Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR)

Geldend van 07-04-2022 t/m heden

Intitulé

Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR)

Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling BSR;

gelet op het bepaalde in de Waterschapswet, de Gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeenschappelijke regeling BSR

besluit vast te stellen het Reglement van Orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van BSR.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • 1.

    wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • 2.

    voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur of diens plaatsvervanger;

  • 3.

    secretaris: de secretaris- directeur of diens plaatsvervanger;

  • 4.

    directeur: de directeur van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland;

  • 5.

    gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Rivierenland 2019;

  • 6.

    lid of leden: lid of leden van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland;

  • 7.

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland;

  • 8.

    vergadering: formele bijeenkomst van het algemeen bestuur waarin wordt beraadslaagd en besluiten worden genomen;

  • 9.

    amendement: voorstel tot wijziging van voorgesteld besluit;

  • 10.

    subamendement; voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement;

  • 11

    motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

  • 12

    voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;

  • 13

    initiatiefvoorstel; een voorstel voor een ander voorstel;

  • 14

    interpellatie: een vraag om inlichtingen of verantwoording in een vergadering van het algemeen bestuur over enig punt.

Artikel 2 De voorzitter

  • 1.

    De voorzitter is belast met:

    • 1.

      het leiden van de vergadering;

    • 2.

      het handhaven van de orde;

    • 3.

      het geven van voldoende gelegenheid aan de leden tot het uiten van hun opvattingen over de onderwerpen de in behandeling zijn;

    • 4.

      het stellen van de conclusies waarover worden gestemd;

    • 5.

      het doen plaatsvinden van de nodige stemmingen en het bekendmaken van de uitslag van de stemmingen;

het doen naleven hetgeen de wet, de regeling of dit reglement verder opdraagt.

  • 2.

    De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde op een of andere wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

  • 3.

    De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

  • 4.

    De voorzitter kan het bestuur voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter het lid verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 3 De secretaris

  • 1.

    De directeur van BSR is de secretaris van het algemeen bestuur

  • 2.

    De secretaris is in elke vergadering van het bestuur aanwezig.

  • 3.

    Bij verhindering of afwezigheid wordt de secretaris vervangen door de plaatsvervanger.

  • 4.

    De secretaris kan, daartoe uitgenodigd door de voorzitter, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

Artikel 4 Leden en vervanging

  • 1.

    De Gemeenschappelijke Regeling BSR regelt de aanwijzing en de beëindiging van de leden en hun plaatsvervangers.

  • 2.

    Indien zowel het lid als het plaatsvervangend lid zijn verhinderd voor een vergadering van het algemeen bestuur, dan kan het lid een ander lid machtigen voor incidentele vervanging ten behoeve van de besluitvorming omtrent de geagendeerde onderwerpen.

  • 3.

    De voorzitter wordt zo spoedig mogelijk, ten minste één werkdag voor aanvang van de betreffende vergadering van het algemeen bestuur, door het lid op de hoogte gesteld van de machtiging. Het lid machtigt de incidentele vervanging via een machtigingsformulier, zoals opgenomen in de bijlage van dit reglement.

Artikel 5 Vergaderingen

  • 1.

    Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en daarnaast zo vaak de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel tenminste twee-vijfde van de leden dit, met kennisgeving van de redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoekt.

  • 2.

    De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn in beginsel openbaar.

  • 3.

    De deuren worden gesloten wanneer één-vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 4.

    Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.

  • 5.

    Met betrekking tot het opleggen van geheimhouding is artikel 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van overeenkomstige toepassing.

  • 6.

    De vergaderingen worden als regel in het kantoor van BSR gehouden. De voorzitter is bevoegd om, bij wijze van uitzondering, een andere vergaderlocatie te bepalen.

Artikel 6 Oproeping en agenda

  • 1.

    De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op, minimaal tien werkdagen voor de dag van vergadering. Een oproep per e-mail geldt als een schriftelijke oproep.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor vergaderingen die spoedshalve worden belegd.

  • 3.

    Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de stukken waarvoor geheimhouding geldt als bedoeld in artikel 25 van de Gemeentewet, worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd.

Artikel 7 Vastlegging

  • 1.

    De secretaris draagt zorg voor het verslag van de vergadering.

  • 2.

    Het verslag bevat ten minste:

  • 1.

    de namen van de aanwezige en de afwezige leden;

  • 2.

    de namen van andere personen die hebben deelgenomen aan de beraadslagingen;

  • 3.

    een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

  • 4.

    een formulering van de door het algemeen bestuur genomen besluit;

  • 5.

    een vermelding van de uitkomst van de stemmingen; en

  • 6.

    een zakelijke samenvatting van hetgeen besproken is;

  • 1.

    De stemverhoudingen worden alleen vermeld als een lid van het algemeen bestuur daar om vraagt.

  • 2.

    Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.

  • 3.

    Het vastgestelde verslag is openbaar tenzij en voor zover door het algemeen bestuur, met inachtneming van de Wet open overheid, anders wordt beslist.

Artikel 8 Amendementen

  • 1.

    Ieder lid van het algemeen bestuur kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.

  • 2.

    Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).

  • 3.

    Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter – met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde – oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

  • 4.

    De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp, vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld, tenzij de voorzitter anders besluit.

  • 5.

    Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden.

Artikel 9 Moties

  • 1.

    Ieder in de vergadering aanwezig lid, kan schriftelijk een motie indienen bij de voorzitter. Deze moet door tenminste twee andere leden worden ondersteund om in behandeling te kunnen worden genomen.

  • 2.

    De behandeling van een motie over een onderwerp c.q. voorstel dat op de agenda voorkomt, vindt plaats tegelijkertijd met de beraadslaging over dat onderwerp c.q. voorstel.

  • 3.

    De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp, vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld, tenzij de voorzitter anders besluit.

  • 4.

    Intrekking van de motie is mogelijk tot de besluitvorming door het algemeen bestuur heeft plaatsgevonden.

Artikel 10 Voorstellen van orde

  • 1.

    De voorzitter, de secretaris en de leden van het algemeen bestuur kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen.

  • 2.

    Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslist het algemeen bestuur onmiddellijk.

Artikel 11 Initiatiefvoorstellen

  • 1.

    Ieder lid van het algemeen bestuur kan een initiatiefvoorstel indienen.

  • 2.

    Een initiatiefvoorstel moet, om in behandeling te kunnen worden genomen, schriftelijk worden ingediend bij de voorzitter.

  • 3.

    De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda voor de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds is verzonden.

Artikel 12 Interpellaties

  • 1.

    Ieder lid van het algemeen bestuur kan een verzoek tot het houden van een interpellatie indienen.

  • 2.

    Dit verzoek wordt ten minste twee werkdagen voor de aanvang van de vergadering schriftelijk ingediend bij de voorzitter. Een verzoek per e-mail geldt als een schriftelijk verzoek.

  • 3.

    De voorzitter oordeelt of van de indieningstermijn, zoals bepaald in lid één van dit artikel, kan worden afgeweken indien sprake is van spoedeisend belang.

  • 4.

    Het verzoek bestaat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd en de te stellen vragen daarover.

  • 5.

    De voorzitter informeert de overige leden zo spoedig mogelijk, na ontvangt van het verzoek, over de inhoud ervan.

  • 6.

    De voorzitter beslist over het moment van behandeling van het verzoek in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur.

Artikel 13 Schriftelijke vragen

  • 1.

    Ieder lid kan aan de voorzitter of het aan dagelijks bestuur schriftelijke vragen stellen.

  • 2.

    De schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.

  • 3.

    De vragen worden bij de voorzitter van het algemeen bestuur ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden gebracht.

  • 4.

    Schriftelijke beantwoording van de vragen vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn gesteld. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. Indien de beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt de voorzitter de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis. Hierbij wordt aangegeven binnen welk termijn de beantwoording plaatsvindt.

  • 5.

    De antwoorden worden door de voorzitter aan de leden van het algemeen bestuur meegedeeld.

Artikel 14 Quorum

  • 1.

    De vergadering van het bestuur wordt pas geopend als meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 2.

    Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.

  • 3.

    Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. Het bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

Artikel 15 Onschendbaarheid

De leden van het bestuur en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering van het bestuur hebben gezegd of aan het bestuur schriftelijk hebben overgelegd.

Artikel 16 Stemmingen

  • 1.

    Een lid van het bestuur neemt niet deel aan de stemming over:

    • 1.

      een aangelegenheid die het lid rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij het lid als vertegenwoordiger is betrokken;

    • 2.

      de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan het lid rekenplichtig is of tot welks bestuur het lid behoort.

  • 2.

    Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van één stembriefje of - in geval van meervoudig stemrecht als bedoeld in artikel 6 van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland - twee stembriefjes.

  • 3.

    Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer het lid behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

Artikel 17 Geldigheid stemming

  • 1.

    Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing:

    • 1.

      ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was;

    • 2.

      in een vergadering als bedoeld in artikel 6 tweede lid, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 6, eerste lid, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.

Artikel 18 Beslissing bij stemming

  • 1.

    Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem of - ingeval van meervoudig stemrecht - twee stemmen hebben uitgebracht.

  • 2.

    Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van één behoorlijk ingevuld stembriefje, dan wel twee briefjes in geval van meervoudig stemrecht.

Artikel 19 Stemming over personen

  • 1.

    De stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen is geheim.

  • 2.

    Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden.

  • 3.

    Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot.

Artikel 20 Overige stemmingen

  • 1.

    De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping, indien de voorzitter of een van de leden dat verlangt. In dat geval geschieden zij mondeling.

  • 2.

    Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen.

  • 3.

    Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het aangenomen.

  • 4.

    Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend.

  • 5.

    Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het vierde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.

  • 6.

    Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin alle leden waaruit het bestuur bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.

Artikel 21 Toehoorders en pers

  • 1.

    De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2.

    Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

Artikel 22 Spreekrecht toehoorders

  • 1.

    Toehoorders hebben bij een openbare vergadering van het algemeen bestuur het recht om vooraf aan de vergadering over geagendeerde onderwerpen te spreken.

  • 2.

    Als een toehoorder over een geagendeerd onderwerp wenst te spreken, meldt de toehoorder dat aan het begin van de vergadering aan de voorzitter. De voorzitter beslist hierover.

  • 3.

    Per toehoorder geldt een maximale spreektijd van 5 minuten per geagendeerd onderwerp.

Artikel 23 Slotbepalingen

  • 1.

    Bij twijfel over de uitleg van dit reglement en in de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter in overleg met het algemeen bestuur.

  • 2.

    Het reglement van orde van het algemeen bestuur 2017 wordt ingetrokken.

  • 3.

    Dit reglement treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking.

  • 4.

    Dit reglement wordt aangehaald als: “Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur 2022”.

Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur, in de vergadering van 7 april 2022,

ir. J.H.L.M. de Vreede G.M. Scholtus,

Voorzitter Directeur