidinggevenden aanwezig te laten zijn, dan wel om nieuwe leidinggevenden aan te stellen). Indien de situatie na deze waarschuwing niet binnen de gestelde termijn wordt hersteld, kan dit leiden tot sancties en in het uiterste geval tot intrekking van de vergunning.

De opgegeven leidinggevenden in een inrichting waarvoor een exploitatievergunning en een Alcoholwetvergunning is verleend, zullen conform de Alcoholwet justitieel worden getoetst. Ten aanzien van leidinggevenden in een inrichting waarvoor enkel een exploitatievergunning nodig is, zal de gemeente een VOG opvragen bij de ondernemer. Er kan een justitiële toets plaatsvinden als voor de betreffende inrichting een Bibob-toets geldt. In dat geval is een VOG overbodig.

4.2 Samenhang met paracommercie

Voor de paracommercie geldt dat deze inrichtingen verplichte eindtijden voor het schenken van alcohol hebben. Deze staan opgenomen in artikel 2:34b Apv. De schenktijd is tot 24.00 uur ‘s nachts. Voor sociaal-culturele paracommercie geldt een schenktijd tot 01.00 uur ’s nachts. Voor paracommerciële inrichtingen heeft de wetgever een uitzondering gemaakt op de regel dat altijd een leidinggevende aanwezig moet zijn bij het schenken van alcohol. Deze taak mag ook door barvrijwilligers worden vervuld. Barvrijwilligers moeten een instructie of e-learning hebben gevolgd waaruit blijkt dat zij verantwoord alcohol kunnen schenken.

Er mag geen sprake zijn van oneerlijke concurrentie met reguliere horecabedrijven. Een exploitatievergunning is nodig, net als Alcoholwetvergunning. Om duidelijkheid te hebben over wat mag en niet mag in de gemeente is in de artikelen 2:34h en 2:34i Apv vastgelegd welk soort bijeenkomsten is toegestaan en hoe vaak per jaar.

4.3 Terrassen

Een terras is een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. Op grond van artikel 2:27 lid 2 Apv maakt een terras deel uit van de besloten ruimte van de openbare inrichting waartoe deze behoort.

Terrassen mogen het hele jaar door worden gebruikt. Van maandag tot en met vrijdag mogen de terrassen tussen 6:00 en 00:00 uur worden gebruikt. Op zaterdag en zondag mogen de terrassen tussen 6:00 en 01.00 uur worden gebruikt. Terrassen moeten een uur voor sluitingstijd van de openbare inrichting sluiten.

Voor terrassen op gemeentegrond geldt verder de regel dat de beschikbare ruimte voor terrassen, voor zover niet direct voor de (zij)gevel van de openbare inrichting gelegen, bij een nieuwe exploitant opnieuw wordt verdeeld. Er kunnen aanpassingen aan terrassen nodig zijn. In dat geval is de exploitant verplicht om hieraan mee te werken. Hierbij spelen eventuele vergoedingen aan de gemeente voor het gebruik van de gemeentegrond geen rol.

De situatietekeningen die bij de vergunningen zijn gevoegd, zijn leidend voor de begrenzingen van de terrassen. Bij een aanvraag voor het uitbreiden van een bestaand terras of voor een terras op een nog niet ingetekend of gemarkeerd gebied zal per geval worden beoordeeld of een (uitgebreid) terras op de aangevraagde locatie mogelijk en wenselijk is.

4.3.1 Veiligheid

Vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid is het nooit de bedoeling om obstakels te plaatsen op de voor de rijbaan bestemde delen van de openbare weg. Voor de hulpdiensten moet altijd voldoende ruimte zijn om de horecagelegenheid te kunnen bereiken. Eventuele afscheidingen moeten in geval van calamiteiten, zoals bij brand, direct kunnen worden verwijderd. Ook moet er voldoende vrije ruimte zijn op de voor voetgangers bestemde gedeelten van de openbare weg, zodat uitwijken naar de rijbaan en daarmee verkeersonveiligheid kan worden voorkomen. Bij terrassen op trottoirs moet een begaanbare weg of een begaanbaar pad aanwezig zijn van ten minste 1,5 meter breed. Terrassen mogen de toegang tot andere panden en etalages van winkels of nooduitgangen niet belemmeren.

4.3.2 Locatie

Er kunnen twee soorten terrassen worden onderscheiden: gevelterrassen en vrijliggende terrassen. Gevelterrassen mogen uitsluitend worden geplaatst tegen de voor- en/of zijgevel van het horecabedrijf, ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd. De breedte van een gevelterras mag niet meer bedragen dan de breedte van de voor- of zijgevel van het pand ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd. Eventueel is een uitzondering mogelijk, mits de grondeigenaar hiervoor schriftelijke toestemming geeft aan de exploitant en slechts voor zolang die toestemming geldt. Dit betekent dus ook dat bij een eigendomsoverdracht de uitzondering kan komen te vervallen. Overigens is dit een afspraak tussen partijen onderling waar de gemeente in beginsel geen rol in heeft. In dit geval zal de terrastekening door de gemeente worden aangepast. Verder is de diepte van een gevelterras afhankelijk van de beschikbare openbare ruimte.

Er moet vanuit de openbare inrichting altijd zicht zijn op het volledige terras. Een horecabedrijf mag, als de openbare ruimte dat toelaat, beschikken over zowel een gevelterras als een vrijliggend terras.

Van een vrijliggend terras is sprake als het terras van een horeca-inrichting wordt gescheiden door een voetgangers- of andere verkeersstrook. De breedte en de diepte van vrijliggende terrassen zijn afhankelijk van de beschikbare openbare ruimte. Deze hoeft niet beperkt te zijn tot de openbare ruimte voor de eigen deur.

4.3.3 Nadere voorschriften

  • -

    Voor het gebruik en de inrichting van het terras wordt niet van de situatietekening bij de exploitatievergunning afgeweken;

  • -

    Op het terras mag geen live- en/of versterkte muziek ten gehore worden gebracht.

  • -

    Het is verboden om zonder vergunning van de gemeente Lingewaard elementen (bijv. windschermen, parasol) vast te maken aan de ondergrond of aan het bestratingsmateriaal (bijv. verankering). Elementen moeten op een of andere manier demontabel zijn. Dit is nodig om de mogelijkheid voor onderhoud aan en aanleg van bestrating, riolering, kabels en leidingen vrij te houden;

  • -

    Het is niet toegestaan om een tappunt op een terras in te richten;

  • -

    Als de gemeente Lingewaard in verband met de uitvoering van civieltechnische werken, zoals onderhoud en aanleg van bestrating, riolering, kabels en leidingen, over het terras moet kunnen beschikken, wordt de medewerking van de vergunninghouder gevraagd door het terras te ontruimen voor de periode dat dit, in verband met de uitvoering van civieltechnische werken, noodzakelijk is;

  • -

    Tijdens evenementen en weekmarkten is het niet zonder meer toegestaan een terras uit te stallen. Indien nodig moet het terras in omvang worden aangepast of worden verwijderd, zodanig dat het evenement en de weekmarkt kan plaatsvinden en de doorgang is gewaarborgd;

  • -

    Als het terras tijdens een evenement binnen het aangewezen evenementengebied valt, is het gedurende het evenement niet toegestaan om drinkgerei van glas of geopende glazen verpakkingen of drinkgerei van blik te verstrekken;

  • -

    De vergunninghouder is verplicht om de schade te vergoeden die door het gebruik van de vergunning aan gemeente-eigendommen wordt toegebracht;

  • -

    De exploitant is verplicht om aan het einde van de dag het terrasmeubilair te verwijderen of vast te zetten met behulp van kettingen of kabels. Het terrasmeubilair mag in ieder geval niet los (op de openbare weg) staan of worden opgestapeld zonder vastgezet te zijn.

  • -

    Wanneer een terras 12 weken of langer niet wordt gebruikt, moet alle meubilair en terrasschermen inpandig worden opgeslagen, dan wel uit de openbare ruimte worden verwijderd.

  • -

    Hinder en overlast, veroorzaakt door op het terras aanwezige bezoekers, moet worden voorkomen;

  • -

    Het terras moet ordelijk zijn, en de exploitant draagt zorg voor het schoonhouden van het terras en de naaste omgeving.

Hoofdstuk 5 Toezicht en handhaving

Voor het toezicht en de handhaving van regels die voor openbare inrichtingen gelden, bestaan er zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke instrumenten. Van strafrechtelijke handhaving is sprake als een overtreding achteraf wordt “bestraft” via strafrechtelijke instrumenten. Het Openbaar Ministerie bepaalt daarbij of zij, op basis van de constateringen van de opsporingsambtenaren, vervolging inzet. Van bestuursrechtelijke handhaving is sprake als toezicht op de naleving wordt uitgevoerd of als de burgemeester bestuursrechtelijke sancties oplegt. Het doel van bestuursrechtelijk optreden is om een zodanige prikkel aan de overtreder te geven dat de overtreding herstelt en niet opnieuw begaat. Het Handhavingsbeleid van de gemeente Lingewaard gaat over het handhaven in de fysieke leefomgeving.

Ook kunnen preventieve maatregelen worden toegepast, zoals duidelijke voorschriften opnemen in een vergunning. Hoewel preventieve maatregelen ervoor moeten zorgen dat de overlast tot een minimum wordt beperkt, heeft de burgemeester ook de mogelijkheid om tot handhaving over te gaan.

Het exploiteren van een openbare inrichting of terras is zonder de benodigde vergunning verboden. Dit geldt ook als een bestaande inrichting door een ander wordt overgenomen, als de aard van inrichting is gewijzigd of als alcohol wordt verstrekt in een alcoholvrij bedrijf. In al deze gevallen moet een nieuwe- of gewijzigde vergunning worden aangevraagd. Daarnaast is exploitatie niet toegestaan als de vergunning is ingetrokken of geweigerd.

Bij het niet naleven van de voorschriften, beoordeelt de burgemeester op welke wijze hij dit sanctioneert: bestuursdwang, dwangsom of intrekking vergunning. Bestuursdwang kan bijvoorbeeld bestaan uit het sluiten van het terras of de gehele openbare inrichting of inbeslagname van bijvoorbeeld (geluids)apparatuur of (terras)meubilair. Daarnaast kan de burgemeester volgens artikel 2:30 Apv tijdelijk andere sluitingsuren vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen. Voordat hij de sanctie oplegt, zal hij over het algemeen eerst een waarschuwing geven. Bij herhaling van de overtreding volgt de sanctie. Als overtredingen zodanig ernstig van aard of omvang zijn, of binnen een jaar worden herhaald, zal de burgemeester direct de sanctie opleggen zonder waarschuwing vooraf.

Naast de controle op bovenstaande punten, ziet (de omgevingsdienst voor) de gemeente toe op de naleving van het omgevingsplan en bouw- en milieuvoorschriften en treedt zij bij overtredingen handhavend op. Ook heeft de gemeente interventiebeleid voor de Alcoholwet vastgesteld.

Hoofdstuk 6 Proces

6.1 Aanvraag

Een vergunning moet bij voorkeur digitaal bij de burgemeester van Lingewaard worden aangevraagd. Hiervoor is een aanvraagformulier ontwikkeld. Bij de aanvraag moet een situatieschets worden aangeleverd (schaal 1:100), met daarop aanduidingen van de functie van de ruimten en de oppervlakten. Het Bibob-vragenformulier maakt onderdeel uit van de aanvraag.

Als de aanvraag ook gaat over een terras dat breder is dan de eigen gevel en er sprake is van grond van een andere partij, moet de schriftelijk toestemming zoals bedoeld in paragraaf 4.3.2 onderdeel uitmaken van de aanvraag.

Bij een gedeeltelijke wijziging van de vergunning, zoals wijziging van activiteiten of wijziging van inrichting, kan worden volstaan met het formulier voor een wijziging. Bij een verandering van rechtsvorm is een geheel nieuwe aanvraag nodig.

Zonder de benodigde documenten kan de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. Slechts in bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.

6.2 Toetsing

De volledigheid van de aanvraag wordt getoetst aan de Apv van de gemeente Lingewaard en aan de beleidsregels, zoals opgenomen in dit stuk. Als de aanvraag onvolledig is, vraagt de burgemeester, of in de gevallen van artikel 2:33 Apv het college, aan de aanvrager om de aanvraag binnen twee tot vier weken aan te vullen. Als de aanvraag onvolledig blijft, wordt deze buiten behandeling gesteld.

6.3 Publicatie aanvraag

Bij een nieuwe aanvraag wordt op de digitale gemeentepagina gepubliceerd dat de burgemeester een aanvraag heeft ontvangen voor een exploitatievergunning openbare inrichting. Gedurende vier weken kunnen belanghebbenden zienswijzen indienen.

Bij een aanvraag voor wijziging van de exploitatievergunning wordt deze alleen gepubliceerd als het gaat om wijziging van de activiteiten, terras of inrichting voor zover deze mogelijk enige invloed hebben op de leefomgeving. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen.

6.4 Besluitvorming

Op een volledige aanvraag beslist de burgemeester binnen acht weken. Deze termijn kan met ten hoogste acht weken worden verlengd (art. 1:2 lid 2 Apv). Als een Bibob toets onderdeel is van de aanvraag, wordt de termijn voor een beslissing op de vergunningsaanvraag opgeschort conform het gemeentelijk Bibob beleid. De termijn wordt in ieder geval verlengd met acht weken als de gemeente een onderzoek aanvraagt bij het LBB.

Voldoet de aanvraag aan de Apv, het omgevingsplan, deze beleidsregels en is er door alle afdelingen en instanties positief geadviseerd, dan verleent de burgemeester de vergunning. Daarbij kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld indien nodig.

Als niet tijdig wordt beslist, betekent dit niet dat de vergunning moet worden verleend of automatisch is verleend (artikel 2:28 lid 9 Apv).

6.5 Publicatie besluit

Een besluit op grond van de vergunningsaanvraag wordt in het digitale gemeenteblad gepubliceerd. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken bezwaar aantekenen bij de burgemeester.

6.6 Intrekken oud beleid

Gelijktijdig met het vaststellen van de nieuwe beleidsregel, trekken we in het Beleid exploitatievergunningen gemeente Lingewaard 2003.

Ondertekening

Vastgesteld in de vergadering van 27 januari 2026

burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard

de secretaris,

drs. I.P. van der Valk

de burgemeester,

C.A.A. van Rhee-Oud Ammerveld

de burgemeester,

C.A.A. van Rhee-Oud Ammerveld