Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756586
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756586/1
Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Gemeente Barneveld
Geldend van 10-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Gemeente BarneveldHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;
gelet op de artikelen 1.61 lid 1, 1.65 lid 1, 1.66 en 1.72 lid 1 Wet kinderopvang;
besluit:
vast te stellen de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Gemeente Barneveld
Hoofdstuk 1 Algemeen
Artikel 1 Toepassing
Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van een overtreding van de Wet kinderopvang of de daarop gebaseerde regelgeving.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
-
1. Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang of de Algemene wet bestuursrecht.
-
2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld.
herstelaanbod: aanbod vanuit de toezichthouder om bij overtredingen, onder voorwaarden, de mogelijkheid te geven aan de houder om aan te tonen hoe hij de overtredingen nog tijdens de onderzoeksperiode oplost.
Artikel 3 Vormen van handhaving
Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de volgende mogelijkheden:
- a.
informeel middel zoals een waarschuwende brief;
- b.
op herstel gericht handhavingsmiddel zoals een herstelsanctie;
- c.
een bestraffende sanctie.
Artikel 4 Kwaliteitseisen
-
1. De kwaliteitseisen, waar een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang aan moeten voldoen, staan genoemd in de Wet kinderopvang en alle daarop gebaseerde regelgeving.
-
2. De toezichthouder kinderopvang onderzoekt de naleving van deze kwaliteitseisen en legt de bevindingen vast in een inspectierapport.
-
3. Er is een afwegingsoverzicht waarin per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven worden en voorzien worden van een prioritering en bepaling van de hoogte van de bestuurlijke boete in geval van een overtreding. Het afwegingsoverzicht is als bijlage aan deze beleidsregels toegevoegd.
Artikel 5 Handhavingsafwegingen
Het college betrekt bij de voorbereiding van elk besluit alle feiten en weegt alle belangen af.
- 1.
Bij de besluitvorming betrekt het college in elk geval:
- a.
het inspectierapport, met daarin:
- -
gerapporteerde overtreding(en);
- -
bevindingen en conclusies van de toezichthouder;
- -
indien van toepassing, de beschrijving van de omstandigheden;
- -
het advies van de toezichthouder;
- -
de reactie van de houder in het inspectierapport;
- -
- b.
reacties van de houder aan het college;
- c.
de handhavingsgeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;
- d.
de inspectiegeschiedenis op locatieniveau en organisatieniveau;
- e.
alle betrokken belangen waaronder het zwaarwegende belang van ouders en kinderen.
- a.
- 2.
Het college beoordeelt in iedere casus of evenredigheid bestaat tussen de ernst van een vastgestelde overtreding en de zwaarte van de op te leggen sanctie. Daarbij wordt afgewogen welke handhavingsmaatregel geschikt en noodzakelijk is om het doel te bereiken: kwalitatief goede kinderopvang.
Artikel 6 Waarschuwing
Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om gelet op de geringe ernst van de overtreding of bij een groot risico op een dreigende overtreding kiezen voor een waarschuwing.
Hoofdstuk 2 Herstellend traject
Artikel 7 Herstelaanbod
-
1. De toezichthouder kan door middel van het afgeven van een herstelaanbod een houder van een kinderopvangvoorziening de gelegenheid bieden om de vastgestelde overtredingen nog tijdens de onderzoeksperiode op te heffen.
-
2. Het college kan afzien van handhaving gericht op herstel als de houder, binnen de gestelde tijd, de overtreding al heeft hersteld of redelijkerwijs snel en duurzaam zal herstellen.
Artikel 8 Herstelsanctie
-
1. Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en).
-
2. Bij het uitvoeren van een herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen:
- a.
stap 1: aanwijzing;
- b.
stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang;
- c.
stap 3: exploitatieverbod;
- d.
stap 4: intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang.
- a.
-
3. Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college gemotiveerd besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen in het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen, of, gelet op de geringe ernst van de overtreding, te kiezen voor een waarschuwende brief.
-
4. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht zoals opgenomen in bijlage 1.
-
5. Bij het geven van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen:
- a.
prioriteit hoog: maximaal 2 weken;
- b.
prioriteit gemiddeld: maximaal 1 maand;
- c.
prioriteit laag: maximaal 3 maanden.
Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien ervoor gekozen is om een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang in te zetten.
- a.
Artikel 9 Schriftelijke bevel
-
1. De toezichthouder heeft de mogelijkheid om een schriftelijk bevel af te geven als de kwaliteit van de kinderopvang zo ernstig tekortschiet dat de (emotionele) veiligheid en gezondheid van de kinderen direct in het geding komt en het nemen van maatregelen geen uitstel kan lijden vanwege de ernst van de situatie.
-
2. Het bevel heeft een geldigheidsduur van 7 dagen en bevat in ieder geval: wat de overtreding(en) is/zijn, welke actie de houder moet nemen en binnen welke termijn de houder dit moet doen.
-
3. Het college heeft de mogelijkheid om het bevel te verlengen als de overtreding(en) niet of onvoldoende is hersteld.
Artikel 10 Exploitatieverbod
Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet kinderopvang voor wat betreft de geregistreerde voorziening (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang) wordt de gegeven toestemming tot exploitatie ingetrokken door middel van een beschikking overeenkomstig artikel 1.46 lid 5 en 6 Wet kinderopvang. Aansluitend wordt de registratie verwijderd uit het landelijk register kinderopvang.
Hoofdstuk 3 Bestraffend traject
Artikel 11 Boete
Het college kan een boete opleggen bij een overtreding, ook als de houder maatregelen neemt om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Voor het vaststellen van de hoogte van de boete zoals bedoeld in artikel 1.72 lid 1 van de wet sluit het college aan bij het afwegingmodel uit de “Leidraad toezicht- en handhaving Wet kinderopvang Gelderland Midden” zoals opgenomen in bijlage 2.
Artikel 12 Recidive
-
1. Elke herhaling van een overtreding waarvoor eerder een herstelaanbod is gedaan of handhaving is ingezet, is recidive.
-
2. Bij recidive kan het college ervoor kiezen om een zwaarder handhavingsmiddel in te zetten.
-
3. Wanneer een houder een overtreding binnen 3 jaar na het opleggen van een aanwijzing herhaalt, kan het college voor nieuwe overtredingen een last onder dwangsom opleggen. Wordt een overtreding herhaald na het opleggen van een last onder dwangsom en het invorderen van die dwangsom of het opleggen van een bestuurlijke boete dan kan het college een hogere dwangsom of boete opleggen. Voor de vaststelling hiervan sluit het college aan bij de uitgangspunten uit de “Leidraad toezicht- en handhaving Wet Kinderopvang Gelderland-Midden”.
-
4. Wanneer binnen 3 jaar twee keer voor dezelfde overtreding een last onder dwangsom is opgelegd en ingevorderd, kan het college de handhaving vervolgen met een exploitatieverbod.
-
5. In het geval van recidive kan het college de boete verdubbelen.
Artikel 13 Matiging
-
1. Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van
- a.
de ernst van de overtreding;
- b.
de mate van verwijtbaarheid;
- c.
de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of;
- d.
de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging volgens deze beleidsregels onevenredig is.
- a.
-
2. Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien.
Artikel 14 Samenloop
De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
Artikel 15 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels als toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 16 Intrekking
De beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Barneveld, vastgesteld op 13 juni 2018 worden ingetrokken.
Artikel 17 Citeertitel en inwerkingtreding
-
1. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Barneveld’.
-
2. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 27 januari 2026.
Burgemeester en wethouders voornoemd,
W. Wieringa,
Secretaris
J. van der Tak,
Burgemeester
Bijlage 1
Afwegingsoverzicht dagopvang / buitenschoolse opvang / gastouderopvang / gastouderbureau
|
Domein Kinderopvang, Gastouderopvang, Gastouderbureau Registratie – wijziging - naleving |
Prioriteit |
|
Exploitatie zonder toestemming college van B en W |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. |
Hoog |
|
GASTOUDERBUREAU |
|
|
Een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt. |
|
|
GASTOUDEROPVANG |
|
|
Kinderopvang door tussenkomst geregistreerd gastouderbureau; in gezinssituatie; op woonadres gastouder of vraagouder. |
|
|
ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN |
|
|
Een buitenschoolse opvang, een kinderdagverblijf, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang wordt niet in exploitatie genomen voordat een onderzoek door de GGD heeft plaatsgevonden en uit dit onderzoek blijkt dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bij of krachtens de artikelen 1.49 tot en met 1.59 gestelde regels uit de Wet kinderopvang. Het college bepaalt de ingangsdatum van de toestemming tot exploitatie. |
|
|
Onverwijld melden wijziging aan het college |
|
|
ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN |
|
|
De houder van een buitenschoolse opvang, kinderdagverblijf of gastouderbureau meldt een wijziging in de gegevens aan het college met het verzoek de gegevens te wijzigen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de te melden gegevens aangewezen. |
Hoog |
|
Inrichting administratie |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG, KINDERDAGVERBLIJF en GASTOUDERBUREAU |
|
|
Eisen gesteld aan de inrichting van de administratie van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau opdat de toezichthouder een onderzoek kan uitvoeren op de naleving van de bij of krachtens wet gegeven voorschriften. |
Gemiddeld |
|
Een schriftelijke overeenkomst per (vraag)ouder |
|
|
GASTOUDERBUREAU |
|
|
Inzichtelijke betalingen van vraagouders aan gastouders en van gastouderbureau aan gastouders |
Hoog |
|
Een ondertekend origineel van de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid. |
Gemiddeld |
|
Naleving kadervoorschriften |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
Houder biedt verantwoorde kinderopvang, waaronder wordt verstaan het in een veilige en gezonde omgeving bieden van emotionele veiligheid aan kinderen, het bevorderen van de persoonlijke en sociale competentie van kinderen en de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen. |
Prioritering is aangeven bij de inhoudelijke overtredingen, die de overtreding van de verantwoorde kinderopvang veroorzaakt |
|
GASTOUDERBUREAU |
|
|
Houder draagt zorg voor een verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden van het bureau, waaronder wordt verstaan:
|
|
|
GASTOUDEROPVANG |
|
|
Houder biedt verantwoorde gastouderopvang aan waaronder wordt verstaan opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. |
|
|
Domein Pedagogisch Klimaat |
Prioriteit |
|
Pedagogisch beleidsplan |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
Elke buitenschoolse opvang en kinderdagverblijf beschikt over een pedagogisch beleidsplan. |
Hoog |
|
GASTOUDERBUREAU |
|
|
Houder stelt een pedagogisch beleidsplan vast, waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven. |
|
|
Inhoud pedagogisch beleidsplan |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
Het pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de aspecten van verantwoorde dagopvang en rekening houdend met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden:
|
Gemiddeld |
|
Het pedagogisch beleidsplan bevat een concrete beschrijving van de overige kwaliteitseisen. |
|
|
GASTOUDERBUREAU |
|
|
Het pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van de
|
Gemiddeld |
|
Het pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van de overige kwaliteitseisen die aan een voorziening voor gastouderopvang worden gesteld, waaronder de leeftijdsopbouw en aantallen kinderen die door een gastouder worden opgevangen. |
|
|
Pedagogische praktijk |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
Houder draagt er zorg voor dat er conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld. |
Gemiddeld |
|
GASTOUDERBUREAU |
|
|
Houder voert een zodanig beleid dat de gastouder de kwaliteitseisen kan naleven en stelt hiertoe het pedagogisch beleidsplan ter beschikking aan de gastouder. |
Gemiddeld |
|
GASTOUDEROPVANG |
|
|
De gastouder handelt overeenkomstig het pedagogisch beleidsplan dat door het gastouderbureau is opgesteld en ter beschikking is gesteld. |
Gemiddeld |
|
Kinderdagverblijf / Voorschoolse educatie |
|
|
Voorschoolse educatie omvat per week ten minste vier dagdelen van ten minste 2,5 uur of per week ten minste 10 uur aan activiteiten gericht op het stimuleren van ontwikkelingsdomeinen. |
Hoog |
|
Per acht feitelijk aanwezige kinderen in de groep is ten minste één beroepskracht aanwezig. |
|
|
De groep bestaat uit ten hoogste 16 feitelijk aanwezige kinderen. |
|
|
De beroepskrachten voorschoolse educatie zijn in het bezit van: een getuigschrift of een erkende beroepskwalificatie. |
Gemiddeld |
|
De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan op. |
Gemiddeld |
|
Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. |
Gemiddeld |
|
Inrichting administratie voorschoolse educatie |
|
|
Een overzicht van alle bij het kinderdagverblijf werkzame beroepskrachten in relatie tot de behaalde diploma’s en getuigschriften. |
Gemiddeld |
|
Domein Personeel en Groepen |
Prioriteit |
|
Verklaring omtrent het gedrag / personenregister |
|
|
ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN |
|
|
Hoog |
|
Hoog |
|
Passende beroepskwalificatie of deskundigheidseisen / Algemeen |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
Hoog |
|
GASTOUDEROPVANG |
|
|
Hoog |
|
Passende beroepskwalificatie / Meertalige opvang |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG |
|
|
Beroepskrachten meertalige buitenschoolse opvang beschikken over een voor de werkzaamheden passende certificaat of diploma |
Gemiddeld |
|
Personeelsformatie per gastouder / door gastouderbureau |
|
|
Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. |
Gemiddeld |
|
Beroepskracht-kindratio |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
Minimaal in te zetten beroepskrachten is afgestemd op het aantal aanwezige kinderen in een
Bij de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiaires wordt rekening gehouden met de opleidingsfase waarin zij zich op dat moment bevinden. |
Hoog |
|
Indien kinderen bij een activiteit hun stamgroep (dagopvang) of hun basisgroep (buitenschoolse opvang) verlaten leidt dit niet tot een verlaging van de minimaal in te zetten beroepskrachten. |
Hoog |
|
Minder beroepskrachten inzetten
|
Hoog |
|
Opvang in groepen / Stabiliteitseisen |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
De opvang vindt plaats in stamgroepen (dagopvang) of basisgroepen (buitenschoolse opvang). |
Hoog |
|
Eisen aan de maximale omvang van de stamgroep (dagopvang) of van de basisgroep (buitenschoolse opvang). Eisen aan de maximale omvang van een gecombineerde groep, indien een stamgroep (dagopvang) en een basisgroep (buitenschoolse opvang) gecombineerd worden. |
|
|
Met vooraf gegeven schriftelijke toestemming van de ouders kan een kind gedurende een vooraf schriftelijk met de ouders overeengekomen periode worden opgevangen in een andere stamgroep (dagopvang) of basisgroep (buitenschoolse opvang). |
|
|
Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen.
|
Gemiddeld |
|
KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
Houder deelt ouders en kind mee tot welke stamgroep het kind behoort en welke beroepskracht(en) op welke dag aan de desbetreffende stamgroep zijn toegewezen |
Hoog |
|
|
|
Een kind maakt gedurende de week gebruik van ten hoogste twee verschillende stamgroepruimtes |
|
|
GASTOUDEROPVANG |
|
|
De maximale groepsgrootte per gastouder wordt afgestemd op de leeftijd van de op te vangen kinderen (0 tot 13 jaar). De eigen kinderen in de leeftijd tot 10 jaar worden meegerekend. |
Hoog |
|
Gebruik voorgeschreven voertaal |
|
|
ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN |
|
|
Hoog |
|
Domein Veiligheid en gezondheid |
Prioriteit |
|
Veiligheids- en gezondheidsbeleid |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
Hoog |
|
|
|
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat in ieder geval de volgende elementen:
|
|
|
Inventarisatie veiligheids- en gezondheidsrisico’s |
|
|
GASTOUDERBUREAU |
|
|
Hoog |
|
De houder (bemiddelingsmedewerker) stelt jaarlijks samen met de gastouder een plan van aanpak op. |
|
|
Bij elke voorziening voor gastouderopvang is een originele en door de bemiddelingsmedewerker en gastouder ondertekende versie van de risico-inventarisatie aanwezig. |
|
|
Houder gastouderbureau draagt er zorg voor dat alle bij zijn gastouderbureau aangesloten gastouders handelen naar de opgestelde risico-inventarisaties veiligheid en gezondheid. |
Hoog |
|
GASTOUDEROPVANG |
|
|
Hoog |
|
Achterwacht |
|
|
Hoog |
|
Meldcode kindermishandeling |
|
|
ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN |
|
|
De houder heeft een meldcode kindermishandeling vastgesteld die ten minste de volgende elementen bevat: stappenplan; toebedeling van verantwoordelijkheden; aandacht voor bijzondere vormen van geweld; omgaan met vertrouwelijke gegevens. |
Hoog |
|
|
|
Domein Accommodatie en inrichting |
Prioriteit |
|
Binnen- en buitenruimte |
|
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG EN KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
De binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden opgevangen, zijn
|
Gemiddeld |
|
BUITENSCHOOLSE OPVANG |
|
|
Per aanwezig kind is ten minste 3,5 m² binnenspeelruimte beschikbaar. |
Gemiddeld |
|
|
|
KINDERDAGVERBLIJF |
|
|
Gemiddeld |
|
Voor aanwezige kinderen tot de leeftijd van anderhalf jaar is in ieder geval een afzonderlijke slaapruimte aanwezig. |
|
|
Gemiddeld |
|
Woning |
|
|
GASTOUDEROPVANG |
|
|
Gemiddeld |
|
De woning waar gastouderopvang plaatsvindt is te allen tijde rookvrij. |
Hoog |
|
Domein Ouderrecht |
Prioriteit |
|
Informatie |
|
|
ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN |
|
|
De houder informeert de ouders over de tijden dat er minder beroepskrachten ingezet worden dan vereist. |
Gemiddeld |
|
De houder informeert (vraag)ouders en een ieder die daarom verzoekt over het te voeren beleid. |
|
|
|
|
GASTOUDERBUREAU |
|
|
Gemiddeld |
|
Oudercommissie |
|
|
ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN |
|
|
Gemiddeld |
|
Binnen 6 maanden na de registratie in het LRKP heeft de houder het reglement oudercommissie vastgesteld, tenzij er op grond van artikel 1.58 lid 2 geen oudercommissie is ingesteld. |
|
|
Samenstelling oudercommissie |
Laag |
|
Inhoud van reglement oudercommissie |
|
|
Klachten en geschillen |
|
|
ALLE KINDEROPVANGVOORZIENINGEN |
|
|
Laag |
|
Schriftelijk vastgelegde klachtenregeling ouders voldoet aan de gestelde eisen. |
|
|
Openbaar Jaarverslag klachten ouders |
|
|
Houder handelt overeenkomstig de regeling Klachtenregeling wordt op passende wijze onder de aandacht van ouders gebracht |
Laag |
|
Domein Kwaliteit gastouderbureau |
Prioriteit |
|
Kwaliteit gastouderbureau |
|
|
De houder draagt er zorg voor dat per voorziening voor gastouderopvang beoordeeld wordt hoeveel kinderen en van welke leeftijd opgevangen kunnen worden. |
Hoog |
|
Overige kwaliteitscriteria gastouderbureau, de houder draagt er zorg voor:
|
Gemiddeld |
|
Zorgplicht gastouderbureau |
|
|
Gastouderbureau is telefonisch goed bereikbaar voor vraagouder en gastouder. |
Hoog |
|
Overige voorschriften welke niet nageleefd worden |
|
|
Schenden medewerkingsplicht |
Hoog |
|
Niet opvolgen aanwijzing / bevel |
|
|
Niet opvolgen exploitatieverbod |
|
|
Niet nakomen afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op primair onderwijs |
|
Bijlage 2
Afwegingsmodel dwangsommen en boete
Het college treedt handhavend op als de toezichthouder een overtreding vaststelt op een kinderopvangvoorziening. In dit afwegingsmodel geeft het college aan welke bedragen het uitgangspunt zijn bij de inzet van handhavingsmiddelen.
Het college kan bij herstellende handhaving kiezen voor de last onder dwangsom. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de aanwijzing niet tot herstel van de overtreding heeft geleid.
Voor bepaalde overtredingen kan het college een boete opleggen voor het niet opvolgen van een aanwijzing. De hier opgenomen bedragen gelden per overtreding van een voorschrift.
Voor de bedragen sluit het college aan bij de categorieën genoemd in artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Gezien de ernst van het niet aanbieden van kinderopvang die voldoet aan de minimale kwaliteitseisen is met name aangesloten bij de tweede, derde en vierde categorie. Een financiële sanctie is nooit lager dan het genoemde bedrag uit de eerste categorie. Voor de gastouderopvang, met uitzondering van de gastouderbureaus, en de ouderparticipatiecrèches wordt hierop een uitzondering gemaakt. Daarvoor gelden andere bedragen.
In de tabel is het maximum sanctiebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen.
Bij recidive kan het college dit maximum verdubbelen.
Dwangsommen Kindercentrum
|
Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving |
|
|
Administratie |
de derde categorie |
|
Maatregelen aanpak A-ziekten |
de derde categorie |
Overtredingen in het domein Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.
|
Pedagogisch klimaat |
|
|
Pedagogisch beleid |
de derde categorie |
|
Pedagogische praktijk |
de derde categorie |
|
Voorschoolse educatie |
de derde categorie |
|
Inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie |
de derde categorie |
Overtredingen in het domein pedagogisch klimaat hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.
|
Personeel en groepen |
|
|
Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang |
de derde categorie |
|
Opleidingseisen |
de derde categorie |
|
Aantal beroepskrachten |
de derde categorie |
|
Eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en Stagiairs |
de derde categorie |
|
Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers |
de tweede categorie |
|
Stabiliteit van de opvang voor kinderen |
de tweede categorie |
|
Voertaal |
de tweede categorie |
Overtredingen in het domein Personeel en groepen hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.
|
Veiligheid en gezondheid |
|
|
Veiligheids- en gezondheidsbeleid |
de tweede categorie |
|
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling |
de tweede categorie |
|
Meld- overleg- en aangifteplicht |
de tweede categorie |
Overtredingen in het domein Veiligheid en gezondheid hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.
|
Accommodatie |
|
|
Eisen aan ruimtes |
de tweede categorie |
Overtredingen in het domein Accommodatie hebben, bij het ontbreken van een acute situatie, gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang. Bij acute situaties hebben overtredingen grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.
|
Ouderrecht |
|
|
Informatie |
de tweede categorie |
|
Oudercommissie |
de tweede categorie |
|
Klachten en geschillen |
de tweede categorie |
Overtredingen in het domein Ouderrecht hebben lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.
Dwangsommen Gastouderbureau
|
Personeel |
|
|
Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang |
de derde categorie per ontbrekende VOG, inschrijving en/of koppeling |
|
Personeelsformatie per gastouder |
de tweede categorie |
Overtredingen in het domein Personeel hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.
|
Veiligheid en gezondheid |
|
|
Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid |
De tweede categorie |
|
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling |
de tweede categorie |
|
Meld- overleg- en aangifteplicht |
de tweede categorie |
Overtredingen in het domein Veiligheid en gezondheid hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.
|
Ouderrecht |
|
|
Informatie |
de tweede categorie |
|
Oudercommissie |
de tweede categorie |
|
Klachten en geschillen |
de tweede categorie |
Overtredingen in het domein Ouderrecht hebben Lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.
|
Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht |
|
|
Kwaliteitscriteria |
de tweede categorie |
|
Administratie gastouderbureau |
de tweede categorie |
Overtredingen in het domein Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht hebben grote consequenties voor de kwaliteit van opvang.
Dwangsommen Gastouder
Het maximum dwangsombedrag voor een voorziening voor gastouderopvang is gelijk aan het bedrag genoemd bij de eerste categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan.
Dwangsommen Ouderparticipatieopvang
Het maximum dwangsombedrag voor een ouderparticipatiecrèche is gelijk aan het bedrag genoemd bij de tweede categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan.
Bestuurlijke boete
Per overtreding van het voorschrift. Voor enkele overtredingen kan het college ervoor kiezen om, naast een herstelsanctie, een boete op te leggen. Deze overtredingen staan in de tabel hieronder: ‘Directe boete'. Voor de overige overtredingen kan naast een herstelsanctie ook een boete worden opgelegd. In de tabel is het maximum boetebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen. Bij recidive verdubbelt het college het maximum boetebedrag.
Bij het opleggen van een bestuurlijke boete stemt het college de hoogte van de boete altijd af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij houdt het college rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Om tot matiging over te gaan, verwacht het college een actieve houding van de overtreder. Het is belangrijk dat een houder niet alleen stelt dat bepaalde (bijzondere) omstandigheden zich hebben voorgedaan, maar dat de houder dit ook aantoont.
Als met 1 feitelijke gedraging 2 of meer overtredingen zijn begaan legt het college alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding met het hoogste boetebedrag. Daarnaast matigt het college een boete aan de hand van de omvang van de organisatie.
Directe boete
|
algemeen |
kindercentrum en GOB |
gastouders |
|
Exploitatie zonder toestemming college |
de vierde categorie |
de derde categorie |
|
Aanbieden kinderopvang zonder schriftelijke overeenkomst |
de derde categorie |
|
|
Schenden medewerkingsplicht |
de derde categorie |
de tweede categorie |
|
Niet opvolgen bevel |
de vierde categorie |
de derde categorie |
|
Overtreden exploitatieverbod |
de vierde categorie |
de tweede categorie |
|
Niet (tijdig) melden wijzigingen |
de tweede categorie |
|
Personeel en groepen |
kindercentrum en GOB |
|
Verklaring omtrent Gedrag (VOG) |
de tweede categorie per ontbrekende VOG |
|
Personenregister kinderopvang |
de tweede categorie per ontbrekende inschrijving en/of koppeling |
|
Beroepskrachtkind-ratio (BKR) |
de tweede categorie per ontbrekende beroepskracht |
|
Op de uren dat niet tenminste de helft van het conform de BKR benodigde aantal beroepskrachten is ingezet. |
de helft van het bedrag genoemd bij de tweede categorie per ontbrekende beroepskracht |
|
Kwalificatie Het benodigde diploma, certificaat, enz. |
de tweede categorie per ontbrekende kwalificatie |
|
Gastouders - Personeel en groepen |
|
|
Verklaring omtrent Gedrag (VOG) |
de eerste categorie per ontbrekende VOG |
|
Groepsgrote en groepssamenstelling |
de eerste categorie per overtreding |
|
Kwalificatie Het benodigde diploma, certificaat, enz. |
de eerste categorie per ontbrekende kwalificatie |
|
Kwaliteit gastouderbureau |
|
|
Pedagogische praktijk Begeleiding en ondersteuning van de Gastouder: Uitvoering pedagogisch beleid door gastouders leidt tot verantwoorde gastouderopvang. |
de tweede categorie per VGO waar onvoldoende is toegezien op de kwaliteit van opvang en/of de begeleiding tekortschiet |
|
Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn zorgplicht: De samenstelling van de groep kinderen bij de gastouder |
de tweede categorie per VGO waar de groepsgrootte en/of samenstelling niet voldoet |
|
Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang: Inschrijving en koppeling gastouder, huisgenoten en structureel aanwezigen |
de tweede categorie per ontbrekende inschrijving en/of koppeling |
|
Veiligheid en gezondheid: Inventarisatie van risico’s voorzieningen voor gastouderopvang |
de tweede categorie |
Hiervoor kan een boete worden opgelegd
|
Overige kwaliteitseisen |
|
|
Niet opvolgen aanwijzing |
de derde categorie, voor gastouder tweede categorie |
|
Eisen ruimtes gastouderopvang: De houder van een gastouderbureau toetst aantoonbaar jaarlijks op naleving van deze eisen |
de tweede categorie per VGO waar niet is voldaan aan deze kwaliteitseisen en niet aantoonbaar is getoetst op de naleving |
|
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling |
de tweede categorie per gastouder waar de kennis en het gebruik van de handelwijze uit de meldcode niet is bevorderd. |
|
Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers |
de derde categorie |
Toelichting
Algemene toelichting
Hoofdstuk 2 Herstellend traject
In een herstellend traject zijn verschillende stappen te onderscheiden.
Mogelijkheid toezichthouder: herstelaanbod
Het herstelaanbod is een mogelijkheid die de toezichthouder inzet voor snel herstel van een tekortkoming. Een herstelaanbod is een aanbod van de toezichthouder dat de houder kan aanvaarden. Binnen de door de toezichthouder gestelde tijd moeten maatregelen worden genomen om de gewenste kwaliteit te bereiken en een vastgestelde overtreding te herstellen. Dit gebeurt vóórdat het conceptrapport is opgesteld.
De afweging of een houder een herstelaanbod krijgt en welke termijn daarvoor geldt, ligt bij de toezichthouder. Daarmee is een herstelaanbod ook geen vooraf vaststaand recht. De toezichthouder bespreekt verbetermaatregelen en legt de nodige afspraken vast. Na afloop van de afgesproken periode beoordeelt de toezichthouder of een overtreding is opgeheven. De toezichthouder beoordeelt ook of de houder aantoonbaar voldoende maatregelen heeft getroffen om tekortkomingen in de toekomst te voorkomen. Dit aanbod leidt tot snellere inzet van het herstel en een betere inschatting van de nalevingsbereidheid.
De toezichthouder beschrijft in het rapport de overtreding én of het herstelaanbod op tijd is nagekomen. Daarbij kijkt de toezichthouder vooral of de overtredingen hersteld zijn en of de kwaliteit structureel verbeterd is. Na afloop van de onderzoeksperiode geeft de toezichthouder een advies aan het college.
Stap 1 door het college: aanwijzing, artikel 1.65 lid 1 Wet kinderopvang
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau bevindt dat de bij of krachtens de artikelen 1.47 lid 1 en 1.49 tot en met 1.59 gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen’) niet of in onvoldoende mate naleeft, geeft de houder een schriftelijke aanwijzing.
- 1.
In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder binnen de gestelde termijn genomen dienen te worden. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen.
- 2.
In geval van een overtreding met de prioriteit hoog, bedraagt de hersteltermijn maximaal 14 dagen. Is er sprake van een overtreding met een gemiddelde of lage prioriteit dan bedraagt de hersteltermijn maximaal respectievelijk 2 of 6 maanden.
- 3.
Na het verstrijken van de hersteltermijn dient de overtreding duurzaam beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel aan de GGD opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan wordt een volgende stap ingezet.
Stap 2 door het college: last onder dwangsom of last onder bestuursdwang, artikel 125 lid 2 Gemeentewet en artikel 5:32 Awb
De algemene bestuursdwangbevoegdheid is neergelegd in artikel 125 van de Gemeentewet. In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding te beëindigen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom is een van de bestuursdwangbevoegdheid afgeleide bevoegdheid; neergelegd in artikel 5:32 Awb.
- 1.
Een last onder dwangsom wordt opgelegd met als doel herstel van de overtreding en/of voorkoming van herhaling van de overtreding.
- 2.
De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit. Ook kan besloten worden tot een volgende stap in het herstellend handhavingstraject.
- 3.
De last onder dwangsom kan ook preventief worden opgelegd. Van een preventieve last is sprake als de last wordt opgelegd voordat enige overtreding heeft plaatsgevonden. Hiervoor geldt dat het gevaar van de overtreding klaarblijkelijk dreigt: dat wil zeggen dat de overtreding zich met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal voordoen.
Wanneer binnen 3 jaar twee keer voor dezelfde overtreding een last onder dwangsom is opgelegd en ingevorderd, kan het college de handhaving vervolgen met een exploitatieverbod. De houder voldoet immers langere tijd niet aan de minimale kwaliteitseisen waardoor de kwaliteit van opvang structureel tekort schiet. Het belang van ouders en kinderen bij kwalitatief goede kinderopvang gaat voor het (financiële) belang van de houder en het personeel.
Stap 3 door het college: exploitatieverbod, artikel 1.66 Wet kinderopvang
Het college kan de houder verbieden een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau in exploitatie te nemen dan wel de exploitatie voort te zetten. Dit kan het college onder andere in de volgende gevallen:
- 1.
Zolang de houder een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is (lid 1).
- 2.
Als een kindercentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen voldoet (lid 2).
Stap 4 door het college: het intrekken van de beschikking met toestemming tot exploitatie en het verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang, artikel 1.46 lid 5 en 6 Wet kinderopvang, artikel 1.47a lid 2 Wet kinderopvang en artikel 8 lid 1 Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang.
Er zijn verschillende gronden waarop het college, in het kader van handhaving, de toestemming tot exploitatie kan intrekken en de registratie van deze voorziening verwijdert uit het register:
- 1.
Indien is gebleken dat de houder niet langer de kinderopvangvoorziening exploiteert.
- 2.
Indien uit een GGD-onderzoek of anderszins is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij of krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften.
- 3.
Indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de kinderopvangvoorziening niet daadwerkelijk is aangevangen.
Vanaf het moment dat voor een voorziening voor kinderopvang de toestemming tot exploitatie is ingetrokken en de registratie van deze voorziening verwijderd is uit het landelijk register kinderopvang, is er geen sprake meer van kinderopvang in de zin van de wet. Voortzetten van de exploitatie leidt tot niet geregistreerde kinderopvang (illegale kinderopvang) en kan leiden tot een bestuurlijke boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten.
Hoofdstuk 3 Bestraffend traject
Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die ‘in het verleden’ begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete (artikel 1.72 lid 1 Wet kinderopvang).
In de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Barneveld is neergelegd op welke wijze het college invulling geeft aan zijn beleidsvrijheid.
- 1.
Het beleid houdt in dat het college in geval van een overtreding gebruik kan maken van zijn bevoegdheid en een boete ter hoogte van het in het afwegingsmodel genoemde bedrag (met inachtneming van de bepalingen over de boete in deze beleidsregels) oplegt. Voor de bedragen sluit het college aan bij de categorieën genoemd in artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Gezien de ernst van het niet aanbieden van kinderopvang die voldoet aan de minimale kwaliteitseisen is met name aangesloten bij de tweede, derde en vierde categorie. Een financiële sanctie is nooit lager dan het genoemde bedrag uit de eerste categorie.
- 2.
Uitzondering hierop is de voorziening voor gastouderopvang. Hiervoor gelden andere bedragen zoals opgenomen in het afwegingsmodel in bijlage 2. De achterliggende gedachte hierbij is het bijzondere karakter van deze voorziening.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Toepassing
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 2 Begripsomschrijvingen
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 3 Vormen van handhaving
In dit artikel worden de vormen van handhaving benoemd. Een herstelmaatregel is gericht op herstel van een overtreding en/of voorkoming van herhaling. Een bestraffende sanctie is gericht op bestraffen van een begane overtreding. In de Algemene wet bestuursrecht wordt ook wel gesproken over leedtoevoeging.
Artikel 4 Kwaliteitseisen
De kwaliteitseisen waaraan bij of krachtens de Wet kinderopvang voldaan moet worden staan in de wet- en regelgeving. Een volledige opsomming is ook terug te vinden in de door de toezichthouder kinderopvang gebruikte modelrapporten.
Artikel 5 Handhavingsafwegingen
Het college kijkt naar alle feiten en belangen voordat een besluit wordt genomen. Het college beoordeelt of de sanctie past bij de ernst van de overtreding en neemt passende maatregelen.
Artikel 6 Waarschuwing
Bij kleine overtredingen of dreigende overtredingen kan het college kiezen voor een waarschuwing in plaats van een zwaardere maatregel.
Artikel 7 Herstelaanbod
Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar Algemene toelichting, hoofdstuk 2 Herstellend traject.
Artikel 8 Herstelsanctie
Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar Algemene toelichting, hoofdstuk 2 Herstellend traject.
Artikel 9 Schriftelijke bevel
Bij acute gevaarlijke situaties kan de toezichthouder direct ingrijpen met een bevel dat 7 dagen geldig is. Het college kan dit verlengen als het probleem niet is opgelost.
Artikel 10 Exploitatieverbod
Indien een geregistreerde voorziening, te weten dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang niet meer voldoet aan de definitie hiervan in de Wet kinderopvang wordt de gegeven toestemming tot exploitatie door middel van een beschikking ingetrokken en wordt de registratie uit het landelijk register kinderopvang verwijderd. Dit omdat uitsluitend kinderopvangvoorzieningen die aan de definitie voldoen worden geregistreerd en geëxploiteerd mogen worden. Er zal in dit geval geen herstellend handhavingstraject worden ingezet.
Hoofdstuk 3 Bestraffend traject
Artikel 11 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete
Het opleggen van een bestuurlijke boete is een bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college een bestuurlijke boete op kan leggen, maar daartoe niet verplicht is. De overtredingen van de kwaliteitseisen zijn geprioriteerd. Voor de overtredingen met de prioriteit ‘hoog’ is bepaald dat het college van deze bevoegdheid gebruik kan maken. Dit laat onverlet dat het college bevoegd blijft voor de overige overtredingen een boete op te leggen. Indien het college daartoe overgaat, is hetgeen in deze beleidsregels is bepaald onverkort van toepassing.
Het college kan een boete opleggen bij overtredingen met de prioriteit ‘hoog’; de bij of krachtens de artikelen 1.47 lid 1, 1.49 tot en met 1.59 Wet kinderopvang gestelde eisen, waaraan het college in verband met de naleving ervan een hoge prioriteit heeft toegekend.
In geval van een overtreding met een midden of lage prioriteit maakt het college in beginsel geen gebruik van zijn bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen.
Hoogte bestuurlijke boete
In de Wet kinderopvang is het maximaal op te leggen boetebedrag aangegeven. Het college heeft derhalve beleidsvrijheid ten aanzien van het bepalen van de hoogte van het op te leggen boetebedrag naar aanleiding van een specifieke overtreding. Voor overtreding van de kwaliteitseisen geldt dat het college voor de vaststelling van de hoogte van de boete aansluit bij het afwegingmodel uit de “Leidraad toezicht- en handhaving Wet kinderopvang Gelderland Midden” zoals opgenomen in bijlage 2.
Uitzonderingen hierop zijn:
- •
In geval van overtreding van de artikelen 1.66 en 1.45 Wet kinderopvang is er sprake van economische delicten, gesanctioneerd in de Wet op de Economische Delicten. In artikel 1 en 6 van deze wet is bepaald dat deze overtredingen beboet worden met een boete van de vierde categorie. De boetebedragen in onderhavig beleid komen hiermee overeen.
- •
Overtreding van artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht is een strafbaar feit; strafbaar gesteld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht: “Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die opzettelijk enige handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.” Het boetebedrag voor deze overtreding, komt overeen met het in het Wetboek van Strafrecht genoemde bedrag voor overtredingen van de tweede categorie.
Gezien het bijzondere karakter van de voorziening voor gastouderopvang is ervoor gekozen de hoogte van de op te leggen boete te verlagen. Dit geldt niet wanneer het een kwaliteitseis is die specifiek alleen aan de gastouder wordt gesteld. In dat geval is de boete al op deze situatie afgestemd.
Het voorgaande laat onverlet dat het college op grond van artikel 5:46 lid 2 Algemene wet bestuursrecht gehouden is de hoogte van de bestuurlijke boete af te stemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten, waarbij het college zo nodig rekening houdt met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Het college heeft door middel van de prioritering en de aansluiting op de betreffende strafrechtelijke overtredingen de ernst van de overtredingen geobjectiveerd.
Artikel 12 Recidive
Bij recidive treedt strafverzwaring op. Dit artikel bepaalt de hoogte van de strafverzwaring.
Artikel 13 Matiging
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 14 Samenloop
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 15 Hardheidsclausule
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 16 Intrekking
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 17 Citeertitel en inwerkingtreding
Dit artikel spreekt voor zich
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl