REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN HET COLLEGE 2026

Geldend van 10-02-2026 t/m heden

Intitulé

REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN HET COLLEGE 2026

Intitulé

Het college van de gemeente Kerkrade;

Gelet op artikel 52 van de Gemeentewet;

Besluit

vast te stellen het:

REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN HET COLLEGE 2026

Artikel 1 Verdeling werkzaamheden en onderlinge vervanging

  • 1. Het college regelt de verdeling van zijn werkzaamheden.

  • 2. Het college regelt de onderlinge vervanging in geval van verhindering of ontstentenis van één der wethouders.

  • 3. Het college regelt de vervanging van de burgemeester in geval van diens verhindering of ontstentenis.

  • 4. Een lid van het college dat verhinderd is zijn activiteiten uit te oefenen, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de secretaris.

Artikel 2 Coördinerend portefeuillehouder

  • 1. Indien sprake is van een onderwerp, dat meerdere portefeuilles direct raakt, kan er een coördinerend portefeuillehouder worden aangewezen door het college.

  • 2. De inhoudelijke verantwoordelijkheid van de individuele portefeuillehouders blijft bij toepassing van het eerste lid onverminderd van kracht.

Artikel 3 Dag en plaats van de vergaderingen

  • 1.

    Het college vergadert in de regel eenmaal per week op een in onderling overleg vast te stellen dag en tijdstip en voorts zo dikwijls de voorzitter of een wethouder het nodig acht.

  • 2.

    Een extra vergadering van het college vindt plaats als de voorzitter dit nodig acht of als een van de andere leden van het college daarom verzoekt en aangeeft wat het bespreekpunt is.

  • 3.

    De voorzitter roept de extra vergadering zo spoedig mogelijk bijeen en geeft daarbij aan wat tijdens de extra vergadering het bespreekpunt is.

  • 4.

    Indien een besluit zodanig spoedeisend is dat er niet kan worden gewacht op een vergadering, dan geldt het bepaalde in artikel 10.

  • 5.

    De vergaderingen worden als regel in het raadhuis gehouden.

Artikel 4 Verhindering

  • 1. Bij verhindering of ontstentenis van:

    • a.

      de voorzitter, informeert de voorzitter diens waarnemer en de gemeentesecretaris daar zo spoedig mogelijk over;

    • b.

      een ander lid van het college, informeert het lid de gemeentesecretaris daar zo spoedig mogelijk over;

    • c.

      de gemeentesecretaris, informeert de gemeentesecretaris de door hem aangewezen vervanger en de voorzitter daar zo spoedig mogelijk over.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid, onder b, informeert een ander lid van het college ook de voorzitter zo spoedig mogelijk over zijn ontstentenis.

  • 3. Digitale deelname aan de vergadering is mogelijk in uitzonderlijke gevallen. De verhinderde doet onder opgaaf van redenen tijdig een verzoek tot digitale deelname bij de secretaris.

  • 4. Indien minder dan de helft van de collegeleden aanwezig is, kan de vergadering niet doorgaan. De voorzitter belegt dan opnieuw een vergadering met verwijzing naar artikel 56 Gemeentewet.

Artikel 5 Voortraject

  • 1. Een voorstel dat een expliciet collegebesluit vereist, dient, voordat deze op de agenda wordt geplaatst, te zijn afgestemd met de (coördinerend) portefeuillehouder.

  • 2. Een voorstel wordt op de agenda geplaatst nadat door of namens de secretaris is getoetst of het voorstel gelet op de kwaliteit, volledigheid en besluitwaardigheid gereed is voor behandeling in de collegevergadering.

Artikel 6 Agenda

  • 1. Voor elke vergadering wordt, als regel twee dagen van tevoren, door de secretaris aan de leden van het college een agenda met bespreekstukken toegezonden. De volledige verzameling vergaderstukken ligt voor de leden digitaal ter inzage.

  • 2. Onderwerpen ten aanzien waarvan tijdige agendering als bedoeld in het eerste lid niet mogelijk is, maar waarvan wegens spoedeisendheid geen uitstel mogelijk is, kunnen onder opgave van reden(en) van urgentie uiterlijk acht uur voor de vergadering worden aangemeld bij de secretaris.

  • 3. De secretaris draagt zorg voor een agenda die openbaar gemaakt kan worden, met daarin een omschrijving van de te bespreken stukken. Deze wordt uiterlijk bij aanvang van de vergadering openbaar gemaakt. Indien nodig wordt daarbij verwezen naar een toegepaste uitzonderingsgrond uit artikelen 5.1 en 5.2 Wet open overheid.

  • 4. Als de agenda gedurende de vergadering wordt gewijzigd, dan wordt daarvan mededeling gedaan in de besluitenlijst.

Artikel 7 Ambtelijke ondersteuning

  • 1. De secretaris draagt zorg voor al hetgeen binnen de hem opgedragen taak nodig is in het belang van een vlot verloop van de vergadering van het college. De secretaris kan zich laten bijstaan door een ambtenaar.

  • 2. De secretaris is aanwezig in de vergaderingen en heeft daarin een adviserende stem.

Artikel 8 Deelneming derden aan de vergadering

  • 1. Het college kan besluiten een ambtenaar of derden voor een vergadering uit te nodigen om (nadere) toelichting te verschaffen op een agendapunt.

  • 2. De secretaris draagt zorg voor de uitnodiging.

Artikel 9 Stemmingen

  • 1. Een voorstel wordt zonder stemming aangenomen, tenzij een van de leden van het college bij het nemen van een besluit om een stemming vraagt.

  • 2. Als een lid van het college bij het nemen van een besluit om stemming vraagt, wordt mondeling gestemd, tenzij het derde lid van toepassing is.

  • 3. Als een lid van het college dat vraagt, wordt bij het nemen van een besluit over een benoeming, voordracht of aanbeveling van één of meer personen, gestemd bij gesloten en ongetekende stembriefjes.

  • 4. Als een stemming over een benoeming, voordracht of aanbeveling beperkt is tot één persoon en de stemmen staken, dan vindt in dezelfde vergadering een herstemming plaats. Staken de stemmen over dezelfde benoeming, voordracht of aanbeveling dan weer, dan beslist het lot.

  • 5. Als de stemming gaat over meer dan één persoon en niemand bij een eerste stemming de volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt een tweede stemming plaats tussen de twee personen met de meeste stemmen. Als de stemmen zijn verdeeld over meer dan twee personen, vindt een tussenstemming plaats om te bepalen tussen welke twee personen de tweede stemming plaats zal vinden. Als de stemmen bij de tweede stemming of tussenstemming staken, beslist het lot.

  • 6. Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd. Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter.

  • 7. De voorzitter bewaakt het toepassen van onthouding van de stemming en beraadslaging zoals bedoeld in artikel 28 Gemeentewet, in aanvulling op de inspanning van de leden zelf.

Artikel 10 Parafenbesluit (besluitvorming buiten vergadering)

  • 1. Op voordracht van een lid van het college, kan het college in spoedgevallen buiten vergadering besluiten nemen. Hiervoor is vooraf instemming van de secretaris en de burgemeester nodig.

  • 2. De secretaris zorgt ervoor dat elk lid van het college het voorstel digitaal beschikbaar gesteld krijgt. Daarbij geeft hij een termijn aan voor de instemming.

  • 3. Een besluit komt tot stand als elk lid van het college kennis heeft kunnen nemen van het voorstel, geen van de leden aangeeft dat bespreking in een vergadering gewenst is en de meerderheid van het college met het voorstel instemt. Stemming kan digitaal plaatsvinden.

  • 4. De secretaris dateert het besluit nadat de stemmen zijn uitgebracht. Het besluit wordt op dat tijdstip geacht te zijn genomen.

  • 5. Het parafenbesluit wordt in de eerstvolgende vergadering ter kennisname geagendeerd, waarna het besluit in de besluitenlijst wordt opgenomen. Daarbij wordt de datum zoals bedoeld in lid 4 vermeld.

Artikel 11 Besluitenlijst

  • 1. De gemeentesecretaris stelt een besluitenlijst van de vergaderingen van het college op, waarin de conclusies van het college zijn opgenomen.

  • 2. Indien de aard van de besluiten dit verlangt, worden de besluiten opgedeeld in verschillende soorten besluitenlijsten. Het college hanteert drie soorten besluitenlijsten:

    • a.

      de besluitenlijst met directe openbaarheid;

    • b.

      de besluitenlijst met uitgestelde openbaarheid;

    • c.

      de niet-openbare/geheime besluitenlijst

  • 3. De besluitenlijst bevat de volgende formuleringen:

  • a. Conform het voorstel wordt besloten;

  • b. Conform het voorstel wordt besloten, met dien verstande dat er een tekstuele aanpassing plaatsvindt in overleg met de secretaris;

  • c. Aanhouden;

  • d. Verworpen;

  • e. Intrekken.

  • 4. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de openbare besluitenlijst zo spoedig mogelijk, uiterlijk twee weken na de vergadering voor een ieder openbaar gemaakt en via de griffie toegezonden aan de leden van de raad. Geheime besluitenlijsten worden conform het geheimhoudingsprotocol analoog ter inzage gelegd bij de griffier.

Artikel 12 Geheimhouding

  • 1. Het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen op informatie die bij hen berust, wanneer een uitzonderingsgrond uit artikel 5.1 leden 1 en 2 Wet open overheid van toepassing is.

  • 2. Bij het opleggen van geheimhouding vindt een belangenafweging plaats indien dat nodig is. De motivatie daarvoor is niet summier.

  • 3. Het verstrekken van geheime informatie aan derden geschiedt na verstrekking aan de raad. De reden voor verstrekking aan derden wordt ter kennisgeving medegedeeld aan de raad.

  • 4. Vertrouwelijkheid wordt niet gebruikt wanneer de met meer waarborg omklede procedure van geheimhouding op grond van artikel 87 Gemeentewet mogelijk is.

Artikel 13 Recesperiode

  • 1. Het college stelt een aan- en afwezigheidsoverzicht op voor tijdens de recesperiode.

  • 2. Als tijdens het door het college vastgestelde reces een collegebesluit vanwege spoedeisendheid niet uitgesteld kan worden, geldt besluitvorming volgens artikel 10.

  • 3. Indien noodzakelijk worden stukken die namens het college uitgaan ondertekend volgens artikel 14 lid 3 van dit reglement.

Artikel 14 Nadere regels

  • 1. Het college kan gemotiveerd afwijken van dit reglement, voor zover wettelijke voorschriften dat niet verhinderen.

  • 2. Het besluit om af te wijken van dit reglement wordt opgenomen in de besluitenlijst zoals bedoeld in artikel 11.

  • 3. Het college kan toestemming verlenen aan de burgemeester om de ondertekening van stukken over te dragen aan aanwezige leden van het college of ambtenaren.

  • 4. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist het college op voorstel van de voorzitter.

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1. Dit reglement treedt in op de dag na bekendmaking, met uitzondering van artikel 6 lid 3. De verplichting uit dat artikel treedt in werking wanneer de verplichtingen uit art. 3.3 Wet open overheid in werking treden op een bij Koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

  • 2. Gelijktijdig met de inwerkingtreding wordt ‘Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het college’, zoals vastgesteld op 28 juli 2004, ingetrokken.

Ondertekening

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van 3 februari 2026.

De burgemeester, De gemeentesecretaris,

dr. T.P. Dassen-Housen R.M.J.S. Stijns

Artikelsgewijze toelichting op het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van het college

Artikel 1 Verdeling werkzaamheden en onderlinge vervanging

Tijdens het zogenaamde constituerend beraad, de eerste vergadering van het college direct na de raadsvergadering waarin de wethouders zijn benoemd, bepaalt het college welke portefeuilles elk lid van het college heeft en waar elk lid van het college dus voor verantwoordelijk is. Deze verdeling van de portefeuilles kan het college daarna vanzelfsprekend wijzigen als dat nodig is. Daarbij wordt er wel op gewezen dat het college op grond van de wet als geheel de verantwoordelijkheid voor het door het college gevoerde bestuur draagt. Afspraken over de portefeuilleverdeling en eventuele mandaten die aan de individuele leden van het college zijn verleend doen aan die gezamenlijke verantwoordelijkheid niet af. Verder is van belang dat, naast de verdeling van de werkzaamheden, dit artikel er ook in voorziet dat het college afspraken maakt over de onderlinge vervanging. Ook als het op de waarneming van de burgemeester op grond van artikel 77 van de Gemeentewet aankomt.

Artikel 2 Coördinerend portefeuillehouder

Dit artikel biedt het college de mogelijkheid één portefeuillehouder aan te wijzen voor een onderwerp dat meerdere portefeuilles raakt. De coördinerend portefeuillehouder zorgt voor afstemming en neemt het voortouw bij de integrale voorbereiding van besluiten. De aanwijzing van een coördinerend portefeuillehouder leidt niet tot verschuiving van primaire verantwoordelijkheden van de betrokken portefeuillehouders. Daarbij blijft het college als geheel verantwoordelijk voor het gevoerde bestuur (art. 169 lid 1 Gemw).

Artikel 3 Dag en plaats van de vergaderingen

Lid 1 is een uitwerking van het bepaalde in artikel 53 Gemw. Dat artikel schrijft voor dat de burgemeester als voorzitter van het college met inachtneming van hetgeen het college heeft bepaald, de dag, de plaats en het tijdstip van de vergadering vaststelt.

Leden 2 en 3 zien toe op een extra vergadering. Geregeld is wel dat bij het verzoek om een extra vergadering aangegeven moet worden wat het bespreekpunt is. Dit zodat de voorzitter de andere leden van het college daarover kan informeren als de voorzitter de leden bij elkaar roept.

Lid 4 verwijst naar de mogelijkheid tot besluitvorming buiten de vergadering om. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 10.

Artikel 4 Verhindering

Leden 1 en 2 zijn taken die voortvloeien uit het zorg dragen van een goede voorbereiding van de vergadering van het college zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de instructie van de secretaris en artikel 7 van dit reglement. Van ontstentenis is sprake als iemand voor langere tijd niet in staat zijn is om werkzaamheden uit te voeren.

Bij verhindering van de burgemeester/voorzitter zoals bedoeld onder a, wijst het college een vervanger aan zoals bedoeld in artikel 77 Gemeentewet.

Bij verhindering van de secretaris, zoals bedoeld onder c, wordt hij vervangen door een door hem aan te wijzen persoon. Dat blijkt uit artikel 9 lid 3 instructie voor de secretaris gemeente Kerkrade.

Lid 3 geeft aan dat een persoon in geval van verhindering, digitaal kan deelnemen aan de collegevergadering. Er is voor gekozen om verhindering als voorwaarde te doen, omdat er waarde wordt gehecht aan fysieke aanwezigheid. De Afdeling advisering van de Raad van State stelt daarbij dat fysiek en digitaal vergaderen (juridisch) niet gelijkwaardig zijn aan elkaar. *1 Dat advies ging echter over volksvertegenwoordigende organen. Gezien het feit dat het college B&W een bestuursorgaan is, kan worden geconcludeerd dat digitale deelname mogelijk is als het reglement dat toestaat.

(Lid 4) Het college kan op grond van artikel 56, eerste lid, van de Gemeentewet alleen vergaderen en besluiten nemen als ten minste de helft van het aantal leden van het college bij de vergadering aanwezig is. Als dit niet het geval is, maar er wel een noodzaak is om bepaalde onderwerpen te bespreken of bepaalde besluiten te nemen, dan kan de burgemeester op grond van artikel 56, tweede lid, van de Gemeentewet een nieuwe vergadering beleggen. Tijdens die vergadering kan het college ook met minder dan de helft van het aantal leden vergaderen en besluiten nemen. Van belang is dat er geen misbruik wordt gemaakt van deze procedure.

Verder staat er in dit artikel hoe de procedure voor het beleggen van de nieuwe vergadering eruit ziet. Uit artikel 56, derde lid, van de Gemeentewet volgt nog dat het college tijdens de nieuwe vergadering alleen kan vergaderen en besluiten over onderwerpen die al voor de oorspronkelijke vergadering geagendeerd waren. Voor andere onderwerpen geldt dat alsnog is vereist dat minimaal de helft van het aantal leden van het college aanwezig is.

*1 Raad van State, Afdeling advisering, adviesnummer W04.22.00218/I

Artikel 5 Voortraject

(Lid 1) Het voortraject biedt de mogelijkheid voor concretisering en kwaliteitsverbetering van voorstellen. Indien er sprak is van een coördinerend portefeuillehouder, wordt dat met hem besproken. De coördinerend portefeuillehouder bespreekt dit dan met de andere inhoudelijk verantwoordelijke portefeuillehouder.

De secretaris is meegenomen in lid 2, omdat hij belast is met de openbaarmaking van de agenda en besluitenlijst.

Artikel 6 Agenda

In dit artikel is de procedure rond het versturen van de agenda voor het aanleveren van voorstellen en andere stukken opgenomen.

Lid 3 waarborgt de naleving van art. 3.3 lid 2 sub d Woo. Dat artikel regelt een verplichting tot openbaarmaking van een omschrijving van de te bespreken onderwerpen en de genomen beslissingen. Het gaat niet om een verplichting tot openbaarmaking van de geagendeerde of vastgestelde stukken.*2 Art. 3.3 lid 5 sub d stelt dat de openbaarmaking uiterlijk bij aanvang van de vergadering plaatsvindt. Probeer een omschrijving te formuleren die het gemeentelijk belang niet schaadt vóór een beroep op uitzonderingsgronden uit artikelen 5.1 en 5.2 Woo.

(lid 4) De Woo schrijft voor dat de agenda uiterlijk bij aanvang van de vergadering openbaar moet worden gemaakt. In de praktijk komt het echter voor dat gedurende de vergadering nog agendapunten worden toegevoegd of verwijderd. Omdat de gepubliceerde agenda dan niet meer klopt, moet daarvan mededeling worden gedaan in de besluitenlijst. *3

*2 Geconsolideerde artikelsgewijze toelichting Woo 2021, p. 18.

*3 Wet open overheid (Woo): juridische vragen en antwoorden | VNG, (actief) openbaarmaken .

Artikel 7 Ambtelijke ondersteuning

(Lid 1) De secretaris is in zijn instructie op grond van een adviserende rol toegekend. Doordat hij de mogelijkheid heeft om zich bij te laten staan door een ambtenaar, kan hij beter invulling geven aan die adviserende rol. Artikel 57 van de Gemeentewet geeft indirect aan dat het mogelijk is dat naast de leden van het college en de gemeentesecretaris ook anderen aanwezig zijn.

Lid 2 komt voort uit artikel 104 Gemeentewet. Daarin staat vermeld dat de gemeentesecretaris aanwezig is in de collegevergaderingen. Dat geldt ook voor de vervanger (artikel 106 lid 2 Gemeentewet).

Artikel 8 Deelname derden aan de vergadering

Artikel 57 van de Gemeentewet geeft indirect aan dat het mogelijk is dat naast de leden van het college en de gemeentesecretaris ook anderen aanwezig zijn. In het reglement is dit expliciet gemaakt.

Artikel 9 Stemming

In de praktijk wordt er in de vergaderingen van het college slechts zelden gestemd. Om die reden is hoofdregel in dit artikel dat geen stemming plaatsvindt, tenzij een lid van het college daarom vraagt. Als een lid van het college om een stemming vraagt, dan is in het tweede lid geregeld dat de stemming in beginsel mondeling is. Dit is ook bij een stemming over benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen aan de orde, tenzij een lid van het college bij een dergelijke stemming op grond van het derde lid om een stemming via gesloten en ongetekende stembriefjes vraagt. In het vierde en vijfde lid is geregeld hoe het college handelt als de stemmen bij een mondelinge stemming of een stemming via gesloten en ongetekende stembriefjes staken. Bij een mondelinge stemming vindt in de eerstvolgende vergadering een nieuwe stemming plaats. Bij een stemming via gesloten en ongetekende stembriefjes gebeurt dit in dezelfde vergadering.

Lid 7 besteedt aandacht aan het bepaalde in art. 28 Gemw. Dat artikel is volgens art. 58 Gemw van toepassing op collegevergaderingen. Daarin staat bepaald dat een lid niet deelneemt aan beraadslaging en stemming over kwesties die het betreffende lid persoonlijk aangaan. Wanneer een lid om die reden niet meestemt, is dat van belang voor het bepalen van de volstrekte meerderheid. Aangezien de burgemeester op grond van art. 170 lid 2 Gemw de bestuurlijke integriteit moet bevorderen, is de burgemeester een bewakende rol toegekend. De keuze van onthouding aan de beraadslaging is echter aan het betreffende lid zelf. Het niet toepassen van de regel leidt tot een vernietigbaar besluit.*4

*4 MvT, Kamerstukken II 2019/20, 35546, nr. 3, p. 19

Artikel 10 Parafenbesluit (besluitvorming buiten vergadering)

Het parafenbesluit biedt de mogelijkheid om in spoedgevallen, buiten de vergadering om, besluitvorming te bewerkstelligen. Omdat de Gemeentewet uitgaat van besluitvorming tijdens de vergaderingen, is dit alleen in spoedeisende gevallen aan de orde. Dus alleen bij uitzondering en als het gaat om een besluit waarvoor geldt dat de besluitvorming in een vergadering niet kan worden afgewacht. Het parafenbesluit wordt door de rechter aanvaard vanwege het belang van doelmatig bestuur.*5 Er dient te worden voldaan aan de volgende eisen:

• Er dient sprake te zijn van een regeling in het reglement van orde of van een bekendgemaakte vaste praktijk;

• Elk lid van het college moet de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan de besluitvorming en een vergadering te verzoeken;

• Duidelijk dient te zijn wanneer het besluit is genomen.

Het toevoegen van deze bepaling aan het reglement biedt de juridische grondslag en de mogelijkheid tot het nemen van een parafenbesluit.

*5 Gemeenterecht (HSB) 2021/ par. 5.4. en ABRvS 16 juli 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AH9850

Artikel 11 Besluitenlijst

Op grond van artikel 60 Gemeentewet dient het college de besluitenlijst van zijn vergaderingen openbaar te maken. art. 3.3 lid 2 sub d Woo vult daarop aan dat het gaat om een verplichting tot openbaarmaking van een omschrijving van de genomen beslissingen. Hierin is de formulering van art. 13 RvO ministerraad gevolgd. Ga bij het opstellen van openbare besluitenlijst verstandig om met het formuleren van vertrouwelijkheden. Bijvoorbeeld:

“Benoeming functie X” in plaats van “keuze tussen kandidaat 1 of kandidaat 2.”*6 Probeer zaken zodanig te formuleren dat gemeentelijke belangen niet worden geschaad, voordat er een beroep wordt gedaan op een uitzonderingsgrond uit artikelen 5.1 en 5.2 Woo.

Lid 2 ziet toe op verschillende soorten besluitenlijsten. Artikel 60 lid 3, tweede volzin bepaalt dat de verplichting tot openbaarmaking van de besluitenlijst vervalt indien een verplichting tot geheimhouding geldt of wanneer openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang. Dan vervalt ook de verplichting vanuit de Woo (artikel 8.8 Woo).

‘In strijd met het openbaar belang’ is een politiek-bestuurlijk oordeel.*7

Lid 3 bepaalt de formuleringen waarvan gebruik wordt gemaakt bij besluitvorming op stukken. Deze worden als volgt toegelicht:

‘Conform het voorstel wordt besloten’

Er hoeven geen inhoudelijke wijzigingen op het stuk te worden doorgevoerd.

‘Conform het voorstel wordt besloten, met dien verstande dat er een tekstuele

aanpassing plaatsvindt in overleg met de secretaris’

Het stuk wordt aangepast door de verantwoordelijk portefeuillehouder overeenkomstig gemaakte afspraken in de vergadering. Nadere bespreking in het college vindt niet plaats. De secretaris ziet toe op een correcte naleving van deze nadere afspraken.

‘Aanhouden’

Er dient nadere bespreking plaats te vinden, al dan niet op basis van gemaakte afspraken. De portefeuillehouder is verantwoordelijk voor het opnieuw agenderen van het stuk, al dan niet in aangepaste vorm.

‘Verworpen’

Het college besluit expliciet om niet akkoord te gaan met het voorstel en dit besluit te communiceren. Het voorstel wordt niet aangepast en komt niet terug in een volgende vergadering.

‘Intrekken’

Het stuk wordt niet besproken en komt te vervallen van de agenda.

*6 Geconsolideerde artikelsgewijze toelichting Woo 2021, p. 19.

*7 Rb. Arnhem 29-04-1998, ECLI:NL:RBARN:1998:AN5682

Artikel 12 Geheimhouding

Lid 2 ziet toe op de verplichte belangenafweging die plaats moet vinden bij het opleggen van geheimhouding als de grondslag voor de geheimhouding uit art. 5.1 lid 2 Woo komt. Indien geheime informatie wordt opgevraagd op grond van art. 4.1 Woo moet er dus motivatie zijn tegen de verstrekking en openbaarmaking. Volgens vaste jurisprudentie weegt het belang van openbaarheid daarbij zwaar.

Lid 3 is een verplichting die voortvloeit uit het geheimhoudingsprotocol van gemeente Kerkrade. In beginsel is alleen de raad bevoegd om geheime informatie aan derden te verstrekken (art. 88 lid 6). In beginsel hoort het college dus een voorstel aan de raad te doen om aan derden te kunnen verstrekken. Met het protocol is de bevoegdheid om aan derden te verstrekken aan de raad verleend, op voorwaarde dat de geheime informatie aan de raad is verstrekt en er verantwoording wordt afgelegd over de reden van verstrekking. Dat kan door middel van een geheime raadsinformatiebrief.

Lid 4 komt voort uit de rechtsregel ‘detournement de procedure’ (verbod op misbruik van procedures). Het college zal de procedure moeten kiezen die het meeste rechtsbescherming biedt. Geheimhouding op grond van art. 87 Gemw is strenger gewaarborgd dan vertrouwelijkheid zoals bedoeld in art. 2:5 Awb.

Artikel 13 Recesperiode

Gedurende de recesperiode wordt er in beginsel niet vergaderd. Het kan dus zijn dat collegeleden, in het geval dat er een collegebesluit genomen dient te worden, niet in staat zijn om (binnen een redelijke termijn) een collegevergadering kunnen bijwonen. De situatie kan zich dan voordoen dat het quorum niet kan worden behaald.

In eerste instantie is het de bedoeling dat de afwezige leden volgens artikel 3 lid 3 van dit reglement digitaal deelnemen. Slechts in bijzondere en spoedeisende omstandigheden kan er gebruik worden gemaakt van het parafenbesluit.

Artikel 14 Nadere regels

(Lid 3) Op grond van artikel 59a Gemeentewet, worden de stukken die namens het college uitgaan ondertekend door de burgemeester, en door de gemeentesecretaris medeondertekend. Het tweede lid van dat artikel stelt dat het college de burgemeester kan machtigen de ondertekening op te dragen aan een ander lid van het college, aan de secretaris of aan een of meer andere gemeenteambtenaren.

Met die machtiging kan de burgemeester het ondertekeningsmandaat verlenen als eenhoofdig bestuursorgaan. Wanneer de burgemeester ondertekeningsmandaat verleent, hoeft de gemeentesecretaris niet meer mede te ondertekenen.