Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756812
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756812/1
Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet, inclusief nuloptiebeleid coffeeshops gemeente Ommen 2026
Geldend van 12-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet, inclusief nuloptiebeleid coffeeshops gemeente Ommen 2026De “Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet, inclusief nuloptiebeleid coffeeshops gemeente Ommen 2026” legt uit hoe de gemeente Ommen artikel 13b Opiumwet toepast en uitvoert. Het nuloptiebeleid coffeeshops maakt integraal onderdeel uit van deze beleidslijn.
Noodzaak en doel
De gemeente kan worden geconfronteerd met illegale (verkoop)locaties of productieplaatsen van verdovende middelen. Artikel 13b Opiumwet (hierna: art. 13b Ow), ook wel aangehaald als de Wet Damocles, biedt de burgemeester de bevoegdheid om een woning of lokaal te sluiten indien hier een middel als bedoeld in lijst I, lijst IA of lijst II van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is of indien deze handelingen worden voorbereid met het gebruik van daartoe geschikte voorwerpen en middelen.
Het doel van de Wet Damocles is de preventie en beheersing van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid en het voorkomen van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en het woon- en leefklimaat. Deze Beleidsregel heeft tot doel:
- •
De handhavingsactiviteiten van politie, justitie en gemeente op elkaar af te stemmen.
- •
Te realiseren dat tegen geconstateerde overtredingen wordt opgetreden met adequate en bestuursrechtelijke reactie, die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding en het beoogde effect van de maatregel.
- •
Kenbaar te maken aan de ‘overtreder’ welke (bestuursrechtelijke) maatregel van de overheid kan worden verwacht na een overtreding.
Hierop aansluitend is het doel van de sluitingsmaatregel om:
- •
Te verhinderen dat de woning of het lokaal (nog) wordt gebruikt ten behoeve van (georganiseerde) drugshandel en het drugscircuit.
- •
De bekendheid van de woning of het lokaal in het drugscircuit en/of als drugspand te doorbreken en de loop eruit te halen.
- •
Verdere aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de woning of het lokaal te voorkomen.
- •
Een signaal af te geven aan de drugswereld dat voor overtredingen van de Opiumwet in gemeente Ommen geen plaats is.
De maatregel is niet bedoeld als straf, maar is gericht op herstel van de situatie en de openbare orde. De maatregel ziet dan ook niet op een persoon, maar op een woning, lokaal of een daarbij behorend erf in kwestie
Overwegende dat:
- 1.
Het bestaande beleid dateert uit 2020;
- 2.
De jurisprudentie over de toepasselijkheid van artikel 13b Opiumwet zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld;
- 3.
Nieuwe inzichten, wensen en afwegingen hebben geleid tot een actualisatie van het beleid en de daaraan gekoppelde handhavingsmatrix(en);
- 4.
Het nuloptiebeleid van de gemeente Ommen is bekrachtigd in de Gezagsdriehoek Vechtdal op 10 december 2025;
- 5.
Gelet op artikel 13b Opiumwet.
Besluit:
De burgemeester besluit vast te stellen de “Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet, inclusief nuloptiebeleid coffeeshops gemeente Ommen 2026” (hierna: Beleidsregel).
Hoofdstuk 1: Juridisch kader
Voor de bestuurlijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op de aanwezigheid van harddrugs, lijst I), artikel 2a (verbod op de aanwezigheid van designerdrugs, lijst IA) en artikel 3 (verbod op de aanwezigheid van softdrugs, lijst II) van de Opiumwet is in die wet het artikel 13b opgenomen.
1.1 Damocles
Art. 13b Ow, ook wel aangehaald als de Wet Damocles, biedt een burgemeester de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen en woningen of voor het publiek toegankelijke lokalen te sluiten wanneer daar sprake is van activiteiten die samenhangen met drugshandel. De wettekst luidt:
|
Artikel 13b Opiumwet
|
Waar in deze Beleidsregel wordt gesproken over (drugs)handel wordt ook gedoeld op het daartoe aanwezig hebben van verdovende middelen, drugslaboratoria, hennepplantages, -knipperijen en –drogerijen of voorbereidingshandelingen daartoe.
1.2 Discretionaire bevoegdheid
Het toepassen van bestuursdwang is een discretionaire bevoegdheid. Dit houdt in dat het geen verplichting is om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Het toepassen van bestuursdwang kan ingrijpende gevolgen hebben voor de betrokkene(n). De bestuursdwangbevoegdheid mag daarom alleen worden toegepast als:
- •
er sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift in de zin van art. 13b Ow;
- •
de op te leggen maatregel noodzakelijk, geschikt en evenredig is;
- •
de op te leggen maatregel in redelijke verhouding staat tot de overtreding en de met de maatregel te dienen doelen. Deze verhouding staat bekend als het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel.
1.3 Evenredigheidsbeginsel
Het evenredigheidsbeginsel, voorheen beter bekend als de proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginselen, betekent dat de bevoegdheid alleen wordt toegepast indien de maatregel en de gevolgen daarvan in verhouding staan met de begane overtreding. Vanuit dit oogpunt is er gekozen voor een getrapt optreden. De burgemeester kan op basis van feiten en omstandigheden in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van deze beleidslijn. De afwijking kan zowel een lichtere als een zwaardere maatregel betreffen.
In het kader van het evenredigheidsbeginsel zal de burgemeester zich, bij het opleggen van een maatregel, moeten vergewissen van de gevolgen van de maatregel, daaronder gerekend de (toekomstige) huisvestingssituatie van eventuele bewoners van een pand. Deze gevolgen worden betrokken bij de te maken belangenafweging.
1.4 Afwijkingsbevoegdheid
In beginsel wordt er overeenkomstig deze Beleidsregel besloten. Er kunnen zich echter situaties voordoen die dermate ernstig of bijzonder zijn dat afgeweken moet worden. In het belang van de doelen, zoals in deze Beleidsregel beschreven, kan in dat geval een zwaardere maatregel worden getroffen.
Daarnaast kunnen zich situaties voordoen waarbij het handelen volgens deze Beleidsregel voor een of meer belanghebbenden dermate onevenredige gevolgen hebben, dat de burgemeester van zijn beleidslijn dient af te wijken overeenkomstig art. 4:84 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). In het belang van de betrokkene(n) kan in dat geval een lichtere maatregel worden getroffen.
1.5 Bestuursrecht en strafrecht
De systematiek van het bestuursrecht is een andere dan die van het strafrecht. Het doel van het bestuursrecht is het wegnemen van de illegale/ongewenste situatie (herstelsanctie), waar het doel van het strafrecht is om de overtreder te straffen (strafsanctie). Het bestuursrecht en strafrecht werken in de handhaving van de Opiumwet complementair aan elkaar. Wanneer er enkel gebruik wordt gemaakt van het strafrecht, wordt/worden de overtreder(s) vervolgd. De woning of het lokaal als drugslab, kwekerij of verkooplocatie blijft bestaan, althans de bekendheid daarvan in het criminele milieu. Voortzetting van de activiteiten wordt dan eenvoudig door anderen overgenomen. Het daadwerkelijk opheffen van het drugslab, de kwekerij of de verkooplocatie biedt – naast de strafvervolging van de overtreder(s) – een noodzakelijk preventief en repressief instrument ter bescherming van de openbare orde en bevordering van het algehele woon- en leefklimaat.
1.6 Algemene uitgangspunten
A. Onderscheid harddrugs en softdrugs
In de aanpak wordt onderscheid gemaakt tussen de aanwezigheid van harddrugs of softdrugs. De activiteiten die gerelateerd zijn aan harddrugs hebben een grotere negatieve invloed op het woon- en leefklimaat. De handel van harddrugs gaat immers, naar algemene ervaringsregels, gepaard met grotere geldstromen en zwaardere vormen van geweld. Het produceren van harddrugs gaat bovendien vaak gepaard met chemicaliën die een extra groot gevaar vormen voor de omgeving en grotere gevolgen voor het milieu met zich meebrengen. Een langere sluitingstijd is daarom bij de handel in harddrugs noodzakelijk en geboden.
B. Handelshoeveelheid drugs en voorbereidingshandelingen
In de “Aanwijzing Opiumwet” wordt onder een geringe hoeveelheid verstaan: een hoeveelheid/dosis die doorgaans wordt aangeboden als gebruikershoeveelheid. In het geval van harddrugs (lijst I) kan worden gedacht aan één (1) bolletje, één (1) ampul, één (1) wikkel, één (1) pil/tablet (in elk geval een aangetroffen hoeveelheid van maximaal 0,5 gram); een consumptie-eenheid van 5 (vijf)) ml GHB. In het geval van softdrugs (lijst II) dient te worden uitgegaan van maximaal 5 (vijf) hennepplanten of –stekjes; maximaal 5 (vijf) gram hennep of hasjiesj. Ook voor lijst IA wordt aangesloten bij deze hoeveelheden. Bij hoeveelheden hoger dan de gebruikershoeveelheid kan er doorgaans vanuit worden gegaan dat deze bedoeld is voor handel 1 .
Er wordt gesproken over voorbereidingshandelingen wanneer er voorwerpen of stoffen als bedoeld in art. 10 a, lid 1 onder 3 of art. 11a van de Opiumwet voorhanden zijn. Ofwel, wanneer er voorwerpen of stoffen voorhanden zijn die, vanwege hun aard en hoeveelheid of gezien de onderlinge combinatie, geschikt zijn om drugs te vervaardigen.
C. Verwijtbaarheid van betrokken personen
Het toepassen van bestuursdwang is erop gericht de handel in of vanuit een (on)bewoonde woning en daarbij behorend erf of vanuit een lokaal te beëindigden, beëindigd te houden en de openbare orde in de omgeving te herstellen. In beginsel is het voor het bestuursrechtelijk optreden niet van belang of de eigenaar, exploitant/huurder, gebruiker of een derde de overtreding heeft begaan. De feitelijke constatering van overtreding van de Opiumwet is voldoende om over te gaan tot handhavend optreden.
D. Onderscheid woningen en lokalen
Handel in drugs vanuit lokalen en (on)bewoonde woningen, dan wel in of daarbij behorende erven, is vanzelfsprekend ontoelaatbaar. Voor bewoonde woningen ligt dit in beginsel niet anders.
Niettemin is het van belang dat er in deze Beleidsregel een onderscheid wordt gemaakt tussen onbewoonde woningen enerzijds en bewoonde woningen anderzijds en (al dan niet voor het publiek toegankelijke) lokalen. In de regel heeft de sluiting van een bewoonde woning immers grotere gevolgen voor de betrokkene(n) in kwestie. Voor de vraag of een pand als woning of als lokaal moet worden aangemerkt, wordt aangesloten bij het feitelijke gebruik ervan. De gegevens uit de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) leveren een aanwijzing op, maar de bevindingen van de politie zijn hierin leidend.
Indien er geen sprake is van een bewoonde woning, wordt het pand dan wel de ruimte beschouwd als lokaal in de zin van deze beleidslijn. Een onbewoonde woning kan, zeker als deze feitelijk alleen als drugspand wordt gebruikt, als lokaal worden aangemerkt (ook bij schijnbewoning). Ook vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen, garages en andere bedrijfsruimten) in deze categorie.
Bij schijnbewoning wordt de indruk van bewoning gesimuleerd, bijvoorbeeld door het plaatsen van schaars meubilair in de woonkamer. Dat in de woning wordt geslapen, bijvoorbeeld blijkende uit de aanwezigheid van een slaapzak en dat gebruikte kleding wordt aangetroffen, maakt niet dat er sprake is van bewoning. Gebruik voor woondoeleinden met een meer dan incidenteel karakter is dan niet aannemelijk.
E. Uitgangspunt is herstellen
Het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom is een herstelsanctie zoals bepaald in art. 5:2 lid 1 onder b van de Awb. Een herstelsanctie is een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van de overtreding, tot het voorkomen van herhaling van de overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding. Toepassing ervan moet voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Bij de beoordeling om tot sluiting over te gaan worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken:
- •
Toeloop van leveranciers en/of kopers van drugs, voorwerpen of stoffen, als bedoeld in art. 11a Ow, naar de woning of het lokaal.
- •
Gevaar voor de openbare orde, de veiligheid en/of de gezondheid als gevolg van de drugshandel of de voorbereidingshandelingen.
- •
De straat of buurt waarin de drugshandel of de voorbereidingshandelingen hebben plaatsgevonden, de aanwezigheid van actuele drugsgerelateerde activiteiten of een link met het criminele circuit.
Een last onder bestuursdwang is een herstelsanctie waarbij het bestuursorgaan de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan maakt door feitelijk handelen, als de overtreder de opgelegde last niet of niet tijdig uitvoert, of indien sprake is van spoedeisende omstandigheden.
Een last onder dwangsom is een herstelsanctie gericht op geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding en de verplichting tot betaling van een geldsom als de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Een last onder dwangsom wordt altijd aan een persoon opgelegd en kan daarom alleen worden ingezet als de overtreder bekend is. Een last onder bestuursdwang is gericht tegen een bepaald pand.
F. Huur of koopwoning
Zowel huurwoningen van woningcorporaties, woningen die particulier worden verhuurd als koopwoningen kunnen op grond van artikel 13b Opiumwet worden gesloten. Indien sprake is van een huurwoning kan de verhuurder, waaronder een woningcorporatie of particuliere verhuurder, maatregelen treffen ter beëindiging van de overtreding en ter voorkoming van herhaling, zoals het beëindigen van de huurovereenkomst.
Een belanghebbende kan bij de burgemeester een gemotiveerd verzoek indienen tot vervroegde opheffing van een sluitingsbesluit. Het uitgangspunt is nadrukkelijk dat een opgelegde sluiting wordt geëffectueerd en slechts bij uitzondering tussentijds wordt opgeheven. Een verzoek tot vervroegde heropening kan in beginsel alleen worden ingewilligd als:
- •
de vrees voor herhaling is weggenomen;
- •
sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die aanleiding geven tot een hernieuwde belangenafweging;
- •
aantoonbaar voldoende maatregelen zijn getroffen om herhaling van een overtreding van de Opiumwet te voorkomen.
Een verzoek wordt in ieder geval niet ingewilligd indien degene tot wie de sluiting zich richtte nog steeds gebruiker is van het pand. Bij een lokaal dient bovendien sprake te zijn van een aantoonbaar gewijzigd gebruik, waaruit blijkt dat een nieuwe onderneming is gevestigd.
Hoofdstuk 2: Lokale situatie Ommen (nuloptiebeleid)
De gemeenteraad wil geen coffeeshops toestaan in de gemeente. De gemeente verleent bij een eventuele aanvraag dan ook geen exploitatievergunning voor een coffeeshop (nuloptiebeleid).
2.1 Coffeeshops
Een coffeeshop is een alcoholvrije horeca-inrichting waar handel in en gebruik van cannabisproducten plaatsvindt. Om de markten softdrugs-harddrugs te scheiden, daarmee ‘overstappen’ naar harddrugs te voorkomen en om overlast tegen te gaan in de vorm van illegale straathandel is in Nederland een specifiek coffeeshopbeleid, of beter gezegd gedoogbeleid, ontstaan. Onder strenge voorwaarden, die in de “Aanwijzing Opiumwet” staan beschreven, wordt er niet strafrechtelijk opgetreden tegen de verkoop van producten in coffeeshops die op lijst II staan.
2.2 Nuloptie of maximumstelsel
Gemeenten kunnen ervoor kiezen om een nuloptiebeleid of een maximumstelsel te voeren. Wanneer een gemeente heeft gekozen voor het nuloptiebeleid, worden er geen coffeeshops binnen de gemeentegrenzen toegestaan. Bij een maximumstelsel stelt de gemeente een maximum aan het aantal coffeeshops dat zij toestaat binnen haar gemeentegrenzen. De gemeente Ommen hanteert een nuloptiebeleid. In de buurgemeente Hardenberg is al aanbod voor de aankoop van cannabis.
Het nuloptiebeleid geeft een kader om aanvragen voor een gedoogbeschikking voor het vestigen van een coffee-, head-, smart- of growshop te weigeren. Vestigt zich toch een verkooppunt van cannabis dan kan er handhavend worden opgetreden, ook wanneer het verkooppunt voldoet aan de gedoogcriteria.
De vestiging van een coffeeshop kan ongewenste effecten hebben op het woon- en leefklimaat. Het veiligheidsgevoel van inwoners kan hierdoor worden aangetast. Uitgangspunt van het nuloptiebeleid is te voorkomen dat de veiligheid, openbare orde, het woon- en leefklimaat en/of de gezondheid van de inwoners van de gemeente nadelig wordt beïnvloed als direct of indirect gevolg van de vestiging van een coffeeshop.
Daarnaast zijn er in de aangrenzende gemeente Hardenberg coffeeshops te bereiken om toch in de behoeften te voorzien. De burgemeester verleent daarom geen gedoogbeschikking en/of exploitatievergunning voor coffees-, head-, smart- of growshops.
Hoofdstuk 3: Handhaving
De bestuursrechtelijke handhaving van art. 13b Ow bestaat uit het opleggen van een herstelsanctie. De herstelsancties bestaan uit het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. In beide gevallen is de sanctie erop gericht om de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of te beëindigen en de gevolgen van een overtreding weg te nemen of te beperken. Wanneer welke sanctie wordt toegepast is weergegeven onder hoofdstuk 3, paragraaf 3 (3.3).
Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij de maatregel in de handhavingsmatrix te zwaar (of te licht) is voor de specifieke situatie. Denk bijvoorbeeld aan een geringe overtreding van een inwonende jongere of andere schrijnende of juist ernstige of extreme situaties. In dit soort gevallen kan de burgemeester ervoor kiezen af te wijken van deze beleidslijn, door bijvoorbeeld niet te sluiten maar een waarschuwing te geven of een last onder dwangsom op te leggen, dan wel juist langer te sluiten dan is voorgeschreven.
Indien sprake is van kwetsbare personen, waaronder minderjarigen, wordt waar nodig afgestemd met betrokken partners binnen het zorg- en veiligheidsdomein, teneinde onevenredige gevolgen te beperken.
3.1 Ernstig geval
Het is mogelijk dat zich ‘verzwarende omstandigheden’ voordoen waardoor sprake is van een zogenoemd ‘ernstig geval’. In dat geval wordt een zwaardere maatregel toegepast. Hieronder staan de belangrijkste feiten en omstandigheden die kunnen worden aangemerkt als verzwarend. Deze opsomming is niet limitatief.
- 1.
Signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, weegschalen, grote geld sommen, assimilatielampen, capaciteit van de kwekerij, vermoeden van eerdere oogsten et cetera.
- 2.
Er is sprake van gewelds- of andere openbare orde delicten gelieerd aan de locatie.
- 3.
Er zijn op de betreffende locatie verboden wapens aangetroffen als bedoeld in de Wet wapens en munitie.
- 4.
De gebruikers c.q. eigenaren van het pand hebben antecedenten t.a.v. de Opiumwet en/of de Wet wapens en munitie en/of antecedenten op het gebied van geweld tegen personen of zaken, bedreiging of diefstal en dergelijke.
- 5.
Er is sprake van recidive daaronder in ieder geval begrepen eerdere overtredingen door de gebruikers of eigenaren van het pand van de Opiumwet en/of eerdere sluiting van eigendommen van één of meerdere pandeigenaren op grond van artikel 13b Opiumwet.
- 6.
Er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld op Lijst I, IA en II Opiumwet.
- 7.
De mate van gevaarzetting en de risico’s voor de omgeving is bovengemiddeld.
- 8.
De mate van overlast rondom de locatie is bovengemiddeld.
- 9.
De aannemelijkheid dat er ook andere locaties betrokken zijn bij de drugshandel.
- 10.
Overige feiten en/of omstandigheden die duiden op georganiseerde drugshandel en/of ernstig ondermijnende criminaliteit in (georganiseerd) verband.
In elk geval wordt aangenomen dat sprake is van een ernstig geval bij meer dan duizendmaal de handelshoeveelheid. Het gaan dan om 5 (vijf) kilogram softdrugs of 500 (vijfhonderd) gram harddrugs.
3.2 Besluitvormingsprocedure
A. Zienswijze/ spoedeisende bestuursdwang
Ter voorbereiding van een besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom wordt in beginsel een voornemen bekendgemaakt aan de overtreder en aan overige belanghebbenden, waaronder in ieder geval de eigenaar van het pand, indien deze niet tevens overtreder is.
Belanghebbenden worden daarbij in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk (artikelen 4:8 en 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht).
Van het bekendmaken van een voornemen kan worden afgezien indien de vereiste spoed zich daartegen verzet, als bedoeld in artikel 4:11, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht. In dat geval worden belanghebbenden zo spoedig mogelijk na het nemen van het besluit geïnformeerd.
Het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom wordt op schrift gesteld en aangetekend bekendgemaakt aan de overtreder en aan andere rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last ziet, waaronder in ieder geval de eigenaar van het pand (artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht).
In de last onder bestuursdwang inhoudende sluiting worden in ieder geval de volgende elementen opgenomen:
- •
Bevel tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. De last houdt in dat het pand ontoegankelijk is en blijft gedurende de termijn van sluiting en dat een aankondiging van de sluiting duidelijk zichtbaar wordt aangebracht op het betreffende pand.
- •
Aanduiding van het pand, adres en kadastraal nummer. De last houdt een concrete omschrijving in van wat moet worden gesloten en gesloten moet worden gehouden en in voorkomend geval een nadere aanduiding van de betreffende ruimten dan wel erven.
- •
Termijn van de sluiting.
- •
Motivering van de last inhoudende sluiting, waarbij wordt verwezen naar onderhavige Beleidsregel.
- •
begunstigingstermijn. In de last wordt een termijn opgenomen van minimaal drie werkdagen. Als echter het pand al gesloten is ten tijde van het nemen van het besluit, volstaat een kortere begunstigingstermijn;
- •
Rechtsmiddelenclausule. Tegen het besluit kunnen belanghebbenden bezwaar maken en een voorlopige voorziening vragen.
- •
Eventueel de mogelijkheid om opheffing van de sluiting te verzoeken.
- •
Aanzegging tot kostenverhaal in het geval het bestuursorgaan de last dient uit te voeren. Dit geldt wanneer de last niet, binnen de in het besluit aangegeven begunstigingstermijn, geheel wordt uitgevoerd.
- •
De wijze van sluiting van het pand: de eigenaar van het pand wordt in de gelegenheid gesteld het pand zorgvuldig af te sluiten. De gemeente plakt verzegeling op bijvoorbeeld deuren en/of ramen om te kunnen controleren of deze ook daadwerkelijk gesloten blijven tijdens de periode van sluiting.
- •
Voldoet de eigenaar van het pand in eerste instantie niet aan de last onder bestuursdwang om het pand te sluiten, dan wordt de eigenaar van het pand nogmaals in de gelegenheid gesteld dit te doen. Geeft de eigenaar geen gehoor aan deze tweede oproep, dan zorgt de gemeente voor de sluiting. Hierbij zijn de meerder mogelijkheden van toepassing: de sloten worden vervangen, er wordt een hangslot geplaatst of ramen worden dichtgetimmerd. Dit gebeurt door de gemeente op kosten van de eigenaar.
B. Begunstigingstermijn
In een last onder bestuursdwang of dwangsom dient in de regel een begunstigingstermijn te worden opgenomen. Begunstiging houdt in dat de overtreder de gelegenheid krijgt om zelf aan de last te voldoen binnen de gestelde termijn. Omdat de vereiste spoed bij een last onder bestuursdwang zich daar tegen verzet wordt in de regel overeenkomstig art. 5:31 Awb gebruik gemaakt van een last zonder begunstigingtermijn. Wel wordt de gebruiker in de gelegenheid gesteld (persoonlijke) goederen uit het lokaal of de woning te halen en het pand deugdelijk achter te laten. In de last wordt een termijn opgenomen van minimaal drie werkdagen. Indien echter het pand al gesloten/leeg is ten tijde van het nemen van het besluit, volstaat een kortere begunstigingstermijn.
C. Aanzegging tot kostenverhaal
De toepassing van bestuursdwang geschiedt overeenkomstig art. 5:25 Awb op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten naar redelijke maatstaven niet of niet geheel op de overtreder kunnen worden verhaald.
D. Bekendmaking en registratie van het besluit
Het besluit tot sluiting van een woning of een lokaal en bijbehorend erf op grond van artikel 13b Ow wordt geregistreerd en gepubliceerd in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (hierna: WKPB). Deze wet houdt in dat iedere overheidsinstantie die publiekrechtelijke beperkingen mag opleggen hier een administratie van moet bijhouden. Daarnaast is het verplicht de gegevens voor kadastrale objecten, waarop een beperking rust, te melden aan de zogenaamde Landelijke Voorziening. Dit betekent dat elk besluit tot sluiting centraal binnen de betreffende gemeente wordt geregistreerd, waarna de melding aan de Landelijke Voorziening wordt verzocht. Als de sluiting wordt opgeheven, wordt dit aangepast in het WKPB-register. Een last onder dwangsom wordt bekendgemaakt aan alle rechtstreeks betrokkenen. Dit zijn de eigenaren en/of gebruikers van de woning of het lokaal en alle overige rechthebbenden van de zaak.
E. Effectuering van de sluiting
Een last onder bestuursdwang heeft tot gevolg dat een pand ontoegankelijk is en blijft gedurende de termijn van sluiting en dat een aankondiging van de sluiting duidelijk zichtbaar wordt aangebracht op het betreffende pand. Veelal wordt de sluiting door een feitelijke handeling van verzegeling (art. 5:28 Awb) geëffectueerd. Het doorbreken van het zegel is strafbaar op grond van art. 199 Wetboek van Strafrecht. Daarnaast is in artikel 2:41 lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) het betreden van een gesloten pand, woning of erf strafbaar gesteld.
Als de overtreder en/of rechthebbende op het gebruik van de zaak geen gevolg geeft aan de last onder bestuursdwang, maakt de burgemeester de woning, het lokaal of gebouw op een andere wijze ontoegankelijk, bijvoorbeeld door andere sloten op de toegangsdeuren aan te (laten) brengen. Ook deze kosten van bestuursdwang komen voor rekening van de overtreder, tenzij dit redelijkerwijs niet kan.
Bij panden die aan verschillende personen worden verhuurd (zoals kamerverhuurpanden) of waar dieren verblijven wordt, indien dit mogelijk is, besloten tot gedeeltelijke sluiting door sluiting van de afzonderlijke kamer(s) of een gedeelte van het pand. De rest van het pand blijft dan voor derden toegankelijk. Hierdoor worden bijvoorbeeld medebewoners/dieren, die niets met de overtreding te maken hebben, niet onnodig getroffen. Bij aanhoudende overlast wordt het pand alsnog in zijn geheel gesloten.
Bewoners die niets met de overtreding(en) in en rond het pand te maken hebben, kunnen worden getroffen door het sluitingsbesluit. Uit jurisprudentie met betrekking tot artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) blijkt dat in dit geval aan de ‘onschuldige’ bewoner passende, vervangende woonruimte moet worden aangeboden.
Bij de toepassing van artikel 13b Opiumwet in woningen wordt uitdrukkelijk getoetst aan artikel 8 van het EVRM. Daarbij wordt beoordeeld of de maatregel noodzakelijk en evenredig is in het licht van het recht op respect voor het privéleven en de woning.
F. Innen
Als na het opleggen van een last onder dwangsom een nieuwe overtreding is geconstateerd wordt een dwangsom verbeurd. De betrokkene wordt hiervan op de hoogte gesteld. Daarbij wordt het tot die datum verbeurde bedrag vermeld. Ook wordt aangegeven dat binnen zes weken, na het moment van de geconstateerde overtreding, dat bedrag op een bepaalde wijze moet worden voldaan (art. 5:33 Awb).
G. Samenloop
Bij cumulatie van op te leggen maatregelen, op grond van deze Beleidsregel, is de zwaarst gestelde maatregel van toepassing. De toepassing van bestuursdwang door de burgemeester laat onverlet de toepassing van andere bestuursrechtelijke bevoegdheden.
H. Afwikkeling
Na afloop van de sluitingstermijn van een last onder dwangsom kan de eigenaar de woning of het lokaal in beginsel weer in gebruik nemen. Dit kan anders zijn als een verlenging op zijn plaats is, omdat de vrees voor herhaling niet is weggenomen. De sluiting kan in dat geval verlengd worden. De betrokkene(n) wordt/worden bij een mogelijke verlenging opnieuw gehoord. Een besluit tot verlenging van de sluiting vindt uitsluitend plaats na een hernieuwde belangenafweging, waarbij wordt beoordeeld of de vrees voor herhaling nog actueel is en of voortzetting van de sluiting nog noodzakelijk en evenredig is.
Een andere mogelijkheid is dat in plaats van een verlenging een last onder dwangsom wordt opgelegd. Als een last onder dwangsom niet effect blijkt kunnen in plaats van de oorspronkelijke dwangsombedragen hogere bedragen worden opgelegd door middel van het opleggen van een nieuwe, c.q. gewijzigde last onder dwangsom.
3.3 Handhavingsmatrix
Het sanctiebeleid wordt in onderstaande matrixen (paginweergegeven. Bij herhaling van een overtreding is de bekendheid van het pand groter en is een langere sluitingstijd noodzakelijk. Voorbereidingshandelingen worden vanwege de rol die zij innemen in de drugshandel gekwalificeerd als een ernstig geval. Daarbij wordt aangesloten bij het type drugs waar de voorbereidingen op zien.
Artikel 3.3.1 Handhavingsmatrix artikel 13b Opiumwet
WONINGEN EN BIJBEHORENDE ERVEN
|
Softdrugs2 |
Harddrugs3 |
|||
|
Regulier |
Ernstig geval |
Regulier |
Ernstig geval |
|
|
1ste overtreding |
Last onder dwangsom4 |
Sluiting 4 weken |
Sluiting 4 weken |
Sluiting 8 weken |
|
2de overtreding |
Sluiting 8 weken |
Sluiting 12 weken |
Sluiting 12 weken |
Sluiting 16 weken |
|
3de overtreding |
Sluiting 16 weken |
Sluiting 20 weken |
Sluiting 20 weken |
Sluiting 24 weken |
LOKALEN EN BIJBHORENDE ERVEN
|
Softdrugs |
Harddrugs |
|||
|
Regulier |
Ernstig geval |
Regulier |
Ernstig geval |
|
|
1ste overtreding |
Last onder dwangsom |
Sluiting 6 weken |
Sluiting 6 weken |
Sluiting 12 weken |
|
2de overtreding |
Sluiting 12 weken |
Sluiting 18 weken |
Sluiting 18 weken |
Sluiting 24 weken |
|
3de overtreding |
Sluiting 24 weken |
Sluiting 30 weken |
Sluiting 30 weken |
Sluiting 36 weken |
Hoofdstuk 4: Slotbepalingen
4.1 Toelichting
Meer informatie over de toepassing van deze Beleidsregel door de gemeente Ommen staat in de toelichting (zie bijlage 1).
4.1 De oude beleidsregel wordt ingetrokken
De “Beleidsregel Bibob Ommen 2022” vastgesteld op 29 november 2022 wordt ingetrokken.
4.3 Overgangsrecht
De “Beleidsregel Bibob Ommen 2022” blijft van toepassing op overtredingen van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, die geconstateerd zijn voor de datum van inwerkingtreding van de nieuwe Beleidsregel.
4.3 Startdatum nieuwe beleidsregel
De “Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Ommen 2026” is vastgesteld door de burgemeester op 3 februari 2026 en treedt in werking de dag na bekendmaking.
Ondertekening
Zo is besloten op 3 februari 2026:
Burgemeester van de gemeente Ommen,
mr. drs. J.M. Vroomen
Bijlage 1 Toelichting op toepassing van deze Beleidsregel
Voor de bestuurlijke handhaving verstrekt de politie de benodigde informatie aan de burgemeester. Deze informatieverstrekking vindt schriftelijk plaats in de vorm van een hennepbericht of bestuurlijke rapportage waarbij de burgemeester informatie krijgt over de geconstateerde feiten, het optreden en de bevindingen van de politie die voortvloeien uit een strafrechtelijk onderzoek. Daarbij wordt aangetekend dat aan de bewijslast voor bestuursrechtelijke maatregelen minder zware eisen worden gesteld dan in het kader van het strafrecht. Deze Beleidsregel is van toepassing op alle vormen van drugshandel en -productie, zoals bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet, in zowel hard- of softdrugs. In deze beleidslijn wordt verstaan onder:
- •
Drugs: de middelen als bedoeld in lijst I (harddrugs) of II (softdrugs) van de Opiumwet.
- •
(Drugs)productie: het telen of bereiden van drugs.
- •
Productiemiddel voor drugs: een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet.
Met een pand wordt in deze Beleidsregel bedoeld een lokaal of woning en de daarbij behorende erven en ruimten. Ook mobiele lokalen, zoals containers of trailers en het erf waarop ze staan vallen onder de werking van deze beleidslijn.
Het begrip verkoop wordt ruim geïnterpreteerd: het totaal aan handelingen dat rechtstreeks tot de overdracht van het verkochte leidt. Ook voorbereidingshandelingen van drugshandel, zoals het maken van afspraken om drugs te verkopen tussen leverancier en afnemer, al dan niet via een tussenpersoon worden hieronder verstaan. Dit betekent dat, zelfs bij het leggen van contacten of het niet plaatsvinden van de levering en betaling vanuit het lokaal of de woning, sprake kan zijn van verkoop vanuit dat lokaal of die woning.
Onder andere de volgende indicatoren worden beschouwd als verzachtend en kunnen ertoe leiden dat de burgemeester besluit een kortere sluiting op te leggen of te kiezen voor een waarschuwing:
- •
Indien minderjarige kinderen feitelijk in de woning verblijven, worden hun belangen expliciet en kenbaar betrokken bij de belangenafweging. De aanwezigheid van minderjarigen kan aanleiding geven tot het afzien van sluiting door het geven van een waarschuwing, het toepassen van een lichtere maatregel of het hanteren van een langere begunstigingstermijn.
- •
De hoeveelheden drugs en/of productiemiddelen die aangetroffen zijn
- •
Het aantal ruimten in de woning dat wordt gebruikt voor het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig hebben van drugs of de productie of bewerking van drugs.
- •
Het feit dat de woning dermate is aangepast op de beperkingen van de bewoner(s), dat die geen geschikte andere woonruimte kan vinden op korte termijn.
Als een bestuursrechtelijke maatregel is opgelegd of waarschuwing is gegeven, geldt een periode van 5 jaar na verzenddatum van de bestuursrechtelijke maatregel of waarschuwing waarbinnen een volgende constatering leidt tot de volgende stap/bestuursrechtelijke maatregel in de handhavingsmatrixen. Indien meer dan 5 jaar na verzenddatum van de bestuursrechtelijke maatregel of waarschuwing een constatering wordt gedaan, dan geldt deze als 1e constatering en wordt volgens die constatering opgetreden (waarschuwing of bestuursrechtelijke maatregel).
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl