Algemene Subsidieverordening Culemborg 2026

Geldend van 10-02-2026 t/m heden

Intitulé

Algemene Subsidieverordening Culemborg 2026

De raad van de gemeente Culemborg;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 december 2025,

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit:

Vast te stellen de Algemene Subsidieverordening Culemborg 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    aanvrager: een (rechts-)persoon die een aanvraag indient om subsidie te verkrijgen;

  • c.

    burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg;

  • d.

    de-minimisverklaring: een verklaring waarin de onderneming aangeeft of zij gedurende de laatste drie jaar al de-minimissteun of andere staatssteun voor dezelfde uitgaven heeft ontvangen;

  • e.

    directe subsidievaststelling: het vaststellen van de subsidie voor de aanvang van het subsidietijdvak, zonder dat er voorafgaand een subsidieverlening plaatsvindt;

  • f.

    financieel (jaar)verslag: een (jaarlijkse) financiële verantwoording van de exploitatie (inkomsten en uitgaven) over een subsidietijdvak of over bepaalde activiteiten, die correspondeert met de begroting voor dat betreffende subsidietijdvak of voor de betreffende activiteiten;

  • g.

    inhoudelijk (jaar)verslag: een overzicht van de geleverde prestaties over een bepaald subsidietijdvak of over bepaalde activiteiten, die correspondeert met de begroting voor dat betreffende subsidietijdvak of voor de betreffende activiteiten;

  • h.

    jaar: een boekjaar, zijnde een periode van twaalf aaneengesloten maanden die in beginsel loopt van 1 januari tot en met 31 december, tenzij een afwijkend boekjaar is vastgesteld;

  • i.

    onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • j.

    periodieke subsidie: subsidie die per boekjaar of voor meerdere opeenvolgende boekjaren aan een aanvrager wordt verstrekt ter dekking van (een deel van) de kosten voor activiteiten met een voortdurend of terugkerend karakter. Hiertoe behoren ook jaarlijks terugkerende activiteiten of evenementen, mits deze deel uitmaken van de reguliere bezigheden van de aanvrager.

  • k.

    projectsubsidie: subsidie voor een vooraf afgebakende periode, ter (mede)financiering van specifieke activiteiten of een project met een duidelijk begin en einde, dat niet behoort tot de reguliere, doorlopende activiteiten van de aanvrager.

  • l.

    programmabegroting: de door de gemeenteraad vastgestelde begroting;

  • m.

    raad: de gemeenteraad van de gemeente Culemborg;

  • n.

    subsidie: zoals bedoeld in artikel 4:21 van de Awb, de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten;

  • o.

    subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit (ingevolge afdeling 4.2.3 Awb), waardoor de aanvrager een aanspraak krijgt op financiële middelen, mits hij daadwerkelijk de gesubsidieerde activiteit verricht en zich aan de eventueel aan hem opgelegde verplichtingen houdt;

  • p.

    subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt (ingevolge afdeling 4.2.5 Awb) ter hoogte van een bepaald bedrag, hetgeen het bestuursorgaan tot uitbetaling verplicht;

  • q.

    subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies;

  • r.

    subsidieverstrekking: de verzamelterm voor het toekennen van subsidie, in de vorm van subsidieverlening (zie onder o) of van (directe) subsidievaststelling (zie onder e en p);

  • s.

    verdrag: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47);

  • t.

    verordening: Algemene Subsidieverordening Culemborg 2026.

Artikel 2. Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen.

Artikel 3. Bevoegdheden raad en burgemeester en wethouders

  • 1. De raad stelt jaarlijks de programmabegroting vast, inclusief de meerjarenbegroting voor de drie daaropvolgende jaren.

  • 2. Burgemeester en wethouders stellen, binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders en beleidsnota’s, nadere regels vast (subsidieregelingen).

  • 3. Burgemeester en wethouders besluiten, met inachtneming van het in het eerste en tweede lid bepaalde, over het verlenen, vaststellen, wijzigen of intrekken van subsidies en verdelen daarmee de beschikbare subsidiegelden.

  • 4. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een overzicht van de verleende subsidies vast, dat wordt weergegeven in een subsidiestaat.

Artikel 4. Subsidieplafonds en begrotingsvoorbehoud

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen.

  • 2. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 5. Staatssteunregels

  • 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregelingen afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

  • 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.

  • 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

  • 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

  • 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Artikel 6. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen regels vaststellen omtrent het toepassen van uniforme kostenbegrippen en berekeningswijze van uurtarieven.

  • 2. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

Artikel 7. Indexering

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen bij subsidieverlening voor meerjarige periodieke subsidies, zoals bedoeld in artikel 12 van deze verordening, beslissen dat jaarlijkse indexering van een subsidiebedrag plaatsvindt.

  • 2. De wijze waarop de indexering plaatsvindt, wordt vastgelegd in de subsidieverleningsbeschikking.

Hoofdstuk 2 Aanvraag en subsidieverlening

Artikel 8. Algemene inhoudelijke eisen voor subsidieverlening

Eisen ten aanzien van de aanvrager

  • 1.

    Een subsidie wordt, behoudens het bepaalde in het tweede lid, alleen verleend aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.

  • 2.

    Indien dit voortvloeit uit de aard van de activiteit kunnen burgemeester en wethouders in subsidieregelingen bepalen dat een subsidie ook kan worden verleend aan één of meer (groepen van) natuurlijke personen.

Eisen ten aanzien van de subsidiabele activiteiten

  • 3.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen moeten de activiteiten aan de volgende eisen voldoen:

    • a.

      De activiteiten moeten bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen die zijn geformuleerd in de gemeentelijke beleidsnota’s, verwerkt in de programmabegroting, of opgenomen in de van toepassing zijnde subsidieregeling;

    • b.

      De activiteiten staan ten dienste van het maatschappelijk belang van de gemeente en komen ten goede aan de inwoners van de gemeente Culemborg;

    • c.

      De activiteiten mogen geen specifieke politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming beogen of feitelijk betreffen;

    • d.

      Het moet aannemelijk zijn dat de behoefte aan subsidiëring redelijk is en dat de uitgaven niet kunnen worden opgevangen in de begroting van de aanvrager;

    • e.

      Het moet aannemelijk zijn dat, samen met de aangevraagde subsidie, voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om de activiteiten volledig uit te voeren;

Nadere voorwaarden en verplichtingen voor de aanvrager en de activiteiten

  • 4.

    Burgemeester en wethouders kunnen in subsidieregelingen en verleningsbeschikkingen nadere voorwaarden en verplichtingen opnemen die gelden voor de aanvrager en de te subsidiëren activiteiten.

Artikel 9. Niet-subsidiabele kosten

Niet-subsidiabel zijn in ieder geval:

  • a.

    kosten die niet in redelijke verhouding staan tot de gestelde doelen of redelijkerwijs te verwachten resultaten van de activiteit;

  • b.

    de aan de subsidie-aanvrager in rekening gebrachte BTW die door hem kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze aan hem kan worden terugbetaald of gecompenseerd.

Artikel 10. Indiening van de subsidieaanvraag

  • 1. De aanvraag om subsidie wordt ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van het daarvoor beschikbare (digitale) aanvraagformulier, voor zover beschikbaar. Wanneer digitale indiening niet mogelijk is, kan de aanvraag schriftelijk worden ingediend.

  • 2. Bij de aanvraag om subsidie legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten en de daarmee nagestreefde doelstellingen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      een begroting van de aan de activiteiten verbonden inkomsten en benodigde uitgaven, voorzien van een toelichting.

    • c.

      voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen: een mededeling daarvan, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen;

  • 3. Als de aanvrager een onderneming is:

    • a.

      een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      voor zover van toepassing: een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring);

  • 4. Als het een aanvraag om een periodieke subsidie betreft:

    • a.

      de omvang van de egalisatiereserve, indien de aanvrager daarover beschikt;

  • 5. Bij een eerste aanvraag worden de volgende documenten overlegd:

    • a.

      de statuten;

    • b.

      een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel; niet ouder zijnde dan 6 maanden.

    • c.

      een exemplaar van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar (voor zover aanwezig);

    • d.

      een kopie van het bankafschrift van de bankrekening ten name van de aanvrager.

    • e.

      Indien van toepassing: een ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager bevoegd is de aanvraag namens de rechtspersoon in te dienen.

  • 6. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

Artikel 11. Termijnen voor het indienen van de aanvraag

  • 1. Een aanvraag om een periodieke subsidie van € 5.000 of meer wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2. Een aanvraag om een periodieke subsidie van minder dan € 5.000 wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 3. Een aanvraag om een projectsubsidie kan het hele jaar worden ingediend, tenzij burgemeester en wethouders bij subsidieregeling anders hebben bepaald.

  • 4. Voor aanvragen als bedoeld in lid 3 van dit artikel geldt dat deze in ieder geval 8 weken vóór de aanvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, moet worden ingediend.

  • 5. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

Artikel 12. Meerjarige periodieke subsidie

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verlenen voor een periode langer dan één jaar tot ten hoogste vier jaar, indien uit de aanvraag blijkt dat de aard van de activiteiten en de beoogde effecten zich over meerdere jaren uitstrekken en de subsidie aansluit bij het meerjarige gemeentelijke beleidskader.

  • 2. Voor meerjarige periodieke subsidies gelden dezelfde eisen ten aanzien van de aanvrager en de subsidiabele activiteiten als gesteld in artikel 8, alsmede dezelfde vereisten voor de aanvraag als bedoeld in artikel 10, met dien verstande dat de gevraagde documenten en gegevens betrekking hebben op de gehele duur van de gevraagde subsidieperiode.

  • 3. Een meerjarige periodieke subsidie wordt verleend onder voorbehoud van voldoende middelen op de gemeentebegroting, zoals geregeld in artikel 4 van deze verordening. De subsidieontvanger ontvangt jaarlijks, uiterlijk op 31 december voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar, een schriftelijke bevestiging dat de subsidie voor dat jaar wordt voortgezet en is opgenomen in de gemeentebegroting.

  • 4. In de beschikking tot subsidieverlening wordt per subsidiejaar vermeld:

    • a.

      het bedrag waarop de subsidieontvanger aanspraak maakt, of

    • b.

      de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, indien dit niet vooraf exact kan worden vastgesteld.

  • 5. Bij een meerjarige periodieke subsidie vindt de vaststelling en verantwoording jaarlijks plaats per subsidiejaar, overeenkomstig de artikelen 21 tot en met 23 van deze verordening, tenzij bij subsidieregeling of subsidiebeschikking anders is bepaald.

  • 6. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen en in de beschikking bepalen onder welke voorwaarden meerjarige subsidies worden verstrekt. Hieronder kunnen mede worden begrepen: prestatieafspraken en rapportageverplichtingen.

Artikel 13. Beslistermijnen

  • 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een periodieke subsidie als bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, en op een aanvraag om een meerjarige periodieke subsidie als bedoeld in artikel 12, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een projectsubsidie als bedoeld in artikel 11, derde lid, uiterlijk binnen 8 weken nadat de aanvraag is ingediend.

  • 3. Bij subsidieregeling kunnen andere beslistermijnen worden gesteld.

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op een aanvraag eenmaal schriftelijk verdagen en noemen daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.

  • 5. Een besluit tot verdaging wordt, onder vermelding van de reden en de nieuwe beslistermijn, aan de aanvrager meegedeeld vóórdat de oorspronkelijke beslistermijn is verstreken.

  • 6. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 14. Besluit tot subsidieverlening

  • 1. De beschikking tot subsidieverlening bevat een motivering waarom de subsidie wordt verleend, gedeeltelijk wordt verleend of wordt afgewezen.

  • 2. In de subsidiebeschikking wordt aangegeven wat de verplichtingen zijn nadat de subsidie is verleend.

Artikel 15. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

  • 1. De subsidie kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Awb genoemde gevallen door burgemeester en wethouders worden geweigerd als:

    • a.

      als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of

    • b.

      als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

  • 2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:

    • a.

      subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of

    • b.

      de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

  • 3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder weigeren als:

    • a.

      de aanvrager niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 8, eerste en tweede lid;

    • b.

      de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet voldoen aan de eisen gesteld in artikel 8, derde lid;

    • c.

      de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met wettelijke bepalingen, het algemeen belang of de openbare orde.

    • d.

      de subsidieaanvraag is gericht op activiteiten die een winstoogmerk hebben;

    • e.

      de financiële continuïteit of bedrijfsvoering van de aanvrager onvoldoende is gewaarborgd;

    • f.

      voor dezelfde activiteiten in hetzelfde jaar reeds subsidie van de gemeente is ontvangen;

    • g.

      als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;

    • h.

      dit is bepaald in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen;

    • i.

      in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).

Hoofdstuk 3 Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel 16. Algemene verplichtingen

  • 1. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld, dat wil zeggen zo spoedig mogelijk nadat het feit zich heeft voorgedaan of redelijkerwijs te voorzien was, schriftelijk:

    • a.

      als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;

    • b.

      indien gedurende het jaar waarvoor een subsidie is verstrekt aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten en vermeldt de oorzaak van de verschillen;

    • c.

      over beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

    • d.

      over relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • e.

      over ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;

    • f.

      over wijziging van de statuten, het doel, de naam, de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon en de persoon van de bestuurder of bestuurders;

    • g.

      indien na het indienen van de subsidieaanvraag voor dezelfde activiteit subsidie wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan of de Europese Commissie;

    • h.

      over fusie, splitsing of juridische overname van de subsidieontvanger of haar activiteiten.

  • 2. Burgemeester en wethouders zijn te allen tijde bevoegd onderzoek te doen naar de administratie en de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend. De subsidieontvanger is verplicht daaraan desgevraagd medewerking te verlenen, waaronder het verstrekken van inlichtingen en het verlenen van toegang tot boeken en bescheiden.

Artikel 17. Eisen aan de administratie

  • 1. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan.

  • 2. De subsidieontvanger dient deze administratie en de daartoe behorende bescheiden minimaal vijf jaar te bewaren na vaststelling van de subsidie.

Artikel 18. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

  • 1. In de subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen extra verplichtingen voor de subsidieontvanger worden opgenomen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid van de wet, die bijdragen aan het bereiken van het doel van de subsidie. In de subsidieregeling of verleningsbeschikking wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

  • 2. In de subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen tevens verplichtingen worden opgenomen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, maar betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de subsidieregeling of verleningsbeschikking wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

  • 3. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

  • 4. Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

Artikel 19. Reserves en voorzieningen

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen voor periodieke subsidies regels stellen over de vorming van een egalisatiereserve, de maximale omvang van deze reserve en de uitgaven die met gebruikmaking van deze reserve kunnen worden gedaan.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen voor periodieke subsidies regels stellen over de vorming van een bestemmingsreserve, de maximale omvang van deze reserve en de uitgaven die met gebruikmaking van deze reserve kunnen worden gedaan.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen voor periodieke subsidies regels stellen over de vorming van een voorziening, de maximale omvang van deze voorziening en de uitgaven die met gebruikmaking van deze voorziening kunnen worden gedaan.

Hoofdstuk 4 Verantwoording en subsidievaststelling

Artikel 20. Verantwoording en vaststelling subsidies tot en met € 5.000

  • 1. Subsidies tot en met een bedrag van € 5.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld tenzij toepassing wordt gegeven aan het tweede lid van dit artikel.

  • 2. Als bij verleningsbeschikking de subsidieaanvrager wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen 8 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten dat het eerste lid ook van toepassing is op subsidies van meer dan € 5.000.

  • 4. Bij subsidieregeling of subsidiebeschikking kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 21. Verantwoording en vaststelling subsidies boven € 5.000 tot en met € 50.000

  • 1. Bij subsidies boven € 5.000 en ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

    • a.

      in geval van een periodieke subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 1 april na afloop van het betrokken boekjaar;

    • b.

      in andere gevallen uiterlijk 13 weken na afloop van de gesubsidieerde activiteiten.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een financieel verslag van de gesubsidieerde activiteiten waaruit de daarmee verbonden uitgaven en inkomsten blijken.

  • 3. Bij subsidieregeling of subsidiebeschikking kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 22. Verantwoording en vaststelling subsidies van meer dan € 50.000

  • 1. Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

    • a.

      in geval van een periodieke subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 1 april na afloop van het betrokken boekjaar.

    • b.

      in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, met een toelichting op eventuele verschillen en in hoeverre aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (jaarrekening);

    • c.

      een verklaring van een onafhankelijk accountant met betrekking tot de in onderdeel b bedoelde jaarrekening, waarbij geldt dat de verklaring moet worden ingediend:

      • i.

        bij periodieke subsidies uiterlijk 1 juli na afloop van het betrokken boekjaar;

      • ii.

        in overige gevallen uiterlijk zes maanden na afronding van de gesubsidieerde activiteiten, en waarbij geldt dat:

        • -

          bij subsidies van meer dan € 50.000 tot € 125.000 een beoordelingsverklaring is vereist; het bestuursorgaan kan in de betreffende subsidieregeling of subsidiebeschikking bepalen dat in plaats van een beoordelingsverklaring een rapport van feitelijke bevindingen wordt overlegd;

        • -

          bij subsidies van meer dan € 125.000 een controleverklaring is vereist.

  • 3. Bij subsidieregeling of subsidiebeschikking kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 23. Beslistermijn voor subsidievaststelling

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen 13 weken na de ontvangst van een volledige aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op de aanvraag om vaststelling eenmaal schriftelijk verdagen en noemen daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.

  • 3. Een besluit tot verdaging wordt, onder vermelding van de reden en de nieuwe beslistermijn, aan de aanvrager meegedeeld vóórdat de oorspronkelijke beslistermijn is verstreken.

  • 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 21, eerste lid en 22, eerste lid, aanhef en onder a en b van deze verordening, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze nieuwe termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Hoofdstuk 5 Bijzondere bepalingen

Artikel 24. Bijzondere afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen onverminderd hetgeen is bepaald in deze verordening, afwijken van de bepalingen in deze verordening:

  • 1.

    bij het vaststellen van nadere regels als bedoeld in artikel 3, tweede lid, indien deze ten behoeve van uniformiteit zijn opgesteld in samenwerking met een ander bestuursorgaan;

    • a.

      de subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvoor ook door andere bestuursorganen subsidie wordt verstrekt;

    • b.

      bij de verstrekking van subsidies uit gelden, die door het Rijk of de provincie aan de gemeente beschikbaar zijn gesteld voor specifiek aangewezen activiteiten; of

    • c.

      voor zover dit voor subsidieverstrekking noodzakelijk is gelet op:

      • -

        een wet of een daarop gebaseerde regeling;

      • -

        bepalingen inzake Europese cofinanciering.

Artikel 25. Hardheidsclausule

  • 1. Als een bij of krachtens verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen.

  • 2. In subsidieregelingen kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regels kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 26. Slotbepalingen

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.

  • 2. De Algemene Subsidieverordening Culemborg 2014 wordt bij het in werking treden van de verordening 2026 tegelijkertijd ingetrokken.

  • 3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend en subsidies die zijn verstrekt vóór de inwerkingtreding van deze verordening blijft de Algemene Subsidieverordening Culemborg 2014 van toepassing.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidieverordening Culemborg 2026.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van 29 januari 2026.

de griffier,

de voorzitter,