Delegatiebesluit Omgevingswet

Geldend van 07-02-2026 t/m heden

Intitulé

Delegatiebesluit Omgevingswet

De gemeenteraad van de gemeente Ridderkerk

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 december 2025;

gelet op:

  • het bepaalde in artikel 2.8 van de Omgevingswet;

  • afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • het bepaalde in artikel 156 van de Gemeentewet;

BESLUIT:

Vast te stellen het

Delegatiebesluit Omgevingswet

Artikel 1 Delegatiebevoegdheid wijziging omgevingsplan

De gemeenteraad delegeert aan het college de bevoegdheid tot wijziging van het omgevingsplan in de volgende gevallen:

  • 1.

    het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een verleende omgevingsvergunning;

  • 2.

    het repareren van klaarblijkelijke omissies of verschrijvingen in het omgevingsplan;

  • 3.

    het in overeenstemming brengen of conserveren van de regels in het omgevingsplan op basis van de bestaande feitelijke situatie nadat een sloop-, bouw-, of herontwikkelingsproject is afgerond;

  • 4.

    het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan naar aanleiding van een aanwijzing van de gemeenteraad of ander bevoegd gezag, of op basis van gewijzigde wetgeving;

  • 5.

    het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met door de gemeenteraad vastgesteld beleid, visie of ontwikkelkader, indien in het desbetreffende document (of bijbehorend besluit) is aangegeven dat het college het omgevingsplan mag aanpassen;

  • 6.

    het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden op basis van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting uit een tot inwerkingtreding van de Omgevingswet vigerend bestemmingsplan;

  • 7.

    het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Omgevingswet);

  • 8.

    Het wijzigen van de vindplaats van in het omgevingsplan aangewezen registers.

Artikel 2 Kennisgeving toepassing delegatiebesluit

De gemeenteraad wordt voorafgaande aan de terinzagelegging van een ontwerpwijziging van het omgevingsplan op basis van één van de bovenstaande aangewezen gevallen, schriftelijk geïnformeerd. De gemeenteraad wordt tevens schriftelijk geïnformeerd over het definitieve besluit.

Artikel 3 Intrekking oude delegatiebesluit

Het delegatiebesluit Omgevingswet van 24 november 2022 wordt ingetrokken.

Artikel 4 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt een dag na bekendmaking in werking.

Ondertekening

Aldus besloten in openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Ridderkerk van 22 januari 2026.

De griffier,

mr. O. Vliegenthart

De voorzitter,

dhr. C.A. Oosterwijk

Toelichting Delegatiebesluit Omgevingswet 22 januari 2026

Inleiding

In artikel 1 van het delegatiebesluit zijn acht gevallen genoemd waarin het college bevoegd is het omgevingsplan te wijzigen. Dit document dient als toelichting op de in het Delegatiebesluit Omgevingswet van 22 januari 2026 aangewezen gevallen.

1. Het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een verleende omgevingsvergunning

Via een omgevingsvergunning BOPA kan worden afgeweken van het omgevingsplan. De Omgevingswet verplicht gemeenten om verleende omgevingsvergunningen binnen 5 jaar te verwerken in het omgevingsplan. De afwijking wordt op die manier geconsolideerd in de regels van het omgevingsplan. Voor deze handeling is in principe geen inhoudelijke afweging meer nodig.

2. Het repareren van klaarblijkelijke omissies of verschrijvingen in het omgevingsplan

Het omgevingsplan is voortdurend aan verandering onderhevig. Door wijzigingen of verschrijvingen kunnen onbedoeld omissies ontstaan. Reparatie hiervan kan sneller en efficiënter als het college is gedelegeerd om de daarvoor benodigde wijzigingen in het omgevingsplan door te voeren.

3. Het in overeenstemming brengen of conserveren van de regels in het omgevingsplan op basis van de bestaande feitelijke situatie nadat een sloop-, bouw-, of herontwikkelingsproject is afgerond

Dit geval heeft betrekking op de mogelijke administratieve handeling nadat een sloop-, bouw, of herstructureringsproject is afgerond. Voor bouw- of herontwikkelingsprojecten kan het bijvoorbeeld wenselijk zijn om met een afwijkend, meer flexibel, pakket bouwregels te werken ten opzichte van het pakket aan regels die gelden voor bestaande bebouwing. Denk bijvoorbeeld aan het aanwijzen van een gebied waarbinnen bebouwing is toegestaan, in plaats van de locatie van individuele hoofdgebouwen vast te leggen in afzonderlijke bouwvlakken.

Nadat een bouw- of herontwikkelingsproject is afgerond zijn de flexibele regels niet meer nodig. Onder de Voormalige Wet ruimtelijke ordening zouden bij de eerstvolgende herziening van het bestemmingsplan de bouwregels in overeenstemming gebracht zijn met de regels voor bestaande bebouwing. Onder de Omgevingswet kan dit eenvoudiger en sneller door bijvoorbeeld het regelpakket voor bouwprojecten ‘uit’ te zetten en daarvoor in de plaats het regelpakket voor bestaande bebouwing ‘aan’ te zetten. De bedoeling achter de regel is dat tijdelijk maatwerk geleverd kan worden, maar dat na afronding van een project regels weer gestandaardiseerd kunnen worden zonder dat daar opnieuw een besluit van de gemeentegemeenteraad voor nodig is.

Ook bij projecten waarbij enkel gesloopt wordt kan het gewenst zijn om het planologisch kader daarop aan te passen.

4. Het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan naar aanleiding van een aanwijzing van de gemeenteraad of ander bevoegd gezag, of op basis van gewijzigde wetgeving.

Omdat de gemeente maar één omgevingsplan heeft, is deze voortdurend aan verandering onderhevig. Concrete aanwijzingsbesluiten (denk bijvoorbeeld aan het aanwijzen van gebouwen als monument) of wetswijzigingen (denk bijvoorbeeld aan het wijzigen van milieuwetgeving) kunnen ertoe leiden dat het omgevingsplan gewijzigd moet worden.

Het betreft in de meeste gevallen een uitvoer van een eerdere bestuurlijke afweging, al dan niet opgelegd vanuit een hoger bevoegd gezag.

5. Het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met door de gemeenteraad vastgesteld beleid, visie of ontwikkelkader, indien in het desbetreffende document (of bijbehorend besluit) is aangegeven dat het college het omgevingsplan mag aanpassen.

Onder de Omgevingswet krijgt de gemeente meer afwegingsruimte voor het stellen van eigen kwaliteitsnormen, zoals voor lucht, externe veiligheid, geluid, trilling of geur. Indien de gemeenteraad besluit af te wijken van de standaardnorm van het Rijk, dan moet deze afwijking ook verwerkt worden in het omgevingsplan. De gemeenteraad kan bij vaststelling van dat betreffende besluit het college ook delegeren deze wijziging door te voeren. Dit artikel beperkt zich niet tot milieubeleid.

Een andere toepassing van dit artikel is om meer flexibiliteit te geven aan ruimtelijke ontwikkelingen die passen binnen een door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsvisie. De gemeenteraad kan via het desbetreffende visiedocument, of via het bijbehorende vaststellingsbesluit de bandbreedte aangeven waarbinnen het college bevoegd is wijzigingen aan te brengen aan het omgevingsplan. De inhoudelijke afweging vindt plaats bij de vaststelling van desbetreffende beleidsdocument of beleidsvisie.

6. Het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden op basis van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting uit een tot inwerkingtreding van de Omgevingswet vigerend bestemmingsplan.

Doel van dit lid is om bestaande flexibiliteit in bestemmingsplannen voort te zetten na de invoering van de Omgevingswet. De instrumenten ‘wijzigingsbevoegdheid’ en ‘uitwerkingsverplichting’ uit de Voormalige Wet ruimtelijke ordening komen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet namelijk te vervallen. Via deze instrumenten kon de gemeenteraad wijzigingen van het bestemmingsplan overlaten aan het college. Het overgangsrecht voor deze instrumenten onder de Omgevingswet, beperkt zich tot de bouwactiviteiten. Voor de wijziging van de gebruiksactiviteiten (bijvoorbeeld een functiewijziging van agrarisch naar wonen) zou onder de Omgevingswet alsnog het omgevingsplan gewijzigd moeten worden, waarvoor (opnieuw) een besluit van de gemeenteraad nodig is. Door het college te delegeren ook de gebruiksmogelijkheden op basis van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht aan te passen, wordt de oude regeling voortgezet. Onder ‘gebruiksmogelijkheden’ worden zowel de functies en bijbehorende activiteiten verstaan, als de bouwmogelijkheden.

Bij het toepassing van dit lid moet rekening worden gehouden met de wijzigingsregels uit het moederbestemmingsplan zoals deze de dag voor inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht was.

7. Het nemen van een voorbereidingsbesluit (artikel 4.14 Omgevingswet).

Het voorbereidingsbesluit voorkomt ongewenste ontwikkelingen in een gebied waarvoor een omgevingsplanwijziging wordt voorbereid. Denk bijvoorbeeld aan een grote uitbreiding van een bedrijf, op een bedrijfsterrein die de gemeente wil transformeren naar woongebied.

In tegenstelling tot de Voormalige Wet ruimtelijke ordening staan de voorbeschermingsregels met de invoering van de Omgevingswet voortaan in het omgevingsplan, in plaats van in het voorbereidingsbesluit zelf. De voorbeschermingsregels kunnen nieuwe regels aan het omgevingsplan toevoegen. Denk daarbij aan een verbod op het realiseren van een activiteit of een verbod om behoudens een vergunning een activiteit (zoals een bedrijfsuitbreiding) te realiseren. De voorbeschermingsregels kunnen ook regels (zoals bouwregels) uit het omgevingsplan buiten werking stellen. Door het college te delegeren deze wijzigingen toe te passen kan de gemeente sneller acteren op het moment dat in een gebied acuut ongewenste ontwikkelingen dreigen te ontstaan.

8. Het wijzigen van de vindplaats van in het omgevingsplan aangewezen registers.

In het omgevingsplan zijn meerdere registers aangewezen, bijvoorbeeld in afdeling 7.3 over 'Bodembeheer en activiteiten in en op de bodem'. Deze registers bevatten informatie over bijvoorbeeld verdachte bodemlocaties, historische bodemactiviteiten en bodemonderzoek uit voorgaande jaren. In het omgevingsplan zijn weblinks opgenomen naar de vindplaatsen van deze informatie. Deze vindplaatsen zouden kunnen wijzigen, als gevolg waarvan ook de weblinks in het omgevingsplan aangepast moeten worden. Aangezien dit inhoudelijk geen gevolgen heeft voor de regels in het omgevingsplan, is het gewenst besluitvorming daarover te delegeren aan het college.