Verordening uitvoering en handhaving Heemskerk 2026

Geldend van 11-02-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening uitvoering en handhaving Heemskerk 2026

Geregistreerd onder nummer: D/2025/749552

Wettelijke grondslag:

Artikel 18.20 lid 3 Ow, jo. 18.23, eerste lid onder a Ow jo. 149 Gemeentewet

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt onder betrokken wetten verstaan: Omgevingswet en Wet milieubeheer, voor zover paragraaf 18.3.3 van de Omgevingswet van overeenkomstige toepassing is verklaard.

Artikel 2 Reikwijdte

Deze verordening is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders.

Artikel 3 Betrokkenheid van de raad

De raad ziet toe op de hoofdlijnen van het door burgemeester en wethouders gevoerde beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten.

Artikel 4 Kwaliteitsdoelen

  • 1. Burgemeester en wethouders beoordelen de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van daarvoor door hen gestelde doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie.

  • 2. De doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de betrokken wetten hebben in ieder geval betrekking op:

    • a.

      de dienstverlening;

    • b.

      de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten;

    • c.

      de financiën;

Artikel 5 Kwaliteitsborging

  • 1. Op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders zijn de actuele kwaliteitscriteria van toepassing die in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkeld en beschikbaar gesteld zijn over de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast.

  • 2. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de raad.

  • 3. Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of konden worden nageleefd, doen burgemeester en wethouders daarvan gemotiveerd opgave.

Artikel 6 Intrekking

De Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeenten Heemskerk, Beverwijk en Velsen wordt ingetrokken per 1 februari 2026.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2026.

Artikel 8 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening uitvoering en handhaving Heemskerk 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente

Heemskerk in zijn openbare vergadering van 29 januari 2026

de raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter,

Toelichting

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

Artikel 1. Definities

In dit artikel zijn geen begrippen opgenomen die al zijn gedefinieerd in de Ow.

Als betrokken wetten worden aangemerkt de Ow zelf, en de Wm, voor zover bij of krachtens die wetten is bepaald dat paragraaf 18.3.3 van de Ow van overeenkomstige toepassing is. Dat de Wm van toepassing is, is bepaald in artikel 18.1a van de Wm. Op de uitvoering of handhaving van een geheel andere wet, zoals bijvoorbeeld de Alcoholwet, is deze verordening niet van toepassing (wat onverlet laat dat over overlappende onderwerpen elders wordt gerapporteerd, zie het algemeen deel van de toelichting).

Het begrip omgevingsdienst is niet apart gedefinieerd omdat hiervoor is aangesloten bij de omgevingsdiensten waarvan melding wordt gemaakt in artikel 18.21 van de Ow.

Artikel 2. Reikwijdte

De reikwijdte van de verordening heeft een inhoudelijke afbakening en een afbakening naar bevoegd gezag.

Inhoudelijk

Het moet gaan om de uitvoering of handhaving van de betrokken wetten. Met “uitvoering en handhaving” wordt bedoeld wat in artikel 18.20 van de Omgevingswet (Ow) staat: vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het gaat dus om alle taken die volgen uit de Ow en de Wet milieubeheer (Wm), voor zover die wetten dat bepalen.

Bevoegd gezag

De verordening geldt alleen voor uitvoering en handhaving door of in opdracht van burgemeester en wethouders (B&W). Dat kan dus door B&W zelf, of via de Omgevingsdienst die in hun opdracht werkt.

Artikel 3. Betrokkenheid van de raad

Dit artikel gaat over de rolverdeling tussen de gemeenteraad en B&W.

Volgens het Omgevingsbesluit zijn B&W verantwoordelijk voor de jaarlijkse beoordeling en rapportage over de kwaliteit. De raad heeft vanuit de Gemeentewet juist de taak om de kaders te stellen.

De raad doet dat door de verordening vast te stellen en door toezicht te houden op het beleid op hoofdlijnen. Daarbij gaat het vooral om de continuïteit en strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving, zoals omgevingsvisies en milieubeleidsplannen.

Artikel 3 richt zich tot de raad, maar is ook van belang voor B&W en de omgevingsdiensten, omdat de raad zich vooral bezighoudt met meerjarenprogramma’s en hoofdlijnen. Om dit goed te kunnen doen, moet de raad tijdig de juiste informatie krijgen van B&W (en zo nodig van de omgevingsdiensten).

Artikel 4. Kwaliteitsdoelen

Volgens afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit moeten burgemeester en wethouders (B&W) beleid vaststellen voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Dat beleid moet worden afgestemd met de Omgevingsdienst. Het Omgevingsbesluit schrijft inhoudelijk niet voor wát in dat beleid moet staan.

Dit artikel vult dat aan: B&W moeten hun kwaliteitsdoelen formuleren in samenhang met het (regionale) beleid, maar de doelen richten zich op de prestaties van de eigen organisatie. Het gaat in ieder geval om:

  • dienstverlening,

  • de kwaliteit van producten en diensten,

  • financiën.

De verordening schrijft geen vaste indicatoren voor; die keuze ligt bij B&W zelf, die daar al praktijkervaring mee hebben.

Artikel 5. Kwaliteitsborging

Dit artikel legt vast dat bij de uitvoering en handhaving gebruik wordt gemaakt van de Kwaliteitscriteria 3.0 en eventuele opvolgers daarvan. Deze criteria worden landelijk opgesteld door bevoegde gezagen in samenwerking en gepubliceerd door onder andere VNG en IPO. Omdat de kwaliteitscriteria zich blijven ontwikkelen, is gekozen voor een dynamische verwijzing, zodat de verordening niet telkens hoeft te worden aangepast bij een nieuwe versie.

De kwaliteitscriteria vormen een belangrijk richtsnoer voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Ze geven echter geen garantie dat de beleidsdoelen uit artikel 4 altijd gehaald worden, omdat dat ook afhangt van andere omstandigheden. Jaarlijks moet aan de raad worden gemeld in hoeverre de kwaliteitscriteria zijn toegepast. Deze mededeling kan worden opgenomen in de rapportages die B&W al opstellen op grond van afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit.

Wanneer bepaalde kwaliteitscriteria (nog) niet kunnen worden toegepast, moet B&W dit motiveren en aangeven hoe de kwaliteit op een andere manier wordt geborgd. Daarmee geldt het principe “pas toe of leg uit” (comply or explain).

Artikel 6. Intrekking

Dit artikel regelt dat de bestaande verordening over kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving door de gemeenten Heemskerk, Beverwijk en Velsen wordt ingetrokken. Daarmee is deze oude regeling niet langer van toepassing.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Overgangsrecht is niet nodig gelet op de aard van de gestelde regels.

Artikel 8. Citeertitel

Geen toelichting nodig.