Regeling vervalt per 31-12-2037

Subsidie ‘Versterken sociale basis Gemeente Alphen aan den Rijn 2027’

Geldend van 09-02-2026 t/m 30-12-2037

Intitulé

Subsidie ‘Versterken sociale basis Gemeente Alphen aan den Rijn 2027’

Inhoudsopgave

Voorwoord en leeswijzer 3

Deel 1: Subsidieregeling ‘versterken sociale basis gemeente Alphen aan den Rijn 2027’ 5

Deel 2: Uitvraag 13

Hoofdstuk 1 Aanleiding subsidie uitvraag 14

1.1 – Sociale visie 14

1.2 – Agenda sociale basis 15

1.3 – Kaders 17

Hoofdstuk 2 Ambitie en gewenste situatie 18

2.1 – De sociale basis 18

2.2 – Sleutelfuncties 20

2.3 – Gewenste situatie 21

2.4 – Doorkijk 22

Hoofdstuk 3 Beschrijving deelsubsidies 23

3.1 – Deelsubsidie I samenredzaamheid 23

3.2 – Deelsubsidie II stevige pedagogische basis 32

3.2.1 – Deelsubsidie II a stevige pedagogische basis ‘opvoeden en opgroeien’ 34

3.2.2 – Deelsubsidie II b stevige pedagogische basis ‘professioneel kinderwerk,

regulier en specialistisch jongerenwerk’ 42

Hoofdstuk 4 Het subsidieproces 50

4.1 – Voorwaarden 50

4.2 – Plan van aanpak 51

4.3 – Beoordelingsproces 54

4.4 – Waarderingssystematiek 55

4.5 – Planning 56

Bijlagen

I - Aanvraagformulier;

II – Sociale visie ‘samen leven, samen bouwen’

- Sociale agenda ‘samen leven, samen bouwen’;

- Infographic sociale agenda;

III – Agenda sociale basis;

IV – Concept opdracht ‘vitaliteit en gezonde leefstijl’.

Voorwoord

Onze samenleving is gebouwd op de kracht van grote en kleine gemeenschappen. Het zijn de mensen om ons heen die ons ondersteunen, inspireren en helpen als het tegenzit.

Gemeenschappen bieden niet alleen praktische hulp, maar ook emotionele steun en een gevoel van verbondenheid. In de woorden van Margaret Mead: "whatever the question,

community is the answer." En het is het waardevolle sociale netwerk van alle structuren en verenigingen die onze veerkracht en solidariteit als samenleving versterken.

De afgelopen jaren is geïnvesteerd in de samenleving door inzet op preventie samen met

partners en vele maatschappelijke organisaties. We hebben in waarde gezien hoe belangrijk het is om in onzekere tijden verbonden te zijn met elkaar. En wat het betekent als

(netwerken van) de samenleving elkaar versterken, maar ook de keerzijde als er

tegenstrijdigheid ontstaat. We hebben nog steeds de overtuiging dat door het creëren en ondersteunen van een goede sociale basisinfrastructuur en de inzet van preventieve

activiteiten voorkomen kan worden dat kleine problemen groot worden en pech leidt tot ellende. Vanuit de opgedane kennis en ervaring gaan we nu een vervolgstap zetten.

We werken verder aan een sterke sociale basis, waarin iedereen zich gehoord en gesteund voelt. Door alle krachten te bundelen en elkaar te helpen, kunnen we een samenleving creëren die bestand is tegen de uitdagingen van vandaag en morgen. Samen kunnen we ervoor zorgen dat geen inwoner er alleen voor staat en dat we, ongeacht de

omstandigheden, altijd een solide fundament hebben waar we op kunnen bouwen.

Leeswijzer

Bijgaand document bevat twee delen die samen de juridische en inhoudelijke grondslag vormen op basis waarvan partijen een aanvraag kunnen doen:

• Deel I: subsidieregeling ‘Versterken sociale basis Gemeente Alphen aan den Rijn 2027’;

• Deel II: subsidie uitvraag.

Deel I

Subsidieregeling ‘Versterken sociale basis Gemeente Alphen aan den Rijn 2027’

Subsidieregeling ‘Versterken sociale basis Gemeente Alphen aan den Rijn 2027’

Besluit van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn tot vaststelling van de Subsidieregeling Versterken sociale basis Gemeente Alphen aan den Rijn 2027.

Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn; overwegende dat:

• Het gemeentebestuur met het vaststellen van de sociale visie ‘samen leven, samen bouwen’ 2025-2035 (bijlage 2) zich inzet voor de versterking van de sociale basis;

• Het gemeentebestuur met de Agenda sociale basis 2025 (bijlage 3) een langjarig en integraal beleid heeft vastgesteld voor het inrichten van inspanningen binnen de

institutionele (en gemeenschappelijke) sociale basis die bijdragen aan de doelen van de sociale visie. Te weten meedoen en ontwikkelen, samenredzaamheid, stevige pedagogische basis en groene en gezonde leefomgeving;

• Het gemeentebestuur subsidies wil verlenen voor de inzet van inspanningen ter

versterking van de institutionele (en gemeenschappelijke) sociale basis, met partijen die geworteld zijn in de Alphense samenleving;

• Gelet op de Algemene subsidieverordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2020;

• Besluit vast te stellen de Subsidieregeling versterken Sociale basis Gemeente Alphen aan den Rijn 2027.

Artikel 1. Definities

1. Alle begrippen die in deze subsidieregeling worden gebruikt en die niet nader worden

omschreven, hebben dezelfde betekenis als de begrippen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb), Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Algemene subsidie verordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2020 (Asv 2020).

2. In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Alphen aan den Rijn: het geografische gebied van Gemeente Alphen aan den Rijn.

b. Asv 2020: Algemene subsidieverordening Gemeente Alphen aan den Rijn 2020.

c. Awb: Algemene wet bestuursrecht.

d. College: het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Alphen aan den Rijn.

e. Deelsubsidie: deel van de subsidieregeling ten behoeve van een specifieke inspanning/activiteit.

f. Inspanningen: activiteiten die bijdragen aan het ondersteunen, ontwikkelen (talentonwikkeling), ontmoeten en ontspannen en/of die bijdragen aan de bevordering van een gezonde leefstijl van inwoners.

g. Institutionele (en gemeenschappelijke) sociale basis: (of professionele sociale basis) het deel van de sociale basis dat betrekking heeft op plekken (gebouwen) en

organisaties waar collectieve (of individuele voorzieningen ter ondersteuning aan collectieve) voorzieningen, vrijwillige ondersteuning, begeleiding en laagdrempelige hulp mogelijk is. En de formele inspanningen die de gemeente met deze

subsidieregeling laat uitvoeren door een professionele aanbieder.

h. Inwoner: iemand die woont in Gemeente Alphen aan den Rijn. Hieronder worden ook jeugdigen en/ of hun (pleeg)ouders verstaan die in Gemeente Alphen aan den Rijn hun woonplaats hebben, zoals bedoeld in de Jeugdwet.

i. Gemeente: Gemeente Alphen aan den Rijn.

j. Leefwereld: de omgevingen waarin een inwoner zich begeeft en waarin de activiteit kan worden uitgevoerd. Het gaat om de leefwerelden thuis, school of werk, op straat of in de buurt en online.

k. Maatschappelijke vraagstukken: actuele vraagstukken die gesignaleerd worden op buurt-, wijk- of gemeentelijk niveau, op basis van signalen van uitvoerders en

samenwerkingspartners, landelijke maatschappelijke ontwikkelingen en data (cijfers en feiten).

l. Positieve gezondheid: een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies. Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de sociale, emotionele en fysieke uitdagingen in het leven om te gaan. En om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Het accent ligt niet op ziekte, klachten of problemen. Maar op veerkracht, wat mensen nog wel kunnen, wat hen helpt om mee te doen en wat voor hen belangrijk is (Institute for Positive) Health.

m. Preventie: preventie in het sociaal domein gaat over het voorkomen van problemen of de verergering ervan met als doel dat mensen zicht gezonder en beter gaan voelen.

n. Sleutelfuncties: uitvoering van inspanningen door professionals die wijk overstijgend en in de kernen van de gemeente beschikbaar zijn. Het volume en type kan op basis van behoefte in de wijk verschillen.

o. Sociale basis: het intrinsiek waardevolle netwerk van formele en informele activiteiten in de samenleving dat mogelijk wordt gemaakt door een gedeelde

verantwoordelijkheid binnen de gemeenschap in samenwerking met maatschappelijke organisaties en overheden en die individuen in staat stelt elkaar te ontmoeten en ondersteunen waardoor zij zich beter kunnen ontplooien en kunnen floreren.

p. Strategisch partnerschap: College en subsidieontvanger(s) hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij het realiseren van de ambitie en doelstellingen van deze Subsidieregeling. Uitgangspunten zijn transparantie, dialoog, vertrouwen,

oplossingsgericht werken en samen leren en verbeteren.

q. Vrijwillige inzet: onbetaalde inzet voor een inwoner of groep met een

ondersteuningsbehoefte en/of voor activiteiten in de wijk of buurt binnen de sociale basis.

Artikel 2. Doel subsidieregeling

1. Het doel van deze subsidieregeling is om te komen tot een sluitend en vraaggericht palet van inspanningen ter versterking van de sociale basis.

2. Het doel van deze subsidieregeling is voorts om te komen tot de verlening van drie deelsubsidies:

a) Deelsubsidie I: samenredzaamheid;

b) Deelsubsidie II-A: stevige pedagogische basis –12 maanden tot 23 jaar, opvoeden en opgroeien;

c) Deelsubsidie II-B: stevige pedagogische basis 4 jaar tot 27 jaar, kinderwerk, regulier en specialistisch jongerenwerk.

3. Het college beoogt met de inspanningen die op basis van deze subsidieregeling worden uitgevoerd een bijdrage te leveren aan de volgende doelen:

a) Meedoen en ontwikkelen;

b) Samenredzaamheid;

c) Groene en gezonde leefomgeving;

d) Stevige pedagogische basis.

4. Doel van deze subsidieregeling is effectuering van de uitgangspunten en bouwstenen zoals deze zijn opgenomen in de Agenda sociale basis.

Artikel 3. Doelgroep

1. De inspanningen zoals bedoeld in deze subsidieregeling richten zich op alle Inwoners.

2. Het college definieert het bereiken van specifieke doelgroepen per deelsubsidie in de subsidie uitvraag.

3. Het college beschrijft in de subsidie uitvraag per deelsubsidie wanneer ongelijk investeren mogelijk is om gelijke kansen te realiseren.

Artikel 4. Uitgangspunten deelsubsidies

1. De inspanningen die worden uitgevoerd dragen bij aan de leidende principes van de sociale visie 2025-2035 (‘samen leven, samen bouwen’) van gemeente Alphen aan den Rijn en de doelen en sleutelfuncties genoemd in de subsidie uitvraag.

2. Per deelsubsidie worden in de subsidie uitvraag specifieke doelstellingen benoemd met - waar mogelijk en nodig- inspanningen.

3. Alle inspanningen binnen deze subsidieregeling worden uitgevoerd op basis van actuele maatschappelijke vraagstukken en behoeften van onze inwoners.

4. Subsidieontvanger geeft minimaal invulling aan:

a) Het bevorderen van vrijwillige inzet;

b) Het bevorderen van samenwerking in netwerken en verbinding;

c) Het versterken van inclusie.

5. Subsidieontvanger heeft een gezamenlijke verantwoordelijkheid en werkt samen met de maatschappelijke partners en vrijwilligersorganisaties binnen de gemeente, waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van de sociale basis van gemeente.

6. Subsidieontvanger werkt inclusief vanuit het principe van positieve gezondheid en het versterken van samenredzaamheid en de pedagogische basis.

Artikel 5. Subsidievereisten

1. Subsidieontvanger sluit met de uitvoering van inspanningen voor de institutionele (en gemeenschappelijke) sociale basis aan bij:

a) De diversiteit van Inwoners;

b) De leefwereld van Inwoners;

c) De vindplekken van Inwoners;

d) De behoeften van Inwoners;

e) Actuele en nieuwe maatschappelijke vraagstukken;

f) Vigerend beleid en aanbod.

2. Subsidieontvanger toont aan geworteld te zijn in de gemeente, dicht bij onze inwoners te staan en actief te zijn in de haarvaten van de Alphense samenleving. Subsidieontvanger

toont aan voor de deelsubsidie betreffende relevante contacten te hebben met organisaties waar onze inwoners komen en mee te maken hebben, zoals met het onderwijs,

kinderopvang, verenigingen, eerste- en tweedelijnszorg, vrijwilligersorganisaties, ervaringsdeskundigen en GGZ.

3. Subsidieontvanger toont aan recentelijk meerdere jaren ervaring te hebben met het uitvoeren van inspanningen in de gemeente Alphen aan den Rijn, zoals beschreven in deze subsidieregeling.

4. Subsidieontvanger zorgt samen met andere subsidieontvangers, inwoners, college, professionele partners en vrijwilligersorganisaties voor samenhangende hulp en dienstverlening.

5. Subsidieontvanger committeert zich aan strategisch partnerschap met college.

Artikel 6. Opzet deelsubsidies

1. College verleent voor elke deelsubsidie één subsidie aan één subsidieontvanger.

2. Onderaannemers zijn toegestaan bij de uitvoering van de inspanningen voor de verleende subsidie. De subsidieontvanger is eindverantwoordelijk voor de uitvoering en

verantwoording van de subsidie.

3. Subsidieontvanger werkt bij alle inzet in relatie tot vitaliteit en gezonde leefstijl samen met een door de gemeente aangewezen partij.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie

1. Het subsidieplafond per deelsubsidie voor 2027 staat in de subsidie uitvraag.

2. Voor deze subsidieregeling geldt een subsidieplafond dat jaarlijks door de gemeenteraad van Alphen aan den Rijn wordt vastgesteld.

3. De subsidies worden verleend onder voorbehoud van de vaststelling van het

subsidieplafond door de gemeenteraad. Aan de subsidiebeschikkingen kunnen geen rechten

worden ontleend indien het subsidieplafond niet, onvoldoende of anders wordt vastgesteld dan waarmee bij deze verlening is gerekend.

4. De subsidieontvanger dient ieder jaar tijdig een aanvraag met plan van aanpak in voor het komende kalenderjaar.

5. Het subsidiebedrag moet worden besteed aan de uitvoering van inspanningen in de

(institutionele en gemeenschappelijke) sociale basis. Het resterende subsidiebedrag vordert college terug.

Artikel 8. Duur van de subsidie

1. Het college verleent op basis van deze regeling subsidie voor vier jaar, waarbij het subsidiebedrag jaarlijks wordt bepaald. Na drie jaar vindt een evaluatie plaats over de

subsidieverlening en de uitvoering van de inspanningen. Op basis van deze evaluatie bestaat de mogelijkheid tot een eerste verlenging van de subsidie met drie jaar. Na twee jaar vindt een evaluatie plaats, waarna de mogelijkheid bestaat tot een tweede verlenging van de

subsidie met drie jaar.

2. Uiterlijk zes maanden voor afloop van de eerste subsidieperiode van vier jaar, ontvangt subsidieontvanger schriftelijk bericht op basis van de evaluatie over de (mogelijke) verlenging danwel bijsturing van de subsidie. En zo ook voor de tweede en derde periode.

Artikel 9. Het aanvragen van subsidie

1. Om in aanmerking te komen voor subsidie stuurt aanbieder een schriftelijke subsidieaanvraag aan college.

2. Een volledige subsidieaanvraag bevat minimaal:

a) Een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend aanvraagformulier, dat bij deze subsidieregeling beschikbaar is gesteld (bijlage 1);

b) Plan van aanpak zoals beschreven in de subsidie uitvraag;

c) Meerjarenbegroting voor de subsidieperiode;

d) Statuten van de organisatie;

e) Jaarverslagen, (voor de eerste periode van 4 jaar) de jaarrekeningen van kalenderjaren 2023, 2024 en 2025;

f) Minimaal één referentie waarmee aanbieder aantoont ervaring te hebben in de

gemeente Alphen aan den Rijn met de inspanningen voor de sociale basis die horen bij de uitvoering van de deelsubsidie waar subsidie voor wordt aangevraagd.

3. In het plan van aanpak dient aanbieder minimaal het volgende aan te geven:

a) De deelsubsidie en het benodigde budget waar subsidie voor wordt aangevraagd, inclusief een financiële onderbouwing, met vermelding van inzet van personele capaciteit;

b) Hoe de uitvoering van de deelsubsidie bijdraagt aan de doelen uit de subsidie uitvraag die college nastreeft;

c) Hoe aanbieder met de uitvoering van de deelsubsidie aansluit bij de leefwereld en vindplekken van inwoners;

d) Hoe invulling gegeven wordt aan het gedachtegoed van positieve gezondheid;

e) Hoe invulling gegeven wordt aan de samenwerking met belangrijke partners,

waaronder minimaal: andere subsidieontvangers, inwoners, college, gemeentelijke uitvoering (zoals het Serviceplein), sociale basis, vrijwilligersorganisaties en

professionele door de gemeente aangewezen bestaande partij voor vitaliteit en gezonde leefstijl, de partij voor Wmo en de partij voor jeugdhulp;

f) Hoe aanbieder zich inzet voor de continuïteit van inspanningen in de deelsubsidie, waaronder een eventuele overname van personeel van huidige uitvoerders.

Artikel 10. Wijze van beoordelen

1. De subsidieaanvraag wordt op de volgende punten door het college getoetst:

a) Tijdigheid (art. 11 lid 1);

b) Volledigheid (art. 9 lid 2);

c) De subsidievereisten zoals beschreven in artikel 5 van deze subsidieregeling;

d) De weigeringsgronden zoals beschreven in artikel 13 van deze subsidieregeling;

e) De mate waarin aan de gevraagde onderdelen van het plan van aanpak (artikel 9 lid 3) wordt voldaan.

2. De indiener van het plan van aanpak dat voldoet aan de eisen uit deze subsidieregeling en als beste wordt beoordeeld, ontvangt een voorlopige subsidie.

3. Als na het beoordelingsproces het totale bedrag van de subsidieaanvragen die als beste

zijn beoordeeld en die aan de voorwaarden voldoen, het subsidieplafond overschrijdt, besluit het college over toewijzing van de beschikbare middelen.

Artikel 11. Aanvraagtermijn

1. De subsidieaanvraag voor het jaar 2027 dient uiterlijk voor 6 mei 2026 binnen te zijn bij het college via het emailadres: sociaaldomein@alphenaandenrijn.nl.

2. Nadere verplichtingen met betrekking tot de subsidieaanvraag worden opgenomen in de subsidie uitvraag per deelsubsidie.

3. Voor 2028 en volgende jaren wordt de subsidieaanvraag ingediend voor 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 12. Beslistermijn

1. Het college beslist uiterlijk 14 juli 2026 op de ingediende subsidieaanvragen 2027.

2. Voor 2028 en volgende jaren neemt het college uiterlijk binnen 12 weken na datum van

ontvangst van een complete subsidieaanvraag een beschikking op de aanvraag tot verlening.

Artikel 13. Weigeringsgronden

Onverminderd de artikelen 4:25 tweede lid en 4:35 van de Awb en artikel 13 van de Asv 2020, weigert het college een subsidieaanvraag als:

a) De aanvraag niet bijdraagt aan de doelen van deze subsidieregeling;

b) Niet voldaan is aan de subsidievereisten genoemd in deze subsidieregeling en de daarbij behorende subsidie uitvraag;

c) Aanbieder onvoldoende aantoonbare recentelijke ervaring heeft met de uitvoering van inspanningen voor de sociale basis in Alphen aan den Rijn waar subsidie voor wordt aangevraagd;

d) Er niet voldoende budget is;

e) De financiële onderbouwing onduidelijk of onvoldoende is;

f) Aanbieder, als er meerdere aanbieders zijn, niet als beste is beoordeeld.

Artikel 14. Verplichtingen

1. Alle subsidieontvangers werken samen met elkaar aan de doelen van deze subsidieregeling, zonder dat overlappend aanbod ontstaat.

2. Subsidieontvanger is verplicht om deel te nemen aan gesprekken over de verantwoording ten behoeve van sturing. Jaarlijks vindt minimaal een bestuurlijk overleg plaats over de inzet, de effecten, het bereik en de samenwerking. De frequentie wordt in de subsidiebeschikking vastgelegd.

3. Na subsidieverlening voert subsidieontvanger de gesubsidieerde inspanningen uit, zoals zij hebben aangevraagd en hebben omschreven in het plan van aanpak. Over de wijze van monitoring, overleggen en communicatie worden na subsidieverlening nadere afspraken

gemaakt.

Artikel 15. Verantwoordingseisen

1. Subsidieontvanger legt jaarlijks vóór 1 april schriftelijk verantwoording af over het afgelopen jaar. Uit de verantwoording blijkt hoe de inspanningen waarvoor subsidie is

verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen. Daarbij geeft subsidieontvanger inzicht in:

a) Kwantitatieve gegevens: bereik, aantallen, contactmomenten, tevredenheid, en dergelijke;

b) Kwalitatieve gegevens: maatschappelijke effecten en samenwerking;

c) Financiële gegevens: de besteding van de subsidie;

d) De benodigde gegevens, op basis waarvan het college toetst of wordt voldaan aan de WNT-norm (Wet Normering Topinkomens).

2. De verleende subsidiebedragen dienen zichtbaar te zijn opgenomen in de jaarrekening.

3. De verantwoording wordt ondertekend door bestuur en accountant.

4. Subsidieontvanger kan eenmaal uitstel vragen voor het indienen van de verantwoording, op basis van dringende reden(en). De verantwoording moet in dat geval uiterlijk 1 september door het college ontvangen zijn.

Artikel 16. Slotbepalingen

1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

2. De Asv 2020 is op deze subsidieregeling van toepassing, voor zover hiervan niet wordt afgeweken in deze subsidieregeling.

3. Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2037.

4. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: ‘Subsidieregeling Versterken sociale basis Gemeente Alphen aan den Rijn 2027’.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college d.d. 20 januari 2026, De Burgemeester F.D. van Heijningen De secretaris F. van den Berg

Bijlagen:

1) Aanvraagformulier;

2) Sociale visie ‘samen leven, samen bouwen’;

- sociale agenda ‘samen leven samen bouwen’;

- infographic sociale agenda;

3) Agenda sociale basis.

Deel II

Uitvraag

afbeelding binnen de regeling

Verbinding vandaag, veerkracht morgen.

Hoofdstuk 1 Aanleiding subsidie uitvraag

1.1 - sociale visie

Doel vanuit de sociale visie ‘samen leven, samen bouwen’ is het inrichten van een stevige sociale basis. Zo kunnen grote problemen en zware zorg(vragen) voorkomen worden. In de sociale visie is opgenomen dat het gaat om het versterken van de veerkracht van de

samenleving door in te zetten op samenredzaamheid. En daarmee bereiken dat inwoners hun eigen leven kunnen leiden op een manier die bij hen past. Én dat zij betrokken zijn bij elkaar en van (levens)belang kunnen zijn voor elkaar. Inwoners worden daarom gestimuleerd om iets te betekenen voor een ander ook in lastige omstandigheden. Als gemeente

ondersteunen we de samenleving hierbij door de sociale basis te versterken.

De sociale basis bestaat uit alle formele en informele structuren en verbindingen die er

samen voor zorgen dat inwoners verantwoordelijkheid kunnen dragen voor zichzelf en voor elkaar. Zo zorgt de gemeente er samen met partijen en inwoners voor om problemen vroeg te kunnen signaleren en voorkomen dat deze groter worden.

De sociale visie ondersteunt de sociale basis. Onze inwoners laten de sociale basis ontstaan en onderhouden deze. Wij sluiten aan bij wat inwoners doen, door de sociale basis te

ondersteunen. Dat doen we bijvoorbeeld door zichtbare, toegankelijke en laagdrempelige

ontmoetingsplekken te maken. Ook investeren we in andere voorzieningen die ontmoeten en omzien naar elkaar mogelijk maken en die passen bij de behoeften van verschillende

groepen inwoners. Dan gaat het om sociale activiteiten, talentontwikkeling door middel van kunst en cultuur, en sportactiviteiten.

In de sociale visie staat dat de gemeente grote problemen en zorgvragen wil voorkomen door sterk in te zetten op preventie.

De sociale basis draagt bij aan de volgende vier doelen van de sociale visie:

afbeelding binnen de regeling

De drie doelen uit de sociale visie die voorwaardelijk zijn voor een sterke sociale basis zijn:

afbeelding binnen de regeling

1.2 - Agenda sociale basis

In de Agenda sociale basis staat vanuit welke ambitie de sociale basis wordt vormgegeven. We gebruiken hiervoor de bouwstenen die door Verwey Jonker zijn geformuleerd en het beeld dat hierbij hoort.

afbeelding binnen de regeling

De bouwstenen zijn:

- Bestaanszekerheid

Basisvoorwaarde voor een sterke sociale basis. Mensen in bestaansonzekerheid zijn minder goed in staat om naar elkaar om te kijken of zich vrijwillig in te zetten.

- Financiering (sociale basis)

Voorspelbaar, regelluw en ontschot: essentieel om continuïteit van initiatieven te waarborgen en drempels voor burgerparticipatie te verlagen.

- Samenwerken – gelijkwaardigheid

Gelijkwaardige samenwerking tussen inwoners, professionals, semi-professionals, (vrijwilligers)organisaties en overheden is cruciaal voor een sterke sociale basis.

- Versterken eigenaarschap

Door Inwoners eigenaa- rschap te geven over hun initiatieven en vanuit zeggenschap over hun eigen leven en (leef)omgeving, werken we aan samenwerking vanuit gelijkwaardigheid. Dit bevordert betrokkenheid en stimuleert initiatieven.

Beschikbaarheid ruimte/plekken

Toegankelijke en aantrekkelijke openbare ruimtes en cultureel/maatschappelijke panden en sportaccommodaties zijn essentieel voor ontmoeting, verbinding en het organiseren van laagdrempelige ondersteuning.

- Responsiviteit

Overheden en professionals moeten responsief zijn naar behoeften en ideeën van inwoners. Het gaat om luisteren, meedenken en openstaan voor verschillende

perspectieven maar zeker ook het - in verbinding - managen van verwachtingen. Deze bouwsteen draagt bij aan ontmoeten, ontwikkeling en ondersteuning.

- (onder)steunen van mantelzorg

Mantelzorgers zorgen voor een naaste die langdurig ziek is, een beperking heeft of hulpbehoevend is. Mantelzorg is niet meer weg te denken in de samenleving en de druk op mantelzorgers neemt toe. Zij zijn onmisbaar (jong en oud) om de eerste zorg- en

ondersteuningsvragen van hun naasten op te vangen. Deze bouwsteen draagt bij aan ondersteuning.

- Steun/ruimte voor vrijwillige inzet

Vrijwilligerswerk stimuleren en ondersteunen met deskundigheidsbevordering,

verminderen van regeldruk en creëren van een omgeving waarin vrijwilligers zich gewaardeerd voelen. Deze bouwsteen draagt bij aan ondersteuning, ontwikkeling en ontspanning.

- Versterken van inclusie

Een inclusieve sociale basis is toegankelijk voor iedereen, omarmt diversiteit en bevordert een gevoel van welkom en erbij horen. Deze bouwsteen draagt bij aan ondersteunen, ontwikkelen, ontspanning en ontmoeten.

- Mensen vragen en uitnodigen

Actief mensen uitnodigen om mee te doen en een bijdrage te leveren, benadrukt de waarde van ieder individu en stimuleert wederkerigheid en verbinding. Deze bouwsteen draagt bij aan ontmoeten, ontwikkelen en ontspanning.

We hebben vervolgens op basis van de bouwstenen de eigen ambitie geformuleerd:

afbeelding binnen de regeling

1.1 – Kaders

De subsidieregeling ‘Versterken sociale basis Gemeente Alphen aan den Rijn 2027’ vormt het juridische kader om te komen tot deze uitvraag. Daarnaast zijn er ook inhoudelijke kaders. Dit zijn beleidskaders, die samen de sociale basis vormen. De Agenda sociale basis is de verbinding tussen de beleidskaders. Het gaat om:

- de Kunst- & cultuurvisie;

- de Sportvisie en lokaal Sportakkoord II;

- het Gezond en Actief Leven Akkoord;

- de LEA (Lokale Educatieve Agenda);

- sociale visie ‘samen leven, samen bouwen’.

De sociale basis staat tot slot in verbinding met de overige beleidskaders van het sociaal beleid. We vragen dan ook met deze uitvraag dat aanbieders zich bewust zijn van de aanpalende beleidskaders en deze juist opzoeken in de samenwerking en de inspanningen aan inwoners. In het grijze gebied waar onduidelijkheid is over wie verantwoordelijk is voor de inzet en/of bekostiging gaan we ervan uit dat aanbieders elkaar opzoeken en samen

komen tot een uitwerking die aansluit bij wat inwoners nodig hebben. We vragen dit

specifiek voor veiligheid en de snijvlakken in de driehoek tussen zorg, onderwijs en jeugd. En de driehoek vrijwilligersorganisaties, professionele organisaties en gemeente.

Hoofdstuk 2 Ambitie en gewenste situatie

2.1 - De sociale basis

Het is onze ambitie een sociale basis te realiseren binnen de gemeente die naast het bieden van basisactiviteiten, flexibel inspeelt op nieuwe vraagstukken die (gaan) spelen binnen onze samenleving. Uiteindelijk willen we komen tot een samenleving waarin we uitgaan van eigen kracht, maar ook rekening houden met inwoners die ondersteuning van de gemeente nodig hebben. Een samenleving waarbij we rekening houden met de leefwereld van de inwoner en de ondersteuning, ontmoeting, ontspanning en ontwikkeling waar mogelijk dicht bij de

inwoners organiseren. In de haarvaten van de samenleving.

Deze uitvraag richt zich op de sociale basis, wat meer is dan hoe we de afgelopen jaren invulling hebben gegeven aan preventie. Maar wat verstaan we onder sociale basis?

Wij definiëren de sociale basis als: het intrinsiek waardevolle netwerk van formele en

informele structuren in de samenleving dat mogelijk wordt gemaakt door een gedeelde verantwoordelijkheid binnen de gemeenschap in samenwerking met maatschappelijke organisaties en overheden en dat individuen in staat stelt elkaar te ontmoeten en

ondersteunen waardoor zij zich beter kunnen ontplooien en kunnen floreren.

Voor Alphen aan den Rijn omvat de sociale basis de beleidsterreinen: sport, kunst & cultuur, gezondheid, welzijn, onderwijs en meedoen (burgerparticipatie). Deze terreinen kennen hun eigen beleid met ambities en regelingen en eigen samenwerkingspartners. Ook voor de

komende jaren blijft dit zo. Als onderdeel van de sociale basis voelt elk beleidsterrein zich verbonden met elkaar, zoekt elkaar op en werkt samen. Dit geldt ook voor de

samenwerkingspartners. We hanteren hierbij onderstaande uitgangspunten die zijn geformuleerd in de Agenda sociale basis. De eerste vijf uitgangspunten verbinden de

gemeente, de partners en de inwoners. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol. De gemeente is aan zet als het gaat om de laatste drie uitgangspunten. De verschillende beleidsterreinen in de sociale basis dragen zo bij aan het versterken van de sociale basis.

1. Het vertrekpunt is de intrinsieke waarde van de sociale basis.

Het eigenaarschap en de legitimiteit van de sociale basis zijn van de samenleving en daar waar nodig met betrokkenheid van de gemeente. Partijen bieden diensten en activiteiten in de sociale basis aan die sluiten bij de behoeften en wensen vanuit deze samenleving.

Hierover zijn we continu in gesprek met organisaties die actief zijn in de sociale basis. Dit betekent dat we uitgaan van het zelf oplossend vermogen van de samenleving. En dat waar ondersteuning nodig is, we niet overnemen of voorschrijven, maar faciliteren en stimuleren om eventuele drempels zo laag mogelijk te maken.

2. We investeren in de kracht van ontmoeting.

Wanneer inwoners in staat zijn elkaar te ontmoeten, kunnen zij zich ontplooien, elkaar ondersteunen en zich ontspannen. Hiervoor moeten we het goede uit de huidige

infrastructuur in de samenleving behouden. Dit heeft ook te maken met de inrichting van de

fysieke omgeving en betrokkenheid bij de digitale omgeving. We werken zo nabij en integraal als mogelijk.

3. Onze inzet op de sociale basis is gericht op kansengelijkheid, bestaanszekerheid en gezond leven in de gezonde leefomgeving.

Daarvoor kan het nodig zijn dat onze inzet niet generiek is, maar dat we soms ongelijk

investeren om gelijke kansen te bevorderen. We zetten in op toegankelijke openbare ruimte om gezondheid te bevorderen, en verstevigen we de samenwerking met werk en inkomen voor bestaanszekerheid.

4. Onze inzet speelt in en sluit aan op maatschappelijke ontwikkelingen.

Dit vraagt niet alleen een flexibel georganiseerde inrichting, maar ook een gedeelde

verantwoordelijkheid en goede monitoring. Onze inwoners hebben hierin voor een groot deel hun eigen verantwoordelijkheid. Om de individuele vragen meer in collectieve vorm te kunnen ondersteunen heeft de gemeente een faciliterende, regisserende en ook

signalerende rol. Om gelijke kansen te realiseren kan er ongelijk worden geïnvesteerd. Op basis van heldere analyses van een gebied/wijk enz. kunnen maatschappelijke vraagtukken in aard omvang en impact in beeld worden gebracht. Een analyse gecombineerd met

ervaringen van professionals en input van inwoners vormen een goede basis voor gemeente om afweging te maken in waar(in) wordt geïnvesteerd.

5. We investeren in de kracht en gelijkwaardigheid van samenwerking

De sociale basis is het meest krachtig wanneer er optimaal samenspel is en vanuit

partnerschap wordt geacteerd tussen de vele inwoners, gemeenschappen, vrijwilligers en professionals in de verschillende lagen van de sociale basis. Dit betekent dat we elkaar kennen en weten waarvoor we samen aan de lat staan en elkaar daar vinden.

6. Gemeente stelt zich op als strategisch partner

De gemeente stelt zich, afhankelijk van de rol die nodig is, op als partner, facilitator, opdrachtgever of regulerend en is altijd helder over haar rol en de verantwoordelijkheid voor het algemeen belang. We streven ernaar dat de hulp aan onze inwoners aansluit op de

behoefte en nemen de rol die daar het beste bij past.

7. Onze inzet is langjarig en bestendig

Daarom kenmerkt onze meerjarige inzet (investering) zich door de eerdergenoemde gedeelde verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid, verbinding, vertrouwen en lef.

8. De bekostiging van onze inzet in de sociale basis is voorspelbaar

Gemeente stelt structureel een bedrag beschikbaar voor alle sectoren binnen de sociale basis. De hoogte daarvan is nog niet helder en zal mede bepaald worden door de beschikbare budgetten. Door prioriteit te geven aan de inzet op de brede sociale basis

zetten we in op een beweging om meer te normaliseren. Waar investeren in de sociale basis mogelijk is willen we bereiken dat we het gebruik van zorg kunnen afschalen.

2.2 - Sleutelfuncties

In de Agenda sociale basis heeft de gemeente ook sleutelfuncties benoemd om te investeren in het versterken van de sociale basis; ‘in de ruimte’ tussen de verschillende

beleidsterreinen. We willen behouden wat er vanuit de afgelopen jaren is opgebouwd aan

infrastructuur en samenwerking en de inspanningen die bijdragen aan alle vier de elementen ontspannen, ontmoeten, ontwikkelen en ondersteuning. Daarnaast willen we meer investeren in het bevorderen van vrijwillige inzet en voorlichting en informatie.

De sleutelfuncties faciliteren de sociale basis waar dit nog niet is belegd bij de genoemde beleidsterreinen die onderdeel uitmaken van de sociale basis. Onze inzet geldt voor alle

inwoners. Waar nodig is het mogelijk om ongelijk te investeren om gelijke kansen te

realiseren. Dit geldt ook voor de inzet op specifieke doelgroepen om gelijke kansen te

realiseren. De inzet is daarbij zoveel mogelijk collectief en kan individueel zijn als dat nodig is.

Onze inzet geldt voor de hele gemeente. Waar het nodig is om anders of meer te investeren in een wijk of buurt om gelijke kansen te realiseren, dan is dat mogelijk.

De sociale basis is de leefwereld van de inwoner, in contact met elkaar, de omgeving waar inwoners wonen, leven en werken én de digitale wereld. Onze inzet is afhankelijk van wat nodig is, gericht op één of meerdere van deze perspectieven.

De sleutelfuncties voor de sociale basis zijn:

1. Bevorderen van samenwerking in netwerken en verbinding.

De gemeente bevordert de samenwerking tussen samenwerkingspartners, vrijwilligersorganisaties, verenigingen, ondernemingen en inwoners. Voor

samenwerkingspartners (binnen de sociale basis) geldt dat zij extra tijd beschikbaar stellen voor samenwerking, dat zij ontmoeting en uitwisseling tussen professionals stimuleren,

afspraken maken over kennisdeling en informatie uitwisselen en zorgen voor continuïteit van personeel en vaste contactpersonen.

2. Collectieve ondersteuning vanuit onze inzet.

De gemeente zet in op collectieve ondersteuning die aansluit bij onze inzet. Het kan zijn dat contacten op individuele basis plaatsvinden, maar we zetten dienstverlening zoveel mogelijk collectief in.

3. Voorlichting en informatie in de sociale basis.

De gemeente organiseert dat inwoners en partners weten wat de sociale basis te bieden heeft om deel te nemen aan activiteiten en voorzieningen. Informatie is toegankelijk voor iedereen. Daarnaast organiseert de gemeente voorlichting op onderwerpen die actueel zijn in de samenleving en die betrekking hebben op de opgaven en onze inzet. Ook deze

voorlichting is toegankelijk voor iedereen.

4. Bestaan en beheer van buurthuizen.

De gemeente draagt zorg voor het bestaan en beheer van de buurthuizen om ontmoeten, ontwikkelen, ontspanning en ondersteuning mogelijk te maken in de wijken en buurten.

5. Bevorderen vrijwillige inzet.

De gemeente organiseert en bevordert vrijwillige inzet bij maatschappelijke organisaties, verenigingen, buurthuizen enz. Het gaat ons hierbij om de inwoners die deelnemen aan

vrijwilligersactiviteiten én inwoners die hierbij als vrijwilliger ondersteunen. We bevorderen activiteiten waar inwoners elkaar ontmoeten en ondersteunen.

6. Doelgroep specifieke dienstverlening.

We richten ons op alle doelgroepen en zijn er voor alle inwoners van de gemeente. Er zijn wel doelgroepen waar we ons specifiek op richten, zoals kinderen en jongeren. Daarnaast zetten we in op doelgroepen als dat nodig is.

7. Aanwezigheid van cultuur-, sport- en beweegvoorzieningen (en daarmee de aanbieders) en aanwezigheid in de fysieke leefomgeving.

Vanuit de sociale basis adviseren en ondersteunen wij over de aanwezigheid en financiële ondersteuning va culturele- en sportvoorzieningen in de hele gemeente. Wij zijn betrokken bij (nieuwe) gebiedsontwikkelingen en staan voor een groeiend voorzieningenniveau in een groeiende gemeente.

2.3 - Gewenste situatie

Met behulp van deze uitvraag willen we komen tot:

afbeelding binnen de regeling

Gemeente is op zoek naar partijen die een vraaggericht aanbod genereren dat inspeelt op maatschappelijke vraagstukken en bijdraagt aan duurzame oplossingen die de sociale basis versterken. We willen samenwerken met partijen die een gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen met partijen binnen deze uitvraag, partijen binnen de sociale basis infrastructuur en georganiseerde inwoners.

Voor wie?

Deze uitvraag richt zicht op alle inwoners van de gemeente Alphen aan den Rijn. Van -12 maanden tot 100+ jaar. Daarnaast is er speciale aandacht voor (kwetsbare) inwoners die extra ondersteuning nodig hebben.

2.4 - Doorkijk

Samenvatting concept opdracht ‘Vitaliteit en gezonde leefstijl’

De nog te selecteren opdrachtnemer voor de opdracht Vitaliteit en Gezonde leefstijl krijgt de volgende opdracht: ‘we willen dat alle inwoners van Alphen aan den Rijn zo gezond, actief en vitaal mogelijk opgroeien en oud worden. We streven naar een gezonde generatie in 2040’. Hiervoor zijn het stimuleren van een gezonde leefstijl en het realiseren van een gezonde(re) sociale en fysieke leefomgeving van groot belang. Sport, bewegen, gezonde keuzes en het stimuleren hiervan dragen hier in grote mate aan bij. Vitale sport- en beweegaanbieders en een positieve sportcultuur zijn hierbij een randvoorwaarde.

We verwachten van deze opdrachtnemer dat zij actief en organisatie-overstijgend samenwerkt met partners in de sociale basis, onderwijs, ondersteuning, zorg en het bredere netwerk rondom kinderen, jongeren en ouderen. Specifiek wordt van de aanbieder verwacht dat zij het contact met de vele sportverenigingen en sportaanbieders in de gemeente onderhoudt en hen ondersteunt.

De opdrachtnemer levert activiteiten en inspanningen op de volgende onderdelen:

• Sport-, beweeg- en cultuuractiviteiten in verbinding met het onderwijs, in de buurt en bij aanbieders;

• Inzet gericht op specifieke doelgroepen met een grotere gezondheids-achterstand en/of toegang tot sport, beweeg en cultuuraanbod;

• Doelgroepgerichte inspanningen en interventies gericht op het versterken van de vitaliteit van inwoners, het stimuleren van een gezonde leefstijl en verkleinen van gezondheidsachterstanden;

• Ondersteuning van sport en beweegaanbieders. Inzet op een positieve en gezonde sportcultuur;

• Het promoten van het lokale sport-, beweeg- en cultuur aanbod.

Hoofdstuk 3 Beschrijving deelsubsidies

Aanbieder kan een aanvraag doen voor een of meerdere deelsubsidies. Per deelsubsidie wordt een aparte aanvraag met plan van aanpak gevraagd. In dit hoofdstuk staat de inhoud van de verschillende deelsubsidies.

3.1 - Deelsubsidie I samenredzaamheid (12 jaar en ouder)

Inleiding

Context en urgentie

Inwoners en gezinnen zijn in staat om zelf te voorzien in dat wat zij nodig hebben om een fijn en betekenisvol leven te leiden. Ook is het voor mensen makkelijk om hun leven te verrijken, talenten te ontwikkelen en/of hulp te vinden wanneer uitdagingen ontstaan.

Inwoners hebben ruimte en competenties om voor elkaar te zorgen, bijvoorbeeld als mantelzorger of vrijwilliger. De mate waarin mensen naar elkaar kunnen omzien is

afhankelijk van hun levensfase en situatie.

Ambitie

Het bevorderen van de samenredzaamheid komt in beweging omdat we de sociale basis, de waardevolle formele en informele structuren in de samenleving aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid voor elkaar. We ondersteunen de sociale basis om die verantwoordelijkheid te nemen door optimaal samenspel te bevorderen tussen deelnemers in de sociale basis en een passend palet van voorzieningen te realiseren: laagdrempelige en herkenbare (toegang tot) informatie, activiteiten en ondersteuning. Dit maakt dat we goed in staat zijn om hulpvragen vroegtijdig te signaleren en te voorkomen dat problemen groter worden.

Uitgangspunt

De intrinsieke waarde van de sociale basis is het vertrekpunt. Het eigenaarschap en legitimiteit van de sociale basis is van de samenleving en daar waar nodig met

betrokkenheid van de gemeente. Partijen bieden diensten en activiteiten in de sociale basis aan die sluiten bij de behoeften en wensen vanuit deze samenleving. Hierover zijn we

continu met organisaties die actief zijn in de sociale basis in gesprek. Dit betekent dat we uitgaan van het zelf oplossend vermogen van de samenleving. En dat waar ondersteuning nodig is, we niet overnemen of voorschrijven, maar faciliteren en stimuleren om eventuele drempels zo laag mogelijk te maken.

Kader van de sociale visie

De nieuwe sociale visie ‘samen leven, samen bouwen’ benadrukt het belang van een sterke sociale basis. Deelsubsidie I draagt bij aan het zo dichtbij mogelijk organiseren van ondersteuning die inwoners hiervoor nodig hebben. Daarom: faciliteren en versterken we in de eerste plaats het netwerk. Het sociale netwerk rondom een inwoner is een veilige basis om hulp te vragen, om op terug te vallen en veerkracht uit te halen. Ook kijken we wat het

informele netwerk voor een inwoner kan betekenen. Bijvoorbeeld de buurt, vrijwilligers, verenigingen, culturele- en welzijnsorganisaties, scholen en geloofsgemeenschappen.

Als het netwerk er niet uitkomt zetten we professionele hulp in. We verbinden deskundige professionals aan de belangrijke plaatsen waar hulpvragen gesteld worden. Voor jongeren en hun ouders zijn dat bijvoorbeeld scholen. Zo versterken en ondersteunen we samen het netwerk rond ouders en kinderen. Indien nodig wordt het netwerk verstevigd met professionele ondersteuning vanuit het gemeentelijk sociaal domein of in samenwerking met onze partners in de zorg. Ondersteuning is altijd gericht op voorkomen, duurzaam oplossen en normaliseren. Ons motto bij ondersteuning is: ‘zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig’. Daarbij hebben we ook aandacht voor inwoners die juist geen hulpvraag (durven te) stellen, die een stevig vangnet nodig hebben, of bij wie de veiligheid in het geding is.

We blijven sterk inzetten op preventie. Door signalen vroeg te herkennen en passende hulp te bieden, voorkomen we dat kleine zorgen uitgroeien tot grote problemen. Daarbij ligt het accent zeker op het bouwen van een samenhangende preventieve infrastructuur. Deze omvat collectieve ondersteuning, ontmoeting, informatie en advies, vrijwillige inzet, vroegsignalering en samenwerking over domeinen heen.

Aansluiting op de sociale agenda en de 4 O’s

De kracht en wijsheid van de buurt zien we als kans. We vertrouwen daarbij op de inspraak van de inwoner in het zoeken naar passende ondersteuning met de mogelijkheid om onconventionele oplossingen in te zetten als de situatie daar om vraagt. Die kansen zien we ook als het gaat om ervaringskennis van inwoners en specifieke sociale culturen in kernen en buurten. Dit versterkt de samenwerking en het zelforganiserend vermogen en is waardevolle kennis om signalen uit op te halen.

De partij binnen deze deelsubsidie zorgt voor de verbinding en ondersteuning van verenigingen en vrijwilligersorganisaties en geeft vorm aan hetgeen vastgelegd is in de Startnotitie Vrijwilligerswerk van gemeente Alphen aan den Rijn. Partij zorgt samen met organisaties binnen de sociale basisinfrastructuur, voor activiteiten die ondersteunend zijn aan de andere deelsubsidies en stemt af met de partij die uitvoering geeft aan de opdracht voor vitaliteit, bewegen en sport. Tevens begeleidt partij vrijwilligersorganisaties bij het aanvragen van (gemeentelijke) maatschappelijke subsidies.

Naast de ontmoetingsfunctie en het ondersteunen van verenigingen en vrijwilligers-organisaties, heeft de partij van deze deelsubsidie ook een belangrijke rol in het normaliseren en het vormgeven van collectief aanbod aan specifieke doelgroepen, al dan niet samen met een andere partij binnen de sociale basis, een uitvoerende partij van ondersteuning of jeugdhulp. Deelsubsidie samenredzaamhied maakt het voor de organisaties die één op één ondersteuning bieden mogelijk vraagverlegen en zorg mijdende inwoners te bereiken door onder andere collectieve activiteiten te bieden.

Daarnaast sluit de subsidie aan bij de vier O’s die richting geven aan de sociale basis:

Ontmoeten, Ontspannen, Ontwikkelen en Ondersteunen. De subsidieaanbieder levert een toegankelijke en herkenbare bijdrage aan alle vier deze gebieden, met collectiviteit als uitgangspunt (bijvoorbeeld groepsaanbod, themabijeenkomsten, communities, informatie en advies en netwerkversterking). ‘Meedoen en ontwikkelen’ is hierbij een vanzelfsprekendheid en richt zich binnen samenredzaamheid op talentontwikkeling in deelname aan het aanbod van culturele, sportieve en andere vrije tijdsactiviteiten.

Wat wij vragen van subsidieaanvragers

Subsidieaanvragers benutten actief het netwerk van inwoners, zoals familie, buren, vrienden en andere betrokkenen. Vrijwilligers worden op een verantwoorde manier ingezet zodat zij daadwerkelijk kunnen bijdragen.

Een belangrijke opdracht is het versterken van bestaande communities en bewonersinitiatieven. Wanneer een initiatief stevig genoeg staat, verwachten wij dat organisaties dit op een veilige en verantwoorde wijze kunnen overdragen aan de sociale basis (bijvoorbeeld buurtteams, wijkplatforms of informele groepen).

Wij vragen om realistische plannen. Geef daarom aan:

• wanneer een initiatief niet verder kan groeien;

• wanneer vrijwilligerscapaciteit onvoldoende is;

• of wanneer vragen te groot of te complex zijn voor de sociale basis.

Tegelijkertijd willen wij zien wat wél mogelijk is: welke onderdelen kunnen verschuiven naar bewoners, vrijwilligers of lokale organisaties, en welke onderdelen professionele inzet blijven vragen. Wij zoeken partijen die deze beweging stapsgewijs, duurzaam en samen met bewoners en partners kunnen uitvoeren.

De verbindende rol in de lokale infrastructuur

De infrastructuur rondom samenredzaamheid in gemeente Alphen is de afgelopen jaren verder ontwikkeld. Toch is er behoefte aan meer samenhang, betere afstemming en een sterkere verbinding. Van subsidieaanvragers verwachten wij dat zij deze verbindende schakel vervullen: zichtbaar in de wijken, actief in netwerken, betrouwbaar en stevig gepositioneerd binnen de sociale basis.

Hoe willen we dat bereiken?

We bereiken onze doelen door een stevige inzet op collectieve ondersteuning, vroeg signalering, netwerksamenwerking, professionalisering en het versterken van de sociale basis. De inzet op van deelsubsidie samenredzaamheid richt zich op: individuele inwoners van 12 jaar en ouder (we stimuleren het omkijken naar je inzetten voor een andere vanaf die leeftijd in de verwachting: jong geleerd, oud gedaan. We hebben een basis dienstverlening die beschikbaar is in alle wijken en kernen. Bovenop de basisdienstverlening zetten we extra in op doelgroepen en wijken waarbij de sociale basis (om verschillende redenen) kwetsbaar is, bijvoorbeeld: dorpskernen met een lager voorzieningenniveau of een wijk met veel inwoners in een kwetsbare situatie. Daarbij denken we vanuit de leefwereld van onze inwoners en zijn activiteiten en inspanningen inclusief.

Inzet op de sleutelfuncties van de sociale basis onder andere door middel van inspanningen op het gebied van:

1. Doelgroep specifieke dienstverlening:

o Organiseren en faciliteren ‘Welzijn op recept’. Het doel hiervan is het voorkomen en verkleinen van gezondheidsverschillen bij problematiek die niet medisch van aard is. Door dichter bij de inwoner te staan wordt

achtergrond van de klachten beter duidelijk, komen meer signalen binnen en geeft inzet van de PO sociaal de mogelijkheid om passend aanbod te vinden.

o Gezinsbegeleiding en gezinsbegeleiding plus. Dit betreft coaching/

thuisbegeleiding bij gezinnen met problemen op verschillende leefgebieden.

Deze coaching is gericht op het orde brengen van de basis zoals de

administratie, financiën, het huishouden, het (weer) draaiend krijgen van het gezinsleven en het opbouwen en onderhouden van een netwerk. Enerzijds gaat het hier om praktische hulp, anderzijds om casusregie op vele leefdomeinen.

o Senioren Expertisepunt: een expertisepunt van waaruit ondersteuning geboden wordt aan kwetsbare senioren. Hier gaat het om langer en plezierig (veilig) thuiswonen, waarbij zingeving en vrijetijdsbesteding belangrijke

onderwerpen zijn. Ouderen met een migratieachtergrond vormen een groeiende doelgroep voor het senioren expertisepunt; hun drempels zijn vaak hoger en meer complex. Daarnaast heeft dit expertisepunt een informatie en adviesfunctie voor bezorgde naasten. Het expertisepunt wisselt signalen uit met partijen die ondersteuning bieden of bijdragen een vitale en gezonde leefstijl.

o Diensten zelfstandig zijn: aansluitend bij het senioren expertisepunt worden binnen de deelsubsidie samenredzaamheid praktische diensten geboden waarmee inwoners op een prettige manier langer zelfstandig en mobiel kunnen blijven.

2. Bevorderen van samenwerking in netwerken:

o Buurtverbinders als de spil als het gaat om verbinden, netwerken, stimuleren en activeren. Zij hebben niet alleen een signalerende, maar ook een

adviserende rol richting inwoners, maatschappelijke partijen,

vrijwilligersorganisaties en gemeente. Bevorderen de samenwerking in het sociaal domein door partijen te verbinden, afstemming te faciliteren en

domein overstijgend te werken.

3. Collectieve ondersteuning:

o Collectieve bijeenkomsten en activiteiten voor specifieke doelgroepen.

o Netwerkversteviging bij life-events: bij ingrijpende levensgebeurtenissen is de kans groter dat inwoners schulden maken en/ of in armoede terecht komen. Dit vraagt om een sluitend netwerk zodat hier sneller op geacteerd kan worden. Denk hierbij niet alleen aan zorg- en welzijnsorganisaties, maar juist ook aan verenigingen, vrijwilligersorganisaties, werkgevers, banken, enz.

o Middelenpreventie: uitvoeren van GGZ- en verslavingspreventie voor volwassenen in de wijken en kernen door middel van trainingen, voorlichting en advisering.

4. Bevorderen van vrijwillige inzet:

o Hier gaat niet alleen om verbinden en ondersteunen van verenigingen en vrijwilligersorganisaties, maar meer nog om het uitvoering geven aan de

‘Startnotitie vrijwilligerswerk: goud waard’. Dit uit zich onder andere in een goed en pro-actief functioneren steunpunt voor verenigingen en

vrijwilligersorganisaties die hulp vragen bij vrijwilligersbeleid en

organisatievraagstukken. En daarnaast is het onderling afstemmen en

aanvragen van een bijdrage uit (gemeentelijke) maatschappelijke subsidies.

5. Informatie en advies:

o Het bieden van advies en informatie aan inwoners over activiteiten en

ondersteuningsmogelijkheden in het sociale domein. Dit geldt nadrukkelijk ook voor vraagverlegen of zorg mijdende inwoners met een hulpbehoefte.

o Sociaal raadsvrouw biedt onafhankelijke, laagdrempelige ondersteuning bij

vragen over rechten, voorzieningen en regelgeving binnen het sociaal domein. Zij helpt inwoners bij aanvragen, bezwaar en contact met instanties en draagt bij aan toegankelijke dienstverlening en rechtsbescherming.

6. Bestaan en beheer van buurthuizen:

o Dorps- en buurthuizen vormen een vaste plek in de buurt waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten, zich ontwikkelen en ontspannen. Er worden, tegen maatschappelijk tarief, ruimtes beschikbaar gesteld voor activiteiten of

initiatieven van buurtbewoners, verenigingen, vrijwilligersorganisaties of maatschappelijke partijen. Beheer betreft in deze context het sociaal beheer.

Samenwerking

Van de aanbieder wordt verwacht dat samenwerken een vanzelfsprekend onderdeel is van de professionele grondhouding van alle medewerkers. Dat betekent dat zij actief en

organisatie-overstijgend samenwerken met partners in de sociale basis, onderwijs, zorg en het bredere netwerk rondom jeugd en gezinnen. De aanbieder zorgt voor open communicatie, gedeelde verantwoordelijkheid, het tijdig delen van signalen en het gezamenlijk ontwikkelen van oplossingen. De aanbieder neemt initiatief, onderhoudt relaties en werkt gebiedsgericht. Samenwerking wordt niet gezien als een losse activiteit, maar als een structurele werkwijze om de ondersteuning zo effectief en samenhangend mogelijk te maken.

De aanbieder werkt intensief samen met:

• gemeente;

• jeugdgezondheidszorg (JGZ);

• partijen in ketenaanpakken Welzijn op Recept en Valpreventie;

• scholen (PO/VO);

• de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor vitaliteit en gezonde leefstijl, sport- en cultuurpartners;

• de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor Wmo;

• de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor jeugdhulp (afstemming en toeleiding/warme overdracht);

• steunouders, GGZ en verslavingspreventie jeugd (afstemming en toeleiding/warme overdracht);

• en tussen (vrijwilligers)organisaties binnen de sociale basis en daarbuiten, is een belangrijke kwaliteit die in deze deelsubsidie expliciet tot uitdrukking komt.

Werkwijze en principes

• Uitgaande van het gedachtegoed positieve gezondheid en waar mogelijk inzet van ervaringsdeskundigheid ;

• Outreachend;

• Normaliserend: focus op het dagelijks leven, niet medicaliseren;

• Vroeg signalering: tijdig handelen op signalen van ouders, jongeren en professionals;

• Cultuursensitief en inclusief: passend bij diverse groepen inwoners, ouders, kinderen en jongeren;

• Warm overdragen: nooit loslaten zonder een duidelijke opvolging;

• Data gedreven en signalerend: trends, knelpunten en behoeften rapporteren.

De aanbieder werkt volgens de bouwstenen uit de Agenda sociale basis

• Toegankelijk en zichtbaar: herkenbare aanwezigheid in buurt- en dorpshuizen;

• Collectief tenzij…: groepsgericht waar het kan, individueel waar dat nodig is;

• Normaliseren en ontzorgen: hulp is licht, dichtbij en tijdelijk;

• Samen waar het kan, professioneel waar het moet;

• Laagdrempelig en inclusief: cultuursensitief, begrijpelijke taal, outreachend;

• Netwerkgericht: werken met de kracht van de omgeving, vrijwilligers en communities.

Rol van de aanbieder ten opzichte van gemeente, partners en inwoners

• Ten opzichte van de gemeente: uitvoerend partner binnen gestelde kaders; werkt transparant, levert signalen terug en draagt bij aan beleidsontwikkeling. (De

gemeente blijft eindverantwoordelijk voor sturing, kaders, monitoring op stelselniveau en beleidsontwikkeling. De aanbieder levert input en signalen.);

• Ten opzichte van de sociale basispartners: verbinder, samenwerkingspartner en aanjager van samenhang;

• Ten opzichte van inwoners en gezinnen: toegankelijk, betrouwbaar, preventief aanwezig, met oog voor diversiteit en draagkracht.

Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA)

De aanbieder committeert zich aan de ontwikkelingen die voortkomen uit het toekomstige AZWA-kader. Dit betekent minimaal:

• deelname aan overleg- en ontwikkelstructuren vanuit AZWA;

• tijdige implementatie van nieuwe werkwijzen of afspraken;

• meebewegen in veranderende samenwerkingsmodellen;

• leveren van data en signalen die nodig zijn voor AZWA-monitoring.

Hoewel de exacte invulling hiervan op dit moment nog in ontwikkeling is, wordt van de aanbieder verwacht dat zij voldoende wendbaar is om nieuwe afspraken, werkwijzen en samenwerkingsstructuren tijdig te integreren in hun uitvoering. Dit vraagt een proactieve houding, het kunnen aanpassen van processen en het actief deelnemen aan de verdere doorontwikkeling van het AZWA zodra meer duidelijkheid ontstaat. De aanbieder werkt hierbij constructief samen met gemeente en ketenpartners om een soepele implementatie te bevorderen.

Welke specifieke eisen gelden ten aanzien van het plan van aanpak?

Het plan van aanpak bevat, naast de algemene onderdelen, minimaal de onderstaande onderdelen. De aanbieder beschrijft daarbij steeds hoe de inzet wordt vormgegeven, met wie, waarom op deze manier, en welke resultaten worden nagestreefd.

Daarnaast is het belangrijk dat de aanbieder beschrijft hoe zij in deze deelsubsidie gefaseerd uitvoering geeft aan het vormgeven van samenredzaamheid.

1. Wettelijke vereisten en professionele standaarden

De aanbieder:

• werkt volgens AVG, meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en relevante kwaliteitsstandaarden;

• borgt privacy, informatie-uitwisseling en toestemming;

• zet gekwalificeerde en SKJ-geregistreerde professionals in waar nodig;

• beschikt over pedagogische en preventieve expertise, cultuur sensitieve vaardig-heden, kennis van online risico’s, groepswerk, normaliseren, demedicaliseren, netwerkgericht werken en vaardig en actief opereren binnen de sociale kaart;

• mag projectactiviteiten (gedeeltelijk) laten uitvoeren door onderaannemers, mits deze activiteiten, verantwoordelijkheden en kosten transparant zijn beschreven en de aanvrager eindverantwoordelijk blijft;

• de aanbieder werkt volgens de brede benadering Positieve Gezondheid. Dit betekent:

o Positieve Gezondheid wordt verankerd in werkwijzen en/of systemen van de organisatie;

o medewerkers zijn getraind in het toepassen van Positieve Gezondheid in de praktijk;

o medewerkers werken volgens Positieve Gezondheid en gebruiken hiervoor de methodes en (doelgroep specifieke) tools van het Institute for Positive Health (www.iph.nl).

2. Visie en werkwijze in de sociale basis

De aanbieder beschrijft:

• hoe de aanpak aansluit op de kenmerken van Alphen aan den Rijn, haar inwoners en kwetsbare groepen;

• hoe laagdrempelig, vindbaar, toegankelijk en zonder financiële drempels wordt gewerkt;

• hoe gewerkt wordt aan een versterkte, samenhangende sociale basis (niet iets naast bestaande structuren);

• hoe wordt gewerkt met de vier O’s, inclusief:

o voorbeeldprogrammering;

o wat de aanbieder per fase wil bereiken;

o welke ondersteuning van welke partners nodig is;

o welke risico’s worden voorzien;

o hoe activiteiten flexibel worden aangepast wanneer maatschappelijke ontwikkelingen dat vragen.

3. Doelgroepen, activiteiten en aanpak

De aanbieder beschrijft:

• hoe de interventies bijdragen aan vroeg signalering, normaliseren en preventie (niet alleen curatief);

• hoe wordt gewerkt met inclusieve en cultuur sensitieve aanpak;

• hoe zij collectieve ondersteuning, voorlichting, community building en individuele opvoed- en opgroeiondersteuning uit gaat voeren (inclusief aantal fte en specificatie van het aanbod op doelgroep/thema);

• hoe zij de eigen activiteiten vindbaar en bereikbaar maakt voor inwoners in de gehele gemeente en inschrijvingen voor activiteiten verwerkt en registreert (inclusief

financieel plan daarvoor en eventuele risico’s/knelpunten die zij ziet op dit gebied);

• hoe zij zich profileert en daarmee zichtbaar en bereikbaar is voor inwoners in de gehele gemeente;

• hoe deskundigheidsbevordering van professionals wordt georganiseerd.

4. Samenwerking en ketenafspraken

De aanbieder beschrijft:

• hoe formele en informele netwerken worden betrokken (familie, buren, verenigingen, vrijwilligers);

• hoe de samenwerking en rolverdeling met lokale partners is geregeld en welke afspraken gelden met lokale partners (zoals onderwijs, kinderopvang, huisartsen, Jeugdgezondheidszorg (JGZ), kinder- en jongerenwerk, de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor jeugdhulp, de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor Wmo, de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor vitaliteit en gezonde leefstijl, Serviceplein, JIP Serviceplein, JPA, de gemeente).

5. Vroeg signalering, veiligheid en escalatie

De aanbieder beschrijft:

• hoe signalen worden opgepakt en geanalyseerd;

• wanneer en naar wie wordt opgeschaald;

• hoe de samenwerking met de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor jeugdhulp verloopt (afstemming, toeleiding en warme overdracht over en weer);

• hoe veiligheid wordt bewaakt (huiselijk geweld, acute risico’s).

6. Brugfunctie, doorstroom en normaliseren

De aanbieder beschrijft:

• hoe gezinnen warm worden overgedragen naar passende ondersteuning;

• hoe normaliseren en lichte, informele steun worden versterkt;

• hoe activiteiten worden geborgd in het netwerk;

• hoe over- en terugschakelen tussen sociale basis en hulpverlening plaatsvindt.

7. Ongelijk investeren en gelijke kansen

De aanbieder beschrijft:

• hoe zij ongelijk gaat investeren voor gelijke kansen (bijv. extra inzet op bepaalde

wijken, doelgroepen, thema’s).

8. Monitoring, resultaten en verantwoording

De aanbieder beschrijft:

• concrete resultaten (bij voorkeur SMART);

• hoeveel kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders worden bereikt, incl. plan voor bereik en outreach;

• hoe effecten worden gemeten en welke indicatoren worden gebruikt;

• hoe feedback van inwoners wordt opgehaald en benut;

• hoe deskundigheid van professionals wordt geborgd;

• hoe groepsaanbod, individuele trajecten en netwerkactiviteiten op kwaliteit worden gemonitord;

• hoe trends, signalen en behoeften worden gevolgd en teruggekoppeld;

• hoe capaciteit en samenwerkingstijd worden meegenomen in monitoring.

9. Capaciteit, inzet en financiële onderbouwing

De aanbieder levert:

• een overzicht van inzet van fte per taakonderdeel, incl. tijd voor samenwerking;

• een financiële onderbouwing die laat zien dat de inzet realistisch en uitvoerbaar is.

10. Inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen

De aanbieder toont aan dat men:

• flexibel en adaptief kan handelen (bijv. bij trends als vapes, social media, prestatiedruk);

• jaarlijks analyseert welke behoeften en knelpunten spelen in wijken, scholen, gezinnen;

• het aanbod daarop actualiseert;

• signalen structureel terugkoppelt aan de gemeente.

3.2 – Deelsubsidie II stevige pedagogische basis

Inleiding

Context en urgentie

Kinderen en jongeren in Alphen aan den Rijn moeten kunnen opgroeien in een veilige, gezonde en betekenisvolle omgeving. Die omgeving staat echter onder druk. Gezinnen

ervaren meer mentale belasting, armoede en bestaansonzekerheid nemen toe, het aantal nieuwkomers groeit en professionals in onderwijs en opvang voelen soms

handelingsverlegenheid. Jongeren krijgen daarnaast te maken met online risico’s, prestatiedruk en middelengebruik. Het gebruik van jeugdhulp stijgt, terwijl een deel van deze vragen binnen de sociale basis kan worden opgevangen.

Ambitie voor kinderen en jongeren

Wij willen dat alle kinderen en jongeren zich gezond, veilig en kansrijk ontwikkelen. Dit vraagt om een sterke pedagogische basis: een omgeving waarin ouders, leerkrachten, buren, vrijwilligers en professionals samenwerken en elkaar versterken. Deze basis ondersteunt het gewone opvoeden en opgroeien, voorkomt escalatie van alledaagse vragen en maakt het mogelijk dat kinderen en jongeren met extra behoeften zoveel mogelijk in een normale leefomgeving kunnen deelnemen.

Uitgangspunten van de pedagogische basis

We gaan uit van de mogelijkheden van kinderen, jongeren en hun ouders/opvoeders,

ondersteund door hun sociale netwerk. De pedagogische basis omvat zowel individuele als collectieve opvoedondersteuning, voorlichting en ontmoeting. We zetten in op het vergroten van weerbaarheid bij kinderen en jongeren, het versterken van opvoedvaardigheden van

ouders en het benutten van vertrouwde professionals zoals scholen en kinderopvang. Veel ontwikkelvragen horen bij het opgroeien en kunnen met lichte ondersteuning in de eigen omgeving worden opgelost.

Werken met kinderen en jongeren in de sociale basis

In Alphen aan den Rijn werken veel maatschappelijke en vrijwilligersorganisaties met

kinderen en jongeren, zoals sportverenigingen, scouting, cultuurpartners en scholen. De samenwerking met deze partijen is bekend en wordt de komende jaren verder

geïntensiveerd. Op die manier versterken we de sociale basis en vergroten we de samenhang tussen de verschillende organisaties die rondom jeugd actief zijn.

Kader van de sociale visie

De nieuwe Sociale Visie Samen leven, samen bouwen benadrukt het belang van een sterke sociale basis. Deelsubsidie II-A draagt hieraan bij door de pedagogische basis te versterken voor kinderen en jongeren van -12 maanden tot 23 jaar, hun ouders en opvoeders, en de

professionals die met hen werken. Deelsubsidie II-B Professioneel Kinderwerk en regulier en (specialistisch) Jongerenwerk heeft betrekking op kinderen en jongeren van 4 tot 27 jaar,

professionals die met hen werken en legt verbinding met ouders en opvoeders. Waar tot nu toe vooral op preventie werd gefocust, ligt het accent nu op het bouwen van een

samenhangende sociale basis infrastructuur. Deze omvat collectieve ondersteuning,ontmoeting, informatie en advies, vrijwillige inzet, vroegsignalering en samenwerking over domeinen heen.

Aansluiting op de sociale agenda, de 4 O’s en sleutelfuncties sociale basis

Een sterke pedagogische basis helpt om problemen vroeg te herkennen, gezinnen te

ondersteunen zonder onnodige inzet van jeugdhulp en kinderen en jongeren gezond en veerkrachtig te laten opgroeien. Deze deelsubsidie draagt direct bij aan de doelen van de sociale agenda:

• meer jeugdigen groeien veilig, gezond en veerkrachtig op;

• het maken van gezonde keuze wordt makkelijker voor iedereen;

• inwoners ervaren meer samenhangende ondersteuning;

• meer inwoners nemen verantwoordelijkheid voor hun eigen welzijn en dat van anderen;

• meer inwoners ervaren dat zij gelijkwaardig behandeld worden in de samenleving;

• voorkomen dat kleine zorgen uitgroeien tot grote problemen door inzetten op preventie;

• investeren extra in wijken en doelgroepen waar gelijke kansen niet vanzelfsprekend zijn door ongelijk investeren in gelijke kansen.

Daarnaast sluit de subsidie aan bij de vier O’s die richting geven aan de sociale basis: Ontmoeten, Ontspannen, Ontwikkelen en Ondersteunen. De subsidieaanbieder levert een toegankelijke en herkenbare bijdrage aan alle vier deze gebieden, met collectiviteit als

uitgangspunt (bijvoorbeeld groepsaanbod, themabijeenkomsten, communities, informatie en advies en netwerkversterking).

De subsidie sluit aan bij de sleutelfuncties van de sociale basis:

• bevorderen samenwerking in netwerken en verbindingen);

• collectieve ondersteuning vanuit onze inzet;

• bevorderen vrijwillige inzet;

• doelgroep specifieke dienstverlening;

• informatie en advies.

Wat wij vragen van subsidieaanvragers

Subsidieaanvragers benutten actief het netwerk van kinderen en jongeren, zoals familie, buren, vrienden en andere betrokkenen. Vrijwilligers worden op een verantwoorde manier ingezet zodat zij daadwerkelijk kunnen bijdragen.

Een belangrijke opdracht is het versterken van bestaande communities en

bewonersinitiatieven. Wanneer een initiatief stevig genoeg staat, verwachten wij dat

organisaties dit op een veilige en verantwoorde wijze kunnen overdragen aan de sociale basis (bijvoorbeeld buurtteams, wijkplatforms of informele groepen).

Wij vragen om realistische plannen. Geef daarom aan:

• wanneer een initiatief niet verder kan groeien;

• wanneer vrijwilligerscapaciteit onvoldoende is;

• of wanneer vragen te groot of te complex zijn voor de sociale basis.

Tegelijkertijd willen wij zien wat wél mogelijk is: welke onderdelen kunnen verschuiven naar bewoners, vrijwilligers of lokale organisaties, en welke onderdelen professionele inzet blijven vragen. Wij zoeken partijen die deze beweging stapsgewijs, duurzaam en samen met

bewoners en partners kunnen uitvoeren.

De verbindende rol in de lokale infrastructuur

De infrastructuur rondom opvoeden en opgroeien in Alphen (CJG, JGZ, Kansrijke Start, scholen, kinderopvang en welzijn) is de afgelopen jaren verder ontwikkeld. Toch is er behoefte aan meer samenhang, betere afstemming en een sterkere verbinding tussen preventie en jeugdhulp. Van subsidieaanvragers verwachten wij dat zij deze verbindende

schakel vervullen: zichtbaar in de wijken, actief in netwerken, betrouwbaar voor gezinnen en stevig gepositioneerd binnen de pedagogische basis.

Slot: naar een duurzame pedagogische omgeving

Met deze deelsubsidie zet de gemeente een volgende stap in het versterken van een duurzame, inclusieve en gezonde pedagogische omgeving. Zo creëren we een context

waarin alle kinderen en jongeren in Alphen aan den Rijn kunnen meedoen, zich ontwikkelen en opgroeien tot zelfstandige en veerkrachtige volwassenen.

3.2.1 - Deelsubsidie II a stevige pedagogische basis (12 maanden tot 23 jaar)

opvoeden en opgroeien

Opvoeden en Opgroeien is gericht op kinderen, jongeren (-12 maanden (preconceptie) tot 23 jaar) en (aanstaande) ouders en opvoeders. Met deze deelsubsidie willen we een sterke en samenhangende pedagogische basis realiseren waarin alle kinderen en jongeren veilig,

gezond en met gelijke kansen kunnen opgroeien.

1. Kinderen en jongeren groeien veilig, gezond en inclusief op, zowel offline (school, buurt, sportclub) als online.

2. Kinderen en jongeren zijn fysiek en mentaal gezond, beschikken over gezonde leefgewoonten (zoals voeding, bewegen, slaap, schermtijd, seksualiteit) en

ontwikkelen sociale en emotionele vaardigheden.

3. Kinderen en jongeren zijn veerkrachtig en weerbaar, zodat zij kunnen omgaan met de eisen en risico’s van de huidige samenleving, waaronder verslaving en andere

risicogedragingen.

4. Problemen worden vroeg gesignaleerd en voorkomen, door goed toegeruste

professionals en betrokken partners in de sociale basis, en door het doorbreken van generatie-overdrachten van risico’s.

5. Ouders en opvoeders zijn toegerust om hun kinderen op te voeden binnen de dynamische maatschappelijke context.

6. Informele netwerken rondom gezinnen worden versterkt, waardoor familie, buren en vrijwilligers bijdragen aan steun, veerkracht en het voorkomen van problemen.

7. Kinderen en jongeren kunnen zo normaal mogelijk deelnemen aan het dagelijks leven, dankzij een sterke en toegankelijke sociale basis die normaliseren en participatie ondersteunt.

8. Professionals beschikken over actuele kennis en vaardigheden, zodat zij kinderen en jongeren en gezinnen goed kunnen ondersteunen en bijdragen aan schoolsucces en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten.

Hoe willen we dat bereiken?

We bereiken onze doelen door een stevige inzet op collectieve ondersteuning, vroeg signalering, netwerksamenwerking, professionalisering en het versterken van het pedagogisch klimaat.

Inzet op de sleutelfuncties van de sociale basis

1. Doelgroep specifieke dienstverlening:

o thematische groepsprogramma’s (bijvoorbeeld voorbereiden op ouderschap, gescheiden ouders, emotieregulatie, weerbaarheid, gezonde keuzes maken, mediaopvoeding, nieuwkomers, leren spelen met je kind);

o ouders, kinderen en jongeren met extra ondersteuningsbehoeften krijgen tijdig passende ondersteuning;

o dienstverlening ter ondersteuning van vastgestelde doelgroep voorschoolse educatie in de vorm van ouderbetrokkenheid en leesbevordering.

2. Bevorderen van samenwerking in netwerken:

o aanwezig en actief partner voor onderwijs, kinderopvang, huisartsen,

Jeugdgezondheidszorg (JGZ), CJG-partners, kinder- en jongerenwerk, de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor jeugdhulp, de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor Wmo, de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor vitaliteit en gezonde leefstijl, Serviceplein, JIP, JPA en de gemeente;

o afspraken borgen over warme overdracht, gezamenlijke casuïstiek en afgestemde routes;

o inzet van een sociaal makelaar;

o betrokkenheid bij en samenwerking met ketenaanpakken;

o coördinatie van het CJG.

3. Collectieve ondersteuning:

o groepsaanbod, themabijeenkomsten, communities (initiëren, faciliteren en begeleiden), trainingen en e-learning/digitaal aanbod;

o toegankelijk voor alle ouders, kinderen en jongeren; professioneel begeleid; zichtbaar op vindplekken.

4. Bevorderen van vrijwillige inzet:

o betrekken en versterken van informele netwerken;

o aansluiten bij bestaande vrijwilligersinitiatieven.

5. Informatie en advies:

o breed en laagdrempelig advies (CJG, scholen, wijklocaties, online);

o cultuur sensitieve informatievoorziening in begrijpelijke taal.

Samenwerking

Van de aanbieder wordt verwacht dat samenwerken een vanzelfsprekend onderdeel is van de professionele grondhouding van alle medewerkers. Dat betekent dat zij actief en

organisatie-overstijgend samenwerken met partners in de sociale basis, onderwijs, zorg en het bredere netwerk rondom jeugd en gezinnen. De aanbieder zorgt voor open

communicatie, gedeelde verantwoordelijkheid, het tijdig delen van signalen en het

gezamenlijk ontwikkelen van oplossingen. De aanbieder neemt initiatief, onderhoudt relaties en werkt gebiedsgericht. Samenwerking wordt niet gezien als een losse activiteit, maar als een structurele werkwijze om de ondersteuning zo effectief en samenhangend mogelijk te maken.

De aanbieder werkt intensief samen met:

• Gemeente (beleidsadviseurs, gebiedsadviseurs, serviceplein);

• CJG-partners, Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Kansrijke Start (aanbieder verzorgt de lokale projectleiding en neemt deel aan de coalitie);

• Scholen (PO/VO), Kinderopvang, Voorschoolse- en Vroegschoolse Educatie (VVE);

• De door de gemeente bepaalde bestaande partij voor vitaliteit en gezonde leefstijl, sport- en cultuurpartners;

• De door de gemeente bepaalde bestaande partij voor Wmo;

• Welzijn en Jongerenwerk;

• De door de gemeente bepaalde bestaande partij voor jeugdhulp (afstemming en toeleiding/warme overdracht);

• Brugfunctionaris, GGZ en verslavingspreventie jeugd (afstemming & toeleiding/warme overdracht);

• Samenwerken met- en tussen (vrijwilligers)organisaties binnen de sociale basis en daarbuiten, is een belangrijke kwaliteit die in deze deelsubsidie expliciet tot

uitdrukking komt. Deze intensivering vraagt om een gefaseerde aanpak waardoor de stevige pedagogische basis gestalte gaat krijgen.

• De partners binnen de LEA.

Werkwijze en principes

• Outreachend: zichtbaar in scholen, kinderopvang, wijklocaties, CJG, sportlocaties;

• Normaliserend: focus op het dagelijks leven, niet medicaliseren, werken volgens Positieve Gezondheid en waar mogelijk inzet van ervaringsdeskundigheid;

• Vroeg signalering: tijdig handelen op signalen van ouders, jongeren en professionals;

• Cultuursensitief en inclusief: passend bij diverse groepen ouders, kinderen en jongeren;

• Warm overdragen: nooit loslaten zonder een duidelijke opvolging;

• Data gedreven en signalerend: trends, knelpunten, behoeften en effecten rapporteren.

De aanbieder werkt volgens de bouwstenen uit de Agenda sociale basis

• Toegankelijk en zichtbaar: herkenbare aanwezigheid bij scholen, kinderopvang, CJG, wijklocaties, sportlocaties;

• Collectief tenzij…: groepsgericht waar het kan, individueel waar dat nodig is;

• Normaliseren en ontzorgen: opvoeden hoort bij het leven; hulp is licht, dichtbij en tijdelijk;

• Samen waar het kan, professioneel waar het moet;

• Laagdrempelig en inclusief: cultuursensitief, begrijpelijke taal, outreachend;

• Netwerkgericht: werken met de kracht van de omgeving, vrijwilligers en communities.

Rol van de aanbieder ten opzichte van gemeente, partners en inwoners

• Ten opzichte van de gemeente: uitvoerend partner binnen gestelde kaders; werkt transparant, levert signalen terug en draagt bij aan beleidsontwikkeling. (De

gemeente blijft eindverantwoordelijk voor sturing, kaders, monitoring op stelselniveau en beleidsontwikkeling. De aanbieder levert input en signalen.)

• Ten opzichte van de sociale basispartners: verbinder, samenwerkingspartner en aanjager van samenhang; actief in onderwijs, kinderopvang, welzijn en CJG.

• Ten opzichte van inwoners en gezinnen: toegankelijk, betrouwbaar, preventief aanwezig, met oog voor diversiteit en draagkracht.

Sociaal makelaar

Een sociaal makelaar (verbindingsfunctionaris) is onmisbaar voor de beweging die we willen maken binnen de sociale basis. Deze professional verbindt inwoners, vrijwilligersinitiatieven en organisaties, en zorgt dat ondersteuning beter vindbaar en toegankelijk is. Door actief netwerken te bouwen en samenwerking tussen professionals te versterken, ontstaat een

samenhangende aanpak rondom kinderen, jongeren en gezinnen. De sociaal makelaar ziet wat er speelt in de leefwereld en signaleert vroegtijdig vragen en zorgen. Zij vertalen deze

signalen naar passende acties: het organiseren van een activiteit, het betrekken van de juiste professionals of het initiëren van samenwerking. Hierdoor worden problemen kleiner

gehouden en escalatie voorkomen. Zij stimuleert dat professionals samen optrekken én dat succesvolle initiatieven uiteindelijk landen in het netwerk van inwoners en het informele aanbod. Met hun overzicht, oplossingsgerichtheid en “wandelende sociale kaart” versterken sociaal makelaars de pedagogische basis.

AZWA

In 2027 gaat het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) in. Doel van dit akkoord is onder meer het toegankelijk en betaalbaar houden van kwalitatief goede zorg en

ondersteuning in Nederland. De aanbieder committeert zich aan de ontwikkelingen die voortkomen uit het toekomstige AZWA-kader.

Dit betekent minimaal:

• deelname aan overleg- en ontwikkelstructuren vanuit AZWA;

• tijdige implementatie van nieuwe werkwijzen of afspraken;

• meebewegen in veranderende samenwerkingsmodellen;

• leveren van data en signalen die nodig zijn voor AZWA-monitoring.

Hoewel de exacte invulling hiervan op dit moment nog in ontwikkeling is, wordt van de aanbieder verwacht dat zij voldoende wendbaar is om nieuwe afspraken, werkwijzen en

samenwerkingsstructuren tijdig te integreren in hun uitvoering. Dit vraagt een proactieve houding, het kunnen aanpassen van processen en het actief deelnemen aan de verdere

doorontwikkeling van het AZWA zodra meer duidelijkheid ontstaat. De aanbieder werkt hierbij constructief samen met gemeente en ketenpartners om een soepele implementatie te bevorderen.

Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)

Het CJG Alphen aan den Rijn is het centrale punt waar verschillende organisaties op het gebied van preventie samenwerken. Ouders, aanstaande ouders, kinderen en jongeren kunnen bij de samenwerkende partners in het CJG terecht met vragen over opvoeden en opgroeien. De subsidieaanvrager is onderdeel van het CJG en maakt gebruik van de beschikbare huisvesting binnen de CJG-locaties (zonder huurlasten). Activiteiten vinden bij voorkeur plaats in het CJG en in door de gemeente aangewezen laagdrempelige locaties zoals dorps- en buurthuizen, sportvoorzieningen en andere wijkvoorzieningen. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van huisvesting van samenwerkingspartners zoals onderwijs en kinderopvang.

De subsidieaanvrager verzorgt de inhoudelijke coördinatie binnen het CJG Alphen aan den Rijn. Binnen deze CJG-locaties regelt de JGZ (Hecht GGD) de facilitaire zaken. De inhoudelijke coördinatie omvat het versterken van de samenwerking tussen partners, het zichtbaar

positioneren van het CJG richting inwoners en het bijdragen aan een gezamenlijke visie op opvoeden, opgroeien en preventie binnen het CJG. Hierbij wordt nadrukkelijk samen opgetrokken met de gemeente, die in deze periode haar eigen rol binnen het CJG sterker gaat invullen. De gemeente blijft eindverantwoordelijk voor visie, richting, besluitvorming en huisvesting. De subsidieaanvrager coördineert en stimuleert samenwerking, maar heeft geen formele sturingsbevoegdheid. De GGD (JGZ) is een gelijkwaardige partner binnen het CJG met wie de samenwerking aantoonbaar en planmatig wordt vormgegeven. Het is wenselijk dat de GGD zich kan vinden in het plan van aanpak waarin de samenwerking wordt beschreven, en dat de subsidieaanvrager een proactieve rol neemt in het onderhouden en versterken van deze relatie.

Voor wie?

De deelsubsidie richt zich op alle kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders en opvoeders van Gemeente Alphen aan den Rijn. Onder kinderen en jongeren rekenen wij de leeftijdsgroep van -12 maanden (preconceptie) tot 23 jaar. In het kader van ketenaanpak Kansrijke Start richt de gemeente zich ook op preconceptie en het ongeboren kind.

Daarnaast is er extra aandacht voor kwetsbare groepen, zoals ouders en jongeren met een (licht) verstandelijke beperking, in armoede of met psychische of psychosociale problemen, asielstatushouders, ouders en jongeren met een andere culturele achtergrond. De groepen die extra aandacht nodig hebben kunnen door de dynamiek van de samenleving in de loop van de tijd wijzigen. Van de aanvrager wordt verwacht dat zij flexibel kunnen inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en verschillen tussen wijken en doelgroepen. Dit betekent dat zij gebiedsgericht werken en ongelijk investeren waar dat nodig is om gelijke kansen voor alle kinderen, jongeren en ouders te bevorderen.

Tevens richt deze deelsubsidie zich op professionals die met bovenstaande groepen werken zoals de medewerkers in de kinderopvang, het onderwijs en huisartsen.

Welke specifieke eisen gelden ten aanzien van het plan van aanpak?

Het plan van aanpak bevat – naast de algemene onderdelen – minimaal de onderstaande onderdelen. De aanbieder beschrijft daarbij steeds hoe de inzet wordt vormgegeven, met wie, waarom op deze manier en welke resultaten worden nagestreefd.

Daarnaast is het belangrijk dat de aanbieder beschrijft hoe zij in deze deelsubsidie gefaseerd uitvoering geeft aan het vormgeven van de stevige pedagogische basis.

1. Wettelijke vereisten en professionele standaarden

De aanbieder:

• Werkt volgens AVG, meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en relevante kwaliteitsstandaarden;

• Borgt privacy, informatie-uitwisseling en toestemming;

• Zet gekwalificeerde en SKJ-geregistreerde professionals in waar nodig;

• Beschikt over pedagogische en preventieve expertise, cultuur sensitieve

vaardigheden, kennis van online risico’s, groepswerk, normaliseren, demedicaliseren, netwerkgericht werken en vaardig en actief opereren binnen de sociale kaart;

• Mag projectactiviteiten (gedeeltelijk) laten uitvoeren door onderaannemers, mits deze activiteiten, verantwoordelijkheden en kosten transparant zijn beschreven. De

aanvrager is eindverantwoordelijk;

• De aanbieder werkt volgens de brede benadering Positieve Gezondheid. Dit betekent:

o Positieve Gezondheid wordt verankerd in werkwijzen en/of systemen van de organisatie;

o medewerkers zijn getraind in het toepassen van Positieve Gezondheid in de praktijk;

o medewerkers werken volgens Positieve Gezondheid en gebruiken hiervoor de methodes en (doelgroep specifieke) tools van het Institute for Positive Health (www.iph.nl).

2. Visie en werkwijze in de sociale basis

De aanbieder beschrijft:

• Hoe de aanpak aansluit op de kenmerken van Alphen aan den Rijn, haar jeugd en kwetsbare groepen;

• Hoe laagdrempelig, vindbaar, toegankelijk en zonder financiële drempels wordt gewerkt;

• Hoe gewerkt wordt aan een versterkte, samenhangende sociale basis (niet iets naast bestaande structuren);

• Hoe wordt gewerkt met de vier O’s, inclusief:

o voorbeeldprogrammering;

o wat de aanbieder per fase wil bereiken;

o welke ondersteuning van welke partners nodig is;

o welke risico’s worden voorzien;

o hoe activiteiten flexibel worden aangepast wanneer maatschappelijke ontwikkelingen dat vragen.

3. Doelgroepen, activiteiten en aanpak

De aanbieder beschrijft:

• Hoe de interventies bijdragen aan vroeg signalering, normaliseren en preventie (niet alleen curatief);

• Hoe wordt gewerkt met inclusieve en cultuursensitieve aanpak;

• Hoe zij collectieve opvoed- en opgroeiondersteuning, voorlichting, community

building en individuele opvoed- en opgroeiondersteuning uit gaat voeren (inclusief capaciteit en specificatie van het aanbod op doelgroep/thema);

• Hoe de functie van sociaal makelaar wordt ingevuld en georganiseerd, binnen de gehele gemeente (inclusief capaciteit);

• Hoe de functie van schoolpedagoog wordt ingevuld en georganiseerd, binnen het voortgezet onderwijs (inclusief capaciteit);

• Hoe zij de coördinatie Steunouder gaan organiseren en invullen (inclusief capaciteit);

• Hoe invulling gegeven wordt aan het projectleiderschap van Kansrijke Start in samenwerking met de andere coalitiepartners (inclusief capaciteit);

• Hoe het CJG wordt vormgegeven, inclusief samenwerking met de gemeente en de JGZ en bijdragen aan een samenhangende CJG-infrastructuur vanuit haar rol als CJG-

coördinator;

• Hoe zij de eigen activiteiten vindbaar en bereikbaar maakt voor inwoners in de gehele gemeente en inschrijvingen voor activiteiten verwerkt en registreert (inclusief

financieel plan daarvoor en eventuele risico’s/knelpunten die zij ziet op dit gebied);

• Hoe zij zich profileert en daarmee zichtbaar en bereikbaar is voor inwoners in de gehele gemeente;

• Hoe zij het onderaannemerschap met de GGZ gaat vormgeven, waarbij samenwerking tussen GGZ en verslavingspreventie jeugd gewenst is voor het voorzien in groepsaanbod KOPP/KOV;

• Hoe zij de toeleiding voorschoolse educatie in de vorm van ouderbetrokkenheid en leesbevordering gaat organiseren;

• Hoe zij maatjes voor jongeren in gaat zetten en opvoedondersteuning door vrijwillige inzet vorm gaat geven;

• Hoe zij het onderaannemerschap met de bibliotheek gaat vormgeven, met inbegrip van Boekstart en VoorleesExpres;

• Hoe deskundigheidsbevordering van professionals wordt georganiseerd;

• Het beschikbare budget binnen deze deelsubsidie biedt geen ruimte om de inzet van brugfunctionarissen structureel voort te zetten. De gemeente ziet echter de meerwaarde van deze functie als verbindende schakel tussen school, gezin en de sociale basis, passend bij de doelen van de sociale agenda. Wij vragen

subsidieaanvrager daarom om mee te denken over hoe de werkwijze en

leerervaringen van de huidige brugfunctionarissen op termijn en in samenhang met de sociale agenda gefaseerd een plek kunnen krijgen binnen de sociale basis. Dit betreft een verkennende ontwikkelrichting, geen uitvoeringsverplichting binnen deze subsidie.

4. Samenwerking en ketenafspraken

De aanbieder beschrijft:

• Hoe formele en informele netwerken worden betrokken (familie, buren, verenigingen, vrijwilligers);

• Hoe de samenwerking en rolverdeling met lokale partners is geregeld en welke

afspraken gelden met lokale partners (zoals onderwijs, kinderopvang, huisartsen,

Jeugdgezondheidszorg (JGZ), kinder- en jongerenwerk, de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor jeugdhulp, de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor Wmo, de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor vitaliteit en gezonde leefstijl, Serviceplein, JIP Serviceplein, JPA, de gemeente).

5. Vroeg signalering, veiligheid en escalatie

De aanbieder beschrijft:

• Hoe signalen worden opgepakt en geanalyseerd;

• Wanneer en naar wie wordt opgeschaald;

• Hoe de samenwerking met de door de gemeente bepaalde bestaande partij voor jeugdhulp verloopt (afstemming, toeleiding en warme overdracht over en weer);

• Hoe veiligheid wordt bewaakt (huiselijk geweld, acute risico’s).

6. Brugfunctie, doorstroom en normaliseren

De aanbieder beschrijft:

• Hoe gezinnen warm worden overgedragen naar passende ondersteuning;

• Hoe normaliseren en lichte, informele steun worden versterkt;

• Hoe activiteiten worden geborgd in het netwerk;

• Hoe over- en terugschakelen tussen sociale basis en hulpverlening plaatsvindt.

7. Ongelijk investeren en gelijke kansen

De aanbieder beschrijft:

• Hoe zij ongelijk gaat investeren voor gelijke kansen (bijv. extra inzet op bepaalde wijken, doelgroepen, thema’s).

8. Monitoring, resultaten en verantwoording

De aanbieder beschrijft:

• Concrete resultaten (bij voorkeur SMART);

• Hoeveel kinderen, jongeren en (aanstaande) ouders worden bereikt, inclusief beschrijving voor bereik en outreach;

• Hoe effecten worden gemeten en welke indicatoren worden gebruikt;

• Hoe feedback van ouders, kinderen en jongeren wordt opgehaald en benut;

• Hoe deskundigheid van professionals wordt geborgd;

• Hoe groepsaanbod, individuele trajecten en netwerkactiviteiten op kwaliteit worden gemonitord;

• Hoe trends, signalen en behoeften worden gevolgd en teruggekoppeld;

• Hoe capaciteit en samenwerkingstijd worden meegenomen in monitoring.

9. Capaciteit, inzet en financiële onderbouwing

De aanbieder levert:

• Een overzicht van inzet van fte per taakonderdeel, incl. tijd voor samenwerking;

• Een financiële onderbouwing die laat zien dat de inzet realistisch en uitvoerbaar is.

10. Inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen

De aanbieder toont aan dat men:

• Flexibel en adaptief kan handelen (bijv. bij trends als vapes, social media, prestatiedruk);

• Jaarlijks analyseert welke behoeften en knelpunten spelen in wijken, scholen, gezinnen;

• Het aanbod daarop actualiseert;

• Signalen structureel terugkoppelt aan de gemeente.

3.2.2 - Deelsubsidie II b stevige pedagogische basis (4 jaar tot 27 jaar)

professioneel kinderwerk, regulier en specialistisch jongerenwerk

Inspanningen

We continueren huidige inzet van regulier en specialistisch (sport)jongerenwerk vanuit de bundel preventie en zetten in op nieuwe preventieve taken om de doelstellingen van de sociale visie te kunnen bereiken. Het betreft:

Kinderwerk:

• naschoolse activiteiten in samenwerking met partijen en vrijwilligers uit de sociale basis.

Regulier jongerenwerk:

• collectieve en outreachende activiteiten;

• jongerenwerk op school (cofinanciering tot en met zomer 2026);

• Makerslab (financiën komen vanuit kunst en cultuur).

Specialistisch (sport)jongerenwerk:

• inzet op jongeren met complexe problematiek op snijvlakken van verschillende domeinen en die niet als vanzelfsprekend aankomen bij (hulp) instanties/ niet interventiefit zijn. Betreft zowel collectief aanbod als individuele begeleiding waarbij zo nodig sport wordt als middel;

• inzet op ISK en doelgroep Oekraïners (verbinding nieuwkomers);

• voorkomen dak en thuisloosheid (verbinding WMO).

Aansluiting op de sociale agenda en de 4 O’s

Een sterke pedagogische basis is cruciaal voor het vroegtijdig herkennen van problemen bij kinderen en jongeren want “It takes a village to raise a child “.

Deze deelsubsidie benadrukt daarom expliciet het belang van samenwerken met en tussen diverse partijen, waaronder (vrijwilligers)organisaties in de sociale basis en daarbuiten met partijen van bijvoorbeeld de Lokaal Educatieve Agenda Alphen aan den Rijn (LEA), veiligheid, jeugdhulp en WMO. Deze samenwerking fungeert als de ondersteunende pedagogische basis voor jeugdigen die dit nodig hebben. Samenwerking is echter een groeiproces dat niet vanzelf ontstaat en de juiste voorwaarden vereist.

Wat willen we bereiken?

Uit de sociale agenda:

Kansengelijkheid:

• gelijke kansen door een sterke, gezonde, veilige en veerkrachtige basis;

• we geven kinderen en jongeren steun die nodig is om zich te ontwikkelen;

• investeren we ongelijk voor gelijke kansen;

• voorkomen dat kleine zorgen uitgroeien tot grote problemen met vroeg signalering en preventie.

Met behulp van de vier O’s:

Op basis van samenwerken en inzetten op de vier O’s: Ontmoeten, Ontspannen,

Ondersteunen en (talent)Ontwikkelen van de sociale basis willen we komen tot:

• Het stimuleren van kinderen in een kwetsbare situatie bij (talent)ontwikkeling, participatie en een meer gezonde leefstijl;

• Veilige(re) en laagdrempelige (digitale)ontmoetingsplekken voor jongeren 12-27 jaar waardoor jongeren zich kunnen ontwikkelen en waarbij vroeg signalering met betrekking tot problemen op een of meerdere levensgebieden plaats kan vinden; Een en ander draagt ook bij aan voorkomen van overlast en afglijden richting criminaliteit;

• Passend en aansprekend activiteitenaanbod voor jongeren 12-27 jaar waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten, samen kunnen ontspannen en zij kunnen werken aan (talent)ontwikkeling. Zo nodig kunnen jongeren warm overgedragen worden naar andere vormen van ondersteuning;

• Aanpakken complexe problematiek op grensvlakken preventie, (jeugd)hulp, onderwijs, nieuwkomers waarbij jongeren ondersteuning ontvangen en zich kunnen ontwikkelen;

• Verslavingspreventie en vroege interventie voor jongeren tot 23 jaar. Dit omvat snel beschikbare en cultuur sensitieve ondersteuning/nazorg voor de jongeren zelf, en het bieden van deskundigheidsbevordering, voorlichting en advies aan hun omgeving (ouders, school, en de vrijwillige sociale basis);

• Vroeg signalering met betrekking tot dak- en thuisloosheid van jongvolwassen en daarop te interveniëren;

• Jongeren die kennis hebben en vaardig zijn om gebruik te maken van de sociaal lokale infrastructuur en vice versa; een sociaal lokale infrastructuur die aantrekkelijk en bereikbaar is en blijft voor de doelgroep jongeren tot 27 jaar;

• Inzet tijdens risicovolle evenementen;

• Maatwerk op gebieds- en wijkniveau;

• Intensieve samenwerking met partijen van en deelname aan het Jongerenpunt Alphen aan den Rijn (JPA) en het jeugd- (veiligheid)overleg van gemeente Alphen aan den Rijn en relevante aanpakken bijvoorbeeld Edelstenenbuurt en Snijdelwijk.

Beweging creëren en ongelijk investeren in gelijke kansen

We zien graag wat er mogelijk is op basis van ongelijk investeren in gelijke kansen. Activiteiten zijn flexibel. Welke onderdelen er kunnen op termijn verschuiven naar de vrijwillige sociale basis of doorstromen naar jeugdhulp, WMO of het justitiële kader en waar de inzet van het professionele kinder- en (specialistisch) jongerenwerk nog wel nodig blijft. Om een realistisch en haalbaar plan te garanderen, vragen wij om eventuele beperkingen of onmogelijkheden tijdig en onderbouwd aan te geven.

Hoe willen we dat bereiken?

We zetten het totale team van professionele kinder- en (specialistisch) reguliere jongerenwerkers in als dé sleutel tot het bereiken van de jeugd in Alphen en dan met name jeugd die (potentieel) kwetsbaar zijn. Deze werkers zitten in de haarvaten van de Alphense samenleving en vervullen een dubbele rol:

1. vroeg signalering: zij weten wat er speelt en dragen bij aan de tijdige signaleren van problemen;

2. duurzame verbinding: Zij zijn experts in het bereiken en betrekken van kinderen en jongeren, inclusief degenen die ver van (overheids-)instanties af staan.

De rol van het kinderwerk

Kinderwerk is een belangrijk onderdeel van het steunnetwerk voor kinderen in kwetsbare situaties.

• activiteiten: organiseren naschoolse activiteiten (al dan niet in samenwerking);

• wijkfunctie: fungeren als spilfunctie in de wijk;

• ondersteuning en doorverwijzing: ondersteunen ouders en leiden warm door naar de vrijwillige sociale basis of andere vormen van hulp en ondersteuning.

De rol van het regulier jongerenwerk

Het regulier jongerenwerk is toegankelijk voor alle jongeren en werkt outreachend.

• werkwijze: jongeren opzoeken in hun leefwereld (school, straat, (sport)vereniging, digitaal);

• analyse en adressering: tijdige duiding van maatschappelijke ontwikkelingen tijdig en adresseren deze gericht;

• activiteiten: collectieve activiteiten gericht op de vier O's van de sociale basis:

• (talent) Ontwikkelen;

• Ondersteunen;

• Ontspannen;

• Ontmoeten;

• zichtbaarheid: de jongerenwerkers en hun activiteiten zijn algemeen bekend, zichtbaar en bereikbaar voor zowel jongeren als professionals;

• profielvereiste: om dit te borgen, is een jongerenwerker nodig waarin jongeren zich kunnen herkennen (qua uitstraling, sekse, interesse, culturele achtergrond)

om cultureel sensitief en inclusief werken te waarborgen.

De rol van het specialistisch (sport) jongerenwerk

Dit team richt zich specifiek op jongeren met complexe problematiek op de grensvlakken van (jeugd)zorg, veiligheid, onderwijs en nieuwkomers; jongeren met opgebouwd wantrouwen die risico lopen op maatschappelijke uitval.

• Kernkracht: de specialistische jongerenwerker is hands-on en streetwise en weet vanuit vertrouwen de ‘klik’ te maken, gecombineerd met professionele kennis.

• Aanbod: collectief heeft voorkeur en, waar nodig, individuele ter ondersteuning van het collectief.

• Doel: altijd gericht op duurzaam verbinden, terugleiden in de sociale basis (collectief) of doorgeleiding naar (jeugd)hulp. Ze vervullen een brugfunctie om te normaliseren en escalatie te voorkomen.

• Netwerk: samenwerking met partners van het Jongerenpunt Alphen aan den Rijn (JPA) en het jeugd- en veiligheidsoverleg (onder andere politie, jeugdreclassering).

• Profielvereiste:

o hands-on en streetwise;

o kennis en vaardigheden om tactisch te opereren in multidisciplinaire overleggen;

o actieve kennis van de sociale kaart van Alphen aan den Rijn voor een gerichte en warme overdracht;

o SKJ-geregistreerd;

o focus op cultureel sensitief en inclusief werken.

• Specifieke doelgroepen (tenminste): kwetsbare jongeren in de Snijdelwijk en Edelstenenbuurt, jongeren met een ISK-achtergrond, Oekraïense jongeren en jongvolwassenen die dreigen dak- of thuisloos te raken.

Samenvatting van gevraagde rollen

De aanbieder wordt gevraagd de rollen van onder meer:

• uitvoerder;

• verbinder en netwerkpartner (o.a. met JPA en de veiligheidsinstanties);

• heldere en eenduidige communicator;

• ondersteuner (gericht op zelfredzaamheid);

• bewaker van doelrealisatie en daarmee verantwoord opdrachtnemer.

Voor wie?

Kinder- en jongerenwerk betekent werken met kinderen en jongeren. Het kinderwerk richt zich op kinderen van de basisschoolleeftijd en het jongerenwerk richt zich op jongeren in de leeftijd 12-27 jaar met speciale aandacht voor de leeftijd 16-23 jaar1.

1Ontwikkelingstechnisch: identiteitsontwikkeling en zelfredzaamheid staan in deze levensfase centraal. Denk aan beroepskeuzes, zelfstandig wonen, losser komen van ouders hebben of ontwikkelen steunnetwerk enz.

Doelgroep specifieke dienstverlening voor kinderen en jongeren

De afgelopen jaren hebben we gezien dat er in Alphen aan den Rijn kinderen en jongeren zijn die extra ondersteuning nodig hebben, omdat ze zich in een kwetsbare situatie bevinden op een van de levensdomeinen en/of op zoek zijn naar aansluiting. Deze kinderen en jongeren hebben net iets meer nodig om duurzaam verder te kunnen en bijvoorbeeld weer aan te kunnen sluiten bij een (vrijwilligers)organisatie. Het professioneel kinderwerk en regulier jongerenwerk is dan bij uitstek een instrument om deze jongeren hierbij laagdrempelig professioneel te ondersteunen. Het kinderwerk richt zich op kinderen in een kwetsbare situatie. Het regulier jongerenwerk richt zich op alle jongeren en jongeren met een enkelvoudige hulpvraag op één van de levensgebieden. Deze kinderen en jongeren veroorzaken geen ernstige overlast. Het doel van de inzet van het professioneel kinderwerk en regulier jongerenwerk is om kinderen en jongeren te ondersteunen bij hun ontwikkeling en om problemen te voorkomen. Dit door samenwerking met partijen vanuit de (vrijwillige) sociale basis waar kan, en zorgen voor een warme overdracht naar (jeugd) hulp wanneer noodzakelijk.

Er zijn ook jongeren in Alphen aan den Rijn die te maken hebben met complexe problematiek op de grensvlakken (jeugd)zorg, veiligheid, onderwijs en nieuwkomers. Deze jongeren vinden niet als vanzelfsprekend de weg naar instanties van preventie en hulp. Er is veelal opgebouwd wantrouwen naar (overheids)instanties. Speciale aandacht binnen deze doelgroep is gericht op 16 tot 23-jarigen. We willen deze speciale aandacht vanuit zowel ontwikkeling technisch- als vanuit wettelijk oogpunt2.

Voor deze doelgroep is het specialistisch (sport)jongerenwerk. Hun aanbod is zowel collectief als individueel en altijd gericht op ofwel terugleiden in de sociale basis ofwel doorgeleiding naar ondersteuning vanuit jeugdhulp of Wmo-hulp. Individuele ondersteuning wanneer nodig en gericht op ondersteunen van het collectief. Sport wordt ingezet als middel om de doelgroep aan te trekken en te verbinden. Het specialistisch (sport)jongerenwerk vervult een belangrijke brugfunctie tussen verschillende domeinen gericht op normaliseren en voorkomen van erg naar erger.

Welke specifieke eisen gelden ten aanzien van het plan van aanpak?

Het plan van aanpak bevat, naast de algemene onderdelen, minimaal de onderstaande onderdelen. De aanbieder beschrijft daarbij steeds hoe de inzet wordt vormgegeven, met wie, waarom op deze manier, en welke resultaten worden nagestreefd.

Daarnaast is het belangrijk dat de aanbieder beschrijft en hoe deze deelsubsidie gefaseerd uitvoering geeft aan het vormgeven van de stevige pedagogische basis.

1. Wettelijke vereisten en professionele standaarden

De aanbieder:

2 Wettelijk: 18 jaar worden jongeren voor de wet volwassen; vallen zij onder jeugdstrafrecht, niet meer onder jeugdhulp (met uitzondering van verlengde jeugdhulp), zijn juridisch aansprakelijk enz.

• Werkt conform AVG, meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en relevante kwaliteitsstandaarden;

• Borgt afspraken over privacy, informatie-uitwisseling en toestemming;

• Zet SKJ-geregistreerde jongerenwerkers in voor specialistische onderdelen en toont aan dat zij beschikken over:

o kennis van de sociale kaart van Alphen aan den Rijn en actief, vaardig opereren in dit netwerk;

o Een streetwise en hands-on aanpak;

o Herkenbare aanwezigheid “in de haarvaten” van de Alphense samenleving.

2. Visie en werkwijze in de sociale basis

De aanbieder beschrijft:

• De visie en werkwijze van professioneel kinderwerk, regulier jongerenwerk en specialistisch (sport)jongerenwerk;

• Hoe deze werkwijzen aansluiten bij:

o de sociale basis als fundament;

o de dynamische en complexe grensvlakken met jeugd- en Wmo-zorg, onderwijs, veiligheid, ISK/nieuwkomers;

• Hoe deze inzet een bijdrage levert aan een stevige pedagogische basis voor kinderen en jongeren;

• Hoe herkenbaarheid, toegankelijkheid en aansluiting bij diverse jeugdgroepen worden gewaarborgd.

• Hoe wordt gewerkt met de vier O’s, inclusief:

o voorbeeldprogrammering;

o wat de aanbieder per fase wil bereiken;

o welke ondersteuning van welke partners nodig is;

o welke risico’s worden voorzien;

o hoe activiteiten flexibel worden aangepast wanneer maatschappelijke ontwikkelingen dat vragen.

3. Doelgroepen, activiteiten en aanpak

De aanbieder beschrijft:

• Hoe de huidige activiteiten van regulier jongerenwerk en specialistisch (sport)jongerenwerk worden gecontinueerd en doorontwikkeld;

• Hoe de aanbieder zorgdraagt voor een eventuele zorgvuldige overname van huidige activiteiten/ doelgroepen ten behoeve van een goede start per 1 januari 2027;

• Hoe de aanbieder concreet uitvoering geeft aan nieuwe of aanvullende opgaven:

o jongvolwassenen die dreigen dak- of thuisloos te raken:

signaleringsstrategie, betrokken partners, vroeg signalering, concrete acties en interventies;

o ISK-jongeren: wijze van inzet, overlegstructuren, samenwerkingsvormen, en manier van resultaatmeting;

o Oekraïense jongeren: vormgeving van passende begeleiding en ondersteuning;

o Makerslab: samenwerking met (culturele)partners, duurzame betrokkenheid

van jongeren, rol als creatieve broedplaats, talentontwikkeling en begeleiding.

• Hoe de aanbieder aansluit bij de digitale leefwereld van jongeren; hoe de aanbieder aansluit bij initiatieven die er al zijn en welke er door aanbieder, mogelijk gefaseerd, in ontwikkeling worden gebracht;

• Hoe het team van kinderwerkers, jongerenwerkers en specialistisch jongerenwerkers is samengesteld om herkenbaarheid en bereikbaarheid in wijken te garanderen.

4. Samenwerking en ketenafspraken

De aanbieder beschrijft:

• Hoe wordt samengewerkt met partners van onderwijs, zorg, veiligheid, nieuwkomers, sociale basis en andere relevante netwerken;

• Hoe het onderaannemerschap met een gecertificeerde aanbieder op het gebied van verslavingspreventie jeugd wordt vormgeven, waarbij inzichtelijk is wat deze

onderaannemer aan inspanningen en activiteiten levert, hoe zij de samenwerking met de sociale basis vormgeven als ook met GGZ met het oog op het groepsaanbod

KOPP/KOV;

• Hoe de aanbieder actief opereert binnen de sociale kaart, inclusief warme overdracht; aanbieder geeft voorbeelden van netwerken waarin zij binnen de context van deze deelsubsidie gaan opereren;

• Hoe informele én formele netwerken worden betrokken bij de uitvoering;

• Hoe de aanbieder bijdraagt aan eenduidige communicatie zowel richting doelgroep als naar het netwerk.

5. Vroeg signalering, veiligheid en escalatie

De aanbieder beschrijft:

• Hoe maatschappelijke ontwikkelingen, trends en risico’s tijdig worden gesignaleerd;

• Hoe analyses worden gemaakt, met prioritering en een duidelijk tijdspad voor terugkoppeling;

• Hoe wordt omgegaan met gegevensuitwisseling op het snijvlak van openbare orde, veiligheid en algemeen belang (binnen wettelijke kaders);

• Hoe het escalatiemodel wordt toegepast:

o welke stappen worden gezet bij escalaties;

o binnen welke termijnen;

o welke partners worden betrokken;

o welke rol(len) van de gemeente verwacht worden.

6. Brugfunctie, doorstroom en normaliseren

De aanbieder beschrijft:

• Hoe de brugfunctie richting sociale basis, jeugdhulp en andere voorzieningen wordt georganiseerd;

• Hoe jongeren worden door- of teruggeleid naar de juiste ondersteuning;

• Wanneer wordt opgeschaald, wanneer wordt afgeschaald en hoe wordt geborgd;

• Welke voorwaarden gelden bij overdracht voor zowel jongeren als ontvangende (vrijwilligers)organisaties;

• Hoe normaliseren, preventieve inzet en lichte ondersteuning worden toegepast waar passend.

7. Ongelijk investeren en gelijke kansen

De aanbieder beschrijft:

• Op basis van welke onderbouwing wordt bepaald waar ongelijk geïnvesteerd moet worden om gelijke kansen te bevorderen (zoals extra inzet in bepaalde wijken, doelgroepen of themagebieden).

8. Monitoring, resultaten en verantwoording

De aanbieder beschrijft:

• Hoe doelrealisatie wordt bewaakt op het niveau van:

o de gehele deelsubsidie;

o specifieke wijk- of gebiedsdoelen, inclusief de vier O’s.

• Hoe resultaten worden gevolgd, gemonitord en gerapporteerd;

• Welke indicatoren worden gebruikt;

• Hoe activiteiten worden aangepast aan maatschappelijke vraagstukken of voortgangssignalen;

• Hoe voortgang en impact worden teruggekoppeld aan de gemeente.

9. Capaciteit, inzet en financiële onderbouwing

De aanbieder levert:

• Een gespecificeerde berekening van de benodigde capaciteit (fte per onderdeel, doelgroep of taak), inclusief tijd voor samenwerking;

• Een financiële onderbouwing die realistisch laat zien hoe middelen worden ingezet voor kinderwerk, jongerenwerk en specialistisch jongerenwerk;

• Hoe en waar zij aanvullende financiering aanvragen.

10. Inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen

De aanbieder toont aan dat men:

• Flexibel en adaptief kan handelen (bijv. bij trends als vapes, social media, prestatiedruk);

• Jaarlijks analyseert welke behoeften en knelpunten spelen in wijken, scholen, gezinnen;

• Het aanbod daarop actualiseert;

• Signalen structureel terugkoppelt aan de gemeente.

Hoofdstuk 4 Het subsidieproces

4.1 – Voorwaarden

Opgaven sociale agenda

De opgaven; bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond leven in een gezonde leefomgeving zoals die in de sociale visie (bijlage 2), zien we voor de sociale basis en deze uitvraag als voorwaarde. Dit betekent dat de aanbieder in het plan van aanpak voor de deelsubsidie dient te beschrijven hoe aanbieder aan elke voorwaarde voldoet.

De vier O’s

Ontmoeten, ontspannen, ondersteuning en ontwikkeling, zijn de vier O’s (zie hoofdstuk 1) die van toepassing dienen te zijn op de inspanningen die worden opgenomen in het plan van aanpak voor de deelsubsidie. Het is de bedoeling dat elke inspanning aan zoveel mogelijk O’s voldoet.

Samenwerking

Een belangrijke sleutelfunctie voor de sociale basis is samenwerking (hoofdstuk 2).

Samenwerking zien we dan ook als inspanning (activiteit) die onderdeel is van het plan van aanpak. De aanbieder dient in het plan van aanpak voor de deelsubsidie te beschrijven dat:

• Subsidiepartner extra tijd beschikbaar stelt aan professionals voor samenwerking;

• Subsidiepartner ontmoeting en uitwisseling faciliteert tussen professionals (binnen de sociale basis) ten behoeve van kennisdeling;

• Subsidiepartner afspraken maakt (binnen de sociale basis) over informatie-uitwisseling conform AVG-wetgeving;

• Subsidiepartner zorgt voor vaste contactpersonen voor de gemeente en voor de samenwerkingspartners en streven naar continuïteit van het personeel;

• Subsidiepartner de inspanningen in samenwerking met subsidiepartners zoveel mogelijk binnen de sociale basis infrastructuur uitvoert.

Geworteld in Alphense samenleving

Het is essentieel dat de aanbieder geworteld is in de Alphense samenleving, de sociale basis infrastructuur kent en actief is binnen de gemeente Alphen aan den Rijn. Aanbieder dient in het plan van aanpak voor de deelsubsidie te beschrijven hoe aan dit vereiste wordt voldaan.

Continuïteit van activiteiten

De afgelopen jaren is met samenwerkingspartners binnen de bundel preventie

samengewerkt en hebben zij activiteiten (inspanningen) uitgevoerd die de sociale basis

versterken. Er zijn activiteiten die we willen behouden. Om welke activiteiten het gaat, staat beschreven in de deelsubsidie.

Daarnaast dient, indien noodzakelijk, de subsidiepartner het personeel van de huidige uitvoerder voor zover mogelijk en door de medewerkers gewenst over te nemen. Hiermee borgen we de continuïteit van kennis en lopende werkzaamheden zo veel mogelijk. Indien

personeel niet wordt overgenomen, zorgt de subsidiepartner voor een goede overdracht met de huidige uitvoerder, voordat de subsidieperiode ingaat.

Huisvesting

Aanbieder is zelf verantwoordelijk voor huisvesting. Wel stellen wij als voorwaarde dat inspanningen zoveel mogelijk plaatvinden in door de gemeente benoemde dorps- en

buurthuizen, sportverenigingen of andere accommodaties (‘vindplaatsen’) die voor inwoners herkenbaar en laagdrempelig toegankelijk zijn.

Subsidie is aanvullend

Subsidie is altijd aanvullend. Dit betekent dat aanbieder ook andere middelen dan subsidie van de gemeente inzet om invulling te geven aan de deelsubsidie. Dit kan een bijdrage uit een fonds zijn, landelijke subsidieregelingen die niet via de gemeente lopen of bijdrage

vanuit commerciële organisaties. In de begroting en jaarrekening dient de toegekende subsidie zichtbaar te zijn.

Financiën

Voor de deelsubsidies binnen deze uitvraag is een gezamenlijk budget beschikbaar van jaarlijks 4,6 miljoen euro. Het budget wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. Dit betekent dat het budget gedurende de subsidieregeling kan wijzigen.

Aanbieder neemt op het aanvraagformulier een bedrag op waarvoor aanbieder invulling geeft aan de betreffende deelsubsidie. Indien na het beoordelingsproces het totale bedrag

van de subsidieaanvragen die als beste zijn beoordeeld en die aan de voorwaarden voldoen, het subsidieplafond overschrijdt, besluit het college over toewijzing van de beschikbare middelen.

Aanbieder schrijft verder in het plan van aanpak hoe de financiële verantwoording

plaatsvindt. In de verantwoording staat in ieder geval een financiële onderbouwing per inspanning (activiteit) en de personele capaciteit die is ingezet.

Voldoen aan wet- en regelgeving

We stellen als voorwaarde dat aanbieder voldoet aan vigerende wet- en regeling die van toepassing is voor de uitvoering van de dienstverlening. Het gaat bijvoorbeeld om de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de AVG en de Wet Normering

Topinkomens (WNT).

4.2 - Plan van aanpak

Geïnteresseerde partijen kunnen een subsidie aanvragen voor één of meerder deelsubsidies. Aanbieder gebruikt hiervoor het aanvraagformulier (bijlage 1) en een plan van aanpak met bijbehorende stukken (zie subsidieregeling).

Het plan van aanpak mag per deelsubsidie uit maximaal 15 pagina’s op A4-formaat bestaan en dient geanonimiseerd met lettertype ‘lucinda sans unicode 10’ als bijlage bij het aanvraagformulier ingediend te worden. De beoordeling vindt anoniem plaats door een beoordelingscommissie.

Elk plan van aanpak bevat de volgende algemene onderdelen:

• De inhoudelijke visie op de integrale aanpak van deze subsidie uitvraag;

• De mate waarin het aanbod bijdraagt aan de ambitie en de gewenste situatie;

• Hoe de aanpak inspeelt op maatschappelijke vraagstukken;

• Hoe de aanpak bijdraagt aan de opgaven, doelen en leidende principes zoals opgenomen in de sociale agenda (bijlage 2);

• De visie op en wijze waarop aanbieder de samenwerking concreet gaat vormgeven met:

o andere subsidiepartners binnen deze subsidieregeling;

o inwoners;

o partijen die aangewezen zijn door de gemeente voor de uitvoering van vitaliteit en gezonde leefstijl, Wmo en jeugdhulp;

o partijen binnen de sociale basisinfrastructuur;

o specifiek met verenigingen en vrijwilligersorganisaties;

o gemeente.

Daarnaast wat de beoogde resultaten van deze samenwerking zijn.

• De wijze waarop aanbieder vorm gaat geven aan de deelsubsidie (inspanningen) om de ambitie en gewenste situatie te bereiken en welke middelen (zowel financieel, fysiek, enz.) hiervoor nodig zijn. Hierbij toont aanbieder ook aan hoe overlap en hiaten in het aanbod te voorkomen. Tevens geeft aanbieder aan hoe de inwoners deze effecten gaan zien, voelen en waarnemen:

o doelen;

o inspanningen (inclusief concrete activiteiten);

o risico.

Hierbij geeft aanbieder ook aan welke succesfactoren en welke risico’s mogelijk een Belemmering kunnen vormen bij het realiseren van doelen van de deelsubsidie.

• Een financiële onderbouwing (begroting 2027 en meerjarenbegroting 2028-2030). Tevens gaat aanbieder in het plan van aanpak in op de specifieke eisen zoals benoemd bij de Afzonderlijke deelsubsidies. De begroting en de meerjarenbegroting mogen als bijlagen Worden opgenomen.

4.3 – Beoordelingsproces

Alleen subsidieaanvragen die tijdig en volledig zijn ingediend, worden op kwaliteit, realiseerbaarheid en haalbaarheid getoetst. Over subsidieaanvragen die wel tijdig maar niet volledig zijn ingediend, beslist de beoordelingscommissie of herstel wordt toegestaan. Het beoordelingsproces bestaat uit de volledigheidscheck, een plan van aanpak en een interview.

In totaal kan een subsidieaanbieder 1000 punten krijgen per deelsubsidie. De verdeling is als volgt:

• Plan van aanpak maximaal 700 punten;

• Interview maximaal 300 punten.

Plan van aanpak

Het plan van aanpak wordt per deelsubsidie anoniem beoordeeld door een beoordelingsteam van de gemeente. De score hangt af van de mate waarin de subsidieaanbieder:

• de mate waarin de aanbieder de visie van de gemeente vertaald naar een haalbaar plan van aanpak voor de betreffende deelsubsidie;

• een concreet en realistisch aanbod van inspanningen biedt dat effectief bijdraagt aan het behalen van de doelen;

• de continuïteit biedt voor zowel de inwoners als het personeel;

• alle gevraagde onderdelen voldoende aandacht krijgen en realistisch en haalbaar overkomen.

Per onderdeel wordt door alle leden van het beoordelingsteam individueel een cijfer gegeven (0, 2, 4, 6, 8 of 10). Op basis van deze individuele beoordeling komt het beoordelingsteam tot een gezamenlijk cijfer per onderdeel. Een 10 staat daarbij voor 100 punten, en 8 voor 80 enz. Alleen het gezamenlijke oordeel is relevant voor de einduitkomst en wordt aan de betreffende subsidieaanbieders bekend gemaakt.

De beoordeling vindt plaats op basis van onderstaande onderdelen in de beoordelingsmatrix:

afbeelding binnen de regeling

Interview

Na de beoordeling van de plannen van aanpak volgt een tussenuitslag. Deze tussenuitslag geeft aan welke subsidieaanbieders nog kans maken op toekenning van de subsidie. Dit is het geval als het verschil tussen de subsidieaanbieders en de subsidieaanbieder met de hoogste score maximaal 300 punten verschilt. Subsidieaanbieders die nog kans maken op toekenning van subsidie ontvangen een uitnodiging voor een interview. De subsidieaanbieders die geen kans meer maken op toekenning van subsidie ontvangen hierover een tussenbericht.

Bij de beoordeling van de interviews beoordeelt het beoordelingsteam de mate waarin de subsidieaanbieder de subsidie uitvraag doorgrond en in staat is deze goed uit te voeren. De vragen zijn hierop gericht, waarbij de ingediende documenten worden meegenomen. Het is niet toegestaan om tijdens het interview af te wijken van het plan van aanpak met nieuwe substantiële aanvullingen dan wel essentiële wijzigingen.

Tijdens het interview zal ook gevraagd worden naar een casus waaruit blijkt dat de subsidieaanbieder flexibel kan inspelen op maatschappelijke vraagstukken en (acute) maatschappelijke ontwikkelingen. En hoe subsidieaanbieder de verbondenheid met inwoners, andere subsidiepartijen en partijen binnen de sociale basis infrastructuur weet te organiseren.

Het interview zal voor elke deelsubsidie per subsidieaanbieder maximaal 45 minuten duren. Het gehele interview wordt op audio opgenomen en na definitieve toekenning verwijderd.

Voor de interviews zijn de dagen 1 en 2 juni 2026 gereserveerd. Subsidieaanbieders dienen op deze data beschikbaar te zijn. De subsidieaanbieders ontvangen bericht over specifieke datum en tijdstip van het interview.

4.4 – Waarderingssystematiek

afbeelding binnen de regeling

4.5 - Subsidieverlening

Op uiterlijk 14 juli 2026 zal het college de subsidies verlenen, zodat op 1 januari 2027 de subsidiepartners van start kunnen. Aan subsidiepartijen wordt gevraagd om in de tussenliggende periode voorbereidingen te treffen. Dit betekent dat partners aan wie subsidie wordt verleend in ieder geval afspraken maken over een goede overgang van werkzaamheden en activiteiten/inspanningen van huidige partijen als dit aan de orde is. Daarnaast afspraken over samenwerking met de subsidiepartner op basis van de uitvraag en partijen waar de gemeente in de sociale basis mee samenwerkt. Na subsidieverlening zullen met gemeente ook afspraken worden gemaakt over monitoring, sturing, overleggen en communicatie.

Monitoring en sturing

Om te kunnen monitoren en sturen is er frequent overleg met gemeente en subsidiepartijen. Voor elke deelsubsidie stelt de gemeente contactpersonen aan en zal er een contactpersoon zijn voor de hele subsidieregeling. Minimaal eens per jaar vindt er een bestuurlijk overleg

plaats met alle subsidiepartijen over de inzet, effecten, resultaten van de te behalen doelen, de samenwerking en maatschappelijke vraagstukken. Daarnaast vindt elk kwartaal overleg plaats over de voortgang in relatie tot de aanvraag. En komt aan de orde wat de focus wordt voor het volgend jaar en wat daarvoor nodig is. In de verantwoording dient op basis van

tellen en vertellen aangegeven te worden aan welke O’s de inspanning bijdraagt en welk(e) doel(en) zoals omschreven in hoofdstuk 2.

Samenwerking is een essentieel voor het versterken van de sociale basis. Subsidiepartijen hebben hierin een gezamenlijk verantwoordelijkheid. Jaarlijks (minimaal) ontvangt de gemeente een verantwoording op (minimaal) de volgende onderwerpen:

- wijze waarop samengewerkt wordt om de gezamenlijke doelen een maatschappelijke vraagstukken aan te pakken;

- wijze waarop slim gebruik gemaakt wordt van elkaars expertise en voorzieningen;

- wijze waarop de sociale basis infrastructuur wordt betrokken en versterkt bij de uitvoering;

- wijze waarop de subsidiepartners samenwerken met uitvoerende partijen die door de gemeente zijn aangewezen voor vitaliteit, Wmo en Jeugdhulp;

- wijze waarop subsidiepartners samenwerken met de gemeente zoals Serviceplein en JongerenPunt Alphen aan den Rijn (JPA).

Subsidievaststelling

De definitieve vaststelling van de subsidie vindt jaarlijks plaats conform de subsidieregeling Versterken sociale basis. Per deelsubsidie worden aparte afspraken gemaakt over de verantwoording, indicatoren op basis van doelen, tevredenheid, bereik en zichtbaarheid.

Evaluatie van de subsidieregeling

Na drie jaar vindt een evaluatie plaats. Op basis van de evaluatie en de status van de te behalen doelen, besluit het college over verlenging van de subsidierelatie. In het plan van aanpak dat volgt na verlenging zal de subsidiepartner verbeterpunten opnemen. Dan worden ook afspraken opnieuw vastgelegd ten behoeve van inzet, monitoring en sturing en samenwerking.

4.6 - Planning

afbeelding binnen de regeling

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college d.d. 20 januari 2026,

De Burgemeester, de secretaris,