Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756860
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756860/1
Beleidsregels standplaatsen gemeente Zeist 2026
Geldend van 13-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels standplaatsen gemeente Zeist 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening Zeist (hierna: APV);
overwegende dat:
- •
dat het noodzakelijk is het standplaatsenbeleid van de gemeente Zeist te actualiseren;
- •
op grond van artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Zeist vergunningen kunnen worden verleend voor standplaatsen;
- •
een beperkt aantal vergunningen kan worden verleend;
- •
deze beleidsregel procedureregels bevat om te bepalen wie in aanmerking komt voor een standplaatsvergunning;
besluit de volgende nadere regels vast te stellen:
Beleidsregels standplaatsen gemeente Zeist 2026
In de gemeente Zeist kunnen op een aantal locaties standplaatsen worden ingenomen. Standplaatsen verlevendigen het straatbeeld en zijn een verrijking van het voorzieningenaanbod voor inwoners en bezoekers van de gemeente. Om duidelijkheid te geven over welke locaties hiervoor geschikt zijn, welke vergunningsprocedure gevolgd wordt en welke voorschriften aan de vergunning worden verbonden, zijn de regels hiervoor vastgelegd in het standplaatsenbeleid gemeente Zeist 2026.
Artikel 1 Begripsbepaling
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
Aanvrager: degene die een vergunning aanvraagt;
- b.
APV: de geldende Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Zeist;
- c.
Het college: het college van burgemeesters en wethouders van Zeist;
- d.
Seizoensgebonden standplaats: een standplaats die voor een bepaalde periode wordt verleend voor de verkoop van producten die passen bij die periode;
- e.
Standplaats zoals gedefinieerd in de APV;
- f.
Tijdelijke standplaats: een standplaats die voor niet langer dan twee aaneengesloten dagen wordt ingenomen;
- g.
Vaste standplaats: een standplaats als bedoeld in de APV op een door het college aangewezen locatie, die gedurende het hele jaar één of meerdere dagen/dagdelen per week wordt ingenomen;
- h.
Vergunninghouder: degene aan wie een standplaatsvergunning is verleend.
Artikel 2 Standplaatsenplan
-
1. Het college wijst locaties aan, waar de mogelijkheid bestaat voor het innemen van een standplaats, door deze op te nemen in het standplaatsenplan, bestaande uit een overzicht van de aangewezen standplaatsen (bijlage 1);
-
2. Het college kan bij besluit indien zij dit wenselijk en noodzakelijk acht locaties aan het standplaatsenplan toevoegen of eruit verwijderen.
Artikel 3 Procedure voor het aanvragen van vergunningen voor vaste standplaatsen en seizoensgebonden standplaatsen
Voor aanvragen geldt de volgende procedure:
- 1.
De gemeente Zeist maakt het openbaar bekend via de gemeentelijke website (en overheid.nl) als er één of meer standplaatsen zijn vrijgekomen. Belangstellenden kunnen zich inschrijven voor de vrijkomende standplaats(en) voor een nader te bepalen datum. Bij meer dan één gegadigde voor een standplaatsvergunning op een bepaalde locatie wordt de vergunning via loting (zie artikel 4 voor de procedure) toegewezen. Bij de bekendmaking wordt in ieder geval aangegeven:
- a.
binnen welk tijdvak geïnteresseerden een aanvraag kunnen indienen;
- b.
op welke wijze, met gebruikmaking van een digitaal aanvraagformulier, een aanvraag kan worden ingediend;
- c.
welke gegevens bij de aanvraag moeten worden gevoegd om als volledig te worden aangemerkt;
- d.
op welke wijze de selectie plaats zal vinden (loting);
- e.
een omschrijving van de vrijgekomen standplaats naar locatie, dag/dagdelen, tijdstippen en eventuele bijzonderheden. Hierbij wordt een kaartje van de locatie bijgevoegd met daarop aangegeven de maximale afmeting van de vrijgekomen standplaats;
- f.
plaats en tijdstip van de loting.
- a.
- 2.
Alleen binnen het tijdvak kan een volledige aanvraag worden ingediend of kan een onvolledige aanvraag worden aangevuld tot een volledige aanvraag. Na sluiting van het tijdvak kan een ingediende aanvraag niet meer worden aangevuld of gewijzigd en kan ook geen nieuwe vergunningaanvraag meer worden ingediend.
- 3.
Onvolledige aanvragen die zijn ingediend minimaal één week voor afloop van het tijdvak, worden hiervan in kennis gesteld en krijgen de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen voor afloop van het tijdvak.
- 4.
Bij meerdere aanvragen vindt selectie van de aanvraag plaats door middel van loting. Alleen aanvragen die volledig zijn en waar geen weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 5 aanwezig is, zullen meedoen aan de loting.
- 5.
Voor vaste standplaatsen geldt dat aanvragen die voor dezelfde locatie zijn ingediend en elkaar in tijd overlappen, allemaal meedoen aan dezelfde loting.
- 6.
Indien geen aanvraag wordt ingediend binnen het tijdvak, is deze standplaats beschikbaar. We noemen dit ‘vrije standplaatsen’. Een overzicht van de vrije standplaatsen wordt opgenomen op de website van de gemeente Zeist. Gedurende het gehele jaar kunnen aanvragen voor een vrije standplaats worden ingediend. Deze worden verleend op volgorde van binnenkomst. Er wordt geen wachtlijst bijgehouden.
Artikel 4 Procedure loting
-
1. De loting gaat als volgt:
- a.
de dag, het tijdstip en de locatie van de loting worden ten minste één week voor de loting bekendgemaakt via een bericht aan de aanvragers en via de website van de gemeente. De aanvragers of waarnemers mogen bij de loting aanwezig zijn.
- b.
de aanvrager van wie het lot wordt getrokken, komt in aanmerking voor een vergunning.
- c.
de uitkomst van de loting wordt schriftelijk vastgelegd.
- d.
de standplaatsvergunning wordt verleend met inachtneming van de volgorde van trekking. De overige aanvragen worden geweigerd.
- a.
Artikel 5 Beoordeling aanvraag
-
1. Het innemen van een standplaats wordt geregeld via artikel 5:18 APV. Hierin is een verbod opgenomen tot het aanbieden van goederen vanaf een vaste plaats in de openbare ruimte zonder vergunning van het college. Er geldt dus een vergunningsplicht voor het innemen van een standplaats.
-
2. Een vergunning wordt aangevraagd via een daarvoor beschikbaar gesteld formulier, dat volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend moet worden ingediend.
-
3. In artikel 5:18 lid 4 van de APV is opgenomen dat het college de vergunning kan weigeren wegens strijd met een geldend omgevingsplan of bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan en geen vergunning is verleend voor een omgevingsplanactiviteit zoals bedoeld onder artikel 5.1, lid 1, onder a van de Omgevingswet.
-
4. Indien een aanvraag wordt ingediend voor een locatie waarop het maximaal aantal te verstrekken vergunningen is bereikt, wordt een vergunning geweigerd.
-
5. Bij het beoordelen van de aanvraag voor een vergunning aan het bepaalde in artikel 1:5 juncto artikel 5:18, lid 5, van de APV wordt in elk geval getoetst aan de volgende criteria:
Bescherming openbare orde en veiligheid / beperken overlast (artikel 1:5 APV)
- a.
de doorgang van hulpdiensten als politie, brandweer en ambulance wordt niet belemmerd (minimaal doorgang van 3,5 meter);
- b.
de toegang tot gebouwen wordt niet belemmerd;
- c.
geur- of geluidshinder of enig andere vorm van overlast die te verwachten is voor gebruikers of zakelijk gerechtigden van de in de nabijheid van de standplaats gelegen onroerende zaken kan afdoende worden beperkt door het stellen van voorschriften;
- d.
de aangevraagde standplaats bevindt zich niet op de bij de gemeente in beheer zijnde gazons of groenstrook;
- e.
er kan worden voldaan aan de gestelde brandveiligheidsvoorschriften.
Waarborgen verkeersveiligheid (artikel 1:5 APV)
- f.
de aangevraagde standplaats belemmert niet het zicht op kruisingen, fiets- en voetgangersoversteken en blokkeert niet de uitritten van panden;
- g.
de aangevraagde standplaats is in beginsel niet gelegen op een parkeerplaats bestemd voor belanghebbenden (bijvoorbeeld: gehandicapten, elektrische auto of laad- en losplekken);
- h.
de vrije doorgang van het verkeer ter plaatse (voetgangers, fietsers, gemotoriseerd verkeer) wordt niet belemmerd;
- i.
de standplaats werkt niet verstorend of verwarrend op de verkeerskundige inrichting van de wegen, leidt daardoor niet tot onveilige verkeerssituaties of onveilig verkeersgedrag van verkeersdeelnemers op de weg;
- j.
de standplaats leidt niet tot onaanvaardbare toename van de parkeerdruk in de directe omgeving.
Waarborgen redelijke eisen welstand (artikel 5:18, lid 5, sub a APV)
- k.
Artikel 5:18, lid 5, sub a APV bevat als mogelijke weigeringsgrond het niet voldoen aan de redelijke eisen van welstand door de standplaats zelf of in verband met de omgeving.
Redelijk verzorgingsniveau (artikel 5:18, lid 5, sub b APV)
- l.
Er is geen sprake van dat consumenten afhankelijk zijn van slechts één winkel in een betreffende branche en dat deze mogelijk zal verdwijnen door het verlenen van de vergunning voor het innemen van een standplaats.
- a.
Artikel 6 Karakter van de vergunning
-
1. Een vergunning voor een vaste standplaats op grond van deze beleidsregels is persoonsgebonden.
-
2. Een vergunning voor een vaste standplaats en een seizoensgebonden standplaats op grond van deze beleidsregels wordt verleend voor de duur van ten hoogste vijftien jaren.
-
3. Een standplaats kan aan meer dan aan één persoon op niet gelijk vallende dagen of dagdelen worden toegewezen, waarbij geldt dat de plaats slechts voor de duur van zeven dagdelen, al dan niet achtereen wordt toegewezen.
-
4. Een vergunning voor een seizoensgebonden standplaats wordt verleend voor maximaal drie aaneengesloten maanden per jaar in een periode behorende bij de vanuit de standplaats te verkopen waren. De wagen of kraam hoeft niet te worden verwijderd gedurende deze periode.
-
5. Een vergunning voor een tijdelijke standplaats wordt niet vaker dan zes keer per jaar voor niet langer dan twee aaneengesloten dagen verleend.
-
6. Voor standplaatsen die worden ingenomen ten behoeve van maatschappelijke of publieke doelen, zoals medische screenings/bevolkingsonderzoeken, donatiecampagnes of voorlichtingsactiviteiten van (semi-)publieke instellingen, kan het college een vergunning verlenen voor een langere duur dan genoemd in dit beleid.
Artikel 7 Omschrijving van de standplaats in de vergunning
-
1. Een toegewezen standplaats wordt in de betreffende vergunning duidelijk omschreven, met vermelding van o.a. de maximumoppervlakte die met de standplaats mag worden ingenomen en van de categorie waren die op de standplaats mogen worden verkocht.
-
2. De standplaats moet worden ingenomen overeenkomstig de bij de vergunning behorende situatietekening en bijbehorende vergunningvoorschriften.
Artikel 8 Voorwaarden gebruik standplaats
-
1. Een standplaats kan, mits de situatie ter plaatse dat toelaat, worden ingenomen met een verkoopwagen of kramen, waarvan de frontbreedte niet meer dan 6 meter mag zijn. Voor de op de lijst aangegeven kleine standplaatsen mag de frontbreedte niet meer dan 4 meter mag zijn. Het college kan in bijzondere gevallen, afhankelijk van de locatie een afwijking van de maximale afmetingen toestaan.
-
2. Van de standplaatsvergunning mag gebruik gemaakt worden tijdens de openingstijden welke zijn opgenomen in de Winkeltijdenwet, behoudens beperkingen die voortvloeien uit de in artikel 5 opgenomen criteria voor de toepassing van weigeringsgronden.
-
3. De vergunninghouder mag vanaf de standplaats geen muziek ten gehore brengen.
-
4. De vergunninghouder mag geen gebruik maken van luidsprekers, versterkers of andere middelen ter versterking van geluid.
-
5. De vergunninghouder verwijdert dagelijks de verkoopinrichting en laat de standplaats en de directe omgeving dagelijks schoon achter.
-
6. Het college is bevoegd nadere voorschriften voor het gebruik van de standplaats aan de vergunning te verbinden.
Artikel 9 Het innemen van een standplaats
-
1. De standplaats is strikt persoonlijk en wordt alleen aan een 'natuurlijk persoon' verstrekt. Deze persoon mag de standplaats niet door een ander laten innemen dan op de vergunning vermeld staat.
-
2. De vergunninghouder moet zelf op de standplaats aanwezig zijn tijdens de tijden dat de standplaats mag worden ingenomen. In geval van bijvoorbeeld ziekte of andere noodzaak, mag een ander persoon waarnemen, mits deze in de vergunning staat vermeld.
-
3. Vaste standplaatsen kunnen niet worden ingenomen wanneer er op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden.
-
4. Standplaatsen kunnen niet worden ingenomen wanneer er op de betreffende locatie een evenement plaatsvindt. Tenzij de vergunninghouder schriftelijk toestemming heeft van de organisator van het evenement.
-
5. Het college kan bij situaties als bedoeld in lid 3 en 4 van dit artikel besluiten een alternatieve dag of locatie aan te wijzen waarop de standplaatslocatie kan worden ingenomen.
Artikel 10 Tijdelijke en seizoensgebonden standplaatsen.
In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het standplaatsenplan, en een vergunning verlenen voor een seizoensgebonden of een tijdelijke standplaats voor een andere dan in het standplaatsenplan opgenomen locaties.
Artikel 11 Duurzaamheid
De gemeente wil dat de handel vanaf standplaatsen bijdraagt aan een gezonde, schone en toekomstbestendige leefomgeving. Daarom stimuleert het college dat standplaatsondernemers hun bedrijfsvoering op een duurzame manier vormgeven. Onder duurzaam wordt verstaan: het beperken van emissies (bijvoorbeeld door gebruik van elektrische bedrijfswagens of aansluiting op gemeentelijke stroomvoorzieningen in plaats van aggregaten), het verminderen van afval en verpakkingsmateriaal, en het gebruik van herbruikbare of biologisch afbreekbare verpakkingen. De gemeente kan initiatieven op dit vlak actief ondersteunen door het bieden van geschikte faciliteiten en communicatie over goede voorbeelden.
Artikel 12 Precario
Voor het innemen van een standplaats wordt precario geheven. De hoogte van de precario wordt vastgesteld conform de precarioverordening van de gemeente Zeist.
Artikel 13 Leges
Voor het aanvragen van een vergunning zijn leges verschuldigd. De hoogte hiervan wordt jaarlijks vastgesteld in de legesverordening.
Artikel 14 Stroomkosten
Voor zover gebruik gemaakt wordt van gemeentelijke stroomvoorziening worden hiervoor kosten in rekening gebracht.
Artikel 15 Intrekken van een vergunning
-
1. Een standplaatsvergunning wordt ingetrokken of gewijzigd als:
- a.
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
- b.
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
- c.
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
- d.
van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;
- e.
de houder dit verzoekt.
- a.
Artikel 16 Overschrijving standplaatsvergunning
-
1. Wenst de houder van een vergunning voor een vaste standplaats of een seizoensgebonden standplaats niet langer zelf gebruik te maken van de vergunning, is de vergunninghouder overleden, in staat van faillissement of onder curatele gesteld, dan kan het college op aanvraag van de vergunninghouder, erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, of zijn kind.
-
2. De vergunning kan door het college op aanvraag van de vergunninghouder, erven of curator ook worden overgeschreven op een medewerker van de vergunninghouder of mede-eigenaar van het bedrijf van vergunninghouder.
-
3. Overschrijving van de vergunning op basis van lid 1 vindt plaats voor de resterende duur van de tijd waarvoor de vergunning is verleend.
Artikel 17 Overgangsbepaling
Vergunningen die zijn verleend voor onbepaalde tijd voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels worden omgezet naar vergunningen voor 15 jaar. Totdat vergunningen zijn omgezet blijven de huidige vergunningen gelden. Vergunningen die voor seizoensgebonden standplaatsen die aflopen in 2025 worden nog eenmalig verleend voor de duur van 15 jaar als overgangsperiode. Na de overgangsperiode treedt de selectieprocedure ook voor de huidige vergunninghouders in werking.
Artikel 18 Intrekken oude beleidsregels
Na vaststelling van het 'Standplaatsenbeleid gemeente Zeist 2026', wordt de 'nota Standplaatsenregels gemeente Zeist 2012' ingetrokken.
Artikel 19 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels standplaatsen gemeente Zeist 2026.
Artikel 20 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels worden aangehaald als 'Beleidsregels standplaatsen gemeente Zeist 2026' en treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, in de vergadering van 13 januari 2026,
De gemeentesecretaris,
Dr. H.S. Grotens
De burgemeester,
Drs. J. Langenacker
Bijlage 1: Standplaatsenplan
De lijst met standplaatslocaties:
|
Vrijheidsplein nabij supermarkt |
1 (groot) |
|
W.C. Vollenhove ingang winkelcentrum |
1 (groot) |
|
W.C. Vollenhove op hoek |
1 (groot) |
|
Kohnstamplein |
1 (groot) |
|
1e Hogeweg/hoek Kerkweg |
1 (klein) |
|
Bisonveld/hoek Woudenbergseweg |
1 (klein) |
|
W.C. Kerckebosch/hoek Hoogkanje |
1 (groot) |
|
Paduaweg Den Dolder (parkeerplaats) |
1 (groot) |
|
Dorpsplein Austerlitz |
1 (groot) |
|
Woudenbergseweg Algemene Begraafplaats |
1 (klein) |
Lijst met locaties voor seizoenstandplaatsen
Emmaplein/voorheuvel nabij AH, Centrum – beschikbaar in de maanden oktober tot en met december.
Weeshuislaan, Centrum - beschikbaar in de maanden oktober tot en met december.
Winkelcentrum de Clomp, Zeist West
Lijst met geschikte tijdelijke standplaatslocaties waar geen commerciële verkoop plaats mag vinden (ideële standplaatsen).
Locaties* voor ideële standplaatsen zijn:
- –
Trottoir Slotlaan tussen “De Garage” en “Jack&Jones”
- –
Pleintje 1e Hogeweg (voor plantsoen)
- –
Winkelgebied Belcour/Markt
Geschikte locatie* voor promostandplaatsen is:
- –
Winkelgebied Belcour (Emmaplein)
*Afhankelijk van de grootte van de 'kraam' alsook het soort te promoten 'onderwerp/artikel' is het mogelijk om op de locatie meerdere standplaatsen door verschillende vergunninghouders te realiseren op een dag. Met name Winkelgebied Belcour/Markt is hiervoor geschikt.
Toelichting bij beleidsregels standplaatsen gemeente Zeist 2026
Inleiding
Voor het innemen van een standplaats is een vergunning van het college vereist. Onder een standplaats wordt het volgende verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. (De markt en standplaatsen op evenementen vallen hier niet onder, dit is op andere plekken geregeld).1
Beleidsregels in het standplaatsenbeleid vormen het toetsingskader voor de beoordeling van aanvragen voor een standplaatsvergunning. Ze zijn daarmee aanvullend op de regelgeving uit de Algemene plaatselijke verordening. Het huidige standplaatsenbeleid dateert uit 2012 en sluit niet meer aan bij de geldende wet- en regelgeving, zoals de Europese Dienstenrichtlijn, en bij actuele maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen. Er is daarom behoefte aan een juridisch houdbaar, transparant en uitvoerbaar beleid, dat rekening houdt met de belangen van ondernemers, bewoners en de ruimtelijke kwaliteit.
Nieuwe wet- en regelgeving en jurisprudentie over schaarse vergunningen
De afgelopen jaren zijn rechterlijke uitspraken gedaan over de interpretatie van de Dienstenrichtlijn. Een standplaatsvergunning is een zogenaamde schaarse vergunning. Dat is een vergunning waarvan er maar één of een beperkt aantal kan worden verleend terwijl er meer potentiële gegadigden zijn. Op grond van de Dienstenrichtlijn moeten de gemeente bij het verlenen van een schaarse vergunning voldoen aan het gelijkheidsbeginsel. Dit betekent dat er een transparante procedure voor vergunningverlening moet zijn, waarbij iedere potentiële geïnteresseerde gelijke kansen heeft. De criteria voor vergunningverlening moeten objectief en noodzakelijk zijn. In deze nadere regels leggen we deze werkwijze vast. De Dienstenrichtlijn bepaalt niet hoe de vergunningprocedure moet verlopen. Er zijn verschillende manieren om te bepalen welke aanvraag vergund wordt. We hebben ervoor gekozen om te loten bij meerdere gegadigden. Iedere vergunbare aanvraag heeft hierdoor een gelijke kans. Om gelijke kansen te creëren voor aanvragers mag de duur van de vergunning mag niet onbepaald zijn. Tevens mag de duur van de vergunning niet buitensporig lang zijn zodat de vergunninghouder niet onevenredig wordt bevoordeeld ten opzichte van andere gegadigden.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsbepaling
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten standplaatsen. Vaste standplaatsen hebben een permanent karakter, omdat zij gedurende een langere periode wekelijks één of enkele dagen/dagdelen op een locatie staan. Hiermee is de impact op de openbare ruimte en het woon- en leefklimaat doorgaans groot. Voor deze categorie zijn vaste locaties aangewezen. De seizoensgebonden standplaatsen betreffen in de praktijk de jaarlijkse oliebollen verkoop in de winterperiode. Het is wenselijk om voor deze categorie meer flexibiliteit te geven omdat hier sneller kan worden ingespeeld op ontwikkelingen en locaties maar voor een beperkte periode worden ingenomen. Er zijn tevens tijdelijke standplaatsen bijvoorbeeld voor voorlichtingsacties. Voor deze categorie zijn dan ook geen vaste locaties aangewezen.
Artikel 2 Standplaatsenplan
Lid 1: zie voor de door de gemeente vastgestelde locaties bijlage 2. Het aantal vergunningen mag om kwantitatieve of territoriale redenen alleen worden beperkt als daar dwingende redenen van algemeen belang voor zijn. Dwingende redenen van algemeen belang kunnen volgens de rechtspraak onder andere zijn: openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid, bescherming van het milieu en het stedelijk milieu en behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed. In Zeist is maar beperkt ruimte aanwezig om een standplaats in te nemen. Het (stedelijk) milieu is niet gebaat met een onbeperkt aantal standplaatsen, zodat ook gelet op dit belang het aantal standplaatsen worden beperkt. Daarnaast mag de openbare orde en openbare veiligheid niet onder druk komen te staan. Gelet hierop wijst het college de locaties aan waar we standplaatsen zijn toegestaan.
Lid 2: de mogelijkheid om locaties toe te voegen of te verwijderen biedt flexibiliteit.
Artikel 3 Procedure vaste standplaatsen en seizoenstandplaatsen
De procedure moet volgens de Europese Dienstenrichtlijn duidelijk zijn, vooraf openbaar gemaakt en aan aanvragers de garantie bieden dat hun aanvraag objectief en onpartijdig wordt behandeld.
Artikel 4 Procedure loting
Behoeft geen toelichting.
Artikel 5 Beoordeling aanvraag
Behoeft geen toelichting.
Artikel 6 Karakter van de vergunning
Lid 1: De ambulante handel kent een persoonlijk karakter. Het is wenselijk dat standplaatshouders hun standplaats daadwerkelijk persoonlijk innemen. Dit voorkomt ongewenste handel in standplaatsen. Niet persoonsgebonden vergunningen vertegenwoordigen een grote economische waarde. Handel in vergunningen is door de aard van de standplaatsen ongewenst. Om deze reden is een standplaatsvergunning persoonsgebonden en wordt daarom alleen aan natuurlijke personen verstrekt. Dit betekent dat wanneer een natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon, de vergunning op naam wordt gesteld van deze natuurlijke persoon. Hiermee wordt voorkomen dat rechtspersonen een overheersende positie innemen op de standplaatsenmarkt waardoor de verscheidenheid verloren kan gaan. Een standplaats is niet overdraagbaar. Een standplaatsvergunning kan dus niet op een rechtsopvolger overgaan. Op deze wijze wordt een eerlijke verdeling van de standplaatsen over de diverse aanvragers gerealiseerd en wordt handel in standplaatsen voorkomen.
Lid 2: Volgens Europese en landelijke juridische uitspraken dient de gemeente transparanteregels te hebben waaraan de gemeente bij de verdeling van schaarse vergunningen voldoet. Het gaat vooral om transparantieverplichtingen bij de verdeling en verlening van schaarse vergunningen, die waarborgen dat de aanvragers gelijke kansen hebben om mee te dingen naar schaarse vergunningen. Omdat de standplaatsvergunningen schaarse vergunningen betreffen, dient de gemeente iedere ondernemer in beginsel een gelijke kans te bieden om een standplaatsvergunning te bemachtigen. Dit betekent dat vergunningen niet voor onbepaalde tijd kunnen worden verleend. Als de vergunningsduur verlopen is, dient iedere belangstellende ondernemer de kans te krijgen om de vrijgekomen vergunning te verkrijgen. Een vergunningduur van bepaalde tijd mag niet in strijd zijn met het verbod op onevenredige bevoordeling van bijvoorbeeld artikel 12, tweede lid, van de Dienstenrichtlijn. Een periode van maximaal 15 jaar achten wij naar de vergunninghouder toe een redelijke periode. De periode is niet zo lang dat er sprake is van onevenredige bevoordeling en ondernemers kunnen binnen deze termijn benodigde investeringen terugverdienen.
Lid 3: om het tijdelijke karakter van de standplaats te behouden is het niet toegestaan dat een locatie elke dag wordt ingenomen maar mag een locatie voor maximaal 7 dagdelen per week worden ingenomen. Deze keuze vormt een zorgvuldige balans tussen: het bieden van economische ruimte aan ondernemers; het beperken van overlast voor de omgeving; het waarborgen van gelijke kansen voor aanbieders; en het beschermen van het onderscheid tussen ambulante handel en reguliere detailhandel.
Lid 4: Er is gekozen om seizoensstandplaatsen voor drie maanden toe te staan in een periode die past bij de te verkopen waren (oliebollen bijvoorbeeld in de winterperiode).
Lid 5: Er is gekozen om incidentele standplaatsen maximaal zes keer per jaar toe te staan omdat de impact dan gering is.
Lid 6: Hierbij wordt beoordeeld of de activiteit niet een commercieel karakter heeft en of het algemeen belang van de activiteit de afwijking rechtvaardigt. Daarnaast wordt per activiteit beoordeeld welke duur geschikt is.
Artikel 7 Omschrijving van de standplaats in de vergunning
Door duidelijk te omschrijven in de vergunning waar de standplaats mag worden ingenomen en welke categorie waren op de standplaats mogen worden verkocht worden interpretatieverschillen en conflicten over de gebruiksruimte voorkomen.
Artikel 8 Voorwaarden gebruik standplaats
Behoeft geen toelichting.
Artikel 9 Het innemen van een standplaats
Lid 1: Behoeft geen toelichting.
Lid 2: Deze regel is opgenomen om het persoonlijk karakter van de vergunning te behouden.
Lid 3: Standplaatsen kunnen niet in gebruik worden genomen wanneer gewerkt wordt in de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan het opnieuw bestraten of het aan- of verleggen van kabels en leidingen.
Lid 4: Tijdens evenementen is de organisator van een evenement verantwoordelijk voor wat er tijdens een evenement op het terrein gebeurt. Hij bepaalt waar er standplaatsen kunnen worden ingenomen en door wie. Dit gaat in overleg met bestaande standplaatshouders.
Lid 5: Dit betreft een inspanningsverplichting voor de gemeente om een alternatieve locatie of dag aan te wijzen. Dit is echter geen verplichting.
Artikel 10 Tijdelijke en seizoensgebonden standplaatsen.
Er wordt ervoor gekozen om af te kunnen wijken van het standplaatsenplan bij het innemen van tijdelijke- en/of seizoensgebonden standplaatsen. De tijdelijke- en seizoensgebonden standplaatsen hebben, anders dan de vaste standplaatsen, een incidenteel karakter en er kan behoefte zijn om buiten de vaste standplaatslocaties die zijn toegewezen in het standplaatsenplan en de in de bijlage opgenomen locaties voor tijdelijke- en seizoensstandplaatsen, incidenteel het innemen van een standplaats op andere locaties toe te staan. De aanvragen voor andere dan in de bijlage en het standplaatsenplan opgenomen locaties worden individueel beoordeeld en getoetst.
Artikel 11 Duurzaamheid
Behoeft geen toelichting.
Artikel 12 Precario
Behoeft geen toelichting.
Artikel 13 Leges
Behoeft geen toelichting.
Artikel 14 Stroomkosten
Het verschilt per locatie op welke wijze gebruik gemaakt kan worden van de gemeentelijke stroomvoorziening.
Artikel 15 Intrekken van een vergunning
Behoeft geen toelichting.
Artikel 16 Overschrijving standplaatsvergunning
In het geval de vergunninghouder niet langer van zijn vaste standplaats of seizoensstandplaats gebruik wenst te maken of niet langer van zijn standplaats gebruik kan maken, moet het mogelijk zijn dat de vergunning wordt overgeschreven zonder al te veel voorwaarden. Dat sprake is van schaarse vergunningen staat daaraan niet in de weg. Een vergunning voor bepaalde tijd wordt overgeschreven voor de resterende duur van de bepaalde tijd. Daarna moet de vergunning opnieuw worden uitgegeven volgens de selectieprocedure van artikel 3.
Artikel 17 Overgangsbepaling
Bestaande vergunningen voor vaste standplaatsen die voor onbepaalde tijd zijn verleend worden omgezet naar vergunningen met een duur van 15 jaar. De duur van 15 jaar zorgt voor voldoende rechtszekerheid voor de huidige vergunninghouders maar voorkomt tegelijkertijd dat er sprake is van strijd met het verbod op onevenredige bevoordeling van bijvoorbeeld artikel 12, tweede lid van de Dienstenrichtlijn. Vergunningen voor seizoensstandplaatsen zijn in 2025 voor de duur van de winterperiode verleend. In praktijk is al een lange tijd elk jaar een vergunning verleend aan de huidige vergunninghouders. Om de huidige vergunninghouders zekerheid te geven wordt nog eenmalig een vergunning voor bepaalde tijd verleend voor de duur van 15 jaren.
Artikel 18 Intrekken oude beleidsregels
Behoeft geen toelichting.
Artikel 19 Citeertitel
Behoeft geen toelichting.
Artikel 20 Inwerkingtreding
Behoeft geen toelichting.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl