Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756671
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756671/1
Verordening inwonersparticipatie en uitdaagrecht Lelystad 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-12-2026
Intitulé
Verordening inwonersparticipatie en uitdaagrecht Lelystad 2026De raad van de gemeente Lelystad;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 december 2025
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Hoofstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- -
Beleid: alle plannen, programma’s en maatregelen die de gemeente opstelt om haar taken uit te voeren.
- -
Bestuursorgaan: het gemeentelijke orgaan dat bevoegd is om te handelen; dit kan de gemeenteraad, het college of de burgemeester zijn, afhankelijk van het onderwerp.
- -
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad.
- -
Inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan aan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven, zoals bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet.
- -
Inwoners: personen die in de gemeente wonen, zoals bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet.
- -
Inwonersparticipatie: het door de gemeente organiseren van manieren waarop inwoners en (maatschappelijke) organisaties kunnen meedenken of meedoen bij het voorbereiden, uitvoeren of beoordelen van beleid.
- -
Maatschappelijke organisaties: verenigingen, stichtingen, buurtcomités , sociale ondernemingen of ondernemingen zonder winstoogmerk of ondernemingen die geen winst uitkeren en andere organisaties die samen een collectief vormen en die zich inzetten voor de samenleving binnen de gemeente.
- -
Ondergeschikte herziening: een kleine wijziging of aanpassing binnen bestaand beleid.
- -
Organisaties: maatschappelijke organisaties en bedrijven en instellingen die officieel in de gemeente zijn gevestigd of het grootste deel van hun activiteiten binnen de gemeente uitvoeren.
- -
Uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke organisaties om de uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, zoals bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
Artikel 2. Onderwerp verordening
-
1. Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners en (maatschappelijke) organisaties bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid, die zowel de voorbereiding, uitvoering als evaluatie omvat, en de rol van het bestuursorgaan in deze processen.
-
2. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan verzoeken die betrekking hebben op het uitdaagrecht.
Artikel 3. Doelstelling
-
1. Duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is.
-
2. De samenwerking tussen de gemeente enerzijds en inwoners en (maatschappelijke) organisaties anderzijds te versterken.
-
3. De kwaliteit van lokale besluitvorming te verhogen.
Hoofdstuk 2. Kaders en uitgangspunten
Artikel 4. Reikwijdte
-
1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van het eigen beleid en de eigen projecten of inwonersparticipatie plaatsvindt en ten aanzien van de eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht.
-
2. Deze verordening is van toepassing op al het gemeentelijke beleid en projecten. Het bestuursorgaan kan besluiten af te zien van participatie. Dit kan onder andere als:
- a)
dit bij of krachtens wet- of regelgeving is uitgesloten;
- b)
sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- c)
het om een ondergeschikte herziening van beleid gaat;
- d)
het om reguliere uitvoeringshandelingen of onderhoudswerkzaamheden gaat die geen beleidsmatige afwegingen of significante gevolgen voor de leefomgeving met zich meebrengt;
- e)
het om interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente gaat;
- f)
het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.
- a)
Artikel 5. Zorgplicht participatieproces
-
1. Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat:
- a)
bij de start van het proces inzichtelijk is hoe het proces van inwonersparticipatie eruit ziet;
- b)
gedurende het proces van participatie duidelijk is wat de stand van zaken is;
- c)
de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar zijn;
- d)
duidelijk is waar inwoners en (maatschappelijke) organisaties terecht kunnen met vragen of klachten over het proces;
- e)
duidelijk wordt gemotiveerd wanneer van participatie wordt afgezien en waarom;
- f)
deelnemers na afloop actief worden geïnformeerd over de resultaten en het vervolg;
- g)
na afloop openbaar wordt gemaakt hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming;
- h)
er ondersteuning is voor diegene die een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wil indienen.
- a)
Hoofdstuk 3. Inwonersparticipatie
Artikel 6. Plan voor inwonersparticipatie
-
1. Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid een plan met het proces en de planning van de participatie op en maakt dit openbaar vóórafgaand aan de uitvoering van het participatieproces.
-
2. Het plan bevat in elk geval:
- a.
een omschrijving van het beleid of het project dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;
- b.
informatie over het doel, het proces en de planning van de inwonersparticipatie;
- c.
informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid of het project.
- a.
-
3. Als het college de besluitvorming voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
Artikel 7. Inspraak
Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.
Artikel 8. Afronding inwonersparticipatie
-
1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan hiervan een eindverslag op en maakt dit openbaar.
-
2. Het eindverslag bevat in elk geval:
- a.
een beschrijving van het proces dat is gevolgd;
- b.
de uitkomsten van het proces en de belangen die naar voren zijn gebracht;
- c.
een onderbouwde reactie op die uitkomsten en belangen waarbij is aangegeven of en hoe het beleid of plan naar aanleiding daarvan is aangepast.
- a.
-
3. Als het college op grond van artikel 6, derde lid het plan voor de inwonersparticipatie heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
Hoofdstuk 4. Uitdaagrecht
Artikel 9. Verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Inwoners en maatschappelijke organisaties kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.
-
2. Er vindt geen toepassing plaats van het uitdaagrecht als:
- a.
dit bij of krachtens wet- of regelgeving is uitgesloten;
- b.
sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- c.
het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat;
- d.
het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat;
- e.
de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.
- a.
-
3. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt.
-
4. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:
- a.
wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is;
- b.
welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;
- c.
hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen.
- a.
-
5. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
Artikel 10. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Indien het college niet bevoegd is ten aanzien van de betreffende taak, draagt het college het ingediende verzoek over aan het daartoe bevoegde bestuursorgaan en stelt het de indiener hiervan op de hoogte.
-
2. Het bestuursorgaan wijst een verzoek af als het een uitgesloten taak is zoals benoemd onder artikel 9 lid 2.
-
3. Bij de beoordeling van een verzoek betrekt het bestuursorgaan in ieder geval:
- a.
bestaande contractuele verplichtingen van de gemeente;
- b.
toepasselijke wet- en regelgeving;
- c.
de financiële en organisatorische haalbaarheid van het voorstel.
- a.
-
4. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als:
- a.
het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;
- b.
het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;
- c.
het verzoek niet voldoet aan de in artikel 9, vierde lid gestelde eisen.
- a.
-
5. Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek.
-
6. Het bestuursorgaan kan deze termijn met acht weken verlengen.
-
7. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen acht weken openbaar.
Artikel 11. Uitvoering taak
-
1. Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:
- a.
het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak;
- b.
het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak;
- c.
het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak;
- d.
de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak.
- a.
-
2. Bovenstaande afspraken worden schriftelijk vastgelegd en door beide partijen ondertekend.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 12. Evaluatie
De uitvoering van deze verordening wordt twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. Het college zendt hiertoe aan de raad een verslag.
Artikel 13. Nadere regels college
Het college kan over participatie en het uitdaagrecht nadere regels vaststellen.
Artikel 14. Hardheidsclausule
Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.
Artikel 15. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
-
1. De Inspraakverordening Lelystad 2008 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening in werking treedt.
-
2. De Inspraakverordening Lelystad 2008 blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een participatieprocedure op grond van die verordening is gestart.
Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 december 2026.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inwonersparticipatie en uitdaagrecht Lelystad, 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Lelystad op 27 januari 2026.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl