Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756541
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756541/1
Beleidsregel Giften gemeente Soest 2026
Geldend van 10-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregel Giften gemeente Soest 2026Burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, gelezen het voorstel aan het college van burgemeester en wethouders van 20-01- 2026
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 31 lid 2 onder m en s van de Participatiewet;
En
Overwegende dat:
- •
Zij op grond van artikel 31 lid 2 onder m van de Participatiewet bevoegd is om onder voorwaarden ontvangen giften niet tot de middelen te rekenen en dus vrij te laten;
- •
Zij het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties giften in ieder geval worden vrijgelaten;
- •
Deze beleidsregels duidelijkheid en continuïteit creëren voor inwoners over het ontvangen en melden van giften in de Participatiewet;
- •
Hiermee in lijn wordt gewerkt met landelijke wetgeving over vrijlating van giften.
Besluit:
de navolgende “Beleidsregel Giften gemeente Soest 2026” vast te stellen.
- 1.
Vaststellen van de Beleidsregel Giften gemeente Soest 2026 met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- •
alleenstaande: alleenstaande of een alleenstaande ouder zoals omschreven in artikel 4 van de Participatiewet met een bijstandsuitkering;
- •
belanghebbende: persoon of personen met een bijstandsuitkering;
- •
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest;
- •
echtparen of belanghebbenden met een gezamenlijke huishouding: echtparen of belanghebbenden zoals omschreven in artikel 3 van de Participatiewet;
- •
giften:. Onverplichte of onverschuldigde incidentele cadeaus of betalingen, giraal, chartaal of in natura; zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder m van de wet. Hiertoe worden ook bijdragen gerekend die leiden tot een kostenbesparing.
- •
probleemschulden: schulden die belanghebbende naar het oordeel van het college, niet binnen een redelijke termijn kan aflossen of betalen.
- •
wet: Participatiewet.
Hoofdstuk 2 – Verantwoorde giften
Artikel 2.1 Vrijlaten van giften
-
1. Giften, zoals genoemd in artikel 31, tweede lid, onder m van de wet zijn niet van invloed op de uitkering.
-
2. De maximaal vrij te laten giften, zoals genoemd in artikel 31, tweede lid, onder m van de wet geldt voor een alleenstaande, een alleenstaande ouder of echtparen/ belanghebbenden met een gezamenlijke huishouding.
Artikel 2.2 Vrijlaten van giften in individuele gevallen
Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel S, van de Wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord:
- 1.
Giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt had kunnen worden;
- 2.
Giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten;
- 3.
Giften waarmee probleemschulden zijn betaald en zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand.
- 4.
Giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, achtste lid, van de Wet, met een waarde tot maximaal € 1200,-
- 5.
Giften in natura van organisaties waar de gemeente in het kader van het armoedebeleid mee samenwerkt.
Hoofdstuk 3 – Meldplicht en proportionaliteit
Artikel 3.1 Meldplicht
-
1. Belanghebbende meldt giften alleen wanneer redelijkerwijs is te voorzien dat de totaalgrens wordt overschreden, zoals genoemd in artikel 31, tweede lid, onder m van de wet
-
2. De gemeente vraagt geen bewijsstukken van bezittingen op als zij tezamen een waarde hebben onder het in artikel 31, tweede lid, onder m, van de wet genoemde bedrag, tenzij er sprake is van een onderzoek op basis van concrete signalen.
Hoofdstuk 4 – Hardheidsclausule en slot
Artikel 4.1 Hardheidsclausule
Het college kan gemotiveerd afwijken van deze beleidsregel indien strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 4.2 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 4.3 Citeertitel
Deze beleidsregel worden aangehaald als: Beleidsregel giften Participatiewet Soest 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering d.d.20 januari 2026 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest
Toelichting Beleidsregel giften Participatiewet Soest 2026
Algemeen
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Soest invulling aan de ruimte die artikel 31, tweede lid, onder m en s van de Participatiewet biedt om giften onder voorwaarden vrij t e laten. Doel van deze beleidsregels is om duidelijkheid te bieden aan inwoners met een bijstandsuitkering en om een redelijke en maatschappelijk verantwoorde uitvoering van de wet te waarborgen.
De gemeente acht het wenselijk dat inwoners met een uitkering in beperkte mate steun kunnen ontvangen uit hun sociale netwerk of van maatschappelijke organisaties, zonder dat dit direct gevolgen heeft voor hun recht op bijstand. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat structurele of substantiële giften in feite leiden tot een aanvulling op de periodieke inkomsten buiten de kaders van de wet.
De beleidsregels sluiten aan bij landelijke wetgeving, jurisprudentie en uitvoeringspraktijk en dragen bij aan rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en transparantie in de uitvoering.
artikel 1 – Begripsomschrijvingen
In dit artikel zijn de belangrijkste begrippen opgenomen die in deze beleidsregels worden gebruikt. Hiermee wordt aangesloten bij de definities in de Participatiewet om interpretatieverschillen te voorkomen. Onder giften worden zowel geldbedragen als goederen en diensten verstaan, inclusief bijdragen die leiden tot een kostenbesparing, zoals het (tijdelijk) kosteloos ter beschikking stellen van goederen of diensten.
artikel 2.1 – Vrijlaten van giften
Dit artikel regelt dat giften die vallen onder artikel 31, tweede lid, onder m van de Participatiewet niet als middel worden aangemerkt, zolang zij binnen de wettelijk vastgestelde grenzen blijven. De vrijlating geldt per kalenderjaar en per uitkering voor alle leefvormen (alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden/gemeenschappelijke huishouding).
Met deze bepaling wordt voorkomen dat kleine, incidentele giften leiden tot korting of beëindiging van de uitkering.
artikel 2.2 – Vrijlaten van giften in individuele gevallen
Naast de algemene vrijlating kan sprake zijn van een extra vrijlating wanneer de gift een duidelijk en aantoonbaar bijzonder doel heeft. Dit is geregeld in artikel 31 lid onder s. Dit betreft:
- •
medisch noodzakelijke kosten die niet (volledig) worden vergoed;
- •
kosten die anders via de bijzondere bijstand zouden worden vergoed;
- •
bijdragen die worden gebruikt voor het aflossen van problematische schulden die zijn ontstaan vóór de ingangsdatum van de bijstand.
- •
Giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, achtste lid, van de Wet, met een waarde tot maximaal € 1200,-. Dit bedrag kan jaarlijks geïndexeerd worden op basis van de Consumenten Prijs Index maand november van het voorgaande jaar.
- •
Giften in natura van organisaties waar de gemeente in het kader van het armoedebeleid mee samenwerkt.
Deze uitzonderingen zijn bedoeld om maatwerk mogelijk te maken en om te voorkomen dat noodzakelijke ondersteuning vanuit de omgeving wordt ontmoedigd.
artikel 3.1 – Meldplicht
In deze beleidsregel is bewust gekozen voor een proportionele invulling van de inlichtingenplicht. Belanghebbenden hoeven giften alleen te melden indien redelijkerwijs te voorzien is dat de wettelijke vrijlatingsgrens wordt overschreden. Hiermee wordt de administratieve last voor inwoners beperkt en wordt uitvoering gegeven aan het proportionaliteitsbeginsel.
De gemeente vraagt alleen om bewijsstukken wanneer sprake is van concrete signalen die aanleiding geven tot nader onderzoek. Dit voorkomt onnodige controlelasten en draagt bij aan een op vertrouwen gebaseerde uitvoering.
artikel 4.1 – Hardheidsclausule
De hardheidsclausule biedt het college de mogelijkheid om in individuele gevallen af te wijken van de beleidsregels wanneer strikte toepassing zou leiden tot een onbillijke uitkomst. Dit waarborgt maatwerk en voorkomt dat rigide toepassing onredelijke gevolgen heeft voor inwoners.
artikel 4.2 en 4.3 – Inwerkingtreding en citeertitel
Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl