Treasurystatuut gemeente De Wolden

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 10-02-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025

Intitulé

Treasurystatuut gemeente De Wolden

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Wolden;

gelezen het ambtelijk voorstel;

overwegende dat, het noodzakelijk is om het Treasurystatuut 2014 gemeente De Wolden te actualiseren en in overeenstemming te brengen met de geldende wet- en regelgeving;

gelet op artikel 212 Gemeentewet, de Financiële Verordening gemeente De Wolden 2023 en de Wet Financiering decentrale overheden;

besluit vast te stellen het:

Treasurystatuut gemeente De Wolden

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1. In dit statuut wordt verstaan onder:

    • a.

      derivaten: financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;

    • b.

      financiering: het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;

    • c.

      financieringsparagraaf: de paragraaf in de begroting en jaarstukken waarin het treasurybeleid voor het komende jaar wordt vastgelegd respectievelijk waarin verantwoording wordt afgelegd van de realisatie van het voorgenomen beleid;

    • d.

      geldstromenbeheer: alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden;

    • e.

      kasgeldlimiet: een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Het huidige percentage bedraagt 8,5%;

    • f.

      koersrisico: het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

    • g.

      kredietrisico: het risico op waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;

    • h.

      liquiditeitenbeheer: het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

    • i.

      liquiditeitenplanning: een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid;

    • j.

      liquiditeitsrisico: de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

    • k.

      onderhandse geldlening: een lening die een gemeente rechtstreeks afsluit met een geldverstrekker, zoals een bank, verzekeraar of pensioenfonds of andere financiële instelling, zonder dat deze via de openbare kapitaalmarkt wordt aangeboden;

    • l.

      prudent: zorgvuldig en behoedzaamheid van optreden bij het uitzetten van middelen en het afsluiten van derivaten. Er is sprake van een prudent karakter wanneer in ieder geval aan twee aspecten is voldaan, namelijk voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij en een beperkt marktrisico;

    • m.

      publieke taak: de verantwoordelijkheden en verplichtingen die een gemeente heeft om het algemeen belang van haar inwoners en de gemeenschap als geheel te dienen. Dit omvat alle taken die de gemeente uitvoert om de leefbaarheid, veiligheid, welzijn en ontwikkeling van de gemeenschap te waarborgen, zoals vastgelegd in wet- en regelgeving of voortkomend uit maatschappelijke behoeften;

    • n.

      rating: een oordeel over de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau;

    • o.

      relatiebeheer: het onderhouden van relaties met instellingen, waarmee in het kader van de uitvoering van het treasurybeleid contacten worden onderhouden;

    • p.

      renterisico: de mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van de gemeente verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd van één jaar of langer;

    • q.

      renterisiconorm: een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar. Het huidige percentage bedraagt 20%;

    • r.

      rente typische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

    • s.

      rentevisie: toekomstverwachting over de renteontwikkeling op de geld- en kapitaalmarkt;

    • t.

      schatkistbankieren: het verplicht aanhouden van overtollige financiële middelen bij de Nederlandse staat;

    • u.

      treasurer: medewerker die door het college van Burgemeester en Wethouders via het Besluit mandaat volmacht en machtiging en persoonlijke aanwijzingsbrief schriftelijk is aangewezen om de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden uit te voeren zoals opgenomen in dit treasurystatuut;

    • v.

      treasuryfunctie: Het beheren van de financiële middelen, liquiditeiten en risico’s van een gemeente, waaronder liquiditeitsbeheer, financiering, beleggingen en risicobeheersing, conform de Wet Fido, om financiële stabiliteit en doelmatige uitvoering van publieke taken te waarborgen;

    • w.

      uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

  • 2. Het wettelijk kader voor het Treasurystatuut bestaat uit:

    • a.

      Wet Financering Decentrale Overheden (wet Fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen;

    • b.

      Wet Houdbare OverheidsFinanciën (HOF);

    • c.

      Gemeentewet;

    • d.

      Algemene wet Bestuursrecht (Awb);

    • e.

      Europese regelingen aangaande staatssteun;

    • f.

      BBV: Besluit Begroting en Verantwoording;

    • g.

      Wet Markt en Overheid;

    • h.

      Regeling uitzetting derivaten decentrale overheden (Ruddo);

    • i.

      Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO);

    • j.

      Wet- en regelgeving toezicht financiële ondernemingen.

Artikel 2 Doelstellingen van de treasuryfunctie

De treasuryfunctie is gericht op het minimaliseren van de financiële risico’s en binnen de geldende kaders een zo optimaal mogelijk rendement behalen. De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:

  • a. het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen de scherpst mogelijke condities;

  • b. het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;

  • c. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

  • d. het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut;

  • e. het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op het gebied van treasury worden geregeld.

Artikel 3 Risicobeheer algemeen

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende uitgangspunten:

  • a. de gemeente mag leningen of garanties uitsluitend verstrekken uit hoofde van de publieke taak. De gemeenteraad bepaalt de publieke taak, waarbij vooraf advies wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij;

  • b. de gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut en in overeenstemming met de Ruddo;

  • c. het gebruik van derivaten is uitgesloten.

Artikel 4 Renterisicobeheer

  • 1. Bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen wordt de kasgeldlimiet conform de Wet Fido niet overschreden.

  • 2. Bij het afsluiten van leningen en het maken van renteafspraken wordt gezorgd dat de renterisiconorm niet wordt overschreden.

  • 3. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning.

  • 4. De rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.

  • 5. De rentevisie van de gemeente wordt vastgesteld en vastgelegd in de Begroting en Voorjaarsnota. Periodiek wordt deze visie getoetst door de Treasurer, eventueel met behulp van de Gemeente-controller en/of deskundigheid van externe adviseurs.

  • 6. Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4 streeft de gemeente naar spreiding in de rente typische looptijden van leningen en uitzettingen.

Artikel 5 Koersrisicobeheer

  • 1. De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren:

    • a.

      vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom gegarandeerd is aan het einde van de looptijd;

    • b.

      rekening courantrekeningen;

    • c.

      spaarrekening;

    • d.

      onderhandse geldleningen;

    • e.

      kasgeldleningen;

    • f.

      daggeld;

    • g.

      deposito’s;

    • h.

      (staats)obligaties;

    • i.

      aandelen, indien gekocht voor de uitoefening van de publieke taak.

  • 2. De gemeente beperkt de koersrisico’s ook door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning.

Artikel 6 Kredietrisicobeheer

  • 1. Uitzettingen van middelen uit hoofde van treasury vinden uitsluitend plaats bij:

    • a.

      de Nederlandse Staat, lagere overheden of overheidsinstanties met een minimale rating van AA of hoger;

    • b.

      financiële instellingen die voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren aantonen dat ze tenminste over een AA-(lange termijn rating) of A-2 (korte termijn rating) van één van de volgende erkende rating-bureau’s: Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA beschikken.

  • 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist.

  • 3. In elk afgesloten beleggings- of financieringscontract (vanaf 1 jaar) wordt een clausule opgenomen waarin staat dat het contract onmiddellijk kan worden beëindigd wanneer de kredietwaardigheid van de tegenpartij een lagere rating dan genoemd onder 1a en 1b krijgt.

  • 4. Bij het uitzetten van middelen wordt getoetst hoe de voorgenomen uitzetting zich verhoudt tot de regels voor staatssteun en in hoeverre van een meldingsplicht bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden sprake is.

Artikel 7 Intern liquiditeitsrisicobeheer

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), evenals een meerjarige liquiditeitenplanning welke aansluit op het meerjaren investeringsprogramma.

Artikel 8 Valutarisicobeheer

Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de euro.

Artikel 9 Financiering

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • a. financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;

  • b. financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;

  • c. bij het aantrekken van financieringen zijn alleen onderhandse leningen toegestaan;

  • d. de gemeente beoordeelt op basis van minimaal 3 offertes, van verschillende instellingen, welke financiering wordt aangetrokken. Deze offertes (analoog, dan wel digitaal) worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd;

  • e. als gevolg van de wet Schatkistbankieren kan de gemeente ook financieringsmiddelen aantrekken van andere decentrale overheden, behalve als er tussen de betreffende decentrale overheden een formele toezichtrelatie bestaat;

  • f. er kunnen zich omstandigheden voordoen, waarbij met toestemming van het college, van onderdeel d en e kan worden afgeweken.

Artikel 10 Langlopende uitzettingen

  • 1. Het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer wordt uitsluitend gedaan onder de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 4 tot en met 7 van dit Treasurystatuut.

  • 2. De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 3 instellingen alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.

Artikel 11 Relatiebeheer

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:

  • a. bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste eens in de 4 jaar beoordeeld, waarbij de vigerende gemeentelijke inkoop- en aanbestedingsregels worden toegepast;

  • b. bankrelaties dienen, wat betreft hun kredietwaardigheid, minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6;

  • c. financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of aan de andere kant EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer;

  • d. tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

Artikel 12 Geldstromenbeheer

Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt:

  • a. het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;

  • b. het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.

Artikel 13 Saldo- en liquiditeitenbeheer

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

  • a. De gemeente streeft naar concentratie van liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;

  • b. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt conform artikel 4 lid 1 de kasgeldlimiet niet overschreden;

  • c. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn:

  • a. daggeld leningen;

  • b. kasgeldleningen;

  • c. rekening courantkredieten.

  • d. Toegestane instrumenten bij het extern uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar moeten voldoen aan de eisen van artikel 5;

  • e. Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan;

  • f. De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 3 instellingen alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar.

Artikel 14 Schatkistbankieren

Decentrale overheden zijn verplicht hun overtollige middelen aan te houden in de schatkist. In uitzondering op de algemene regel mogen decentrale overheden elkaar onderling overtollige middelen uitlenen, zo lang er geen sprake is van een toezichtsrelatie.

Artikel 15 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • a. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;

  • b. De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:

  • a. de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;

  • b. de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;

  • c. de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn;

  • d. Bevoegdheden zijn via mandaat en machtiging nader schriftelijk vastgelegd in het Besluit mandaat volmacht en machtiging Directie SWO;

  • e. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

  • a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);

  • b. de uitvoering en de controle geschieden door afzonderlijke functionarissen;

  • c. het creëren van belangenverstrengeling dient vermeden te worden;

  • d. Tegenpartijen versturen de bevestigingen van iedere transactie aan de gemandateerde contactpersonen;

  • e. De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris van de financiële administratie die belast is met de registratie van vorderingen en/of verplichtingen en gecontroleerd door de functionaris die belast is met de interne controle.

Artikel 16 Verantwoordelijkheden

De taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.

Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, globale richtlijnen en limieten middels de financiële verordening;

Het vaststellen van de paragraaf Financiering in begroting en jaarrekening;

Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan;

Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid.

College van burgemeester en wethouders

Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);

Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid;

Het vaststellen van de treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders globale richtlijnen en limieten in het treasurystatuut.

De Gemeentesecretaris

Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury;

Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;

Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het college van burgemeester en wethouders.

Gemeentecontroller

Het rapporteren aan B&W over de uitvoering van het treasurybeheer;

Het afleggen van verantwoording aan het college van burgemeester en wethouders.

Budgethouders

Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de Treasurer.

Treasurer

Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten worden conform dit treasurystatuut en de treasuryparagrafen in begroting, en jaarstukken uitgevoerd.

Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer;

Het beheren van de geldstromen (ook conform Schatkistbankieren);

Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;

Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;

Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de kassier;

Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;

Het adviseren van de netwerken over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten;

Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie;

Het uitbrengen van advies over beleidsvoorstellen en rapportages op het gebied van treasury aan de Gemeenteraad;

Het afleggen van verantwoording over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten;

Eens in de vier jaar het Treasury Statuut actualiseren, of eerder als daar aanleiding toe is in verband met gewijzigde regelgeving;

Initiëren vierjaarlijkse beoordeling bancaire relaties (art. 11).

Financiële administratie

Registeren van alle bankmutaties in de financiële administratie van de gemeente;

Registreren van alle vorderingen en verplichtingen uit hoofde van de Treasuryfunctie.

Artikel 17 Bevoegdheden

In onderstaande tabel staan bevoegdheden, na besluitvorming door het college, met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven evenals de daarbij benodigde autorisatie.

Onderwerp

Bevoegdheid (autorisatie)

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer

Het uitzetten en aantrekken van geldmiddelen tot 1 jaar (via daggeld, kasgeld deposito of spaarrekening)

Treasurer

Het aantrekken van geld via callgeld of kasgeld

Treasurer

Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen

Treasurer

Bankrelatiebeheer

Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

Burgemeester

Bankcondities en tarieven afspreken

Burgemeester

Financiering

Het afsluiten van kredietfaciliteiten

Burgemeester

Het aantrekken van langlopende middelen

Treasurer

Uitzetting van gelden

Het uitzetten van gelden via (staats)obligaties, Mid Term Notes (MTN’s), onderhandse geldleningen zoals vastgelegd in de financieringsparagraaf

College

Het beleggen in garantieproducten

College

Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak

College

Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak

College

Artikel 18 Informatievoorziening

Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:

Informatie

Frequentie

Bron

Informatie-verstrekker

Informatie-ontvanger

Gegevens mbt toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitenplanning

Doorlopend

Financiële administratie, verplichtingenadministratie en elektronisch bankierssysteem

Budgethouders

Treasurer

Liquiditeitenplanning lange termijn

Kwartaal

Meerjaren investeringsplan en exploitatie planning.

Budgethouders

Treasurer

Rapportage over liquiditeitspositie

Tussentijdse rapportages, jaarrekening en begroting

Conform planning en control cyclus

Treasurer

Gemeenteraad

Analyse leningen- en beleggingsportefeuille

Op verzoek

Portefeuille en bankrelaties / overige marktbronnen

Treasurer

College

Beleidsplannen voor de treasuryparagraaf bij de begroting

Jaarlijks

Conform planning en control

Treasurer

Gemeenteraad

Evaluatie treasuryactiviteiten in Treasuryparagraaf van jaarrekening

Jaarlijks

Conform planning en control

Gemeente controller

Gemeenteraad

Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet FiDo

Kwartaal

Conform planning en control

Treasurer

Derden

Lenings- / uitzettings-/ garantiebesluiten

binnen 14 dagen na besluit

Conform planning en control

College

Provincie

Artikel 19 Slotbepalingen

  • 1. Treasurystatuut 2014 De Wolden wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt.

  • 2. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2025.

  • 3. Deze regeling wordt aangehaald als: Treasurystatuut.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 2 december 2025.

De secretaris,

De burgemeester

Roelof Pieter Koning Inge C.J. Nieuwenhuizen