Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756582
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756582/1
Verordening participatie gemeente Gouda 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-07-2026
Intitulé
Verordening participatie gemeente Gouda 2026De raad van de gemeente Gouda;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september 2025;
Gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit en de;
de Denkwijzer participatiebeleid ‘Gouda werkt samen, met én voor de stad’ 2026;
overwegende dat het van belang is lokale besluitvorming en uitvoering door participatie van inwoners en andere betrokkenen te verrijken, de samenwerking te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening participatie gemeente Gouda 2026
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen, kaders en uitgangspunten
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- –
beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;
- –
beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid;
- –
bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;
- –
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda;
- –
initiatieven: op initiatief van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;
- –
inspraak: het ten aanzien van gemeentelijke beleidsvoornemens kenbaar maken van een zienswijze en daarover zo mogelijk van gedachten wisselen met het betreffende bestuursorgaan;
- –
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
- –
inwonerparticipatie: het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid;
- –
maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
- –
natuurbelanghebbende: een niet-menselijke entiteit met ecologisch belang, daarbij te verstaan ecosystemen, landschappen, biotopen, habitat, soorten of populaties;
- –
natuurvertegenwoordiger: een onafhankelijk persoon of instantie die bevoegd is de belangen van natuurbelanghebbenden namens hen in participatie- of inspraakprocedures te behartigen, indien het onderwerp mogelijke ecologisch effecten heeft;
- –
ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;
- –
overheidsparticipatie: verzamelnaam voor initiatieven daaronder het uitdaagrecht begrepen;
- –
participatie: de samenwerking tussen een bestuursorgaan, inwoners, ondernemers of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonerparticipatie en overheidsparticipatie begrepen;
- –
procedure: de wijze waarop de inspraak of participatie gestalte wordt gegeven;
- –
uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
Artikel 2. Doelstelling
Het doel van deze verordening is:
- a.
duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is;
- b.
de samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners, maatschappelijke partijen en ondernemers anderzijds te versterken;
- c.
de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten;
- d.
de sociale samenhang binnen de gemeente te versterken;
- e.
samen met inwoners en belanghebbenden komen tot zorgvuldige plannen en besluiten.
Artikel 3. Reikwijdte
-
1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast.
-
2. Het bestuursorgaan past bij toepassing van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe.
-
3. Er vindt geen participatie plaats als:
- a.
het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;
- b.
participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;
- c.
de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;
- d.
de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;
- e.
sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- f.
het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat;
- g.
het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat; of
- h.
indien het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van handhaving van de openbare orde en veiligheid.
- a.
Artikel 4. Zorgplicht bestuursorgaan
Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat:
- a.
inwoners en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken en als alle opties nog open staan;
- b.
inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn;
- c.
de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar zijn;
- d.
tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is;
- e.
het proces van participatie zorgvuldig verloopt;
- f.
duidelijk is waar inwoners en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie; en
- g.
na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming.
Hoofdstuk 2 Inwonerparticipatie
Artikel 5. Plan voor inwonerparticipatie
-
1. Het bestuursorgaan stelt, voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, vast op welke wijze inwonerparticipatie wordt vormgegeven. Dit gebeurt door het opstellen van een participatieplan, conform de uitgangspunten en werkwijze zoals vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Denkwijzer participatiebeleid ‘Gouda werkt samen, met én voor de stad’.
-
2. Als inwonerparticipatie wordt toegepast, legt het bestuursorgaan in ieder geval de volgende onderwerpen vast in een plan en maakt dit openbaar:
- a.
een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;
- b.
informatie over het doel van de inwonerparticipatie;
- c.
de vorm van inwonerparticipatie waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:
- 1°
Samen denken: het raadplegen van inwoners en belanghebbenden bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid, projecten en programma’s;
- 2°
Samen doen: het samen met inwoners en belanghebbenden komen tot plannen voor ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid, projecten en programma’s binnen de gestelde kaders;
- 3°
Samen beslissen: het meebeslissen van inwoners en belanghebbenden bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid, projecten en programma’s binnen de gestelde kaders;
- 1°
- d.
informatie over de planning en in welke fase inwoners hun inbreng kunnen leveren;
- e.
een tijdspad met termijnstelling;
- f.
op welke wijze en wanneer de terugkoppeling aan de deelnemers plaatsvindt; en
- g.
informatie over het ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid;
- h.
als er natuurbelanghebbenden betrokken zijn, welke natuurvertegenwoordigers betrokken worden in het participatieproces.
- a.
-
3. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.
-
4. Het bestuursorgaan kan de procedure wijzigen in die gevallen waarin de vaststelling van het beleidsvoornemen zulks vereist. Het bestuursorgaan maakt een besluit tot wijziging van de procedure aan de participanten bekend.
Artikel 6. Participatieverslag
-
1. Ter afronding van de inwonerparticipatie maakt het bestuursorgaan een participatieverslag op hoofdlijnen en maakt dit openbaar.
-
2. Het participatieverslag bevat in elk geval:
- a.
een beschrijving van het proces dat is gevolgd;
- b.
de uitkomsten van het proces; en
- c.
hoe de uitkomsten van het proces zijn verwerkt.
- a.
Artikel 7. Inspraak
Bij inspraak is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Hoofdstuk 3 Overheidsparticipatie: initiatieven en uitdaagrecht
Artikel 8. Verzoek tot initiatieven
-
1. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek indienen voor initiatieven.
-
2. Indieners van een verzoek tot initiatief, als bedoeld in het eerste lid, bepalen zelf het onderwerp waar zij een maatschappelijke bijdrage aan wensen te leveren.
-
3. Indieners van een verzoek tot initiatief nemen hierover contact op via de daarvoor door het bestuursorgaan aangeboden mogelijkheden.
-
4. Een verzoek tot initiatief omvat in ieder geval de volgende onderdelen:
- a.
een omschrijving van het initiatief;
- b.
een omschrijving van de maatschappelijke meerwaarde;
- c.
een omschrijving van de doelgroep;
- d.
aantoonbaar draagvlak voor het initiatief in de buurt; en
- e.
een planning met financieel plan.
- a.
-
5. Een vast contactpersoon van de gemeente begeleidt de indieners van een verzoek tot initiatief tijdens het hele proces.
-
6. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
-
7. Het bestuursorgaan beslist binnen 8 weken op het verzoek, met de mogelijkheid tot verlenging tot 12 weken, indien de omvang of de gecompliceerdheid van het verzoek een verlenging rechtvaardigt.
Artikel 9. Verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.
-
2. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier.
-
3. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt.
-
4. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:
- a.
wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is;
- b.
welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; en
- c.
hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen.
- a.
-
5. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
-
6. Het bestuursorgaan beslist binnen 12 weken op het verzoek, met de mogelijkheid tot verlenging, indien de omvang of de gecompliceerdheid van het verzoek een verlenging rechtvaardigt.
Artikel 10. Beoordeling verzoek tot overheidsparticipatie: initiatieven en uitdaagrecht
-
1. Het college stuurt een ingediend verzoek om een initiatief of toepassing van het uitdaagrecht door naar het bestuursorgaan dat bevoegd is om hierover te besluiten, en stelt de indiener hiervan op de hoogte.
-
2. Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.
-
3. Een verzoek tot initiatief dient te voldoen aan de in artikel 8 gestelde voorwaarden.
-
4. Een verzoek tot toepassing van het uitdaagrecht dient te voldoen aan de in artikel 9 gestelde voorwaarden.
-
5. Onverminderd het bepaalde in artikel 3, derde lid, kan het bestuursorgaan verzoeken tot initiatieven en toepassing van het uitdaagrecht toewijzen indien:
- a.
het verzoek betrekking heeft op een taak die zich leent voor overheidsparticipatie;
- b.
het verzoek past binnen door de gemeente vastgesteld beleid;
- c.
het verzoek een bijdrage levert aan de leefbaarheid of samenhang van de gemeenschap; en
- d.
het bestuursorgaan van oordeel is dat het verzoek leidt tot een betere uitvoering van de taak of de kosten lager zijn;
- e.
de opdrachtwaarde onder de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.
- a.
-
6. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing openbaar.
Artikel 11. Uitvoering overheidsparticipatie
Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het college met de indiener afspraken over:
- a.
het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie;
- b.
het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie;
- c.
het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces van de overheidsparticipatie;
- d.
de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie; en
- e.
de evaluatie van de overheidsparticipatie.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 12. Nadere regels college
Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van participatie, zoals aanvullende regels bij complexe ruimtelijke projecten, waarbij veel verschillende belangen spelen en duidelijke kaders nodig zijn voor een goed participatieproces of bij processen waarbij specifieke doelgroepen zoals jongeren, ondernemers of mensen met een beperking betrokken zijn.
Artikel 13. Hardheidsclausule
Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen deze verordening buiten toepassing laten of afwijken van de bepalingen in deze verordening voor zover toepassing van deze verordening naar het oordeel van het bestuursorgaan onredelijke gevolgen heeft of leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt of de verordening buiten toepassing laat. De clausule biedt derhalve ruimte voor maatwerk bij onvoorziene en/of uitzonderlijke omstandigheden.
Artikel 14. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
-
1. De Algemene inspraak- en participatieverordening Gouda wordt ingetrokken.
-
2. De Algemene inspraak- en participatieverordening Gouda blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.
Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2026.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie Gouda 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 november 2025.
De raad van de gemeente voornoemd,
griffier
mr drs E.J. Karman-Moerman
voorzitter
mr drs P. Verhoeve
Toelichting
Algemeen deel
Aanleiding en wettelijke basis
Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden (Stb. 2024, 203). Deze wet wijzigt artikel 150 van de Gemeentewet en verplicht gemeenten om inwoners en maatschappelijke partijen niet alleen bij de voorbereiding, maar ook bij de uitvoering en evaluatie van beleid te betrekken. Daarnaast introduceert de wet het uitdaagrecht, waarmee inwoners en maatschappelijke partijen het initiatief kunnen nemen om gemeentelijke taken over te nemen.
De wet beoogt het draagvlak voor gemeentelijk beleid te vergroten en de lokale democratie te versterken. Gemeenten staan voor complexe maatschappelijke opgaven, zoals duurzaamheid, leefbaarheid en inclusie. Vroegtijdige en betekenisvolle participatie draagt bij betere plannen en besluitvorming, het versterken van gemeenschappen en sociale samenhang en betere relaties en samenwerking.
Van inspraak naar participatie
De wet markeert een overgang van een klassieke inspraakverordening naar een bredere participatieverordening. Waar inspraak vooral gericht was op het geven van zienswijzen bij beleidsvoornemens, richt participatie zich op samenwerking in alle fasen van beleid: voorbereiding, uitvoering én evaluatie. Deze sluit aan bij deze verbreding en biedt ruimte voor diverse vormen van participatie, zoals samen denken, samen doen en samen beslissen.
Lokale invulling en keuzeruimte
De wet laat gemeenten vrij in de wijze waarop zij participatie vormgeven. Er is gekozen om bepalingen op te nemen over:
- –
inwonerparticipatie: op initiatief van de gemeente;
- –
overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners, ondernemers of maatschappelijke partijen;
Deze keuze sluit aan bij de Denkwijzer participatiebeleid ‘Gouda werkt samen, met én voor de stad’ 2026, waarin participatie wordt gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid en als een kans om samen te werken aan een betere stad.
Verhouding tot andere wetgeving
De verordening houdt rekening met andere wettelijke kaders waarin participatie een rol speelt, zoals de Omgevingswet. Hoewel participatie bij omgevingsvergunningen vormvrij is zal deze verordening zoveel mogelijk moeten worden toegepast bij instrumenten zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en programma’s. Dit bevordert consistentie en transparantie.
Rol van gemeenteraad en ambtelijke organisatie
De gemeenteraad heeft een leidende rol in het stellen van kaders voor participatie. Via deze verordening, het participatiebeleid en de begrotingscyclus kan de raad sturen op inhoud, proces en middelen. De ambtelijke organisatie is verantwoordelijk voor de uitvoering en ondersteuning van participatieprocessen. De verordening biedt ruimte voor maatwerk, maar stelt ook duidelijke eisen aan zorgvuldigheid, transparantie en terugkoppeling.
Doel en werking van de verordening
De Verordening participatie Gouda 2026 is bedoeld om:
- –
spelregels vast te leggen voor participatie;
- –
duidelijkheid te bieden aan inwoners en initiatiefnemers;
- –
samenwerking te bevorderen;
- –
en de kwaliteit van besluitvorming te verhogen.
Verdere uitwerking is mogelijk omdat het college de bevoegdheid krijgt om nadere regels te stellen. Tevens is er via de hardheidsclausule een mogelijkheid tot maatwerk bij initiatieven en uitdaagverzoeken.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 – Definities
Dit artikel bevat de kernbegrippen die in de verordening worden gebruikt. De definities zijn afgestemd op de VNG-modelverordening en verduidelijken het onderscheid tussen inwonerparticipatie (initiatief bij de gemeente) en overheidsparticipatie (initiatief bij inwoners of maatschappelijke partijen).
Bij de definitie natuurvertegenwoordiger wordt met ‘onafhankelijk’ bedoeld dat de betreffende persoon of organisatie zonder aansturing van het gemeentebestuur handelt en geen direct belang heeft bij de uitkomst van het proces waarin de belangen van natuurbelanghebbenden worden behartigd. Met ‘bevoegd’ wordt bedoeld dat de betreffende persoon of organisatie beschikt over relevante deskundigheid met betrekking tot de betrokken natuurbelanghebbende en ervaring heeft met de behartiging daarvan.
Artikel 2 – Doelstelling
De doelstelling van de verordening is het versterken van de lokale democratie door participatie. De formulering sluit aan bij de VNG-toelichting en de Denkwijzer participatiebeleid ‘Gouda werkt samen, met én voor de stad’ 2026.
Artikel 3 – Reikwijdte
Dit artikel beschrijft op welke processen de participatieverordening van toepassing is. Elk bestuursorgaan binnen de gemeente bepaalt zelf of en hoe participatie wordt ingezet binnen zijn eigen taken en bevoegdheden. Hoewel de Omgevingswet veel ruimte biedt voor een vormvrije aanpak, is er bewust gekozen om in dit artikel een bepaling op te nemen die de toepassing van de participatieverordening bij omgevingsinstrumenten, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan, zoveel mogelijk stimuleert.
Tegelijkertijd zijn er ook enkele uitzonderingen opgenomen. Het uitgangspunt blijft dat elk bestuursorgaan zelf beslist of inwoners kunnen meedenken of meedoen, en of het uitdaagrecht in een specifieke situatie kan worden toegepast.
De participatieverordening geldt niet als er al een project loopt of als er alleen een kleine aanpassing wordt gedaan aan bestaand beleid. In zulke gevallen is het niet nodig om opnieuw inwoners te betrekken, omdat het niet gaat om iets nieuws of ingrijpends.
Artikel 4 – Zorgplicht bestuursorgaan
Dit artikel maakt duidelijk dat het bestuursorgaan verantwoordelijk is voor een open, begrijpelijk en zorgvuldig participatieproces. Dat betekent onder andere dat inwoners en natuurvertegenwoordigers op tijd worden betrokken, dat het proces helder is, dat informatie goed beschikbaar is en dat er een duidelijke terugkoppeling komt van wat er met de inbreng is gedaan. Dit helpt om het vertrouwen in participatie te versterken en de kwaliteit ervan te verbeteren. Het is belangrijk om terughoudend om te gaan met uitzonderingen op deze verplichtingen, en om te beseffen dat participatie niet alleen gaat over de voorbereiding van beleid of besluiten, maar ook over de uitvoering en de evaluatie ervan.
Artikel 5 – Plan voor inwonerparticipatie
In de wet wordt inwonerparticipatie aangeduid als burgerparticipatie. Daarbij neemt de gemeente het initiatief en nodigt belanghebbenden uit om mee te denken en mee te doen bij het maken, uitvoeren en evalueren van beleid en plannen. De gemeente organiseert dit proces en betrekt de uitkomsten van de participatie bij het nemen van besluiten. Als er inwonerparticipatie wordt toegepast, stelt het bestuursorgaan een participatieplan op. In dat plan staat onder andere wat:
- –
het doel en de inhoud van het beleid is;
- –
welke vorm van participatie wordt gekozen (bijvoorbeeld samen denken, doen of beslissen);
- –
hoe het proces wordt gepland en gefaseerd;
- –
op welke manier er terugkoppeling plaatsvindt; en
- –
hoe de besluitvorming verloopt.
De opzet van het plan voor inwonerparticipatie is gebaseerd op de VNG-modelverordening en sluit aan bij de Denkwijzer participatiebeleid ‘Gouda werkt samen, met én voor de stad’ 2026. Het opstellen van zo’n plan helpt om belangrijke spelregels uit de Denkwijzer in de praktijk te brengen, zoals het verbeteren van samenwerking, het vroeg betrekken van belanghebbenden, werken met een duidelijke en transparante aanpak en zorgen dat iedereen makkelijk kan meedoen.
Indien het college besluit om het participatieplan aan de raad voor te leggen, wordt de raad hierover geïnformeerd.
Artikel 6 – Participatieverslag
Na afloop van het participatieproces maakt het bestuursorgaan een openbaar verslag. In dat verslag staat:
- –
hoe het proces is verlopen;
- –
wat het heeft opgeleverd; en
- –
hoe de resultaten zijn verwerkt in beleid, uitvoering of evaluatie.
Het verslag zorgt voor openheid en biedt leerpunten voor de toekomst. Het verslag wordt ter informatie aangeboden bij besluitvorming. Zo is het bestuursorgaan goed geïnformeerd en kan het de uitkomsten van participatie meewegen in het besluit.
Artikel 7 – Inspraak
Bij inspraak is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Er wordt niet afgeweken van deze uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Dit betekent dat het participatietraject, zoals hier omschreven, kan samengaan met de zienswijzeprocedure. Inspraak na participatie heeft meerwaarde: het biedt inwoners een formeel moment om hun mening te geven, ook als ze eerder al betrokken waren. Dit versterkt de rechtszekerheid en zorgt voor een consistente aanpak. Het helpt bovendien om belangen zorgvuldig af te wegen en besluiten goed te onderbouwen.
Artikel 8 – Verzoek tot initiatieven
Deze vorm van overheidsparticipatie is bedoeld als laagdrempelige route voor maatschappelijke initiatieven die zich richten op een beperkte invloedsfeer, zoals een buurt, wijk of specifieke doelgroep. Het gaat hierbij om initiatieven die bijdragen aan de leefbaarheid, sociale cohesie of duurzaamheid in de gemeente, zonder dat zij direct raken aan grootschalige beleidswijzigingen of gemeentelijke kerntaken.
Voorbeelden van dergelijke initiatieven zijn:
- –
"Groen moet je doen": een initiatief waarbij inwoners zelf aan de slag gaan met het vergroenen van hun straat of buurt, bijvoorbeeld door het aanleggen van geveltuinen of het adopteren van boomspiegels.
- –
"Grijs wordt groen": projecten waarbij versteende plekken in de openbare ruimte worden omgevormd tot groene ontmoetingsplekken.
Deze initiatieven kenmerken zich door:
- –
een duidelijke maatschappelijke meerwaarde;
- –
een concreet en uitvoerbaar karakter;
- –
een beperkte schaal en impact op gemeentelijk beleid;
- –
een hoge mate van betrokkenheid en draagvlak vanuit de buurt of gemeenschap.
Het college fungeert als loket en begeleidt indieners bij het concretiseren van hun initiatief. Door deze vorm van participatie te faciliteren, stimuleert de gemeente Gouda actieve betrokkenheid van inwoners bij hun leefomgeving en biedt zij ruimte voor co-creatie op lokaal niveau.
Artikel 9 – Verzoek toepassing uitdaagrecht
Dit artikel regelt de procedure voor het indienen van een verzoek tot toepassing van het uitdaagrecht. Deze vorm van overheidsparticipatie is bedoeld voor initiatieven waarbij inwoners, ondernemers of maatschappelijke partijen een gemeentelijke taak willen overnemen. In tegenstelling tot de laagdrempelige initiatieven zoals bedoeld in artikel 8, gaat het hierom taken die normaal door de gemeente worden uitgevoerd en waarvoor een duidelijke overdracht van verantwoordelijkheid plaatsvindt.
Het uitdaagrecht is verankerd in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet en biedt inwoners en maatschappelijke partijen de mogelijkheid om taken van de gemeente over te nemen, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De gemeente beoordeelt het verzoek op inhoud, uitvoerbaarheid, maatschappelijke meerwaarde en juridische en financiële haalbaarheid.
Voorbeelden van toepassing van het uitdaagrecht in Gouda zijn:
- –
Schoonmaken van de grachten op contractbasis: Een initiatiefnemer diende eind 2017 een verzoek in bij de gemeente Gouda om het afvalbeheer in de grachten over te nemen. Geïrriteerd door de hoeveelheid vuil in het water, besloot zij met haar SUP-school leerlingen actief bij te dragen aan schonere grachten. De gemeente ging akkoord en verstrekt sindsdien een vergoeding voor deze taakuitvoering. Dit is een concreet voorbeeld van het uitdaagrecht waarbij een gemeentelijke taak (reiniging van de openbare ruimte) is overgedragen aan een maatschappelijke partij.
- –
De GoudApot: De Stichting GoudApot ontvangt subsidie van de gemeente Gouda om budget beschikbaar te stellen aan inwoners en maatschappelijke initiatieven. Inwoners kunnen via GoudApot zelf beslissen over de besteding van geld voor projecten die de stad, wijk of straat leuker of beter maken. Dit is een voorbeeld van overheidsparticipatie waarbij de gemeente de taak van budgettoewijzing voor lokale initiatieven deels overdraagt aan een maatschappelijke organisatie.
Deze voorbeelden illustreren hoe het uitdaagrecht in de praktijk kan bijdragen aan een meer betrokken en actieve samenleving, waarbij inwoners niet alleen meedenken, maar ook daadwerkelijk meedoen en medeverantwoordelijkheid dragen voor hun leefomgeving.
Artikel 10 – Beoordeling verzoek overheidsparticipatie
Het college stuurt het verzoek door naar het bevoegde bestuursorgaan. De beoordeling vindt plaats op basis van inhoudelijke en juridische criteria, zoals:
- –
verenigbaarheid met beleid;
- –
bijdrage aan leefbaarheid;
- –
betere of goedkopere uitvoering;
- –
aanbestedingsgrens.
Het bestuursorgaan moet de beoordeling motiveren en openbaar maken. Dit bevordert transparantie en rechtsgelijkheid.
Artikel 11 – Uitvoering overheidsparticipatie
Bij toewijzing van een verzoek worden afspraken gemaakt over:
- –
proces en resultaat;
- –
budget en ondersteuning;
- –
evaluatie en beëindiging.
Deze afspraken zorgen voor duidelijke verwachtingen en verantwoording.
Artikel 12 – Nadere regels college
Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van participatie. Deze bevoegdheid biedt flexibiliteit en ruimte om het beleid aan te passen aan verschillende situaties. Het kan bijvoorbeeld wenselijk zijn om aanvullende regels op te stellen bij complexe ruimtelijke projecten, waarbij veel verschillende belangen spelen en duidelijke kaders nodig zijn voor een goed participatieproces. Ook bij onderwerpen met een grote impact op de leefomgeving, zoals verkeersmaatregelen of herinrichting van openbare ruimte, kunnen extra regels helpen om participatie zorgvuldig te organiseren. Verder kunnen nadere regels nuttig zijn bij digitale participatie, om te zorgen voor toegankelijkheid en transparantie, of bij het betrekken van specifieke doelgroepen zoals jongeren, ondernemers of mensen met een beperking. Zo kan het college inspelen op de diversiteit van participatievormen en zorgen voor een aanpak die past bij de aard van het onderwerp en de betrokkenheid van inwoners.
Artikel 13 – Hardheidsclausule
In uitzonderlijke gevallen kan het bestuursorgaan afwijken van de verordening. Dit moet gemotiveerd worden. De clausule biedt ruimte voor maatwerk bij onvoorziene omstandigheden. Het is belangrijk om terughoudend om te gaan met uitzonderingen op deze verplichtingen, en om te beseffen dat participatie niet alleen gaat over de voorbereiding van beleid of besluiten, maar ook over de uitvoering en de evaluatie ervan.
Artikel 14 – Intrekking en overgangsrecht
De bestaande inspraak- en participatieverordening wordt ingetrokken. Voor lopende inspraakprocedures blijft de oude verordening van toepassing. Dit voorkomt juridische onzekerheid.
Artikel 15 – Inwerkingtreding en citeertitel
De verordening treedt in werking op 1 juli 2026 en wordt aangehaald als “Verordening participatie Gouda 2026”.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl