Nadere regels jeugdhulp gemeente Krimpen aan den IJssel 2026

Geldend van 10-02-2026 t/m heden

Intitulé

Nadere regels jeugdhulp gemeente Krimpen aan den IJssel 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel;

overwegende dat het wenselijk is de diverse voorzieningen jeugdhulp nader uit te werken;

gelet op de artikel 2 van de Verordening Jeugdhulp gemeente Krimpen aan den IJssel 2025;

Besluit:

Vast te stellen de nadere regels Jeugdhulp gemeente Krimpen aan den IJssel 2026

Algemene bepalingen

Artikel 1: Begripsbepalingen

  • -

    Beschikking: besluit van het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel inzake het al dan niet verlenen van jeugdhulp;

  • -

    CJG Rijnmond: Centrum voor Jeugd en Gezin; organisatie die zich inzet op preventieve zorg en hulp bij opvoeding, om een jeugdige gezond en veilig te doen opgroeien;

  • -

    KrimpenWijzer: de personen of organisatie, bestaande uit geregistreerde professionals (SKJ/BIG), die namens het collegeonderzoek doet naar de behoefte aan jeugdhulp en daarnaast zelf ondersteuning en Basishulp GGZ biedt;

  • -

    Overige voorzieningen: vrij toegankelijke jeugdhulp met eventueel een lichte toegangstoets, die voorliggend zijn op een individuele voorziening;

  • -

    Wettelijk bevoegd verwijzer: huisarts, jeugdarts, medisch specialist, rechter, jeugdbeschermer en jeugdreclasseerder.

Toegang tot overige voorzieningen

Artikel 2: Vrij toegankelijke voorzieningen

  • 1. Vrij toegankelijke voorzieningen zijn beschikbaar voor iedereen. De vraag kan direct bij de desbetreffende instantie worden gesteld.

  • 2. De volgende instanties zijn in ieder geval beschikbaar:

    • a.

      CJG Rijnmond; informatie en (opvoed)advies, jeugdgezondheidszorg, algemene voorlichting, opvoed- en opgroeitrainingen

    • b.

      Jeugd- en jongerenwerk

    • c.

      Huisartsen; algemene voorlichting

    • d.

      KrimpenWijzer; jeugdmaatschappelijk werk op scholen in het primair en voortgezet onderwijs, cliëntondersteuning en algemeen maatschappelijk werk

    • e.

      Scholen; informatie en (opvoed)advies, algemene voorlichting, opvoed- en opgroeitrainingen

Artikel 3: Vrij toegankelijke voorzieningen met lichte toegangstoets

  • 1. Vrij toegankelijke voorzieningen met een lichte toegangstoets is het voorliggend aanbod van KrimpenWijzer en zonder beschikking beschikbaar.

  • 2. Na aanmelding wordt beoordeeld of de hulpvraag passend is bij het interne aanbod.

  • 3. Het volgende aanbod is beschikbaar bij KrimpenWijzer;

    • a.

      opvoed- en opgroeitrainingen gericht op pubertijd, echtscheiding, weerbaarheid, sociale vaardigheden en KOPP (kinderen van ouders met psychiatrische problematiek);

    • b.

      ondersteuning op het gebied van welzijn, zorg, opvoeden en opgroeien;

    • c.

      intensieve jongerencoach;

    • d.

      basishulp geestelijke gezondheidszorg.

  • 4. Interne doorverwijzing gebeurt na afstemming en goedkeuring door de jeugdige en/of diens ouder(s).

  • 5. Na een interne doorverwijzing volgt een aanvullend onderzoek om vast te stellen of het gaat om;

    • a.

      diagnostiek, en/of

    • b.

      behandeling, en/of

    • c.

      begeleiding.

Toegang tot individuele voorzieningen

Artikel 4: Niet vrij toegankelijke individuele voorzieningen

  • 1. Individuele voorzieningen zijn alleen toegankelijk via een beschikking van het college of een doorverwijzing van een wettelijk bevoegd verwijzer.

  • 2. Individuele voorzieningen zijn afgestemd op de individuele hulpvraag van de jeugdige en/of ouders en van specialistische aard.

  • 3. De volgende individuele voorzieningen zijn lokaal ingekocht;

    • a.

      Dagbehandeling licht

    • b.

      Dagbehandeling zwaar

    • c.

      Dagbesteding licht

    • d.

      Dagbesteding midden

    • e.

      Dagbesteding zwaar

    • f.

      Basis GGZ

    • g.

      Specialistische GGZ (voorheen treden 1&2 uit regionale contract)

    • h.

      Begeleiding individueel licht

    • i.

      Begeleiding individueel midden

    • j.

      Begeleiding individueel zwaar

    • k.

      Behandeling individueel

    • l.

      Ambulante gezinsbehandeling

    • m.

      Persoonlijke verzorging

    • n.

      Kortdurend verblijf

    • o.

      Medicatiecontrole

  • 4. Voor de lokaal ingekochte individuele voorzieningen wordt gebruikgemaakt van een normenkader.

  • 5. Om in aanmerking te komen voor de voorzieningen begeleiding moet zijn vastgesteld dat de cliënt matige tot zware beperkingen heeft op één of meer van de volgende vijf terreinen:

    • a.

      Sociale redzaamheid;

    • b.

      Bewegen en verplaatsen;

    • c.

      Probleemgedrag;

    • d.

      Psychisch functioneren;

    • e.

      Geheugen- en oriëntatiestoornissen.

  • 6. De volgende individuele voorzieningen zijn regionaal ingekocht binnen de gemeenschappelijke Regio Jeugdhulp Rijnmond (GRJR);

    • a.

      ambulante specialistische jeugdhulp;

    • b.

      jeugd GGZ;

    • c.

      pleegzorg;

    • d.

      verblijf in een instelling;

    • e.

      crisisopvang;

    • f.

      jeugdzorgplus.

  • 7. Voor de regionaal ingekochte individuele voorzieningen wordt gebruik gemaakt van een afwegingskader.

  • 8. Naast het lokale en regionale ingekochte aanbod zijn ook de hoog-specialistische voorzieningen uit het Landelijke Transitie Arrangement (LTA) beschikbaar.

Uitwerking lokale individuele voorzieningen

Artikel 5: Duur en intensiteit van de voorziening

Onder verwijzing naar artikel 2, 5e lid van de Verordening Jeugdhulp Krimpen aan den IJssel 2025, worden door het college normen gesteld voor de maximale initiële indicatieduur, de maximale inzet in eenheden (dagdelen, uren of minuten) bij de initiële indicatie, de maximale verlenging en de maximale inzet in eenheden (dagdelen, uren of minuten) bij een eventuele verlenging. Deze normen zijn opgenomen in bijlage 1. Normenkader.

Artikel 6: Lokale Specialistische GGZ

  • 1. Specialistische GGZ is alleen bedoeld voor jeugdigen:

    • a.

      met complexe psychische / psychiatrische stoornissen of meervoudige en/of risicovolle problematiek;

    • b.

      waarbij er sprake is van waarneembare beperkingen in het dagelijks leven;

    • c.

      waarbij een (vermoeden van een) DSM 5-benoemde stoornis is;

    • d.

      met meervoudige problematiek.

  • 2. De duur van de behandeling hangt af van de vraag van de jeugdige. De casusregisseur voert procesregie en stemt af met aanbieder over het realiseren van doelstellingen. Waar mogelijk wordt tijdig afgeschaald naar ondersteuning/behandeling vanuit KrimpenWijzer of een (lichtere vorm) van begeleiding.

  • 3. Als er diagnostiek nodig is worden er maximaal 50 behandelingen van +- 60 minuten (45 direct en 15 indirect) ingezet over de loop van ten minste zes maanden.

  • 4. Als er geen diagnostiek nodig is worden er maximaal 30 behandelingen ingezet.

  • 5. Tijdens de behandelfase worden er maximaal 2 behandelingen per week ingezet. Tijdens de diagnostiek fase kan dit meer zijn.

Uitwerking regionale individuele voorzieningen

Artikel 7: Regionale individuele voorzieningen

  • 1. Regionaal ingekochte voorzieningen worden in de vorm van een arrangement geïndiceerd.

  • 2. Voor het vaststellen van een arrangement wordt gebruik gemaakt van een Afwegingskader Arrangementenmodel_GRJR

  • 3. Een arrangement is een indicatie van het type zorg dat wordt geleverd en welke intensiteit gevraagd wordt.

  • 4. Een arrangement wordt opgebouwd op basis van de volgende onderdelen:

    • a.

      Resultaatgebied

    • b.

      Bijbehorende subdoelen (optioneel)

    • c.

      Intensiteitstrede

    • d.

      Ondersteuningselement(en) (in geval van verblijf of dagbehandeling/-besteding)

  • 5. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het bereiken van de resultaten die in het ondersteuningsplan zijn vastgelegd.

Artikel 8: Resultaatgebieden en subdoelen

  • 1. Een arrangement wordt op basis van minimaal één van de volgende resultaatgebieden opgebouwd:

    • a.

      Ondersteuning

    • b.

      Behandeling

    • c.

      Begeleiding ouders/omgeving

  • 2. Per resultaatgebied is een clustering gemaakt van mogelijke subdoelen die gezamenlijk bijdragen aan een gezonde ontwikkeling van een jeugdige.

  • 3. Het selecteren van bijbehorende subdoelen is optioneel.

Artikel 9: Intensiteitstrede

  • 1. Elk resultaatgebied heeft een eigen normering in de intensiteitstreden.

  • 2. De intensiteitstrede wordt bepaald op basis van de bijbehorende kenmerken van de jeugdige en de jeugdhulp die nodig is.

  • 3. De intensiteitstrede per resultaatgebied bepaalt het weekbudget dat beschikbaar wordt gesteld aan de jeugdhulpaanbieder die de jeugdhulp verleent.

  • 4. De resultaatgebieden ‘Ondersteuning’ en ‘Behandeling’ hebben de volgende intensiteitstreden:

    • a.

      Trede 1; beperkt

    • b.

      Trede 2; beperkt/midden

    • c.

      Trede 3; midden

    • d.

      Trede 4; midden/intensief

    • e.

      Trede 5; intensief

    • f.

      Trede 6; zeer intensief

    • g.

      Trede 7; meest intensief

  • 5. Het resultaatgebied ‘Begeleiding ouders/omgeving’ heeft de volgende intensiteitstreden:

    • a.

      Trede 1; beperkt

    • b.

      Trede 2; beperkt/midden

    • c.

      Trede 3; midden

    • d.

      Trede 4; midden/intensief

    • e.

      Trede 5; intensief

Artikel 10: Ondersteuningselementen

  • 1. De arrangementen kennen de volgende aanvullende ondersteuningselementen:

    • a.

      Vervangende opvoeding (verblijf)

    • b.

      Daghulp (dagbesteding, -behandeling)

  • 2. Vervangende opvoeding kent drie verschillende opdrachten binnen het ondersteuningselement:

    • a.

      Pleegzorg

    • b.

      Opname

    • c.

      Langdurig verblijf

  • 3. Elke opdracht binnen Vervangende opvoeding heeft een eigen normering qua intensiteit.

  • 4. De intensiteitstrede van het ondersteuningselement wordt bepaald op basis van de eventuele opdracht, zorgzwaarte en benodigde intensiteit van de gevraagde jeugdhulp.

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking op de dag na hun bekendmaking.

Artikel 12 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels Jeugdhulp gemeente Krimpen aan den IJssel 2026.

Ondertekening

Bijlage 1. Normenkader

Voorziening

Max. indicatieduur

Max. indicatie inzet

Geen doorloop in vakantie (44 weken)

Max. indicatie inzet met doorloop in vakantie (52 weken)

Max.

duur van verlenging

Max. indicatie inzet geen doorloop in vakantie (44 weken)

Max. indicatie inzet met doorloop in vakantie (52 weken)

Begeleiding individueel licht

1 jaar

66 uur

78 uur

1 jaar

26 uur

31uur

Begeleiding individueel midden

1 jaar

88 uur

104 uur

1 jaar

53 uur

62 uur

Begegleiding individueel zwaar

1 jaar

88 uur

104 uur

Geen verlenging

-

-

Behandeling individueel

1 jaar

44 uur

52 uur

6 maanden

9 uur

10 uur

Ambulante gezinsbehandeling

1 jaar

77 uur

91 uur

1 jaar

46 uur

54 uur

Dagbehandeling licht

1 jaar

220 dagdelen

260 dagdelen

6 maanden

88 dagdelen

104 dagdelen

Dagbehandeling zwaar

1 jaar

250 dagdelen

296 dagdelen

1 jaar

200 dagdelen

237 dagdelen

Dagbesteding licht

1 jaar

63 dagdelen

74 dagdelen

1 jaar

50 dagdelen

59 dagdelen

Dagbesteding midden

1 jaar

63 dagdelen

74 dagdelen

1 jaar

50 dagdelen

59 dagdelen

Dagbesteding zwaar

1 jaar

47 dagdelen

56 dagdelen

6 maanden

19 dagdelen

23 dagdelen

Basis GGZ

1 jaar

-

10 uur

6 maanden

-

4 uur

Specialistische GGZ (treden 1&2)

Diagnostiek

1 jaar

-

50 uur

6 maanden

-

16 uur

Specialistische GGZ (treden 1&2) Behandeling

1 jaar

-

30 uur

6 maanden

-

16 uur

Medicatiecontrole

1 jaar

-

600 minuten

Naar inschatting

-

600 minuten

Kortdurend verblijf

1 jaar

35 etmalen

41 etmalen

1 jaar

28 etmalen

33 dagdelen