Beleidsregels Sociaal Domein 2026

Geldend van 11-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Beleidsregels Sociaal Domein 2026

Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem

B E S L U I T

Vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels Sociaal Domein 2026

Hoofdstuk 1 Inleiding Beleidsregels Sociaal Domein

Dit document beschrijft aanvullende regels over de uitvoering van de verschillende wetten in het sociaal domein. Het is een juridische vertaling, opgeschreven in zo simpel mogelijke woorden. Omdat niet alles kan in simpele woorden, staat aan het eind van het document een begrippenlijst.

De meeste inwoners van Lochem redden zich prima. Bij de inwoners waar het niet gaat, of waar het niet vanzelfsprekend is, ondersteunt de gemeente Lochem om meedoen mogelijk te maken. We vinden het namelijk belangrijk dat u als inwoner wordt gezien en gehoord. Wat houdt dat in? We willen vooral uw vraag centraal stellen, en daarbij kijken naar wat helpt en wat nodig is. Om dit mogelijk te maken kijken we niet alleen naar de wet en de regels, maar ook naar de bedoeling van die regels.

Beleidsregels die helpen bij een ondersteuningsvraag

Het is onze taak om inwoners te ondersteunen op het gebied van zorg, participatie, zelfredzaamheid, werk en jeugdhulp. Vanuit de Participatiewet, Wet gemeentelijke schulphulpverlening, Wet inburgering, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Wet op het Primair Onderwijs stellen we aanvullende beleidsregels op die passen bij Lochem en haar inwoners.

Alle beleidsregels zijn in lijn met de eerder opgestelde Verordening Sociaal Domein. Deze verordening is een goede basis om u sneller en beter te helpen bij een ondersteuningsvraag. De beleidsregels zijn een verdere verfijning van de regels op hoofdlijnen in de verordening.

Net als in de verordening gaan de beleidsregels uit van de volgende zaken:

  • a.

    De (ondersteuningsvraag van de) inwoner staat centraal;

  • b.

    We delen de beleidsregels in vanuit de ondersteuningsvragen van de inwoner;

  • c.

    Alle regels zijn onderling afgestemd en terug te vinden op één plek;

  • d.

    We regelen niet meer dan nodig is;

  • e.

    We hebben aandacht voor het effect voor de inwoner;

  • f.

    De inwoner is een gelijkwaardige gesprekspartner;

  • g.

    We gebruiken zoveel mogelijk duidelijke taal.

1.2 Onze visie gaat over maatwerk

Samen met u zoeken we naar oplossingen voor ondersteuningsvragen. Daarbij vinden we zelfredzaamheid heel belangrijk. Ook wordt de ondersteuning die uw familie en sociale netwerk kan bieden in kaart gebracht en zo nodig versterkt.* Daar waar nodig bieden we ondersteuning op maat en zorgen we voor goede aansluiting bij andere vormen van ondersteuning.

In Lochem vinden we het belangrijk dat u:

  • a.

    actief mee kan doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kan gaan;

  • b.

    een inkomen heeft om mee rond te kunnen komen;

  • c.

    de financiën op orde heeft;

  • d.

    een geschikte en schone woning heeft, waarin zelfstandig en veilig kan worden gewoond;

  • e.

    uw kinderen gezond en veilig kan laten opgroeien en ontwikkelen.

*Note: Dit legden we vast in het algemeen beleidskader sociaal domein ‘Passende ondersteuning in een krachtige samenleving’, dat door de gemeenteraad in 2020 is vastgesteld.

1.3 De bedoeling van de wet staat centraal

Bij het toepassen van de beleidsregels in de verordening houden we altijd rekening met de landelijk geldende wetten (zie paragraaf 1.4). Hierbij gaan we niet alleen uit van de letterlijke bepalingen van de wet, maar ook van het doel van de wet. De beleidsregels zijn daarmee een aanvulling op de wet. Daarbij vinden we het volgende belangrijk:

  • 1.

    basisbehoeften: een gezonde en veilige leefsituatie voor u;

  • 2.

    zelfredzaamheid: u bent zelf verantwoordelijk, wij ondersteunen als dat nodig is;

  • 3.

    vrij toegankelijke ondersteuning: gaat voor ondersteuning op maat;

  • 4.

    maatwerk: de ondersteuning is afgestemd op en met u;

  • 5.

    duurzame oplossing: de ondersteuning biedt voor langere tijd mogelijk- en vaardigheden.

1.4 Wat zijn de geldende wetten?

De regels in deze beleidsregel zijn een aanvulling op de volgende wetten:

  • a.

    Participatiewet (Pw);

  • b.

    Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);

  • c.

    Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

  • d.

    Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

  • e.

    Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo);

  • f.

    Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz);

  • g.

    Jeugdwet;

  • h.

    Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs (voor leerlingenvervoer, (Llv));

  • i.

    Wet Inburgering 2021 (Wi);

  • j.

    Algemene wet bestuursrecht (Awb) en;

  • k.

    Gemeentewet.

Het is onze wettelijke taak om u te helpen de doelen van de genoemde wetten te bereiken. Deze beleidsregels zijn een aanvulling op de wet en de Verordening Sociaal Domein 2026 van de gemeente Lochem.

1.5 Welke beleidsregels vervangen we met dit document?

Het college van burgemeester en wethouders legt de nieuwe beleidsregels vast. Vanaf 1 januari 2026 zijn ze rechtsgeldig. De volgende beleidsregels trekken we dan in:

Omgekeerde Beleidsregels Sociaal Domein 2024

1.6 Goed om te weten

Bij de overgang van bestaande beleidsregels naar nieuwe beleidsregels is er sprake van overgangsrecht. Dit betekent dat de datum waarop u een aanvraag doet bepalend is voor het vaststellen waar u recht op heeft. Maar als het nieuwe beleid gunstiger is heeft u daar recht op.

Hoofstuk 2 De vraag om ondersteuning

Soms lukt het u niet om zelf, met de mensen om u heen, vraagstukken op te lossen. De punten die we belangrijk vinden rondom de vraag om ondersteuning staan in hoofdstuk 2 van de Verordening Sociaal Domein van de gemeente Lochem. Belangrijk om te weten is bijvoorbeeld dat u zelf iemand kan vragen om te helpen met een ondersteuningsvraag. Bijvoorbeeld een familielid of iemand die deskundig is. U kan deze persoon toestemming geven, een persoon machtigen, om namens u met ons te praten over de ondersteuning die nodig is.

De beleidsregels hieronder zijn een nadere uitwerking van de verordening. Dit hoofdstuk laat zien hoe we aanvragen beoordelen, voor wie deze beleidsregels gelden en wat we van u of uw huisgenoten verwachten. Ook worden alle soorten voorzieningen uitgelegd en vindt u de stappen die het college van burgemeester en wethouders (hierna te noemen: het college of wij) zet voordat beslissingen worden genomen.

2.1 Hoe beoordelen we een aanvraag?

Tijdens de beoordeling van een aanvraag om ondersteuning stellen we de volgende vragen:

  • 1.

    Wat is de hulpvraag?

  • 2.

    Tegen welke problemen loopt u aan bij zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, bij de opvoeding of het zich kunnen handhaven in de samenleving?

  • 3.

    Welke ondersteuning en hoeveel ondersteuning is nodig om een passende bijdrage te leveren aan het gezond en veilig opgroeien, zelfredzaamheid, participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving?

  • 4.

    In hoeverre heeft u eigen mogelijkheden om een oplossing te vinden voor het probleem, waaronder gebruikelijke hulp, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk, de eigen financiële mogelijkheden, algemene voorzieningen of voorzieningen op grond van een andere wet?

  • 5.

    Als u de hulpvraag met eigen kracht, het netwerk, gebruikelijke hulp, mantelzorg, voorliggende voorzieningen, of algemene gebruikelijke voorzieningen kan oplossen verstrekken wij geen voorzieningen. Als het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist, volgt er een specifiek deskundig oordeel en advies.

2.2 Wie is inwoner?

U bent inwoner van de gemeente Lochem als u de meeste tijd van de week in de gemeente Lochem verblijft. Of u staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) is niet belangrijk.

2.3 Voor welke inwoners gelden deze beleidsregels?

Wie hoort tot de doelgroep?

  • 1.

    Wmo

  • Een inwoner (van iedere leeftijd) die

    • een beperking heeft; of

    • een chronisch, psychisch probleem heeft; of

    • een psychosociaal probleem heeft; of

    • vanwege veiligheid de thuissituatie heeft verlaten;

en die vanwege bovenstaande punten hulp nodig heeft bij het zelfstandig leven en meedoen in de eigen woonomgeving.

  • 2.

    Jeugdwet, de inwoner tot achttien jaar. In bepaalde gevallen kan de leeftijdgrens worden verlengd tot uiterlijk 23 jaar. Er moet sprake zijn van opgroei- en/of opvoedproblematiek.

  • 3.

    Participatiewet, de inwoner vanaf 18 jaar zonder inkomen of van wie het inkomen niet genoeg is om in eigen onderhoud of bijzondere kosten te voorzien.

  • 4.

    Wet inburgering, de inwoner vanaf 18 jaar die inburgeringsplichtig is.

2.4 Wat wordt van een inwoner zelf verwacht?

U heeft een eigen verantwoordelijkheid voor hoe u uw leven inricht. Eigen kracht is de mogelijkheid die u heeft om uw leven zelf vorm te geven en zelf problemen op te lossen, zodat u zelfredzaam bent en beter mee kunt doen. Als het niet goed lukt om mee te doen in de samenleving, kijken wij eerst naar wat u wel kan. Dat gebeurt met de bestaande wetten, zoals de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Participatiewet.

Wat zegt de Jeugdwet?

Binnen de Jeugdwet mag meer worden verwacht van ouders richting hun minderjarige kinderen. Ook bovengebruikelijke hulp van ouders aan hun minderjarige kinderen kan binnen de Jeugdwet onder de eigen kracht vallen. Bovengebruikelijke hulp wordt nader uitgelegd in 4.4.1.

Waar kijkt de Wmo naar?

Binnen de Wmo mogen we niet kijken naar uw inkomen. Maar wel naar de gebruikelijke ondersteuning van in ieder geval huisgenoten, partners en inwonende kinderen (zie 2.7).

Ook voor andere wetten geldt dat, wanneer het u helpt om beperkingen weg te nemen, er allerlei passende oplossingen mogelijk zijn die u zelf kunt inzetten, zoals:

  • Het aanvragen van een Valyspas voor verplaatsingen buiten de regio (verder dan 20 kilometer van uw adres).

  • Het binnen de mogelijkheden zelf herinrichten van uw woning of het verplaatsen van voorwerpen zodat het wonen beter wordt.

  • Het zelf aanschaffen van een voorziening. Wij mogen vragen om een algemeen gebruikelijke voorziening zelf te financieren. Als u dit zelf kan organiseren, dan is dat ook een passende oplossing.

Wat zegt de Participatiewet?

Als u niet genoeg geld heeft om de noodzakelijke kosten van het dagelijks leven te betalen, kunt u vragen om bijstand via de Participatiewet. Denk bijvoorbeeld aan uitgaven voor wonen, eten en kleding en andere basisbehoeften. Het is de bedoeling dat de inkomensondersteuning tijdelijk is. Wij kijken samen met u hoe gewerkt kan worden aan het vergroten van de zelfredzaamheid, meedoen of re-integratie naar betaald werk.

2.5 Wat is een algemeen gebruikelijke voorziening of dienst?

Bepaalde voorzieningen en diensten zijn voor een inwoner zonder ondersteuningsvraag vaak gewoon beschikbaar. Dit soort voorzieningen en diensten noemen we ‘algemeen gebruikelijk’. Voorbeelden hiervan zijn (niet uitputtend):

  • scooter;

  • boodschappenservice van supermarkten;

  • maaltijdvoorziening zoals tafeltje-dek-je;

  • openbaar vervoer;

  • kleine woonvoorzieningen zoals bijvoorbeeld een verhoogd toilet, beugels aan de wand, thermostaatkranen;

2.5.1 Wanneer is een algemeen gebruikelijke voorziening een passende oplossing?

Wij onderzoeken of een voorziening of dienst algemeen gebruikelijk is. Het is daarbij belangrijk dat de voorziening of dienst:

  • niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;

  • daadwerkelijk beschikbaar is;

  • een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin u zelfredzaam bent of in staat mee te doen in de samenleving en;

  • betaald kan worden met een inkomen op minimumniveau. Het is daarbij niet belangrijk of de aanvrager zelf een minimuminkomen heeft;

  • gangbaar is in de zin van breed beschikbaar, algemeen geaccepteerd en door veel inwoners gebruikt.

Om te bepalen of de voorziening of dienst betaald kan worden door een inwoner met een minimuminkomen sluiten wij aan bij de draagkrachtregels van de bijzondere bijstand. U moet de kosten binnen een termijn van 36 maanden kunnen terugbetalen bij een aflossing van maximaal 5% van de voor u geldende bijstandsnorm.

2.6 Wat is een algemene voorziening?

Een algemene voorziening is een aanbod van diensten of activiteiten gericht op maatschappelijke ondersteuning. Deze diensten of activiteiten zijn voor u toegankelijk zonder een onderzoek naar uw behoeften, omstandigheden en mogelijkheden. Aanbieders van algemene- of maatwerkvoorzieningen krijgen van ons de opdracht om deze te leveren.

Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn:

  • ouderencoach van Welzijn Lochem (WL);

  • ondersteuning door ‘t Baken;

  • mantelzorgondersteuning via WL.

2.6.1 Wanneer is een algemene voorziening een passende oplossing?

Een algemene voorziening is een passende oplossing als:

  • deze aansluit op uw ondersteuningsbehoefte;

  • deze voor u beschikbaar is;

  • u de eventuele bijdrage voor de algemene voorziening kunt betalen.

2.7 Wat is gebruikelijke ondersteuning?

We gaan er van uit dat de echtgenoot, partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten van een inwoner met een beperking helpen als dat nodig en mogelijk is. Ondersteuning die normaal is, zoals bij het huishouden, de levensstijl of gezondheid, noemen we gebruikelijke ondersteuning. We verwachten dat uw huisgenoten de taken overnemen, die u zelf niet (meer) uit kan voeren. We bieden geen voorziening aan als er sprake is van gebruikelijke ondersteuning.

2.8 Wanneer is er geen sprake van gebruikelijke ondersteuning?

Soms kan uw echtgenoot, partner, ouder, inwonend kind of andere huisgenoot geen gebruikelijke ondersteuning bieden. Bijvoorbeeld omdat ze zelf een beperking hebben. Of als iemand niet de juiste kennis en vaardigheden heeft en deze ook niet kan aanleren. In dat geval verwachten wij geen gebruikelijke ondersteuning van uw huisgenoten.

2.9 Wordt van kinderen ook gebruikelijke hulp verwacht?

Als er in uw huishouden één of meer kinderen zijn, gaan wij er van uit dat zij mee helpen in het huishouden. Hoeveel zij mee kunnen helpen is afhankelijk van hun leeftijd en functioneren. Wij kijken hierbij altijd naar de eigen mogelijkheden van de kinderen. Er mag nooit zo veel aan kinderen gevraagd worden dat dit ten koste gaat van hun welzijn en ontwikkeling.

2.10 Worden Wmo-voorzieningen afgeschreven?

Hulpmiddelen vanuit de Wmo kunnen zowel in Zorg in natura (ZIN) als in een Persoonsgebonden budget (Pgb) verstrekt worden. Bij ZIN wordt een huurconstructie toegepast, waarbij we zorgen dat u een passend hulpmiddel krijgt. Er is hierbij geen sprake van een afschrijftermijn. Bij verstrekking van hulpmiddelen vanuit een Pgb hanteren we een afschrijvingstermijn van 7 jaar bij hulpmiddelen voor volwassenen. En 5 jaar bij hulpmiddelen voor kinderen.

Dit betekent dat wij binnen deze periode niet opnieuw eenzelfde soort voorziening toekennen. Als een voorziening na deze periode is afgeschreven maar nog in orde is, verstrekken wij geen nieuwe voorziening. U kan na de afschrijvingsperiode wel een nieuwe aanvraag voor onderhoud, reparatie en verzekering doen.

2.11 Welke voorzieningen gaan voor?

Soms kan u gebruik maken van hulp uit andere wetten of voorzieningen die vrij toegankelijk zijn. Deze voorzieningen gaan voor. Als deze voorzieningen beschikbaar zijn, verstrekken wij eigenlijk geen andere voorziening. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Zorgverzekeringswet (Zvw).

Voorbeelden van mogelijk passende oplossingen vanuit de Zvw zijn:

  • Behandeling: we verwachten dat u doet wat mogelijk is om zoveel mogelijk te herstellen (bijvoorbeeld behandeling door een fysiotherapeut);

  • Uitleen van hulpmiddelen voor korte duur;

  • Als u in aanmerking komt voor een Wlz indicatie, dan kennen wij eigenlijk geen maatwerkvoorziening toe. Om een goede inschatting te maken of u in aanmerking komt voor een Wlz indicatie, nemen we contact op met het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg). We leggen de situatie anoniem voor. Het CIZ schat in of er mogelijk reden is voor een Wlz-indicatie. Als dat zo is, dan hebben wij voldoende reden om aan te nemen dat u aanspraak kan maken op deze Wlz-indicatie.

Ondersteuning uit een andere wet (bijvoorbeeld Passend Onderwijs, WW, Toeslagenwet) gaat voor als dit een passende oplossing is voor uw vraag. In elke situatie beoordelen we of dit zo is. Als dat niet zo is, kan u een voorziening van ons krijgen. Dit is ook bevestigd in verschillende uitspraken van de Centrale Raad van Beroep.

2.11.1 Inwoners die vermoedelijk recht hebben op een voorziening die voorgaat

Als uit het onderzoek blijkt dat u voor een voorziening die voorgaat in aanmerking lijkt te komen, adviseren wij u om deze voorziening aan te vragen. Als u het niet met ons eens bent kan een onafhankelijk deskundig advies opgevraagd worden. We vragen deze deskundige of u naar zijn mening in aanmerking komt voor een voorziening die voorgaat.

Blijkt uit het deskundig advies dat u niet in aanmerking komt voor een voorziening die voorgaat dan wordt de aanvraag om een maatwerkvoorziening voortgezet. Blijkt uit het deskundig advies dat u wel in aanmerking komt voor een voorziening die voorgaat, dan heeft u 3 maanden de tijd om de voorziening aan te vragen. Doet u dit niet, dan kunnen wij de bestaande voorziening ook intrekken.

Als het gaat om een aanvraag voor een Participatiewet uitkering dan verstrekken wij geen voorziening, als er vermoedelijk recht is op een voorziening die voorgaat. Als dit tijdelijk wel nodig is, dan kan u het zien als een ‘voorschot’ en vragen wij u uiteindelijk de voorziening terug te geven of te betalen.

Hoofdstuk 3 Werken en meedoen in de samenleving

Wij vinden het belangrijk dat als u een uitkering heeft en u kan werken, u wordt geholpen bij het vinden van passend werk. Het doel is dat u in uw eigen levensonderhoud kan voorzien. Welke ondersteuning mogelijk is en wat wij van u verwachten komt aan bod in dit hoofdstuk. De ondersteuning die wordt ingezet heet een voorziening. Meedoen in de samenleving kan via werk, maar ook op andere manieren. In hoofdstuk 3 van de Verordening Sociaal Domein van de gemeente Lochem staan de belangrijkste uitgangspunten over werken en meedoen in de samenleving. De beleidsregels hieronder zijn daar een verdere uitwerking van.

3.1 De participatieladder

Alle inwoners met een bijstandsuitkering of met begeleiding bij werk door ‘t Baken staan op een trede van de participatieladder. Deze treden beschrijven een vorm van participatie in de samenleving. Waarbij onderaan de ladder de minste participatie en bovenaan de ladder de meeste participatie plaatsvindt. Deze trede is een startpunt of een doel. Samen bepalen we, met de trede als startpunt, wat het doel is van onze inzet. We willen dat iedereen de voor hem of haar hoogst haalbare trede haalt om zo goed mogelijk mee te kunnen doen in de samenleving. Om dit te doen gebruiken we de voorzieningen die in de Verordening Sociaal Domein en in deze beleidsregels zijn opgenomen.

afbeelding binnen de regeling

3.2 Voorzieningen

Meedoen in de samenleving kan via werk, maar ook op andere manieren. We hebben verschillende mogelijkheden om u te ondersteunen.

3.2.1 Participatieplaats

De voorwaarde voor een participatieplaats is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Als betaald werk niet mogelijk is op korte termijn, kunt u in aanmerking komen voor een participatieplaats. Voor de start van een participatieplaats maken we in overleg met de werkgever een contract. Dit contract wordt door u en een consulent van de gemeente ondertekend. Na 6 maanden vraagt de consulent aan de werkgever hoe uw inzet is geweest en of de doelen uit het plan van aanpak zijn gehaald. Is de uitkomst hiervan positief, dan verwerkt de consulent de uitbetaling van €100. Dit kunnen we herhalen zo lang de participatieplaats duurt.

3.2.2 Beschut werk

  • Beschikking van de gemeente: als u een nieuw beschut advies krijgt van het UWV ontvangt u binnen 8 weken de beschikking van ons. Hierin wordt de nieuw beschut indicatie officieel toegekend. Als wij de taakstelling vanuit het rijk al hebben gehaald voor dat jaar ontstaat er een wachtlijst. Als het nieuwe jaar begint en de nieuwe taakstelling bekend is, worden de inwoners op de wachtlijst als eerste geplaatst. Voor de volgorde van de wachtlijst kijken we naar twee factoren: de datum van de toekenning door het UWV en de beschikbaarheid van een passende werkplek.

  • Inschatting van werkuren: met de op dat moment beschikbare informatie maakt de consulent werk voor u een inschatting over het aantal te werken uren. Om werkritme en werkervaring op te doen wordt u op een beschikbare werkplek van werk voorzien, zolang de passende en gewenste plek nog niet voorhanden of bereikbaar is.

  • Dienstverband en loonkostensubsidie: een inwoner met een nieuw beschut indicatie treedt in dienst van de werkgever. De werkgever krijgt hiervoor een loonkostensubsidie van 70% van het minimumloon. Binnen 6 maanden na plaatsing doen we een loonwaardemeting. De consulent plant dit in en bewaakt de voortgang.

  • De werkgever kan ook een tussenpersoon zijn, waarmee wij een contract hebben. In dat geval detacheren zij u naar een opdrachtgever/bedrijf tegen een vooraf afgesproken tarief.

  • Begeleiding voor werkgevers: de werkgevers of inlenende partijen hebben recht op een vergoeding voor uw begeleiding. De consulent bepaalt wat de hoogte of vorm van de vergoeding is. Hier gebruiken we vastgestelde voorwaarden voor.

  • Loonwaardemeting: de loonwaarde wordt in de eerste zes maanden van het dienstverband gemeten. Zo wordt de loonkostensubsidie voor de werkgever vastgesteld. De consulent bepaalt op welke termijn er een nieuwe loonwaardemeting gedaan wordt. De richtlijn is hierbij: in de eerste 6 maanden de eerste meting, na 1 jaar nog een keer en daarna in overleg elke 2 of 5 jaar als het erop lijkt dat de loonwaarde niet verandert.

  • Als maatwerk nodig is om te zorgen dat het goed loopt op de nieuw beschut werkplek kunnen we extra voorzieningen inzetten.

3.3 De scholingsbonus

De scholingsbonus van € 250 netto is beschikbaar voor inwoners met een uitkering die een opleiding, cursus of training succesvol hebben afgesloten. Het kan zijn dat u op eigen initiatief of op initiatief van ons start met een opleiding. Als het gaat om uw eigen initiatief, dan moeten wij daar vooraf toestemming voor geven en bepalen of de opleiding noodzakelijk is. De scholingsbonus krijgt u als u kan aantonen dat de opleiding succesvol is afgerond. Wij kennen de bonus alleen toe aan inwoners van 27 jaar of ouder.

3.4 Zijn er nog andere voorzieningen en vergoedingen?

  • Andere voorzieningen: wij kunnen andere voorzieningen aan inwoners uit de doelgroep vergoeden als de kosten volgen uit het uitvoeren van het plan van aanpak. Alleen de kosten die worden gemaakt voor de goedkoopste, passende oplossing worden vergoed. De kosten moet u met bewijsstukken aantonen.

  • Reiskostenvergoeding: de reiskostenvergoeding is een bijzondere vorm van een onkostenvergoeding. De reiskostenvergoeding van de werkgever gaat voor op een eventuele vergoeding vanuit de gemeente. Onder de 10 kilometer enkele reis vergoeden we geen reiskosten. Dit kan alleen als de consulent werk vindt dat het gaat om een uitzondering. We vergoeden reiskosten vanaf 10 kilometer enkele reis, volgens de maximale netto kilometervergoeding van de Belastingdienst.

  • Premie arbeidsinschakeling: de hoogte van deze uitstroompremie is € 750. We kunnen de premie maximaal 2 keer in de 2 jaar toekennen. U ontvangt de eerste premie als u kunt aantonen dat uw werkzaamheden zijn begonnen en u geen uitkering meer nodig heeft. Na 6 maanden kunt u opnieuw de premie van € 750 ontvangen als u nog steeds aan het werk bent.

3.5 Is er een ontheffing van de arbeidsverplichting mogelijk?

Als u aangeeft dat u niet of verminderd belastbaar bent met werk, kan de consulent een medisch, psychologisch of arbeidskundig advies bij een gecontracteerde organisatie aanvragen. Op basis van het advies kan de consulent bepalen dat u (tijdelijk) ontheffing krijgt van de arbeidsverplichting.

De eerste periode van ontheffing duurt altijd 6 maanden. De consulent bepaalt aan de hand van de op dat moment beschikbare informatie hoelang de ontheffing na de eerste 6 maanden kan duren. De maximale periode van ontheffing 24 maanden. De ontheffing nemen we op in een plan van aanpak en/of een beschikking. Na afloop van de periode van ontheffing volgt er een nieuw gesprek met de consulent om te bepalen wat het vervolg wordt. U moet tijdens de periode van ontheffing wel beschikbaar zijn om mee te doen aan voorzieningen die wij hebben om een zinvolle daginvulling te hebben.

3.6 Wmo-ondersteuning op maat in de vorm van begeleiding

Begeleiding heeft als resultaat:

  • het voorkomen van sociaal isolement en/of;

  • het vasthouden of vergroten van de regie om zelfstandig te kunnen leven en/of;

  • het bieden van een betekenisvolle invulling van de dag.

Begeleiding kan gegeven worden op drie manieren:

  • dagbesteding (paragraaf 3.7);

  • individuele begeleiding (paragraaf 3.7);

  • persoonlijke verzorging (paragraaf 3.8).

3.7 Individuele begeleiding of dagbesteding?

Begeleiding kan individueel aan u verstrekt worden of in een groep (dat noemen we dagbesteding). Bij de afweging welke vorm geschikt is, kijken we naar de meest passende goedkoopste oplossing. Dit betekent dat bij gelijke geschiktheid de voorkeur uitgaat naar begeleiding in een groep (dagbesteding). Dagbesteding is bedoeld om mensen een zinvolle invulling van hun dag te geven. Het biedt structuur en helpt u om aan zelfredzaamheid te werken. Individuele begeleiding is een vorm van ondersteuning voor mensen die moeite hebben met het uitvoeren van normale dagelijkse activiteiten.

3.7.1 Wanneer is dagbesteding een passende oplossing?

Dagbesteding kan een passende oplossing zijn als uw ondersteuningsvraag zich richt op een betekenisvolle invulling van de dag. Ook kan dagbesteding zorgen voor structuur. U werkt aan zelfredzaamheid. Ook kan het uw mantelzorger ontlasten. Dagbesteding vanuit de gemeente is bedoeld voor inwoners die (nog) niet kunnen werken en geen gebruik kunnen maken van activiteiten via andere organisaties. Het gaat om activiteiten onder begeleiding, voor een of meer dagdelen per week. Als u niet (meer) zelfstandig of met behulp van anderen naar de dagbesteding kan, kunnen wij helpen bij vervoer.

3.7.2 Wanneer is individuele begeleiding een passende oplossing?

Als het u niet lukt om de normale dagelijkse activiteiten te doen, kan u hier ondersteuning bij krijgen. De begeleider helpt om structuur aan te brengen in de dag, het doen van administratie en het beheren van financiën. Ook kunnen wij u helpen bij het vergroten van uw sociale netwerk. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over, maar helpt hierbij. Als u op meerdere van bovengenoemde gebieden beperkingen ervaart, kan het beter zijn om het aantal zorgaanbieders (tijdelijk) te beperken. Als regie op het huishouden onderdeel uitmaakt van de hulpvraag, kunnen wij deze ondersteuning bieden in de vorm van individuele begeleiding.

3.7.3 Welke vorm van dagbesteding of Individuele begeleiding is een passende oplossing?

Dit is vooral afhankelijk van de persoonlijke behoeften van de inwoner. De volgende dingen zijn van belang:

  • Als duidelijk is dat begeleiding een passende oplossing is, maken we de afweging welke vorm van ondersteuning we inzetten (licht, basis of complex) en voor hoeveel uren. Dit is van belang voor de inhoud van de activiteit en welke expertise de aanbieder inzet.

  • Welk ondersteuningsproduct de meest passende oplossing is, is vooral afhankelijk van uw ondersteuningsbehoefte.

  • De gemeente Lochem heeft de ondersteuning op maat voor Jeugd en Wmo ingekocht samen met 8 gemeenten in de Zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe.

  • Per zorgproduct is in het Zorgproductenboek beschreven wat de opdracht aan de opdrachtnemer is, wat de eisen aan de inhoud van de begeleiding zijn, aan welke eisen de zorgprofessional moet voldoen en eventueel andere informatie die van belang is. Het Zorgproductenboek is te vinden op de website www.zorgregiomijov.nl.

3.7.4 Wat zijn de kaders voor de zwaarte, omvang en duur van de begeleiding?

Het Zorgproductenboek is onderdeel van de raamovereenkomst en biedt het kader voor de inzet van de producten met de zwaarte en omvang ervan. In de begrippenlijst leggen we nader uit wat het zorgproductenboek en een raamovereenkomst is. Sommige inwoners maken langere tijd gebruik van dezelfde ondersteuning, mede omdat de persoonlijke situatie en hulpvraag niet veranderen. We kunnen in deze situatie indicaties geven voor een langere periode, tot maximaal 20 jaar. We houden wel contact met u. Tijdens de indicatieperiode plant de consulent naar behoefte evaluatiemomenten.

De omvang van de ondersteuning is maatwerk en stemmen we af op uw situatie en eventueel uw mantelzorger.

3.7.5. Wanneer is er vervoer naar de dagbesteding beschikbaar?

Als u niet (meer) zelfstandig of met behulp van anderen naar de dagbesteding kan, is het mogelijk om vervoer in te zetten. Dit vergoeden wij. De vervoerscentrale (PlusOV) regelt het vervoer. In individuele gevallen kan het zijn dat alleen de zorgaanbieder passend vervoer kan bieden. Dit is bijvoorbeeld het geval als u door de zorgaanbieder gemotiveerd wordt om uit bed te komen en mee te gaan naar de dagbesteding. In die gevallen kan er vervoer worden ingezet met de zorgaanbieder als uitvoerder.

3.8 Algemene dagelijkse levensbehoeften

ADL is de afkorting voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen. Dit zijn handelingen die mensen elke dag doen, zoals wassen, aankleden en naar het toilet gaan. Sommigen inwoners hebben ondersteuning nodig bij de ADL. In dit hoofdstuk staat uitgelegd wat onder ADL valt welke ondersteuning mogelijk is vanuit de Wmo.

3.8.1 Wanneer is een inwoner zelfredzaam?

U bent zelfredzaam voor ADL als u de volgende activiteiten rondom persoonlijke verzorging zelf kan:

  • in en uit bed komen;

  • aan- en uitkleden;

  • bewegen/lopen, gaan zitten en weer opstaan;

  • lichamelijke hygiëne, toiletbezoek;

  • eten/drinken bereiden en klaarzetten;

  • medicijnen innemen;

  • ontspanning en sociaal contact.

3.8.2 Welke begeleiding en persoonlijke verzorging is er vanuit de Wmo?

Veel ondersteuning bij ADL wordt gegeven als Persoonlijke verzorging (hierna: PV) vanuit de Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw). Dit is voorliggend op begeleiding vanuit de Wmo. In de regel gaat het bij ondersteuning vanuit de Wmo om het bieden van begeleiding tijdens het uitvoeren van deze algemene levensverrichtingen en in mindere mate om het overnemen daarvan. In het kader van begeleiding gaat het om de volgende activiteiten:

  • Het ondersteunen bij of het oefenen van vaardigheden of handelingen.

  • Het ondersteunen bij of aanbrengen van structuur of het voeren van de regie.

  • Het overnemen van toezicht.

Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien

Jongeren moeten zo gezond, kansrijk en veilig mogelijk opgroeien. We willen dat de jeugd uit de gemeente Lochem alle mogelijkheden krijgt om zich te ontwikkelen. Op sociaal-emotioneel, cognitief, lichamelijk, cultureel, creatief en sportief gebied. Als ouder bent u in eerste instantie verantwoordelijk voor deze omgeving. En de opvoeding van uw kinderen. Daarnaast draagt de omgeving van uw gezin ook bij aan de opvoeding. Denk bijvoorbeeld aan familie, vrienden, leerkrachten en docenten, jongerenwerkers, jeugdgezondheidszorg, sport- en cultuurclubs en de kinderopvang. Als jongeren toch ondersteuning nodig hebben dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door de gemeente. Hierbij staat de eigen kracht van u en uw kind voorop. De inzet van eigen kracht is belangrijk om als gezin zelf ondersteuningsvragen te kunnen oplossen. In hoofdstuk 4 van onze Verordening Sociaal Domein staan de belangrijkste uitgangspunten opgenomen rondom gezond en veilig opgroeien. De beleidsregels hieronder zijn hier een verdere uitwerking van.

4.1 Hoe werkt de vraag om ondersteuning?

  • 1.

    Het doen van een aanvraag

  • Een aanvraag voor ondersteuning kunt u mondeling, telefonisch of schriftelijk bij ons doen.

  • 2.

    Het familiegroepsplan

  • Gemeenten, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen bieden gezinnen de gelegenheid tot het opstellen van een familiegroepsplan. Een familiegroepsplan is een plan dat een ouder samen met familie, vrienden en anderen uit de omgeving maakt om een vraag of probleem aan te pakken. Het familiegroepsplan kan gebruikt worden als plan van aanpak of als onderdeel van het plan van aanpak dat wij samen met uw gezin maken.

  • 3.

    Het plan

  • Artikel 2.2 van de Verordening Sociaal Domein gaat over het plan. Het plan is een schets van de gezinssituatie en de hulpvraag. In het plan is aandacht voor de inzet van eigen kracht en het sociale netwerk. Het plan geeft de doelen weer en de in te zetten ondersteuning om deze doelen te bereiken. Daarbij kijken we naar vrij toegankelijke ondersteuning en/of individuele voorzieningen.

Andere wettelijke verwijzer

Als er sprake is van een andere wettelijke verwijzer dan de gemeente (bijvoorbeeld een huisarts, jeugdarts of medisch specialist) dan stellen we geen plan op.

Plan vanuit Gecertificeerde Instelling (GI)

Als er sprake is van een ondertoezichtstelling of voogdijmaatregel dan stelt de Gecertificeerde Instelling (GI) het plan op.

4.2 Wat is vrij toegankelijke ondersteuning?

Sommige voorzieningen, zowel individuele als groepsgerichte ondersteuning, zijn vrij toegankelijk. Hier is geen verwijzing voor nodig.

4.3 Wat zijn individuele voorzieningen?

Bent u niet genoeg geholpen met een vrij toegankelijke of algemene voorziening? Dan kunnen we besluiten een individuele voorziening, ook wel maatwerkvoorziening, toe te passen. Voorbeelden van individuele voorzieningen zijn:

4.3.1. Ambulant Team

Het Ambulant Team is een samenwerking tussen de gemeente en een kleine groep jeugdhulpaanbieders. We kunnen kortdurende ondersteuning inzetten. Dit noemen we het 4 weeks model. Bij de uitvoering van het 4 weeks model staan twee dingen centraal: vraagverheldering en directe hulpverlening uitgevoerd door ambulante medewerkers. Voor deze ondersteuning is geen beschikking nodig. Dossiervorming vindt bij ons plaats, niet bij de jeugdhulpaanbieders.

4.3.2 Budgetplan persoonsgebonden budget (pgb)

Artikel 8.3 van de Verordening Sociaal Domein gaat over het persoonsgebonden budget (pgb). Voor het aanvragen van een pgb werken we met het budgetplan pgb. De aangevraagde zorg en tarieven in het budgetplan pgb hoeven niet overeen te komen met ons uiteindelijke besluit.

4.3.3 Inzet vrijwillig gesloten jeugdhulp

De kinderrechter kan op ons verzoek een machtiging vrijwillig gesloten jeugdhulp verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te laten opnemen en verblijven. Een verzoek om gesloten jeugdhulp kan op verschillende manieren bij ons binnenkomen. Instemming van ouder(s) met gezag en jeugdige, afhankelijk van de leeftijd, is noodzakelijk.

4.3.4 Inzet jeugdhulp vanuit de Gecertificeerde Instelling (GI)

Door de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering kan de gecertificeerde instelling (GI) zelfstandig bepalen dat jeugdhulp nodig is (artikel 3.5 lid 1 van de Jeugdwet). Wij zijn er verantwoordelijk voor dat we de jeugdhulp inzetten die deze instanties nodig vinden voor het uitvoeren van een kinder- beschermingsmaatregel of jeugdreclassering. Wij stemmen af met de GI over de best passende hulpinzet.

4.3.5 Afstemming met andere wetgeving

Als uit onderzoek blijkt dat een andere wet kan voorzien in de hulpvraag, kunnen we besluiten om de voorziening niet vanuit de Jeugdwet toe te wijzen.

4.3.6 Criteria voor individuele voorzieningen

Voor de inkoop van zorg werken we in regionaal verband samen met de ZorgRegio Middel IJssel Oost Veluwe. De criteria per individuele voorziening staan uitgewerkt in het zorgproductenboek dat we in regionaal verband opstelden: Documenten en downloads - ZorgRegio Midden IJssel/ Oost Veluwe (zorgregiomijov.nl).

4.3.7 Kwaliteit van zorg

In het controleplan Jeugd staat hoe we de controle op de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde zorg waarborgen. Het controleplan is te vinden via de Zorgregio Midden IJssel/ Oost Veluwe.

4.4 Waar staat (boven)gebruikelijke hulp in de Jeugdwet voor?

We verwachten bij een aantal taken een eigen rol van de ouders. Dit noemen we gebruikelijke hulp. Centraal staat dat kinderen en jongeren een beschermende woonomgeving nodig hebben waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Verder gelden de volgende, belangrijke punten belangrijk per leeftijdscategorie:

Jeugdigen van 0 tot en met 2 jaar

  • Hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig.

  • Ouderlijk toezicht is 24 uur per dag zeer nabij nodig.

  • Zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen.

  • Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling.

Jeugdigen van 3 en 4 jaar

  • Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijvoorbeeld de ouder kan de was ophangen in een andere kamer).

  • Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling.

  • Kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen.

  • Ontvangen zindelijkheidstraining van ouders/verzorgers.

  • Hebben gedeeltelijk hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen.

  • Hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding.

  • Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven.

Jeugdigen van 5 tot en met 11 jaar

  • Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijvoorbeeld het kind kan buitenspelen in de directe omgeving van de woning als de ouder thuis is).

  • Hebben toezicht nodig en in een afnemende vorm hulp bij hun persoonlijke verzorging.

  • Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische, geestelijke en emotionele ontwikkeling;

  • Zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers.

  • Hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrijetijdsbesteding gaan.

  • Hebben hulp nodig bij plannen en structureren van (huis)werk en vrijetijdsbesteding.

Jeugdigen van 12 tot en met 17 jaar

  • Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen.

  • Kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden mits ouders op afroep beschikbaar zijn.

  • Kunnen vanaf 16 jaar maximaal één dag en nacht alleen gelaten worden.

  • Hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig.

  • Hebben tot 18 jaar een reguliere dag invulling op school/opleiding.

  • Hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bijvoorbeeld huiswerk of het zelfstandig gaan wonen).

  • Hebben hulp nodig bij plannen en structureren van (huis)werk en vrijetijdsbesteding.

4.4.1 Boven gebruikelijke hulp

In sommige situaties is meer hulp nodig dan de gebruikelijke hulp. Dit noemen we boven gebruikelijke hulp. Het kan bijvoorbeeld gaan om hulp bij chronische aandoeningen, ziekte, stoornis of een beperking. Hierbij is het gebruikelijk dat ouders zo veel mogelijk de dagelijkse zorg leveren, ook als dat meer is dan gemiddeld bij gezonde kinderen van dezelfde leeftijd. We onderzoeken of er voldoende eigen kracht is van ouders om deze boven gebruikelijke hulp te bieden. Daarbij stellen we de volgende vragen:

  • Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp te bieden?

  • Is de ouder beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden?

  • Levert het bieden van de hulp door de ouder geen overbelasting op?

  • Ontstaan er geen financiële problemen in het gezin als de hulp door de ouder wordt geboden?

Als uit onderzoek blijkt dat er sprake is van voldoende eigen kracht dan verwachten we dat ouders dit optimaal benutten.

4.5 Tegemoetkoming in vervoerskosten

Artikel 4.6.4 van de Verordening Sociaal Domein gaat over tegemoetkoming in de vervoerskosten. Dit is alleen mogelijk voor het vervoer waar de jeugdige zelf gebruik van maakt. Dit betekent dat een tegemoetkoming van vervoerskosten niet van toepassing is wanneer de jeugdige niet meereist in het vervoer.

Hoofdstuk 5 Wonen in een veilige en gezonde omgeving

Heeft u een beperking en ervaart u problemen bij het gebruik van uw woning of bij het voeren van het huishouden? Dan bieden wij ondersteuning. Wij helpen u of uw mantelzorger(s), als u met een beperking niet goed voor uzelf kunt zorgen. Of als u als gevolg van psychische of psychosociale problemen 24/7 toezicht en ondersteuning nodig heeft. De Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) speelt hier een rol in. De Wmo is een kaderwet. Dat betekent dat gemeenten veel zelf mogen bepalen. De situatie van individuele inwoners bepaalt of, en welke, ondersteuning nodig is. In hoofdstuk 5 van de Verordening Sociaal Domein staan de belangrijkste punten rondom wonen in een veilig en gezonde omgeving. De beleidsregels hieronder zijn daar een nadere uitwerking van. Daarnaast hebben we in dit hoofdstuk aandacht voor mantelzorg, de ondersteuning die er voor mantelzorgers zelf beschikbaar is en wat wij als gemeente doen als er spoedzorg nodig is.

5.1 Wat is passende woonruimte?

Iedereen zorgt zelf voor woonruimte. Het kan gaan om een huurwoning, koopwoning, een woonwagen met vaste standplaats of een woonboot.

Als u belemmeringen ervaart in het normale gebruik van uw woning zijn er twee typen maatwerkvoorzieningen die een passende oplossing kunnen bieden:

  • 1.

    verhuizen (paragraaf 5.1.1);

  • 2.

    woonvoorzieningen (paragraaf 5.1.2).

5.1.1 Wanneer is verhuizen een passende oplossing?

Verhuizen naar een andere woning kan een passende oplossing zijn voor uw ondersteuningsbehoefte. We zoeken samen met u naar een passende oplossing. We gaan hierbij uit van de goedkoopst passende oplossing. Als verhuizen een passende oplossing is en het goedkoper is dan het aanpassen van uw huidige woning, kunnen we er in overleg met u voor kiezen om een persoonsgebonden budget (pgb) voor verhuizen te verstrekken. We gaan hierbij uit van een verhuizing uit een sociale huurwoning. Voor de verhuiswagen en manuren kunt u offertes opvragen. Voor eventuele stofferingskosten (hieronder valt: vloerbekleding, raambekleding en muurbekleding) gaan we uit van de Prijzengids van het NIBUD.

5.1.2 Woonvoorzieningen

Als u belemmeringen ervaart bij het normale gebruik van uw woning kunnen woonvoorzieningen beschikbaar zijn. Daarbij maken we onderscheid tussen de losse woonvoorzieningen zoals douchestoelen, tilliften en losse woonunits en de zogenaamde woningaanpassingen. Woningaanpassingen zijn bouwkundige en woon-technische woonvoorzieningen zoals trapliften, creëren van een doucheruimte of een aanbouw.

Belangrijk om te weten:

  • Voor een woonvoorziening van bouwkundige of woon-technische aard hoeft u geen toestemming te vragen aan de eigenaar van de woning. Wel moet u de eigenaar informeren over een aanpassing. Alleen bij bruikleen van een voorziening wordt deze bij een verhuizing verwijderd.

  • Bij de toekenning van een woningaanpassing zorgen wij dat u normaal gebruik kan maken van uw woning waarin u uw hoofdverblijf heeft. U kunt gebruik blijven maken van uw woning voor:

    • het slapen, eten en verrichten van lichaamsreiniging;

    • het verrichten van belangrijke huishoudelijke werkzaamheden;

    • het kunnen koken en het gebruiken van de keuken;

    • het kunnen verplaatsen in en om de woning;

    • het hebben van toegang tot de woning.

5.1.3 Hoe maken wij afwegingen over woonvoorzieningen?

  • Als u een (transfer)hulpmiddel langdurig nodig heeft, verstrekken wij deze mogelijk vanuit de Wmo. Als er sprake is van zorg voor een beperkte of onzekere duur of als een transferhulpmiddel gericht is op het verplaatsen in bed, kunt u gebruik maken van de Zvw.

  • Bij bouwkundige ingrepen werken we altijd met een programma van eisen, zo nodig opgesteld door een extern adviseur. De definitie van een programma van eisen is opgenomen in de begrippenlijst.

  • Als uitbreiding van de woning de goedkoopst passende oplossing is voor de ondersteuningsbehoefte onderzoeken we of een woonunit, aanbouw of verbouwing de best en goedkoopst passende oplossing is. Op het moment dat een woonunit wordt verstrekt, nemen we in het besluit op of het in bruikleen of in eigendom wordt verstrekt.

  • Als u van plan bent vanuit een geschikte woning naar een ongeschikte woning te verhuizen, moet u vooraf contact met ons opnemen om te overleggen over de mogelijkheden.

  • Als u bent verhuisd vanuit een geschikte woning naar een ongeschikte woning, zetten wij in principe geen nieuwe maatwerkvoorziening in op het gebied van wonen. Dit doen we alleen als er een belangrijke reden is voor de verhuizing en er geen andere geschikte woning beschikbaar is. Een belangrijke reden kan zijn: het krijgen van een nieuwe baan in een andere gemeente, een echtscheiding of een huwelijk.

  • Als u een aanpassing van een woonwagen of woonschip aanvraagt, onderzoeken we altijd hoelang de standplaats of ligplaats beschikbaar is voor de inwoner. Daarna maken we de afweging of een aanpassing van een woonwagen of woonschip een langdurig passende oplossing is.

  • Als u in een wooncomplex woont dat specifiek bedoeld is voor ouderen of personen met een lichamelijke beperking, verwachten wij dat dit wooncomplex voldoet aan de basiseisen van toegankelijkheid voor deze doelgroepen. De eigenaar van de woning is in deze gevallen ook verantwoordelijk voor woonvoorzieningen in de gemeenschappelijke ruimte. Wij kennen hier geen woonvoorzieningen van bouwkundige of woon-technische aard voor toe.

  • Als u in een wooncomplex woont en de algemene ruimte van dat wooncomplex is voor u niet bereikbaar of toegankelijk, dan kunnen we besluiten om op uw persoon gerichte aanpassingen aan te laten brengen.

5.1.4 Wat zijn hulpmiddelen?

Voordat we een woonvoorziening inzetten, kijken we naar hulpmiddelen. Hulpmiddelen kunnen verschillend van aard zijn. Het gaat om zaken, die- voor zover passend – voorliggend zijn op een woningaanpassing. We kunnen deze in eigendom, in bruikleen of in de vorm van een financiële tegemoetkoming toekennen.

5.2 Welke ondersteuning is er voor de mantelzorger?

Mantelzorg is de ondersteuning die iemand uit uw sociale netwerk, regelmatig en langdurig geeft. Deze hulp is onbetaald en vrijwillig. Het gaat om hulp die meer is dan de normale gang van zaken (bovengebruikelijk). We onderzoeken of uw ondersteuningsbehoefte kan worden opgelost door de inzet van mantelzorg.

Mantelzorg kan intensief zijn. Om die reden betrekken wij de mantelzorger zoveel mogelijk bij het onderzoek. We onderzoeken of de mantelzorger behoefte heeft aan ondersteuning en zoeken ook daarvoor samen met u en de mantelzorger naar een passende oplossing. De verzorging die een ouder aan een jeugdige verleent valt onder het recht en plicht van de ouder en valt niet onder mantelzorg.

5.2.1 Is mantelzorg een passende oplossing?

Mantelzorg kan een passende oplossing zijn als iemand uit uw sociale netwerk mantelzorg wil en kan verlenen.

5.2.2 Wat kunnen we doen bij (dreigende) overbelasting van de mantelzorger?

Mantelzorgers leveren een grote bijdrage aan de doelen van de Wmo. Daarom is het belangrijk dat mantelzorgers zo lang mogelijk hun zorg kunnen leveren. In het geval van (dreigende) overbelasting van de mantelzorger, kunnen we een maatwerkvoorziening inzetten om de mantelzorger te ontlasten. Met de vragenlijst Ervaren Druk door Informele Zorg (EDIZ) kunnen we een globale indruk krijgen of mantelzorgers overbelast (dreigen te) raken. De vragenlijst is te vinden op EDIZ, Ervaren Druk door Informele Zorg (zorgvoorbeter.nl).

5.2.3 Wat is een mantelzorgwoning?

We spreken van een mantelzorgwoning als u als zorgvrager bij de mantelzorger gaat wonen of andersom en als er voor u als zorgvrager of mantelzorger een:

  • aan- of bijgebouw van de woning van de mantelzorger geschikt wordt gemaakt;

  • tijdelijke mantelzorgunit aan de woning wordt gekoppeld;

  • aparte woning of woonunit op het erf van de mantelzorger wordt gerealiseerd.

Inwoners die een mantelzorgwoning willen bouwen of huren, moeten hiervoor zelf in de kosten voorzien. Dit zijn namelijk de normale kosten voor wonen. Lees meer informatie over de mantelzorgwoning via deze link: www.lochem.nl/zorg-jeugd-en-werk/zorg-en-jeugdhulp/direct-regelen/melding-mantelzorgwoning

5.2.4 Kan het sociaal netwerk een oplossing zijn?

We onderzoeken bij iedere ondersteuningsbehoefte of inzet vanuit uw sociale netwerk een passende oplossing is.

5.2.5 Mantelzorgcompliment

Als blijk van waardering komen mantelzorgers in aanmerking voor het mantelzorgcompliment. Welzijn Lochem is de organisatie die zorgt voor de uitvoering van het mantelzorgcompliment. De waardering is als volgt opgebouwd:

  • Jonge mantelzorgers tot 18 jaar: een cadeaubon ter waarde van € 25,- en de mogelijkheid mee te doen aan een fun-dag.

  • Jonge mantelzorgers tussen de 18 jaar - 24 jaar: een bedrag van € 100,-

  • Mantelzorgers vanaf 25 jaar: een bedrag van € 100,-

We stellen een paar voorwaarden aan de verstrekking van het mantelzorgcompliment:

  • Per zorgvrager vraagt u voor één mantelzorger, van 25 jaar of ouder, een mantelzorgcompliment aan. Meerdere betrokken mantelzorgers verdelen het compliment onderling.

  • Elke (jonge) mantelzorger vraagt maximaal 1 mantelzorgcompliment aan.

  • We delen per adres maximaal 1 mantelzorgcompliment uit voor mantelzorgers van 25 jaar of ouder.

  • Als mantelzorger komt u in aanmerking als u tenminste 8 uur per week en langer dan 3 maanden aaneengesloten, onbetaald mantelzorg verleent. Het gaat om hulp, die de gebruikelijke hulp die we in redelijkheid mogen verwachten van partners, ouders, kinderen of andere huisgenoten overstijgt.

5.3 Wanneer is er huishoudelijke ondersteuning beschikbaar?

Wij vinden ondersteuning bij het huishouden een passende oplossing in de volgende situaties:

  • 1.

    U kunt huishoudelijke werkzaamheden niet (meer) zelf uitvoeren. Iemand moet de werkzaamheden overnemen. Algemene voorzieningen, gebruikelijke voorzieningen en gebruikelijke hulp zijn niet voldoende om het probleem (volledig) op te vangen.

  • Het product ‘schoon huis’ zetten we in met als te bereiken resultaat: een schoon en leefbaar huis waarbij u de beschikking heeft over schone kleren.

  • De definitie van het resultaat is: een huis is schoon en leefbaar als het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basis hygiëne-eisen.

  • Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen.

  • Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. U moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrek, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van huishoudelijke hulp.

  • 2.

    U heeft minder of geen regie bij het organiseren en structureren van het huishouden. De regie van het huishouden moet (deels) overgenomen worden. Gebruikelijke hulp is niet voldoende dit probleem (volledig) op te vangen. Het product ‘Regie op huishouden’ zetten we in met als doel: een schoon huis en een gestructureerd huishouden. Voor zover mogelijk zetten we in op het aanleren en trainen in vaardigheden t.b.v. het verzorgen van het huishouden.

Let op: Huishoudelijke ondersteuning producten zetten we alleen in voor uw hoofdverblijf.

5.3.1 Wat zijn de taken binnen de huishoudelijke ondersteuning?

De volgende taken vallen onder het doel schoon en leefbaar huis:

  • lichte huishoudelijke taken, zoals afstoffen, afwassen;

  • zware huishoudelijke taken, zoals stofzuigen, de badkamer poetsen;

  • wasverzorging: het wassen, ophangen en opbergen van de kleding.

De volgende taken vallen eigenlijk niet onder het doel schoon en leefbaar huis:

  • boodschappen doen; we zien een boodschappenservice als voorliggende voorziening;

  • ramen wassen aan de buitenkant, tenzij u in een gebied woont waar geen glazenwasser komt.

Voor het bepalen van de uren voor de huishoudelijke taken kijken we per situatie naar wat nodig is. Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp, gebruiken we het HHM-normenkader. Voor bijzondere situaties is het mogelijk om gemotiveerd van het normenkader af te wijken.

5.3.2 Welke keuzes worden bij huishoudelijke ondersteuning gemaakt?

Huishoudelijke ondersteuning is alleen een passende oplossing als de te bieden hulp de gebruikelijke hulp overstijgt. Er is sprake van gebruikelijke hulp als u een inwonende huisgenoot heeft, die onderdeel uitmaakt van het huishouden. Of dit zo is hangt af van de situatie. Als een inwonende huisgenoot de woning schoon en leefbaar kan houden, geven we geen indicatie af voor huishoudelijke hulp.

Wie is verantwoordelijk voor gebruikelijke hulp?

Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Dit houdt in dat zowel volwassen huisgenoten als jonge huisgenoten een bijdrage moeten leveren aan het huishouden. We houden rekening met de leeftijd van kinderen.

Voor gezonde jonge huisgenoten geldt:

  • Huisgenoten tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan het huishouden.

  • Huisgenoten van 5 tot en met 12 jaar worden naar eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden (bijvoorbeeld opruimen, tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand doen).

  • Huisgenoten van 13 tot en met 17 jaar kunnen helpen bij lichte werkzaamheden (zie hierboven voor voorbeelden) en hun eigen kamer op orde houden (rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen).

  • Huisgenoten van 18 tot en met 22 jaar kunnen een eenpersoonshuishouden verzorgen. Als het nodig is kan de opvang en/of verzorging van jongere gezinsleden tot hun taken behoren.

  • Huisgenoten vanaf 23 jaar kunnen de huishoudelijke taken volledig overnemen.

Als u of inwonende huisgenoten de vaardigheid missen om huishoudelijk werk uit te voeren, verwachten we dat u/zij dit kunnen leren. Hiervoor is eventueel een maatwerkvoorziening mogelijk. De taken worden dan niet overgenomen, maar via instructies gestuurd.

Wat als er overbelasting ontstaat?

Als de persoon die de gebruikelijke hulp zou kunnen leveren overbelast is of er overbelasting dreigt, kunnen we voor een bepaalde tijd huishoudelijke ondersteuning inzetten. Op deze manier kan verdere overbelasting worden voorkomen. In terminale situaties kunnen we soepeler omgaan met het principe van gebruikelijk hulp.

5.3.3 Welke ondersteuning is er nog meer?

Als er problemen zijn met regie in het huishouden en problemen met schoonmaken zetten we het product ‘regie op huishouden’ in. Als er naast regie op huishouden andere ondersteuning nodig is kijken we of individuele begeleiding in combinatie met het product ‘schoon huis’ passend is.

5.3.4 Hoe bepalen we de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp?

De omvang (in uren) van de indicatie is afhankelijk van een aantal factoren:

  • De taken die overblijven nadat is onderzocht of er oplossingen mogelijk zijn door eigen kracht, sociaal netwerk, gebruikelijke hulp, algemene voorzieningen of algemeen gebruikelijke voorzieningen.

  • Uw gezinssamenstelling.

  • De ruimten in uw woning die schoongemaakt moeten worden. Het gaat alleen om de ruimten die u in het dagelijks leven gebruikt.

Sommige inwoners maken langere tijd gebruik van dezelfde ondersteuning, omdat de persoonlijke situatie en hulpvraag niet veranderen. We kunnen in deze situatie indicaties geven voor een langere periode, tot maximaal 20 jaar. We houden wel contact. Tijdens de indicatieperiode plant de consulent op maat evaluatiemomenten in.

5.4 Kan een rolstoel een passende oplossing zijn?

Als u moeite heeft met u zelfstanding te verplaatsen kan een rolstoel een passende oplossing zijn.

5.4.1 Welke keuzes maken we bij rolstoelen?

U kunt mogelijk vanuit eigen kracht gebruik maken van een algemeen gebruikelijke voorziening, die een passende oplossing kan zijn voor uw ondersteuningsbehoefte. Dit zijn bijvoorbeeld wandelstokken, looprekken of rollators. Ook kunt u tijdelijk (tot maximaal zes maanden) een rolstoel lenen via een uitleenpunt. Als deze algemeen gebruikelijke voorzieningen geen passende oplossingen zijn, kijken we of een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo een passende oplossing is.

5.4.2 Wat is een rolstoel op maat?

Wij kunnen verschillende rolstoelen als maatwerkvoorziening verstrekken. Bij de selectie van de rolstoel stellen we een functioneel programma van eisen op. Hierbij wegen we de belangen van uw mantelzorgers mee, zoals de (on)mogelijkheid van uw mantelzorger om de rolstoel te duwen.

Aan de hand van het functioneel programma van eisen stellen we vast welke categorie rolstoel een passende oplossing is. De leverancier van de rolstoel onderzoekt vervolgens welke rolstoel uit deze categorie het meest passend is bij het functioneel programma van eisen en levert deze rolstoel.

5.5 Wat is respijtzorg en wanneer is dat beschikbaar?

Respijtzorg is een ander woord voor mantelzorgondersteuning. Als er sprake is van overbelasting of dreigende overbelasting van uw mantelzorger kunnen we een vorm van respijtzorg inzetten. De inzet sluit aan bij de vraag, de behoefte van de mantelzorger en duurt zo lang als nodig is. Het doel is dat uw mantelzorger weer nieuwe energie kan opdoen.

5.5.1 Wat is kortdurend verblijf als respijtzorg?

Het is mogelijk om kortdurend verblijf in te zetten bij dreigende overbelasting van de mantelzorger. Kortdurend verblijf is het verblijf in een instelling voor een korte periode van de persoon waar de mantelzorger voor zorgt. Dit is alleen mogelijk als er geen sprake is van noodzakelijke 24-uurs zorg. In dat geval kunt u een beroep doen op de Wet langdurige zorg (Wlz). Als u de Wlz in de thuissituatie inzet, is het vanuit dezelfde Wlz mogelijk om kortdurend verblijf in te zetten.

Veel zorgverzekeraars hebben een mogelijkheid voor mantelzorgondersteuning. Soms vergoedt de zorgverzekeraar ook kortdurend verblijf. Als uw (aanvullende) verzekering deze optie heeft, dan vragen wij u hier eerst gebruik van te maken.

5.5.2 Wanneer is spoedzorg nodig?

Als er sprake is van het plotseling wegvallen van een mantelzorger en er met spoed zorg nodig is, kan spoedzorg worden ingezet. Wij staan garant voor de kosten als spoedzorg noodzakelijk is en deze niet door een andere wet vergoed kan worden.

5.6 Wmo voorzieningen voor een inwoner met een Wlz-indicatie woonachtig in een instelling

Als u met een Wlz-indicatie in een instelling verblijft komt u in aanmerking voor de volgende voorzieningen:

  • Sociaal vervoer (de regiotaxi) zolang dat een algemene voorziening is onder de Wmo 2015,

  • Hulpmiddelen die thuis blijven staan als u minstens 18 dagen per jaar thuis wilt logeren. We volgen hierin de bestuurlijke afspraken die gemaakt zijn met de VNG.

Het gaat alleen om Wmo-hulpmiddelen die:

  • al aanwezig zijn op het moment van verhuizen;

  • u niet vanuit de zorginstelling kan meenemen naar huis. De zorginstelling bepaalt wat u mag meenemen.

Uitzonderingen/afspraken:

  • We verstrekken mobiliteitshulpmiddelen zoals een rolstoel en aangepaste fiets niet tweemaal. Deze vallen dus niet onder de afspraken.

  • Een traplift is geen hulpmiddel, maar een woningaanpassing. Deze valt toch onder de afspraken.

  • Hulpmiddelen die moeten worden onderhouden, gerepareerd of vervangen vallen onder de afspraken.

  • Als afspraken niet voorzien in een specifieke oplossing, dan werken partijen samen in de geest van de afspraken.

De werkwijze en de verantwoordelijkheid van de verschillende partijen staan in de bestuurlijke afspraken beschreven.

Als u met een Wlz-indicatie thuis woont met een pgb, VPT (Volledig Pakket Thuis) of MPT (Modulair Pakket Thuis) mag u voor bepaalde voorzieningen een beroep blijven doen op de Wmo. Het gaat dan om ondersteuning die helpt bij zelfstandig wonen en meedoen in de samenleving, zoals sociaal vervoer, een rolstoel of ander vervoermiddel, noodzakelijke woningaanpassingen en losse woonvoorzieningen.

Ook als u met een VPT bent verhuisd naar een geschikte zelfstandige woning, zoals een aanleunwoning, kunt u deze Wmo-voorzieningen aanvragen, zolang u zelfstandig woont en deze ondersteuning nodig heeft.

5.7 Regels voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen

Maatschappelijke opvang is het bieden van tijdelijk verblijf aan mensen zonder dak boven hun hoofd. We kunnen dit aanbieden bij zorg, begeleiding en/of het verhelpen van een crisis. Beschermd wonen biedt een beschermde woonomgeving waar continu begeleiding aanwezig of nabij is. We werken samen met andere gemeenten op het gebied van maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Als u maatschappelijke opvang en/of beschermd wonen nodig heeft, gelden beleidsregels van de gemeente Deventer.

Hoofdstuk 6 WMO-vervoer en Leerlingenvervoer

Inwoners die om diverse redenen niet zelfstandig of met het openbaar vervoer kunnen reizen, kunnen in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening vanuit de gemeente. Zo kunnen zij (blijven) deelnemen aan de samenleving. Het is bedoeld voor bijvoorbeeld het doen van boodschappen, op bezoek gaan of voor ontspanning, zoals vervoer naar een sportvoorziening. De vervoersvoorziening kan bijvoorbeeld het gebruik van een collectieve regiotaxi of aangepaste bus zijn, waarbij u een eigen bijdrage betaalt. Ook het gebruik van een driewielerfiets of een scootmobiel is een voorbeeld van een voorziening. U moet voldoen aan de voorwaarden en er zijn beperkingen met betrekking tot onder andere de afstand.

6.1 Welke oplossingen zijn er voor Wmo-vervoer?

Als u zich niet in redelijke mate kunt verplaatsen om deel te nemen aan de samenleving en mensen te ontmoeten, zijn er meerdere oplossingen mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Vervoersdienst; collectief vervoer.

  • Vervoersvoorzieningen kunnen bijvoorbeeld zijn:

    • door spierkracht voortbewogen vervoermiddelen, zoals een driewielfiets;

    • scootmobiel;

    • aanpassing auto.

6.1.1 Wat is collectief vervoer en wat valt daar onder?

Collectief vervoer (PlusOV) is een maatwerkvoorziening waarbij meerdere mensen tegelijkertijd worden vervoerd. Bij collectief vervoer gaat het om middellange en lange afstanden (tot 20 kilometer). U betaalt een ritbijdrage en wordt bijvoorbeeld van deur tot deur vervoerd.

Welkekeuzesmaken webijdeinzetvancollectiefvervoer?

  • U komt in aanmerking voor collectief vervoer als het openbaar vervoer geen passende oplossing is. We kijken naar het volgende:

    • Bent u in staat om gebruik te maken van het openbaar vervoer?

    • Kunt u zelf vanuit de woning naar de opstapplaats?

    • Kunt u vanuit de aankomsthalte naar de bestemming komen?

  • Voorbeelden van oplossingen vanuit eigen kracht zijn:

  • Een ov-begeleiderskaart.

  • Vervoer vanuit de Zorgverzekeringswet. Als de Zvw geen vervoer heeft voor afspraken in het ziekenhuis kunnen we eventueel vanuit de Wmo een passende oplossing inzetten.

  • Als uw vervoersbehoefte meer dan 25 kilometer is kan de Valys een passende oplossing zijn.

  • Collectief vervoer gaat uit van een vervoersbehoefte tot 20 kilometer. De Valys is een oplossing voor afstanden vanaf 25 kilometer. Als u één vervoersbehoefte heeft met een afstand tussen de 20 en 25 kilometer kunnen we alsnog een maatwerkvoorziening voor collectief vervoer verstrekken. U kan tot maximaal 1.500 kilometer per jaar gebruik maken van het collectief vervoer.

  • Collectief vervoer is alleen een passende oplossing als u er daadwerkelijk gebruik van kan maken. De bussen zijn daarom toegankelijk voor zoveel mogelijk mensen. Wij kunnen besluiten extra opties toe te voegen, zoals:

  • Individueel vervoer: dit kan een oplossing zijn als het voor u onmogelijk is om te reizen met anderen.

  • Gezinstaxi: dit kan een oplossing zijn als het vanwege uw persoonskenmerken gewenst is dat u met het hele gezin reist;

  • Medereiziger met gereduceerde ritbijdrage (sociaal begeleider): dit geldt als u begeleiding nodig heeft op de plaats van bestemming;

  • Medisch begeleider (zonder ritbijdrage): dit kan een passende oplossing zijn als u door (kans op) medische zorg of (kans op) gedragsproblemen altijd een begeleider nodig heeft;

  • Kamer tot kamervervoer: dit kan een passende oplossing zijn als u begeleiding nodig heeft bij het bereiken van de taxi;

  • Rolstoelbus: bij rolstoelgebruik is dit het standaardvervoersmiddel;

  • Taxivoertuig: dit kan een passende oplossing zijn als er redenen zijn waardoor u niet met een taxibus vervoerd kan worden, bijvoorbeeld omdat u geen hoge opstap kan maken;

  • Scootmobiel mee: dit kan een passende oplossing zijn als u voor de korte afstand afhankelijk bent van uw scootmobiel en de vervoersbehoefte zo is dat een combinatie van collectief vervoer en scootmobiel nodig is.

  • Collectief vervoer is geen passende oplossing als uw vervoersbehoefte gericht is op zeer korte afstanden.

6.1.2 Wat zijn alternatieven voor collectief vervoer?

Collectief vervoer is niet altijd een passende oplossing. Alleen als collectief vervoer geen passende oplossing hebben we andere mogelijkheden, voorbeelden hiervan zijn:

  • Een door spierkracht voortbewogen vervoermiddel (bijvoorbeeld een driewielfiets of een handbike).

  • Een scootmobiel.

  • Aanpassing en meerkosten van een auto.

Wat iseen door spierkracht voortbewogen vervoermiddel?

Als u uw vervoersbehoefte op korte en middellange afstanden vanwege een beperking niet kan invullen met bijvoorbeeld een reguliere fiets, kunnen wij een door spierkracht voortbewogen vervoersmiddel als maatwerkvoorziening verstrekken. Een voorbeeld hiervan is een driewielfiets.

Wanneer is een scootmobiel geschikt?

Een scootmobiel kan een oplossing zijn voor vervoersbehoeften op korte en middellange afstanden. Het moet een passende oplossing zijn om uw zelfredzaamheid en participatie te vergroten.

Is rijvaardigheid een voorwaarde voor het verstrekken van een scootmobiel?

Voor een scootmobiel moet u de rijvaardigheid van een beginnend bestuurder hebben. Wij onderzoeken uw rijvaardigheid. Ook na verstrekking kunnen wij in het kader van een heronderzoek uw rijvaardigheid onderzoeken. Als u niet de rijvaardigheid heeft die nodig is, trekken wij de indicatie in en moet u het voertuig inleveren.

  • Als u niet de nodige rijvaardigheid heeft, maar dit wel kan leren, kunt u gebruik maken van 1e-lijns ergotherapie. De ergotherapeut is voorliggend aan de Wmo. U moet zelf het initiatief nemen als u hier gebruik van wilt maken.

  • Als wij tijdens de Wmo-onderzoeksfase behoefte hebben aan advies van een ergotherapeut, dan ligt het initiatief bij ons en zijn de kosten voor de Wmo.

  • We kunnen rijlessen toekennen nadat een scootmobiel is verstrekt. We hebben hierover afspraken met onze hulpmiddelenleverancier. De leverancier verzorgt een eerste toets/ gewennings-les en eventueel een extra les.

  • Als de hulpmiddelenleverancier van mening is dat de rij- en/of gebruiksvaardigheid of het verkeersinzicht daarna te wensen overlaat, worden eventueel extra lessen verzorgd.

Moet er stallingsruimte aanwezig zijn of worden gemaakt?

Voor het gebruik van een vervoersvoorziening met elektrische ondersteuning (zoals bijvoorbeeld een scootmobiel of driewielfiets) moet u geschikte stallingsruimte hebben. Of mogelijkheden om deze stallingsruimte te maken. Een geschikte stallingsruimte is droog en afgesloten, bijvoorbeeld een schuur. Een hal of parkeergarage van een appartementencomplex kan ook een geschikte stallingsruimte zijn. Als er geen geschikte stallingsplek gemaakt kan worden, kunnen we er bij uitzondering voor kiezen om de vervoersvoorziening buiten te stallen met afdekhoes en slot. De veiligheid van het complex mag niet in gevaar zijn door het parkeren van de vervoersvoorziening. We geven dan een indicatie voor het realiseren van een geschikte stallingsruimte.

Kan een inwoner noodzakelijke aanpassingen aan een eigen auto (laten) doen?

Als u een eigen auto heeft, maar deze vanwege uw beperkingen niet kan gebruiken, kan een aanpassing van de auto een passende oplossing zijn. We kennen een maatwerkvoorziening toe voor de noodzakelijke aanpassingen. We kennen alleen een maatwerkvoorziening toe voor aanpassingen die niet standaard door de fabriek gedaan kunnen worden. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening gebruiken we een programma van eisen.

Voor aanpassingen en vergoeding van meerkosten van auto’s zijn een aantal keuzes belangrijk:

  • We kennen geen maatwerkvoorziening voor een aanpassing van de auto toe als u een geschikte auto had, maar deze heeft ingeruild voor een ongeschikte auto.

  • We onderzoeken of er sprake is van aantoonbare meerkosten als gevolg van uw beperkingen. Als dat zo is, kan u een maatwerkvoorziening ontvangen. We kennen geen vergoeding toe voor aanpassingen die algemeen gebruikelijk zijn.

  • Of en in hoeverre er sprake is van meerkosten beoordelen we aan de hand van uw situatie en de hoeveelheid extra verplaatsingen op de korte afstand die u door uw beperking met de auto moet maken. We onderzoeken of u deze extra verplaatsingen op een andere manier, bijvoorbeeld met het collectief vervoer, kunt maken.

  • Zolang de maatwerkvoorziening technisch voldoet kennen we geen nieuwe maatwerkvoorziening toe.

Wanneer is pgb voor vervoer op middellange of lange afstand beschikbaar?

U kan kiezen voor een pgb als u een Wmo indicatie voor vervoer heeft, maar het collectief vervoer geen passende oplossing is. We berekenen de hoogte van het pgb op basis van een inschatting van het aantal te reizen kilometers met een maximum van 1500 kilometers voor een vervoersbehoefte binnen een straal van 20 kilometer rondom de eigen woning.

6.2 Wanneer zet de gemeente sportvoorzieningen in?

Door het verstrekken van een sportvoorziening kunnen we bereiken dat u weer in redelijke mate participeert, andere mensen ontmoet en sociale contacten aan gaat.

6.2.1 Keuzes rondom sportvoorzieningen

  • Als u een voorziening voor topsport vraagt, compenseren we tot het niveau van aanvaardbare participatie. Voor participatie is een professionele sportcarrière niet noodzakelijk. De gemeente hoeft het deelnemen aan topsport niet altijd mogelijk te maken.

  • Sport kan zorgen dat u kan participeren; deel kan nemen aan het dagelijks leven en een sociaal leven kan leiden. Wat een aanvaardbare mate van participeren is, is niet zwart-wit. Dit hangt af van allerlei persoonlijke factoren (sociaal leven, leeftijd, hobby’s, enzovoort).

  • Sportvoorzieningen kunnen algemeen gebruikelijk zijn. Als u meerkosten heeft door uw beperkingen verstrekken we alleen een voorziening voor de meerkosten.

  • We verstrekken een nieuwe sportvoorziening als de oude technisch is afgeschreven. We maken alleen een uitzondering als er veranderingen zijn in uw functioneren.

6.3 Wat valt er onder leerlingenvervoer?

Uw kind heeft recht op passend onderwijs. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van scholen en gemeente om te zorgen voor geschikt aanbod van passend onderwijs zo dicht mogelijk bij huis. Als ouder bent u er verantwoordelijk voor dat uw kinderen naar school gaan. Soms is de afstand van huis naar school (te) groot voor uw kind of kan uw kind vanwege zijn beperking (nog) niet zelfstandig naar school reizen. U kan soms een beroep doen op leerlingenvervoer. In hoofdstuk 3 en 6 van de Verordening Sociaal Domein van de gemeente Lochem staan de belangrijkste uitgangspunten opgenomen over hoe we u ondersteunen bij het vervoer van uw kind naar school. De beleidsregels hieronder zijn een nadere uitwerking hierop.

6.3.1 Welke soorten voorzieningen zijn er?

Voor het naar school gaan van leerlingen hebben we voorzieningen voor vervoer per:

  • a.

    (elektrische) fiets;

  • b.

    openbaar vervoer;

  • c.

    eigen auto;

  • d.

    aangepast vervoer (taxivervoer of touringcar).

6.3.2 Wat is de ‘vervoer van de begeleider-vergoeding’?

De voorziening is voor het vervoer van de leerling van en naar de school. Als de leerling door een beperking of door leeftijd begeleiding nodig heeft, kan de voorziening in bepaalde gevallen worden uitgebreid naar vergoeding voor vervoer van de leerling en een begeleider.

6.3.3 Waar staat de ‘goedkoopste passende voorziening’ voor?

We kennen een voorziening toe voor de goedkoopst mogelijke manier van vervoer, die geschikt is voor uw kind.

6.3.4 Wanneer is er begeleiding in aangepast vervoer beschikbaar?

Als begeleiding door de chauffeur in het aangepast vervoer niet voldoende is, ligt de verantwoordelijkheid voor het regelen van een begeleider in eerste instantie bij u als ouder. Deze verantwoordelijkheid kunt u niet op- of overdragen aan ons.

We regelen alleen bij hoge uitzondering een begeleider. We vergoeden alleen de vervoerskosten van de begeleider in het aangepast vervoer, door bijvoorbeeld een zitplaats beschikbaar te stellen.

6.3.5 Hoe werken we samen aan meer zelfstandig reizen?

We willen zelfstandig(er) reizen stimuleren en helpen mogelijk te maken. Op ieder moment kunnen ouders en leerlingen met ons in gesprek gaan over de mogelijkheden om (meer) zelfstandig te gaan (leren) reizen. Als het nodig is om te oefenen met de leerling, zijn ouders en hun eigen netwerk de eerst aangewezenen om dit te doen. Wij kunnen ondersteunen met een (aangepast) vervoers- of hulpmiddel als dat nodig is. Als we tijdens de oefenperiode de vervoersvoorziening moeten aanpassen, verlenen we vanuit leerlingenvervoer alle medewerking. Als het zelfstandig(er) reizen toch niet haalbaar is, dan is er (weer) aanspraak op de eerder verstrekte vervoersvoorziening overeenkomstig de verordening.

6.3.6 Zijn er combinaties van vervoer mogelijk?

Combinaties van vervoer zijn ook mogelijk. Een leerling kan bijvoorbeeld een deel van de reis naar school doen met het aangepast vervoer en het laatste stuk met het openbaar vervoer. Of één of enkele dagdelen per week gebruik maken van het aangepaste vervoer naast het zelfstandig naar school reizen. Of een deel van de route met het OV of aangepast vervoer doen en een deel op de fiets.

6.3.7 Wat is de ingangsdatum van de vervoersvoorziening?

Als we een vervoersvoorziening toekennen geldt deze:

  • a.

    Met ingang van de door u verzochte datum, als het gaat om een vergoeding van de kosten. Deze datum kan niet vóór de datum van ontvangst van de aanvraag liggen;

  • b.

    Als het gaat om aangepast vervoer, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door u verzochte datum. We vragen het vervoer aan bij de vervoerscentrale. De vervoerder heeft maximaal tien werkdagen de tijd om taxivervoer te regelen.

Als aanvragen voor het nieuwe schooljaar te laat binnenkomen, kunnen we niet garanderen dat het taxi- vervoer op de eerste schooldag beschikbaar is. De regiecentrale stelt ieder jaar de uiterste inschrijfdatum vast. We publiceren deze datum op onze website. Bij de start van het schooljaar kan het voorkomen dat we het vervoerrooster enkele weken stil moeten leggen. U moet uw kind dan zelf brengen en halen. U krijgt hiervoor geen vergoeding of andere voorziening.

U kunt ook tijdens het lopende schooljaar een aanvraag doen. De datum waarop wij de aanvraag ontvangen geldt als de mogelijke ingangsdatum van de vergoeding.

6.3.8 Wat is de duur van een beschikking?

We geven een beschikking normaal gesproken af vanaf de start van het vervoer tot het einde van het schooljaar. Als we verwachten dat de aard van de beperking van uw kind niet echt verandert zolang deze op dezelfde school zit, kennen we voor de hele schoolperiode de voorziening toe. Bij de overgang naar het voortgezet onderwijs of een andere school moet u zélf in de gaten houden dat u (indien nodig) een nieuwe aanvraag indient.

6.3.9 Wat zijn de afspraken rondom tijd en kwaliteit van taxivervoer?

  • 1.

    Door de ligging van de scholen buiten de gemeente kunnen ritten langer duren dan de gewenste 60 minuten. De maximale reistijd voor aangepast vervoer is 90 minuten.

  • 2.

    Sommige leerlingen hebben een rechtstreekse reistijd in het voertuig die sowieso langer is dan 90 minuten. Ook met deze ritten moet enige mate van combineren mogelijk zijn. Daarom geldt het volgende:

  • Als de rechtstreekse reistijd 75 minuten of langer is, dan is de maximale reistijd voor deze leerling gelijk aan de rechtstreekse reistijd plus 15 minuten. Voorbeeld: voor een leerling met een rechtstreekse reistijd van 80 minuten geldt een maximale reistijd van 95 minuten.

  • We informeren u voor de start van het nieuwe schooljaar over de reistijden inclusief de tijdstippen van halen en brengen. PlusOV stelt een brochure beschikbaar met informatie en rechten & plichten in het aangepast vervoer.

  • Officiële klachten over het aangepast vervoer kunt u indienen bij PlusOV via klachten@plusov.nl. Binnen 10 werkdagen krijgt u van PlusOV een reactie op de klachten.

6.3.10 Wat zijn opstapplaatsen en hoe bepalen we die?

Uw kind wordt opgehaald bij een opstapplaats. Dit geldt niet voor de schoolsoort SO of andere scholen in cluster 2 of cluster 3. De afstand tot de opstapplaats is maximaal 2 kilometer. De gemeente of de vervoerder bepaalt de opstapplaats voor uw kind. Als u vindt dat uw kind geen gebruik kan maken van een opstapplaats, moet u dit kunnen onderbouwen met een medische verklaring.

6.3.11 Dichtstbijzijnde basisschool voor speciaal onderwijs

We maken een uitzondering op de dichtstbijzijnde toegankelijke school maken voor kinderen die naar het speciaal basisonderwijs gaan. Als het verschil in de gewenste school en de dichtstbijzijnde school maximaal 5 kilometer is, kunnen we het leerlingenvervoer naar beide scholen toekennen.

6.4 Wat zijn de spelregels rondom het leerlingenvervoer? 6.4.1 De ouders

Onze verordening omschrijft 'de ouders’ als: ouders, voogden of verzorgers van de jongere. We bedoelen daar de volwassenen mee die voor de leerling zorgen op het adres waar de leerling verblijft. Meestal zijn dit beide ouders, de alleenstaande ouder of de ouder en de partner met wie deze ouder een huishouden vormt. Soms gaat het om verzorgers (zoals oma en opa) of om de medewerkers van een gezinsvervangend tehuis. De rechten en plichten in de verordening hebben betrekking op deze ouders. Voor gescheiden ouders zie ‘leerling met twee adressen’.

6.4.2 Leerling met twee adressen

Als een leerling op twee adressen woont (bijv. bij gescheiden ouders) moeten beide ouders een aanvraag doen voor het vervoer van en naar hun woning. Het kan zijn dat we vanaf het ene adres een andere voorziening toekennen dan vanaf het andere. Dit kan komen door een andere afstand, andere reismogelijkheden of ander beleid van een andere gemeente.

6.4.3 Tijdelijk verblijf buiten gemeente

We kunnen een vervoervoorziening toekennen voor uw kind als die tijdelijk buiten de gemeente Lochem verblijft. Zo kan uw kind op dezelfde school blijven. Dit kan alleen als:

  • a.

    uw kind al een lopende voorziening heeft van gemeente Lochem;

  • b.

    uw kind maximaal zes weken om een dringende reden (niet: vakantie van ouders) in een andere gemeente verblijft;

  • c.

    uw kind na die korte periode terugkeert naar de gemeente Lochem.

6.4.4 Crisissituatie

In een crisissituatie (bijvoorbeeld een uithuisplaatsing) kunnen we een vervoervoorziening toekennen voordat we een besluit op de aanvraag hebben genomen.

6.4.5 Opvangadres

Ouders met een voorziening voor aangepast vervoer kunnen één extra adres anders dan het verblijfadres van hun kind toevoegen, waar uw kind volgens een vast wekelijks rooster (deels of geheel) wordt gehaald en gebracht. Dit moet zijn met het doel van opvang. Het gaat niet om activiteiten zoals zwemles of sport. De optie van een extra adres geldt alleen als het extra adres binnen dezelfde woonplaats is. Dit artikel is niet van toepassing als er sprake is van een opstapplaats.

6.4.6 Vervoer naar Internationale schakelklas (NT2/ISK)

NT2/ISK is een vorm van regulier basisonderwijs of voortgezet onderwijs. De afstand van huisadres naar NT2/ISK moet meer dan 6 kilometer bedragen om in aanmerking te komen voor leerlingenvervoer. Dit is alleen voor leerlingen die op het primair onderwijs zitten. Leerlingen voortgezet onderwijs ISK komen niet in aanmerking voor een bekostiging van het leerlingenvervoer, zij kunnen een beroep doen op de bijzondere bijstand.

6.4.7 Afstand tot school

Afstand per fiets

Om de afstand tot de school te bepalen (rekening houdend met de afstandsgrens van 6 kilometer), maken we gebruik van de afstand per fiets.

Bij het vervoer per fiets houden we rekening met de leeftijd, een eventuele structurele handicap van de leerling, de veiligheid en afstand van de route. Bij het beoordelen van de aanvraag kijken we naar de kortste en meest veilige route. We doen dit via de routeplanner op www.anwb.nl.

Afstand per auto

We bepalen de afstand tussen de woning en school met de routeplanner van de ANWB. We gebruiken de optie ‘kortste route’ en berekenen het gemiddelde van de heen- en terugreis.

6.4.8 Reistijd

De reistijd is in alle gevallen de geplande reistijd. De reistijd per openbaar vervoer bepalen we met behulp van een reisadvies van een gebruikelijke reisplanner zoals 9292, ANWB of Google Maps. We gaan uit van de dienstregeling op een normale schooldag in de periode waarop de voorziening betrekking heeft.

We bepalen de reistijd per auto en fiets (in verband met de maximale reistijd voor de begeleider) met een gebruikelijke reisplanner zoals ANWB of Google Maps. Als er sprake is van aangepast vervoer levert de vervoerder de feitelijke geplande reistijd aan.

6.4.9 Maximale reistijden openbaar vervoer

De maximale reistijd met openbaar vervoer voor de leerling is 90 minuten enkele reis. Voor een leerling die met een begeleider reist is de maximale reistijd 45 minuten.

De reistijd wordt berekend als de tijd tussen de geplande vertrektijd vanaf huis en de aanvangstijd van de school, verminderd met de gebruikelijke wachttijd. Dus met tien minuten aftrek. Als uw kind minder dan tien minuten voor aanvang aankomt, wordt dat aantal minuten afgetrokken.

6.4.10 Reisdoelen

Een schoolbezoek of een stage zijn reisdoelen.

Wie is verantwoordelijk voor het schoolbezoek?

U kan alleen een voorziening leerlingenvervoer ontvangen voor reizen van de woning naar de school en terug. Het schoolbezoek van uw kind is en blijft de verantwoordelijkheid van u als ouders. Als de voorziening (bijvoorbeeld het taxivervoer) tijdelijk niet beschikbaar is, blijft het uw verantwoordelijkheid om te zorgen dat uw kind op school komt.

Hoe werkt aangepast vervoer naar een stage?

Als de stage onderdeel is van het onderwijsprogramma en uw kind dagelijks leerlingenvervoer krijgt, kan aanspraak gemaakt worden op een vervoervoorziening naar het stageadres. De stagetijden moeten aansluiten bij de schooltijden. Aangepast vervoer naar stageadressen vindt niet plaats tijdens het weekend en tijdens schoolvakanties.

6.4.11 Fietsen (inclusief bakfiets en elektrisch)

Ouders kunnen een aanvraag doen voor een vergoeding van een e-bike, bakfiets of longtail/ cargofiets als hun kind zelf gaat fietsen of door een ouder wordt gebracht. We geven een bedrag van € 2.800 (voor een e-bike) voor het aanschaffen van een fiets bij één van de lokale fietshandels. Voorwaarde is dat u een verzekering afsluit voor vernieling en diefstal. Bij niet veranderende omstandigheden vervalt na het toekennen van een fiets de mogelijkheid om voor de rest van de looptijd op school gebruik te maken van het aangepast vervoer. Leerlingen mogen de aangeschafte fiets voor privédoeleinden gebruiken. We hebben geen bedragen voor een bakfiets of longtail/ cargofiets vastgesteld. Deze aanvragen komen niet vaak voor en vragen om maatwerk.

6.4.12 Vergoeding kosten auto

We geven een kilometervergoeding als u uw kind zelf brengt en haalt. Dit geldt alleen als er sprake is van structureel vervoer volgens een vast wekelijks rooster van minimaal één vast dagdeel in de week. We geven hiervoor een nieuwe beschikking af. We geven geen vergoeding voor incidentele ritten.

6.4.13 Taxi (aangepast vervoer)

De vervoerstijden sluiten aan op het weekrooster van standaard schooltijden in de schoolgids. We kennen geen afwijkende tijden op incidentele dagen toe, ook niet als deze in de schoolgids zijn opgenomen. We maken een uitzondering voor collectieve wijzigingen door school, die doorgegeven zijn aan de vervoerscentrale.

Ook voor incidentele afwijkende tijden en plaatsen in verband met ‘Sinterklaas’, ‘ijsvrij’, ‘kerstviering’ etc. passen we het vervoer niet aan. U bent zelf verantwoordelijk voor het vervoer als uw kind door doktersbezoek, behandeling of ziekte later naar school gaat of eerder van school opgehaald moet worden.

6.4.14 Uitzondering voor individuele leerling

Alleen als de structurele handicap van uw kind maakt dat uw kind een deel van het onderwijsprogramma kan volgen, vervoeren we op andere tijden. Ook hierbij moet sprake zijn van een vast rooster.

6.4.15 Touringcar (aangepast vervoer)

In plaats van taxivervoer kunnen we touringcars (besloten busvervoer) inzetten om leerlingen van en naar de opstapplaatsen van school te brengen.

6.5 Hoe werkt de aanvraag en onderzoek leerlingenvervoer?

Het digitale aanvraagformulier staat op onze website. U kunt inloggen met uw DigiD.

6.5.1 Beslistermijnen

Binnen 8 weken na uw aanvraag nemen we een besluit. Dat kan alleen als u alle benodigde informatie aanlevert. We kunnen het besluit op de aanvraag met maximaal vier weken uitstellen. We stellen u hiervan schriftelijk op de hoogte.

6.5.2 Ouders zijn verantwoordelijk voor de aanvraag van het leerlingenvervoer

Het is uw verantwoordelijkheid om de nodige onderbouwingen (bijvoorbeeld documenten en verklaringen van medisch specialisten) op te vragen en bij ons aan te leveren. In bijzondere situaties kunnen wij de informatie rechtstreeks opvragen bij een deskundige. U moet ons daar vooraf schriftelijk of telefonisch toestemming voor geven. Als de deskundige weigert om de informatie aan ons te geven, moet u deze informatie alsnog zelf opvragen en doorgeven.

6.5.3 Gemeente mag toetsen bij een deskundige

Als wij op basis van uw informatie de situatie niet kunnen beoordelen, kunnen wij altijd advies vragen aan een deskundige. De consulent kan een verklaring van een deskundige altijd voorleggen aan een andere deskundige, of kan in uitzonderlijke gevallen u of uw kind oproepen voor een keuring. U moet hieraan meewerken.

6.5.4 De leerling heeft individueel taxivervoer nodig

In uitzonderlijke gevallen kennen we taxivervoer toe, waarbij de rit van uw kind niet met andere kinderen wordt gecombineerd. Wij kiezen hiervoor als:

  • er een dringende medische noodzaak is waarvoor een gericht behandelplan is opgesteld én;

  • uw kind individueel onderwijs krijgt op de school én;

  • begeleiding in het aangepast vervoer niet mogelijk is;

  • u het verzoek onderbouwt met een advies van een medisch specialist. Dit mag geen huisarts zijn.

6.5.5 Een VSO-leerling kan niet zelfstandig reizen

Ook bij een aanvraag voor vervoer naar het VSO (voortgezet speciaal onderwijs) moet u een medische onderbouwing toevoegen waarin staat dat uw kind niet zelfstandig kan (leren) reizen. U moet een medische onderbouwing zelf regelen.

6.5.6 Tijdelijke beperking

We hanteren de volgende regels voor leerlingenvervoer bij een tijdelijke handicap:

  • a.

    Als er sprake is van een tijdelijke handicap tot drie maanden krijgt uw kind geen leerlingenvervoer.

  • b.

    Als er sprake is van een tijdelijke handicap die langer duurt dan drie maanden, komt uw kind tijdelijk in aanmerking voor leerlingenvervoer.

  • c.

    Als bij de aanvraag niet duidelijk is hoelang de beperking zal duren, kennen wij de voorziening de eerste drie maanden van de tijdelijke beperking niet toe. Is de tijdelijke beperking er na drie maanden nog steeds dan kennen we de voorziening toe.

De verwachte periode van de ’tijdelijke’ handicap moet u zelf aantonen met schriftelijke verklaringen. Dit kunnen bewijsstukken zijn van medisch specialisten, behandelend arts etc. We kunnen advies van andere deskundigen meenemen bij de beoordeling. Wij beoordelen de noodzaak tot tijdelijk vervoer.

6.5.7 Belemmeringen van de ouders

De bepalingen hieronder geven de grenzen aan van uw verantwoordelijkheid om uw kind zelf te brengen en halen. Het is een uitwerking van de bepaling over ernstige benadeling in onze verordening en van de redelijke inspanning van ouders in de wet.

Ouders moeten zelf begeleiden

Als er begeleiding nodig is, moet u in principe zelf begeleiding verzorgen of regelen. Maar als het begeleiden van uw kind door u of anderen onmogelijk is, of tot ernstige benadeling van het gezin leidt, kunnen wij een begeleider regelen of aangepast vervoer toekennen.

Hieronder staan een aantal omstandigheden, die alleen of samen kunnen maken dat begeleiding onmogelijk is of tot ernstige benadeling leidt.

Werkalleenstaandeouder

Een alleenstaande ouder kan aantonen dat hij niet langer zijn werk kan uitoefenen als hij elke dag moet zorgen voor de begeleiding van zijn kind naar school. We vragen u dan een werkgeversverklaring te regelen waaruit blijkt, dat het door uw werktijden niet mogelijk is om de begeleiding te doen. Het volgen van een voltijdsopleiding stellen we gelijk met werk. In deze gevallen kan u een inschrijfbewijs van de opleiding inleveren;

Logistiekandereschoolgaandekinderen

Een alleenstaande ouder heeft de zorg voor andere kinderen die, gezien de leeftijd van het kind en de route naar school, naar school moeten worden begeleid en dit is logistiek niet te combineren.

Structurelebeperkingouder

Er zijn structurele medische of psychische redenen die langer dan zes maanden duren waardoor u uw kind niet kan begeleiden. Een (medisch) deskundige stelt dit vast;

Maximalereistijdbegeleider

De totale reistijd voor het begeleiden naar school, van uw kind waarvoor een voorziening wordt aangevraagd, meer dan 4 uur per dag kost.

6.5.8 Ontzegging

Bij onaanvaardbaar, overlast gevend en/of ongewenst fysiek gedrag stellen we de ouders altijd op de hoogte met een brief. Ook als de toegang tot de vervoersvoorziening wordt ontzegd, brengen we ouders schriftelijk op de hoogte.

De chauffeur en de vervoerder staan vooraan

We volgen in beginsel de adviezen en meldingen van de chauffeur en de vervoerder. Als de vervoerder/ PlusOV een eigen reglement heeft over de ontzegging door gedrag van uw kind of u zelf, verlenen wij hieraan medewerking.

Grondenvoorontzegging

In de volgende gevallen ontzeggen we de toegang tot het aangepast vervoer. Dit kan voor een bepaalde tijd en in uitzonderlijke gevallen tot het einde van het schooljaar.

  • Verzuim/ no-show/ loosmeldingen

  • Als bij herhaling blijkt dat uw kind door eigen toedoen of dat van u zelf structureel te laat is of niet op komt dagen (no-show). Dit blijkt onder andere uit de loosmeldingen van de vervoerder.

  • Onaanvaardbaar gedrag

  • Als uw kind de orde in de bus verstoort. Het maakt niet uit of het gedrag van uw kind volgt uit zijn of haar beperkingen.

  • Agressie en onveiligheid

  • Als uw kind agressief gedrag vertoont of de veiligheid van de chauffeur en/of andere inzittenden in gevaar brengt, krijgt uw kind een directe ontzegging tot het vervoer. De chauffeur en de vervoerder bepalen of ze wel of geen aangifte bij de politie doen bij (dreigend) geweld. Als ze aangifte doen volgt een strafrechtelijk onderzoek buiten ons om.

Tenemenstappen

We ondernemen stappen als uw kind onaanvaardbaar, overlast gevend en/of ongewenst (fysiek) gedrag blijft vertonen. En ouders niet voor begeleiding van hun kind kunnen zorgen of de begeleiding tijdens het vervoer niet leidt tot het gewenste resultaat.

De te nemen stappen zijn afhankelijk van de aard van het gedrag:

  • 1.

    uw kind krijgt een eerste waarschuwing dat we de toegang tot het vervoer ontzeggen als hij zijn gedrag niet aanpast. Als er geen verbetering optreedt kennen we de volgende stappen:

  • 2.

    schorsing voor een week, als er geen verbetering optreedt, dan;

  • 3.

    schorsing voor een maand, als er geen verbetering optreedt, dan;

  • 4.

    schorsing voor de rest van het schooljaar.

Alle stappen bevestigen we schriftelijk aan de ouders van het kind.

Hoofdstuk 7 Inkomen, bijzondere bijstand en schulden

In de Verordening Sociaal Domein van de gemeente Lochem leggen we in hoofdstuk 2 uit hoe u uw vraag om ondersteuning kunt stellen, hoe uw ondersteuningsvraag wordt behandeld, hoe we samen met u kijken wat passend is in uw situatie, hoe we tot een besluit komen en wat we van u verwachten. In dit hoofdstuk staan nadere regels die te maken hebben met inkomen, een bijstandsuitkering voor levensonderhoud en bijzondere bijstand. Deze regels zijn een aanvulling op de Verordening Sociaal Domein.

7.1 Vaststelling inkomen

  • Bij het vaststellen van het inkomen houden we rekening met de middelen, het inkomen en het bijzonder inkomen zoals beschreven in de artikelen 31, 32 en 33 van de Participatiewet.

  • Bij het vaststellen van het inkomen tellen we een betaalde individuele inkomenstoeslag niet mee.

  • Het inkomen uit dit artikel is ook van toepassing op de Individuele Inkomenstoeslag en de Meedoenregeling.

  • Bij het vaststellen van het besteedbaar inkomen tellen we het deel dat ingehouden wordt voor schuldeisers niet mee. Het moet dan gaan om een inhouding die te maken heeft met een wettelijke verplichting, een minnelijke schuldregeling (WSNP of MSNP) of loonbeslag.

7.2 Vaststelling vermogen

  • We stellen het vermogen voor de algemene bijstand en bijzondere bijstand vast volgens de Participatiewet.

  • Het vermogen uit dit artikel is ook van toepassing op de Individuele Inkomenstoeslag en de Meedoenregeling zoals omschreven in de Verordening Sociaal Domein.

  • Als u een uitvaartverzekering in natura (niet afkoopbaar) heeft, nemen we de waarde van deze verzekering niet mee in de berekening van het vermogen. Het moet gaan om een aparte polis of een reservering op een aparte rekening, waarvan geen opnames kunnen worden gedaan.

  • We houden bij aanvang van de bijstand rekening met de aanwezige aantoonbare schulden en een bedrag voor levensonderhoud voor de eerste maand na aanvang van de uitkering. Het bedrag voor levensonderhoud is gelijk aan de bijstandsnorm die op u van toepassing is, inclusief een vakantietoeslag.

  • Als uw vermogen toeneemt tijdens de periode van bijstandsverlening, stellen we op dat moment het actuele vermogen vast. We beoordelen of de bijstand ongewijzigd door kan lopen of dat het recht moet worden ingetrokken.

  • De waarde van een auto of motor wordt meegeteld bij het vaststellen van het vermogen. Er geldt een vrijlatingsbedrag op de waarde van de auto van € 4.500.

  • We tellen de waarde van de auto niet mee als:

    • de waarde van de auto of motor vanwege de ouderdom niet meer voorkomt in de ANWB-koerslijst, tenzij het gaat om een auto of motor met historische waarde.

    • het bezit van een auto of motor om medische of sociale redenen noodzakelijk is en dit vanuit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is.

7.3 Bijzondere bepalingen uitkering

De maandelijkse bijstandsuitkering is een financieel vangnet van de gemeente als u te weinig inkomen heeft om de dagelijkse kosten van levensonderhoud te betalen. Als we deze uitkering in de vorm van een geldlening verstrekken door overwaarde in de eigen woning, kunnen we een krediethypotheek vestigen. Bij de uitvoering van een krediethypotheek sluiten we aan bij de op dat moment geldende wetgeving en jurisprudentie.

7.3.1 Zoektermijn van 4 weken voor jongeren

Voor jongeren onder de 27 jaar geldt een zoektermijn van 4 weken. Dat betekent dat u na de melding bij ons niet direct een aanvraag voor een uitkering kunt doen. U moet in deze 4 weken eerst zoeken naar werk en/of scholing.

We behandelen de aanvraag in ieder geval eerder als er sprake is van een bijzondere situatie:

  • 1.

    u heeft een medische urenbeperking of behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie;

  • 2.

    u stond tot voor kort ingeschreven bij het VSO;

  • 3.

    u verblijft in een inrichting of heeft recht op opvang (Wmo 2015);

  • 4.

    u verbleef het afgelopen jaar in een inrichting, opvang (Wmo 2015), pleeggezin of gezinshuis (Jeugdwet);

  • 5.

    u heeft een medische zorgbehoefte;

  • 6.

    u heeft schulden of grote kans hierop als we de zoektermijn toepassen.

7.3.2 Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure

  • 1.

    Bij een nieuwe bijstandsaanvraag gebruiken we de eerder door u aangeleverde gegevens opnieuw als:

    • a.

      de nieuwe aanvraag is gedaan binnen 6 maanden na het eindigen van de bijstandsuitkering, en;

    • b.

      de eerdere bijstandsuitkering is gestopt vanwege:

      • werkaanvaarding;

      • een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 13;

      • verblijf buiten de gemeente, of

      • interen op vermogen.

  • 2.

    We vragen u in ieder geval of er wijzigingen zijn in de volgende punten:

    • a.

      het hoofdverblijf;

    • b.

      de gezinssituatie;

    • c.

      het inkomen en vermogen.

7.3.3. Terugwerkende kracht bij aanvragen

We kunnen in bijzondere situaties de bijstandsuitkering met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht toekennen als:

  • 1.

    u zich niet eerder kon melden, bijvoorbeeld in de volgende situaties:

    • a.

      u was niet in staat om bijstand aan te vragen;

    • b.

      u wist niet dat het mogelijk was om bijstand aan te vragen;

    • c.

      u heeft een afwijzing van een voorliggende voorziening ontvangen;

    • d.

      een eerdere aanvraag voor bijstand is buiten behandeling gesteld of afgewezen omdat u niet tijdig alle gegevens heeft aangeleverd;

    • e.

      u had onvoldoende inzicht in uw financiële situatie door bijvoorbeeld flexibel werk, een scheiding of detentie;

    • f.

      u heeft met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning gekregen.

  • 2.

    als het ernstige gevolgen voor u heeft als er geen terugwerkende kracht wordt toegepast, bijvoorbeeld in de volgende situaties:

    • a.

      u heeft probleemschulden en/of betalingsachterstanden;

    • b.

      na de melding is beslag gelegd op uw middelen, of u bent failliet gegaan;

    • c.

      na uw melding is de huur van uw woning opgezegd, de zorgverzekering gestopt of gas, water of licht afgesloten.

7.3.4 Geen of weinig woonlasten

Als u geen woonlasten heeft, verlagen we de bijstandsuitkering met 20% van de bijstandsnorm voor gehuwden. Dit is bijvoorbeeld het geval als er geen huur of hypotheek hoeft te worden betaald.

Als u een onderhuurder of kostganger in huis heeft genomen, en er is sprake van een commerciële relatie, dan is de kostendelersnorm niet van toepassing. In dat geval verlagen wij wel uw uitkering met de inkomsten uit onderhuur of kostgeld. Er is sprake van een commerciële huurprijs als de huurprijs minimaal de basishuur is. De basishuur is het bedrag dat bij de vaststelling van het recht op huurtoeslag voor uw rekening blijft, als u een inkomen op bijstandsniveau heeft.

7.3.5 Opname in een inrichting

Als u opgenomen bent in een inrichting, passen wij uw bijstandsnorm aan. We passen de bijstandsnorm niet aan als een opname (naar verwachting) korter duurt dan 3 maanden. U ontvangt de norm voor verblijf in een inrichting buiten de gemeente Lochem alleen als u een huis achterlaat en het de intentie is dat u terugkeert naar huis.

Als u in een inrichting verblijft kan naast de bestaande bijstandsuitkering bijzondere bijstand worden aangevraagd. Bijvoorbeeld als er sprake is van bijzondere, extra kosten, die u niet uit de inrichtingsnorm kan betalen.

7.3.6 Vrijlaten van giften

U mag jaarlijks een bedrag aan giften ontvangen, zonder dat dit invloed heeft op uw bijstandsuitkering. U moet zelf de giften bijhouden en deze aan ons doorgeven als het grensbedrag van € 1.200 wordt bereikt. Het wettelijke grensbedrag kan jaarlijks worden aangepast, zoals beschreven in artikel 31 van de Participatiewet.

Als u giften vanaf een bedrag van € 1.200 meldt, doen wij onderzoek naar het totaalbedrag en zien we in ieder geval de volgende giften als verantwoord:

  • 1.

    giften die worden verstrekt en gebruikt voor kosten waarvoor u anders bijzondere bijstand had kunnen krijgen;

  • 2.

    giften die worden gebruikt voor medisch noodzakelijke kosten;

  • 3.

    giften waarmee probleemschulden zijn afgelost, die zijn ontstaan voordat de bijstandsuitkering is aangevraagd.

7.3.7 Parttime zelfstandigen

  • 1.

    We spreken over inkomsten als parttime zelfstandige als de activiteiten bescheiden inkomsten opleveren en deze voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd. U werkt dan maximaal 23,5 uur per week als zelfstandige.

  • 2.

    U moet toestemming vragen als u als parttime zelfstandige wilt gaan werken met behoud van uw uitkering.

  • 3.

    We kunnen toestemming geven voor een periode van 12 maanden. Deze periode kan steeds verlengd worden met 12 maanden.

  • 4.

    Uw inkomen als zelfstandige verrekenen we maandelijks bruto met uw uitkering. U mag uw gemaakte kosten van de omzet afhalen, als deze kosten volgens ons noodzakelijk zijn. Om dit te kunnen beoordelen moet u een overzicht en bewijsstukken inleveren.

  • 5.

    U moet ieder jaar uw belastingaangifte naar ons opsturen. Wij berekenen dan uw netto-inkomen.

7.3.8 Uitbetaling bijstand

  • 1.

    We betalen uw bijstandsuitkering achteraf. Dat betekent dat u soms een periode moet overbruggen.

  • 2.

    Als u hierdoor in de problemen komt kunnen we een eenmalige overbruggingsuitkering toekennen. De overbruggingsuitkering wordt afgestemd op uw financiële en persoonlijke omstandigheden.

7.4 Bijzondere bijstand

Bijzondere bijstand is een belangrijke voorziening om u financieel te helpen als u bepaalde onverwachte, noodzakelijke kosten niet kunt betalen. In deze paragraaf staan de belangrijkste gemeentelijke regels over bijzondere bijstand.

7.4.1 Aanvragen

U kan een aanvraag voor bijzondere bijstand indienen binnen zes maanden na de datum waarop de kosten zijn gemaakt.

7.4.2 Draagkracht

  • 1.

    We verstrekken bijzondere bijstand na aftrek van de draagkracht.

  • 2.

    U heeft geen draagkracht als u op maandbasis een netto-inkomen heeft tot 110% van de geldende bijstandsnorm (exclusief vakantiegeld) en geen vermogen heeft boven de geldende vermogensgrens.

  • 3.

    We gaan uit van volledige draagkracht als u een inkomen heeft dat hoger is dan 110% van de geldende bijstandsnorm.

  • 4.

    Als uw vermogen hoger is dan de voor u geldende vermogensgrens moet u eerst gebruik maken van dat deel boven die grens.

  • 5.

    In afzonderlijke regelingen en/of kostensoorten kunnen we afwijkende draagkrachtregels toepassen.

  • 6.

    We stellen de draagkracht steeds voor een periode van één jaar vast en deze begint op de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Alleen voor de doelgroepen pensioengerechtigden, bijstandsgerechtigden en mensen die in de Wajong zitten kan de draagkracht voor een periode van maximaal drie jaar worden vastgesteld.

  • 7.

    In afwijking van het zesde lid kunnen we de draagkracht opnieuw berekenen over het resterende deel van de draagkrachtperiode. Dit kan als er in de loop van de vastgestelde draagkrachtperiode een belangrijke ontwikkeling is waar we rekening mee moeten houden. Voorbeelden hiervan zijn het wegvallen of het ontstaan van inkomsten.

  • 8.

    Bij elke volgende aanvraag binnen de draagkrachtperiode houden we rekening met de vastgestelde draagkracht; de vastgestelde ruimte blijft dus gelden.

  • 9.

    We houden bij het bepalen van de draagkracht rekening met de eigen bijdrage Wlz.

7.4.3 Manier van verstrekken

  • 1.

    We verstrekken bijzondere bijstand in principe ‘om niet’. Dit betekent dat u de bijzondere bijstand niet terug hoeft te betalen.

  • 2.

    In bepaalde gevallen kunnen we bijzondere bijstand in de vorm van een renteloze lening verstrekken. Als de bijstand in de vorm van een lening wordt verstrekt moet u deze bijstand terugbetalen.

  • 3.

    De aflossingstermijn van een renteloze geldlening is 36 maanden. Als er na 36 maanden sprake is van een restbedrag, dan zetten we de lening om in bijstand om niet. U hoeft het restbedrag dan niet terug te betalen. U moet dan wel de vastgestelde, maandelijkse aflossingsbedragen 3 jaar lang hebben betaald.

  • 4.

    We kunnen afwijken van lid 3 als blijkt dat:

    • a.

      u op korte termijn een hoger bedrag kunt aflossen; of

    • b.

      u heeft in de eerste drie jaar niet volgens afspraak heeft afgelost op de geldlening; of

    • c.

      we kunnen u te weinig besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan verwijten. De aflossingstermijn wordt dan langer omdat u de hele geldlening moet aflossen.

  • 5.

    Het aflossingspercentage bedraagt maximaal 5% van de voor u geldende bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, tenzij wettelijk een afwijkend percentage is vastgesteld. We houden hierbij rekening met de kostendelersnorm.

7.4.4 Woonkostentoeslag

Woonkostentoeslag bij een huurwoning

  • 1.

    De Wet op de huurtoeslag geldt als voorliggende voorziening.

  • 2.

    Als uw woonkosten boven de maximale rekenhuurgrens van de Belastingdienst liggen, kunnen we voor de duur van maximaal een jaar een woonkostentoeslag toekennen voor het ongesubsidieerde deel.

  • 3.

    Voor het bepalen van de hoogte van de toeslag sluiten we aan bij het middensegment uit de Wet betaalbare huur. Dit is een huurcategorie met prijzen tussen sociale huur en vrije sector huur. We geven een voorbeeld gebaseerd op 2025: het gaat om woningen met een huurprijs die hoger is dan € 923,93 en niet hoger dan € 1.228,07 per maand. Uw toeslag zal dan maximaal € 304,14 zijn.

  • 4.

    Bij de bepaling of u in aanmerking komt voor woonkostentoeslag kijken we of u de situatie had kunnen verwachten, of u vermogen heeft of had kunnen sparen.

  • 5.

    Bij toekenning van de toeslag leggen wij u de verplichting op, dat u er alles aan doet om goedkopere woonruimte krijgen.

  • 6.

    De woonkostentoeslag is niet van toepassing op nieuwe situaties.

  • 7.

    We verlengen de woonkostentoeslag met een jaar, als u voldoende uw best heeft gedaan, maar het is u niet gelukt goedkopere woonruimte te vinden.

  • 8.

    We stellen uw draagkracht vast op al het meerdere inkomen boven de voor u geldende bijstandsnorm. Dit wijkt af van artikel 7.4.2, lid 3 van deze beleidsregel.

  • 9.

    Als wij vinden dat u zich niet voldoende heeft ingespannen om passende woonruimte te krijgen, kunnen we de woonkostentoeslag stopzetten of niet meer verlengen.

  • 10.

    We verwachten in ieder geval dat u:

    • a.

      ingeschreven staat als woningzoekende;

    • b.

      snel reageert op elke beschikbare woning met een huur lager dan de rekenhuurgrens.

Woonkostentoeslagbijeeneigenwoning

  • 1.

    We kunnen een woonkostentoeslag toekennen als u een eigen huis heeft.

  • 2.

    Tot de woonkosten worden gerekend:

    • a.

      de hypotheekrente;

    • b.

      het eigenaarsdeel onroerendzaakbelasting;

    • c.

      de premie voor de opstalverzekering;

    • d.

      de erfpachtcanon;

    • e.

      de omslagheffing voor huiseigenaren (waterschapslasten);

  • 3.

    Als de inwoner een woonkostentoeslag ontvangt en later over dezelfde periode een teruggave van de Belastingdienst ontvangt, bepalen wij welk bedrag u terug moet betalen. De hoogte is maximaal het bedrag van de teruggave van de Belastingdienst.

  • 4.

    We stellen uw draagkracht vast op al het meerdere inkomen boven de voor u geldende bijstandsnorm. Dit wijkt af van artikel 7.4.2, lid 3 van deze beleidsregel.

  • 5.

    Als het mogelijk is moet u eerst gebruik maken van een voorliggende voorziening zoals de nationale hypotheekgarantie en de hypotheekrenteaftrek.

  • 6.

    We gebruiken de rekentool van de Belastingdienst voor het berekenen van de woonkostentoeslag.

  • 7.

    We gaan ervan uit dat u uit uw inkomen de woonkosten tot de basishuur kunt betalen. Als uw woonlasten lager zijn dan het bedrag van de basishuur, heeft u geen recht op woonkostentoeslag.

  • 8.

    We verstrekken de woonkostentoeslag voor een periode van maximaal één jaar.

  • 9.

    Bij de toekenning van de toeslag leggen wij u de verplichting op, dat u er alles aan doet om goedkopere woonruimte te krijgen.

  • 10.

    De woonkostentoeslag is niet van toepassing op nieuwe situaties.

  • 11.

    We verlengen de woonkostentoeslag met een jaar, als u voldoende uw best heeft gedaan, maar er niet in bent geslaagd goedkopere woonruimte te vinden.

  • 12.

    We verwachten in ieder geval dat u:

    • a.

      een makelaar heeft ingeschakeld;

    • b.

      uw woning via een advertentie te koop aanbiedt, bijvoorbeeld op een vrij toegankelijke website voor het aanbieden van koopwoningen;

    • c.

      actief op zoek bent naar nieuwe woonruimte. U moet dit kunnen laten zien;

    • d.

      een reële prijs vraagt.

  • 13.

    Wij vinden uw inspanning in ieder geval onvoldoende als u:

  • a.

    alleen een makelaar heeft ingeschakeld, maar deze makelaar niet actief voor u aan de slag gaat;

  • b.

    een bod weigert, ook al is dit bod lager dan de vraagprijs;

  • c.

    de vraagprijs niet naar beneden bijstelt;

  • d.

    een goedkopere beschikbare woning weigert.

7.4.5 Waarborgsom en administratiekosten

U kan bijzondere bijstand voor de waarborgsom en administratiekosten ontvangen, als u de noodzaak voor de verhuizing niet kon verwachten. We verstrekken de bijzondere bijstand in de vorm van een lening.

7.4.6 Eerste huurkosten

  • 1.

    U kunt bijzondere bijstand voor de huur van de eerste maand en eventueel de onvolledige voorafgaande maand krijgen, als sprake is van bijzondere omstandigheden en u de noodzaak voor de verhuizing niet kon verwachten.

  • 2.

    Deze bijzondere omstandigheden zijn in ieder geval van toepassing op statushouders, die die in het kader van de taakstelling in Lochem komen wonen.

7.4.7 Kosten in verband met ziekte en ondersteuning

Collectieve zorgverzekering

  • 1.

    Als u een netto maandinkomen heeft tot 130% van de geldende bijstandsnorm, exclusief vakantiegeld, kan u deelnemen aan de door ons aangeboden collectieve zorgverzekering. De vermogensgrens is niet van toepassing.

  • 2.

    We kijken naar het maandinkomen op de datum van de aanvraag.

  • 3.

    We betalen een deel van uw premie van de aangewezen zorgverzekeraar. Deze bijdrage wordt als korting op uw maandelijkse premie verrekend.

Medische kosten

  • 1.

    Medische kosten komen in principe niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. De zorgverzekering (basis en aanvullend) geldt als een voorliggende voorziening. In bijzondere situaties kunnen we hiervan afwijken.

  • 2.

    We kunnen wel bijzondere bijstand verstrekken voor eigen bijdragen voor medisch noodzakelijke voorzieningen die in de Zorgverzekeringswet staan.

  • 3.

    Het goedkoopste aanvullende pakket (inclusief tandartsverzekering) van de zorgverzekeraar, waarbij u op het moment van aanvraag verzekerd bent, zien we als passende voorliggende voorziening.

  • 4.

    Als u geen aanvullende verzekering kan afsluiten door een Wsnp-traject of door het wanbetalersregime zorgpremie, verstrekken wij bijzondere bijstand.

Tandheelkundige kosten

  • 1.

    De eigen bijdrage en kosten die te maken hebben met een verstrekking op grond van de basisverzekering Zorgverzekeringswet komen voor vergoeding in aanmerking. Een voorbeeld hiervan is de eigen bijdrage voor een volledige gebitsprothese.

  • 2.

    We zien de tandartsverzekering als voorliggend op bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten. We gaan hierbij uit van het tandartspakket Start van de Gemeentepolis. Als de werkelijke kosten hoger zijn dan de vergoeding van het tandartspakket Start kunnen we aanvullen tot maximaal € 500 per gezinslid per kalenderjaar.

  • 3.

    Als u geen tandartsverzekering kan afsluiten vanwege een WSNP-traject of een wanbetalersregeling dan kan bijzondere bijstand worden verleend. De bijzondere bijstand is maximaal € 500 per gezinslid kalenderjaar.

Tegemoetkomingzorgkosten

  • 1.

    We kunnen bijzondere bijstand als tegemoetkoming in de zorgkosten verstrekken, als u aantoont dat u gedurende het jaar het verplicht eigen risico geheel of gedeeltelijk heeft verbruikt.

  • 2.

    U kan de tegemoetkoming aanvragen als uw netto maandinkomen exclusief vakantiegeld niet hoger is dan 130% van de geldende bijstandsnorm. We kijken niet naar het eigen vermogen. De vergoeding is gelijk aan het betaalde eigen risico.

  • 3.

    U kan de tegemoetkoming in de zorgkosten twee keer per jaar aanvragen op basis van de factuur/ facturen van de zorgverzekeraar. De vergoeding is nooit hoger dan de werkelijk gemaakte kosten.

  • 4.

    De aanvraag moet worden gedaan in het jaar waarop het eigen risico betrekking heeft. De aanvraag kan met terugwerkende kracht worden gedaan tot maximaal 6 maanden na de datum van het declaratieoverzicht.

  • 5.

    Er is geen recht op de tegemoetkoming als u aanvullend verzekerd bent via de collectieve zorgverzekering en geen eigen risico hoeft te betalen.

  • 6.

    Als u in het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft inkomenscompensatie heeft ontvangen in verband met arbeidsongeschiktheid, heeft u recht op de tegemoetkoming onder aftrek van de tegemoetkoming arbeidsongeschikten van het UWV. Het gaat om inkomenscompensatie in het kader van de WAO, WIA, Wajong of WAZ.

EigenbijdragenWmo-ofWlz-voorzieningen

Als u door bijzondere omstandigheden geen gebruik kan maken van de collectieve zorgverzekering kunnen we bijzondere bijstand verstrekken voor de eigen bijdragen. Dit kan alleen als de eigen bijdragen door het CAK zijn vastgesteld.

Begrafenis-ofcrematiekosten

  • 1.

    We kunnen bijzondere bijstand voor een begrafenis of crematie verstrekken aan de nabestaande van de overledene. Dit kan alleen als de uitvaartkosten niet uit de nalatenschap betaald kunnen worden en de nabestaande niet voldoende middelen heeft om (zijn aandeel in) de uitvaartkosten te betalen.

  • 2.

    De maximale vergoeding voor de noodzakelijke kosten van de uitvaart wordt vastgesteld aan de hand van de Prijzengids van het Nibud.

  • 3.

    Nabestaanden kunnen zijn: de echtgenoot/echtgenote, en daaraan gelijkgesteld de partner met wie de overledenen heeft samengewoond, de ouder(s) en de kinderen.

Maaltijdvoorziening

  • 1.

    De maximale hoogte van de bijzondere bijstand is € 3,50 per maaltijd.

  • 2.

    U kan bijzondere bijstand voor een maaltijdvoorziening aanvragen als u:

    • a.

      hiervoor een medische of sociale indicatie heeft; of

    • b.

      85 jaar of ouder bent; of

    • c.

      de noodzaak is vastgesteld door een organisatie op het gebied van thuiszorg, het ouderenwerk of ’t Baken.

Bewassings-enslijtagekosten

  • 1.

    U kan bijzondere bijstand voor bewassings- en slijtagekosten aanvragen als de extra kosten het gevolg zijn van een aandoening, het gebruik van medicatie of het gebruik van hulpmiddelen. De medische noodzaak wordt vastgesteld op basis van een medisch advies van een deskundige.

  • 2.

    De hoogte van de bijzondere bijstand is € 50 per persoon per maand.

  • 3.

    We kunnen de aanvraag voor bijzondere bijstand afwijzen als u hulpmiddelen kan gebruiken, die slijtage of de noodzaak voor extra bewassingskosten voorkomen.

Extrastookkosten

  • 1.

    U kan een aanvraag voor bijzondere bijstand voor extra stookkosten doen als hiervoor een medische noodzaak is. We stellen de medische noodzaak en de hoogte van de bijzondere bijstand vast op basis van een medisch advies van een deskundige.

  • 2.

    U ontvangt bijzondere bijstand voor de extra kosten die u heeft ten opzichte van de normale stookkosten voor het woningtype waarin u woont.

Gehoorapparaten

  • 1.

    De maximale vergoeding voor de wettelijke eigen bijdrage voor gehoorapparaten is € 350 per jaar.

  • 2.

    U krijgt geen vergoeding voor batterijen voor gehoorapparaten.

Brillen/contactlenzen

  • 1.

    Als u geen aanvullende verzekering kan afsluiten vanwege een WSNP-traject of een wanbetalersregeling kunnen we bijzondere bijstand verlenen.

  • 2.

    De maximale vergoeding is € 300 per gezinslid per 2 jaar.

  • 3.

    We geven aanvullende bijzondere bijstand als de aanvullende zorgverzekering de kosten van de nieuwe bril of contactlenzen niet volledig dekt. We vullen aan tot het bedrag van de maximale vergoeding is bereikt.

  • 4.

    In speciale gevallen kunnen we hiervan afwijken.

Personenalarmering

  • 1.

    U kan bijzondere bijstand voor een aansluiting op personenalarmering krijgen. Dat kan alleen als u om sociale redenen een alarm nodig heeft. U voelt zich bijvoorbeeld thuis niet veilig en u heeft geen mensen in de buurt die u kunt waarschuwen als er iets mis is.

  • 2.

    We stellen de noodzaak vast op basis van een advies van een consulent of hulpverlener.

  • 3.

    De vergoeding is:

    • a.

      Eenmalig € 100 voor aansluitkosten;

    • b.

      € 25 per maand voor abonnementskosten.

Overigekosten

  • 1.

    Bij overige medische kosten kijken we per situatie of bijzondere bijstand noodzakelijk is.

  • 2.

    Het gaat hier om vergoedingen die door financiële overwegingen niet meer onder de Zorgverzekeringswet vallen.

7.4.8 Juridische kosten

Bewindvoering/mentorschap/curatele

  • 1.

    U kan bijzondere bijstand aanvragen voor de kosten van bewindvoering, mentorschap of ondercuratelestelling.

  • 2.

    We stellen de hoogte van de bijzondere bijstand vast basis van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren en uw draagkracht.

  • 3.

    Extra werkzaamheden van de bewindvoerder komen voor bijzondere bijstand in aanmerking als de kantonrechter heeft bepaald dat deze kosten noodzakelijk zijn.

Eigenbijdragerechtsbijstand

  • 1.

    U kan bijzondere bijstand aanvragen voor uw eigen bijdrage in de kosten van toegekende rechtsbijstand en de noodzakelijke bijkomende kosten.

  • 2.

    De hoogte van de bijzondere bijstand is maximaal de eigen bijdrage zoals benoemd in de Wet op de rechtsbijstand.

  • 3.

    U krijgt korting op de eigen bijdrage als u rechtsbijstand aanvraagt via het Juridisch Loket. Doet u dit niet, dan trekken wij de gemiste korting af van de bijzondere bijstand.

7.4.9 Reis- en verwervingskosten

Algemene bepalingen voor reiskosten

  • 1.

    We betalen vergoedingen voor reis- en verwervingskosten, die te maken hebben met werk, participatie of een re-integratietraject uit het Participatiebudget.

  • 2.

    U kan voor andere reiskosten een vergoeding krijgen als het kosten zijn voor schoolgaande kinderen, een bezoek aan een gedetineerde, een verpleegde of verzorgde, een uithuisgeplaatst kind, of voor een psychische of medische behandeling zoals omschreven in dit artikel.

  • 3.

    U kan alleen een vergoeding voor reiskosten ontvangen als de bestemming binnen Nederland ligt en de enkele reisafstand minimaal 10 kilometer is.

  • 4.

    De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de goedkoopste tarieven van het openbaar vervoer.

  • 5.

    Als u door gezondheidsredenen niet met het openbaar vervoer kan reizen stellen wij de vergoeding vast op basis van het aantal kilometers volgens de kortste route met eigen vervoer. De vergoeding per kilometer is dan gelijk aan de hoogte van de maximale onbelaste reiskostenvergoeding van de Belastingdienst.

Bezoek aan gedetineerde

  • 1.

    We kunnen reiskosten voor bezoek aan een gedetineerde vergoeden als:

    • a.

      de gedetineerde behoort tot uw gezin; en

    • b.

      de gedetineerde verblijft in een gesloten inrichting en geen recht heeft op verlof.

  • 2.

    De vergoeding wordt voor maximaal 1 bezoek per 2 weken per gezinslid toegekend.

Bezoek aan verpleegden/verzorgden

  • 1.

    We kunnen reiskosten voor een bezoek aan een verpleegde/verzorgde vergoeden als de verpleegde/verzorgde behoort tot uw gezin.

  • 2.

    De vergoeding wordt voor maximaal 1 bezoek per week per gezinslid toegekend.

  • 3.

    In bijzondere situaties wijken we af van het maximale aantal bezoeken in lid 2. Bijvoorbeeld bij het bezoeken van een terminale verpleegde/verzorgde.

Bezoek aan uithuisgeplaatste kinderen

  • 1.

    We kunnen reiskosten voor bezoek aan een uithuisgeplaatst kind vergoeden als:

    • a.

      het kind behoort tot uw gezin; en

    • b.

      er een bewijs van uithuisplaatsing is.

  • 2.

    We stellen de bijzondere bijstand vast op basis van de bezoekregeling.

  • 3.

    Als er geen bezoekregeling is dan kennen we de bijzondere bijstand toe voor 1 bezoek per week per gezinslid.

Reiskosten in verband met een psychische of medische behandeling

U kan voor reiskosten voor regelmatig terugkerende medische behandelingen (bijvoorbeeld afspraken in het ziekenhuis) of bezoeken aan hulpverlenende instanties bijzondere bijstand aanvragen. Dit kan als er geen sprake is van een volledige vergoeding vanuit een voorliggende voorziening, zoals Wlz, Wmo of zorgverzekering (zittend ziekenvervoer). De behandeling moet medisch noodzakelijk zijn. We stellen deze vast op basis van een indicatie.

Reiskostenschoolgaande kinderen

  • 1.

    We kunnen reiskosten van kinderen in het voorgezet onderwijs vergoeden als u deze kosten niet kunt betalen uit uw inkomen of een andere regeling zoals:

  • het kindgebonden budget;

  • een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten;

  • de tegemoetkoming indirecte schoolkosten;

  • het leerlingenvervoer;

  • een regeling van school.

  • 2.

    Voorwaarden zijn dat:

  • a.

    er een noodzaak is voor het volgen van onderwijs buiten de woonplaats en de enkele reisafstand van huis naar school tenminste 10 kilometer is;

  • b.

    u gebruik heeft gemaakt van de regelingen als genoemd in het eerste lid.

  • 3.

    De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de goedkoopste tarieven van het openbaar vervoer naar de dichtstbijzijnde school van het gewenste onderwijstype.

  • 4.

    We geven bijzondere bijstand voor reiskosten van scholieren in de vorm van een periodieke bijzondere bijstand of een vergoeding in natura.

  • 5.

    De reiskosten worden voor een schooljaar van 10 maanden (september tot en met juni) toegekend.

7.4.10 Kosten voor duurzame gebruiksgoederen

  • 1.

    Duurzame gebruiksgoederen zijn goederen met een langere levensduur, zoals witgoed.

  • 2.

    We zien de individuele inkomenstoeslag als een voorliggende voorziening voor duurzame gebruiksgoederen.

  • 3.

    We gaan voor deze kosten uit van volledige draagkracht als u een inkomen heeft dat hoger is dan 100% van de geldende bijstandsnorm.

  • 4.

    We verstrekken bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen in de vorm van een lening.

  • 5.

    We kunnen de bijzondere bijstand om niet verstrekken. Dat betekent dat u de bijstand niet terug hoeft te betalen. Dat kan alleen als u in de laatste drie jaar voorafgaand aan de aanvraag geen financiële ruimte heeft gehad om te reserveren, omdat:

    • a.

      de financiële ruimte is benut voor aantoonbare noodzakelijke uitgaven;

    • b.

      de financiële ruimte is benut voor aflossing van schulden.

  • 6.

    We bepalen de hoogte van de bijzondere bijstand aan de hand van de prijzengids van het Nibud.

  • 7.

    We kunnen een externe deskundige vragen om te beoordelen of het gebruiksgoed gerepareerd kan worden.

  • 8.

    U kan bijzondere bijstand voor reparatiekosten ontvangen als dit een goede oplossing is.

7.4.11 Kosten voor woninginrichting en verhuizing

Algemene bepalingen

  • 1.

    Inrichtingskosten zijn de kosten voor een gebruikelijke inboedel.

  • 2.

    Stofferingskosten zijn de kosten voor vloerbedekking, wandbedekking en gordijnen met toebehoren.

  • 3.

    Verhuiskosten zijn de kosten voor het transport van goederen van de oude woning naar de nieuwe woning.

Inrichtingskosten

  • 1.

    We verstrekken bijzondere bijstand in de vorm van een lening.

  • 2.

    Een sociale lening bij de Stadsbank Oost Nederland is een voorliggende voorziening, tenzij de inwoner in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag geen financiële ruimte heeft gehad om te reserveren, omdat:

    • a.

      de financiële ruimte is benut voor aantoonbare noodzakelijke uitgaven;

    • b.

      de financiële ruimte is benut voor aflossing van schulden.

  • 3.

    We stellen de hoogte van de het bedrag vast op 50% van de richtprijs voor inrichtingskosten uit de prijzengids van het Nibud. We gaan er van uit dat u een deel tweedehands aanschaft door overname van derden of via een kringloopwinkel.

Stofferingskosten

  • 1.

    De gemeente verleent bijzondere bijstand voor stofferingskosten in principe om niet.

  • 2.

    De hoogte van de bijzondere bijstand wordt gebaseerd op de prijzengids van het Nibud.

Verhuiskosten

  • 1.

    We kunnen bijzondere bijstand verstrekken voor verhuiskosten als u uit Lochem vertrekt en aanleiding voor het vertrek is:

    • a.

      een sociale of medische indicatie;

    • b.

      het aanvaarden of behouden van werk.

  • 2.

    We zien een vergoeding van de werkgever als voorliggende voorziening.

  • 3.

    De hoogte van het bedrag is gelijk aan de goedkoopst passende voorziening en is ten hoogste € 500.

7.4.12 Regelingen voor kinderen

Indirecte schoolkosten

  • 1.

    U kan een tegemoetkoming in de indirecte schoolkosten aanvragen voor uw kinderen als u een inkomen heeft tot 130% van de geldende bijstandsnorm exclusief vakantiegeld.

  • 2.

    U kan de tegemoetkoming eenmaal per schooljaar aanvragen.

  • 3.

    De hoogte van de tegemoetkoming is:

    • a.

      € 100 per jaar voor een kind in het basisonderwijs.

    • b.

      € 400 per jaar voor een kind dat voor het eerst naar het voortgezet onderwijs gaat.

    • c.

      € 200 per jaar voor een kind in de volgende leerjaren van het voortgezet onderwijs.

Computerregeling

  • 1.

    U kunt een tegemoetkoming aanvragen voor uw kinderen voor de aanschaf van een laptop of tablet, eventueel met noodzakelijke randapparatuur als u een inkomen heeft tot 130% van de geldende bijstandsnorm exclusief vakantiegeld.

  • 2.

    Tijdens de basisschool periode kan één keer per gezin een aanvraag worden gedaan, als er in het gezin geen laptop of tablet aanwezig is. Tijdens de periode van voortgezet onderwijs kan u één keer per kind uit het gezin een aanvraag doen.

  • 3.

    U moet de aankoopnota’s opsturen om aan te tonen dat de tegemoetkoming is gebruikt voor de aanschaf van een computer of randapparatuur.

  • 4.

    De hoogte van de tegemoetkoming is € 450.

Kinderopvang

  • 1.

    Kosten van kinderopvang komen in principe niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. Kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang (Wk) is een passende voorliggende voorziening.

  • 2.

    U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor de eigen bijdrage kinderopvang. Dit is het bedrag dat u zelf moet betalen voor de opvang van uw kinderen, nadat de kinderopvangtoeslag is toegepast. U kunt dit aanvragen als:

    • a.

      u een aanvullende bijstandsuitkering heeft naast uw werk;

    • b.

      u een re-integratietraject volgt;

    • c.

      u lessen inburgering volgt; en

    • d.

      geen oplossing in uw eigen netwerk kunt vinden.

  • 3.

    Als kinderopvang nodig is vanwege een sociaal-medische indicatie (SMI) en u geen beroep kan doen op de kinderopvangtoeslag, kan bijzondere bijstand verstrekt worden tot het bedrag van de kinderopvangtoeslag die u zou ontvangen als u daarvoor in aanmerking zou komen.

  • 4.

    We beoordelen de noodzaak aan de hand van een indicatie of verklaring van een arts, consultatiebureau of consulenten jeugd met gezin van 't Baken. Het advies geeft aan voor welke periode en welk aantal uren per week kinderopvang nodig is.

  • 5.

    Voordat we de bijzondere bijstand toekennen onderzoeken we of u gebruik kunt maken van een voorliggende voorziening, bijvoorbeeld uw eigen netwerk, een medisch kinderdagverblijf of peuterspeelzaal.

  • 6.

    Als u een inkomen heeft tot 110% van het wettelijk sociaal minimum, worden de volledige kosten van de kinderopvang vergoed. Als uw inkomen hoger is, moet u de eigen bijdrage zelf betalen.

7.4.13 Individuele Inkomenstoeslag

  • 1.

    U komt in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag als u een laag inkomen (minimaal 36 maanden) heeft tot 105% van de bijstandsnorm en een vermogen beneden de vermogensgrens.

  • 2.

    Voor gehuwden en alleenstaanden is de toeslag 40% van de geldende bijstandsnorm in de maand januari van het betreffende jaar. De toeslag voor een alleenstaande ouder baseren we op 90% van de bijstandsnorm voor gehuwden.

  • 3.

    U ontvangt de individuele inkomenstoeslag als we vinden dat u geen zicht heeft op een hoger inkomen.

  • 4.

    Als u een opleiding volgt kijken we of u daarmee een hoger opleidingsniveau haalt. We kijken ook hoe groot de kans is dat u de opleiding succesvol afrondt.

7.4.14 Meedoenregeling

  • 1.

    De Meedoenregeling is bedoeld voor deelname aan culturele, politieke, religieuze en andere sociaal- maatschappelijke activiteiten.

  • 2.

    U kan de bijdrage van € 150 krijgen als u een inkomen heeft tot 120% van de voor u geldende bijstandsnorm.

  • 3.

    De regeling is voor inwoners vanaf 4 jaar. Studenten kunnen hier geen gebruik van maken.

  • 4.

    U kan de Meedoenregeling aanvragen in het jaar waarin deze van toepassing is.

  • 5.

    We houden rekening met uw vermogen bij het toekennen van de regeling.

7.4.15 Indexering

We passen de in hoofdstuk 7 genoemde vaste bedragen niet jaarlijks aan. Dat doen we alleen als daar een wettelijke of dringende reden voor is.

7.5 Studietoeslag

In dit artikel leggen we de regels voor de individuele studietoeslag uit.

7.5.1 Voorwaarden

U heeft recht op een studietoeslag als u:

  • a.

    als rechtstreeks gevolg van een ziekte of beperking structureel niet in staat bent om naast uw studie bij te verdienen;

  • b.

    studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF of een tegemoetkoming krijgt op grond van de WTOS (Het levenlang-lerenkrediet van de WSF valt niet hieronder);

  • c.

    geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wajong.

7.5.2 Structurele medische beperking

  • 1.

    Dit is een fysieke en/of psychische beperking van de aanvrager die voldoende ernstig is dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen deze beperking en het structureel niet in staat zijn van het verdienen van inkomsten naast de studie.

  • 2.

    Structureel betekent dat er binnen een periode van 12 maanden na de aanvraag geen herstel of verbetering is te verwachten.

  • 3.

    Er is in ieder geval geen sprake van een structurele medische beperking bij:

  • mantelzorg;

  • een gebroken been;

  • kortdurende beperkingen;

  • beperkingen die niet dusdanig ernstig zijn dat iemand naast de studie niet meer kan werken.

7.5.3 Aanvraag

  • 1.

    Bij de aanvraag moet u de volgende gegevens meesturen:

  • a.

    een bewijs van het ontvangen van studiefinanciering op grond van de WSF of een tegemoetkoming op grond van de WTOS;

  • b.

    bij stage: een kopie van de stageovereenkomst waaruit de hoogte van uw stagevergoeding blijkt.

  • 2.

    Bij de aanvraag kan u een deskundigenverklaring meesturen waarin staat waarom u niet kan werken naast uw studie.

7.5.4 Toekennen en uitbetalen

  • 1.

    We kennen de studietoeslag toe per de datum van aanvraag.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 kunnen we de studietoeslag met terugwerkende kracht toekennen over een periode die voor de dag van aanvraag ligt. Dit kan als u:

    • a.

      daarom vraagt; en

    • b.

      u over deze periode voldoet aan de voorwaarden voor het recht op studietoeslag.

  • 3. In afwijking van lid 2 kan de studietoeslag niet met terugwerkende kracht worden toegekend over een periode van:

  • a.

    voor 1 april 2022;

  • b.

    5 jaar voorafgaand aan de dag waarop u de aanvraag om studietoeslag heeft ingediend;

  • c.

    voor de periode waarin u nog niet voldoet aan de voorwaarden.

  • 3.

    U ontvangt de studietoeslag maandelijks.

7.5.5 Hoogte studietoeslag

  • 1.

    De hoogte van de studietoeslag is gelijk aan de bedragen genoemd in artikel 7a van de AMvB van 23 maart 2022.

  • 2.

    Als het netto minimumloon verandert, wijzigt de hoogte van de studietoeslag met hetzelfde percentage.

  • 3.

    Als u inkomsten heeft uit een stage wordt een gedeelte van deze inkomsten vrijgelaten. Dit vrijlatingsbedrag is vastgelegd in de AMvB van 23 maart 2022.

7.5.6 Medisch advies

  • 1.

    We zijn verplicht een medisch advies te vragen aan een onafhankelijke deskundige voor de beoordeling van een structurele medische beperking.

  • 2.

    We kunnen besluiten daarvan af te zien als:

    • a.

      duidelijk is dat er recht is op studietoeslag door de ernst/aard van de structurele medische beperking;

    • b.

      vaststaat dat u geen studiefinanciering op grond van de WSF of tegemoetkoming op grond van de WTOS ontvangt;

    • c.

      u recht heeft op een Wajong uitkering;

    • d.

      u werkt naast de studie, niet zijnde een stage.

  • 3.

    We kunnen besluiten binnen een bepaalde periode een nieuw medisch advies aan te vragen, als het eerste medisch advies daar aanleiding voor geeft.

7.6 Terugvordering en verhaal

Het college vordert gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. We doen doet dat volgens de wettelijke en gemeentelijke regels. We zorgen ervoor dat u een inkomen houdt dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet.

7.6.1 Uitzonderingen terugvordering

De gemeente vordert niet terug als:

  • a.

    de vordering niet hoger is dan € 75;

  • b.

    er sprake is van dringende, individuele redenen. Bij de beoordeling van deze redenen houden wij rekening met onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen. Alleen de reden dat de gemeente een fout heeft gemaakt, is geen belangrijke reden.

7.6.2 Terugbetaling vordering

  • 1.

    U moet een vordering binnen 6 weken na ons besluit terugbetalen.

  • 2.

    Als u een uitkering van ons ontvangt kunnen we maandelijks 5% van de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag verrekenen met de openstaande vordering, tenzij anders bepaald in de wet.

  • 3.

    Als u het bedrag niet in één keer kunt terugbetalen verwacht de gemeente dat u binnen 6 weken zelf contact met ons opneemt om een betalingsafspraak te maken.

  • 4.

    We gaan akkoord met de betalingsafspraak als u de vordering binnen 3 jaar kan aflossen.

  • 5.

    Als uw uitkering is beëindigd of ingetrokken houdt u tot 6 maanden na het besluit een afloscapaciteit van 5% van de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. De hoogte van de aflossing blijft na 6 maanden ongewijzigd als u aflost op leenbijstand voor een volledige woninginrichting.

  • 6.

    We kunnen uitstel van betaling geven als duidelijk is dat u geen afloscapaciteit heeft.

  • 7.

    Als u geen betalingsafspraak maakt en zich niet houdt aan de opgelegde betalingsverplichting kunnen we beslag leggen op uw inkomen.

7.6.3 Kwijtschelding terugvordering

  • 1.

    U hoeft een vordering aan ons niet altijd helemaal terug te betalen. Als u een tijd heeft afgelost op de vordering kunnen we stoppen met de verdere terugvordering als u:

    • a.

      zich al 3 jaar aan de betalingsverplichting heeft gehouden;

    • b.

      zich niet 3 jaar aan de betalingsverplichting heeft gehouden, maar het achterstallige bedrag alsnog betaalt;

    • c.

      al 10 jaar geen betaling heeft gedaan en we weten dat dit ook niet meer mogelijk is;

    • d.

      een bedrag van 50% van de restsom in een keer betaalt;

    • e.

      In bovenstaande situaties geldt een termijn van 10 jaar, als de vordering is ontstaan omdat u zich niet aan de inlichtingenplicht heeft gehouden.

  • 2.

    In de volgende gevallen komt u niet in aanmerking voor kwijtschelding:

    • a.

      als we pandrecht of een hypotheek hebben gevestigd om de vordering terug te krijgen;

    • b.

      als u leenbijstand ontvangt in verband met overwaarde in een woning of toekomstige tegoeden;

    • c.

      als u niet meewerkt aan een onderzoek naar uw draagkracht;

    • d.

      als de vordering is overgedragen aan een deurwaarder;

    • e.

      als er derdenbeslag is gelegd.

7.6.4 Volgorde terugbetalen

Als u naast een terugvordering ook een boete moet betalen dan moet u eerst de boete terugbetalen.

7.6.5 Verhaal

We kunnen gebruik maken van de bevoegdheid tot verhaal, zoals beschreven paragraaf 6.5 van de Participatiewet.

7.6.6 Schuldhulpverlening

We werken graag mee aan schuldregelingen voor inwoners van Lochem. Als u schulden heeft, voelt u waarschijnlijk veel stress. Vaak is er pas rust en ruimte voor bijvoorbeeld werk, gezin of gezondheid als de financiële last van uw schouders is. Wij werken net als veel van onze samenwerkingspartners volgens de richtlijnen van de NVVK. Hierdoor is er sneller sprake van financiële stabiliteit en toekomstperspectief.

Alleen bij fraude of recidive kunnen we schuldhulpverlening weigeren bij fraude. Schuldhulpverlening bij fraude is niet wenselijk als er sprake is geweest van opzet of grove schuld. In lijn met fraude kan schuldhulpverlening geweigerd worden als sprake is geweest van een verwijtbare beëindiging van een opgestart traject. We kijken hierbij niet verder terug dan één jaar. Maatwerk is daarbij ons doel. Als u hulp nodig heeft en gemotiveerd ben, hoeven fraude en recidive geen belemmering te zijn.

Hoofdstuk 8 Inburgering

Inleiding

Als u nieuw bent in Nederland, moet u leren hoe onze samenleving werkt, de taal leren en een plek vinden in de samenleving. Dat noemen we inburgeren. We vinden het belangrijk inwoners daarbij te helpen. Wij kijken samen met u wat u nodig heeft zodat u zelfstandig kunt wonen, werken en meedoen in Lochem. In dit hoofdstuk leest u wat u kunt verwachten en hoe wij u ondersteunen tijdens uw inburgering.

8.1 Brede intake

We beginnen met een kennismakingsgesprek, de brede intake. In dit gesprek leren we u kennen: wie u bent, wat u kunt, en wat u nodig heeft om te kunnen inburgeren. Samen bekijken we uw taalniveau, uw mogelijkheden om te werken en hoe zelfstandig u al bent. We gebruiken deze informatie om een goed plan te maken dat bij u past.

U ontvangt hiervoor een uitnodiging. U krijgt deze uitnodiging altijd minimaal 5 werkdagen voordat het gesprek plaatsvindt. In de uitnodiging staat wat het gesprek inhoudt, waar en wanneer het plaatsvindt en dat u dit gesprek in alle rust kunt voeren. Ook staat in de uitnodiging wat de gevolgen zijn als u niet naar uw afspraak komt.

We zorgen dat u, als dat nodig is, ondersteuning krijgt van een tolk. De informatie die we samen verzamelen, leggen we vast zodat we later goed kunnen volgen hoe het met u gaat.

8.2 Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP)

Na de brede intake maken we uw Persoonlijk plan Inburgering en Participatie: het PIP. In dit plan staat hoe u aan uw inburgeringsplicht gaat voldoen en wat u daarvoor nodig heeft. We spreken af welke leerroute u volgt, welke begeleiding u krijgt en welke onderdelen u gaat doen met welke intensiteit. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld de taallessen, de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), en het Participatieverklaringstraject (PVT). Het PIP registeren wij in ons systeem.

Als u een bijstandsuitkering heeft, nemen we ook afspraken op over werk en re-integratie. U krijgt dit plan schriftelijk binnen 10 weken na uw inschrijving in onze gemeente. U kunt altijd met ons in gesprek over de voortgang of veranderingen.

8.3 Passende leerroute

Iedereen leert op zijn eigen manier. We kijken samen welke leerroute het beste bij u past. Dat kan de B1-route, de Onderwijsroute of de Zelfredzaamheidsroute zijn. Dit wordt bepaald aan de hand van de brede intake en de leerbaarheidstoets. Dat is een toets die wij bij u afnemen om te bepalen wat uw leerbaarheid is. Als het kan gebruiken we ook het advies van de school waarnaar u bent doorverwezen. Bij het bepalen van de leerroute houden wij rekening met wat u al kunt en met uw persoonlijke situatie. We zorgen dat u op tijd, in ieder geval binnen drie maanden, kunt starten met de lessen die bij uw route horen. Uw leerroute nemen wij op in het PIP. Daarnaast registeren wij uw leerroute in ons systeem en verstrekken wij gegevens aan de school zodat u kunt starten met uw inburgering.

8.4 Veranderen van leerroute

Soms blijkt tijdens de inburgering dat een andere leerroute beter bij u past. Dan bespreken we samen of overstappen nodig is. Dit kan meestal binnen anderhalf jaar na de start van uw inburgering. Als er bijzondere redenen zijn, kunnen we hiervan afwijken. We beoordelen dit na gesprekken met u, gegevens van de taalaanbieder, uw aanwezigheid bij de lessen en uw resultaten. In dat geval passen we uw PIP aan en we zorgen dat u de juiste lessen en begeleiding krijgt. Ook registeren wij dat in ons systeem.

8.5 Afschalen van taalniveau

Wanneer u de B1-route volgt is het doel dat u Nederlands leert op B1-niveau. Soms lukt dat niet voor iedereen. Als blijkt dat niveau B1 te moeilijk is, kunnen we samen besluiten dat u verdergaat op A2-niveau. Dat doen we alleen als duidelijk is dat dit het beste past bij uw mogelijkheden. In dat geval passen we uw PIP aan en registeren dit in ons systeem.

8.6 Maatschappelijke begeleiding voor asielstatushouders

Als u een verblijfsvergunning asiel heeft, helpen wij u bij de start in Lochem. U krijgt maatschappelijke begeleiding: iemand helpt u bij praktische zaken zoals wonen, zorg, werk, inkomen en kennismaking met uw omgeving. U krijgt waar mogelijk een vaste begeleider. We zorgen dat u weet waar u terecht kunt en wat de regels en mogelijkheden zijn. Zo kunt u stap voor stap uw leven opbouwen in Lochem. De maatschappelijke begeleiding start wanneer u komt wonen in onze gemeente.

8.7 Participatieverklaringstraject (PVT)

In het participatieverklaringstraject leert u over de normen en waarden van Nederland. U doet dit door tenminste 12 uur lessen te volgen en mee te doen aan activiteiten in de praktijk. De frequentie en duur van het PVT-traject kunnen wij afstemmen op uw individuele omstandigheden. Wij nemen het PVT op in uw PIP en registeren dit in ons systeem. Vindt uw PVT-traject niet plaats op school? Dan ontvangt u voordat uw PVT-traject begint een uitnodiging. Hierin staat wat het PVT inhoudt, waar en wanneer u aanwezig moet zijn en wat er gebeurt als u niet aan het PVT-traject meedoet. Aan het einde van het traject ondertekent u de participatieverklaring. Daarmee laat u zien dat u begrijpt wat belangrijk is in onze samenleving en dat u wilt meedoen.

8.8 Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)

Met de MAP leert u hoe de Nederlandse arbeidsmarkt werkt. U doet dit door minimaal 40 uur praktijklessen te volgen. U ontdekt wat u goed kunt, welke banen bij u passen en hoe u kunt solliciteren of werkervaring kunt opdoen. We kijken samen naar uw wensen en mogelijkheden en stemmen de MAP af op uw persoonlijke situatie. De afspraken over de MAP leggen wij vast in het PIP en registeren wij in ons systeem. Wanneer uit een gesprek blijkt dat u voldoende kennis en vaardigheden heeft geleerd is de MAP succesvol afgerond.

8.9 Voortgangsgesprekken

Tijdens uw inburgering spreken we u regelmatig. In deze gesprekken kijken we hoe het gaat, wat goed gaat en waar u nog hulp bij nodig heeft. We passen uw PIP aan als dat nodig is. U heeft altijd minimaal twee voortgangsgesprekken per jaar.

8.10 Reiskosten

Het kan zijn dat u moet reizen om naar uw inburgeringslessen te komen. Wij vergoeden uw reiskosten wanneer de reisafstand meer dan 10 kilometer is. Onder de 10 kilometer worden uw reiskosten niet vergoedt, tenzij de consulent vindt dat er sprake is van een uitzondering. Als u met de auto reist vergoeden we de reiskosten volgens de maximale netto kilometervergoeding van de belastingdienst.

8.11 Financiële begeleiding

Sommige mensen vinden het in het begin lastig om hun geldzaken goed te regelen. Wij helpen u met het financieel redzaam worden. In bijzondere gevallen kunnen wij dat tijdelijk doen door financiële zaken over te nemen. Dit stemmen wij af op uw persoonlijke situatie. Het doel is dat u leert om zelf financieel redzaam te worden. Daarnaast bieden we financiële educatie aan zodat u leert omgaan met geld, rekeningen en regelingen.

8.12 Afspraken en handhaving

We spreken samen af wat uw rechten en plichten zijn in uw inburgeringstraject. We gaan ervan uit dat u zich aan deze afspraken houdt. Lukt dat een keer niet, dan kijken we eerst naar de reden. We leggen geen boete op als u er niets aan kon doen. Dit noemen wij de verwijtbaarheid. Wanneer u zich verwijtbaar niet aan de afspraken houdt kunnen wij u, na u gewaarschuwd te hebben, op grond van de Wet Inburgering een boete opleggen. Als het aannemelijk is dat de boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is kunnen wij een lagere boete opleggen.

Wij kunnen or kiezen om uw inburgeringstraject op pauze te zetten. Dit kunnen wij doen wanneer u voor een periode niet in staat bent om naar de inburgeringslessen te komen of wanneer u zich niet aan uw afspraken houdt.

8.13 Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet

Wanneer u zich niet aan de afspraken houdt en u heeft een uitkering, dan kunnen wij een maatregel opleggen volgens artikel 18 van de Participatiewet. Wij leggen u dan naast deze maatregel geen boete op. In onze brief melden wij u of u een boete op grond van de Wet Inburgering krijgt of dat uw uitkering wordt verlaagd op grond van de Participatiewet. We kiezen altijd voor de oplossing die u het beste helpt om uw inburgering succesvol af te ronden.

Hoofdstuk 9 Vorm van ondersteuning (pgb, eigen bijdrage ZIN etc.)

Dit hoofdstuk is een nadere uitwerking van de vorm van de ondersteuning zoals die in hoofdstuk 8 van de Verordening Sociaal Domein is opgenomen.

Wat is ondersteuning op maat?

Ondersteuning op maat is een voorziening of dienst die zoveel mogelijk is afgestemd op uw persoonskenmerken en uw behoeften. Ondersteuning op maat is alleen beschikbaar via een beschikking van het college. De verschillende vormen van ondersteuning op maat worden verder toegelicht in de paragrafen hieronder.

Als duidelijk is dat de mogelijkheden die genoemd zijn in hoofdstuk 2 onvoldoende oplossing voor u zijn, kan ondersteuning op maat een passende oplossing zijn. Ondersteuning op maat helpt u om uw zelfredzaamheid te vergroten en/of om deel te nemen aan de samenleving. Er bestaan twee hoofdcategorieën van Wmo-maatwerkvoorzieningen: dienstverlening en voorzieningen. Onder dienstverlening vallen dagbesteding, individuele begeleiding, persoonlijke verzorging, huishoudelijke hulp en respijtzorg. De voorzieningen gaan over hulpmiddelen, woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen (bijvoorbeeld een traplift, een scootmobiel of een rolstoel).

Als ondersteuning op maat de best passende oplossing is, kunt u kiezen tussen ondersteuning in natura (ZIN, paragraaf 8.1), ondersteuning via een persoonsgebonden budget (pgb, paragraaf 8.2) of een financiële tegemoetkoming (paragraaf 8.5).

9.1 Maatwerkvoorziening via zorg in natura (ZIN)

Als u kiest voor zorg in natura dan krijgt u de dienstverlening of voorziening via een aanbieder waar de gemeente een contract mee heeft. Wij geven de aanbieder opdracht voor het leveren van de dienstverlening of de voorziening. We kennen voor Wmo een andere werkwijze voor dienstverlening dan voor voorziening. Dit wordt hieronder toegelicht:

Dienstverlening

Diensten als begeleiding, dagbesteding en huishoudelijke hulp worden in de vorm van dienstverlening verstrekt. We hebben hiervoor via de regionale raamovereenkomst contracten gesloten met aanbieders. U kunt kiezen bij welke van de gecontracteerde aanbieders u de dienstverlening wil afnemen.

Voorzieningen

Voorzieningen (woonvoorzieningen, rolstoelen en vervoersvoorzieningen) kunnen worden verstrekt in eigendom of bruikleen. Dit is afhankelijk van de contracten die wij hebben gesloten met leveranciers. Wanneer de voorziening in bruikleen wordt verstrekt, staan in de beschikking gebruiksvoorwaarden beschreven.

Voor een deel van de voorzieningen hebben we contracten gesloten met meerdere aanbieders. U kunt dan kiezen bij welke aanbieder u de voorziening wil afnemen. Als de passende oplossing niet binnen de door ons gesloten contracten valt, kan de voorziening bij een andere niet-gecontracteerde aanbieder worden ingekocht en als zorg in natura worden geleverd.

9.2 Maatwerkvoorziening via persoonsgebonden budget (pgb)

Een maatwerkvoorziening in pgb wil zeggen dat we een budget verstrekken aan u. U kunt dan met dit budget de benodigde voorziening aanschaffen of de benodigde dienstverlening inkopen.

Eigen bijdrage

In de Wmo betaalt u zelf mee aan de ondersteuning op maat via een eigen bijdrage. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) int deze eigen bijdrage.

De eigen bijdrage geldt voor de periode van de indicatie. Hiervoor is gekozen omdat wij (nog) niet altijd van alle zorgaanbieders informatie over de start van de zorg ontvangen.

De ingangsdatum van de eigen bijdrage is 1 maand na de startdatum van de indicatieperiode. We kiezen hiervoor omdat de zorg regelmatig niet op tijd is gestart of het hulpmiddel niet op tijd is geleverd.

Als er tussentijds tijdelijk geen zorg geleverd wordt loopt de eigen bijdrage door.

9.3 Ongeval waarvoor een derde aansprakelijk is en Regresrecht

De betaling van een eigen bijdrage voor de Wmo is verschillend voor inwoners die voor en na 15 februari 2017 letselschade hebben opgelopen. In de regres overeenkomsten voor 2015 en 2016 is bepaald dat de gemeenten voor voorzieningen van regrescliënten (die het gevolg zijn van een ongeval) geen eigen bijdrage mogen vragen. Heeft u letselschade opgelopen vóór 15 februari 2017, waarvoor een verzekeraar aansprakelijk gesteld kan worden, dan hoeft u geen eigen bijdrage te betalen. Dit geldt zolang u gebruik maakt van Wmo- voorzieningen die gerelateerd zijn aan het ongeval van voor 15 februari 2017.

U hoeft als inwoner geen eigen bijdrage te betalen bij een positief antwoord op onderstaande vragen:

  • 1.

    Is de letselschade opgelopen voor 15 februari 2017?

  • 2.

    Was de verzekeraar van de veroorzaker van de schade is aangesloten bij het letselschadeconvenant?

  • 3.

    Is de schadeafhandeling al voldaan?

Wanneer de letselschade na 15 februari 2017 is ontstaan moet u wel een eigen bijdrage betalen. U kunt dan de kosten verhalen op de aansprakelijkheidsverzekeraar van de veroorzaker van de letselschade.

Als de letselschade na 15 februari 2017 is ontstaan moet u wel een eigen bijdrage betalen. U kunt de kosten dan verhalen op de aansprakelijkheidsverzekeraar van de veroorzaker van de letselschade.

9.4 Persoonsgebonden budget (pgb)

Het college kan besluiten om een pgb toe te kennen aan u om de gewenste hulp in te kopen. Als u als aanvrager de voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wenst, vragen wij u bij diensten om een budgetplan op te stellen. In het plan geeft u dan aan op welke wijze deze het budget wilt inzetten, wie de hulpverleners zijn die u wilt inschakelen, hoe de resultaten behaald gaan worden enz. We hanteren hierbij dezelfde kwaliteitscriteria gehanteerd als bij Zorg in natura. De hoogte van het pgb is opgenomen in onze verordening. Bij de aanvraag van een pgb voor diensten wordt:

  • een plan en een budgetplan toegevoegd. In het plan van aanpak staan welke resultaten worden behaald met het pgb en wat ingezet moet worden om de resultaten te behalen. In het budgetplan staat de hoogte van het uurtarief en hoe het pgb besteed wordt. Een pgb mag niet worden besteed aan tussenpersonen of belangenbehartigers;

  • gemotiveerd waarom de gecontracteerde hulp in natura niet passend is bij de specifieke situatie;

  • aangetoond dat u voldoende in staat bent om - al dan niet met ondersteuning van het sociale netwerk, een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde – het pgb te beheren en alle taken die hieraan verbonden zijn, uit te voeren.

Wilt u dat iemand anders de zaken rondom uw pgb regelt? Dan kan iemand hiervoor worden aangewezen. Deze persoon noemen we pgb-vertegenwoordiger. De volgende eisen gelden voor een pgb vertegenwoordiger:

  • Er is geen belangenverstrengeling tussen de vertegenwoordiger en de pgb houder.

  • De vertegenwoordiger is niet dezelfde persoon als de hulpverlener, is niet in dienst bij dezelfde hulpverlenende instantie, heeft geen familieband met de hulpverlener en geen financiële relatie met de hulpverlener.

  • De gemachtigde begrijpt de omvang van de volmacht.

  • De ouder is passend als vertegenwoordiger. Let ook op ouders die uit de ouderlijke macht zijn ontzet.

  • Er is voldoende nabijheid bij u voor wat betreft belangenbehartiging en zicht op wensen, behoeften en ontwikkeling en op feitelijke zorglevering en mogelijkheden tot bijsturing.

  • Er is communicatie met u. De vertegenwoordiger spreekt dezelfde taal als u én de Nederlandse taal.

  • Geen meervoudige vervulling van rol; wanneer een pgb-vertegenwoordiger deze rol invult voor meerdere inwoners. Dan krijgt zijn taak het karakter van een beroepsmatige activiteit met risico op financiële en mogelijk andere belangen.

9.4.1 Pgb vaardigheid

We controleren of u of uw vertegenwoordiger aan de voorwaarden van een pgb voldoet. Ook controleren we of u of uw vertegenwoordiger met een pgb kan omgaan. Dat heet pgb-vaardigheid. Daarmee willen we voorkomen dat u in de problemen komt. Bijvoorbeeld omdat u niet weet welke zorg u nodig heeft, of hoe u goede afspraken maakt met een zorgverlener. U bent pgb-vaardig als u de volgende dingen kan:

  • 1.

    Een goed overzicht over uw eigen situatie houden. Dit houdt in dat u weet welke zorg u nodig heeft. Of welke zorg de persoon voor wie het budget is nodig heeft. U moet zelf kunnen vertellen welke zorg u nodig heeft. Als u dat niet kan, kan u ook zorg in natura ontvangen.

  • 2.

    Weten welke regels er horen bij een pgb. Of u weet waar u die regels kan vinden. Bijvoorbeeld op onze website. Het helpt als u digitaal vaardig bent en kan omgaan met de computer, e-mail en websites op het internet kan bezoeken.

  • 3.

    Een overzichtelijke pgb-administratie bijhouden en weet welk deel van het pgb al uitgegeven is. Een overzichtelijke pgb-administratie is niet alleen nodig voor uzelf. U kan de administratie ook nodig hebben als wij daarom vragen.

  • 4.

    Communiceren met zorgverleners en de gemeente. U moet zelfstandig en zelfverzekerd kunnen communiceren met andere partijen. Bijvoorbeeld op tijd onze brieven beantwoorden. Of telefoongesprekken voeren met zorgverleners. En als er iets verandert, moet u dat zelf (kunnen) aangeven.

  • 5.

    Zelfstandig handelen en zelf voor zorgverleners kiezen. Als u een pgb krijgt, moet u zelf zorgverleners uitzoeken. En afspraken maken over de zorg die ze gaan geven. En afspraken maken over hun uurtarief en inzet van hun uren.

  • 6.

    Zelf afspraken maken, deze afspraken bijhouden en zich hieraan houden. U moet tussendoor controleren of alles volgens afspraak verloopt. Bijvoorbeeld of de zorgverlener genoeg uren maakt. Omgekeerd moet u als inwoner zelf kunnen laten zien dat u de zorg inkoopt waarvoor u het geld gekregen heeft.

  • 7.

    Beoordelen of de zorg uit het pgb bij u als inwoner past en of de kwaliteit van de zorg in orde is. Als u de zorg niet goed vindt, moet u kunnen uitleggen waarom. Als de zorg niet volgens afspraak verloopt, moet u zelf kunnen ingrijpen. Bijvoorbeeld door de zorgverlener op te bellen en uit te leggen wat er niet goed gaat.

  • 8.

    Zelf de zorg regelen met 1 of meer zorgverleners. En dat zo regelen dat er altijd zorg is. Ook als de zorgverlener ziek is of op vakantie gaat. U moet zelf zorgverleners kiezen die goed bij uw situatie passen. En u moet zelf opletten of de zorgverleners hun werk goed doen. Als de zorgverlener ziek is, moet u zelf vervanging regelen.

  • 9.

    Zorgen dat de zorgverleners die voor u werken weten wat ze moeten doen. En u durft een gesprek te beginnen als zorgverleners hun werk niet goed doen. Als u de zorgverlener betaalt, dan bent u zijn werkgever of opdrachtgever. U moet dan goed kunnen vertellen wat de zorgverleners moeten doen.

  • 10.

    U weet wat u moet doen als werkgever of opdrachtgever van een zorgverlener. Het is niet erg als u sommige regels over hoe een werkgever of opdrachtgever moet zijn niet kent. Bijvoorbeeld bij ontslag van een zorgverlener. Maar u moet de informatie daarover wel zelf kunnen vinden. Bijvoorbeeld bij instanties die hierover advies geven.

9.4.2 Inzet van het sociaal netwerk bij een persoonsgebonden budget

U kunt een pgb gebruiken voor professionele hulp. Soms kunt u ook iemand uit uw eigen netwerk inzetten. Dit mag als u voldoet aan de voorwaarden in de Verordening Sociaal Domein.

9.4.3 Het tarief van een persoonsgebonden budget

Met uw pgb kunt u genoeg ondersteuning inkopen. Is de prijs van de ondersteuning hoger dan het tarief van zorg in natura? Dan betaalt u zelf het verschil.

9.4.4 Proceskeuzes en betalingen van pgb’s

 Uw pgb wordt beheerd via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Dit noemen we trekkingsrecht. U moet alle kosten die u maakt verantwoorden bij de SVB. In de gemeente Lochem is er geen bedrag dat u zonder verantwoording mag uitgeven.

 Er is een uitzondering: bij eenmalige betalingen. Deze krijgt u rechtstreeks op uw rekening. U laat vooraf met een factuur of offerte zien wat de kosten zijn.

 Met het pgb zijn er verschillende opties voor declaraties. In Lochem mag u de onderstaande opties niet declareren. De tarieven voor een pgb zijn gebaseerd op de tarieven van zorg in natura. Deze tarieven houden al rekening met de genoemde opties.

Optie

Omschrijving

Toegestaan?

1. Reiskosten zorgverlener

Declareren van reiskosten ten laste van het toegekende budget.

Niet toegestaan

2. Bijkomende zorgkosten

Declareren van bijkomende zorgkosten.

Niet toegestaan

3. Feestdagen uitkering

Declareren van een feestdagen uitkering ten laste van het budget kan worden uitgekeerd.

Niet toegestaan

4. Vast bedrag per periode

Declareren op basis van een vast bedrag per periode (bijvoorbeeld per maand).

Niet toegestaan

5. Overlijdensuitkering

Uitkering in geval van overlijden budgethouder.

Niet toegestaan

9.4.5 Eisen aan de invulling van het pgb

Als u gekozen heeft voor een pgb dan legt u de afspraken die u met een zorgverlener maakt vast in zorgovereenkomsten. Hiervoor moeten de modelovereenkomsten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) gebruikt worden. De SVB controleert en beheert het pgb-budget. U legt de concept-zorgovereenkomst voor aan de SVB. De SVB toetst de zorgovereenkomst arbeidsrechtelijk (wordt het arbeidsrecht in acht genomen). Als deze toets is gedaan, dan beoordelen wij de zorgovereenkomst op inhoud en afgesproken tarief.

Vanaf 1 april 2022 moeten alle zorgovereenkomsten een derdenbeding bevatten, die de budgethouder beschermt bij oneigenlijk gebruik van het budget door de zorgverlener. Door deze afspraak kunnen wij als gemeente, onterechte betalingen direct bij de zorgverlener terugvragen.

Als u kiest voor een pgb, dan koopt u zelf de hulp of voorziening die u nodig heeft. Hiervoor gelden enkele regels:

Uw pgb moet altijd bijdragen aan de doelen die in uw beschikking en in het Plan staan.

Koopt u professionele hulp in? Dan moet deze voldoen aan de actuele kwaliteitsnormen van de branche.

De hulp of voorziening moet zichtbaar, concreet en aantoonbaar helpen om uw doelen te bereiken.

Koopt u een hulpmiddel, woonvoorziening of vervoersvoorziening? Dan moet deze voldoen aan de wet en ongeveer net zo lang meegaan als de voorziening die de gemeente zou geven bij zorg in natura.

U bent zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van wat u inkoopt. Wij kunnen dit controleren met een heronderzoek.

9.5 Financiële tegemoetkoming

Financiële tegemoetkoming

U kunt een financiële tegemoetkoming krijgen als dit helpt om zelfstandig te blijven, mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk thuis te wonen. Wij beoordelen of dit een passende bijdrage is.

Een financiële tegemoetkoming:

hoeft niet volledig alle kosten te dekken (anders dan een pgb);

heeft geen kwaliteits- of verantwoordingsregels;

wordt niet via de SVB geregeld.

U kunt een tegemoetkoming krijgen voor:

a. Verhuiskosten en herinrichting

De hoogte is gebaseerd op het gemiddelde van twee offertes van verhuisbedrijven en de kosten voor herinrichting volgens de Nibud-prijzengids.

b. Aangepaste auto of bus

De kosten worden berekend op basis van het programma van eisen van het college en de laagste prijs uit twee offertes. We kijken welke kosten normaal zijn en welke extra kosten komen door uw beperking.

c. Meerkosten voor een aangepaste auto of bus

De tegemoetkoming is gebaseerd op het bedrag dat het UWV hanteert voor een standaardauto. Alleen de meerkosten boven dit bedrag komen in aanmerking. Dit kan gaan om aanschaf én aanpassing van de auto of bus.

Hoofdstuk 10 Slotbepalingen

In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld dat we kunnen afwijken van deze beleidsregels als dat nodig is. Ook is te lezen wat de officiële naam is van deze beleidsregels en wanneer deze ingaan.

10.1 Afwijken van de beleidsregels (Hardheidsclausule)

De gemeente kan afwijken van een artikel uit deze beleidsregels als toepassing van dat artikel een onredelijke uitkomst heeft voor u of voor iemand anders die direct bij het besluit betrokken is. Als er bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om af te wijken van het bovenstaande of uitzonderingen te maken, dan is dat mogelijk.

10.2 Ingangsdatum en naam

  • 1.

    Deze wordt genoemd Beleidsregels sociaal domein gemeente Lochem 2026.

  • 2.

    De beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 3.

    De ‘omgekeerde beleidsregels sociaal domein 2024’ vervallen met inwerkingtreding van deze beleidsregels.

Hoofdstuk 11 Begrippenlijst

Aanbieder(s): de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente.

Aangepast vervoer: vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi, niet zijnde openbaar vervoer.

Aanvraag: een verzoek van een inwoner om een besluit te nemen.

ADL-clusterwoning: een zelfstandige woning voor mensen met een ernstige lichamelijke handicap of chronische aandoening waar 24 uur per dag hulp en assistentie ingeroepen worden.

Algemeen gebruikelijke voorziening(en): een voorziening die

  • a.

    niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;

  • b.

    daadwerkelijk beschikbaar is;

  • c.

    een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie; en

  • d.

    financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.

Andere voorziening(en): een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de ondersteuning die hij nodig heeft, anders dan ondersteuning-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan bijvoorbeeld een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of voorliggende voorziening, of voorliggende voorzieningen op grond van andere regelingen, zoals alimentatie en toeslagen. Anw-uitkering: een maandelijkse uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet. Aow-leeftijd: leeftijd waarop een uitkering (pensioen) op grond van de Algemene ouderdomswet ingaat.

Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 van de IOAW en artikel 37 van de IOAZ. Awb: Algemene wet Bestuursrecht.

’t Baken: integrale toegang van de gemeente Lochem binnen het sociaal domein op het gebied van jeugd, wmo, participatie, inkomen, onderwijs, leerlingenvervoer en leerplicht.

Basisonderwijs: onderwijs op een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.

Basisschool: basisschool als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.

Beperking(en): de vermindering van mogelijkheden door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap. Dat heeft tot gevolg gehad dat er een belemmering is ontstaan in het sociaal-maatschappelijk functioneren, of, als het om vervoer naar school gaat, het vervoer naar school.

Beslagvrije voet: het bedrag dat iemand mag behouden van zijn of haar inkomen, zelfs als er beslag wordt gelegd op salaris of uitkering. Dit bedrag is bedoeld om ervoor te zorgen dat iemand in zijn of haar basislevensonderhoud kan voorzien, ondanks financiële problemen. De hoogte van de beslagvrije voet hangt af van het inkomen en de persoonlijke situatie, zoals met wie iemand samenwoont.

Bestuurlijke boete: een boete, vanwege het niet (behoorlijk) nakomen van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, van de IOAW, artikel 13, eerste lid, van de IOAZ, of artikel 30c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

BIG: beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. De Wet BIG geeft regels voor beroepen in de gezondheidszorg en beschermt patiënten tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. Op grond van de Wet BIG zijn bepaalde zorgverleners verplicht zich in te schrijven in het BIG-register.

Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering, bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.

Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatie-wet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.

Brede intake: de brede intake, bedoeld in artikel 14 Wet inburgering 2021.

Cliëntondersteuning: professionals of vrijwilligers die met u mee kunnen denken over zorg en ondersteuning. Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).

Dichtstbijzijnde school: school die het dichtst bij de woning of opstapplaats van het kind ligt, gemeten via de kortste route waarlangs het kind veilig kan reizen. Als het kind naar een speciale school voor basisonderwijs gaat, dan is de dichtstbijzijnde school de school in het samenwerkingsverband waarop het kind eerst zat, of een andere speciale school voor basisonderwijs binnen dit samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente goedkoper is.

Effect: het resultaat.

Eigen kracht: eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen.

Financiële buffer: het vermogen boven de vermogensgrens uit artikel 34, lid 3 van de Participatiewet, dat past bij de leefsituatie. Vermogen is de waarde van geld en bezittingen.

Forfaitaire en wettelijke loonkostensubsidie: loonkostensubsidie gaat om het verschil tussen de loonwaarde en het wettelijk minimumloon. Het betreft mensen die minder verdienen dan het wettelijk minimumloon. Forfaitaire loonkostensubsidie gaat om maximaal 50% loonkostensubsidie, voor een periode van 6 maanden als iemand in dienst treedt vanuit een uitkering. Wettelijke loonkostensubsidie betreft maximaal 70% van het minimumloon.

Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Hierdoor wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt.

Gebruikelijke ondersteuning: de ondersteuning die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot/ partner, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Onder gebruikelijke ondersteuning kan ook gebruikelijke zorg vallen. Gebruikelijke zorg is de zorg die gezinsleden normaal aan elkaar geven binnen het huishouden, omdat ze samen verantwoordelijk zijn voor dat huishouden.

Gecertificeerde instelling (GI): een instelling die de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering uitvoert.

Gedrag(en): het geheel van acties en reacties van een persoon.

Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem.

HHM-normenkader: een normenkader voor huishoudelijke ondersteuning, opgesteld door het bureau HHM. In dit normenkader is uitgewerkt hoeveel professionele inzet er gemiddeld nodig is voor de verschillende soorten werkzaamheden die onder de huishoudelijke ondersteuning vallen.

Inburgeringstraject: het duale traject dat is gericht op het afronden van een leerroute, Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM), Participatieverklaringstraject (PVT) en toeleiding naar participatie en/of werk;

Inkomen: het inkomen, uit artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Gaat het om vervoer naar school (hoofdstuk 6) dan wordt onder inkomen verstaan: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het inkomen wordt dan gemeten over het peiljaar (artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs).

Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 10.1 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Instelling(en): een organisatie die bedrijfsmatig zorg of ondersteuning verleent.

Inrichtingsnorm: andere vorm van bijstand voor inwoners die in een inrichting verblijven en een aantal andere bestaanskosten niet hebben.

Inwonerparticipatie: de mogelijkheid als inwoner om mee te praten met het beleid van de gemeente voor het eventueel aanpassen en verbeteren hiervan.

Inwoner(s): de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om:

  • a.

    Wmo-ondersteuning, dan betreft het de ingezetene van de gemeente als bedoeld in artikel 1.2.1 Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente meldt voor maatschappelijke opvang of beschermd wonen;

  • b.

    jeugdhulp, dan betreft het de jeugdige die zijn woonplaats in de gemeente heeft op grond van artikel 1.1

  • c.

    Jeugdwet;

  • d.

    schuldhulpverlening, dan betreft het degene die in de basisregistratie personen van de gemeente als ingezetene is ingeschreven.

Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die ondersteuning van de gemeente heeft gehad maar zijn woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor ondersteuning door de gemeente.

IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Jeugdhulp: ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

Jongere(n): als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Als het om werk en inkomen gaat: personen die jonger zijn dan 27 jaar.

Jongerenwerk: activiteiten die bij Stichting Welzijn Lochem worden georganiseerd. Stichting Welzijn Lochem is de plek en het netwerk van jongeren voor jongeren waar inspirerende en nuttige activiteiten worden georganiseerd. De jongerenwerkers helpen bij het proces van zelforganisatie door jongeren, ouders, vrijwilligers, maatschappelijke partners en ondernemers. De jongerenwerkers werken nauw samen met ‘t Baken, politie, Boa’s, scholen, en hulpverleners.

Kind(eren): de minderjarige (0-18 jaar).

Kostendelersnorm: de kostendelersnorm is onderdeel van de Participatiewet (Pw). Bij de kostendelersnorm telt het aantal huisgenoten mee voor de hoogte van uw bijstandsuitkering. Hoe meer volwassenen in uw huis wonen, hoe lager uw uitkering. De Participatiewet gaat ervan uit dat als meer mensen op hetzelfde adres wonen, zij de woonkosten kunnen delen.

Kortdurend verblijf: Kortdurend verblijf is het verblijf in een instelling voor een korte periode van de persoon waar de mantelzorger voor zorgt.

Leerbaarheidstoets: de toets zoals bedoeld in artikel 14, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet inburgering 2021.

Leerroutes: de B1-route als bedoeld in artikel 7, de onderwijsroute als bedoeld in artikel 8 en de zelfredzaamheidsroute, als bedoeld in artikel 9 van de Wet inburgering 2021.

Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg) verzekeringen.

Llv: de wetten die regelen dat gemeenten leerlingenvervoer aanbieden, dat wil zeggen de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra.

Maatschappelijke begeleiding: begeleiding van asielstatushouders als bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering 2021.

Mantelzorger(s): langdurig, vrijwillig en onbetaald zorgverlening aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig verleend voor minimaal 8 uur per week en langer dan 3 maanden.

MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, van de Wet inburgering 2021.

Maatwerkvoorziening: ondersteuning die is afgestemd op de persoonlijke situatie van de inwoner.

Medewerker(s): de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. Melding(en): het kenbaar maken van een ondersteuningsvraag aan de gemeente.

Normale dagelijkse activiteiten: noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen, bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo.

Ondersteuning:

  • a.

    ondersteuning bij de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, artikel 36 van de IOAW en artikel 36 van de IOAZ;

  • b.

    bijstand als bedoeld in artikel 7 Participatiewet;

  • c.

    een uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAW en artikel 5 IOAZ;

  • d.

    inkomensondersteuning op grond van de artikelen 108, eerste lid, en 147, eerste lid, Gemeentewet;

  • e.

    maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo;

  • f.

    jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;

  • g.

    schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs; of

  • h.

    een vervoersvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 6 (vervoer naar school).

Ondersteuning in natura: ondersteuning of zorg die de gemeente voor de inwoner inzet.

Ondersteuning-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening.

  • a.

    Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening (in natura of als pgb).

  • b.

    Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling die speciaal op de inwoner is afgestemd of bijzondere bijstand.

  • c.

    Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde ondersteuning bij het aflossen van schulden.

  • d.

    Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet.

Ondersteuningsvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft.

Ondertoezichtstelling: een maatregel van de rechter als de veiligheid en ontwikkeling van een kind ernstig wordt bedreigd.

Onderwijssoort: het soort onderwijs dat het kind nodig heeft gelet op zijn lichamelijke of geestelijke situatie. Openbaar vervoer: openbaar toegankelijk personenvervoer dat met een vaste route en een vaste dienstregeling rijdt (of vaart). Daaronder valt ook een buurtbus.

Opstapplaats: plaats die is aangewezen door de gemeente, vanaf waar het kind (de leerling) gebruik kan maken van het vervoer naar school.

Ouders: ouders, voogden of verzorgers van de jongere.

Participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.

Peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, waarvoor een vervoersvoorziening voor leerlingenvervoer wordt aangevraagd.

Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn.

Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart de gewenste ondersteuning wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan.

Pgb: persoonsgebonden budget.

Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de ondersteuning die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke ondersteuning gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die ondersteuning gewaarborgd worden.

PIP: het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie als bedoeld in artikel 15 van de Wet inburgering 2021.

PlusOV: verzorgt openbaar vervoer van deur tot deur in de gemeente Lochem en is bedoeld voor mensen die om welke reden dan ook geen gebruik kunnen maken van het reguliere openbaar vervoer.

PVT: het Participatieverklaringstraject als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van de Wet inburgering 2021.

Pw: Participatiewet.

Programma van eisen bouwkundige ingrepen: een PvE is een gedetailleerd document waarin specifieke eisen, waaronder functionele en technische eisen en verwachtingen zijn vastgelegd. Het dient als leidraad voor alle betrokken partijen en biedt een set van eisen waaraan het te ontwikkelen product of aanpassing moet voldoen.

Raamovereenkomst: een overeenkomst tussen de gemeenten uit de zorgregio Midden IJssel / Oost Veluwe over de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo.

Reistijd: de tijd tussen het moment van het verlaten van de woning en de starttijd van de school volgens de schoolgids. Van deze reistijd mag maximaal 10 minuten worden afgetrokken als het kind gewoonlijk iets voor de start van de school aankomt op school. Voor de terugreis geldt de tijd tussen de eindtijd van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning van het kind. Hierbij kan maximaal 10 minuten worden opgeteld voor een eventuele wachttijd voor openbaar vervoer of aangepast vervoer.

Richting: godsdienstige of levensbeschouwelijke richting.

Samenwerkingsverband:

  • 1.

    voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of

  • 2.

    voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Samenwonenden: degenen die een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.

School: basisschool, speciale school voor basisonderwijs, of school waar speciaal of voortgezet onderwijs wordt gegeven.

SKJ: Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Dat is het beroepsregister voor jeugdprofessionals in Nederland.

SMI: Sociaal Medische Indicatie. Deze regeling heeft als doel te voorzien in een financiële tegemoetkoming van kinderopvang op grond van een sociaal en/of medische indicatie.

Sociaal domein: een verzameling van wetten op het gebied van jeugd, onderwijs, zorg, werk, inkomen, schulden en inburgering welke door de gemeente worden uitgevoerd voor het welzijn van inwoners. Speciaal onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.

Uitkering(en): de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering.

Uitkeringsnorm: de maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.

Vavo-onderwijs: voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.

Vergoeding(en): vergoeding van kosten. In het kader van hoofdstuk 6 (vervoer naar school): de gehele of gedeeltelijke bekostiging van reiskosten, bedoeld in artikel 4 Wet op het primair onderwijs, artikel 4 Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4 van de Wet op de expertisecentra.

Verordening: bundeling van regels die door de gemeenteraad van Lochem zijn vastgesteld.

Voorliggende voorziening(en): een voorziening op grond van een andere regeling of van een andere organisatie. Gaat het om bijstand, dan wordt ermee bedoeld een voorziening als bedoeld in artikel 5 onderdeel e van de Participatiewet.

Voogdijmaatregel: het gezag over een minderjarig kind wordt door iemand dan de ouder uitgevoerd.

Voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet op het Voortgezet onderwijs.

Voorziening(en): ondersteuning in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb, geldbedrag, of een combinatie daarvan.

VSO (voortgezet speciaal onderwijs): is voor leerlingen die specialistische ondersteuning nodigen hebben, die het regulier onderwijs niet kan bieden.

Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Wet kinderopvang, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet op het primair onderwijs, de wet op het voortgezet onderwijs of de Wet op de expertisecentra.

Wettelijk minimumloon: het wettelijk minimumloon, bedoeld in de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag. Voor personen jonger dan 21 jaar: het leeftijdsgebonden minimumloon op grond van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

WIZ-indicatie: staat voor Wet langdurige zorg en is er voor mensen die dag en nacht zorg nodig hebben. Zij kunnen zelf niet (altijd) goed hulp inroepen, waardoor er soms gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.

Wlz-instelling: een instelling die zorg verleent op grond van de Wet langdurige zorg.

Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Wmo-ondersteuning: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.

Woning: de woonruimte waar de inwoner zijn hoofdverblijf heeft. Gaat het om vervoer naar school (hoofdstuk 6), dan is de woning de plaats waar het kind structureel (over een langere periode) en feitelijk verblijft.

Wsw: Wet sociale werkvoorziening.

Wvggz: Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

WSNP-traject: staat voor Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Het is een traject waaraan inwoners met problematische schulden kunnen deelnemen om schuldenvrij te worden.

Zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de normale dagelijkse activiteiten en het voeren van een gestructureerd huishouden, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.

Zorgproduct: een verzamelnaam van verschillende vormen van zorg binnen de Jeugdwet en de Wmo.

Zorgproductenboek: een beschrijving van elk zorgproduct en de eisen die daarbij komen kijken.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem in de vergadering van 3 februari 2026.

De secretaris, de burgemeester,

D. Kerkdijk F.T.J.M. Backhuijs