Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756593
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756593/1
Verordening op de raadscommissies Capelle aan den IJssel 2026
Geldend van 11-02-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening op de raadscommissies Capelle aan den IJssel 2026De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel;
gelezen het voorstel van de burgemeester en de griffier;
gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;
gezien het advies van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 19 januari 2026;
B E S L U I T :
de volgende verordening vast te stellen:
Verordening op de raadscommissies Capelle aan den IJssel 2026
HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
agendacommissie: commissie als bedoeld in artikel 2 van de Verordening op de agendacommissie Capelle aan den IJssel 2022;
- b.
burgerraadslid: door de gemeenteraad benoemde burger, die bij de gemeenteraadsverkiezingen op de kieslijst van zijn partij heeft gestaan en die na zijn beëdiging op voordracht van betreffende fractie mag deelnemen aan vergaderingen van de commissies;
- c.
commissie: bij afzonderlijk besluit van de raad ingestelde raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de wet;
- d.
commissiesecretaris: griffier van een commissie of diens vervanger;
- e.
commissielid: deelnemer aan een commissie of diens vervanger;
- f.
fractie: groep van een of meerdere raadsleden als bedoeld in artikel 8 van het Reglement van Orde gemeenteraad Capelle aan den IJssel 2026;
- g.
griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;
- h.
presidium: presidium van de raad als bedoeld in artikel 3 van het Reglement van Orde gemeenteraad Capelle aan den IJssel 2026;
- i.
voorzitter: voorzitter van een commissie of diens vervanger;
- j.
wet: Gemeentewet.
HOOFDSTUK 2. INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING
Artikel 2. Instelling commissies
-
1. De raad regelt in een apart besluit het aantal commissies, de naamstelling van deze commissies, almede een verdeling van onderwerpen per commissie.
-
2. Als een onderwerp meerdere commissies aangaat, wordt het onderwerp in de afzonderlijke commissies besproken, tenzij de agendacommissie beslist dat een gezamenlijke vergadering van de commissies wordt belegd of de commissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt.
-
3. Als een gezamenlijke vergadering van commissies wordt belegd, beslist de agendacommissie welk lid van de agendacommissie de taken van de voorzitter vervult.
-
4. De agendacommissie kan in voorkomende gevallen voor agendering afwijken van de in het eerste lid bedoelde verdeling van onderwerpen.
Artikel 3. Taken en werkwijze commissies
-
1. Een commissie kent de volgende soorten vergaderingen:
- a.
oordeelsvormende vergaderingen;
- b.
beeldvormende vergaderingen.
- a.
-
2. Tijdens oordeelsvormende vergaderingen:
- a.
brengt de commissie advies uit aan de raad over onderwerpen die behoren tot het taakveld van de commissie;
- b.
kan de commissie advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a;
- c.
voert de commissie overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen die behoren tot het taakveld van de commissie;
- d.
voert de commissie onderling overleg over aanhangig gemaakte onderwerpen.
- a.
-
3. Tijdens beeldvormende vergaderingen vergaart de commissie informatie over onderwerpen die behoren tot het taakveld van de commissie. Er worden geen politieke uitspraken gedaan of gevraagd waar de commissie of commissieleden aan gehouden kunnen worden.
-
4. De vergaderingen, bedoeld in het derde lid, zijn openbaar, tenzij de aard van het onderwerp zich daartegen verzet. Er worden geen verslagen gemaakt. De artikelen 4, tweede lid, en 13 tot en met 18 zijn niet van toepassing.
Artikel 4. Samenstelling
-
1. Alle leden van de raad zijn lid van de commissies.
-
2. Een commissie vergadert met maximaal:
- a.
één commissielid per fractie, als de fractie beschikt over vier raadszetels of minder;
- b.
twee commissieleden per fractie, als de fractie beschikt over meer dan vier raadszetels.
- a.
-
3. Iedere fractie kan niet-raadsleden voordragen om als burgerraadslid deel te nemen aan commissies. Fracties die op het moment van installatie van de nieuwe raad beschikken over twee raadszetels of minder, mogen maximaal twee burgerraadsleden voordragen. Fracties die beschikken over drie of meer raadszetels, mogen maximaal één burgerraadslid voordragen. Fracties die een voorzitter of plaatsvervangend voorzitter van een commissie leveren, hebben de mogelijkheid een extra burgerraadslid voor te dragen.
-
4. De raad benoemt de burgerraadsleden. Om als burgerraadslid benoemd te kunnen worden, moet het niet-raadslid verkiesbaar zijn geweest tijdens de meest recent gehouden gemeenteraadsverkiezing. Het niet-raadslid kan slechts tot burgerraadslid worden benoemd voor en op voordracht van de fractie van de partij waar het op de kandidatenlijst heeft gestaan.
-
5. De artikelen 10, 11, 12, 13, 15 en 28 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerraadsleden, met dien verstande dat:
- a.
de minimumleeftijd, bedoeld in artikel 10, eerste lid, 16 jaar betreft;
- b.
de raad ontheffing kan verlenen van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d.
- a.
-
6. Op het onderzoek van de geloofsbrieven van een burgerraadslid is het bepaalde in artikel 7a van het Reglement van Orde gemeenteraad Capelle aan den IJssel 2026 van overeenkomstige toepassing.
-
7. De voorzitter van de raad roept een benoemd burgerraadslid op de in artikel 14 van de wet voorgeschreven eed of belofte af te leggen, met dien verstande dat in de eed of belofte, als beschreven in artikel 14, de zinsnede: “om tot lid van de raad benoemd te worden” wordt vervangen door “om tot burgerraadslid benoemd te worden”.
-
8. De fracties zijn, met inachtneming van het tweede lid, vrij (burger)raadsleden af te vaardigen naar een commissie. De vertegenwoordiging per fractie kan wisselen per agendapunt.
Artikel 5. Zittingsduur en vacatures
-
1. De raad benoemt, op voordracht van het presidium, uit zijn midden de raadsleden die commissies voorzitten.
-
2. Het raadslid dat een commissie voorzit kan niet ook optreden als afgevaardigde van zijn fractie in de commissievergadering.
-
3. Voorzitters kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan via e-mail (of schriftelijk) mededeling aan de raad. Het ontslag gaat in een maand nadat de mededeling is ontvangen of zoveel eerder als een opvolger is benoemd.
-
4. De raad kan een voorzitter ontslaan.
-
5. De zittingsperiode van de voorzitters eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
-
6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
-
7. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd.
-
8. Het lidmaatschap van een burgerraadslid eindigt:
- a.
als het burgerraadslid ontslag neemt als burgerraadslid;
- b.
als de fractie die hem heeft voorgedragen via e-mail (of schriftelijk) aan de voorzitter van de raad mededeling doet dat de aanwijzing als burgerraadslid wordt ingetrokken; op voorstel van de voorzitter verleent daarop de raad het burgerraadslid ontslag;
- c.
door overlijden;
- d.
als de raad het burgerraadslid ontslag verleent;
- e.
als het burgerraadslid niet meer voldoet aan de vereisten, bedoeld in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet, of een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult;
- f.
als het burgerraadslid een benoeming tot lid van de raad aanneemt;
- g.
de zittingsperiode van een burgerraadslid eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
- a.
Artikel 6. Commissiesecretaris
-
1. De griffier wijst ter ondersteuning van iedere commissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de gemeentesecretaris/algemeen directeur, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiesecretaris.
-
2. Een commissiesecretaris is aanwezig in de vergaderingen of wordt vervangen door een daartoe door de griffier aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de gemeentesecretaris/algemeen directeur, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.
-
3. Een commissiesecretaris kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen in de vergaderingen deelnemen.
HOOFDSTUK 3. VERGADERINGEN
Paragraaf 1. Voorbereidingen
Artikel 7. Vergaderfrequentie
-
1. In de regel vinden de vergaderingen van de commissie plaats volgens een jaarlijks vooraf door het presidium vast te stellen rooster.
-
2. De vergaderingen van de commissies vangen in de regel aan om 20.00 uur en eindigen in de regel om 23.30 uur.
- a.
De agendacommissie kan – op basis van de omvang van de agenda – besluiten de vergadering van de commissie(s) eerder te doen aanvangen.
- b.
Om 23.00 uur inventariseert de voorzitter of de eindtijd van 23.30 uur realistisch is gezien het nog te behandelen aantal agendapunten. Op basis van deze inventarisatie besluit de commissie welke agendapunten in de betreffende vergadering nog zullen worden behandeld; tenzij twee derde van het aantal aan de vergadering deelnemende (burger)raadsleden besluit de vergadering voort te zetten.
- c.
In de regel wordt niet vergaderd tussen 17.00 en 19.00 uur.
- a.
-
3. Een commissie vergadert voorts als:
- a.
de agendacommissie het nodig oordeelt;
- b.
ten minste twee fracties via e-mail (of schriftelijk) met opgaaf van redenen daarom verzoeken;
- c.
op verzoek van het college na instemming van de agendacommissie.
- a.
-
4. De agendacommissie kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Zij voert hierover overleg met de griffier.
Artikel 8. Oproep en voorlopige agenda
-
1. De voorzitter roept de (burger)raadsleden ten minste tien dagen van tevoren op voor een vergadering door het delen van de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken via het raadsinformatiesysteem.
-
2. Een eventuele aanvullende agenda wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, met de (burger)raadsleden gedeeld.
-
3. Als na het delen van de voorlopige agenda stukken in het raadsinformatiesysteem worden toegevoegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de (burger)raadsleden.
Artikel 9. Aanvullende agenda en vaststellen agenda
-
1. Bij aanvang van de vergadering stelt de commissie de agenda vast. Op voorstel van een commissielid of de voorzitter kan de commissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.
-
2. Wanneer de commissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid acht voor de beraadslaging, kan zij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De commissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw wordt geagendeerd.
-
3. Op voorstel van een commissielid of de voorzitter kan de commissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken
-
1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden via het raadsinformatiesysteem gepubliceerd op de website van de gemeente.
-
2. Informatie van de commissie of aan de commissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt in afwijking van het eerste lid niet op de website gepubliceerd.
Artikel 11. Openbare kennisgeving
De vergadering wordt aangekondigd op de website van de gemeente en in een lokaal huis-aan-huisblad.
Paragraaf 2. Ter vergadering
Artikel 12. Presentielijst
-
1. De commissiesecretaris draagt zorg voor het bijhouden van de presentielijst van de commissievergadering.
-
2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder (burger)raadslid dat wil en mag deelnemen aan de commissievergadering de presentielijst, die aan het eind van elke vergadering door de voorzitter en de commissiesecretaris door ondertekening wordt vastgesteld.
Artikel 13. Opening vergadering en quorum
-
1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, als op basis van de presentielijst meer dan de helft van het aantal fracties is vertegenwoordigd.
-
2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, opent de voorzitter direct een nieuwe vergadering. In deze vergadering worden alleen onderwerpen behandeld die voor de eerste vergadering aan de orde waren gesteld.
Artikel 14. Verslag
-
1. Een conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt aan de (burger)raadsleden beschikbaar gesteld, zo mogelijk, gelijktijdig met de oproep. Het conceptverslag wordt op hetzelfde moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, beschikbaar gesteld. De overige personen die het woord hebben gevoerd, kunnen op hun verzoek geanonimiseerd worden vermeld in het verslag.
-
2. Bij het begin van de vergadering wordt het conceptverslag van de vorige vergadering vastgesteld.
-
3. De voorzitter, de (burger)raadsleden, de burgemeester en de wethouders, hebben het recht een voorstel tot wijziging van het verslag aan de commissie te doen, als het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot wijziging dient voor de aanvang van de vergadering per email bij de commissiesecretaris te worden ingediend.
-
4. Het verslag houdt in:
- a.
de namen van de voorzitter, de griffier, de commissiesecretaris, de burgemeester, de wethouders en de ter vergadering aanwezige (burger)raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
- b.
een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
- c.
een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van degenen, die het woord voerden;
- d.
een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de aan de vergadering deelnemende (burger)raadsleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de deelnemende (burger)raadsleden die zich niet uitgelaten hebben;
- e.
bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 17 door de commissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
- a.
-
5. Een verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de commissiesecretaris.
-
6. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de commissiesecretaris ondertekend.
Artikel 15. Advies
-
1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de commissie anders beslist.
-
2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de commissie of er een advies aan de raad wordt uitgebracht.
-
3. Als de commissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies.
-
4. In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen.
Artikel 16. Aantal spreektermijnen / het voeren van het woord
-
1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de commissie anders beslist.
-
2. Per agendapunt voert slechts één fractielid het woord.
-
3. Het woord kan slechts worden gevoerd, nadat iemand dit heeft verkregen van de voorzitter.
-
4. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.
-
5. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan eenmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
-
6. In gecombineerde commissievergaderingen, waarbij het is toegestaan dat meerdere leden van dezelfde fractie het woord voeren bij een agendapunt, geldt dat de sprekers zich niet allen richten op de totale inhoud van het te bespreken onderwerp, maar in hun betoog ingaan op een van de thema’s uit het voorstel.
-
7. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 17. Deelname aan de beraadslaging door anderen
De commissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 18. Spreekrecht derden
-
1. Burgers en belanghebbenden hebben spreekrecht. Elke inspreker krijgt per onderwerp (al of niet geagendeerd voor de commissievergadering) waarover hij wenst te spreken maximaal vijf minuten het woord. De totaal beschikbare spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten.
-
2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12.00 uur op de dag waarop de vergadering plaatsvindt bij de griffie. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
-
3. De griffie bevestigt de aanmelding en deelt aan de degene die gebruik wil maken van het spreekrecht mee welke spelregels er aan het inspreken verbonden zijn.
Daarbij wordt de inspreker toestemming gevraagd voor het maken en uitzenden van geluid- en beeldopnames van diens inspraak. De inspreker wordt erop gewezen dat ook anoniem kan worden ingesproken of dat de in te spreken tekst kan worden voorgelezen door de voorzitter. Tot slot wordt de inspreker verzocht de uit te spreken tekst vooraf bij de griffie aan te leveren, zodat die kan worden verspreid onder de (burgers)raadsleden.
-
4. De (burger)raadsleden worden voor de commissievergadering geïnformeerd over wie er komt inspreken en over welk onderwerp. Als de uit te spreken tekst beschikbaar is, wordt deze ook met hen gedeeld.
-
5. Het woord kan niet worden gevoerd over:
- a.
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan;
- b.
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
- c.
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
- a.
-
6. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
-
7. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
-
8. De voorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
-
9. De voorzitter kan een inspreker toestaan na behandeling door de commissie van een onderwerp waarop de inspreker zijn inbreng had, een korte reactie te geven.
Artikel 19. Handhaving orde; schorsing
-
1. De voorzitter handhaaft de orde in de vergadering.
-
2. Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:
- a.
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;
- b.
een deelnemend (burger)raadslid hem interrumpeert.
- a.
-
3. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog kan afronden.
-
4. Als een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Als de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontnemen.
-
5. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
-
6. De voorzitter kan voorstellen een aan de vergadering deelnemend (burger)raadslid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.
-
7. Over het voorstel om het verdere verblijf te ontzeggen aan een deelnemend (burger)raadslid dat door zijn gedragingen geregeld de gang van zaken belemmert, wordt niet beraadslaagd.
Na aanneming daarvan verlaat het (burger)raadslid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het (burger)raadslid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel 20. Voorstellen van orde
Commissieleden kunnen tijdens een commissievergadering mondeling een voorstel van orde over de vergadering te doen. De commissie beslist hier terstond over.
Paragraaf 3. Besloten vergaderingen
Artikel 21. Algemeen
-
1. Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
-
2. Aan het begin van een besloten vergadering wordt een besluit genomen over het opleggen van geheimhouding.
-
3. Aan het eind van een besloten vergadering dient expliciet te worden besloten tot het (al dan niet) handhaven van de opgelegde geheimhouding.
Artikel 22. Verslag
-
1. De conceptverslagen van besloten vergaderingen worden via het raadsinformatiesysteem met de commissieleden gedeeld in een map met het kenmerk ‘besloten’. De conceptverslagen worden toegezonden aan de deelnemers die geen commissielid zijn om vermelding van feitelijke onjuistheden in het verslag te voorkomen. Opmerkingen van de deelnemers worden als addendum aan de commissie voorgelegd.
-
2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk ter vaststelling in een vergadering aangeboden. Dit kan een openbare vergadering zijn. Als een van de leden in een openbare vergadering over deze verslagen het woord wil voeren, wordt aansluitend aan de openbare vergadering een besloten vergadering belegd, waarin het besloten verslag kan worden besproken. Vaststelling vindt daarna plaats in een openbaar deel van de vergadering.
Het besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag vindt plaats tijdens de halfjaarlijkse besluitvorming over stukken waarop de geheimhouding wel / niet kan worden opgeheven.
-
3. De vastgestelde verslagen worden door de voorzitter en de commissiesecretaris ondertekend.
Artikel 23. Opheffing geheimhouding
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de commissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de commissie overleg gevoerd.
Paragraaf 4. Toehoorders en pers
Artikel 24. Toehoorders en pers
-
1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen de openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
-
2. Het blijk geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
-
3. De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door de toehoorders wordt verstoord, deze en andere toehoorders te doen vertrekken.
-
4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Artikel 25. Geluid- en beeldregistraties
-
1. Openbare vergaderingen worden voor zover mogelijk rechtstreeks uitgezonden via het raadsinformatiesysteem op de website van de gemeente. De opnamen blijven daar beschikbaar. Aanwezigen kunnen in beeld komen.
-
2. Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan vooraf aan de vergadering mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN
Artikel 26. Uitleg verordening
In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de commissie op voorstel van de voorzitter.
Artikel 27. Intrekking oude verordening
De Verordening op de raadscommissies Capelle aan den IJssel 2022 wordt ingetrokken.
Artikel 28. Inwerkingtreding verordening en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies Capelle aan den IJssel 2026.
Ondertekening
Vastgesteld in de openbare vergadering van 2 februari 2026,
De griffier,
drs. T.A. de Mik
de voorzitter,
drs. J.J. Manusama
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl