Omgevingsvisie Samen Borne

Geldend van 07-02-2026 t/m heden

1 Voorwoord

Voor u ligt de omgevingsvisie Samen Borne. De visie bepaalt de richting voor het verder vormgeven van onze Bornse leefomgeving. Dit is de omgeving waarin we samen wonen, werken en recreëren. 

Bij het maken van deze visie hebben we geluisterd naar uw wensen en ideeën, als inwoner, ondernemer of organisatie. Zo zijn we gekomen tot concrete ambities en doelen, waarin alle onderdelen van de leefomgeving verbonden zijn. Deze ambities en doelen zijn niet alleen belangrijk voor ons in Borne, maar zijn ook van belang voor de Twentse regio (in verband met de Ruimtelijke OntwikkelStrategie Twente).

De bereikbare ligging in het hart van Twente maakt Borne een aantrekkelijke plek om te wonen. Borne is dan ook primair een woongemeente en groeit al jaren. Ook in de toekomst is voor Borne een bovenregionale rol weggelegd en blijven we nieuwe woningen bouwen. Op deze manier groeit Borne naar minimaal 30.000 inwoners. De nieuwe woningen worden niet alleen gebouwd in ons grootste dorp Borne, maar ook in de dorpen Zenderen en Hertme. Juist hier zorgen we er met groei voor dat belangrijke voorzieningen en de leefbaarheid voor alle inwoners blijven bestaan. 

We bouwen op de juiste plekken, het liefst in de dorpen zelf, en zoeken daarbij naar een goede balans tussen ruimte om te wonen en ruimte voor andere functies (zoals werken). Hierbij volgen we onze identiteit. Ook zorgen we voor meer ruimte door hier en daar de hoogte op te zoeken. Daarnaast kijken we naar juiste plekken buiten de dorpen, het liefst direct grenzend hieraan. Daarbij zien we ook in beekdalen kansen, zolang we hiermee voldoende rekening houden. 

Bij een woongemeente hoort ook een fijne leefomgeving. We hebben aandacht voor de bereikbaarheid van onze voorzieningen in het centrum en de voorzieningen daarbuiten. Ook vinden we ontmoeten en bewegen erg belangrijk, waaraan een goede inrichting van de openbare ruimte een steentje kan bijdragen. 

Daarnaast is het belangrijk dat drukkere wegen niet meer door de dorpen lopen en verlagen we op bepaalde wegen de maximumsnelheid. Dit zorgt voor meer ruimte voor andere functies, zoals groen en water, waardoor we beter kunnen inspelen op de gevolgen van de veranderingen in het klimaat. Een onmisbare schakel voor een fijne leefomgeving in onze gemeente is de Vloedbeltverbinding. 

Omdat we verder groeien, zijn onze waardevolle gebieden extra belangrijk. In Borne hebben we namelijk een prachtige omgeving, met het beschermd dorpsgezicht Oud Borne en de Groene Poort. Ook hebben we landgoederen en waardevolle gebouwen, zoals de kloosters in Zenderen. We vinden dat we de kwaliteiten van Borne goed moeten beschermen en versterken bij nieuwe ontwikkelingen. Omdat agrariërs hieraan ook een bijdrage leveren, maar te maken hebben met onzekerheden, staan we ervoor open om samen na te denken over de toekomst. 

Ons doel is om van Borne samen met u een nog fijnere, mooiere en toekomstbestendiger plek te maken, om te wonen, werken en recreëren. De komende jaren zal deze omgevingsvisie ons hierbij helpen. 

Met vriendelijke groet, 

Wethouder David Vermorken

2 Inleiding

2.1 Wat is een omgevingsvisie?

De wereld om ons heen verandert snel. Er spelen grote ontwikkelingen, zoals klimaatverandering, woningtekorten, technische ontwikkelingen, globalisering en er is steeds meer aandacht voor gezondheid en inclusiviteit. Ook in Gemeente Borne zien we deze veranderingen en uitdagingen: we willen ervoor zorgen dat er voldoende woningen voor jong en oud zijn, dat er ruimte is voor ondernemers, dat het landschap beschermd wordt en dat we een duurzame samenleving zijn waar plaats is voor iedereen. En dit allemaal op ons compacte oppervlakte. Daarom hebben we voor al deze onderwerpen één koers voor de lange termijn nodig. Deze koers wordt omschreven in dit document: onze omgevingsvisie. We hebben de omgevingsvisie samen gemaakt, met inwoners, ondernemers, organisaties, belangengroepen en andere overheden. Want: Samen zijn wij Borne!

In de omgevingsvisie schetsen we onze ambities voor de toekomst, dromen we over wat we willen bereiken en zetten we de eerste stappen naar het realiseren van onze wensen. Maar hoe we in 2040 willen zijn, begint met wie we nu zijn. We hoeven niet alles te veranderen, want onze gemeente heeft al veel moois. Onze identiteit is het uitgangspunt voor onze dromen voor de toekomst. Daarom stellen we onszelf in de omgevingsvisie de vraag: ‘Wat maakt gemeente Borne tot onze gemeente en wie willen we zijn in 2040?’ 

Ook na vaststelling van deze omgevingsvisie blijven we met elkaar in gesprek over onze dromen en wensen. Zo zorgen we er met elkaar voor dat we blijven werken aan de toekomst van onze fijne gemeente! 

2.2 We maken de omgevingsvisie samen

Onze inwoners maken onze gemeente. Hierbij zijn ondernemers, organisaties en belangengroepen ook belangrijk. Daarom hebben we bij het maken van de omgevingsvisie inbreng vanuit de Bornse samenleving opgehaald. We hebben allemaal baat bij een realistische en breed gedragen visie. We hebben met elkaar gesproken tijdens de Bornse Dromen Dagen over welke dromen er zijn voor onze gemeente. Ook hebben we met een enquête de voorkeuren opgehaald over de keuzes die in Borne gemaakt moeten worden. Daarnaast hebben onze stakeholders en ketenpartners de mogelijkheid gehad om te reageren op de Contourennota[1] en de Concept Omgevingsvisie. De opbrengst hiervan koppelen we op verschillende plekken in deze omgevingsvisie terug.

De participatie stopt niet bij onze gemeentegrens. We worden omringd door andere gemeenten en werken graag met hen samen. Ook de provincie, waterschap en andere ketenpartners zijn belangrijke samenwerkingspartners. Gezamenlijk kunnen we opgaven en ambities aanpakken die te groot zijn om alleen op te lossen. Daarom zijn ook zij betrokken geweest bij de totstandkoming van onze omgevingsvisie.

 

[1] Voorafgaand aan de omgevingsvisie is de Contourennota opgesteld. Hierin is beknopt de koers voor de gemeente opgenomen.

2.3 Leeswijzer

De omgevingsvisie gaat over veel verschillende thema’s en is daardoor een uitgebreid document. We kijken naar wie we nu zijn, wat we willen worden en hoe we dat bereiken. De omgevingsvisie is als volgt opgebouwd:

  • Hoofdstuk 3: Dit zijn wij! In dit hoofdstuk kijken we naar wat onze gemeente kenmerkt. Wat maakt Borne tot Borne? En hoe zien onze inwoners onze gemeente? We willen onze identiteit behouden.

  • Hoofdstuk 4: Onze visie samengevat. In dit hoofdstuk vatten we onze visie (hoofdstuk 5) samen. We geven per thema de hoofdlijnen van onze visie voor de komende jaren weer.

  • Hoofdstuk 5: Onze visie. In dit hoofdstuk lichten we onze visie uitgebreid toe. We geven aan wat we willen bereiken, waarom we dit willen bereiken en waar we als gemeente mee aan de slag willen gaan.

  • Hoofdstuk 6: Deelgebieden. Borne kent verschillende gebieden, hier spelen per gebied andere opgaven en ambities. Het groene buitengebied is bijvoorbeeld niet te vergelijken met de woonwijken. Daarom geven we voor vier deelgebieden (kern Borne, kern Zenderen, kern Hertme en het buitengebied) aan wat er speelt en welke opgaven er zijn.

  • Hoofdstuk 7: Vervolg en verantwoording. De omgevingsvisie is geen eindpunt, maar zal continu blijven ontwikkelen. In hoofdstuk 6 gaan we in op hoe we omgaan met de actualisatie van de visie en hoe we hierover in de toekomst blijven participeren. Daarnaast bevat dit hoofdstuk de gemaakte keuzes rondom wettelijke vereisten, zoals het kostenverhaal.

Waarom een omgevingsvisie?

We willen in Borne voorbereid zijn op de toekomst. Met de koers uit de omgevingsvisie kunnen we stappen zetten om dit te bereiken. De omgevingsvisie heeft op verschillende manieren invloed: 

  • De omgevingsvisie schetst de gewenste koers en zet een stip op de horizon. Ze is hiermee de overkoepelende visie voor latere beleidsuitwerkingen van thema’s en gebieden (Programma’s);

  • De omgevingsvisie is een inspiratiebron voor initiatieven uit de samenleving en tegelijkertijd een afwegingskader voor initiatieven die strijdig zijn met het Omgevingsplan;

  • De omgevingsvisie geeft handvaten om gemeentelijke activiteiten en de inzet van gemeentelijke instrumenten te prioriteren;

  • De omgevingsvisie is de basis voor de inzet van het kostenverhaalinstrumentarium.

3 Dit zijn wij!

3.1 We zijn een hechte en betrokken gemeenschap

Onze inwoners en ondernemers zijn betrokken en voelen zich verbonden met onze gemeente. We zijn een inclusieve gemeente, waar aandacht is voor iedereen. Noaberschap is een belangrijke kracht van Borne en we zien dit als een waardevolle eigenschap. Hierdoor voelen we ons verbonden met elkaar, helpen we elkaar en weten we ook dat we op anderen kunnen rekenen als dit nodig is (zelfredzaam en samenredzaam). We zien noaberschap als een gegeven, maar moeten dit naar de toekomst koesteren. Samen zorgen we ervoor dat onze gemeente een fijne plek is voor iedereen en dat niemand wordt buitengesloten. 

3.2 We zijn dé woongemeente van Twente

Onze gemeente is primair een woongemeente. In 2025 wonen er ongeveer 24.650 mensen in onze gemeente. We groeien erg snel, onder andere door de realisatie van de Bornsche Maten. In 15 jaar tijd zijn we met circa 3.600 inwoners gegroeid. We zijn er voor onze inwoners en vinden een goed en fijn woonklimaat belangrijk. Borne bestaat uit drie dorpskernen, met alle drie een eigen identiteit. De kern Borne heeft het meest diverse woningaanbod binnen de gemeente. Als grootste kern heeft Borne ook het grootste voorzieningenaanbod, onder andere in het centrum. Dankzij haar ligging is Borne nauw verweven met het stedelijk gebied van Hengelo. In de kern Zenderen wordt midden in de Groene Poort gewoond. De Groene Poort verbindt de landschappelijk en ecologisch waardevolle gebieden van noordoost en zuidwest Twente. Hierdoor hebben we een groot aanbod aan waardevolle natuur. Zenderen is een hecht dorp en heeft diverse basisvoorzieningen. Hertme is de kleinste kern binnen onze gemeente en heeft daardoor het meest dorpse en agrarische karakter. In Hertme wordt in verhouding ruim gewoond, in een rustige omgeving. De grote groep vrijwilligers bij het openluchttheater toont het noaberschap en de betrokkenheid van de inwoners. Inwoners zijn hier uitzonderlijk hecht met elkaar.

3.3 We brengen stad en natuur samen

Onze gemeente heeft een unieke ligging. We liggen centraal tussen de Twentse steden en het landschap. We zijn een belangrijke verbinding tussen de stad Almelo enerzijds en de steden Hengelo en Enschede anderzijds. Door de nabijheid van deze steden, hebben we ook veel voorzieningen nabij. Tegelijkertijd ligt een deel van de Groene Poort in onze gemeente, de verbinding van het landschap van noordoost (waaronder Dinkelland en Tubbergen) en zuidwest Twente (waaronder Hof van Twente). Door de Groene Poort is onze gemeente buiten de kernen open, groen en dorps. De beken met de beekdalen, de landgoederen en de essen dragen ook bij aan de waarde van ons landschap.

3.4 We hebben een lange geschiedenis

Onze kern Borne bestaat al meer dan 800 jaar en ook de kernen Zenderen en Hertme hebben een lange geschiedenis. Ondertussen zijn we ons blijven ontwikkelen tot wie we nu zijn. Op veel plekken in onze gemeente is (een deel van) onze geschiedenis terug te zien. Denk bijvoorbeeld aan het beschermd dorpsgezicht Oud Borne met de Oude kerk uit de 15e eeuw, de vele panden die verwijzen naar de textielgeschiedenis of de kloosters in Zenderen en het buitengebied. Deze plekken tonen onze geschiedenis en onze wortels. We hebben ook veel immaterieel erfgoed, zoals het paasvuur en de Pinksterbruidjes. Ook het immateriële erfgoed draagt bij aan onze identiteit. Daarom zijn we trots op ons materieel én immaterieel erfgoed. We delen onze geschiedenis graag met anderen en willen bezoekers van ons historisch erfgoed laten meegenieten.

3.5 We hebben betrokken lokale ondernemers

Onze ondernemers zijn betrokken bij onze gemeente. Ze zijn divers, maar hebben een (grote) lokale binding. In het centrum hebben we ondernemers die zich inzetten voor de levendigheid van het centrum. In het buitengebied vormen de agrariërs, samen met de landgoederen, de ruggengraat van ons landschap. En ook op onze bedrijventerreinen zitten bedrijven met lokale wortels. Dit zijn zowel grotere bedrijven als kleinschalige startups. We hebben daarmee een diverse groep ondernemers, maar met een lokaal netwerk. 

Wat vinden inwoners?

Inwoners vinden Borne een gezellige en kleinschalige gemeente met een dorps karakter. Ze waarderen de groene omgeving en het buitengebied, de voorzieningen in het centrum en de goede bereikbaarheid met de auto. Ook vinden ze dat gemeente Borne een goede balans heeft tussen rust en levendigheid. Inwoners kunnen het best omschreven worden als vriendelijk, betrokken en actief. Hierdoor voelen zij zich in Borne veilig en is gemeente Borne een fijne plek om te wonen.

 

(Bron: Bornse Dromen Dagen, 2023 en inwonersenquête, 2025)

4 Onze visie samengevat

4.1 Wonen in een aantrekkelijke leefomgeving

We willen naar minimaal 30.000 inwoners groeien. Binnen Twente ligt de regionale ambitie uitgesproken om 100.000+ extra inwoners te verwelkomen (Ruimtelijke OntwikkelStrategie Twente). Deze groeiambitie richt zich op alle gemeenten in Twente. Wij willen hier actief aan bijdragen en een deel van de opgave op ons nemen. Hierbij zien wij voor Borne een blijvende bovenregionale functie voor de huidige en toekomstige woonvraag. Om dit te realiseren werken we aan de volgende principes: 

1. We streven naar een passende woonruimte voor iedere doelgroep: We zetten in op een gevarieerd woningaanbod, waarbij er aandacht is voor betaalbaarheid. We hebben daarnaast oog voor het (langer) zelfstandig wonen van inwoners met een zorgvraag, starters op de woningmarkt en voor de huisvesting van specifieke doelgroepen.

2. We bouwen onze woningen op geschikte plekken: We bouwen woningen het liefst binnen onze kernen (inbreiding), maar bouwen buiten de kernen (uitbreiding) is onder voorwaarden ook mogelijk. Vanwege de grote opgave zullen we in alle kernen bouwen. In Hertme en Zenderen vinden we het dorpse karakter, zoals de kleinschaligheid en groenstructuren, hierin leidend. We zetten in Zenderen en Hertme daarom in op een planmatige en stapsgewijze groei, die zorgvuldig is afgestemd op de gemeentelijke behoefte met oog voor samenhang en kwaliteit. 

3. We versterken de verblijfskwaliteit: We willen dat onze dorpen en wijken toekomstbestendig zijn. Hiermee bedoelen we dat er een fijne leefomgeving is met voldoende ruimte voor groen en water. We streven er daarom naar de openbare ruimte zo in te richten dat mensen er graag verblijven en makkelijk(er) anderen ontmoeten. Ook zetten we in op een voorzieningenaanbod dat aansluit op de inwoners van elke wijk.

Een verdere toelichting over hoe we als gemeente werken aan ‘wonen in een aantrekkelijke leefomgeving’ is te vinden in paragraaf 5.2.

4.2 Gezond, inclusief en veilig

We willen bijdragen aan de gezondheid van alle Bornenaren. Een gezonde, inclusieve en veilige leefomgeving is hiervoor cruciaal. Om dit te realiseren werken we aan de volgende principes:

1. We zetten in op preventie en samenredzaamheid: Positieve gezondheid is voor ons een belangrijk uitgangspunt. We willen dat inwoners zoveel mogelijk de regie houden over hun eigen leven. Daarom zetten we in op preventie (voorkomen van zorgvraag). Goede informatie en toegankelijke voorzieningen in de buurt helpen mensen om zelfredzaam te blijven.

2. We streven naar betekenisvol meedoen voor inwoners: We hebben aandacht voor inclusieve en toegankelijke wijken voor iedereen. Hierbij kijken we niet alleen naar fysieke aspecten, maar onder andere ook naar het dementievriendelijk inrichten van onze wijken. Ook hebben we aandacht voor werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

3. We bevorderen een gezonde en veilige leefomgeving: Onze gemeente is fysiek en sociaal veilig. Daarom hebben we aandacht voor fysieke gezondheidsaspecten en voor een goede mentale gezondheid. We willen door een goede inrichting van de openbare ruimte een veilige leefomgeving creëren waarin we inwoners uitnodigen om te spelen, bewegen en elkaar te ontmoeten, want dit draagt bij aan de fysieke en sociale veiligheid. Ook handhaving is hierin belangrijk. Zo lossen we onveilige situaties op en vermijden we nieuwe situaties.

4. We streven naar passend onderwijs: We willen dat ons onderwijs inclusief is en dat het onderwijs plaatsvindt in een veilige omgeving.

Een verdere toelichting over hoe we als gemeente werken aan ‘gezond, inclusief en veilig’ is te vinden in paragraaf 5.3.

4.3 Ondernemend en gastvrij

Borne is primair een woongemeente, maar we bieden ook ruimte aan kleinschalige, innovatieve en agrarische bedrijvigheid en aan de recreatieve sector. Om dit te realiseren werken we aan de volgende principes:

1. We streven naar bedrijvigheid passend bij de identiteit van Borne: We zetten in op een evenwichtige verdeling van werkgelegenheid in de regio, waarbij er regionaal voldoende werkgelegenheid is. In Borne bieden we waar mogelijk ruimte aan kleinschalige of innovatieve bedrijven en lokale initiatieven. Ook zien we kansen voor passende agrarische bedrijven. Vanwege de druk op de ruimte zetten we voorlopig niet in op doorontwikkeling van bedrijventerreinen, maar kijken we naar de mogelijkheden om bestaande bedrijventerreinen en de kantoorlocatie beter te benutten. 

2. We faciliteren de ontwikkeling van vrijetijdseconomie: Een sterke vrijetijdseconomie is geen doel op zich, maar een middel waarmee we werken aan een fijne gemeente om in te wonen, te werken of te recreëren. We zien hierbij vooral kansen op het gebied van historie, cultuur en natuur. Hiermee kunnen wij ons onderscheiden in de regio. Daarom zetten we ons in voor het behouden en versterken van de hoge kwaliteit van het groen en willen we erfgoed en historische elementen een prominente plek in ons landschap en onze kernen geven. Ook streven we naar een evenementenaanbod dat hierop aansluit, meer mogelijkheden voor verblijfsrecreatie en voor horeca in het centrum. 

Een verdere toelichting over hoe we als gemeente werken aan ‘ondernemend en gastvrij’ is te vinden in paragraaf 5.4.

4.4 Verblijven, ontmoeten en toegankelijk

Gemeente Borne moet in de toekomst goed bereikbaar en toegankelijk blijven. Om dit te realiseren werken we aan de volgende principes:

1. We passen het STOMP-principe toe: We vinden het belangrijk dat inwoners duurzame vervoersopties gebruiken en zetten daarom in op het STOMP-principe. Dit principe geeft de voorkeur aan stappen en trappen, gevolgd door openbaar vervoer, deelmobiliteit en als laatste de privéauto. Om dit te bereiken willen we de gemeente loop- en fietsvriendelijk inrichten, zetten we in op passend openbaar vervoer en willen we autoverkeer door de kernen verminderen door de aanleg van de Vloedbeltverbinding. Echter weten we dat vaak niet in één keer overgestapt wordt naar andere vervoersmiddelen dan de auto. Daarom behouden we ook aandacht voor onze bereikbaarheid met de auto. 

2. We clusteren onze voorzieningen, tenzij…: We willen onze voorzieningenstructuur beter laten aansluiten op de (veranderende) bevolking. We willen dat commerciële voorzieningen in het centrum van Borne zitten. De bereikbaarheid van het centrum, met de fiets, het openbaar vervoer en de auto, is daarom erg belangrijk. We hebben daarbij ook aandacht voor mensen die minder mobiel zijn. Maatschappelijke voorzieningen liggen daarentegen zoveel mogelijk verspreid door de kernen, zodat deze voor alle inwoners dichtbij zijn. 

Een verdere toelichting over hoe we als gemeente werken aan ‘verblijven, ontmoeten en toegankelijk’ is te vinden in paragraaf 5.5.

4.5 Duurzaam en biodivers

We zetten nadrukkelijk in op duurzaamheid en biodiversiteit. Om dit te realiseren werken we aan de volgende principes:

1. We passen ons zoveel mogelijk aan aan veranderingen in het klimaat: We zetten in op klimaatadapatie in bestaande wijken en klimaatmitigatie in nieuwbouwwijken. Daarnaast dienen de 4 pijlers als basis: Borne klimaatbestendig, Borne biodivers, Bornse identiteit en Samenwerken aan een gezond en leefbaar Borne. 

2. We vergroenen: We vinden groen belangrijk. Daarom is ons uitgangspunt ‘groen, tenzij...’. We willen onze gemeente klimaatadaptief inrichten. Hiervoor kijken we naar het vervangen van zoveel mogelijk verharding voor groen en water, het aanleggen we klimaatbuffers en het versterken van historisch groen. 

3. We bieden ruimte aan water: We hanteren de driestapsstrategie (vasthouden, bergen en afvoeren) en zetten daarom in op voldoende waterberging. Een duurzame waterhuishouding vereist een zorgvuldig evenwicht tussen de verwerking van afvalwater, het vasthouden (en hergebruiken) van hemelwater en het beschermen en aanvullen van grondwaterreserves. We willen voorkomen dat regen- en grondwater met afvalwater mengt. We hebben ook aandacht voor het voorkomen van drinkwatertekorten. 

4. We gaan voor circulariteit: We houden de R-ladder aan (refuse, reduce, reuse, repair, recycling en recover). We zetten in op het gebruik van hernieuwbare grondstoffen en het verminderen van afvalstromen. 

5. We worden broeikasgasneutraal: We verminderen onze uitstoot van broeikasgassen en hanteren hierbij de landelijke doelstellingen. Daarbij hebben we aandacht voor de betaalbaarheid van de energie- en warmtetransitie. Voor de energietransitie willen we inzetten op het opwekken van meer duurzame energie, energiebesparing en de warmtetransitie.

Een verdere toelichting over hoe we als gemeente werken aan ‘duurzaam en biodivers’ is te vinden in paragraaf 5.6.

5 Onze visie

5.1 Onze visiekaart

We hebben veel verschillende ambities. Al deze ambities vragen om ruimte in onze gemeente. Sommige ambities hebben betrekking op een specifieke locatie. Andere ambities hebben betrekking op onze hele gemeente. 

Op de volgende pagina is onze visiekaart weergegeven. In deze kaart zijn belangrijke ambities gezamenlijk op één kaart weergegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen locatie-specifieke ambities en ambities voor de gehele gemeente. Op deze manier is in één oogopslag te zien wat er op welke locatie speelt.

Visiekaart
afbeelding binnen de regeling

5.2 Wonen in een aantrekkelijke leefomgeving

5.2.1 De principes

Zowel landelijk als in onze gemeente is de druk op de woningmarkt groot terwijl de ruimte schaars is. We vinden het belangrijk dat er voldoende en passende woningen zijn in onze gemeente. Als gemeente kunnen we hier aan bijdragen. We kijken daarom naar het benodigde aantal woningen en welk type woningen we willen bouwen. Dit baseren we op demografische gegevens en verhuisstromen. 

De drie principes binnen dit thema zijn:

  • We streven naar een passende woonruimte voor onze inwoners, nu en in de toekomst

  • We bouwen onze woningen op geschikte plekken

  • We versterken de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte

 

Infographic Wonen in een aantrekkelijke leefomgeving
afbeelding binnen de regeling

5.2.2 We streven naar een passende woonruimte voor iedere doelgroep

Voor de bouw van de benodigde extra woningen in Nederland is ruimte nodig. In het Ontwerp van de Nota Ruimte van het Rijk is de regio Twente aangemerkt als locatie voor grootschalige woningbouw. De Twentse gemeenten, de Provincie Overijssel en het Rijk hebben de ambitie uitgesproken om te groeien met 100.000+ extra inwoners (Ruimtelijke Ontwikkelstrategie Twente). Wij willen actief bijdragen aan deze regionale opgave. Onze gemeente zien wij primair als een woongemeente. Daarom willen we doorgroeien naar 30.000 inwoners. We vinden het belangrijk dat er voor iedereen een passende woning is, zowel voor huidige inwoners als voor toekomstige inwoners.

Ons doel is dat onze gemeente voor iedereen een fijne plek is om te wonen. Ongeacht leeftijd, inkomen of mate van zelfredzaamheid. Zo’n diverse bevolking vraagt ook om diverse woningen. Hiermee geven we iedereen namelijk de kans op een stabiele woonplek. We geloven dat we een fijne woongemeente zijn als onze woningen passen bij onze inwoners. Een goede woning draagt namelijk direct bij aan iemands welzijn en gezondheid. Daarom streven we in onze gemeente naar een passend aanbod van woningen.

We zien verschillende aandachtspunten op de woningmarkt. Betaalbaarheid van woningen staat met de stijgende huizen- en huurprijzen onder druk. Vooral voor jongeren en starters is het hierdoor lastig een geschikte woning te vinden. We willen jongeren en starters echter graag in de gemeente houden en hebben daarvoor meer betaalbare woningen nodig. Ook neemt het aantal één- en tweepersoonshuishoudens snel toe. Deze huishoudens willen vaak een iets kleinere woning, terwijl we relatief veel grote grondgebonden woningen hebben. Daarnaast hebben we door het groeiend aantal ouderen meer gelijkvloerse woningen nodig. 

Betaalbare woningen

Voor jongeren en starters, ouderen, mensen met een beperking en mensen met een lager inkomen, is het belangrijk dat we voldoende betaalbare woningen hebben. Vooral in tijden van woningnood is aandacht voor de betaalbaarheid van woningen belangrijk. Daarom streven we ernaar dat minimaal 30% van de nieuwbouw een sociale huurwoning is en streven we er ernaar 70% van de nieuwbouwwoningen in onze gemeente betaalbaar is. De Rijksoverheid bepaalt jaarlijks hoe duur een sociale huurwoning en een betaalbare woning mag zijn. We houden ons aan deze richtlijnen. 

De aanwezigheid van betaalbare woningen is ook erg belangrijk voor de woonvraag van woonurgenten. Urgente woonvragers zijn bijvoorbeeld uitstromers uit een instelling of sociaal of medisch urgenten. We houden de definitie van de Rijksoverheid aan met betrekking tot wie urgente woonvragers zijn, tenzij de gemeenteraad anders bepaalt. Door meer sociale huur te bouwen kunnen we urgente woonvragers sneller een passende woning toewijzen. Voor een betere toewijzing van urgent woningzoekenden willen we een urgentieverordening opstellen, waarin in ieder geval de wettelijk aangewezen urgente doelgroepen een plek krijgen. 

Woningen om langer zelfstandig te wonen

Doordat we steeds ouder worden, is het belangrijk dat inwoners langer zelfstandig blijven wonen. We willen huiseigenaren stimuleren zorg te dragen voor de levensloopbestendigheid van hun woning, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Dit betreft ook inwoners met een fysieke beperking, waarvoor specifieke eisen aan de woning worden gesteld. Op deze manier behouden onze inwoners de regie op hun eigen leven en verlichten we onder andere de druk op het aantal beschikbare plekken bij zorginstellingen. Om dit te realiseren streven we ernaar dat in de nieuwbouw minimaal een derde van de nieuwbouw een nultredenwoningen is, zodat er voldoende nultredenwoningen worden toegevoegd[2]. Binnen deze opgave willen we geclusterde woningen in de nabijheid van ontmoetingsplekken of met een ontmoetingsruimte realiseren[3] en in de nabijheid van zorginstellingen willen we specifiek zorggeschikte woningen voor mensen met zorgvraag[4]. We vinden het belangrijk dat alle levensloopbestendige woningen nultredenwoningen zijn. 

Woningen voor kleinere huishoudens

Er zijn steeds meer één- en tweepersoonshuishoudens in onze gemeente. Dit zijn in veel gevallen starters en senioren. Voor de eerste groep is vooral de betaalbaarheid doorslaggevend, voor de laatste groep zijn levensloopbestendige woningen (gelijkvloers) met minder onderhoud aan woning of tuin van belang. Een groot deel van onze woningvoorraad bestaat echter nog altijd uit de grotere (grondgebonden) eengezinswoning. We willen daarom graag meer inzetten op kleinere woningen, zowel grondgebonden als gestapeld. Ook staan we open voor nieuwe woonvormen die onze gemeente aantrekkelijk maakt voor starters op de woningmarkt.

Woningen voor specifieke doelgroepen

Naast de reguliere woningvoorraad hebben we in onze gemeente ook woningen voor specifieke doelgroepen. We faciliteren woningen voor deze specifieke doelgroepen, indien er een specifieke lokale vraag voor ontstaat. Specifieke doelgroepen op de woningmarkt zijn onder andere zorg gerelateerde inwoners, woonwagenbewoners en arbeidsmigranten. 

 


[2]  Nultredenwoning Woning waarbij alle belangrijke ruimtes, zoals de woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer en toilet, op één verdieping gelegen zijn.

[3]  Geclusterde woning: Woning die voldoet aan de definitie voor nultredenwoningen in een geclusterde woonvorm. Bij geclusterde woonvormen is een ontmoetingsruimte aanwezig.

[4]  Zorggeschikte woning: Zelfstandige nultredenwoningen waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoners die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm. Toegankelijkheid is bij deze wooneenheden belangrijk.

5.2.3 We bouwen onze woningen op geschikte plekken

We willen graag groeien naar minimaal 30.000 inwoners. Om dit te behalen moeten we voldoende nieuwbouwwoningen bouwen. Op dit moment hebben we plannen binnen de verschillende ontwikkellocaties voor circa 2.500 woningen. Maar dit is niet voldoende om te kunnen groeien naar minimaal 30.000 inwoners. Om te groeien naar minimaal 30.000 inwoners hebben we in totaal circa 3.000 extra woningen nodig. Omdat de ervaring leert dat een deel van de plannen af kunnen vallen, zetten we in op een programmering van 130%. We verkennen daarom de mogelijkheden voor nieuwe locaties voor de periode na 2035. In de visiekaart (hoofdstuk 4) hebben we verschillende potentiële locaties opgenomen, maar we staan ook open voor andere locaties die aansluiten bij onze doelstelling en passen binnen de kaders. Hierbij hebben we in ieder geval oog voor de ligging van een nieuw initiatief. We geven de voorkeur aan woningbouw binnen kernen. We hebben ook oog voor de landschappelijke inpassing, zodat er een kwalitatieve overgang tussen bebouwing en buitengebied ontstaat. En we houden rekening met de nabijheid van voorzieningen (zie paragraaf 5.5.3).

Inbreiding voor uitbreiding

We willen dat nieuwbouwwoningen zoveel mogelijk in de kernen worden gebouwd. Dit heet inbreiding. We streven ernaar dat de lege ruimte in de kernen en de bestaande woningvoorraad beter worden benut. Ook zien we onder andere kansen voor transformatie van leegstaande panden, woningsplitsing, mantelzorgwoningen in tuinen en kleinschalige woningbouwprojecten binnen de kernen en verkennen deze. Daarnaast willen we mogelijkheden voor verkleuring naar wonen op bedrijventerreinen verkennen. Tegelijkertijd willen we waardevolle groene ruimtes in de kernen behouden en willen we dat woningbouw niet ten koste gaat van waardevol groen. Door middel van onderzoek willen we de mogelijkheden voor kleinschalige woningbouw beter in beeld te brengen. 

Bij inbreiding kan er ook sprake zijn van hoogbouw (meer dan 4 bouwlagen). We hebben momenteel geen duidelijk beleid ten aanzien van hoogbouw, maar willen dit wel graag ontwikkelen. We vinden namelijk dat hoogbouw op strategische locaties, zoals langs doorgaande wegen, langs het spoor of bij grootschalige uitleglocaties in principe mogelijk moet zijn. Solitaire hoogbouw kan ook als landmark fungeren, bijvoorbeeld in het hart van het centrum of in grootschaliger uitbreidingsgebieden (Bornsche Maten). In het buitengebied, in Zenderen en in Hertme wijzen we hoogbouw (meer dan 4 lagen) af.

Hoewel we liever woningen toevoegen in de kernen, zullen we ook woningen buiten de kernen moeten toevoegen om onze groeiambitie te behalen. Dit heet uitbreiding. Bij uitbreiding geven we de voorkeur aan locaties die vastliggen aan de huidige kernen. Ook door middel van functieverandering van vrijkomende en/of vrijgekomen agrarische bebouwing (VAB) en rood-voor-rood initiatieven zijn er kansen om woningen in het buitengebied toe te voegen, een en ander in ruil voor het slopen van landschapsontsierende bebouwing. Bij de verkenning van de mogelijkheid om richting te geven aan gewenste ontwikkelingen in het buitengebied, zullen ook de mogelijkheden voor alternatieve en innovatieve woonvormen die beter aansluiten op de lokale woonbehoefte worden onderzocht.

Als we woningen in het buitengebied toevoegen, vinden we het belangrijk dat er aandacht is voor het behouden van de bestaande landschappelijke kwaliteiten en dat deze waar mogelijk versterkt worden. Hierbij kan gedacht worden aan kwaliteiten van de Groene Poort, de landgoederen, de groenstructuren, de essen en het watersysteem van beken en beekdalen, maar ook aan de kwaliteiten van bebouwing. De ruimtelijke (architectonische) kwaliteit van nieuwe woningen is belangrijk, net zoals het behoud van beeldbepalende, karakteristieke, cultuurhistorisch waardevolle en/of monumentale panden. Nieuwe ontwikkelingen moeten goed aansluiten bij het omliggende landschap en rekening houden met de principes van bodem en water sturend (zie 5.6.2).

Onze dorpen groeien, maar blijven dorps

Om de bevolkingsgroeiambitie te halen, zullen we in alle kernen moeten bouwen. We streven naar een evenwichtige verdeling over de kernen. Dit betekent dat in de kern Borne meer woningen worden gebouwd dan in de kernen Hertme en Zenderen. Woningbouw in Hertme en Zenderen kent tevens andere aandachtspunten dan woningbouw in Borne. We koesteren het dorpse karakter van Borne, Hertme en Zenderen. Ieder dorp moet zijn eigen identiteit behouden, maar draagt op evenredige wijze bij aan de gemeentelijke groeiambitie. We zetten daarom bij Zenderen en Hertme in op een planmatige en stapsgewijze groei, die zorgvuldig is afgestemd op de gemeentelijke behoefte met oog voor samenhang en kwaliteit. De kernen groeien op die manier geleidelijk. Ook moet de ruimtelijke kwaliteit, zoals de groenstructuren, behouden blijven. Mocht woningbouw onvoldoende aansluiten op het dorpse karakter of de ruimtelijke kwaliteit, dan vinden wij het initiatief in principe niet wenselijk. 

Woningbouw in Hertme en Zenderen is daarnaast noodzakelijk voor het in stand houden van de voorzieningenstructuur. De nieuwe inwoners zorgen voor meer draagvlak, bijvoorbeeld ten aanzien van de basisschool.

5.2.4 We versterken de verblijfskwaliteit

Fijn wonen gaat verder dan alleen een fijn huis. Ook de leefomgeving waarin we wonen heeft directe invloed op of je ergens fijn woont. Daarom zetten we in op woonwijken waar je graag bent. 

Ruimtelijke kwaliteit

De ruimtelijke kwaliteit van een omgeving heeft veel invloed op de verblijfskwaliteit. Hierbij gaat het om de ruimtelijke kwaliteit in de kernen, maar ook in de kernrandzones. We willen dat deze randen een goede overgang vormen naar het buitengebied. Ruimtelijke kwaliteit gaat daarnaast verder dan de openbare ruimte. Het gaat ook over de ruimtelijke kwaliteit van (nieuwe) bebouwing. We willen graag aan de slag met een actualisatie van de welstandsnota om te zorgen dat er duidelijke kaders zijn over de ruimtelijke kwaliteit voor bebouwing. 

Daarnaast hebben we aandacht voor de kwaliteit van bestaande wijken. In sommige wijken is de infrastructuur soms niet meer voldoende en sluit de openbare ruimte niet altijd meer aan op de wensen van bewoners. Door deze wijken op te knappen willen we ervoor zorgen dat we hier ook een prettige en aantrekkelijke woonomgeving houden. Dit draagt vervolgens weer bij aan veiligheid, leefbaarheid en tevredenheid van inwoners. Bij het opknappen van de wijken stimuleren we meervoudig gebruik van de bodem en reserveren we ruimte in de ondergrond voor toekomstig gebruik. Hierbij hebben we nadrukkelijk aandacht voor vergroening en de opvang van water, vraagstukken rondom energie en het stimuleren van bewegen in de openbare ruimte en de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Zo pakken we verschillende opgaven in één keer aan en ervaren bewoners minder overlast. De prioriteit ligt nu op Wensink Zuid. Daarnaast willen we Wensink Noord, Vogelbuurt (Spechtstraat - spoor), Refined (Ververstraat e.o.), 't Oldhof, Vogelbuurt Noord (Oude Almeloseweg), Letterveld I en II (Hazelaarstraat e.o.) en Het Hulscher Zenderen ook aanpakken.

Klimaatbestendige woonwijken

We hebben vaker te maken met extreem weer, zoals hitte, droogte of regen. We willen dat onze woonwijken fysiek in staat zijn om met klimaatveranderingen om te gaan, zodat inwoners hier minder overlast van ervaren. Daarom zetten we in op klimaatadaptatie en klimaatmitigatie. Zie paragraaf 5.6.2 voor meer informatie over klimaatbestendigheid. 

Momenteel brengen wij de klimaatbestendigheid van de verschillende wijken in onze gemeente in kaart. Dit doen we op basis van het basisrioleringsplan, de Klimaatatlas Twente, groenbeheerkaarten en de landelijke meetlat. Hierdoor kunnen wij gericht zien welke wijken of gebieden in onze gemeente kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Op basis van deze inventarisatie willen we meerjarige investeringsplannen en onderhoudsplannen opstellen. Hierbij geldt dat geen van de maatschappelijke opgaven volledig leidend is en dat er altijd een integrale afweging gemaakt wordt van de functies die bodem en ondergrond (kunnen) vervullen in het betreffende gebied.

Ontmoetingsmogelijkheden

We geloven dat het belangrijk is dat inwoners elkaar formeel en informeel ontmoeten. Op deze manier behouden we een hechte gemeenschap. Hierdoor zijn inwoners meer bereid om een ander te helpen en blijft een van onze kernidentiteiten, namelijk noaberschap, behouden. Om informeel ontmoeten in de openbare ruimte te stimuleren, willen we straten, (sport)parken en pleinen anders inrichten. Er is meer ruimte nodig voor schaduwrijke groen, speel- en beweegplekken en zitmogelijkheden.

Passend voorzieningenaanbod

We vinden het belangrijk dat basisvoorzieningen, zoals ontmoeten, eerstelijnszorg en onderwijs goed bereikbaar zijn voor alle inwoners, ook voor mensen die minder mobiel zijn. We streven naar een (maatschappelijk) voorzieningenaanbod dat past bij de behoefte van inwoners binnen een kern. Dit bevordert namelijk de leefbaarheid en aantrekkingskracht van een wijk. Door woningbouw verandert de behoefte aan voorzieningen. Daarom willen we dat er bij nieuwbouw altijd wordt gekeken naar de invloed van de woningbouw op het draagvlak van voorzieningen. Zo hebben we in beeld wanneer het aanbod mee moet groeien met de bevolking. Als het voorzieningenaanbod mee moet groeien, willen we inventariseren op welke plekken dit moet gebeuren. In kleinere kernen biedt woningbouw echter juist uitkomsten voor het behoud van (basis)voorzieningen die minder toekomstbestendig zijn. Door de woningbouw neemt het draagvlak voor de voorzieningen namelijk toe. Meer informatie over onze visie op een passend commercieel en maatschappelijk voorzieningenaanbod is te vinden in paragraaf 5.5.3.

In gemeente Borne willen we aan de slag gaan met ...
  • Het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma;

  • Het onderzoeken van mogelijkheden voor woningbouw (potentiële locaties, kansen voor inbreiding, mogelijkheden voor hoogbouw);

  • Het actualiseren van de welstandsnota;

  • Het verbeteren van de klimaatbestendigheid van wijken.

Wat vinden inwoners?
  • Inwoners hebben behoefte aan meer betaalbare woningen. 

  • Inwoners hebben behoefte aan levensloopbestendige woningen, zoals appartementen en aan seniorenwoningen.

  • Inwoners vinden dat ouderenwoningen (en wonen met zorg) moeten worden gecombineerd met andere voorzieningen, zoals ontmoetingsruimte en (kleine) zorgaanbieders.

  • Inwoners geven de voorkeur aan woningbouw in de kernen. Hierbij hebben ze de voorkeur voor transformatie van leegstaand vastgoed. Bouwen in groene openbare ruimtes is volgens inwoners geen gewenste optie, omdat ze aangeven dat er al weinig groen is in de kernen.

  • Als de gemeente toch kiest voor uitbreiding, geven inwoners de voorkeur aan het ‘straatje erbij’ principe. Een nieuwe uitlegwijk is volgens inwoners het minst wenselijk. 

  • Indien er wordt gekozen voor woningbouw op bedrijventerreinen, vinden inwoners dit acceptabel als het pand al langere tijd leeg staat, het aan de rand van een bedrijventerrein ligt en/of dat er al andere woningen op het terrein aanwezig zijn.

5.3 Gezond, inclusief en veilig

5.3.1 De principes

Om een fijne gemeente te zijn om te wonen, werken en verblijven vinden we het belangrijk dat onze gemeente gezond, inclusief en veilig is. Deze drie ambities vormen een belangrijke basis om aangenaam te verblijven in onze mooie gemeente.

De vier principes binnen het thema ‘gezond, inclusief en veilig’ zijn:

  • We zetten in op preventie, zelfredzaamheid en samenredzaamheid.

  • We bevorderen een gezonde en veilige leefomgeving.

  • We streven naar betekenisvol meedoen voor alle inwoners.

  • We streven naar passend en inclusief onderwijs.

Infographic Gezond, inclusief en veilig
afbeelding binnen de regeling

5.3.2 We zetten in op preventie, zelfredzaamheid en samenredzaamheid

We willen dat inwoners gezond leven in onze gemeente. Daarom zetten we in op positieve gezondheid. Bij positieve gezondheid ligt het accent niet op ziekte, maar op mensen zelf; op hun veerkracht, hun mogelijkheden, wat ze nog wél kunnen en op wat hun leven betekenisvol maakt. Hierdoor voorkomt positieve gezondheid een grotere zorgvraag. Als gemeente investeren we in preventie, lichte vormen van ondersteuning en activiteiten die inwoners in beweging brengen en verbinden. Ook stimuleren we het sociaal netwerk van inwoners zodat ze elkaar beter kunnen helpen. Dit doen we waar nodig in samenwerking met een zorgprofessional. 

Preventie

Door in te zetten op preventie, zelfredzaamheid en samenredzaamheid willen we de druk op de zorg verlagen. Ook streven we ernaar hiermee de druk op onze mantelzorgers te verlagen, want zij zijn hard nodig in onze gemeente. We vinden een aantal aspecten extra belangrijk als het gaat om preventie:

  • Ten eerste zetten we in op een gezonde leefstijl. Door regelmatig te bewegen, gezond te eten en actief te zijn in het dagelijks leven, verkleinen inwoners de kans op ziektes. Dit geldt voor jongere én oudere inwoners. Gezond zijn draagt ook bij aan de mentale gezondheid van onze inwoners. We willen dat de openbare ruimte en lokale sportvoorzieningen dit stimuleren en uitnodigen tot spelen en bewegen.

  • Ten tweede stimuleren we sociale contacten tussen inwoners. Doordat inwoners een netwerk van familie, vrienden en verenigingen hebben, bevorderen we verbondenheid en stimuleren we sociale verbinding. Wederom is het belangrijk dat de openbare ruimte dit stimuleert. 

  • Ten derde zetten we in op vroegsignalering, zodat hulp en ondersteuning op tijd begint. We pakken problematiek aan als deze nog klein is en laten dit niet uitgroeien tot grotere problemen. Hiervoor is het erg belangrijk dat de zorg laagdrempelig toegankelijk en dichtbij huis is. 

  • Tot slot zetten we in op de bewustwording van mensen over hun eigen verantwoordelijkheid. We stimuleren inwoners tijdig zelf stappen te zetten, zodat ze grotere problematiek kunnen voorkomen. Het is belangrijk dat inwoners weten hoe en waar zij hulp kunnen krijgen. Daarvoor realiseren we een goede informatievoorziening via verschillende kanalen. 

5.3.3 We bevorderen een gezonde en veilige leefomgeving

Voor ons is een gezonde leefomgeving fysiek en sociaal veilig. Een gezonde en veilige leefomgeving nodigt uit tot spelen en bewegen en biedt ruimte voor sport en ontmoeting. We willen dat inwoners zo min mogelijk negatieve effecten ervaren van hun directe omgeving. De omgeving moet juist bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners, bezoekers en ondernemers. Om de leefomgeving gezond en veilig te houden toetsen we ruimtelijke initiatieven op verschillende gezondheidsaspecten, investeren we onder andere in overzichtelijke openbare ruimtes en werken we samen met inwoners, politie en welzijnspartners.

Fysieke veiligheid

We willen dat leefomgeving fysiek veilig is. De leefomgeving moet mensen beschermen tegen fysieke bedreigingen en fysieke schade. We werken samen met onze partners aan een veilige gemeente en houden rekening met omgevingsveiligheid. We streven ernaar om onveiligheid te voorkomen en om incidenten en effecten te beperken. Ook vinden we het belangrijk dat inwoners weten hoe zij bij een onveilige situatie kunnen handelen in het kader van zelfredzaamheid.

Een deel van de maatregelen met betrekking tot fysieke veiligheid is direct zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan een zebrapad om de verkeersveiligheid te vergroten. Een ander deel van de maatregelen is echter niet direct zichtbaar. Denk hierbij aan maatregelen voor externe veiligheid, gezondheidsrisico’s, lucht- en waterkwaliteit en bodemverontreiniging. Het is belangrijk om ook deze minder zichtbare vormen van fysieke veiligheid te waarborgen. Hiervoor blijven we de minimale milieunormen en normen voor water- en luchtkwaliteit hanteren, zoals vastgesteld door de Rijksoverheid. Daarnaast hebben we aandacht voor de externe veiligheid van onze inwoners, ondernemers en bezoekers (zie bijlage 1 voor Externe Veiligheidskaart). We hebben hierbij extra aandacht voor de omgeving rondom het spoor. Over het spoor worden namelijk gevaarlijke stoffen vervoerd. Door zeer kwetsbare gebouwen en de risicobronnen zoveel mogelijk te scheiden zorgen we voor een veilige leefomgeving. Ook de hoogspanningsverbinding heeft hierbij onze aandacht. En tot slot willen we bodemverontreiniging doelmatig opruimen, aansluitend op geplande ontwikkelingen. Als de straat open moet worden gebroken voor werkzaamheden, ruimen we als dat mogelijk is meteen bodemverontreiniging op. Zo verminderen we de overlast.

Sociale veiligheid

Naast de fysieke veiligheid is de sociale veiligheid ook belangrijk. De sociale veiligheid is de mate waarin mensen zich veilig voelen en gaat verder dan de fysieke veiligheid. Het omvat verschillende aspecten zoals het voorkomen van criminaliteit en overlast, het bevorderen van een prettig leefklimaat en het vergroten van het veiligheidsgevoel. Het realiseren van sociale veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid waarbij inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties betrokken worden. We zetten op verschillende manieren in op de sociale veiligheid. Zo willen we bij ingrepen in de fysieke leefomgeving bijvoorbeeld rekening met de sociale veiligheid. Door voldoende zichtlijnen en verlichting te realiseren, voelen mensen zich veiliger. Ook zetten we in op het versterken van de sociale netwerken tussen inwoners. Hiervoor faciliteren we ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte en stimuleren we buurtinitiatieven. Doordat onze inwoners elkaar kennen, voelen zij zich veiliger in onze gemeente. Ook hebben ze een groter netwerk om op terug te vallen als zij zich toch onveilig voelen. 

Tot slot hebben we ook aandacht voor ondermijning. Bij ondermijning raken de onderwereld en bovenwereld met elkaar verweven, bijvoorbeeld via crimineel gebruik van panden. We streven naar een gebiedsgerichte aanpak van ondermijning, waarbij ruimtelijke ordening, toezicht en samenwerking met partners centraal staan. 

Handhaving

Voor de veiligheid is handhaving en controle belangrijk. Zo lossen we onveilige situaties op en vermijden we nieuwe situaties. We hanteren daarvoor drie uitgangspunten. 

  • Ten eerste zetten we in op elkaar vertrouwen. Via goede informatievoorziening proberen we ervoor te zorgen dat burgers en bedrijven op de hoogte zijn van geldende regels en de mogelijkheid krijgen om hiernaar te handelen. Dit betekent onder andere dat er een herstelmogelijkheid is wanneer er overtredingen worden geconstateerd. Echter willen we optreden wanneer er bewust regels worden overtreden. Criminele activiteiten bestrijden we in samenwerking met (handhavings)partners.

  • Ten tweede werken we risico gestuurd. Het uitvoeren van toezicht en handhaving betekent dat altijd keuzes moeten worden gemaakt met beperkte middelen. De gemeente kan niet alles controleren en niet overal op handhaven. Daarom is het doel om een zo goed mogelijke inschatting te maken van de risico’s voor de leefomgeving en vervolgens hier de prioritering op aan te passen. Dit is een doorlopend proces, omdat ontwikkelingen in de maatschappij ervoor kunnen zorgen dat bepaalde risico’s groter of juist kleiner worden. Hierin moet de gemeente wendbaar zijn.

  • Tot slot zetten we in op gedeelde verantwoordelijkheid. Een leefbare gemeenschap is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het zorgdragen voor een leefbare gemeenschap is niet alleen een rol van de gemeente, maar ook van de gemeenschap. We verwachten daarom een bepaalde verantwoordelijkheid van onze inwoners. 

 

Omgeving om in te spelen en te bewegen

Een goede gezondheid draagt ook bij aan een gezonde en veilige leefomgeving. Inwoners zijn fysiek vitaler en mentaal veerkrachtiger. Bovendien zorgt spelen en bewegen ervoor dat mensen elkaar meer ontmoeten. We willen dat de openbare ruimte een gezonde leefstijl stimuleert. Daarom zetten we in op een rookvrije omgeving met veel mogelijkheden om te ontmoeten, te sporten, te bewegen en te spelen, zowel individueel als in georganiseerd verband via sport- en cultuurverenigingen. Ook willen we inwoners stimuleren om in hun dagelijks leven meer te bewegen. 

Om dit te bereiken maken we bewegen op een laagdrempelige manier toegankelijk. We zien hiervoor verschillende kansen. Ten eerste zetten we ons in voor een divers sportaanbod, zodat inwoners kunnen kiezen welke sport bij hen past. We streven ernaar dat de sportlocaties goed bereikbaar zijn. Ook willen we sporten en bewegen in de openbare ruimte verder stimuleren, zodat sport voor iedereen toegankelijk en betaalbaar is. We hebben aandacht voor de beweegruimte voor jongeren, volwassenen en senioren. Om jongeren te stimuleren meer te bewegen, kijken we verder dan de traditionele sporten en willen we ruimte bieden aan nieuwe, aantrekkelijke vormen van sport, zoals bijvoorbeeld freerunnen, calisthenics en skaten. We onderzoeken eerst welk van deze sporten past bij onze gemeente en hoe we deze kunnen faciliteren. 

Ook stimuleren we inwoners om voor korte afstanden vaker te fietsen en te wandelen in plaats van de auto te nemen. Hiervoor hebben we aandacht voor betere fiets- en wandelpaden. In paragraaf 5.5.2 is meer informatie te vinden over onze visie op fietsen en wandelen. 

Voor kinderen is (buiten)spelen erg belangrijk. Het ondersteunt hun motorische, sociale en cognitieve ontwikkelingen en stimuleert hen om actief te bewegen en andere kinderen te leren kennen. We willen dat de speelomgeving daarom voor kinderen uitnodigend, toegankelijk en avontuurlijk is. Avontuurlijk spelen helpt kinderen om kleine risico’s te nemen, zelf in te schatten wat ze durven en grenzen te verkennen. Ook stimuleert het hun creativiteit en fantasie. Om buitenspelen te stimuleren zetten we in op een divers speelaanbod binnen de speelbuurten. We hanteren hiervoor de ‘schijf van 5’. Dit zet essentiële speelomgevingen voor een kindvriendelijke buurt uiteen. De vijf omgevingen zijn: traditionele speelplek, bespeelbaar groen, een verhard pleintje, een trapveldje en een veilige speelroute. Ook maken we onderscheid tussen wijk- en buurtspeeltuinen. De wijkspeeltuinen zijn grotere speelplekken die een bredere groep kinderen aantrekken. De buurtspeeltuinen zijn kleinschaliger en bedoeld voor de kinderen die in de directe omgeving wonen. We streven naar een goede spreiding van (wijk)speeltuinen. Bij de inrichting hebben we daarnaast aandacht voor de verschillende leeftijden en hebben we aandacht voor het beperken van fysieke barrières.

5.3.4 We streven naar betekenisvol meedoen voor alle groepen en individuen

Door uit te gaan van positieve gezondheid, zetten we ook in op de zelfredzaamheid van mensen. We streven ernaar dat alle inwoners op een betekenisvolle manier mee kunnen doen in de samenleving. We zijn een inclusieve gemeente, dus iedereen hoort erbij. Voor sommige inwoners ligt de aandacht vooral op het vinden van passend werk, terwijl het voor andere inwoners gaat over de toegankelijkheid en rolstoelvriendelijkheid van de openbare ruimte. 

Inclusieve wijken

Voor ons is een inclusieve wijk een wijk waarin mensen naar elkaar omkijken, elkaar helpen en samenwerken. Het is een wijk waarin mensen gelijkwaardig zijn en waar mensen binnen hun eigen mogelijkheden meedoen. Kortom: in een inclusieve wijk doet iedereen ertoe. Verschillende mensen wonen samen in een wijk, zodat ze van elkaar leren en elkaar aanvullen. Een inclusieve wijk heeft een aantal randvoorwaarden, zoals een gemixte woningvoorraad, een passend voorzieningenniveau met voldoende ontmoetingsplekken, mogelijkheden voor formele hulp en ondersteuning, fysiek en sociaal toegankelijke openbare ruimte en een leefomgeving waarin ouderen op lange termijn kunnen blijven wonen. Ook nemen inwoners verantwoordelijkheid en initiatief.

Toegankelijke openbare ruimte

We vinden dat de openbare ruimte moet bijdragen aan de zelfredzaamheid van onze inwoners. Hierbij moet iemands fysieke, sociale of mentale capaciteiten niet uitmaken. Voor een toegankelijke openbare ruimte zetten we ons in voor veel verschillende onderwerpen. Een belangrijk uitgangspunt is dat de openbare ruimte veilig moet zijn. Door bijvoorbeeld kwalitatief goede wegen en paden, voldoende verlichting voor ’s avonds en veilige oversteekplaatsen willen we de openbare ruimte toegankelijker maken. Ook vinden we het belangrijk dat zorg gerelateerde gebouwen goed bereikbaar zijn. Zowel met de auto, als met de fiets en het openbaar vervoer. Daarnaast zorgen we ervoor dat plekken voor ontspanning en recreatie gemakkelijk te bereiken zijn.

Vanwege het toenemend aantal ouderen, hebben we ook meer oog voor de dementievriendelijkheid en valveiligheid van onze openbare ruimte. Aan de ene kant vraagt een dementievriendelijke omgeving om fysieke ingrepen. Zo kunnen we door duidelijke bewegwijzering de kans op verdwalen verminderen. Ook door goed onderhouden paden en een logische indeling van de ruimte kunnen we zorgen voor een veiligere omgeving. Aan de andere kant is een dementievriendelijk omgeving ook een ruimte waar mensen graag verblijven. Hierdoor is er meer sociale controle en bouwen inwoners een groter netwerk op waar ze op terug kunnen vallen bij tegenslagen. We willen daarnaast extra aandacht besteden aan valpreventie. We denken hiervoor aan diverse maatregelen, waaronder het verbeteren van de ondergrond. Op deze manier draagt onze openbare ruimte ook bij aan de zelfredzaamheid en het welzijn van onze oudere inwoners. 

In een toegankelijke openbare ruimte hebben we ook aandacht voor de verschillende vervoersmiddelen die inwoners kunnen kiezen. Niet iedereen in onze gemeente heeft gelijke mogelijkheden of kansen om zich te verplaatsen. Een deel van onze inwoners heeft mobiliteits- of bereikbaarheidsarmoede. Door de fiets- en voetpaden veilig in te richten willen we dat inwoners zich makkelijker kunnen verplaatsen voor korte afstanden. Voor langere afstanden willen we inzetten op een toegankelijk openbaar vervoersnetwerk om de ongelijkheid te verkleinen. 

Werken is meedoen

Voor het grootste deel van onze inwoners is het vanzelfsprekend om een passende baan te hebben, maar niet voor iedereen. Een deel van de inwoners heeft, om welke reden dan ook, een afstand tot de arbeidsmarkt. We vinden dat werken meer is dan alleen geld verdienen. Door te werken doen inwoners mee in de samenleving, bouwen ze contacten op en hebben ze een waardevolle tijdsinvulling. 

We stimuleren participatie aan de samenleving voor alle inwoners, waarbij we uitgaan van de participatieladder. De participatieladder gaat van geïsoleerd, via sociale contacten, ontmoeten en vrijwilligerswerk naar uiteindelijk betaald werk. Het zal niet voor iedereen haalbaar zijn om betaald werk te verrichten, maar we streven er wel naar dat iedereen naar eigen kunnen, mee kan doen. Daarom willen we onder andere initiatieven die werkgelegenheid creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt stimuleren.

5.3.5 We streven naar een veilige schoolomgeving

De schoolomgeving is voor de kinderen in onze gemeente erg belangrijk. Dit is de plek waar kinderen zich ontwikkelen en leren. Deze plek moet veilig zijn, zowel op school als rondom school. Rondom scholen hebben we extra aandacht voor verkeersveiligheid. We vinden het belangrijk dat kinderen op een veilige manier (zelfstandig) naar school kunnen gaan. We zien ook kansen om, waar mogelijk schoolstraten in te richten, zodat auto’s minder dichtbij de school komen. Ook willen we stimuleren dat kinderen lopend of met de fiets naar school komen. Hiervoor zijn veilige schoolroutes cruciaal. 

Ook de veiligheid op scholen is erg belangrijk. Hierbij gaat het om de fysieke en sociale veiligheid. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor de huisvesting van ons primair onderwijs. We willen dat onze kinderen in goede gebouwen en in een gezonde omgeving onderwijs krijgen. Ook willen we veilige schoolpleinen, die tegelijkertijd kinderen stimuleren om avontuurlijk te spelen. We vinden het belangrijk dat de schoolomgeving, ook buiten schooltijd, een functie hebben voor de buurt. We verkennen daarom de opties voor multifunctioneel gebruik van de schoolpleinen en schoolgebouwen. Daarnaast willen we scholen stimuleren om hun schoolpleinen te vergroenen zodat (buiten)spelen en bewegen nog aantrekkelijker wordt. We zien kansen om, waar mogelijk, (sport)verenigingen te betrekken bij scholen om naschoolse activiteiten en sportieve ontmoetingen in de buurt te organiseren.

Als we kijken naar de sociale veiligheid streven we naar inclusief onderwijs, met plaats voor ieder kind. Als kinderen zich thuis voelen op school, neemt het gevoel van veiligheid toe. We geloven dat kinderen hierdoor ook beter kunnen leren. We streven naar een inclusieve onderwijsomgeving waar kinderen met verschillende achtergronden, mogelijkheden en behoeften samen opgroeien en leren. Hierdoor leren kinderen verschillende achtergronden kennen en hebben ze meer begrip voor elkaar. Het betekent dat kinderen terecht kunnen op een school in de gemeente Borne, tenzij een gespecialiseerde setting beter past bij de ondersteuningsbehoefte van het kind. Als gemeente zijn we bereid scholen te ondersteunen waar nodig en mogelijk, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijshuisvesting of leerlingenvervoer.

In gemeente Borne willen we aan de slag gaan met ...
  • Het in beeld brengen van nieuwe sportvormen (zoals freerunnen, calisthenics, skateboarden) die aansluiten bij onze gemeente;

  • Het actualiseren van het Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Beleid 2.0;

  • Het opstellen van het Integraal Veiligheidsplan 2027;

  • Het thema milieu (aspecten), met extra aandacht voor geur en externe veiligheid;

  • Verkennen van de mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik van schoolgebouwen/pleinen.

Wat vinden inwoners?
  • Ontmoeten in de buitenruimte is goed. Dit kan gestimuleerd worden door meer groene ruimtes met water, bankjes en schaduw in de gemeente te hebben. Ook ruimte voor evenementen en horeca draagt hieraan bij. 

  • Inwoners vinden het belangrijk dat er voor alle leeftijdsgroepen voldoende ontmoetingsmogelijkheden zijn.

  • Volgens inwoners kan de gemeente bewegen stimuleren door onveilige verkeerssituaties aan te pakken. Ook helpt het als er meer en betere fiets- en wandelpaden komen tussen de kernen en het buitengebied.

5.4 Ondernemend en gastvrij

5.4.1 De principes

Een kijkje in het textielverleden van Borne

Onze gemeente kan gezien worden als de bron van de Twentse textiel-geschiedenis. Tot de 16e eeuw ontwikkelde Borne zich als agrarisch dorp, met het spinnen en weven als huisnijverheid. Onder invloed hiervan kon zich in de 17e en 18e eeuw in Borne een linnennijverheid ontwikkelen. Deze nijverheid maakte dat in de tweede helft van de 18e eeuw linnenhandelaren zich in Borne vestigden. Aanvankelijk ontwikkelden er kleine textielbedrijven in het oude centrum van Borne, waarna na 1865 de eerste grotere textielfabriek Spanjaard werd opgericht.

Tegenwoordig herinneren onder andere het kantoorgebouw van de Spanjaardsfabriek, Villa Elisabeth, de Pellenhof, het Witte huis, straatnamen, museum Bussemakerhuis en andere rijksmonumenten ons aan het Bornse textielverleden.

We vinden dat onze gemeente primair een woongemeente is. Maar dat betekent niet dat er geen ruimte is voor andere functies, zoals werken en de vrijetijdseconomie. Werkgelegenheid in de buurt is juist een belangrijke reden voor mensen om ergens te wonen. Daarom vinden we het belangrijk dat we voldoende en passende bedrijvigheid in onze gemeente hebben. We zoeken hierin naar een goede balans met andere functies. Daarnaast willen we dat onze gemeente een aantrekkelijke plek is om te ontspannen en te recreëren. De vrijetijdseconomie draagt hier aan bij. We hebben een rijk textielverleden, een prachtig buitengebied en een groot evenementenaanbod. Dit maakt ons aantrekkelijk voor bezoekers van buiten de gemeente, maar ook voor de eigen inwoners. Graag behouden en versterken we deze kwaliteiten. Zo is onze gemeente een aantrekkelijke plek om te wonen, te werken en te recreëren.

De principes binnen dit thema zijn:

  • We streven naar bedrijvigheid passend bij Borne

  • We faciliteren de ontwikkeling van vrijetijdseconomie

 

Infographic Ondernemend en gastvrij
afbeelding binnen de regeling

5.4.2 We streven naar bedrijvigheid passend bij Borne

We vinden het belangrijk dat er passende werkgelegenheid is voor onze inwoners, maar we vinden dat niet iedereen hier hoeft te werken. Veel inwoners werken buiten onze gemeente. Daarom streven we in de regio gezamenlijk naar een evenwichtige verdeling van het aantal beschikbare banen en de beroepsbevolking. Dit betekent echter niet dat er in onze gemeente geen ruimte is voor bedrijvigheid. We vinden het belangrijk dat mensen die in onze gemeente willen werken, hier kunnen werken. Maar de werkgelegenheid moet wel aansluiten op ons karakter.

Wat past bij het karakter van onze gemeente verschilt per plek. In het centrum vinden we detailhandel en horeca goed passen, in Oud Borne hebben we meer aandacht voor recreatie en het buitengebied biedt vooral ruimte voor de agrarische sector en nieuwe functies. We bieden hier bijvoorbeeld ook ruimte voor (verblijfs)recreatie op (voormalige) agrarische erven. Ook tussen de bedrijventerreinen zien we verschillen. Op Molenkamp is er bijvoorbeeld plaats voor niet-reguliere volumineuze detailhandel en grootschalige leisure functies, terwijl dit op Westermaat-Veldkamp niet is toegestaan. Daarnaast biedt kantoorlocatie Oostermaat alleen ruimte voor kantoren. 

We moedigen innovatieve bedrijvigheid, kleinschalige bedrijven en startups aan

We vinden het belangrijk dat de bedrijvigheid past binnen het lokale karakter van onze gemeente, zorgt voor werkgelegenheid en bijdraagt aan de levendigheid. We zien daarom vooral kansen voor kleinschalige bedrijven, lokale ondernemingen, ambachtelijke bedrijven en startups. 

Innovatieve en duurzame bedrijvigheid hebben een goed toekomstperspectief. Daarom willen we ruimte geven aan deze bedrijven in onze gemeente. We stimuleren ontwikkelingen en innovaties die bijdragen aan de verduurzaming van bedrijven, de energietransitie, het aanpakken van klimaatopgaven en het aanpakken van stikstof- en natuuropgaven. Deze bedrijven dragen bovendien ook bij aan onze ambities op het gebied van economie, veiligheid, duurzaamheid, water en groen.

Locaties voor (niet-agrarische) bedrijvigheid

We willen dat kleinschalige bedrijvigheid zich zo veel mogelijk vestigt binnen onze bestaande bebouwde structuren. Daarom kijken we eerst naar verdichting of hergebruik van bestaande locaties. Hierbij kan gedacht worden aan (verouderde) bedrijventerreinen of kantoorlocaties. Omdat we willen dat kleinschalige bedrijvigheid zich vestigt in de bebouwde structuren, gaan we voorzichtig om met het wegbestemmen van kleinschalige bedrijvigheid om woningen te realiseren. We vinden dat bedrijven aan huis in woonwijken of in het buitengebied mogelijk moeten zijn zolang het past in de omgeving. Ook de aanloopstraten rondom het centrum van Borne kunnen worden gebruikt voor kleinschalige bedrijvigheid, zoals zakelijke dienstverlening of kantoren.

Borne kent drie grotere werklocaties: bedrijventerrein Molenkamp, Westermaat De Veldkamp en kantorenpark Oostermaat. In het kader van de herinrichting van de rondweg N743 in Borne (zie paragraaf 6.1.2) willen we kijken naar eventuele ontwikkelingsmogelijkheden op kantoorlocatie Oostermaat. Voor de bedrijventerreinen voorzien we op dit moment geen uitbreiding. We richten ons daarom vooral op herontwikkeling en passend gebruik van de bestaande terreinen. We streven hiervoor naar duidelijke kaders voor transformatie, verdichting en verkleuring. Verkleuring betekent dat de aard en functie van een bedrijventerrein verandert, vaak door een verschuiving in de gebruikerssamenstelling of activiteiten (zoals wonen) toe te staan. We willen dat deze drie aspecten in samenhang worden onderzocht.

Op dit moment zijn er al diverse ontwikkelingen op onze bedrijventerreinen voorzien. Hierbij worden locaties getransformeerd tot locaties met woningen, bijvoorbeeld een locatie aan de Steenbakkersweg en op de hoek van de Prins Bernhardlaan met de Oonksweg (Jonge Poerink). We willen dat de kaders voor transformatie, verdichting en verkleuring voor andere gevallen duidelijkheid bieden. Bij solitaire bedrijfslocaties zien we in het algemeen meer mogelijkheden voor verkleuring naar een woonfunctie, maar ook hier gaan we daar voorzichtig mee om. Hetzelfde geldt voor aanloopstraten rondom het centrum van Borne. De afweging of verkleuring wenselijk is betreft altijd maatwerk.

Passende agrarische activiteiten

De agrarische sector is beeldbepalend voor het buitengebied. Daarom is het toekomstperspectief voor de agrarische sector belangrijk. De sector is echter in beweging. Agrariërs staan voor grote uitdagingen door strengere regels op het gebied van stikstof, water en bodemkwaliteit. Ook is er steeds meer aandacht voor duurzaamheid, dierenwelzijn en natuur. Dit zorgt ervoor dat (een deel van) de agrarische bedrijven hun bedrijvigheid waarschijnlijk moet aanpassen.

We willen agrariërs voldoende toekomstperspectief geven, zolang hun bedrijvigheid binnen de kaders van wet- en regelgeving past. We kijken graag samen met agrariërs naar de mogelijkheden. Als het past binnen wet- en regelgeving kunnen agrariërs hun bedrijvigheid voortzetten, of mogelijks zelfs uitbreiden. Waar het niet past, zal de bedrijfsvoering moeten worden aangepast. We staan daarbij open voor agrariërs die willen verduurzamen, hun bedrijvigheid willen verbreden of omschakelen naar andere bedrijvigheid die past binnen de kaders. Hierbij willen we nadrukkelijk wel voorkomen dat veranderende agrarische bedrijvigheid leidt tot een verslechtering van de algehele gezondheid, milieu- en/of waterkwaliteit. Een voorbeeld hiervan kan bedrijvigheid zijn waarin gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, zoals het telen van lelies.

We zien agrarische bedrijvigheid echter ook steeds vaker botsen met andere aspecten, zoals het behoud van groen, natuur en een gezonde leefomgeving. Sommige agrarische bedrijven, zoals intensieve veehouderijen, kunnen negatieve invloed hebben op de gezondheid van omwonenden bijvoorbeeld door geurhinder en uitstoot van fijnstof. De effecten zijn afhankelijk van de afstand tot een veehouderij, het type dieren en de bedrijfsvoering. We volgen het landelijk beleid voor intensieve veehouderijen. Dit kan mogelijk gevolgen hebben voor agrarische bedrijven in Borne (minder intensief, meer natuurinclusief). Dit vraagt om maatwerk. Bij initiatieven houden we er ook rekening mee dat nieuwe ontwikkelingen moeten leiden tot een verbetering van ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit.

Boom- en sierteelt is een specifieke tak binnen de agrarische sector. Nieuwvestiging of omschakeling van bedrijfsvoering naar boom- en sierteelt vinden we niet gewenst. Daarnaast onderzoeken we hoe we in de toekomst willen omgaan met teelt, in het kader van een integraal perspectief voor het buitengebied.  

5.4.3 We faciliteren de ontwikkeling van vrijetijdseconomie

Onze gemeente heeft een prachtig buitengebied van goede kwaliteit, een rijk evenementenaanbod en een groot textielverleden. Daarnaast hebben we een gunstige ligging in Twente. Dichtbij grote steden als Almelo, Hengelo en Enschede. Dit maakt onze gemeente aantrekkelijk voor bezoekers die een dagje uit willen. Tegelijkertijd vinden we het belangrijk dat onze eigen inwoners voldoende mogelijkheden hebben om te ontspannen en te recreëren.

Om de vrijetijdseconomie goed te ontwikkelen, zijn er aandachtspunten. We moeten bijvoorbeeld goed letten op de draagkracht van het buitengebied. Hierbij gaat het vooral om het behoud van de landschappelijke kwaliteiten en de gebruiksmogelijkheden voor agrariërs. Er komen steeds meer wensen en eisen op ons buitengebied af. Denk aan ruimte voor duurzaamheid, landbouw, biodiversiteit, wonen en recreatie. De ruimte is echter beperkt, dus willen we daar zorgvuldig mee omgaan. 

Aantrekkelijk voor onze inwoners en bezoekers

We streven naar een vrijetijdseconomie die bijdraagt aan de levendigheid van onze gemeente en aan het welzijn van onze inwoners. Een aantrekkelijke vrijetijdseconomie helpt om onze positie binnen Twente te versterken. Om dit verder te stimuleren, zetten we in op gerichte marketing. Die marketing moet zich richten op de unieke elementen van Borne, waaronder ons textielverleden, Oud Borne, het openluchttheater in Hertme, folklore, onze evenementen en de Groene Poort. Deze onderdelen vertellen samen het Bornse verhaal. 

Dankzij onze gunstige ligging in het hart van Twente, het erfgoed en het mooie buitengebied hebben we veel kansen voor recreatie. We kiezen bewust voor kwaliteit boven kwantiteit: liever passende recreatie dan grootschalig toerisme. Hierdoor kunnen we onze kansen in de vrijetijdseconomie benutten én kunnen inwoners blijven genieten van onze vrijetijdsvoorzieningen. Hiervoor zien we bijvoorbeeld de meerwaarde van ons rijke evenementenaanbod. We vinden het belangrijk dat er een passend en gevarieerd aanbod is. Zo blijven we aantrekkelijk voor iedereen die hier woont, werkt of ons bezoekt.

Kansen voor onze vrijetijdseconomie

We zien verschillende kansen om onze vrijetijdseconomie te versterken. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan het centrum en Oud Borne. In het centrum willen we de dagrecreatie en horecasector versterken. Het huidige horeca-aanbod is beperkt. Door meer horecazaken toe te voegen, kunnen inwoners en bezoekers gemakkelijker ergens iets drinken of eten. Dit maakt het voor inwoners aantrekkelijker, maar ook voor bezoekers om een dagje naar Borne te komen. Ook zijn er hierdoor voor inwoners meer plekken om elkaar te ontmoeten. In paragraaf 5.5.3 lichten wij onze visie op horeca in onze gemeente verder toe. Ook liggen er kansen voor overnachtingsmogelijkheden in het centrum. 

Oud Borne heeft ook veel potentie voor uitbreiding van dag- en verblijfsrecreatie. Het is op dit moment een van de weinige (rijks) beschermde dorpsgezichten binnen Twente. We zien kansen voor activiteiten en ontwikkelingen die aansluiten bij het beschermde dorpsgezicht. Hierbij kan gedacht worden aan kunstzinnige vorming, ambachten, kunsten in beeldbepalende gebouwen, galerieën, passende horeca en authentieke winkels. Regionaal maken we afspraken rondom gebiedsbiografieën. Hierbij kijken we naar de cultuurhistorische, landschappelijke, ruimtelijk en sociaal-maatschappelijke lagen in een gebied en de manier hoe dit de identiteit vormt. In gemeente Borne willen we hier graag mee aan de slag gaan. 

We vinden het daarnaast belangrijk om het centrum en Oud Borne beter met elkaar te verbinden. Dit willen we doen door een stedenbouwkundige en architectonische samenhang te creëren. Dit betekent dat gebouwen en de omgeving goed bij elkaar passen en gezamenlijk een logisch geheel vormen. Deze samenhang trekken we ook door naar de Bornsche Maten. Op deze manier willen we bezoekers van Oud Borne stimuleren het centrum te bezoeken en andersom. Ook willen we in Oud Borne publieksfuncties toevoegen op strategische locaties om de overgang te bevorderen.

Ons buitengebied heeft ook veel kansen. Hier kan ons landschap zowel bijdragen aan het natuurbehoud als een recreatieve waarde hebben. We willen daarom de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte en het landschap versterken. Een mooie, goed verzorgde openbare ruimte verhoogt de aantrekkelijkheid van onze gemeente, voor bezoekers én inwoners. Zo zorgen we ervoor dat mensen zich welkom voelen en graag terugkomen. Denk hierbij aan het verbeteren van parken, het toevoegen van zitplekken, het behouden of bouwen van hoogwaardige architectuur, het voorzien in openbare toiletten en het versterken van groenstructuren.

We willen ook het erfgoed in onze gemeente beter inzetten voor de vrijetijdseconomie. We hebben tal van waardevolle monumenten en historische gebouwen. In het buitengebied hebben we onder meer de Zwanenhof, De Hondeborg en de landgoederen Weleveld en Twickel. In het centrum kennen we Villa Elizabeth en in Oud Borne het Bussemakerhuis, de Oude Kerk, De Pellenhof, de klopjeswoningen, enzovoort. We willen het bestaande erfgoed beter beleefbaar en toegankelijk maken. Bij leegstaande waardevolle, monumentale en/of karakteristieke panden geven we de voorkeur aan een openbare functie. De nadruk ligt hierbij op een toeristisch-recreatieve functie. Zo kan het erfgoed beter beleefbaar en toegankelijk worden gemaakt. Monumentale woningen blijven hierbij uiteraard privé. 

Ook zien we kansen om de verblijfsrecreatie te stimuleren. We zetten in op toekomstbestendige en duurzame verblijfsaccommodaties en zien kansen voor de ontwikkeling van nieuwe, bijzondere en luxe accommodaties als aanvulling op het huidige aanbod. 

Ruimte voor passende recreatie in het buitengebied

We zijn trots op de Groene Poort. De Groene Poort vormt binnen de Twentse stedenband de groene verbindingszone tussen het Nationaal Landschap Noordoost Twente en de landgoederen van Zuidoost Twente. Het is een gebied met veel potentie voor toerisme. We willen de Groene Poort aantrekkelijk houden door het fiets- en wandelnetwerk waar mogelijk uit te breiden en/of te verbeteren. Dit biedt niet alleen recreatiemogelijkheden, maar stimuleert ook inwoners en bezoekers om meer te bewegen. Bovendien zijn wandelen en fietsen laagdrempelige manieren om de omgeving te verkennen. 

Tegelijk blijven we goed letten op de draagkracht van het gebied. De natuur, rust en biodiversiteit mogen niet negatief worden beïnvloed door recreatie. Daarom kijken we steeds goed of nieuwe routes of ontwikkelingen passen bij het gebied. We willen het karakteristieke landschap behouden en versterken. Hierbij zijn de karakteristieke, beeldbepalende, waardevolle of monumentale bebouwing en de historische en landschappelijk waardevolle structuren leidend. Voorbeelden van nieuwe ontwikkelingen zijn nieuwe functies, zoals een recreatieve functie op vrijkomende erven of vrijkomende en/of vrijgekomen agrarische bebouwing (VAB), of een nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf. 

Omdat er in het buitengebied veel functies samenkomen, zoals natuur, biodiversiteit, recreatie en (agrarische) bedrijvigheid, willen we graag aan de slag met een integraal perspectief voor het buitengebied. Dit moet inzicht geven in de mogelijkheden voor ontwikkelingen in het buitengebied, met respect voor de kwalitatieve waarden van het buitengebied, zoals de landgoederen en de water- en groenstructuren. 

Passend evenementenaanbod

In onze gemeente zijn het hele jaar door evenementen, zoals de Palmpasenoptocht, Borne op z’n Best en de Melbuul’ndagen. Deze evenementen vinden vaak plaats in het centrum of in het openluchttheater in Hertme. Ze zorgen voor levendigheid en verbinding binnen onze gemeenschap. Onze ambitie is dat het aanbod op peil blijft, en waar mogelijk wordt versterkt met evenementen die de identiteit van Borne ondersteunen. Als gemeente hebben we hierin echter vooral een faciliterende rol. Evenementen die aansluiten op onze identiteit zijn bijvoorbeeld activiteiten die aansluiten bij het textielverleden, bij de kleinschalige dagrecreatie of bij het fiets- en wandelnetwerk. Ook kleinschalige culturele initiatieven, zoals muziekoptredens of lokale markten, kunnen een waardevolle aanvulling zijn.

In gemeente Borne willen we aan de slag gaan met ...
  • Het onderzoeken van de ontwikkelingsmogelijkheden van kantoorlocatie Oostermaat in het kader van de herinrichting van de rondweg;

  • Het opstellen van kaders rondom transformatie, verdichting en verkleuring van bedrijventerreinen;

  • Het opstellen van gebiedsbiografieën;

  • Het verbeteren van de verbinding tussen Oud Borne en het centrum;

  • Het verkennen van de mogelijkheid om richting te geven aan de gewenste ontwikkelingen in het buitengebied. 

Wat vinden inwoners?
  • Inwoners vinden Borne primair een woongemeente en maken gebruik van de werkgelegenheid in de regio.

  • Nieuwe bedrijvigheid moet met name bestaan uit kleinschalige bedrijven en startups. Ook staan inwoners positief tegenover boerenbedrijven die willen transformeren naar een duurzamer bedrijf.

  • Inwoners vinden het belangrijk dat de rust en openheid van het buitengebied behouden wordt. Dit verkiezen zij boven het toevoegen van recreatie. Ze vrezen vooral voor meer afval, negatieve invloed op de natuur en dieren, verkeersdrukte, geluidsoverlast als het toerisme in het buitengebied toeneemt. 

  • Inwoners waarderen de natuur, rust en het wandel- en fietsnetwerk in het buitengebied.

  • Bij herbestemming van leegstaande karakteristieke gebouwen/monumenten, geven inwoners de voorkeur aan de functie wonen, horeca of maatschappelijk.

  • Inwoners vinden dat Borne zich beter kan onderscheiden op het gebied van recreatie. Een grotere commerciële voorziening kan hier aan bijdragen. Maar er moeten ook meer vrijetijdsvoorzieningen voor inwoners komen, zoals een skatepark, speeltuin, sportparcours etc.

 

(Bron: Bornse Dromen Dagen, 2023 en inwonersenquête, 2025)

5.5 Bereikbaar en toegankelijk

5.5.1 De principes

Een toekomstbestendige leefomgeving vraagt om goed bereikbare voorzieningen, duurzame mobiliteit én ruimte om te spelen en ontmoeten. We willen dat inwoners zich makkelijk kunnen verplaatsen en toegang hebben tot essentiële voorzieningen zoals scholen, zorg en supermarkten. Tegelijk is er aandacht nodig voor speelruimte en de verblijfskwaliteit, die bijdragen aan gezondheid, sociale cohesie en het opgroeien van kinderen.

De principes binnen dit thema zijn:

  • We passen het STOMP-principe toe

  • We clusteren onze voorzieningen, tenzij

 

Infographic bereikbaar en toegankelijk
afbeelding binnen de regeling

5.5.2 We passen het STOMP-principe toe

We willen inwoners stimuleren bewust te worden van welk vervoersmiddel zij kiezen. Hiervoor hanteren we het STOMP-principe. STOMP staat voor: Stappen (wandelen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten (MaaS[5]) en Privéauto. Het STOMP-principe betekent dat we vooral in willen zetten op gezonde mobiliteit namelijk langzaam verkeer, Stappen (lopen) en Trappen (fietsen). Daarvoor willen we de openbare ruimte zo inrichten dat lopen en fietsen vanzelfsprekende keuzes worden. Daarna geven we de voorkeur aan het openbaar vervoer. Als dat geen optie is, stimuleren we het gebruik van deelvervoer. Pas als laatste optie komt de privéauto in beeld. Als mensen toch kiezen voor de privéauto, stimuleren we elektrisch autogebruik. Hierbij staan we open voor innovatieve ideeën die autogebruik verduurzamen. 

Door in te zetten op het STOMP-principe willen we bijdragen aan de drie V’s. Namelijk Verminderen, Verschuiven en Verschonen. We zetten in op het verminderen van het aantal kilometers dat we gezamenlijk afleggen. Als we dan toch moeten reizen, verschuiven we naar duurzame vervoerswijzen, zoals de fiets en het openbaar vervoer. Mocht dat niet kunnen dan streven we naar het verschonen we het vervoer zelf, bijvoorbeeld door elektrische auto’s. 

Om dit mogelijk te maken, zijn verschillende maatregelen mogelijk. Zo willen we meer fietsstraten aanleggen, het openbaar vervoer beter verbinden en de maximumsnelheid op wegen verlagen. Ook willen we de ruimte voor de auto waar mogelijk verminderen, zodat er meer plek voor andere functies is. Bovendien bevorderen we op deze manier de gezondheid en het welzijn van onze inwoners. Doordat inwoners meer lopen en fietsen bewegen ze meer en ontmoeten ze elkaar vaker in de openbare ruimte.

Lopen en fietsen stimuleren

Lopen en fietsen vormen de eerste twee stappen binnen het STOMP-principe. Deze vormen van mobiliteit hebben dan ook onze voorkeur. Door te kiezen voor lopen en fietsen verkleinen we de kans op mobiliteitsarmoede. Vrijwel iedereen kan gebruikmaken van deze manieren van verplaatsen. 

Om lopen en fietsen te stimuleren, zijn twee zaken van groot belang. Ten eerste hebben we veilige routes met minder gemotoriseerd verkeer nodig. We willen de openbare ruimte zo inrichten dat mensen zich lopend of fietsend veilig en gemakkelijk kunnen verplaatsen. Daarbij willen we meer, overzichtelijkere en snellere verbindingen realiseren en verkennen wat de mogelijkheden zijn om bestaande straten om te vormen tot fietsstraten. Extra aandacht gaat uit naar de routes tussen het centrum, scholen, sportvoorzieningen en woonwijken. Ook focussen we ons op de verbinding tussen het centrum en Oud Borne. Dit moet ervoor zorgen dat belangrijke voorzieningen goed bereikbaar zijn. Daarnaast willen we dat randvoorwaarden, zoals voldoende en veilige fiets parkeerplekken, op orde zijn. 

Tegelijkertijd beperken we het autoverkeer in onze kernen. De aanleg van de Vloedbeltverbinding draagt hieraan bij en we onderzoeken op welke wegen we de maximumsnelheid kunnen verlagen. Door rondom Borne en rondom het centrum een ring te maken willen we ervoor zorgen dat de auto niet overal meer gaat komen. Daarnaast willen we voor langparkeerders een parkeerplaats (overstapplaats) aan de rand van het centrum in de nabijheid van de N743 faciliteren. 

Ten tweede is gedragsverandering erg belangrijk. We kunnen als gemeente het wandelen en fietsen beter organiseren, maar uiteindelijk moeten inwoners en ondernemers zelf kiezen voor lopen of fietsen. Door de juiste omstandigheden te creëren, willen we dat lopen en fietsen vanzelfsprekende en aantrekkelijke keuzes worden. Ook willen we inwoners informeren over de positieve effecten van lopen en fietsen.

Passend openbaar vervoer

Openbaar vervoer is een duurzaam alternatief voor de auto voor langere afstanden. Maar ook voor kortere afstanden is het een belangrijk vervoersmiddel, bijvoorbeeld voor mensen die minder mobiel zijn. Daarom hebben we oog voor de verbindingen van het openbaar vervoernetwerk binnen én buiten onze gemeente. Dankzij ons treinstation zijn we goed verbonden met omliggende steden zoals Enschede, Almelo en Hengelo. Vanuit daar is de rest van Nederland goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Deze verbinding is voor ons erg waardevol.

De verbindingen binnen onze gemeente willen we verder versterken. We willen onderzoeken of de N743 een Hoogwaardig Openbaarvervoer Verbinding (HOV) kan worden. Ook willen we de reguliere buslijnen aanvullen met flexibele vervoersvormen. We hebben met FlexRRReis een goed dekkend openbaar vervoer. Daarnaast zijn er lokale initiatieven, zoals Automaatje, die – hoewel ze niet officieel onder het openbaar vervoer vallen – wel bijdragen aan de bereikbaarheid voor mensen die minder mobiel zijn. We streven ernaar dit aan te vullen met aanvullend openbaar vervoer (voor elke inwoner toegankelijk), waarbij voor inwoners die dit nodig hebben, dit wordt ingezet als Wmo-vervoer.

Ons openbaar vervoer heeft echter ook aandachtspunten. Ten eerste vinden we het belangrijk dat zorgvoorzieningen goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Daarom streven we naar bushaltes in de directe omgeving van zorglocaties. Ten tweede kan de veiligheid van de oversteek van de spoorlijn beter. Hiervoor werken we nauw samen met ProRail en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. We zijn bezig met de voorbereidingen voor een onderdoorgang bij de Bornerbroeksestraat. Daarnaast willen we de situatie aan de Oonksweg verbeteren door middel van de aanleg van een vrijliggend fietspad en een reconstructie van de weg. 

Autoverkeer

We weten dat nog vaak voor de auto gekozen wordt en dat de auto ook een belangrijk vervoersmiddel blijft. Daarom hebben we ook aandacht voor de autobereikbaarheid. We vinden het vooral belangrijk dat het autoverkeer veiliger en schoner wordt en dat we onnodig autoverkeer in de kernen verminderen. 

Onze ambitie is duidelijk: geen verkeersdoden in onze gemeente. Ook willen we het aantal verkeersongevallen met letsel zo veel mogelijk terugdringen. Om de verkeersveiligheid te verhogen, willen we de openbare ruimte aanpassen. We streven ernaar dat automobilisten langzamer gaan rijden en onderzoeken waar we de maximumsnelheid in de kernen kunnen verlagen van 50 naar 30 km/uur. Dit brengt mogelijk ook kansen met zich mee voor woningbouw en voor de herinrichting van de openbare ruimte. In het buitengebied willen we de snelheid waar mogelijk terugbrengen naar 60 km/uur. Om de juiste snelheid af te dwingen, is het belangrijk dat de inrichting van wegen automobilisten dwingen om langzamer te rijden. Daarom passen we niet alleen waar mogelijk de maximumsnelheid aan, maar willen we maatregelen nemen die langzamer rijden afdwingen. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan versmallingen en drempels. De inrichting van de weg moet passen bij de snelheid die gevraagd wordt. Naast fysieke maatregelen willen we via gedragscampagnes bewustwording creëren. Bewustwording is essentieel om het verkeersgedrag blijvend te veranderen. 

Om het doorgaand verkeer in onze kernen te verminderen, is de aanleg van de Vloedbeltverbinding belangrijk. Auto’s worden hierdoor voortaan namelijk om de kernen Borne en Zenderen heen geleid. Doordat er minder verkeer over deze wegen gaat, kunnen we deze routes met meer groen herinrichten. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor de N743 tussen Zenderen en Borne, de Bornerbroeksestraat en de Albergerweg. Ook kunnen we in Borne en Zenderen meer ruimte geven aan voetgangers en fietsers en oude verbindingen in ere herstellen. Dit biedt vooral kansen om veilige fietsverbindingen en looproutes tussen de wijken Bornsche Maten en Stroom Esch en het centrum te realiseren. 

We willen in onze gemeente graag duurzaam autogebruik stimuleren. Uiteindelijk moeten inwoners de keuze maken of ze overstappen naar bijvoorbeeld een elektrische auto. Als gemeente stimuleren we inwoners deze keuze te maken door de randvoorwaarden op orde te hebben. Zo zetten we in op een goed dekkend netwerk van oplaadpunten. 

 

[5]  Mobility as a Service: Deelvervoer, gebruikers kunnen meerdere mobiliteitsdiensten delen en inplannen.

5.5.3 We clusteren (commerciële) voorzieningen, tenzij...

De bereikbaarheid van voorzieningen is erg belangrijk. We vinden het belangrijk dat inwoners eenvoudig bij voorzieningen kunnen komen, ook als zij minder mobiel zijn. Bereikbaarheid kan je op verschillende manieren waarborgen. Door voorzieningen bijvoorbeeld te spreiden over de gemeente zijn er verschillende voorzieningen dichtbij huis. Echter zijn voorzieningen hierdoor niet bij elkaar gelegen en is het minder makkelijk om verschillende voorzieningen te combineren, zoals een bezoek aan de bakker en de supermarkt. Een andere manier om de bereikbaarheid te realiseren, is door voorzieningen te clusteren op een locatie en te zorgen dat deze locatie met verschillende vervoersmiddelen goed bereikbaar is. Wij kiezen voor deze tweede optie. 

Voorzieningenstructuur sluit aan op de bevolkingsgroep

We willen groeien naar minimaal 30.000 inwoners. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat onze voorzieningen dit aankunnen en meegroeien waar dit nodig is. Als we meer inwoners hebben, neemt de vraag naar voorzieningen namelijk toe. Dit zal voornamelijk het geval zijn in de kern en het centrum van Borne. Hier zitten momenteel de meeste voorzieningen. Doordat Zenderen en Hertme kleinere dorpen zijn, zijn er minder voorzieningen. We zien dat in deze dorpen nu soms (net) te weinig draagvlak is voor de toekomstbestendigheid van bestaande voorzieningen. We vinden het echter belangrijk dat ook in deze dorpen een passend aanbod blijft bestaan. Door woningbouw in deze dorpen neemt het aantal inwoners toe. Hierdoor groeit ook het draagvlak voor voorzieningen en neemt de toekomstbestendigheid ervan toe. 

Natuurlijk heeft niet iedereen dezelfde behoefte. Daarom is het niet genoeg om alleen te kijken naar absolute bevolkingsgroei. De voorzieningen moeten ook passen bij onze bevolkingssamenstelling. En bevolkingssamenstelling met relatief veel kinderen betekent bijvoorbeeld een grotere behoefte aan onderwijs, terwijl een groeiend aantal ouderen juist om meer zorgvoorzieningen vraagt.

We willen onderzoeken welke voorzieningen extra aandacht nodig hebben voor de toekomstbestendigheid en houden hierbij rekening met de demografische ontwikkeling. Hierbij zullen we zowel naar voorzieningen waar meer aanbod voor nodig is, als naar voorzieningen waarbij meer inwoners nodig zijn voor het draagvlak van voorzieningen kijken. Indien er behoefte is aan extra voorzieningen, willen we onderzoeken we op welke locaties deze moeten komen. We weten dat er op dit moment voldoende sportvoorzieningen en winkels voor dagelijks aanbod zijn. Voor onderwijs en zorg is op korte termijn mogelijk meer aandacht nodig. 

Daarnaast kijken we welke rol wij als gemeente hebben bij verschillende voorzieningen. We zijn ons er ook van bewust dat we als gemeente niet op alles kunnen sturen. Commerciële voorzieningen laten we vooral over aan de markt(behoefte), hier sturen we alleen op door middel van vestigingsbeleid. Bij maatschappelijke voorzieningen hebben we meer invloed. We zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting (basisscholen). Voor een deel zijn we echter ook afhankelijk van de (arbeids)markt. Zo is er momenteel een gebrek aan gekwalificeerd personeel of vrijwilligers en zorgen bezuinigingen bij de Rijksoverheid ook voor bezuinigingen op gemeentelijk niveau. Voor huisvesting van huisartsen rust geen zorgplicht. Echter dragen we als gemeente wel een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor voldoende huisvesting van eerstelijnszorg. 

Behoud commerciële voorzieningen in het centrum

We willen ons centrum graag overzichtelijk en compact houden door onder andere de herkenbaarheid van de toegang van de kern van het centrum te vergroten. Het concentreren van winkels in het centrum van Borne draagt hier ook aan bij. Hier bevindt het grootste deel van de commerciële voorzieningen zich vooral rond het Dorsetplein, de Grotestraat en de Nieuwe Kerkstraat. Daarnaast hebben we beperkt aanbod aan de Letterveldweg, Europastraat, Dorsvloer en Azelosestraat. We willen dat nieuwe commerciële voorzieningen zich blijven vestigen in het centrum van Borne. Zo zorgen we dat het centrumgebied levendig en aantrekkelijk blijft en mensen hier graag winkelen en verblijven. 

Hierbij blijven we aandacht houden voor de bereikbaarheid van het centrum en de voorzieningen. We houden bijvoorbeeld de bereikbaarheid van nieuwbouwwijken tot het centrum in de gaten. We vinden het namelijk belangrijk dat we bij het kijken naar de bereikbaarheid al rekening houden met de (toekomstige) inwonersgroei. Ook hebben we extra aandacht voor de bereikbaarheid voor minder mobiele inwoners. Een ander belangrijk punt is de parkeerdruk in het centrum. We willen onderzoeken hoe we de parkeerdruk kunnen verlagen.

Horeca als ontmoetingsfunctie

Het centrum van Borne is ook dé plek voor horeca. Horeca draagt namelijk ook bij aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van het centrum. Hier kunnen inwoners elkaar ontmoeten en samen iets eten en drinken. We willen horeca het liefst clusteren op een aantal plekken in het centrum. We zien kansen aan de Grotestraat (van de Stephanuskerk tot het Dorsetplein) en aan de Marktstraat (van het Dorsetplein tot de kruising met de Oude Kerkstraat) voor winkelondersteunende daghoreca. Daarnaast zien we potentie aan het Rheineplein en aan het Dorsetplein voor avondhoreca. Tot slot zien we ook kansen om de verblijfsfunctie en horecapotentie van De Haven te versterken. In de aanloopstraten van het centrum van Borne geldt dat we in principe geen horeca toestaan. Indien nodig passen we ons terrassenbeleid hierop aan. 

We hebben tot slot ook verschillende paracommerciële horecavoorzieningen, zoals horeca bij sportverenigingen of culturele instellingen. Deze zijn in principe welkom, zolang deze ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie. 

Passend aanbod maatschappelijke voorzieningen

Ook maatschappelijke voorzieningen zijn van groot belang voor de leefbaarheid in onze gemeente. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over zorgvoorzieningen, onderwijs en ontmoetingsplekken. We streven naar een passend aanbod, goed verspreid over de kernen. We willen dat onze maatschappelijke voorzieningen laagdrempelig, toegankelijk en goed bereikbaar zijn. We hebben extra aandacht voor de bereikbaarheid voor minder mobiele mensen. Vanwege de vergrijzing groeit deze groep fors. Met goed bereikbare voorzieningen stimuleren we zelfredzaamheid en verminderen we eenzaamheid. FlexRRReis draagt bij aan de bereikbaarheid van alle maatschappelijke voorzieningen zodat iedereen zelfstandig kan reizen.

Voor een passend aanbod aan maatschappelijke voorzieningen, is voldoende huisvesting belangrijk. We kijken of nieuw vastgoed nodig is, maar willen vooral inzetten op het beter benutten van het bestaand maatschappelijk vastgoed door gedeeld gebruik, waar mogelijk. Ook zien we kansen voor clustering van maatschappelijke voorzieningen. Hierdoor delen voorzieningen gezamenlijke ruimten, waardoor de ruimte efficiënter gebruikt kan worden. Ook biedt dit gemak voor de gebruiker en is de samenwerking tussen voorzieningen eenvoudiger. 

We vinden het belangrijk om te onderzoeken hoe onze voorzieningenstructuur nu is opgebouwd en of dit aansluit op onze huidige en toekomstige bevolking. We weten bijvoorbeeld al dat er aandacht nodig is voor de bereikbaarheid van huisartsenzorg vanuit Zenderen. Met dit onderzoek willen we onszelf zicht geven op de bereikbaarheid en de behoefte aan voorzieningen. Daarbij kijken we ook vooruit: de groeiambitie naar minimaal 30.000 inwoners heeft invloed op de vraag naar voorzieningen, waaronder in ieder geval huisartsenpraktijken.

In gemeente Borne willen we aan de slag gaan met ...
  • Het in beeld brengen van wegen waar de maximumsnelheid verlaagd kan worden;

  • Het horecabeleid toetsen op actualiteit;

  • Het inventariseren van de opbouw en de toekomstbestendigheid van de voorzieningenstructuur.

Wat vinden inwoners?
  • Inwoners vinden de bereikbaarheid van de gemeente met de auto en het voorzieningenaanbod in het centrum een van de reden waarom het fijn wonen is in de gemeente. Aan de andere kant geven inwoners ook aan dat het winkelaanbod in het centrum diverser kan.

  • Inwoners vinden dat de auto minder prominent moet zijn in het centrum. Dit kan door de auto te gast te laten zijn of door de straten autoluw te maken.

  • Inwoners vinden het belangrijk dat we inzetten op langzaam verkeer. Volgens inwoners helpen betere en veiligere fiets- en wandelpaden om vaker te gaan wandelen en fietsen. Ook het aanleggen van fietsstraten is een optie. 

  • Inwoners geven aan dat niet alle straten toegankelijk zijn voor rollator- of rolstoelgebruikers. Ze ervaren dit als onprettig. Ook zijn sommige publieksgerichte panden slecht toegankelijk door drempels bij de deur.

  • Inwoners vinden dat auto’s langzamer moeten rijden. Er moet meer controle komen op snelrijders en ook mogen straten worden afgewaardeerd.

  • De meningen over de N743 zijn verdeeld. Inspraak gaf verschillende meningen onder inwoners neer, zoals geen knip of wel een knip (in de kern Borne). 

  • Inwoners vinden de spoorovergang momenteel onveilig en vinden het belangrijk dat deze overgang veiliger wordt. Het station wordt wel als belangrijk voor de mobiliteit ervaren.

  • Inwoners vinden dat commerciële voorzieningen geclusterd moeten worden in het centrum en dat maatschappelijke voorzieningen meer gespreid liggen over de gemeente. Wel geven ze ook aan dat er in de Bornsche Maten ruimte moet zijn voor (kleinschalige) dagelijkse detailhandel of een cafetaria.

  • Inwoners geven aan dat er een behoefte is aan een gezondheidscentrum in de Bornsche Maten. 

  • Als het inwoneraantal groeit naar 30.000 inwoners vinden inwoners het vooral belangrijk dat het aanbod aan zorg, onderwijs, supermarkten en horeca naar behoefte meegroeit.

 

(Bron: Bornse Dromen Dagen, 2023, Inspraak n.a.v. Contourennota en inwonersenquête, 2025)

5.6 Duurzaam en biodivers

5.6.1 De principes

We willen een toekomstbestendige gemeente zijn, die zorgvuldig omgaat met haar natuurlijke omgeving. Een duurzame en biodiverse omgeving zorgt niet alleen voor een beter klimaat en schonere lucht, maar ook voor betere leefkwaliteit, gezondheid en meer veerkracht.

De vijf principes binnen het thema ‘duurzaam en biodivers’ zijn:

  • We passen ons aan aan veranderingen van het klimaat

  • We vergroenen

  • We gaan voor circulariteit

  • We worden broeikasgasneutraal

  • We bieden ruimte aan water

 

Infographic Duurzaam en biodivers
afbeelding binnen de regeling

5.6.2 We passen ons aan aan veranderingen van het klimaat

Het klimaat verandert, waardoor het weer extremer wordt. Dit merken we, bijvoorbeeld door meer warme dagen, zwaardere regenval en meer droogte. De klimaatatlas van het Twents Waternet geeft ons inzichten in de gevolgen van deze weersveranderingen. We willen onze ruimte op een manier inrichten die om kan gaan met de verschillende weersomstandigheden. De 4 pijlers zijn voor ons de basis: Borne klimaatbestendig, Borne biodivers, Bornse identiteit en Samenwerken aan een gezond en leefbaar Borne.

Klimaatadaptatie én klimaatmitigatie

Onze aanpak verschilt tussen bestaande wijken en nieuwbouwwijken. In bestaande wijken en andere bebouwde gebieden zetten we in op klimaatadaptatie. Dit betekent dat we ons aanpassen aan veranderingen van het klimaat. Door klimaatadaptatie proberen we de gevolgen van klimaatverandering voor inwoners te verminderen. In nieuwbouwwijken en andere nieuw te ontwikkelen gebieden zetten we in op klimaatmitigatie. Klimaatmitigatie betekent dat we de oorzaken van klimaatverandering aanpakken om te zorgen dat klimaatveranderingen minder hard gaan. Een voorbeeld hiervan is dat onze nieuwbouwhuizen energieneutraal zijn en geen gebruik maken van fossiele brandstoffen. 

Met het nemen van maatregelen willen we de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, wateroverlast en droogte, beperken. Door de openbare ruimte groener in te richten, met bijvoorbeeld klimaatbuffers, klimaatbuurtparken en groene fietslinten, kan water beter worden vastgehouden en kan de omgeving afkoelen tijdens warme dagen. Zo zorgt openbaar groen voor een veerkrachtige, gezonde en toekomstbestendige gemeente. Ook willen we de klimaatbestendigheid van onze wijken in beeld brengen door het basisrioleringsplan, de Klimaatatlas Twente en de landelijke meetlat.

Bodem en water sturend

In onze gemeente zal de komende jaren veel worden gebouwd. Dit willen we op de juiste plekken doen, zodat we onze gemeente toekomstbestendig inrichten. Het doel is om de natuurlijke omgeving zoveel mogelijk te behouden. Dit vergroot de leefbaarheid. Bodem- en water sturend is hierin een belangrijk uitgangspunt. Bodem- en water sturend betekent dat we nadrukkelijk aandacht hebben voor onze bodem en waterstructuren. Functies plaatsen wij bij voorkeur op plekken met de juiste kwaliteit van bodem en ondergrond. Ook nemen we de informatie uit de geschiktheidskaarten voor bebouwing rondom wateren mee. Wij geloven dat de bodem en de waterstructuren ontwikkeling niet in de weg hoeven te staan. Wij vinden uiteraard ook dat bij ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met bijvoorbeeld beekdalen, maar zien daarnaast in deze gebieden ook zeker positieve ontwikkelkansen en mogelijkheden. De Bornsche Maten is een mooi voorbeeld van wonen in een beekdal en aan het water in een groene klimaatbestendige omgeving. Bij ontwikkelingen in dit soort gebieden vinden we dat het cruciaal is rekening te houden met de uitwerking van de klimaatopgaven.

5.6.3 We vergroenen

Voldoende groen is belangrijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarom willen we groenstructuren zo veel mogelijk behouden en versterken. Als dit bij een ontwikkeling echt niet mogelijk is, kijken we naar de mogelijkheden om groen te verplaatsen of te compenseren. 

Voldoende en kwalitatief groen

Omdat we groen zo belangrijk vinden, hanteren we het uitgangspunt ‘groen, tenzij…’. Dit betekent dat we verharding waar mogelijk willen verwijderen en in plaats daarvan groene ruimte of bomen toevoegen. We willen dit op verschillende manieren doen, passend bij de plek. Voorbeelden zijn het omvormen van wijkradialen (verkeerskundige structuren) naar wijkklimaatradialen (groen-blauwe structuren) met laanbeplanting en het vergroenen van straten en parkeerplaatsen. Zo voegen we meer groen toe in onze gemeente en werken we aan de basiskwaliteit natuur. Daarnaast behouden we ons historisch groen en de historische groenstructuren. Het liefst versterken we dit historisch groen zelfs.

De kwaliteit van het groen in woonwijken en op bedrijventerreinen is ook erg belangrijk. Het versterkt de leefbaarheid en draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners. Daarom zetten we in op kwalitatief groen. Kwalitatief groen bestaat uit planten die klimaatbestendig zijn en een bijdrage leveren aan biodiversiteit en waterhuishouding. Bovendien zijn dit inheemse soorten of planten die op een duurzame manier zijn gekweekt. We willen ons groenbeleid verder uitwerken door het opstellen van een beheerplan over groen.

Kwalitatief groen heeft ook een relatie met ons bomenbestand. We handhaven de boomnorm en streven naar een sterk boomkroonvolume. Deze norm geeft aan hoeveel boomkroonvolume een gebied nodig heeft. Bomen dragen namelijk bij aan een gezonde leefomgeving, doordat bomen onder andere zorgen voor minder hitte op warme dagen. Dit komt onder andere door de schaduw van bomen. Ook dragen bomen bij aan een goede waterhuishouding. We hebben op dit moment een matig boomkroonvolume. Daarom willen we extra bomen aanplanten. Hiervoor brengen we in beeld hoeveel bomen er extra nodig zijn per wijk om een beter woonklimaat te realiseren. 

Niet al het groen is in eigendom van de gemeente. Veel groen in het buitengebied is bijvoorbeeld onderdeel van de landgoederen. Deze landgoederen zijn daarmee cruciaal in het behoud van kwalitatief groen in onze gemeente. We zetten waar nodig in op landschapsherstel en kijken samen met de landgoederen en agrariërs naar de mogelijkheden.

Minder ruimte voor verstening

Om meer ruimte voor groen vrij te maken bij bestaande bebouwing, zullen we een deel van de verstening moeten verwijderen. We streven naar het verwijderen van zinloze verharding. Ook willen we kijken naar mogelijkheden voor waterdoorlatende bestrating. Dit kan bijvoorbeeld goed op parkeerplaatsen. Maar er liggen ook kansen in de woonwijken en op bedrijventerreinen. Onze bedrijventerreinen hebben namelijk weinig groen. Het behouden van de wegenstructuur is hier belangrijk vanwege de logistiek, maar we zien ook hier kansen voor vergroening door middel van dak- en gevelbeplanting. 

Minder verharding draagt bovendien bij aan een vitale bodem. Een vitale bodem heeft meerdere voordelen. Zo is een vitale bodem beter in staat om water op te nemen tijdens zware regenval, kan deze de kwaliteit van het groen verbeteren en kan een vitale bodem CO2 bovendien beter vasthouden. 

5.6.4 We bieden ruimte aan water

Naast ruimte voor groen is ruimte voor water ook belangrijk. In onze gemeente stromen meerdere beken. Het Waterschap Vechtstromen is daarom een essentiële samenwerkingspartner. Door klimaatveranderingen hebben we vaker te maken met hevige regenval en periodes van droogte. Door ruimte aan water te bieden kunnen we met zowel periodes van droogte en hevige regenval beter omgaan. We zetten hiervoor in op de driestapsstrategie. Dit betekent dat we water het liefst vasthouden. De bodem is een belangrijk waterreservoir om water te bergen als buffer voor landbouw, natuur en drinkwater. Als vasthouden niet meer mogelijk is gaan we voor het bergen van water. Als laatste optie voeren we water af. Om water vast te houden is voldoende waterberging belangrijk. We hebben nog een opgave om lokaal voldoende waterberging te realiseren. Hiervoor willen we opties om boven- en ondergronds water te bergen verkennen.

Duurzaam waterbeheer

We hebben als gemeente een verantwoordelijkheid voor afval-, hemel- en grondwater. Een belangrijke stap die we moeten zetten is het duurzaam inrichten van ons waterbeheer. Dit draagt onder andere bij aan een gezonde grondwaterstand. We dragen er daarom zorg voor dat regen- en grondwater niet vermengd worden met afvalwater. Zo voorkomen we vervuiling en onnodige afvoer van schoon regen- en grondwater. Ook verlagen we hiermee de druk op het riool tijdens hevige regenval. Daarnaast willen we voorkomen dat regenwater wordt afgewenteld naar benedenstroomse gebieden. We vangen water daarom zoveel mogelijk lokaal op. Daarvoor zetten we in op minder verharding. Neerslag die op verhard oppervlak valt stroomt namelijk sneller af dan op onbebouwde grond. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan het verhard oppervlak toenemen, waardoor regenwater sneller het regionaal watersysteem instroomt. Dit vergroot de kans op overbelasting van het watersysteem. Om verslechtering van het regionaal watersysteem te voorkomen, moet de toename van verhard oppervlak worden gecompenseerd met maatregelen die neerslag opvangen, bijvoorbeeld door regenwater tijdelijk te bergen in openbaar groen, wadi’s of infiltratievoorzieningen. We trekken hiervoor samen op met waterschap. Door het waterschap vroegtijdig te betrekken bij nieuwe ontwikkelingen, kan tijdig worden afgestemd en kunnen we samen werken aan robuuste oplossingen zonder negatieve gevolgen voor het watersysteem.

We hebben als gemeente een belangrijke rol in het realiseren van duurzaam waterbeheer. Daarnaast hebben inwoners en ondernemers echter ook grote invloed. Veel verharding ligt namelijk op particulier terrein. We willen inwoners en ondernemers stimuleren om hun regenpijpen af te koppelen van het riool. 

Drinkwater

In periodes van droogte hebben we in onze gemeente kans op een drinkwatertekort. Dit komt doordat ons drinkwater ook voor veel verschillende andere dingen wordt gebruikt. We willen opties om drinkwater te besparen onderzoeken. Hierbij zien we vooral kansen voor hergebruik van regenwater. We werken hiervoor regionaal samen, zodat we gezamenlijk tot de beste oplossing komen. 

5.6.5 We gaan voor circulariteit

We vinden het belangrijk dat onze impact op het milieu minder wordt. Daarvoor is circulariteit belangrijk. Zo hebben we minder grondstoffen nodig en zorgen we met elkaar voor minder afval. We werken daarom toe naar een volledig circulaire economie. Hiervoor zetten we in op de R-ladder. De R-Ladder heeft 6 treden, waarbij de hoogste trede het meest circulair is. We streven bij projecten naar het behalen van een zo hoog mogelijke trede. De 6 treden zijn:

  • Weigeren (refuse): vermijden van gebruik van onnodige producten of materialen;

  • Verminderen (reduce): minder producten of materialen gebruiken;

  • Hergebruiken (reuse): een product of materiaal opnieuw gebruiken zonder het te veranderen;

  • Repareren (Repair): een kapot product herstellen zodat deze langer meegaat;

  • Recyclen (recycle): afval verwerken tot grondstof voor een nieuw product;

  • Terugwinnen van energie (recover): afval verbranden met energieterugwinning als hergebruik niet meer mogelijk is. 

 

Nationaal hebben we de ambitie om het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen met 50% te verminderen voor 2030. Hier zetten wij ons ook nadrukkelijk voor in. Daarom streven we naar het gebruik van hernieuwbare grondstoffen en het hergebruik van materialen. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte willen we bijvoorbeeld dat minimaal 25% van de materialen die daarvoor nodig zijn hergebruikt of gerecycled zijn. Ook willen we de materialen die we weghalen bij herinrichting waar mogelijk opnieuw gebruiken. We zien daarnaast op bedrijventerreinen kansen om in te zetten op circulariteit.

Ook zetten we ons in voor het verminderen en verschonen van onze afvalstromen. Door minder producten te gebruiken hebben we minder grondstoffen nodig en produceren we minder afval. Het afval dat we wel hebben willen we recyclen tot opnieuw inzetbare grondstoffen. Hiervoor zetten we in op informatiecampagnes en interventies om kennis en bewustwording bij inwoners te vergroten. De focus ligt op het beter scheiden van afvalstromen en het verminderen van onnodig afval.

5.6.6 We worden broeikasgasneutraal

Broeikasgassen hebben directe negatieve invloed op de klimaatveranderingen. Daarom willen we de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Ons doel is dat de CO2-uittstoot in 2030 met 55% is teruggedrongen ten opzichte van 1990. De ambitie is dat Borne in 2050 klimaatneutraal is. We zijn hier al druk mee bezig. We zien dat de CO2-uitstoot en het aardgasverbruik dalen en dat de warmte- en elektriciteitsvraag verduurzamen. We zetten daarmee stappen vooruit, maar we zijn er nog niet. We zullen de komende jaren ons dus nog hard moeten maken om de doelstellingen te behalen. Om dit te bereiken hebben we drie strategische pijlers, namelijk energiebesparing, warmtetransitie en het opwekken van hernieuwbare energie.

Energietransitie

De energietransitie houdt in dat we van fossiele brandstoffen (zoals olie, gas en steenkool) overstappen naar hernieuwbare energie (zoals zon en wind). Hiervoor zetten we in op het duurzaam opwekken van energie en het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Ook willen we inzetten op het in totaal verminderen van de energievraag, want wat bespaard wordt, hoeft ook niet verduurzaamd te worden. Ons doel is dat meer dan 40% van de elektriciteitsvraag in 2030 lokaal wordt opgewekt. Daarom willen we zonnepanelen op daken stimuleren en faciliteren we kleinschalige duurzame energieopwekking. We zien kansen om op bedrijventerreinen zonnepanelen toe te voegen. Daarbij heeft Borne de doelstelling dat in 2030 alle bedrijven en het maatschappelijk vastgoed minimaal energielabel C hebben. Voor huishoudens geldt de doelstelling dat er jaarlijks een besparing van 2% op energiegebruik plaatsvindt. 

Door de energietransitie neemt de druk op het elektriciteitsnet toe. Aan de ene kant stimuleren we inwoners en ondernemers om energie te besparen en minder fossiele brandstoffen te gebruiken door deze te vervangen door duurzame energie. Dit kan bijvoorbeeld door elektrisch te koken in plaats van op gas of door elektrisch te rijden in plaats van op benzine. Hierdoor neemt de vraag naar elektriciteit echter toe. Aan de andere kant zorgt de opwek van duurzame energie ook voor een hogere druk op het elektriciteitsnet door de teruglevering van stroom, omdat we voornamelijk op andere momenten energie opwekken dan dat we gebruiken. We kijken welke knelpunten ons elektriciteitsnet heeft en wat we moeten doen om netcongestie tegen te gaan. Hierbij kijken we ook welke innovaties hieraan bijdragen. 

Warmtetransitie

Naast de energietransitie zetten we ook in op de warmtetransitie. De warmtetransitie houdt in dat we fossiele warmtebronnen (zoals aardgas) vervangen door duurzame en hernieuwbare energie om woningen van warmte te voorzien. We willen dat in 2030 20% van de warmtevraag van de gebouwde omgeving wordt geleverd door hernieuwbare warmtebronnen. Daarnaast is er nationaal de afspraak gemaakt dat we voor 2050 van het aardgas af zijn. Dit betekent dat er daarna alleen nog verwarmd wordt met duurzaam opgewerkte warmte. Wij proberen onze inwoners te ondersteunen om stappen hierin te zetten. 

We hebben in het Warmteprogramma vastgelegd hoe wijken van het gas af kunnen en wat de meest realistische optie van verwarmen is. We willen dit per wijk uitwerken in zogenaamde wijkuitvoeringsplannen. Wensink-Zuid zal de eerste wijk zijn waarvoor we een wijkuitvoeringsplan opstellen.

Betaalbaarheid

De energie- en warmtetransitie vraagt om flinke investeringen. We zullen in de openbare ruimte aanpassingen moeten doen, zoals het verzwaren van de netcapaciteit (in overleg met onze partners). Maar de gemeente investeert niet alleen. Ook van ondernemers en inwoners worden investeringen gevraagd. We kijken hoe we inwoners het beste kunnen ondersteunen door middel van subsidies, leningen of advies. We zetten in op betaalbaarheid voor onze inwoners, maar wij zien dat de gevraagde investering groot is. Dat betekent dat de kosten van de energietransitie voor inwoners in redelijke verhouding moeten staan tot de financiële draagkracht. Wat betaalbaar is, verschilt per situatie.

In gemeente Borne willen we aan de slag gaan met ...
  • Het verder uitwerken van het groenbeleid;

  • Het in beeld brengen van het boomkroonvolume per wijk; 

  • Het verkennen van opties voor boven- en ondergrondse waterberging;

  • Het onderzoeken van opties om drinkwater te besparen;

  • Het opstellen van wijkuitvoeringsplannen voor de warmtetransitie;

  • Het opstellen van beleid rondom het thema riolering.

Wat vinden inwoners?
  • Inwoners geven aan dat ze in de woonwijken graag meer en beter groen willen hebben. Ook in het centrum van Borne moet minder ruimte voor verharding zijn en meer voor groen.

  • Inwoners vinden het belangrijk dat er meer ruimte komt voor water. We moeten meer water vasthouden en minder afvoeren.

  • Inwoners ervaren door klimaatveranderingen de meeste overlast van droogte. Ze vinden het belangrijk dat de gemeente actief bezig gaat met het tegengaan van klimaatveranderingen. Bij nieuwbouw moet volgens inwoners voldoende ruimte worden gereserveerd voor maatregelen tegen klimaatveranderingen.

  • Inwoners vinden het belangrijk dat er duurzame energie wordt opgewekt. Ze vinden dat er zonnepanelen op geschikte daken moeten komen en dat er gekeken moet worden naar windbeleid.

 

(Bron: Bornse Dromen Dagen, 2023 en inwonersenquête, 2025)

6 Deelgebieden

6.1 Borne

6.1.1 Introductie deelgebieden Borne

Borne is onze grootste kern. In Borne wonen in 2025 circa 22.200 inwoners. De afgelopen jaren is Borne sterk gegroeid door de ontwikkeling van de Bornsche Maten. In Borne zijn in algemene zin vier ‘typen’ gebieden te onderscheiden, namelijk de woonwijken, het centrum, de bedrijventerreinen en de spoorzone. 

6.1.2 De woonwijken in Borne

De kern Borne heeft een grote verscheidenheid aan woonwijken. Centraal hierin ligt het (Rijks) beschermd dorpsgezicht Oud Borne. Oud Borne wordt gekenmerkt door de middeleeuwse stratenpatronen en de monumentale panden. Het is een unieke wijk en toont onze mooie geschiedenis. We zien kansen om de recreatieve waarde van Oud Borne beter in te zetten voor toerisme, met name voor de stijlzoeker (behoefte aan culturele voorzieningen) en rustzoeker (behoefte aan een natuurlijke omgeving). 

De Bornsche Maten is daarentegen juist een nieuwbouwwijk. Deze wijk is nog altijd in ontwikkeling en zal de komende jaren nog verder groeien. Als gevolg van de realisatie van de Bornsche Maten is het aantal inwoners van Borne sterk gegroeid. Dit heeft ook directe invloed op de behoefte aan voorzieningen. We onderzoeken of het (maatschappelijke) voorzieningenaanbod in de Bornsche Maten voldoende is voor de snelle bevolkingsgroei.

Rondom de Bornsche Maten en Stroom Esch is verkeer een belangrijk thema. Door de aanleg van de Vloedbeltverbinding en de verlaging van de maximumsnelheid van de N743 zal het verkeer rondom de Bornsche Maten en Stroom Esch afnemen. De N743 blijft een verbinding, omdat het uitvoeren van ‘de Knip’ negatieve gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid. Zo zullen door ‘de Knip’ de verkeersbewegingen rondom de basisscholen in de Bornsche Maten toenemen. 

Daarnaast zijn er door de aanleg van de Vloedbeltverbinding en de verlaging van de maximumsnelheid van de N743 in de kern kansen om de Bornsche Maten en Stroom Esch beter te verbinden met het centrum, door middel van langzaam verkeerroutes en veilige oversteekplaatsen. Ook kan de maximumsnelheid hierdoor op sommige (delen van) wegen van 50 kilometer per uur naar 30 kilometer per uur worden gewijzigd. 

We zien rondom de veranderingen van de N743 in de kern en de directe omgeving daarvan, ook ruimte ontstaan die leidt tot verschillende kansen. Hierbij zien wij onder meer kansen ten aanzien van woningbouw, maar ook kansen voor bijbehorende voorzieningen en eventuele andere functies. We willen onderzoeken op welke manier we invulling kunnen geven aan de vrijkomende ruimte

Met het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen zal de openbare ruimte van verschillende woonwijken in Borne de komende jaren op worden geknapt. We zijn momenteel bezig met vitalisering van Spanjaardwijk en Wensink Zuid. 

6.1.3 Het centrum in Borne

Het centrum in Borne is dé plaats in de gemeente voor winkels en horeca. We willen de winkels en horeca zoveel mogelijk clusteren in het centrum en niet verspreiden over de gemeente. We stimuleren een divers en aantrekkelijk commercieel aanbod binnen het kernwinkelgebied, afgestemd op de behoeften van bezoekers en bewoners. Het centrum heeft een belangrijke functie voor alle inwoners van onze gemeente. We willen de levendigheid van het centrum behouden en versterken. Een belangrijke stap hiervoor is om de verblijfskwaliteit te verbeteren, zodat bezoekers hier met plezier verblijven en elkaar ontmoeten. Ook willen we dat het centrum een plek voor evenementen blijft in onze gemeente. Evenementen die passen bij de identiteit van Borne, zijn een aanvulling op de recreatieve waarde van onze gemeente.

We willen de stedenbouwkundige en ruimtelijke structuur van het centrum versterken, onder meer door in te zetten op een compact centrum, het versterken van verbindingen, aantrekkelijke en klimaatadaptieve openbare ruimtes en passende bebouwing 

Daarbij is ook de bereikbaarheid van het centrum is erg belangrijk. Het centrum moet goed bereikbaar zijn met auto, fiets en te voet. Op dit moment neemt vooral de auto veel plaats in in het centrum. We zien dat de bereikbaarheid met de fiets en te voet, waaronder voor minder mobiele bezoekers en bezoekers met een visuele beperking, veel beter kan. Hiervoor willen we meer ruimte reserveren voor fiets- en voetpaden en ook inzetten op aantrekkelijke fietsparkeerplaatsen. De auto blijft welkom in het centrum, maar krijgt een minder prominente plek in het straatbeeld en we willen alternatieven bieden voor langparkeerders. 

6.1.4 De bedrijventerreinen in Borne

In Borne zijn twee bedrijventerreinen (de Molenkamp en Westermaat de Veldkamp) en een kantoorlocatie (Oostermaat) gelegen. Deze locaties hebben veel invloed op de werkgelegenheid in onze gemeente. Tegelijkertijd kijken we ook naar de mate waarin de bedrijvigheid op deze terreinen aansluit bij de identiteit van Borne en zijn er initiatieven om delen van bedrijventerreinen te veranderen naar andere functies, zoals wonen. Hierbij gaat het om Jonge Poerink (op de hoek van de Prins Bernhardlaan en de Oonksweg Molenkamp) en een locatie aan de Steenbakkersweg. We zoeken continu naar de balans tussen werkgelegenheid en ruimte bieden aan overige functies.

Omdat er veel ontwikkelingen zijn rondom bedrijventerreinen willen we graag onderzoeken welke kansen onze bedrijventerreinen hebben. Hierbij willen we in beeld brengen welke mogelijkheden er zijn om bedrijvigheid en andere functies te combineren, hoeveel ruimte we minimaal nodig hebben om voldoende werkgelegenheid te bieden en welke kansen er liggen voor verkleuring.

6.1.5 De spoorzone

Het NS-station in Borne zorgt er voor dat onze openbaar vervoersverbinding met andere gemeenten goed is en het vergroot daarmee onze bereikbaarheid. Tegelijkertijd verdeelt het spoor Borne in twee delen. De overgang van het spoor is niet optimaal en zorgt soms voor onveilige situaties. Hierdoor heeft het spoor positieve invloed op de bereikbaarheid buiten onze gemeente, maar negatieve invloed op de bereikbaarheid binnen onze gemeente. We vinden spoorveiligheid echter erg belangrijk. Daarom onderzoeken we samen met ProRail welke mogelijkheden er zijn om de spoorveiligheid te verbeteren. We zijn bezig met de voorbereidingen voor het aanleggen van spooronderdoorgang bij de Bornerbroeksestraat. Door het toevoegen van spooronderdoorgangen hoeven mensen het spoor niet meer fysiek op alle plekken over te steken, waardoor de verkeersveiligheid toeneemt. Het vraagt echter ook om grote financiële investeringen. We verkennen daarom ook andere opties om de spoorveiligheid in Borne te verbeteren. Zo willen we aan de Oonksweg de spoorveiligheid verbeteren door middel van de aanleg van een vrijliggend fietspad en een reconstructie van de weg.

Daarnaast zien we de spoorzone als een potentiële ontwikkellocatie. Er liggen rondom het spoor kansen voor woningbouw. Hiervoor willen we onderzoek doen naar de mogelijkheden om op een veilige manier woningen in de spoorzone toe te voegen. Daarnaast vinden we dat de stationslocatie een kansrijke plek is om een ‘hub’ te realiseren. Bij een hub komen verschillende vervoersmiddelen, zoals Openbaar vervoer, auto, fiets en te voet, samen om makkelijk van vervoersmiddel te kunnen wisselen. Hierdoor wordt het ook aantrekkelijker om met het openbaar vervoer te reizen.

6.2 Zenderen

In Zenderen wonen in 2025 circa 1.325 inwoners. De kern heeft een unieke ligging, midden in de Groene Poort. Hierdoor is de kern omringd door waardevol landschap. We zoeken in Zenderen nadrukkelijk de verbinding met de Groene Poort. We willen dan ook graag nieuwe robuuste groenstructuren rondom en in de kern van Zenderen, om aan te sluiten op de kwaliteiten van de Groene Poort.

Een belangrijke ontwikkeling rondom Zenderen is de aanleg van de Vloedbeltverbinding. Deze nieuwe provinciale weg vervangt de huidige N743, die dwars door Zenderen heen gaat. Hierdoor zal de verkeersdruk in Zenderen aanzienlijk afnemen en zijn er kansen voor transformatie en herinrichtingen in en rondom het dorp. In de kern willen we bijvoorbeeld de maximumsnelheid op de Hoofdstraat verlagen naar 30 kilometer per uur. Hierdoor wordt deze weg veiliger en neemt de leefbaarheid rondom de weg toe. 

Daarnaast willen we graag de entrees van Zenderen versterken. De entree aan de oostzijde kan zich focussen op het versterken van het landschappelijk karakter. Door de afwaardering van de N743 zijn er meer mogelijkheden om de weg aan de oostzijde op een groene manier opnieuw in te richten en kan het essenlandschap worden versterkt. De nieuwe entree aan de westzijde biedt mogelijk kansen voor kleinschalige bedrijvigheid met een dorps karakter. Dit willen we nader verkennen.

Inwoners van Zenderen willen graag in Zenderen blijven wonen. Echter geven ze aan dat er weinig doorstroommogelijkheden zijn. Daarom vinden ze het belangrijk om nieuwe woningbouwgebieden te ontwikkelen. Potentieel kansrijke gebieden, naast geschikte transformatie- en inbreidingslocaties, zijn hiervoor in de omgeving van Zenderen Vooruit, in de omgeving Zeilkerweg en in de omgeving Lidwinaweg. Deze locaties moeten echter nog op haalbaarheid en wenselijkheid worden onderzocht. Bij het bouwen van woningen in Zenderen vinden we het belangrijk dat het dorpse karakter behouden blijft. We zetten daarom in op een planmatige en stapsgewijze groei, die zorgvuldig is afgestemd op de gemeentelijke behoefte met oog voor samenhang en kwaliteit.

6.3 Hertme

Hertme is de kleinste kern van onze gemeente. In 2025 wonen hier 550 inwoners. Een belangrijke kernwaarde in Hertme is het omkijken naar elkaar. Bewoners zorgen voor elkaar en zijn betrokken bij het dorp. Dit willen we behouden, ook als we woningen toevoegen in en rondom Hertme. Er is in Hertme vooral behoefte aan levensloopbestendige woningen voor de senioren en betaalbare woningen voor jongeren. 

Als we woningen toevoegen, vinden we het behouden van het dorpse karakter erg belangrijk. Daarom bouwen we planmatig en zetten we in op een stapsgewijze groei die zorgvuldig is afgestemd op de gemeentelijk behoefte en met oog voor de samenhang en kwaliteit. 

Voor de toekomstbestendigheid van Hertme is er nadrukkelijk aandacht nodig voor de voorzieningenstructuur. Inwoners van Hertme vinden het belangrijk om elkaar ook in de toekomst te kunnen blijven ontmoeten. De basisschool, de ontmoetingsplek, het openluchttheater, de kerk, het Spookhoes en het Theaterhoes zijn hiervoor belangrijke ontmoetingsplekken. In de toekomst willen we voldoende ontmoetingsplekken in Hertme behouden. Ook hebben we aandacht voor de bereikbaarheid en het draagvlak van andere typen voorzieningen, zoals zorgvoorzieningen, zodat de leefbaarheid van de kern op peil blijft.

Tot slot is verkeersveiligheid een belangrijk onderwerp in Hertme. Door de ligging in agrarisch gebied rijden er relatief veel grote landbouwvoertuigen. Deze nemen soms veel ruimte in op de weg, waardoor het voor voetgangers en fietsers soms onveilig aanvoelt. Ook rijden mensen snel op de landwegen rondom Hertme en op de wegen in Hertme zelf. Omdat we verkeersveiligheid belangrijk vinden, hebben we hier oog voor.

6.4 Buitengebied

In onze gemeente hebben we een waardevol buitengebied met verschillende landschapstypen. We hebben rondom de beken een kleinschalig en nat beekdallandschap met beplanting haaks op de beken en poelen. In het westen van onze gemeente liggen hoger gelegen en grootschalige agrarische gronden. En het oosten van ons buitengebied kenmerkt zich door een kleinschalig kamerlandschap en ontgonnen agrarische gronden. Kortom: een divers buitengebied, met diverse opgaven.

De landgoederen Twickel en Weleveld zijn erg belangrijk voor de landschappelijke kwaliteit van ons buitengebied. Ook hebben ze directe invloed op hoe wij het buitengebied beleven. De landgoederen dragen zorg voor het behouden van de houtwallen en de historische groenstructuren. We willen initiatieven die bijdragen aan het behoud en de versterking van (deze) landgoederen en het behoud van de waardevolle structuren waar mogelijk ondersteunen.

We zien kansen om de recreatieve waarde van ons buitengebied beter te benutten. In het westen van onze gemeente (tussen Almelo en Borne) ligt de Groene Poort. Dit is een belangrijke groene verbindingszone die de stedelijke gebieden in de regio scheidt. De Groene Poort heeft al een grote recreatieve waarde, maar we willen dit verder versterken. Dit mag echter niet ten koste gaan van de biodiversiteit, de kwaliteit van de natuur of het toekomstperspectief van de doorgaande agrarische bedrijven. We willen daarom onderzoeken hoe we de landschappelijke waarde van de Groene Poort kunnen behouden en tegelijkertijd de recreatieve waarde beter kunnen benutten.

Een andere recreatieve waarde in ons buitengebied zijn de monumentale gebouwen. We hebben veel monumentale panden verspreid over de gemeente. Kenmerkend zijn de karakteristieke kloosters in Zenderen (Karmelietenklooster en Carmelitessenklooster), maar ook de grootschalige panden zoals de Zwanenhof die kan worden getypeerd als religieus erfgoed. We willen deze kloosters en gebouwen graag openbaar toegankelijk houden, zodat bezoekers én inwoners kunnen genieten van deze panden. Daarom streven we bij leegstaande monumentale panden naar een publiekstoegankelijke invulling, eventueel in combinatie met een andere passende functie. We zien veel kansen om de leegstaande panden te gebruiken voor cultuurhistorisch toerisme en deze ook te verbinden met een goed recreatief fiets- en wandelnetwerk. 

De ambitie is om het groene karakter te behouden en te versterken. De Groene Poort moet een dermate stevige groene functie en betekenis hebben dat het is opgewassen tegen de stedelijke druk vanuit de stedenband. Een belangrijk doel is het behoud en de ontwikkeling van het authentieke Twentse landschap gecombineerd met de versterking van de economie. Dit betekent dat er blijvend ruimte is voor ontwikkeling van het landschap, waterretentie en nieuwe ondernemingen op (vrijkomende) agrarische erven, waar ruimte is om te ondernemen met aandacht voor behouden versterking van het landschap en de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast betekent dit een krachtige en levensvatbare toekomst voor de (agrarische) erven in het buitengebied. Landelijk, maar ook binnen de gemeente hebben we te maken met diverse ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan de transitie van de landbouw, de energietransitie, nieuwe infrastructuur, recreatie en toerisme. Allemaal ontwikkelingen die de komende jaren gaan spelen en invloed hebben op het Bornse landschap. We houden nauwlettend de gevolgen hiervan op ons buitengebied in de gaten. We streven ernaar dat deze ontwikkelingen geen negatief effect hebben op het landschap.

7 Vervolg en verantwoording

7.1 De omgevingsvisie blijvend in ontwikkeling

De omgevingsvisie is leidend bij nieuwe (beleids-)opgaven. Het is daarom belangrijk dat de omgevingsvisie actueel blijft. Als er nieuwe inzichten ontstaan, wordt bekeken of de omgevingsvisie aangepast moet worden. Het bijwerken van de omgevingsvisie kan het gevolg zijn van:

  • Nieuwe inzichten in uitwerkingstrajecten rondom thema's en gebieden;

  • nieuwe opgaven die nog niet in de omgevingsvisie staan;

  • het niet meer aansluiten op opgaven in de samenleving en de beoogde strategie daarbij.

 

We hebben ervoor gekozen dat de omgevingsvisie minimaal één keer per raadsperiode (4 jaar) wordt geëvalueerd, en waar nodig wordt geactualiseerd. Dit kan ook vaker, bijvoorbeeld wanneer eerder blijkt dat de omgevingsvisie niet meer voldoende aansluit bij de wensen en/of de praktijk. Bij een actualisatie houden we rekening met vastgestelde programma’s (en andere beleidstukken) en trends en ontwikkelingen. Uit de evaluatie kan blijken dat aanpassing niet noodzakelijk is, dat een kleine actualisatie nodig is of dat er een ingrijpende actualisatie moet plaatsvinden. Dit hangt af van de mate waarin de omgevingsvisie aansluit bij de gang van zaken, ontwikkelingen et cetera.

Wanneer we de omgevingsvisie actualiseren, dan zijn we transparant over participatie. Het is niet noodzakelijk om voor iedere actualisatie participatie op te nemen. In het geval dat er een kleine wijziging wordt gemaakt of de wijziging al recent bij andere participatie is benoemd, is participatie hiervoor niet nodig. Afhankelijk van de wijziging wordt bepaald welke vorm van participatie passend is. 

In de omgevingsvisie geven we aan waar we mee aan de slag willen gaan. Dit zijn veel verschillende onderwerpen en kan gezien tijd en middelen niet allemaal tegelijkertijd. Door middel van een uitvoeringsagenda kunnen we gezamenlijk bepalen welke ambities de meeste prioriteit hebben. Het is belangrijk om bij het actualiseren van de omgevingsvisie daarom oog te hebben voor de actualiteit van de punten waarmee we aan de slag willen gaan en ook de uitvoeringsagenda hierop aan te passen, indien nodig.

7.2 Afweging geen plan-MER

We vinden een wel overwogen milieu-afweging een groot maatschappelijk belang. Bij de ontwikkeling van deze visie is daarom het milieubelang intensief betrokken. Dit hebben we gedaan door milieubelangen mee te nemen bij het maken van keuzes. We hebben er echter ook voor gekozen geen Milieu Effect Rapportage (M.E.R.) op te stellen. Een milieueffectrapportage is een formele procedure voor het meewegen van de milieubelangen. 

Wanneer een plan (zoals een Omgevingsvisie) kaderstellend is voor toekomstige m.e.r.-plichtige activiteiten, dan is een plan-MER een verplicht element voor de totstandkoming van de visie. Een plan-MER is dus verplicht als het plan/de visie kaderstellend is voor m.e.r.-(beoordelings-)plichtige besluiten, of als er een passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van de Wet natuurbescherming. 

Onze omgevingsvisie bevat geen nieuwe (grote) ontwikkelingen, met uitzondering van de aanleg van de Vloedbeltverbinding en de Bornsche Maten fase 4. Voor beide ontwikkelingen is reeds een plan-MER doorlopen. De overige nieuwe ontwikkelingen zijn alleen agenderend opgenomen. De omgevingsvisie biedt hiermee interpretatieruimte en mogelijkheid tot maatwerk. De feitelijke milieueffecten zijn afhankelijk van de mate en manier waarop deze interpretatieruimte nader ingevuld wordt. Daarom kiezen we ervoor om voor de Omgevingsvisie geen plan-MER-procedure te doorlopen. Bij de verdere uitwerking van deze ontwikkelingen kan het zijn dat er wel een plan-MER doorlopen moet worden.

7.3 Toepassing milieubeginselen

Bij het opstellen van onze omgevingsvisie is bewust aandacht besteed aan het milieu en aan de toepassing van de milieubeginselen uit artikel 3.3 van de Omgevingswet: het voorzorgbeginsel, het preventiebeginsel, het bronaanpakbeginsel en het beginsel ‘de vervuiler betaalt’. Deze beginselen sturen onze keuzes richting een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving. Bij afwegingen tussen uiteenlopende belangen geven we invulling aan het streven naar duurzame ontwikkeling. Dat betekent dat wij per situatie zorgvuldig afstemmen tussen milieu, maatschappelijke behoeften en economische of ruimtelijke opgaven.

Een aantal voorbeelden van hoe we de milieubelangen bewust meegenomen hebben in onze omgevingsvisie: 

  • In paragraaf 5.6.2 geven we aan hoe we willen omgaan met de klimaatveranderingen. We kiezen voor klimaatadaptatie in bestaande wijken en klimaatmitigatie in nieuwe wijken. We willen hierdoor een gezonde en veilige woonomgeving creëren voor onze inwoners.

  • In paragrafen 5.6.2, 5.6.3 en 5.6.4 geven we aan hoe we om willen gaan met de groen- en blauwstructuren in onze gemeente. Bij ontwikkelingen is het principe bodem- en water sturend leidend. 

  • In paragraaf 5.3.3 geven we aan hoe we om willen gaan met de fysieke veiligheid in onze gemeente. We hanteren bijvoorbeeld de landelijke geur- en geluidnormen. Daarnaast hebben we extra aandacht voor de externe veiligheid rondom het spoor. Hierover worden namelijk gevaarlijke stoffen vervoerd. 

7.4 Kostenverhaal

Met onze omgevingsvisie zetten we de stip op de horizon en schetsen we het publiekrechtelijk kader. Daarbinnen kunnen zich ontwikkelingen voordoen. Gemeenten zijn onder de Omgevingswet verplicht om alle kosten en investeringen, die ze moeten maken voor planontwikkeling, te verhalen op partijen. Namelijk de partijen die daardoor nieuwe bouwrechten krijgen. Het kostenverhaal verzekeren wij in Borne bij voorkeur privaatrechtelijk met een anterieure overeenkomst. Het kostenverhaal moet voldoen aan de wettelijke kaders en is redelijk en billijk. Als het niet mogelijk is om met een anterieure overeenkomst tot overeenstemming te komen over onder andere het kostenverhaal, dan dient de gemeente het kostenverhaal publiekrechtelijk te verankeren: in het omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Onder kostenverhaal vallen binnen de Omgevingswet ook de vrijwillige en afdwingbare financiële bijdragen. De gemeente Borne zal de aanvullende regels, die buiten het wettelijk verplichte kostenverhaal vallen, op basis van artikel 13.22 van de Omgevingswet nader uitwerken in een programma over het kostenverhaal. 

7.5 Participatie

De omgevingsvisie is met veel belanghebbenden samen gemaakt. Daarom is er ook een uitgebreid participatieproces doorlopen:

  • In 2023 hebben van 25 mei tot 11 juni de Bornse Dromen Dagen plaatsgevonden. Gedurende deze periode konden inwoners hun ideeën en opmerkingen geven, om mee te nemen bij de uitwerking van de Omgevingsvisie. Het verslag van deze sessie kan bij de gemeente worden opgevraagd.

  • In mei 2025 hebben inwoners de mogelijkheid gehad deel te nemen aan een enquête. De enquête is verspreid via de gemeentewebsite en in De Week van Borne. In totaal hebben 246 respondenten deelgenomen. Ook is er een inloopmoment geweest voor respondenten met vragen over de enquête. De analyseresultaten van deze enquête kunnen bij de gemeente worden opgevraagd.

  • Gedurende het hele traject van de omgevingsvisies hebben diverse raadsvergaderingen plaatsgevonden over verschillende thema’s die ook opgenomen zijn in de omgevingsvisie. Hier hebben verschillende partijen ingesproken.

  • Daarnaast zijn ketenpartners en stakeholders betrokken geweest bij de omgevingsvisie. Zij hebben de mogelijkheid gekregen reactie te geven op de Contourennota, aanvullend daarop is nog extra een kort moment de mogelijkheid gegeven om te reageren op de concept omgevingsvisie eind juli 2025.

 

Ook na de vaststelling blijft participatie een belangrijk onderwerp. Bij nieuw op te stellen programma’s of een actualisatie van de omgevingsvisie vinden we participatie belangrijk. Bij ieder programma of actualisatie van de omgevingsvisie kijken we wat een passende vorm van participatie is conform de leidraad.

7.6 Bevoegdheden raad en college

De wettelijke bevoegdheidsverdeling is als volgt. De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast. De gemeenteraad bepaalt daarmee de strategische koers voor de toekomstige ontwikkelingen. De uitwerkingen van deze koers komen in omgevingsprogramma’s. Het college van B&W stelt die omgevingsprogramma’s vast. De juridische vertaling van de omgevingsvisie (en de omgevingsprogramma’s) komt aan bod in het omgevingsplan. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. Het college van B&W weegt af en neemt besluiten rondom omgevingsvergunningen. Door de nieuwe structuur met de Omgevingswet gaan de raad en het college van B&W anders samenwerken. 

Tussen gemeenteraad en het college van B&W zijn afspraken gemaakt op grond waarvan adviesrecht van de raad nodig is, indien een ontwikkeling niet binnen het omgevingsplan past en sprake is van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is. 

Ook voor de omgevingsprogramma’s geldt dat het college alleen omgevingsprogramma’s kan vaststellen die volledig in lijn liggen met de omgevingsvisie. Maar dat het college de Raad moet vragen om de omgevingsvisie aan te passen, indien er verschillen zitten tussen het omgevingsprogramma en de omgevingsvisie. De raad is niet verplicht om op verzoek van het College de omgevingsvisie aan te passen. Indien een omgevingsprogramma niet volledig past binnen de omgevingsvisie en de raad niet bereid is om de omgevingsvisie zo aan te passen dat het omgevingsprogramma wel in lijn ligt, mag een omgevingsprogramma niet vastgesteld worden door het college. Ten aanzien van het vaststellen van nieuwe omgevingsprogramma's (als uitwerking van de omgevingsvisie) wordt een proces/werkwijze uitgewerkt en separaat door de raad vastgesteld.

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

bedrijventerreinen

/join/id/regdata/gm0147/2025/99c37a34e61a446c9d5b06af21582138/nld@2026‑02‑05;16155847

Borne

/join/id/regdata/gm0147/2025/21f51d77f0d74318abb57be1b3730042/nld@2026‑02‑05;16155847

buitengebied

/join/id/regdata/gm0147/2025/7a0f09a2fd1c4fa8b03f05e4d207775c/nld@2026‑02‑05;16155847

centrum

/join/id/regdata/gm0147/2026/045c5aa9022e4e16a77306cc2832863f/nld@2026‑02‑05;16155847

Hertme

/join/id/regdata/gm0147/2025/1253e3fada30446d83c26297089ad0ef/nld@2026‑02‑05;16155847

Oud Borne

/join/id/regdata/gm0147/2025/e2c09319a9014e48a10c2c11ea7cec6c/nld@2026‑02‑05;16155847

woonwijken

/join/id/regdata/gm0147/2025/3860f02c653b40d7ba2f24d1ffcc59ca/nld@2026‑02‑05;16155847

Zenderen

/join/id/regdata/gm0147/2025/ea8d64124a164c548453148a9a623b76/nld@2026‑02‑05;16155847

Bijlage II Verdiepend kaartmateriaal

1 Externe veiligheid

Voor de fysieke veiligheid is het belangrijk rekening te houden met verschillende aspecten op het gebied van externe veiligheid. Een van de verplichtingen van een omgevingsvisie is om vast te leggen welke activiteiten al aanwezig zijn in het gebied. Het is belangrijk om goed na te denken over de inrichting van de gemeente en de invloed die externe veiligheidsfactoren hierop hebben. Door in de visie rekening te houden met externe veiligheid, lopen inwoners, bezoekers en passanten minder risico in de gemeente. 

In de kaart hiernaast zijn verschillende vormen van externe veiligheid opgenomen. Hierdoor is zichtbaar welke delen van de gemeente een hoger risico kennen. Het toestaan van gevoelige functies is op deze locaties minder wenselijk. 

Analysekaart Externe Veiligheid
afbeelding binnen de regeling

2 Landschap

Het landschap is een belangrijk aspect binnen de omgevingsvisie. Op basis van het landschap kan bepaald worden of gebieden wel of niet geschikt zijn voor bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen. 

Gemeente Borne heeft vier typen landschappen, namelijk:

  • Jonge heide- en ontginningslandschap;

  • Maten- en flierenlandschap;

  • Oude hoevenlandschap;

  • Essenlandschap.

 

Daarnaast heeft Borne een landschappelijke waardering gegeven aan de verschillende delen in het buitengebied. De waarderingen betreffen basis, hoog en zeer hoog.

Analysekaart Landschap
afbeelding binnen de regeling

 

3 Mobiliteit

Infrastructuur is belangrijk voor de bereikbaarheid. Het maakt de gemeente bereikbaar voor inwoners van andere gemeenten en andersom. In de kaart hiernaast zijn verschillende vormen van infrastructuur aangegeven. Hierbij is gekeken naar wegen voor gemotoriseerd verkeer en voor fietsen. Ook het spoor is opgenomen.

Analysekaart Mobiliteit
afbeelding binnen de regeling

4 Voorzieningen

Voorzieningen zijn belangrijk voor de leefbaarheid van een gebied. Voor inwoners is het belangrijk dat de benodigde voorzieningen goed bereikbaar zijn. In de kaart hiernaast is gekeken naar een locatie van een aantal basisvoorzieningen. Dit betreffen voorzieningen waarvan we vinden dat nabijheid cruciaal is voor een fijn woon- en leefklimaat. Hierbij is gekeken naar:

  • Zorg: huisarts, tandarts, apotheek en fysiotherapie;

  • Onderwijs: kinderopvang, primair onderwijs en secundair onderwijs;

  • Detailhandel: supermarkt;

  • Sport: binnen- en buitensportlocaties en sportverenigingen

Analysekaart Voorzieningen
afbeelding binnen de regeling

5 Ontwikkellocaties

Gemeente Borne heeft de ambitie te groeien tot minimaal 30.000 inwoners. Hiervoor zijn veel nieuwe woningen nodig. Daarnaast zijn er nog andere initiatieven, voor bijvoorbeeld bedrijvigheid of recreatie. In de kaart hiernaast zijn verschillende ontwikkellocaties weergegeven. Dit zijn locaties waarvan wij het voorstelbaar achten dat hier stedelijke ontwikkelingen plaats gaan vinden. We hebben in de kaart onderscheid gemaakt tussen potentiële en definitieve ontwikkellocaties. Van de definitieve ontwikkellocaties is het al zeker dat hier ontwikkelingen plaats gaan vinden. Voor de potentiële ontwikkellocaties is nog geen toezegging gedaan op concrete initiatieven. 

Hoewel er op deze kaart een selectie van ontwikkellocaties is weergegeven, betekent dit niet dat alleen deze ontwikkellocaties mogelijk zijn. We staan ook open voor andere locaties, zolang deze passen in de hiervoor gestelde kaders.

Analysekaart Ontwikkellocaties
afbeelding binnen de regeling