Treasurystatuut 2026 gemeente Montferland

Geldend van 10-02-2026 t/m heden

Intitulé

Treasurystatuut 2026 gemeente Montferland

Inleiding

Op grond van art. 212 Gemeentewet moet elke gemeente een financiële beheersverordening vaststellen. In Montferland is dit verankerd in de Financiële verordening.

In genoemde financiële verordening stelt het college van Burgemeester en wethouders interne regels voor de taken en bevoegdheden, verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie (treasury) op. Het huidige Treasurystatuut van onze gemeente dateert van 2016 en is toe aan actualisatie. Daarom leggen we dit herziene statuut ter vaststelling aan het college voor.

Het Treasurystatuut kan beschouwd worden als een nadere uitwerking van de geldende wetgeving en interne regelgeving, zoals vastgelegd in:

  • Gemeentewet

  • Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO);

  • Besluit Begroting en Verantwoording provincies en Gemeenten (BBV)

  • Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof)

  • Algemene Wet Bestuursrecht (AWB)

  • Regeling schatkistbankieren decentrale overheden

Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de geldstromen, de financiële positie van de gemeente en de hieraan verbonden risico’s.

De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties:

  • Risicobeheer (hoofdstuk 3);

  • Gemeentefinanciering (hoofdstuk 4);

  • Kasbeheer (hoofdstuk 5);

  • Administratieve organisatie en interne controle (hoofdstuk 6).

Het Treasurystatuut bevat beleidsmatige uitgangspunten, de financiële kaders en de bestuurlijke infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Ook komen de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de uitgangspunten voor de administratieve organisatie en interne controle aan de orde.

Hoofdstuk 1 Begrippenkader en afkortingen

Artikel 1

In dit statuut wordt verstaan onder:

AFM

Autoriteit Financiële Markten. Als toezichthouder op de financiële markten zorgt de AFM dat het publiek, het bedrijfsleven en de overheid vertrouwen houden in deze markten.

BNG

Bank Nederlandse Gemeenten.

Deposito

Niet-verhandelbare belegging bij een bank, waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet.

Duurzaam bankieren

Bankieren waarbij expliciet aandacht wordt besteed aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk werkveld. Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen (VN-commissie Brundtland, 1987). People planet profit (ook wel: de drie P's) is een term uit de duurzame ontwikkeling. Het staat voor de drie elementen people (mensen), planet (planeet/milieu) en profit (opbrengst/winst, markt), die op harmonieuze wijze gecombineerd zouden moeten worden.

EER

Europese Economische Ruimte (toezichts-instelling waaronder naast de lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein vallen).

Financiële derivaten

Financiële instrumenten in de vorm van contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waardeafhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar plus één dag. Deze middelen bestaan uit vreemd vermogen. Korte financiering is het aantrekken van middelen voor een periode tot een jaar

Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquide middelen te transfereren zowel binnen de organisatie als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).

Liquiditeitsrisico

Het risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële uitkomsten kunnen afwijken van de verwachtingen.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet heeft als doel een grens te stellen aan korte financiering. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet houdt in dat het tekort aan vlottende middelen niet meer mag zijn dan een wettelijk vastgesteld percentage van het totaal van de lasten van de begroting per 1 januari. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet dient de gemeente maatregelen te nemen. In de meeste gevallen komt dit neer op het aangaan van langlopende geldleningen. Zie voor het huidige percentage de wet Fido. Door het gebruik van de liquiditeitenplanning wordt de kasgeldlimiet gemonitord.

Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.

Kortlopende financiering

Daggeld, kasgeld en kredietfaciliteit op de rekening-courant en onderhandse leningen.

Kredietinstelling

Instelling welke tot primair doel heeft het verlenen van kredieten.

Kredietrisico

Het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet, niet volledig of niet tijdig na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie (faillissement, surseance van betaling of schuldsanering).

Liquiditeitenbeheer

Het financieren en/of uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.

Liquiditeitenplanning

Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid.

Rating

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier.

Rentecompensatie-circuit

Systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van de gemeente worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.

Renterisico

Het risico van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.

Renterisiconorm

Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de lasten van de gemeente dat bij realisatie niet overschreden mag worden. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan een bepaald percentage van het begrotingstotaal. Zie voor het huidige percentage de wet Fido.

Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.

Saldobeheer

Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.

Rentevisie

Toekomstverwachting met betrekking tot de renteontwikkeling.

Schatkistbankieren

Het verplicht aanhouden van (overtollige) liquide middelen bij het Rijk door gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen.

Uitzetting

Het tijdelijk uitlenen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar en 1 dag of langer .

Werkkapitaal

Werkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa (voorraden, debiteuren, liquide middelen) op de balans van een organisatie en de vlottende passiva (crediteuren en overige kortlopende schulden). Decentrale overheden zijn verplicht (tijdelijk) overtollige middelen in ’s Rijksschatkist aan te houden op het werkkapitaal na. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal. Zie voor de huidige drempelbedragen de wet Fido.

Wet Fido

Wet financiering decentrale overheden.

Hoofdstuk 2 Doelstellingen van de treasuryfunctie

Artikel 2

De treasuryfunctie dient tot:

  • 1.

    Het verkrijgen en behouden van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

  • 2.

    Het beschermen van het gemeentelijk vermogen tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;

  • 3.

    Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

  • 4.

    Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de wettelijke kaders en eigen richtlijnen en verordeningen.

  • 5.

    Het genereren van informatie ter ondersteuning van het te voeren treasurybeleid en de af te leggen verantwoording over het gevoerde beheer.

Hoofdstuk 3 Risicobeheer

Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:

  • 1.

    De gemeente mag geldleningen en/of garanties uitsluitend verstrekken conform de beleidsnota Verstrekking geldleningen en gemeentelijke garantstelling Montferland;

  • 2.

    De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie als deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd met de richtlijnen en limieten van dit Treasurystatuut en de Wet Fido. Het rentepercentage voor uitzetting in de vorm van een lening wordt bepaald op basis van de dagkoers gepubliceerd via de BNG, lineair voor dezelfde looptijd;

  • 3.

    In overeenstemming met de Financiële verordening gemeente Montferland wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten.

  • 4.

    Volgens artikel 2b van de Wet Fido worden overtollige liquide middelen op het dagelijkse werkkapitaal na, bij de Nederlandse Staat aangehouden op een rekening-courant of in deposito (schatkistbankieren).

  • 5.

    In afwijking van hetgeen in artikel 3 lid 4 genoemd is, mogen volgens artikel 2 lid 3 van de Wet Fido liquide middelen ook uitgezet worden in de vorm van kortlopende leningen bij andere openbare lichamen mits er geen verticale toezichtrelatie bestaat.

  • 6.

    Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken of te garanderen in euro’s.

Artikel 4 Renterisicobeheer

  • 1. Bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen wordt de gemiddelde kasgeldlimiet volgens de Wet Fido in principe niet overschreden;

  • 2. In afwijking van artikel 4.1 en conform artikel 4 van de Wet Fido zal de gemeente de toezichthouder (Provincie) op de hoogte stellen als voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden en zal een kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd;

  • 3. Bij het afsluiten van leningen en het maken van renteafspraken wordt gezorgd dat de renterisiconorm niet wordt overschreden;

  • 4. Nieuwe leningen, uitzettingen en vervroegde aflossingen van bestaande leningen worden gebaseerd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning volgens totaalfinanciering;

  • 5. In afwijking van artikel 4, lid 3 kan de Gemeenteraad vooraf toestemming geven voor projectfinanciering. De looptijd van de lening correspondeert dan met de afschrijvingstermijn van het project;

  • 6. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de verwachte ontwikkeling hierin;

  • 7. Binnen de kaders gesteld onder dit artikel streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen;

  • 8. Met betrekking tot de kasgeldlimiet en de renterisiconorm worden de bepalingen uit de Wet Fido gevolgd. In de paragraaf financiering in het jaarverslag en de programmabegroting wordt verantwoording hierover afgelegd.

Artikel 5 Kredietrisicobeheer

De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury en worden de bepalingen van de Wet Fido gevolgd.

  • 1.

    Het uitzetten van overtollige liquide middelen vindt plaats:

    • a.

      Op een depositorekening bij het agentschap van het ministerie van Financiën (schatkistbankieren);

    • b.

      Bij een decentrale overheid, niet zijnde de toezichthoudende provincie;

  • 2.

    Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitsplanning.

Artikel 6 Intern liquiditeitsrisicobeheer

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasury-activiteiten te baseren op een liquiditeitsplanning in relatie tot de bestaande leningenportefeuille, grondexploitaties en het meerjarige investeringsprogramma. De op basis van bovenstaande gegevens berekende financieringsbehoefte maakt onderdeel uit van de paragraaf financiering van de begroting.

Hoofdstuk 4 Gemeentefinanciering

Artikel 7 Uitgangspunten

Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van gemeentelijke taken volgend uit eigen beleid of medebewind en is afgestemd op de bestaande financiële positie uit de liquiditeitsplanning;

  • 2.

    Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken in euro’s;

  • 3.

    Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer.

    Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de AFM;

  • 4.

    Gelden kunnen volgens artikel 2 lid 3 van Wet Fido ook bij een decentrale overheid aangetrokken worden waarmee onze gemeente geen verticale toezichtrelatie heeft;

  • 5.

    Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare eigen liquiditeiten te gebruiken om de renterisico´s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;

  • 6.

    In overeenstemming met artikel 20 lid 1a Financiële verordening gemeente Montferland 2025 wordt bij het aantrekken van gelden voor een periode langer dan 1 jaar minimaal 2 offertes gevraagd bij verschillende financiële instellingen;

  • 7.

    Het aantrekken van financiering geschiedt tegen zo gunstig mogelijke condities en de financiering wordt zodanig gekozen dat deze past binnen het risicobeleid. De beoordeling van de offertes en de motivering van de keuze bij het aantrekken van gelden voor een periode langer dan 1 jaar wordt vastgelegd in een proces verbaal;

  • 8.

    Bij het opereren op de financiële markten wordt zodanig gehandeld dat de toegang tot de markten niet in gevaar komt.

Hoofdstuk 5 Kasbeheer

Artikel 8 Geldstromenbeheer

Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt:

  • 1.

    Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;

  • 2.

    Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank;

  • 3.

    Contante geldstromen worden zoveel mogelijk beperkt.

Artikel 9 Saldo- en liquiditeitenbeheer

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

  • 1.

    De gemeente streeft naar concentratie van liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit met de gunstigste condities;

  • 2.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeld en kredietfaciliteit op de rekening-courant en onderhandse leningen;

  • 3.

    Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar gelden de uitgangspunten zoals genoemd in artikel 3 en 5;

  • 4.

    Voor de uitgangspunten voor het extern aantrekken van gelden korter dan één jaar wordt verwezen naar art. 7.

Hoofdstuk 6 Administratieve organisatie en interne controle

Artikel 10 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • 1.

    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd. Zie hiervoor art. 11 en 12;

  • 2.

    Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd in het Mandaatbesluit Montferland;

  • 3.

    Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

    • a.

      Het aantrekken van gelden voor een periode langer dan 1 jaar wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe) door ondertekening van het proces verbaal conform artikel 7 lid 7;

    • b.

      De uitvoering en de registratie in de financiële administratie van gelden voor een periode langer dan 1 jaar geschiedt door afzonderlijke functionarissen.;

    • c.

      Voor het aantrekken van kortlopende financiering en het uitzetten van gelden middels schatkistbankieren vindt autorisatie plaats door de treasurer. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van leningen en uitzettingen te versturen naar de “treasurer” en de “Medewerker cluster Financiën (betalingsverkeer)”

    • d.

      Overige transacties worden door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe) door ondertekening van het proces verbaal conform artikel 7 lid 7;

    • e.

      De controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen belast met de (verbijzonderde) interne controle;

  • 4.

    De administratieve organisatie en (verbijzonderde) interne controle waarborgen dat:

    • a.

      De uitvoering rechtmatig en doelmatig is;

    • b.

      De treasury activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;

    • c.

      De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.

Artikel 11 Verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.

Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

  • Vaststellen van de paragraaf financiering in de begroting en jaarstukken;

  • Houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan.

College van burgemeester en wethouders

  • Vaststellen van het Treasurystatuut;

  • Uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);

  • Rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid.

Portefeuillehouder financiën

  • Uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid).

Medewerker verbijzonderde interne controle

  • Ziet toe op de naleving van de kaders en richtlijnen en ziet toe op de uitvoering van de administratieve organisatie en de werking van de interne controle van het concern op – in dit specifieke geval – het gebied van Treasury.

Medewerker cluster Financiën (strategisch medewerker)

  • Bewaken van de kwaliteit van treasuryprocessen;

Onderstaande verdere taken worden voorbereid door de treasurer

  • Het formuleren en actualiseren van het treasurybeleid in het Treasurystatuut, inclusief het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury;

  • Controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie;

  • In de jaarstukken, paragraaf Financiering, rapporteren over de uitvoering van het treasurybeheer;

  • Indien nodig afleggen van verantwoording aan het college van B&W.

Medewerker cluster Financiën (treasurer)

  • Voorbereiden van de, onder verantwoordelijkheid van de strategisch medewerker vallende taken. Concreet: het uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten volgens het Treasurystatuut en de paragraaf financiering:

    • -

      Uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de deelfuncties risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer;

    • -

      Beheren van de geldstromen;

    • -

      Onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;

    • -

      Schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en indien nodig doorgeven aan de betrokken medewerker(s) cluster Financiën;

    • -

      Adviseren van de teams over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten;

    • -

      Aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie;

    • -

      Afleggen van verantwoording aan de Strategisch medewerker financiën over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.

Medewerker cluster Financiën (financieel consulent)

  • Het in samenwerking met de treasurer adviseren omtrent het verstrekken van garantstellingen en leningen uit hoofde van de publieke taak.

Medewerker cluster Financiën (betalingsverkeer)

  • Overboeken van saldi tussen bankrekeningen;

  • Afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer;

  • Aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie;

  • Rapporteren aan het hoofd van de afdeling Financiën over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten;

  • Het juist en zo volledig mogelijk administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de verplichtingen- en financiële administratie;

  • Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controleren of deze overeenkomt met de daadwerkelijke transactie.

Externe accountant

Het in het kader van de reguliere controletaak adviseren over en controleren van de feitelijke naleving van het Treasurystatuut.

Budgethouders

  • Zorg dragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun Domein aanlevert aan cluster Financiën met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten;

  • Zorg dragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan cluster Financiën;

  • Fiatteren van betalingen en ontvangsten ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten.

Artikel 12 Bevoegdheden

In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven en ook de daarbij benodigde fiattering.

 Activiteit

Bevoegde functionaris

Autorisatie

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer

  • Aantrekken van langlopende gelden

Treasurer

Burgemeester

  • Het verstrekken van leningen en/of het geven van garanties aan derden uit hoofde van de publieke taak

Medewerker cluster Financiën (financieel consulent)

College van B&W

  • Schatkistbankieren

Medewerker cluster Financiën (treasurer)

N.v.t. (geschiedt automatisch)

  • Het aantrekken van kortlopende financiering

Medewerker cluster Financiën (treasurer)

Treasurer (art. 10.3.c)

  • Betalingsopdrachten voorbereiden (1e handtekening) en versturen (2e handtekening)

Medewerker cluster Financiën (betalingsverkeer),

1e handtekening

Medewerker cluster Financiën (financieel consulent),

2e handtekening

Bankrelatiebeheer

  • Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

Medewerker cluster Financiën (treasurer)

Medewerker cluster Financiën (strategisch medewerker)

  • Bankcondities en tarieven afspreken

Medewerker cluster Financiën (treasurer)

Medewerker cluster Financiën (strategisch medewerker)

  • Afgeven automatische incasso m.b.t. aflossing leningen

Medewerker cluster Financiën (treasurer)

Medewerker cluster Financiën (strategisch medewerker)

  • Medewerkers toegang verlenen tot bankapplicaties en autorisatie geven aan medewerkers in deze bankapplicaties

Medewerker cluster Financiën (applicatiebeheer)

Medewerker cluster Financiën (betalingsverkeer)

  • Aanvragen betaalpas

Medewerker cluster Financiën (treasurer)

Burgemeester

Artikel 13 Informatievoorziening

De informatievoorziening met betrekking tot de treasuryactiviteiten wordt meegenomen in de documenten uit de planning en controlecyclus van de gemeente.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 14 Hardheidsclausule

Het college kan één of meer artikelen van dit statuut buiten toepassing laten of daarvan afwijken, indien het belang van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Ook in die gevallen waarin dit Treasurystatuut niet voorziet beslist het college van Burgemeester en wethouders.

Artikel 15 Intrekken oude regeling

Het Treasurystatuut 2016, vastgesteld op 16 februari 2016, wordt ingetrokken

Artikel 16 Inwerkingtreding

Dit Treasurystatuut treedt in werking op 1 februari 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland in de vergadering van 27 januari 2026

De secretaris,

B.F.M. Booltink

De burgemeester,

A.C.V. Fellinger