Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756537
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756537/1
Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie
Geldend van 10-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatieDe in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar van de gemeente Nissewaard;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 253 van de Gemeentewet, artikel 1 van de vigerende verordening onroerende-zaakbelastingen, artikel 3 van de vigerende verordening rioolheffing, artikel 3 van de vigerende verordening afvalstoffenheffing, artikel 2 van de vigerende verordening hondenbelasting, artikel 2 van de vigerende verordening forensenbelasting en artikel 24, vierde en zesde lid, van de Wet waardering onroerende zaken;
besluit vast te stellen:
de Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie.
Inleiding
De gemeente Nissewaard heft onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, hondenbelasting en forensenbelasting en heeft voor deze belastingen verordeningen vastgesteld. Voor deze belastingen kunnen in sommige gevallen meerdere natuurlijke of niet natuurlijke personen als belastingplichtige worden aangemerkt, met andere woorden: in sommige gevallen is de omschrijving van het belastbare feit in de belastingverordening op meerdere natuurlijke of niet natuurlijke personen van toepassing.
Op grond van de Gemeentewet bestaat de mogelijkheid om de aanslag ten name van één van deze personen te stellen, met andere woorden: om één van deze personen als belastingplichtige aan te wijzen. De gemeente Nissewaard maakt gebruik van deze mogelijkheid.
In deze Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie wordt omschreven welke voorkeursvolgorde de gemeente hanteert ten behoeve van een doelmatige en doeltreffende heffing en invordering.
De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Het zijn richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen. De definitieve aanwijzing van de belastingplichtige vindt plaats door middel van de tenaamstelling van de aanslag.
De persoon die de gemeente als belastingplichtige aanwijst, wordt geacht de aanslag te kunnen betalen.
Zoals op grond van de Gemeentewet de mogelijkheid bestaat om de aanslag ten name van één van de belastingplichtige personen te stellen, zo bestaat op grond van de Wet waardering onroerende zaken de mogelijkheid om de WOZ-beschikking aan één van de belanghebbende personen bekend te maken.
In deze Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie sluit de voorkeursvolgorde die de gemeente hanteert bij het aanwijzen van een WOZ-belanghebbende aan bij de voorkeursvolgorde die de gemeente hanteert bij het aanwijzen van een belastingplichtige.
Artikel 1 Belastingen geheven van de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak
In aflopende voorkeursvolgorde wordt als belastingplichtige aangewezen:
- a.
de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:
- 1.
de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;
- 2.
de opstaller;
- 3.
de erfpachter.
- 1.
- b.
de eigenaar of de appartementsgerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:
- 1.
de eigenaar of appartemensgerechtigde met het oudste recht;
- 2.
de eigenaar of appartementsgerechtigde met het grootste aandeel in het recht;
- 3.
de oudste man;
- 4.
de oudste eigenaar of appartementsgerechtigde.
- 1.
- c.
degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.
Artikel 2 Belastingen geheven van de gebruiker krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht van een niet-woning
In aflopende voorkeursvolgorde wordt als belastingplichtige aangewezen:
- a.
indien de niet-woning niet wordt verhuurd en niet leegstaat: degene die op grond van artikel 1 als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de niet-woning wordt aangewezen;
- b.
degene die het huurcontract van de niet-woning op naam heeft;
- c.
degene die volgens het handelsregister het langst het adres van de niet-woning als vestigingsadres voert;
- d.
degene die de nutsvoorziening van de niet-woning op naam heeft;
- e.
degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.
Artikel 3 Belastingen geheven van de gebruiker krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht van een woning
In aflopende voorkeursvolgorde wordt als belastingplichtige aangewezen:
- a.
indien de woning niet wordt verhuurd en niet leegstaat: degene die op grond van artikel 1 als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de woning wordt aangewezen;
- b.
degene die het langst staat ingeschreven in de Basisregistratie personen;
- c.
bij gelijktijdige vestiging:
- 1.
bij echtparen, met of zonder inwonende gezinsleden of familieleden: de man;
- 2.
bij samenwoning van een man en een vrouw, met of zonder inwonende gezinsleden of familieleden: de man;
- 3.
in alle andere dan de onder 1 en 2 genoemde gevallen: het oudste lid van het huishouden;
- 1.
- d.
degene die op andere wijze als gebruiker van de woning naar voren komt.
Artikel 4 Hondenbelasting
Als belastingplichtige wordt aangewezen degene die op grond van artikel 3 als gebruiker van de woning krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht wordt aangewezen.
Artikel 5 Forensenbelasting
In aflopende voorkeursvolgorde wordt als belastingplichtige aangewezen:
- a.
degene die op grond van artikel 1 als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de woning wordt aangewezen;
- b.
degene die de nutsvoorziening van de woning op naam heeft;
- c.
degene die de huur van de woning betaalt aan een verhuurder die ergens anders woont;
- d.
de oudste man;
- e.
degene die op andere wijze als gebruiker van de woning naar voren komt.
Artikel 6 Tijdvak
Bij het heffen van een belasting over een tijdvak is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij het begin van dat tijdvak of, als dit later is, bij het begin van de belastingplicht.
Artikel 7 WOZ-Beschikking voor het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak
Als belanghebbende wordt aangewezen degene die op grond van artikel 1 wordt aangewezen als de genothebbende van de onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
Artikel 8 WOZ-Beschikking voor het gebruik krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht van een niet-woning
Als belanghebbende wordt aangewezen degene die op grond van artikel 2 wordt aangewezen als gebruiker van de niet-woning krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht.
Artikel 9 WOZ-Beschikking voor het gebruik krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht van een huurwoning
Als belanghebbende wordt aangewezen degene die op grond van artikel 3 wordt aangewezen als gebruiker van de huurwoning krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht.
Artikel 10 Gevallen waarin de voorgaande artikelen niet worden toegepast
De voorgaande artikelen worden niet toegepast indien:
- a.
de aanslag kan worden opgelegd aan een belastingplichtige die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft ontvangen, tenzij die aanslag niet is of wordt betaald;
- b.
bekend is dat een andere belastingplichtige de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil ontvangen, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald of ingevorderd.
Artikel 11 Andere persoon als belastingplichtige aanwijzen
Als blijkt of het vermoeden bestaat dat de persoon die op grond van de in de voorgaande artikelen omschreven voorkeursvolgorde als belastingplichtige zou worden aangewezen de belasting niet of moeilijker dan een andere persoon kan betalen, kan de andere persoon als belastingplichtige worden aangewezen.
Artikel 12 Andere persoon als belastingplichtige aanwijzen in het volgende belastingtijdvak of kalenderjaar
Indien voor het desbetreffende belastingtijdvak of kalenderjaar reeds een aanslag is opgelegd aan de persoon die op grond van de in de voorgaande artikelen omschreven voorkeursvolgorde als belastingplichtige is aangewezen, kan pas met ingang van het daaropvolgende belastingtijdvak of kalenderjaar een andere persoon als belastingplichtige worden aangewezen.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarin het in het Gemeenteblad wordt bekendgemaakt.
Artikel 14 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige en WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 30 januari 2026
de heffingsambtenaar van Nissewaard,
Mr. P.J. Vlcek
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl