Participatieverordening gemeente Dordrecht

Geldend van 12-02-2026 t/m heden

Intitulé

Participatieverordening gemeente Dordrecht

De RAAD van de gemeente Dordrecht;

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van dinsdag 18 december 2025 inzake Participatieverordening gemeente Dordrecht;

gezien de beleidsnota visie en aanpak (burger)participatie Dordrecht en de bijbehorende Dordtse Participatie Praatplaat;

overwegende dat overwegende dat het van belang is lokale besluitvorming en uitvoering door middel van participatie van inwoners en andere betrokkenen te verrijken, de samenwerking te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure;

gelet op gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;

b e s l u i t :

vast te stellen de navolgende PARTICIPATIEVERORDENING GEMEENTE DORDRECHT

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen, kaders en uitgangspunten

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Belanghebbende: een natuurlijk - of rechtspersoon wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is;

  • b.

    Beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;

  • c.

    Bestuursorgaan: het bestuursorgaan van de gemeente dat bevoegd is om over participatie of inspraak een besluit te nemen; afhankelijk van de inhoud van de gemeentelijke opgave is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;

  • d.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht;

  • e.

    Coproduceren: het door gemeente en daartoe uitgenodigde deelnemers in gezamenlijk overleg ontwikkelen van een plan met inachtneming van vooraf meegegeven kaders;

  • f.

    Inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;

  • g.

    Inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

  • h.

    Inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;

  • i.

    Maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités en andere organisaties zonder winstoogmerk die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving in de gemeente Dordrecht;

  • j.

    Overheidsparticipatie: het op voorstel van inwoners en/of maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij een idee vanuit de maatschappij evenals de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid. Daaronder ook het uitdaagrecht begrepen;

  • k.

    Participatie: de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners of maatschappelijke partijen gericht op het (op interactieve wijze) betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid en projecten, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonersparticipatie en overheidsparticipatie begrepen;

  • l.

    Raadplegen: het gelegenheid geven aan ingezetenen en belanghebbenden om ideeën, wensen en meningen naar voren te brengen of voorkeuren aan te geven die bij de beleidsvorming of de uitvoering worden betrokken;

  • m.

    Uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 2 Reikwijdte

  • 1.

    Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast.

  • 2.

    Het bestuursorgaan past bij toepassing van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe.

  • 3.

    Participatie, waaronder inspraak, wordt alleen verleend aan inwoners en maatschappelijke partijen die lokaal actief zijn of belanghebbende zijn in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht.

  • 4.

    Het bestuursorgaan kan besluiten van deze verordening af te wijken als:

    • a.

      sprake is van een reeds lopend uitvoerings- of evaluatietraject of van een ondergeschikte herziening van zo’n traject of van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;

    • b.

      andere wet- of regelgeving in participatie voorziet of uitsluit;

    • c.

      sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • d.

      het gaat om het vaststellen van de begroting of van de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen;

    • e.

      het belang van de participatie of de inspraak niet opweegt tegen het belang van een snelle besluitvorming of uitvoering of wegens andere gewichtige of dringende reden;

    • f.

      het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving;

    • g.

      het om interne en/of organisatorische aangelegenheden van de gemeente gaat;

    • h.

      het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van handhaving van de openbare orde en veiligheid.

  • 5.

    Het bestuursorgaan geeft in lid 4 genoemde bedoelde gevallen aan of en zo ja op welke deelaspecten van het besluit, bijvoorbeeld randvoorwaarden of het proces, de participatieverordening wel van toepassing wordt geacht.

  • 6.

    Het bestuursorgaan geeft inzicht in de gemeentelijke projecten, zodat inwoners, organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden op tijd invloed kunnen uitoefenen.

  • 7.

    Participatie wordt niet conform dit artikel toegepast voor onderwerpen waarvoor participatiebepalingen zijn vastgelegd in landelijke wetgeving of andere gemeentelijke verordeningen of regelingen vastgesteld door het bevoegde bestuursorgaan.

  • 8.

    Het bestuursorgaan kan gemotiveerd besluiten van deze verordening af te wijken. Het bestuursorgaan dient die motivering vóór besluitvorming aan de raad en belanghebbenden te communiceren en daarbij aan te geven waarom er wordt afgeweken, van welke onderdelen en of en zo ja op welke deelaspecten van het besluit, bijvoorbeeld randvoorwaarden of het proces, de verordening van toepassing blijft.

Artikel 3 Doel van de verordening

Het doel van deze verordening is:

  • a.

    Samen met inwoners en belanghebbenden te komen tot zorgvuldige plannen en besluiten;

  • b.

    Duidelijkheid te bieden over het proces van burger- en overheidsparticipatie en de voorwaarden waaronder verschillende vormen van participatie worden ingezet;

  • c.

    De samenwerking en het vertrouwen tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken;

  • d.

    Lokale democratische processen te versterken door meer mensen te betrekken dan alleen diegenen die stemmen bij verkiezingen;

  • e.

    Het versterken van de sociale samenhang binnen de gemeente.

Artikel 4 Uitgangspunten en werkprincipes

De gemeente streeft altijd naar betekenisvolle duurzame verbindingen met de inwoners en maatschappelijke partijen. Daarom is er aandacht voor inhoud, proces en relatie. Het bestuursorgaan zorgt voor een zorgvuldig proces rondom participatie, waaronder verstaan wordt:

  • a.

    inwoners en maatschappelijke partijen worden uitgenodigd om te participeren, ook degenen die niet vanzelfsprekend vooraan staan om te participeren;

  • b.

    een toelichting in begrijpelijke taal op de plannen voor beleid of een project en de wijze waarop de deelnemers daarbij betrokken worden;

  • c.

    inzicht in de voor het participatieproces relevante documenten. Uitzondering hierop zijn de documenten waarop een weigeringsgrond op grond van de Wet open overheid van toepassing is;

  • d.

    begrijpelijke, toegankelijke en betrouwbare communicatie door de gemeente;

  • e.

    transparantie over de vaststaande kaders, respectievelijk de ruimte voor participatie;

  • f.

    een benaderbare gemeente die een tijdige reactie geeft op vragen of opmerkingen;

  • g.

    aandacht voor de (sociale en emotionele) veiligheid van deelnemers en betrokken ambtenaren;

  • h.

    dat na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming.

Hoofdstuk 2 Inwonersparticipatie en inspraak

Artikel 5 Plan voor inwonersparticipatie

  • 1.

    Het bestuursorgaan stelt, voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, vast op welke wijze inwonersparticipatie wordt vormgegeven. Dit gebeurt door het opstellen van een participatieplan, conform de uitgangspunten die zijn vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde visie en aanpak (burger)participatie en het daarbij behorende afwegingskader in de vorm van een Praatplaat.

  • 2.

    Het bestuursorgaan maakt deze aanpak tijdig bekend op een manier die past bij de gekozen participatie.

  • 3.

    In het participatieplan komen in ieder geval de volgende elementen aan de orde:

    • a.

      een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;

    • b.

      informatie over het doel van de inwonersparticipatie;

    • c.

      de mate waarin wet- en regelgeving participatie voor dit onderwerp verplicht stelt;

    • d.

      de vorm van inwonersparticipatie en de mate van beïnvloedingsruimte binnen het participatieproces, waarbij het bestuursorgaan conform de Dordtse Participatie Praatplaat een gemotiveerde keuze maakt uit:

      • i.

        informeren: op de hoogte brengen en houden van inwoners dan wel belanghebbenden bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid, projecten en programma’s;

      • ii.

        raadplegen: peilen wat inwoners dan wel belanghebbenden vinden van plannen of beleidsvoornemens;

      • iii.

        adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners dan wel belanghebbenden en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit;

      • iv.

        coproduceren: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners dan wel belanghebbenden een plan en besluit daarover;

    • e.

      informatie over de planning en in welke fase inwoners hun inbreng kunnen leveren;

    • f.

      welke personen of groepen van personen aan het participatieproces kunnen deelnemen;

    • g.

      hoe de gemeente zich inspant om iedereen te bereiken, ook mensen die uit zichzelf niet vooraan staan om te participeren;

    • h.

      de wijze waarop en de termijn waarbinnen de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;

    • i.

      op welke wijze en wanneer de terugkoppeling aan de deelnemers plaatsvindt en wanneer de opbrengsten worden afgewogen en meegenomen in besluiten.

  • 4.

    Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

  • 5.

    Het bestuursorgaan kan de procedure wijzigen in die gevallen waarin de vaststelling van het beleidsvoornemen zulks vereist. Het bestuursorgaan maakt een besluit tot wijziging van de procedure aan de participanten bekend.

Artikel 6 Inspraak

  • 1.

    Een bestuursorgaan verleent inspraak als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift verplicht is gesteld.

  • 2.

    Inspraak wordt georganiseerd volgens de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, tenzij het bestuursorgaan een ander proces voor inspraak vaststelt.

  • 3.

    Reactietermijnen worden verlengd in het geval inspraakmomenten voor meer dan de helft zouden samenvallen met een vakantieperiode als bedoeld in de Regeling vaststelling schoolvakanties van enig jaar, zodat tenminste de helft van de termijn buiten de vakantieperiode van de Dordtse regio valt.

  • 4.

    Voor inspraak wordt niet gekozen als de belangen van betrokkenen al voldoende in beeld worden gebracht door middel van andere vormen van participatie, die in het participatieplan zijn opgenomen.

  • 5.

    Voor inspraak wordt gekozen als op voorhand niet duidelijk is of de belangen van betrokkenen voldoende in beeld gebracht kunnen worden, of wanneer sprake is van een op voorhand onbepaalde doelgroep.

Artikel 7 Participatieverslag

  • 1.

    Ter afronding van de inwonersparticipatie maakt het bestuursorgaan een participatieverslag op hoofdlijnen en maakt dit openbaar.

  • 2.

    Het participatieverslag bevat in ieder geval:

    • a.

      een beschrijving van het proces dat is gevolgd;

    • b.

      de uitkomsten van het proces;

    • c.

      hoe de uitkomsten van het proces zijn verwerkt.

Hoofdstuk 3 Uitdaagrecht

Artikel 8 Toepassen van uitdaagrecht

  • 1.

    De gemeente biedt inwoners en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid een voorstel te doen om de uitvoering van gemeentelijke taken over te nemen.

  • 2.

    Elk bestuursorgaan beslist ten aanzien van zijn eigen taken of hierop het uitdaagrecht wordt toegepast.

  • 3.

    Een voorstel met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het college van burgemeester en wethouders ingediend en heeft in elk geval de volgende onderdelen:

    • a.

      een omschrijving van de taak die de indiener wil overnemen;

    • b.

      het resultaat dat de indiener beoogt en de maatschappelijke meerwaarde die dit voor de gemeenschap oplevert;

    • c.

      uitleg waarom de indiener dat beter of goedkoper kan;

    • d.

      indicatie van het draagvlak onder belanghebbende inwoners;

    • e.

      duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener;

    • f.

      welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn en hoe de planning eruit ziet;

    • g.

      omschrijving van de manier waarop de indiener met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft;

    • h.

      inzicht hoe de indiener garant staat voor de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn.

  • 4.

    Randvoorwaarden voor het voorstel zijn:

    • a.

      aantoonbaar draagvlak onder (belanghebbende) inwoners;

    • b.

      het initiatief is inclusief en toegankelijk;

    • c.

      het initiatief heeft geen winstoogmerk;

    • d.

      de kosten van het initiatief overstijgen niet de kosten zoals opgenomen in de gemeentelijke begroting;

    • e.

      de indiener is een rechtspersoon of een georganiseerd collectief inwoners.

  • 5.

    Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 9 Proces uitdaagrecht

  • 1.

    Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

  • 2.

    Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.

  • 3.

    Onverminderd artikel 2, vierde lid wijst het bestuursorgaan een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht af als:

    • a.

      het initiatief of de doelstellingen daarvan in strijd zijn met de wet- en regelgeving of het algemeen belang;

    • b.

      het in strijd is met het door de gemeente vastgestelde beleid;

    • c.

      het initiatief niet afkomstig is van een rechtspersoon of een georganiseerd collectief inwoners;

    • d.

      het niet voldoet aan de eisen en randvoorwaarden zoals genoemd in artikel 8 van deze verordening;

    • e.

      het initiatief naar het oordeel van het bestuursorgaan op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is;

    • f.

      het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met overheidsparticipatie niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;

    • g.

      het initiatief overwegend het privébelang van de indiener dient, zonder een positieve bijdrage te leveren aan de lokale samenleving;

    • h.

      het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht openstaat of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken;

    • i.

      de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1. van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt;

    • j.

      het gaat om een taak die anderszins zich verzet tegen toepassing van overheidsparticipatie.

  • 4.

    Het bestuursorgaan gaat bij elk voorstel na of de in artikel 8, lid 3 genoemde onderdelen opgenomen zijn en toetst het voorstel aan de wettelijke en gemeentelijke kaders.

  • 5.

    Het bestuursorgaan stuurt binnen acht weken een eerste reactie op het voorstel met een indicatie van de tijd die nodig is om definitief op het voorstel te reageren en wat er in de tussentijd zal gebeuren.

  • 6.

    Als het bestuursorgaan voornemens is het voorstel over te nemen, verleent het bestuursorgaan inspraak over dit voornemen als bedoeld in artikel 6.1.

  • 7.

    Het bestuursorgaan beslist op het voorstel met een reactie op de inspraak en informeert de indiener en de gemeenteraad over de uitkomst.

  • 8.

    Als het bestuursorgaan het voorstel overneemt, leggen het bestuursorgaan en de indiener de gemaakte afspraken vast in een overeenkomst.

  • 9.

    Als het voorstel wordt overgenomen, voorziet het bestuursorgaan de indiener van gepaste ondersteuning. Dit houdt in: meedenken om het initiatief goed uit te kunnen werken conform de voorwaarden die worden gesteld.

Hoofdstuk 4 Overheidsparticipatie

Artikel 10 Toepassen overheidsparticipatie

  • 1.

    Overheidsparticipatie kan toegepast worden als het bestuursorgaan vindt dat het initiatief bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de gemeente Dordrecht.

  • 2.

    Uitgangspunt is een uitnodigende houding. Dat betekent een persoonlijke, duidelijk, betrouwbare en respectvolle (ja-mits) benadering van deze initiatieven en het bieden van helderheid over mogelijkheden en randvoorwaarden.

  • 3.

    De gemeenteraad kan jaarlijks een budget ter beschikking stellen voor ideeën en initiatieven uit de samenleving.

  • 4.

    Onverminderd artikel 2, lid 4 kan het bestuursorgaan afzien van overheidsparticipatie aan initiatieven als er redenen zijn om aan te nemen dat:

    • a.

      sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners;

    • b.

      het initiatief naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is;

    • c.

      het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht loopt of indien er sprake is van privaatrechtelijke belemmeringen of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken;

    • d.

      een onderwerp dat overwegend het privébelang van de indiener dient.

  • 5.

    Als een bestuursorgaan besluit tot overheidsparticipatie, dan kan het initiatief worden ondersteund met kennis, netwerk of faciliteiten (of een combinatie daarvan);

  • 6.

    Het bestuursorgaan informeert de indieners van het initiatief over het besluit.

Hoofdstuk 5 Evaluatie

Artikel 11 Evaluatie

  • 1.

    De uitvoering van deze verordening wordt één keer per vier jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe een verslag aan de gemeenteraad waarin de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk centraal staan.

  • 2.

    In deze evaluatie komt in ieder geval aan de orde:

    • a.

      een beoordeling van deze verordening en de Dordtse visie en aanpak (burger)participatie als beleidskader, in samenhang;

    • b.

      de effectiviteit van het beleid en de verordening (waarin de ervaringen van inwoners en maatschappelijke organisaties, bestuur en ambtenarij leidend zijn);

    • c.

      of eventuele aanpassing of herijking van het beleid dan wel de verordening nodig is.

  • 3.

    De gemeenteraad bespreekt het in het eerste lid genoemde verslag.

  • 4.

    De verordening wordt steeds na 4 jaar herijkt, als de evaluatie hiertoe aanleiding geeft.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 12 Nadere regels

Het college kan over participatie nadere regels vaststellen.

Artikel 13 Intrekking en overgangsrecht

  • 1.

    Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit wordt de Participatie- en inspraakverordening gemeente Dordrecht, vastgesteld op 20 juni 2017, ingetrokken.

  • 2.

    De Participatie- en inspraakverordening gemeente Dordrecht blijft van toepassing op een participatie- of inspraakprocedure die vóór de inwerkingtreding van deze verordening is gestart. Zodra deze procedure is afgerond of sprake is van een nieuwe fase of situatie in een proces van een gemeentelijke opgave, is deze verordening van toepassing.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 15 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als " Participatieverordening gemeente Dordrecht.".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 3 februari 2026.

De griffier, De voorzitter

G.J.P. van Soest, N. Mol